CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

8 20221103 Bijlage 3 Hoger beroepschrift zoals ingediend bij RvS.pdf

Raadsvergadering 3 november 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H. Voorstel tot afgifte Verklaring van Geen Bedenkingen tegen de herstelde aanvraag zonnepark Rooijseweg30.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2.1.1 Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied voor het zonneveld aan de Rooijseweg is gelegen in het buitengebied van de gemeente Laarbeek, ten noordwesten van de kern Mariahout. Het perceel van het beoogde zonneveld grenst aan de gemeentegrens van Gemeente Meijerstad. Het plangebied wordt omringt door verschillende agrarische percelen. In de direct omgeving van het plangebied zijn om die reden ook voornamelijk agrarische bedrijven te vinden. Het plangebied heeft een totaal oppervalk van circa 9 ha. Het perceel is de afgelopen jaren agrarisch in gebruik voor verschillende akkerbouwgewassen, zoals aardappels. Op figuur 3 is een impressie van het plangebied weergegeven.

Figuur 3. Impressie plangebied.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 9

2,2 Het zonneveld In deze paragraaf wordt het plan voor het zonneveld uiteengezet. Ten behoeve van het plan is ook een inrichtings- en beheerplan opgesteld. Deze is separaat toegevoegd bij de vergunningaanvraag.

2.2.1 Initiatief voor een zonneveld Voor de invulling van het plangebied werkt Enovos conform de Gedragscode Zon op Land van de brancheorganisatie Holland Solar, waarin onder andere is vastgelegd dat een zonneveld een verbetering voor de landschappelijke- en natuurwaarden van het gebied tot gevolg moet hebben. Voor Zonneveld Rooijseweg geldt dat het oppervlak van het totale plangebied bestaat uit 9,6 hectare. Het zonneveld zal netto circa 7,6 hectare bedragen. De overige oppervlakte wordt gebruikt voor landschappelijke inpassing, water en beheerpaden.

2.2.2 Inrichtingsplan zonneveld Versterken landschapskarakteristiek In het grootschalige en open landschap van het plangebied is een landschappelijk inpassing door middel van opgaand groen niet gewenst. Juist de grootschaligheid en openheid zijn landschappelijke karakteristieken van het perceel. Het toevoegen van struweel dient dan ook zo laag mogelijk te blijven. Het struweel heeft een ecologische meerwaarde ten behoeve van de struweelvolgels. Afstemming landschappelijke inpassing met de omgeving Met de direct omwonenden langs de Rooijseweg, Spierkesweg en Vossenberg is gesproken over de gewenste landschappelijke inpassing. Door de grote afstand en de toepassing van struweel is de directe zichtbaarheid vanaf omliggende wegen en erven minimaal. Zie figuur 4 voor de doorsnede van het zonneveld met landschappelijke inpassing in relatie tot het erf aan de Rooijseweg.

Beplanting en beheer Het huidige landschap wordt gerespecteerd en de ecologische meerwaarde ten behoeve van de struweelvogels wordt uitgebreid. Tijdens de beheerperiode wordt geen chemicaliën (kunstmest of gif) of drijfmest toegepast. Het doel is de grond zoveel mogelijk te verschralen zodat een kruidenrijkere vegetatie zich ontwikkelt, welke een bijdrage levert aan de biodiversiteit in het plangebied en in de omgeving van het plangebied. Na de aanleg van het panelenveld wordt de bodem in het plangebied ingezaaid met een kruidenrijk grasmengsel welke geschikt is voor de aanwezige grond. De strook aan de noordzijde wordt ingezaaid met een bloemmengsel voor een kleurrijk aanzicht vanaf het wandelpad. Aan de noordzijde van het plangebied wordt een bloemrijk mengsel ingezaaid.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 10

Daarnaast wordt een struweelstrook toegevoegd. Struweel is een vegetatiestrook van struiken van 2 tot 3 meter hoog en kan uitgroeien tot een breedte van 4 meter. Een strook struweel zorgt voor heel veel voedselaanbod voor allerlei diersoorten. Denk bijvoorbeeld de nectar uit de bloeiende struiken die diverse insecten komen halen, maar ook aan bessen en andere vruchten welke als voedsel dienen voor vogels en zoogdieren of allerlei insecten die in deze struiken leven die ook weer als voedsel kunnen dienen. Verder geeft een struweel veel mogelijkheden voor schuil-, woon- en nestgelegenheid voor allerlei soorten. Het struweel kan eveneens dienen als ruimtelijke structuur om langs te navigeren/migreren. Kleinere diersoorten (kleine grondgebonden zoogdieren, vogels, amfibieën en vleermuizen) maken hier veelvuldig gebruik van, mede door de beschutting die dit struweel biedt. Onderstaand figuur geeft het de landschappelijke inrichting weer.

Figuur 5. Uitsnede landschappelijk inrichtingsplan. Zie het inrichtings- en beheerplan voor nadere toelichting.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 11

2.23 Verkeer en parkeren De realisatie van het zonneveld heeft geen grote gevolgen voor het verkeer en het parkeren. Het zonneveld moet voornamelijk in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase bereikt worden en daarnaast alleen op heel beperkte schaal ten behoeve van het beheer. Het zonneveld wordt, om veiligheidsredenen, niet openbaar toegankelijk. Het zonneveld wordt op een veilige manier (zonder overlast voor omwonenden) ontsloten op de Rooijseweg. Binnen het plangebied wordt ruimte gecreëerd voor het parkeren van enkele voertuigen ten behoeve van het beheer. Rondom het panelenveld zijn onverharde beheerpaden van ongeveer 4,5m gepland.

2.2.4 Technische installaties Grondgebonden zonnevelden kunnen in een zuid-opstelling en in oost-west opstelling worden gerealiseerd. In voorliggend geval is er gekozen voor een zuid-opstelling. De panelen worden op tafels geplaatst en deze tafels worden met palen in de grond verankerd. De palen worden in de grond geprikt waardoor grootschalige bodemmerende werkzaamheden niet noodzakelijk zijn. In figuur 6 is te zien dat de panelen onder een hoek van 15 graden worden geplaatst. Hierbij bedraagt het hoogste punt 250 cm.

De zuid-opstelling heeft als voordeel dat er tussen de tafels met zonnepanelen een ruimte van 400 centimeter vrij gehouden wordt. Hierdoor is er zowel tussen als onder de panelen voldoende lichtinval én waterinfiltratie. De initiatiefnemer is voornemens om de gronden onder en tussen de panelen in te richten als bloem- en kruidenrijk grasland. Om bloem- en kruidenrijkgrasland te realiseren is het wenselijk de percelen alternerend te maaien. Een alternatief voor machinaal maaien is drukbegrazing. Dit kan worden gerealiseerd indien er een lokale schaapherder beschikbaar is. Hierdoor ontstaat structuurvariatie in de vegetatie en kunnen bloemen tot bloei komen. Insecten en vogels profiteren van deze natuurlijke vorm van beheer. Op deze manier wordt een vorm van meervoudig ruimtegebruik gerealiseerd Transformatorhuizen Gebouwen worden binnen het hekwerk van het zonneveld geplaatst. De afstand van de transformatorstations tot nabijgelegen woningen is minimaal 50 meter. Ze worden zodanig geplaatst dat ze eenvoudig uit het park te takelen zijn indien vervanging nodig is. De transformatorhuisjes komen midden in het veld te staan langs het onderhoud pad.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 12

2,2.5 Hekwerk en camera's buiten het zicht geplaatst Vanuit veiligheidsoverwegingen is het noodzakelijk om het zonneveld te omheinen met een gedegen hekwerk. Hierover heeft Enovos gehad met de verzekeringsadviseur. De verzekeringsadviseur geeft het volgende aan: 1. De volledige installatie dient omheind te zijn met een metalen hekwerk van minimaal 1,80 meter hoog. 2. De volledige installatie dient permanent (24/7) beveiligd te zijn middels een gecertificeerd, werkend en geactiveerd beveiligingssysteem met camera's en bewegingsdetectie. De camera's en bewegingsdetectie dienen ononderbroken de grenzen rondom de installatie te dekken. De camera's dienen minimaal 2 meter boven de grond te zijn gemonteerd en dienen dag en nacht duidelijke en scherpe beelden te verschaffen. Bovenstaande voorwaarden zijn als volgt vertaald in het voorliggende plan. Rondom het zonneveld komt een transparant hekwerk, zie hiervoor figuur 7. De toegangspoort wordt krijgt tevens een transparante uitstraling. Het hekwerk is 2 meter hoog en fauna passeer baar door plaatselijk openingen aan te brengen. Aan de randen van het zonneveld worden camera's geplaatst waardoor het zonneveld 24/7 permanent beveiligd is.

Figuur 7. Impressie hekwerk, toegangspoort en camerasysteem.

2.2.6 Bouw De bouw van het project zal waar mogelijk gedaan worden met lokale partijen. De start van de bouw is afhankelijk van de vergunningen. Het leggen van de panelen en plaatsen van de transformatorstations zal enkele maanden in beslag nemen. Om het park aan te sluiten op het net zullen de nodige aanpassingen moeten worden gedaan, deze werkzaamheden kunnen 0,5 a 1 jaar in beslag nemen.

2.2.7 Aansluiting op het net Onder technische aspecten van het project wordt ook gerekend; de afstand tot elektriciteits- of warmteinfrastructuur, eventuele transportverliezen of mogelijke netverzwaringen, nabijheid van (groot)verbruikers etc. Ten zuidoosten van het plangebied ligt aan de Vossenberg een transformatorstation. Op figuur 8 is te zien dat de afstand slechts 800 meter bedraagt en grotendeels over grond van de initiatiefnemer loopt. Door de relatief korte afstand van het zonneveld tot het transformatorstation zijn weinig transportverliezen te verwachten. Ook zijn netverzwaringen of grote ingrepen aan de netinfrastructuur niet noodzakelijk.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 13

Figuur 8. Afstand Zonneveld Rooijseweg tot aan de netaansluiting.

2.2.8 Operationeel Zodra het zonneveld gerealiseerd is zal het beheerd gaan worden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het onderhoud van de systemen, maar ook het monitoren van het zonneveld en diverse administratieve werkzaamheden. Daarnaast is onderhoud van de nieuwe landschappelijke elementen noodzakelijk.

2.2.9 Looptijd De looptijd van het zonneveld betreft 25 jaar. Na de exploitatiefase wordt het zonneveld volledig ontmanteld. De gronden worden hersteld naar de huidige staat, zodat ze weer in gebruik genomen kunnen worden voor agrarische doeleinden.

2.2.10 Communicatie en participatie Enovos vindt het belangrijk om omwonende te betrekken in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren. De Gedragscode Zon op Land vormt hiervoor de basis. Voor het participatietraject is een separaat communicatie- en participatieplan opgesteld welke separaat bij voorliggende vergunningsaanvraag is bijgevoegd. Participatie tijdens de planvorming Enovos informeert gedurende het planproces steeds omgeving over de plannen en tracht gedurende dit proces de wensen uit de omgeving maximaal te implementeren. De initiatiefnemer hanteert hierbij een actief omgevingsmanagement met als doel om belanghebbende maximaal te betrekken bij de planvorming en om zodoende het regionaal/lokaal profijtbeginsel optimaal te behartigen. Tijdens de planvorming volgt Enovos het beleidskader "Visie op grootschalige opwek van duurzame energie in Laarbeek". Informatieavond 30 juli 2020 Op 30 juli 2020 heeft Enovos een bewonersavond georganiseerd in café Bo en Zo in Mariahout. Voor deze avond zijn alle omwonenden in een straal van 100 meter vanaf het zonneveld uitgenodigd. Tijdens de avond hadden de omwonenden van het zonneveld de mogelijkheid om tussen 18:30 en 20:00 de plannen te bekijken en in gesprek te gaan met Enovos en Eelerwoude.

De avond is door circa 15 omwonenden bezocht, waarbij in zijn algemeenheid de meeste positief en of neutraal waren. Tegenstanders hebben zich niet gemeld. Met de aanwezigen is gesproken over o.a. de

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 14

landschappelijke inpassing en met name langs de watergang. Vanuit de woningen aan de Vossenberg waren er zorgen over zicht op het zonneveld. Om deze zorgen weg te nemen is het landschappelijke inpassingsplan aangepast en is er aan de oostzijde van het plangebied gekozen voor een nieuwe invulling die het zicht op het zonneveld ontneemt. Financiële participatie Het financiële participatiemodel kan worden vormgegeven door financiële participatie via Stichting Duurzaam Laarbeek, een vorm van aandelen of obligaties, door een omwonendenregeling met een vorm van vergoeding of door het laten meebeslissen over de besteding van een deel van de exploitatieopbrengst aan lokale leefbaarheids- of duurzaamheidsprojecten. Enovos biedt voor het zonneveld aan de Rooijseweg verschillende mogelijkheden voor financiële participatie. Hiervoor wordt een samenwerkingsovereenkomst (SOK) aangegaan met Driven by Values.

2.2.11 Financiering Enovos ontwikkelt zonnevelden voor eigen rekening en risico. Enovos is een ontwikkelaar van zonneenergieprojecten. Enovos heeft veel ervaring met het ontwikkelen van zonnestroomprojecten en heeft een portfolio van projecten, zowel op daken als op grond. De financiering van het vreemd vermogen wordt aangevraagd bij een reguliere bank (bijv. Triodos, ASN, Rabobank, e.d.). Daarnaast wordt SDE++ subsidie aangevraagd.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 15

3 Beleidskaders 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan dit beschreven beleid.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan: • regionaal maatwerk; • de gebruiker voorop zet; • investeringen prioriteert; • ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 13 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken.

Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld. Relevant voor de ontwikkeling van het zonneveld is dat de vraag naar elektriciteit zal blijven groeien. Vanwege de ambities voor beperking van de C02-uitstoot is een transitie naar duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig. Voor het opwekken van energie moet voldoende ruimte gereserveerd worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen (waaronder zon) in de totale energievoorziening moet omhoog en deze bronnen hebben relatief veel ruimte nodig. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de SVIR wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. De ontwikkeling van het zonneveld volgt de lijn van de SVIR en doet daarbij geen afbreuk aan de overige nationale belangen.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 16

3.2.2 Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • project Mainportontwikkeling Rotterdam; • kustfundament; • grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • •

defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van een zonneveld past binnen de regels van het Barro en het Bro. Wel moet worden afgewogen of de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij ook een nieuwe "Laddersystematiek" wordt toegepast. Deze nieuwe regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen.

De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling moge lijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

Het aanleggen van een zonneveld op de huidige agrarische percelen is geen nieuw stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State 1 blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonneveld geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening wordt hierna wel ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie.

1 Zie: ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448, ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016: 465. ABRvS 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:708.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 17

1.

Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening. Deze behoefte staat onder andere aangegeven in de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' en visie "Visie op grootschalige opwek van duurzame energie in Laarbeek" van de gemeente Laarbeek. Zowel de provincie als de gemeente willen zich profileren als duurzame overheidsinstanties. Duurzame energieopwekking in de vorm van een zonneveld draagt bij aan deze behoefte en profilering.

2.

Om voldoende zonne-energie op te kunnen wekken en te kunnen voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn zonnevelden noodzakelijk. Deze visie biedt ruimte voor het ontwikkelen van maximaal vijf zonnevelden in Laarbeek. De gemeente heeft daarbij de voorkeur om zowel kleinschalige als grootschalige zonneparken te ontwikkelen. Als definitie wordt de richtlijn van Enexis gehanteerd: een kleinschalig park is maximaal 6 hectare. Voor een grootschalig zonnepark wordt een maximale grootte van 12 hectare gehanteerd. Een initiatief moet voldoen aan de voorwaarden die de gemeente in haar visie heeft opgenomen. Hierbij wordt de Zonneladder aangehouden, zoals afgebeeld in figuur 11. Aan de hand van de ladder wordt de wenselijkheid van het gebied bepaald. De voorkeur gaat eerst uit naar realisatie van zonne-energie in de eerste trede en ais laatste naar de vierde trede. Echter betekent dit niet dat eerst alle ruimtes binnen de eerste trede ingevuld dienen te worden voordat realisatie in gebieden uit de derde trede mogelijk is. Uit onderzoek dient te blijken welke vraag ingevuld kan worden binnen welke trede. In gemeente Laarbeek is het mogelijk om zonnepanelen te plaatsen op daken. Uit onderzoek van de Zonatlas blijkt dat de maximale potentie van alle daken binnen de gemeente Laarbeek ligt op 490 TJ.

De nog in te vullen energievraag in de gemeente Laarbeek bedraagt 940 TJ. In het onderzoek van Zonatlas is het totale oppervlakte van daken binnen de gemeente meegenomen. Echter zijn niet alle daken geschikt voor zonnepanelen. Dit heeft onder andere te maken met technische aspecten (bijv. draagconstructies), schaduwvlakken en ongunstige situering. Ook kan niet het volledige dakoppervlak belegd worden met zonnepanelen, aangezien de panelen opgeleverd worden in een aantal formaten en niet naadloos aansluiten op het dak. Nochtans is de vraag naar duurzaam opgewekte energie nog maar voor de helft ingevuld met zon op daken. Naast daken is het volgens de Zonne-ladder gewenst om gronden binnen het stedelijk gebied te beleggen met zonnepanelen. In de gemeente Laarbeek is deze grond al in gebruik door bebouwing of is de betreffende grond gereserveerd voor andere functies. Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. Deze functies zijn in de meeste gevallen niet te combineren met een zonneveld en bijbehorende technische installaties. Daarnaast is voor een economisch rendabel zonneveld dat substantieel bijdraagt aan de duurzaamheidsopgave een oppervlakte nodig die effectief gebruikt kan worden.

Een efficiënt ingericht zonneveld met een dergelijke omvang als die van de Rooijseweg (circa 7,6 hectare aan zonnepanelen) is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Laarbeek. Ook al zou dit mogelijk zijn, dan nog zijn zonnevelden in het buitengebied benodigd om de energievraag in te vullen. Het plangebied van deze ontwikkeling ligt in het buitengebied van Laarbeek. Realisatie van een zonneveld op deze gronden draagt bij aan de versterking van landschappelijke- en natuurwaarden. Daarnaast is het voorgenomen plan financieel uitvoerbaar. Met de aanleg en inpassing van het zonneveld wordt uitgegaan van een meervoudig ruimtegebruik. Binnen het plangebied gaan duurzame opwekking van energie en natuurontwikkeling gepaard. Het zonneveld is goed te bereiken en omdat het zonneveld ver van de Rooijseweg af ligt is de beleving van het zonneveld minimaal. Het zonneveld wordt aangelegd voor de duur van 25 jaar, en wordt planologisch mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning. Aan het einde van de looptijd worden de percelen weer opgeleverd met de functie en bestemming zoals deze is verkregen.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 18

3.

Het zonneveld moet voornamelijk in de aanlegfase en in de ontmantelingsfase bereikt worden via de Rooijseweg. Daarnaast is het zonneveld alleen op heel beperkte schaal toegankelijk ten behoeve van het beheer. Het zonneveld kan op een veilige manier worden ontsloten via de Rooijseweg.

3.2.3 Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 is het klimaatakkoord vastgesteld. Het Kabinet heeft met het nationale klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikassen in Nederland met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Het centrale doel van het Klimaatakkoord, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, raakt aan het leven van alledag. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het te realiseren zonneveld draagt bij aan de doelstellingen in het vastgestelde klimaatakkoord.

3.2.4 Energieakkoord voor duurzame groei In het Energieakkoord voor duurzame groei is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het akkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken voor de korte en middellange termijn. Het Energieakkoord streeft naar een kosteneffectieve uitrol van grootschalig hernieuwbare energieopwekking. Deze strategie biedt zekerheid voor investeerders. Het levert nieuwe banen op. Het lokt innovaties uit. Dit verlaagt de kosten en het draagt bij aan versterking van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven. Eén van de te realiseren doelen is een toename van hernieuwbare energieopwekking naar 16% in 2023. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het te realiseren zonneveld levert een bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 16% duurzaam opgewekte energie in 2023.

3.2.5 Rijk investeert in duurzame energie De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonnevelden kan SDE++ subsidie worden aangevraagd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De subsidieregeling vanuit het Rijk laat zien dat het Rijk dergelijke initiatieven voor het opwekken van duurzame energie stimuleert.

3.2.6 Brief minister Wiebes aan Tweede Kamer Op 23 augustus 2019 heeft Minister Wiebes een brief gestuurd aan de Tweede Kamer betreffende de beantwoording moties Dik-Faber over een zonneladder als nationaal afwegingskader bij inpassing van zonneenergie. In deze brief benadrukt minister Wiebes, vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit en vanuit de zorgen van mensen over de impact van de energietransitie op hun leefomgeving, dat zorgvuldig moet worden omgegaan met landbouwgronden en natuur en dat het belangrijk is dat beschikbare ruimte op daken en andere terreinen (zoals snelwegen en vuilnisbelten), maximaal wordt benut. Het kabinet is daarom met het IPO, de VNG en maatschappelijke organisaties een voorkeursvolgorde overeengekomen, die voorziet in het ontzien van landbouw- en natuurgronden en het stimuleren van zon op daken. Deze voorkeursvolgorde zal in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) worden opgenomen, die provincies en gemeenten kunnen benutten om af te wegen waar zon-PV het beste kan worden ingepast. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 19

Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties. Hoewel natuur- en landbouwgebieden daarbij niet volledig worden uitgesloten, ligt de voorkeur bij gronden met een andere primaire functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren of bermen van spoor- en autowegen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het voorliggende plan voldoet aan deze genoemde voorkeursvolgorde. Met alleen zonnepanelen op daken worden de duurzaamheidsdoelstellingen in de gemeente Laarbeek niet gehaald. Er zijn daarom ook zonnevelden noodzakelijk (zie tevens de toelichting in subparagraaf 3.3.2 Interim omgevingsverordening). Met het voorliggende plan wordt het duurzaam opwekken van energie, gecombineerd met het versterken van landschaps- en natuurwaarden.

3.2.7 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de SVIR, Barro, de Bro. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in het Klimaatakkoord en in het Energieakkoord voor duurzame groei.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 20

3.3 Provinciaal en regionaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' De Omgevingsvisie provincie Noord-Brabant is vastgesteld op 14 december 2018. In de visie stelt de provincie dat ze in 2050 energieneutraal is. Daarnaast stelt ze 100% duurzame energie als doel voor 2050, wat grotendeels afkomstig is uit Noord-Brabant. Voor 2030 is er ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% duurzame energie. Bij de realisatie van energie-opwekking wil Provincie Noord-Brabant haar natuurgebieden zoveel mogelijk ontzien. Daarom is er gesteld dat ze alleen onder voorwaarden mee wil werken aan energie-opwekking in het Natuurnetwerk Brabant. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het voorliggende plan wordt niet in Natuurnetwerk Brabant gerealiseerd. Ten noorden van het plangebied ligt een ecologische verbindingszone en bestaande en nieuwe natuur. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de ecologische waarden en er zal worden gestreefd om deze zone te versterken. Het plan draagt in grote mate bij aan de energiedoelstellingen van Provincie Noord-Brabant.

3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De interim omgevingsverordening Noord-Brabant (1 maart 2020) hangt samen met de hiervoor genoemde Omgevingsvisie. Het is de doorvertaling van de visie naar concrete regels. De verordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor alle Nederlandse provincies. In figuur 9 is de ligging van het plangebied te zien, het gebied ligt in het 'Landelijk gebied' en 'Gemengd landelijk gebied'.

Figuur 9. Uitsnede visiekaart Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Zonneveld Rooijseweg, Mariahout | Eelerwoude | 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=ed3357a8-0512-414e-bbd1-5cb64732e3f2