8 20220929 Ontwerpbestemmingsplan De Klokkengieterij Toelichting.docx.doc
Tekst van het document
Gemeente Laarbeek Bestemmingsplan De Klokkengieterij
Inhoud 1.
toelichting
2.
bestemmingsplanregels
3.
verbeelding NL.IMRO.1659.BPARklokkengieter-ON01 d.d.: 10-5-2022
2
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
Toelichting
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
3
4
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2. Het plangebied 1.3 Crisis- en Herstelwet 1.4 Vigerende plannen 1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving 2.1 Historisch perspectief 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie, projectprofiel Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Volkshuisvesting 3.6. Archeologische en cultuurhistorische waarden 3.7 Verkeer en parkeren 3.8 Groen 3.9 Kabels, leidingen 3.10 Veiligheid Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf 4.1 M.e.r.-beoordeling 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Externe veiligheid 4.6 Duurzaamheid 4.7 Bodem 4.8 Natuur 4.9 Water Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1 Algemeen 5.2 Planmethodiek 5.3 Verbeelding 5.4 Planregels Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke haalbaarheid 6.1. Economische haalbaarheid 6.2. Maatschappelijke haalbaarheid
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
8 8 8 10 10 11 12 12 13 15 18 18 18 18 23 27 29 30 35 37 39 39 40 40 41 42 43 46 47 48 50 53 60 60 60 60 60 62 62 62 62
5
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
6
bouwhistorisch onderzoek Rijksmonument verkeersonderzoek vormvrije MER beoordeling akoestisch onderzoek verkennend bodemonderzoek dorpsbos verkennend bodemonderzoek ambachtsterrein quickscan flora en fauna aanvullend onderzoek vleermuizen memo Aerius calculatie watertoets
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Aanleiding en doel van dit bestemmingsplan is de voorziene transformatie van een locatie aan de Dorpstraat, Klokkengietersstraat en Kanaaldijk te Aarle-Rixtel. Het project bestaat uit de realisatie van 63 woningen, waarvan 22 woningen in te transformeren bestaande bebouwing en 41 grondgebonden woningen. Deze herontwikkeling is onderdeel van de bestaande centrum (woon)omgeving van AarleRixtel. Het project past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is aldus opgesteld en voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de herontwikkeling mogelijk te maken.
1.2.
Het plangebied
De bebouwing binnen het plangebied zal deels worden geamoveerd en deels worden herbestemd. De locatie (kadastraal bekend Laarbeek sectie A nrs. 1832, 1884, 2288, 2468 ged., 2469, 2601 ged., 2780, 3044, 3042 en 3071) zal worden bebouwd met het project. De locatie ligt in het noord-oosten van het dorp Aarle-Rixtel aan de Dorpstraat ten zuiden en de Kanaaldijk ten oosten.
afbeelding : ligging plangebied
8
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
afbeelding : plangebied bestaand
afbeelding : plangebied nieuw
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
9
1.3
Crisis- en Herstelwet
De Crisis- en herstelwet (Chw) is in het leven geroepen ten behoeve van versnelling van ruimtelijke projecten. Dit om de economische crisis en haar gevolgen te bestrijden. Per 25 april 2013 is deze wet permanent geworden (Staatsblad, jaargang 2013, nr. 144 en nr. 145). De Chw is met name gericht op grote infrastructurele projecten en projecten gericht op duurzaamheid, innovatie en energie, alsmede woningbouwplannen, omvattende meer dan 11 woningen. Aldus is de conclusie dat de Chw op dit bestemmingsplan van toepassing is.
1.4
Vigerende plannen
Het bestemmingsplan “Kom Aarle-Rixtel” (onherroepelijk en vastgesteld op 29-012015) wordt voor wat betreft het plangebied vervangen door onderhavig bestemmingsplan. Hieronder is opgenomen een gedeelte van de plankaart (verbeelding) van het bestaande bestemmingsplan met daarin het plangebied.
afbeelding : uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
Het plangebied kende de bestemmingen “bedrijf”, “wonen” en “groen” alsmede de dubbelbestemmingen “waarde-archeologie 3”, “waarde-archeologie 4”, “waardearcheologie 5” en “waarde-waardevolle bomen”. Verder is op de locatie van toepassing het (voor geheel Laarbeek geldende) “Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Laarbeek”.
10
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
1.5
Leeswijzer
Het bestemmingsplan “De Klokkengieterij” bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Bij (de regels van) het bestemmingsplan behoort het Besluit Hogere grenswaarde Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De toelichting bestaat uit zes hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met de beschrijving van de bestaande situatie in het plangebied en een beschrijving van het project en de randvoorwaarden. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden voor en het beleidskader voor de opstelling van het voorliggende bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de relevante milieuaspecten. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is beschreven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid is beschreven in hoofdstuk 6. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
11
Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving 2.1
Historisch perspectief
Aarle-Rixtel Historisch gezien is het dorp Aarle-Rixtel opgebouwd uit twee vroegere kernen: Aarle en zuidoostelijk daarvan Rixtel. Beide kernen hadden een parochiekerk maar deze kerken werden genaast door de protestanten in 1648. Na 1672 werd er voor de katholieken een schuurkerk gebouwd tussen beide parochies in, waardoor de parochies aaneengroeiden. De Protestanten waren met zo weinigen dat ze niet in staat waren de twee voormalige parochiekerken te onderhouden. Ze raakten in verval en de parochiekerk van Rixtel werd in 1818 gesloopt. De Aarlese kerk, de voormalige Mariakerk, werd door de protestanten nog geruime tijd gebruikt. Het aantal leden van de Hervormde Gemeente was echter gegroeid, mede door toedoen van de Maatschappij van Welstand, die boerderijen had opgekocht waar protestantse boeren in kwamen te wonen. Daarom werd een waterstaatskerk gebouwd die in 1847 gereed kwam. Het was een achtkantig zaalkerkje. Bouwkundig gezien was het slecht geconstrueerd en reeds in 1872 stortte de voorgevel in, waarna de kerk in 1873 geheel werd gesloopt en een nieuwe kerk werd gebouwd die in 1874 gereed kwam en tegenwoordig als het Kouwenbergs kerkje bekendstaat. Ook de katholieken kregen hun waterstaatskerk. Deze kwam in 1846 gereed en fungeert nog steeds als parochiekerk voor Aarle en Rixtel. In de twintigste eeuw zijn beide kernen volledig aaneengegroeid.
Hierdoor is AarleRixtel een betrekkelijk groot en lang dorp geworden, waarvan in 1823 een klein deel is afgesneden door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart. Er kwamen twee belangrijke kloosters in Aarle-Rixtel: Het klooster van de Zusters van Liefde in 1856 (Mariëngaarde) en het klooster van de Missiezusters van het Kostbaar Bloed in 1903. Aarle-Rixtel staat ook bekend om zijn textielindustrie en klokkengieterij. De klokkenindustrie heeft een lange geschiedenis die pas recentelijk is beëindigd. De textielindustrie werd, onder de huidige naam Artex b.v., in de eerste plaats gevestigd door textielfabrikant Louis van Kimmenade in 1944. De familie van de Kimmenade was tot aan eind jaren 70 één van de bekendste textielfamilies van Noord-Brabant. Overigens vormden, na ongeveer 1810, de kernen Aarle en Rixtel een enkele gemeente Aarle-Rixtel. Deze is op 1 januari 1997 opgegaan in de gemeente Laarbeek. Ruimtelijke ontwikkeling van het dorp Aarle groeide in de Middeleeuwen uit tot een bedevaartsoord. Niet-agrarische bebouwing concentreerde zich rondom kerk, gasthuis, klooster en herberg. Het centrum van Rixtel lag oorspronkelijk aan het dal van de Gulden Aa. De nederzetting vormde mogelijk een kasteeldorp bij het Guldenhuis of Kasteel van Rixtel.
Typerend voor de historisch-stedenbouwkundige structuur zijn de twee plaatseachtige pleinen (‘Kouwenberg’ en ‘Dorp’) die door de Dorpsstraat verbonden worden. Oorspronkelijk bevond de bebouwing zich dan ook voornamelijk langs de Dorpsstraat. Vanaf het einde van de 19e eeuw werd het oude bebouwingslint verdicht en werden langzaam de linten bebouwd, die uitwaaieren vanuit de historische bebouwingsconcentraties. Deze historische wegen zijn nu nog duidelijk te herkennen 12
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
in de huidige structuur van Aarle-Rixtel. Het betreffen onder andere de Lieshoutseweg, Bosscheweg en Klokkengietersstraat. In het lint richting de Aa komen enkele bijzonder ensembles voor met nog een hoge mate van authenticiteit. Het betreft onder meer de klokkengieterij aan de Klokkengietersstraat in samenhang met infrastructuur en de (industriële) bebouwing rond de Zuid Willemsvaart alsook het hotel en directe omgeving aan de Dorpsstraat, een goed behouden expressionistische bouwwerk in een groene setting. Aansluitend op de historische structuren zijn in latere perioden, met name begin 20ste eeuw, enkele secundaire verbindingswegen in een geleidelijk tempo bebouwd, de zogenaamde gemengde bebouwingslinten. De gemengde bebouwingslinten in AarleRixtel worden gevormd door de Bosscheweg (in combinatie met de Koppelstraat en het Onze Lieve Vrouwenplein vormend een gemengd bebouwingslint) alsmede de Kerkstraat en aansluitend de bebouwing aan het eerste deel van Opstal. Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw heeft Aarle-Rixtel een sterke groei doorgemaakt. Het principe van de lintbebouwing werd verlaten. Projectmatig is woonbebouwing gerealiseerd tussen de verschillende linten, in de directe nabijheid van de voorzieningen aan het lint.
De uitbreidingen hebben evenwichtig plaatsgevonden achter deze linten in noordelijke en zuidelijke richting, waardoor de kern een meer concentrische vorm heeft gekregen. Door de ontstaansgeschiedenis hebben ook de woonbuurten in het algemeen een gevarieerd karakter. Er ontstonden bijzondere plekken, zoals het Onze-LieveVrouweplein. Het dorp wordt verder gekenmerkt door een vrij ruime woonbebouwing in de wat duurdere klassen.
2.2
Huidige situatie
Kenmerkend voor het plangebied is de ligging aan de Dorpstraat en de Kanaaldijk in het noord-oosten van het dorp Aarle-Rixtel.
afbeelding : plangebied als onderdeel van centrum Aarle-Rixtel
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
13
De bestaande situatie omvat enerzijds het terrein van de (voormalige) klokkengieterij en anderzijds het parkbos in de directe nabijheid hiervan.
afbeelding : bestaande situatie
Het monumentale pand van Klokkengieterij Petit & Fritsen vormt een prominent onderdeel van de entree van Aarle-Rixtel. Verscholen achter het imposante poortgebouw ligt een terrein waar vanaf 1906 vele klokken werden geproduceerd voor een internationale markt.
afbeelding : bestaande bebouwing
14
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
2.3
Toekomstige situatie, projectprofiel
Ontwikkeling op hoofdlijnen Nu er op de locatie niet langer klokken worden gegoten, vraagt het gebied om een nieuwe toekomst. De bestaande kwaliteiten van de locatie en de gebouwen bieden kansen voor een herontwikkeling tot een eigentijds woongebied met industriële allure met behoud van het historische karakter en het industriële erfgoed, aanwezig groen en de dorpse intimiteit. Het stedenbouwkundig plan benut de tweedeling in de ruimtelijke structuur voor twee leefsferen: het industriële Ambachtsterrein en het groene Dorpsbos. Door de geest hiervan te bewaren, wordt een milieu geschapen, dat past bij de historische identiteit van de Klokkengieterij en woonruimte biedt aan een diverse dorpsgemeenschap.
afbeelding : impressie ambachtsterrein
Het Rijksmonument Binnen het plangebied zal in het in 1906 gebouwde pand Klokkengietersstraat 1 sinds 1988 beschermd als rijksmonument - sprake zijn van voornamelijk voortzetting van bestaand gebruik. Hiertoe wordt de vigerende bestemming “bedrijf” vervangen door de bestemming “centrum” waarin naast een conserverende regeling van de bestaande bestemming en gebruikskader de mogelijkheid wordt toegevoegd van maatschappelijke doeleinden en zakelijke dienstverlening. Deze bestemming doet (met name ook vanwege het wijzigen van de bestemming van de achterliggende gebouwen van “bedrijf” naar “wonen” meer recht aan het Rijksmonumentale karakter van het gebouw. Een verdere aanvulling van de gebruiksmogelijkheden wordt gegeven middels de aanduiding “museum”, waarbij in de begripsbepalingen in de regels dit begrip wordt geconcretiseerd door de beperking dat het museum gericht zal zijn op verwerving, behoud, onderzoek, presentatie, documentatie en het geven van bekendheid aan geschiedenis en gebruik van het Rijksmonument. Het bedrijfsgedeelte in het monument omvat aldus circa 210 m2 BVO. Het museumdeel zal maximaal 160 m2 BVO bedragen.
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
15
De hallen en het buitenterrein van het Ambachtsterrein De wooninvulling op het Ambachtsterrein vindt plaats in de grotere hal aan de achterzijde van het monument (bouwaanvraag 1946-1947), waartoe sprake zal zijn van verbouwing van de achterliggende hal, waarmee geen wijziging wordt aangebracht aan het Rijksmonument. Ook de vrijstaande hal in dit plangedeelte wordt bestemd tot appartementen met daaromheen grondgebonden woningen. Het spoorlijntje blijft bewaard en dient als het organiserende principe voor de nieuwbouw waardoor een ruimtelijke sequentie ontstaat van steegjes, pleintjes en een buurtparkje. In harmonie met het industriële erfgoed leidt nieuwbouw aan weerszijden van de hallen tot intieme straatjes met een menselijke maat. De oude hallen bieden onderdak aan moderne loftachtige appartementen, waarbij de voordeuren zich bevinden aan de oorspronkelijke binnenstraat. De originele trolley, waarmee ooit de klokken over het spoor werden verplaatst, krijgt een groene invulling. De binnenstraat heeft de sfeer van een industriële orangerie. Het Dorpsbos Waar het Ambachtsterrein meer stedelijk van aard is en het (woon)programma gevarieerd, onderscheidt het Dorpsbos zich door typisch dorpsgroen en een kleinschalig karakter.
Landelijke elementen, zoals de talloze bomen, de omzoomde sloot en een beukenhaagje, maken het een geschikte plek voor clusters van woningen in villastijl, verborgen in het groen. De woningen bieden ook de passant op de Kanaalkade een sfeervol uitzicht dat past bij de stijl van Aarle-Rixtel. De villa’s in het groen kenmerken de entree van het dorp en vormen door hun landschappelijke uitstraling een zachte dorpsrand.
afbeelding : impressie dorpsbos
De inrichting van de openbare ruimte benut eveneens de historische en groene kwaliteiten van de plek. Het onderscheid tussen het rode Ambachtsterrein en het groene Dorpsbos wordt benadrukt door een afwijkende beplanting en detaillering. Zowel op het Ambachtsterrein als in het Dorpsbos is de publieke ruimte gericht op ontmoeting en flexibel gebruik. Pleinen, parkjes en parkeerterreinen zijn adaptief en multifunctioneel ingericht passend bij de dorpse sfeer van het woongebied en de familiegeschiedenis van de Klokkengieterij. Tevens wordt voorzien in parkeerplaatsen, zoals nader in paragraaf 3.7. beschreven. 16
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
Woningtypologieën en verdeling Het woningbouwprogramma in het plangebied omvat 63 woningen, zoals op onderstaande afbeelding weergegeven :
afbeelding : inrichting / soorten woningen
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
17
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden opgenomen waar bij de realisatie van het bestemmingsplan rekening mee dient te worden gehouden. De voorgenomen ontwikkeling moet passen in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling in dit hoofdstuk een complete samenvatting te geven van het beleid. Uitsluitend de meest relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven. Niet-ruimtelijk beleid is per onderwerp apart in dit hoofdstuk opgenomen. Het beleid dat gericht is op verschillende milieu- en andere planologische aspecten wordt toegelicht in de milieuparagraaf. Beleid met betrekking tot het aspect water wordt beschreven in de waterparagraaf.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1. Nationale Omgevingsvisie 2020 (Novi) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.
18
Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Beperken van klimaatverandering. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat.
Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit.
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
18. 19. 20. 21.
Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Ontwikkelen van een duurzame visserij.
De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten : 1. 2. 3. 4.
ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting uit de Omgevingswet van het begrip fysieke leefomgeving en wordt de noodzakelijke integraliteit van afwegingen benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Het doel van de toekomstige Omgevingswet (deze wet treedt naar verluid in werking per 1 juli 2022) is namelijk het bereiken van een balans tussen: '(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in de omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving. Hiermee moet dus rekening worden gehouden bij het maken van beleidskeuzes. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit.
Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen.
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
19
Plangebied Een opgave in de NOVI is om aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio's) woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om in het plangebied woningen te realiseren. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. In paragraaf 3.2.2. en 3.5. wordt hier nader op ingegaan. Het plangebied is gelegen binnen de MIRT-regio Brabant en Limburg. Voor deze regio geldt een aantal specifieke opgaven van nationaal belang. Zo wordt ingezet op het versterken van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost-Nederland (regio Eindhoven-Helmond). Het optimaal benutten en verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze regio via weg, water, spoor en lucht is van groot belang. Daarnaast dienen de waterveiligheid, -kwaliteit en zoetwatervoorziening geborgd te worden op zowel korte als lange termijn. Verder zal de (herijkte) Ecologisch Hoofdstructuur (EHS), inclusief Natura 2000-gebieden, verder tot stand gebracht en beschermd worden. Een goed vestigingsklimaat kan bereikt worden door hoogwaardige stedelijke woonmilieus, stedelijke voorzieningen en variërende toegankelijke groengebieden rond het stedelijk gebied te realiseren. Op deze manier wordt de regio aantrekkelijker voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers om hier te komen werken en/of zich hier te vestigen.
Conclusie Het bestemmingsplan “locatie klokkengieterij” omvat de realisatie van 63 woningen (deels in bestaande te transformeren bebouwing en deels in de vorm van grondgebonden woningen) en wil hierbij een leefbare en veilige woon- en leefomgeving vastleggen. Daarnaast worden de aanwezige waarden op met name cultuurhistorisch gebied in het plan gewaarborgd. De NOVI krijgt doorwerking op lagere beleidsniveaus. De relevante beleidsstukken op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn in de navolgende paragrafen getoetst. Tot slot zijn op rijksniveau geen belangen benoemd die rechtstreeks van invloed zijn op het plangebied 3.2.2
Duurzaamheidsladder
Op 1 oktober 2012 is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder vormt daarmee een bindend toetsingskader voor alle gemeentelijke bestemmingsplannen, provinciale inpassingsplannen en provinciale ruimtelijke verordeningen. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6. lid 2 Bro gewijzigd en komen te luiden als volgt : “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” 20
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd en dat eerst als dat niet mogelijk is wordt gemotiveerd waarom die ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De volgende stappen dienen doorlopen te worden : 1. Uitgangspunten vaststellen: Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling 2. Afweging locatiekeuze: valt het bestemmingsplan binnen bestaand stedelijk gebied 3. Beschrijving van de behoefte: voorzien de diverse functies in een behoefte. Ad. 1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die aan de orde blijft, is - op basis van planvergelijking - of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij is van belang wat het voorgaande bestemmingsplan aan ruimtelijke mogelijkheden bood en in hoeverre het nieuwe bestemmingsplan hierop een toevoeging of wijziging mogelijk maakt. Het bestemmingsplan voorziet in een transformatie van een bedrijfslocatie en aansluitend gelegen onbebouwde locatie naar een locatie met 63 woningen. Voor een woningbouwlocatie volgt uit de jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Aldus is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit betekent dat in dit bestemmingsplan de locatiekeuze gemotiveerd moet worden en dat een beschrijving van de behoefte nodig is. Ad.
2 Ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied dient gemotiveerd te worden of deze behoefte niet in stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Dit plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Aarle-Rixtel. Zoals in deze toelichting beschreven kiest de gemeente voor toevoeging van woningbouw op deze locatie om te komen tot afronding van een bestaand woonmilieu. Op basis van vaste jurisprudentie hoeft de gemeente - indien een behoefte bestaat waarin kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied - niet te beoordelen of ook elders binnen bestaand stedelijk gebied in de gemeente of de regio in deze behoefte zou kunnen worden voorzien. Ad 3. Beschrijving van de behoefte Kwantitatief Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 63 woningen mogelijk. In de regionale woningbouwafspraken is de uitbreidingsruimte in Laarbeek tot en met 2024 vastgelegd op 1.105 woningen. Gelet op de totale bestaande plancapaciteit begin 2016 is de resterende uitbreidingsruimte 242 woningen. Het uitgangspunt in de woonvisie is dat deze kwantitatieve ruimte van 242 woningen vooral ingezet moet gaan worden voor Aarle-Rixtel en in de tweede plaats voor Lieshout. Voor Aarle-Rixtel wordt daarom tot en met 2024 uitgegaan van een totale woningbouwopgave van 70 woningen (aanvullend op de woningen in het project Het Klavier).
Aldus wordt met dit plan met 63 woningen in een (kwantitatieve) woningbehoefte voorzien.
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
21
Kwalitatief Het plan wordt gekenmerkt door diverse soorten woningen, die op een harmonieuze manier tot een samenhangend woningbouwplan zijn gevormd, waarmee de locatie in het noord-oosten van Aarle-Rixtel wordt gekomen tot een plezierig woonmilieu in aansluiting op de bestaande omgeving. Gezien de ligging van de locatie nabij het centrumgebied zijn de woningen geschikt voor een brede doelgroep. Conclusie Laddertoets Zoals beschreven voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de eisen van artikel 3.1.6. lid 2 Bro. De woningtypen sluiten aan op de afspraken die in regionaal en provinciaal verband zijn gemaakt en de inwoners / huishoudensgroei in de gemeente Laarbeek. Het betreft dan niet alleen de kwantitatieve afspraak qua regionale behoefte passend binnen de bestaande beschikbare (regionale) beleidsstukken. Maar de toevoeging past ook binnen de regionale kwalitatieve behoefte.
3.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en wordt met het Barro en het Bro juridisch verankerd. In totaal gaat het om dertien nationale belangen. In het kader van deregulering en decentralisatie is er voor gekozen om de regels zoveel mogelijk door te laten werken op het niveau van de lokale besluitvorming. Door de nationale belangen in bestemmingsplannen te borgen, worden deze belangen reeds in een vroeg stadium vastgelegd, wat bijdraagt aan een versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke druk. Enkele bepalingen hebben echter betrekking op provinciaal medebewind en ontheffingsmogelijkheden. In het bijzonder gaat het hier om de artikelen ten behoeve van Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en de EHS. Conclusie Binnen de kom van Aarle-Rixtel zijn geen nationale belangen aan de orde. Het Barro legt geen beperkingen op aan de planvorming.
3.2.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid heeft 13 nationale belangen. Het bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met deze belangen. Het bestemmingsplan voorziet in een transformatie van een voormalige bedrijfslocatie naar de bouw van diverse woningen alsmede de bouw van grondgebonden woningen in binnenstedelijk gebied en past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en conflicteert niet met nationale belangen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro.
22
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijn doel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Herbestemmen wordt gezien als het nieuwe bouwen.
Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan Brabantse steden en dorpen vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen namelijk de kansen om de forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen in de komende tien jaar te realiseren. De beoogde ontwikkeling draagt hieraan bij.
3.3.2
Interim omgevingsverordening
Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2022 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening NoordBrabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Voorliggend plangebied is binnen de Omgevingsverordening gelegen binnen het ‘Stedelijk gebied’.
Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
23
gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Iov N-B. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor het ‘Stedelijk gebied’. Tevens moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit. De toetsing wordt hierna uitgevoerd.
afbeelding : weergave plangebied in Iov N-B
Artikel 3.42 : Duurzame stedelijke ontwikkeling Voor het onderhavige plangebied is allereerst van belang artikel 3.42 Iov N-B : artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Beoordeling
24
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch toevoegen van 63 woningen in het bestaand stedelijk gebied van Aarle-Rixtel. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Met betrekking tot de woningbouwplanning voor de gemeente Laarbeek dient te worden gekeken naar hetgeen hierover in deze toelichting elders is beschreven. Het onderhavige planvoornemen draagt bij aan het invullen van de woningbouwbehoefte in de regio in het algemeen en in Aarle-Rixtel in het bijzonder. Derhalve past het plan binnen de regionale afspraken. Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie. Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen de kern van Aarle-Rixtel, alwaar voorzieningen per fiets te bereiken zijn. Tot slot wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden in artikel 3.42 Iov.
Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor evenwichtige functietoedeling Voor het plangebied zijn verder van belang de artikelen 3.5 – 3.8 Iov N-B : Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met : a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaarde-creatie. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag (bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel) voor bebouwing, bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6 lid 2 Bro (ladder voor duurzame verstedelijking en gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op • de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden;
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
25
• de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen, waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. • de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Meerwaarde-creatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat alsmede de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling plan Zorgvuldig ruimtegebruik a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan in overwegende mate sprake. b.
Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.2. getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het beoogde bouwvlak en de bestemmingen zijn zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Toepassing van de lagenbenadering In de hoofdstukken 4 en 5 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten op de ondergrond. Wat betreft de effecten op de netwerklaag kan worden vastgesteld dat voor onderhavig initiatief geen nieuwe infrastructuur behoeft te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer vindt plaats op de bestaande infrastructuur. Wat betreft de effecten op de bovenste laag zijn de effecten op het milieu beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Meerwaardecreatie Met onderhavig initiatief wordt invulling gegeven aan meerwaardecreatie door de functionele en ruimtelijke inpassing van de nieuwe woningen in de bestaande (woon)omgeving. Het plan draagt bij aan het verbeteren van de leefbaarheid aan dit deel van het dorp vanwege de ruimtelijke kwaliteitsverbetering en omdat er behoefte is aan de nieuwe woningen.
Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. Dit bestemmingsplan past binnen de regels van de Interim omgevingsverordening.
26
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
3.3.4 Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie heeft als voormeld de Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wavkaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing.
Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze lag vanaf 9 april 2021 ter inzage voor de duur van zes weken. In het ontwerp van de omgevingsverordenig Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1. Structuurvisie 'Groei in balans' Op 16 september 2010 is de Structuurvisie 'Groei in Balans' vastgesteld door de gemeenteraad van Laarbeek. De Structuurvisie omvat het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen van de gemeente Laarbeek tot 2020. In deze structuurvisie wordt, na een beleidsinventarisatie en trendbeschrijving, op basis van acht kernkwaliteiten de visie op hoofdlijnen weergegeven. Op basis van de visie worden twaalf speerpunten benoemd voor de ontwikkeling van de gemeente Laarbeek. In de structuurvisie zijn uitgangspunten, randvoorwaarden en doelstellingen opgenomen. Naast de algemene doelen zijn voor Aarle-Rixtel specifieke doelen benoemd. De stedenbouwkundige structuur van Aarle-Rixtel is te typeren als een bandstructuur aan beide zijden van de Dorpsstraat. Dit cultuur-historisch waardevol lint ligt opgespannen tussen twee karakteristieke driehoekige pleinen: De Kouwenberg en het Heuvelplein. Beide pleinen zijn exponenten van de ontstaansgeschiedenis van het dorp en dienen dan ook onaangetast te blijven. Functiewijziging en vervangende nieuwbouw aan de randen van de pleinen is - mits smaakvol ingepast - toegestaan. Bebouwing op het plein is hier uit den boze.
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
27
De kern Aarle-Rixtel is met de rug naar de Zuid-Willemsvaart en het Wilhelminakanaal gekeerd. Hierdoor krijgt de passerende waterrecreant en automobilist weliswaar een groen beeld van de kern, maar tegelijkertijd is de etalage niet uitnodigend voor een bezoek. De nabijheid van en het zicht op water geven ook de mogelijkheid om een bijzondere woonkwaliteit te creëren. Zonder het groene beeld rigoureus geweld aan te willen doen, ziet de gemeente op bescheiden schaal woonpotentie aan de Kanaaldijk in Aarle-Rixtel. Conclusie Onderhavig bestemmingsplan geeft binnen de kaders van de structuurvisie ruimte voor de toevoeging van 63 woningen in Aarle-Rixtel.
3.4.2. Verkeer- en vervoersbeleid Conform het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan wordt de uitvoering van infrastructurele maatregelen afgestemd op de categorisering van het wegennet en de verdere invoering en inrichting van 30km/uur gebieden. Daarnaast zijn reconstructies van kruispunten aan de orde in verband met de verkeersveiligheid. Bij de infrastructurele maatregelen zijn aandachtspunt de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer, de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers en de toegankelijkheid voor de bus. Een extra aandachtspunt vormt het parkeren. Het toenemend autobezit vraagt op diverse plaatsen om meer parkeermogelijkheden. De wegcategorisering conform het wegcategoriseringsplan 2006 voorziet binnen de bebouwde kom in verkeersaders binnen de kom (50 km/uur) en verblijfsgebied binnen de kom (30 km/uur). Binnen de kom van Aarle-Rixtel zijn (delen van) de Kanaaldijk, Klokkengieterstraat, Lieshoutseweg (ca. 50 meter tussen de komgrens en de verkeersdrempel) en Helmondseweg aangewezen als verkeersaders. De overige wegen maken deel uit van het verblijfsgebied. Conclusie Het bestemmingsplan voorziet niet in de ontwikkeling van nieuwe wegen. De bestaande wegenstructuur is uitgangspunt voor de regeling in het bestemmingsplan.
3.4.3. Locatiestudie Aarle Rixtel In juni 2016 is de Locatiestudie Aarle Rixtel vastgesteld als gevolg van de door de gemeenteraad op 11 december 2014 aangenomen motie om in de kernen Aarle-Rixtel en Lieshout nieuwe woningbouwplannen te ontwikkelen. Voor Aarle-Rixtel geldt een volkshuisvestelijke opgave van 70 woningen tot 2024. In deze studie zijn 10 potentiële woningbouwlocaties in Aarle-Rixtel onder de loep genomen waaronder de locatie “Kanaaldijk” als onderdeel van het onderhavige plan. De locatiestudie wijst uit dat deze locatie geschikt is voor ontwikkeling op de middellange termijn in deze scope. Conclusie Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 63 woningen in Aarle-Rixtel en geeft daarmee invulling aan de gewenste nieuwe woningbouwplannen. 28
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
3.5
Volkshuisvesting
3.5.1 Regionaal beleid : regionaal woningbouwprogramma 2012-2022 De woningmarktopgave is per definitie een bovenlokale opgave, waarbij de woningmarkt een groter gebied bestrijkt dan alleen de eigen gemeente of de SREregio. Met een regionaal woningbouwprogramma spreken de 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant uit rekening te houden met elkaars belangen en te streven naar een evenwichtige woningmarkt. Meerwaarde voor de regio als geheel, en de gemeenten als onderdeel daarvan, ontstaat bij regionale samenwerking en afstemming op het gebied van woningbouw en niet bij concurrentie tussen gemeenten onderling. Belangrijk uitgangspunt voor de landelijke gemeenten is dat ze hun kwaliteiten, die samenhangen met het feit dat ze groen en klein zijn, willen behouden. Dat past bij het bouwen binnen het principe van migratiesaldo-nul. Mocht blijken dat door een te grote woningbouwproductie een positief migratiesaldo ontstaat, dan wordt die gemeente door de andere gemeenten daarop aangesproken en vindt bijsturing plaats. In overleg benoemen gemeenten gezamenlijk uitzonderingen op het principe migratiesalso-nul. Dit geldt met name voor gemeenten waar de woningbouw is gerelateerd aan lokale of regionale ontwikkelingen. De gemeente Laarbeek is binnen het regionaal woningbouwprogramma een taakstelling van 843 woningen toegekend in de periode van 2012 tot en met 2021.
Het gaat om de netto toename van de woningvoorraad. De landelijke gemeenten zetten bovendien nadrukkelijk in op het toevoegen van sociale woningen. Het is de bedoeling dat in de Peelgemeenten, waartoe Laarbeek behoort, gemiddeld 35% van de nieuwbouw in de sociale sector wordt gebouwd. Conclusie Het bestemmingsplan “De Klokkengieterij” voorziet in de ontwikkeling van 63 nieuwe woningen. Het regionaal woningbouwbeleid vormt geen beperking voor onderhavig bestemmingsplan.
3.5.2. Gemeentelijk beleid : woonvisie 2017-2021 gemeente Laarbeek De Woonvisie 2017-2021 ‘Wonen in Laarbeek’ is het richtinggevende beleidskader voor woningbouwontwikkelingen in Laarbeek. In het document geeft de gemeente op hoofdlijnen aan welke volkshuisvestelijke ontwikkelingen de komende jaren wenselijk zijn. Op basis hiervan kunnen bijvoorbeeld de woningcorporaties met concrete voorstellen voor de sociale woningbouw komen. Daarnaast biedt de woonvisie inzicht in de mogelijkheden die de gemeente heeft om bouwplannen te ontwikkelen en de bijbehorende voorwaarden op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid en levensloopbestendigheid. In de visie wordt benoemd dat de totale plancapaciteit (dat wil zeggen de concrete vastgestelde of nog vast te stellen bouwplannen/bestemmingsplannen) per 1 januari 2016 voor Laarbeek 863 woningen bedraagt. In de regionale woningbouwafspraken is de uitbreidingsruimte in Laarbeek tot en met 2024 vastgelegd op 1.105 woningen. Gelet op de totale bestaande plancapaciteit begin 2016 is de resterende uitbreidingsruimte 242 woningen. Het uitgangspunt in de Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
29
woonvisie is dat deze kwantitatieve ruimte van 242 woningen vooral ingezet moet gaan worden voor Aarle-Rixtel en in de tweede plaats voor Lieshout. Voor Aarle-Rixtel wordt daarom tot en met 2024 uitgegaan van een totale woningbouwopgave van 70 woningen (aanvullend op de woningen in het project Het Klavier) Conclusie Het bestemmingsplan “De Klokkengieterij” voorziet in de ontwikkeling van 63 nieuwe woningen. Het gemeentelijk woningbouwbeleid vormt geen beperking voor onderhavig bestemmingsplan.
3.6.
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1. Archeologie Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven, zodat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, waarin de uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) de basis van de omgang met archeologie blijven. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de Omgevingswet.
afbeelding : archeologische beleidskaart
In het Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Laarbeek, zijn de aanwezige archeologische waarden en verwachtingen vastgelegd. Binnen de kern Aarle-Rixtel is sprake van gebieden met 'Archeologische waarden' (rood gekleurd), gebieden met een 'Hoge verwachting, historische kern' (paars gekleurd), gebieden met
30
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
een ‘Hoge verwachting' (oranje gekeurd), gebieden met een 'Middelhoge verwachting' (lichtgeel gekeurd) en gebieden met 'Geen verwachting' (wit gekleurd). Conclusie De in het vigerende bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemmingen “waardearcheologie 3”, “waarde-archeologie 4” en “waarde-archeologie 5” worden in onderhavig bestemmingsplan overgenomen. Hiermee blijft de bestaande (mate van) bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden ongewijzigd.
3.6.2. Cultuurhistorie Het bebouwingsbeeld in Aarle-Rixtel bestaat overwegend uit een-laagse bebouwing uit de periode 1850-1950. Het historisch-stedenbouwkundig waardevolle gebied binnen de kern Aarle-Rixtel betreft de oude dorpskern met twee driehoekige pleinen, de Heuvel en de Kouwenberg en Dorp geheten, en lintbebouwingen. De structuur dateert grotendeels uit de Late Middeleeuwen (1250-1500), toen de oudtijds verspreide bewoning zich verplaatste naar de randen van de akkercomplexen en oude alleen gelegen hoeven of ‘einzelhöfe’ werden opgesplitst en uitgroeiden tot buurtschappen. De huidige kern van Aarle-Rixtel is ontstaan uit enkele buurtschappen, waaronder het buurtschap Kouwenberg. In dit gebied komt een groot aantal historische panden voor, waaronder enkele rijksmonumenten. Op enkele plekken binnen de dorpskern zijn nog langgevelboerderijen aanwezig. Monumentale gebouwen zijn o.a. de R.K. kerk van O.L. Vrouwe Presentatie (1844-1846 en later), het voormalige raadhuis (1855), de voormalige N.H. kerk (1847), de R.K. kapel O.L. Vrouw in 't Zand (1597) met aanpalend klooster, de klokkengieterij Petit en Fritsen (1906), het bedrijfsgebouw De Klok (1926) en diverse woonhuizen.
afbeelding : cultuurhistorische waardenkaart
Op de cultuurhistorische waardenkaart is de oude dorpskern aangeduid als een gebied met een zeer hoge cultuurhistorische waarde. Eenzelfde waardering is toegekend aan grote delen van het omringende buitengebied (oranje ingekleurd). Grote delen van het Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
31
oorspronkelijke wegenpatroon zijn aangemerkt als object met een hoge cultuurhistorische waarde (gele lijnen). Daarnaast is ook een aantal gebieden, vooral groengebieden of gebieden met een groen karakter, aangeduid als gebied met een hoge cultuurhistorische waarde (groen ingekleurd).
afbeelding : uitsnede locatie op Cultuurhistorische waardenkaart
Binnen het plangebied is het in 1906 gebouwde pand Klokkengietersstraat 1 te AarleRixtel (weergave hierboven rode stip) sinds 1988 beschermd als rijksmonument, onder objectnummer 46886. De redengevende omschrijving luidt: KLOKKENGIETERIJ. Koninklijke Klokkengieterij Petit en Fritsen: nabij de dorpskern, aan de weg gelegen, uit 1906 daterend, in sobere baksteen architectuur opgetrokken fabrieksgebouw zonder verdieping, op min of meer rechthoekige plattegrond en onder met blauwe muldenpannen gedekte zadel- en lessenaardaken, gebouwd voor en in gebruik bij de sedert 1660 bestaande en sedert 1782 in Aarle-Rixtel gevestigde klokkengieters Petit en Fritsen; de vestiging in Aarle-Rixtel vond plaats vanwege de aldaar aanwezige leemputten; voor 1906 heeft de gieterij op verschillende plaatsen aldaar gestaan.
Het in schoon metselwerk opgetrokken gebouw bestaat uit een lage voorbouw - kantoorruimten; oorspronkelijk grotendeels werkplaatsjes; door lisenen geleed, laag middengedeelte onder lessenaardak; in het midden risalerende ingangspartij onder insteekkap (nok I straat) en met tegeltableau in geveltop; hogere, risalerende uiteinden onder zadeldak (nok I straat), voorzien van met hout beklede geveltoppen - en een hogere achterbouw met een door lisenen gelede zuidgevel en onder zadeldak (nok // straat) met in het midden een houten ontluchtingskap onder zadeldak bekroond door open dakruiter met klok, wijzerplaat en windwijzer; tegen het westelijk uiteinde van de noordgevel der achterbouw een uitbouw onder zadeldak (nok I straat); tegen de oostgevel van de voorbouw een lage, vlakgedekte, driezijdige uitbouw; in de gevels de oorspronkelijke vensters (in het middengedeelte van de voorbouw naar onderen vergroot) met kleine roedenverdeling. In de achterbouw, de eigenlijke gieterij, een gemetselde, taps toelopende, vierkante smeltoven met aan de onderzijde afgeschuinde hoeken en gelegen op het tot ca. twee meter boven vloerniveau verhoogde gedeelte aan de westzijde; voor de smeltoven de gietkuil van ruim 2 x 2 m2; de oven, die met hout gestookt wordt, werd tot 1946 voor alle gietwerk en sedertdien voor klokken boven de 2000 kg gebruikt.
Als enige Nederlandse voorbeeld van een volkomen traditionele, nog in gebruik zijnde klokkengieterij, als symbool van de voor Aarle-Rixtel sedert eeuwen kenmerkende tak van nijverheid en vanwege de gaafheid der gebouwen van algemeen belang uit een oogpunt van cultuur- en architectuurhistorie en industriele archeologie. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
32
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
In het kader van de ontwikkelingsplannen waarvoor onderhavig bestemmingsplan wordt opgesteld is in december 2018 door Buro4 | Monument en Ruimte gekomen tot een bouwhistorische opname van het pand, hier opgenomen als bijlage 1. Uit de als bijlage 1 opgenomen bouwhistorische opname van het pand blijkt dat de monumentale waarden c.q. – bescherming zich uitstrekt tot de onderdelen als hieronder weergeven :
afbeelding : monumentale waarden begane grond
afbeelding : monumentale waarden kapverdieping
Belangrijk is om vast te stellen, dat dit bestemmingsplan geen wijziging brengt in de bestemming van het Rijksmonument. De wooninvulling in de meest directe nabijheid Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
33
van het monument vindt plaats in de grotere hal aan de achterzijde van het monument (bouwaanvraag 1946-1947). Hierdoor is destijds de achtergevel van het lagere gedeelte waarin werkplaats en smederij zich bevond, verdwenen. Ten behoeve van de wooninvulling zal sprake zijn van verbouwing van de achterliggende hal, waarmee geen wijziging wordt aangebracht aan het Rijksmonument.
afbeelding : bouwtekening 1906
Nabij het plangebied van het bestemmingsplan “De Klokkengieterij” zijn beschermede cultuurhistorische monumenten aanwezig (voorzien van een rode stip): - woonhuis aan de Klokkengietersstraat 7 uit1880; - woonhuis aan de Klokkengietersstraat 9 uit 1888; - woonhuis aan de Klokkengietersstraat 11 uit 1880. Daarnaast is ook sprake van een aantal gemeentelijke monumenten (voorzien van een gele stip) nabij het plangebied : -
woning in een blok van 4 aan de Klokkengietersstraat 6; woning in een blok van 4 aan de Klokkengietersstraat 8; woning in een blok van 4 aan de Klokkengietersstraat 10; villa aan de Klokkengietersstraat 12, 14.
Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bekende cultuurhistorische monumenten door geen bestemmingen op te nemen die het erfgoed kan schaden. Bij de vormgeving van de woningbouwontwikkeling op het ambachtsterrein is het aspect cultuurhistorie wel van belang. De hallen op het ambachtsterrein worden qua volume teruggebracht naar hun originele staat en geschikt gemaakt voor de realisatie van inpandige woningen. Rondom de hallen ontstaat ruimte voor grondgebonden woningen. De architectuur van deze woningen wordt afgestemd op de industriële bouwstijl van de hallen. Hierbij is te denken aan kleurgebruik, het terugbrengen van patronen die in de hallen gebruikt worden en het behouden van de kenmerkende industriële sfeer binnen dit gedeelte van het plangebied. 34
Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek
Conclusie Met de voorgestane planontwikkeling wordt voldoende rekening gehouden met de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden, waardoor het aspect cultuurhistorie niet in de weg staat aan vaststelling van dit bestemmingsplan.
3.7
Verkeer en parkeren
Verkeer Het aspect verkeer is beschreven in de als bijlage 2 opgenomen notitie : “Onderzoek verkeersontsluiting De Klokkengieterij Aarle-Rixtel” d.d. 19 januari 2022. In deze notitie wordt uitgegaan van 423 aanvullende verkeersbeweging vanuit de nieuwe woningbouwlocatie. Als aanbevelingen is opgenomen : Geadviseerd wordt om De Klokkengieterij (enkel) te ontsluiten via twee éénrichtingswegen langs de voormalige Klokkengieterij. Met het realiseren van een afbuigende voorrang op het kruispunt Klokkengieterij kan het verkeer vanuit de ontwikkeling De Klokkengieterij op een verkeersveilige manier worden aangesloten op het wegennet. Er zijn maatregelen nodig om de verkeersafwikkeling op de kruispunten Klokkengieterij en Kanaaldijk te verbeteren. Binnen het studiegebied is dit alleen mogelijk met vergaande infrastructurele maatregelen. Aanbevolen wordt om te onderzoeken of er op netwerkniveau maatregelen mogelijk zijn, om het verkeersaanbod in het studiegebied te beperken, waarmee de verkeersproblematiek op de kruispunten Klokkengieterij en Kanaaldijk wordt verminderd