8 20220914 Verkennend (asbest)bodemonderzoek Heindertweg 1.pdf
Tekst van het document
Locatie aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel
MEERWAARDE DOOR GRONDIGE KENNIS
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel Opdrachtnummer: 14P003318
Rapport betreffende Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707
Documentnummer 14P003318-adv-01 Versie 1.0 Datum rapport 22 december 2020 Opdrachtgever Salix Projectpartners Postbus 128 5750AC Deurne
Opgesteld door: Ing. M.J.M. Marco Vervoort
Gecontroleerd door: Ing. H.C.M. Bosch
Project Opdracht Document
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 1. Locatie-aanduiding/rapportgegevens Opdrachtnummer Soort onderzoek
: :
Adres Gemeente Opdrachtgever Projectadviseur Datum rapport Status Opp. Locatie Coördinaten
: : : : : : : :
14P003318 Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707 Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel Laarbeek Salix Projectpartners Ing. M.J.M. Marco Vervoort 22 december 2020 definitief circa 2.400 m2 x: 172.493 y: 391.364
2. Aanleiding en doel verkennend (asbest)bodemonderzoek Aanleiding voor het verkennend (asbest)bodemonderzoek vormt de voorgenomen nieuwbouw van 12 patiowoningen. Het verkennend (asbest)bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. 3. Onderzoeksstrategie Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek is voor het verkennend bodemonderzoek uitgegaan van de onderzoeksstrategie onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) uit de NEN 5740. Voor het verkennend asbest bodemonderzoek is uitgegaan van de hypohese verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern uit de NEN 5707. 4. Uitslag van het onderzoek Tabel 1. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters.
Analysemonster MM1
Traject (m - mv) 0,00 - 0,50
> AW
>T
>I
cadmium, kwik, lood, PAK
---
---
MM2
0,00 - 0,50
koper, lood
---
---
0,50 - 1,50
---
---
---
MM3
> AW >T >I
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Project Opdracht Document
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Tabel 2. Overschrijdingstabel grondwatermonster.
Peilbuis B001 >S >T >I
Filterdiepte (m - mv) 2,00 - 3,00
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
>S
>T
>I
barium, nikkel, xylenen
cadmium, zink
---
Aantal deeltjes
Hechtgebonden
---
---
‘Gewogen’ hoeveelheid asbest mg/kg d.s. < 0,4
Tabel 3: Resultaten asbestanalyse.
Monster MMAB01
Soort asbest ---
Soort materiaal ---
5. Conclusie en aanbevelingen Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering behoeft te vormen voor de geplande nieuwbouw van de 12 patiowoningen. Voor de matige cadmium- en zinkverhoging in het grondwater kan een herbemonstering overwogen worden, teneinde de reproduceerbaarheid na te gaan. Gezien de variabiliteit en het ontbreken van humane risico’s behoeft deze verhoging geen belemmering toe vormen voor de voorgenomen nieuwbouw. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden/bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
Project Opdracht Document
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................1
2.
RESULTATEN VOORONDERZOEK ...............................................................................................2
2.1 Ligging/omgeving...........................................................................................................................2 2.2 Huidig en toekomstig gebruik ........................................................................................................3 2.3 Voormalig bodemgebruik ...............................................................................................................3 2.3.1 Historisch kaartmateriaal ........................................................................................................3 2.3.2 Archieven Omgevingsdienst Brabant Noord ..........................................................................5 2.3.3 Archieven gemeente Laarbeek ..............................................................................................6 2.3.4 Achtergrondwaarden ..............................................................................................................6 2.3.5 Informatie betrokkenen ...........................................................................................................6 2.3.6 Eigen archieven ......................................................................................................................7 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................................7 3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..............................................................................8
3.1 3.2
Gehanteerde onderzoeksopzet .....................................................................................................8 Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740 ..................................................................................8
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ...............................................................................................................9
4.1 4.2 4.3 4.4
Uitvoering .......................................................................................................................................9 Lokale bodemopbouw....................................................................................................................9 Organoleptische beoordeling .........................................................................................................9 Monstername .................................................................................................................................9
5.
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE .......................................... 11
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Analysestrategie grondmonsters ................................................................................................ 11 Analysestrategie grondwatermonster ......................................................................................... 11 Toetsing analyseresultaten grond .............................................................................................. 12 Toetsing analyseresultaten grondwater...................................................................................... 12 Interpretatie onderzoeksresultaten ............................................................................................. 12
6.
VERKENNEND ASBEST BODEMONDERZOEK ......................................................................... 13
6.1 Uitvoering .................................................................................................................................... 13 6.2 Maaiveldinspectie ....................................................................................................................... 13 6.3 Actuele contactzone ................................................................................................................... 13 6.4 Ondergrond ...........................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 6.5 Laboratoriumonderzoek en toetsing ........................................................................................... 14 6.5.1 Analysestrategie .................................................................................................................. 14 6.5.2 Analyseresultaten ................................................................................................................ 14 7.
CONCLUSIE EN ADVIES .............................................................................................................. 15
7.1 7.2 7.3
Verkennend bodemonderzoek .............................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Verkennend asbest bodemonderzoek ..................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Resumé ...................................................................................................................................... 16
Project Opdracht Document
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
BIJLAGEN: A) Regionale ligging onderzoekslocatie B) Situatietekening met boorpunten en asbestinspectiekuilen SIT-01 C) Fotoreportage D) Boorprofielbeschrijvingen en legenda E) Toelichting toetsingskader F) Laboratoriumcertificaten grondanalyses G) Toetsingstabellen grondanalyses H) Laboratoriumcertificaten grondwateranalyse(s) I) Toetsingstabellen grondwateranalyse(s) J) Laboratoriumcertificaten asbestanalyse(s) VERSIE: 1.0 Rapportage verkennend onderzoek VERZENDLIJST: Salix Projectpartners te Deurne, t.a.v. dhr. W. Hertogs; wh@salixprojectpartners.nl
Pagina 1 Project Opdracht Document
1.
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
INLEIDING
Door Salix Projectpartners is ons bureau opdracht gegeven een verkennend (asbest)bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van het perceel aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel, in de gemeente Laarbeek. Aanleiding voor het verkennend (asbest)bodemonderzoek vormt de voorgenomen nieuwbouw van 12 patiowoningen. Het verkennend (asbest)bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. Het verkennend bodemonderzoek is vooralsnog niet bedoeld om de aard en omvang van een eventuele bodemverontreiniging aan te geven. Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is een onafhankelijk adviesbureau, dat milieukundige werkzaamheden uitvoert volgens de betreffende BRL SIKB protocollen: • BRL SIKB 1000: monsterneming voor partijkeuringen; • BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek; • BRL SIKB 6000: milieukundige begeleiding en evaluatie bodemsanering. De veldwerkzaamheden in het kader van onderhavig onderzoek zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Tabel 4. Overzicht van relevante BRL(‘s).
Van toepassing zijnde BRL(‘s) Protocol 2001 Protocol 2002 Protocol 2003 Protocol 2018
Pagina 2 Project Opdracht Document
2.
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
RESULTATEN VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN 5725. Binnen het vooronderzoek is informatie omtrent navolgende onderzoeksaspecten verzameld, te weten: • huidig en toekomstig bodemgebruik; • voormalig bodemgebruik; • bodemopbouw en geohydrologie; • (financieel-)juridische situatie. Hiervoor is gebruik gemaakt van historisch en recenter kaartmateriaal, grondwaterkaarten, archieven van de gemeente Laarbeek/Omgevingsdienst Brabant Noord (o.a. bouwvergunningen, milieuvergunningen, tanks, bodemonderzoeken), alsmede onze eigen archieven. Het resultaat van het vooronderzoek is als volgt. 2.1
Ligging/omgeving
De onderzoekslocatie betreft het perceel aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel, in de gemeente Laarbeek, en heeft een oppervlakte van circa 2.400 m2. De coördinaten volgens het R.D.-stelsel zijn x = 172.493 en y = 391.364 Kadastraal staat het perceel bekend onder (kadastrale) gemeente Aarle-Rixtel, sectie A, nummers 2025 (gedeeltelijk) en 2594. Figuur 1. Kadastrale situatie.
onderzoekslocatie
De locatie is gelegen in het noordelijke gedeelte van Aarle-Rixtel. De omgeving van de locatie bestaat onder andere uit: noord oost zuid west
: vrijstaande woning; : Heindertweg en schoolgebouw; : appartementen; : kerkhof.
De ligging van de locatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart in de bijlage A.
Pagina 3 Project Opdracht Document
2.2
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Huidig en toekomstig gebruik
Ten tijde van de veldwerkzaamheden in december 2020, is een locatie-inspectie uitgevoerd. Op het perceel (kadastraal nr. 2025) is een voormalig pastoriegebouw aanwezig, met aan de noordzijde een overkapping met asbestverdacht dak. Aan de oostzijde en direct rondom het voormalige pastoriegebouw is sprake van een tegel-/klinkerverharding. Het overige gedeelte is in gebruik als tuin, dus onverhard. Het noordelijk gedeelte, kadastraal nr. 2594, is in gebruik als grasveld. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage C. Bij de locatie/inspectie is tevens aandacht besteed aan de aanwezigheid van verdachte plekken, verzakkingen, ophogingen, dempingen, etc. Hierbij zijn voornoemde aspecten niet waargenomen. Gepland is de nieuwbouw van 12 patiowoningen. 2.3
Voormalig bodemgebruik
Uit historisch en recenter kaartmateriaal, de archieven van de omgevingsdienst en onze eigen archieven, is de navolgende relevante informatie naar voren gekomen betreffende onderhavige onderzoekslocatie en de directe omgeving hiervan. 2.3.1
Historisch kaartmateriaal
Uit het via http://topotijdreis.nl geraadpleegde kaartmateriaal is het volgende gebruik gebleken: Tabel 5. Overzicht historisch gebruik van de onderzoeklocatie.
Jaartal
Gebruik
1901
Er is sprake van cultuurgrond en bouwland. De Heindertweg en het westelijk gelegen kerkhof zijn reeds zichtbaar. Er lijkt enkel sprake te zijn van bouwland. Verder nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van 1901. Er is sprake van landbouwgrond. In de directe omgeving zijn meerdere gebouwen aanwezig. Voor het eerst is bebouwing zichtbaar. De huidige situatie is waarneembaar.
1931 1963 1984 1998
Figuur 2. Situatie 1901.
Bijzonderheden -----------
Pagina 4 Project Opdracht Document
Figuur 3. Situatie 1926.
Figuur 4. Situatie 1963.
Figuur 5. Situatie 1984.
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Pagina 5 Project Opdracht Document
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Figuur 6. Situatie 1998.
Er zijn geen relevante aspecten naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende activiteiten. 2.3.2
Archieven Omgevingsdienst Brabant Noord
Er is een digitale Omgevingsrapportage opgevraagd van de Omgevingsdienst Brabant Noord, zie hiervoor figuur 7. Figuur 7: Omgevingsrapportage Brabant Noord.
Hieruit blijkt dat van het perceel geen relevante (bodem)informatie aanwezig is.
Pagina 6 Project Opdracht Document
2.3.3
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Archieven gemeente Laarbeek
Bij de gemeente Laarbeek is door ons bureau d.d. 27 november 2020 per e-mail informatie opgevraagd betreffende de in hun archieven beschikbare, voor het verkennend bodemonderzoek, relevante (bodem)informatie. Hierop is door de Omgevingsdienst/gemeente d.d. 1 december 2020 gereageerd. De relevante informatie voor onderhavig onderzoek is als volgt: • Blijkens het, overigens niet noodzakelijkerwijs volledige, tankarchief is op of in de directe omgeving van onderhavige locatie geen sprake (geweest) van onder-/ of bovengrondse olietanks. • Verder zijn er voor zover bekend in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Tevens zijn er geen gevallen van bodemverontreiniging bekend. • Er zijn geen relevante gegevens in het kader van de Hinderwet/Wet milieubeheer voorhanden. 2.3.4
Achtergrondwaarden
Voor zover bekend zijn voor deze regio geen eenduidige achtergrondwaarden vastgesteld. 2.3.5
Informatie betrokkenen
Door de opdrachtgever is een tekening beschikbaar gesteld waarop het plangebied is aangegeven, zie figuur 8. Figuur 8: Situering plangebied.
Pagina 7 Project Opdracht Document
2.3.6
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Eigen archieven
Uit onze eigen archieven blijkt dat door ons bureau in het verleden in de directe omgeving van de onderzoekslocatie (straal < 50 meter) geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. 2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Uit archief- en literatuurgegevens (grondwaterkaart TNO-DGV) blijkt dat alhier sprake is van een circa 15 meter dik afdekkend pakket dat overwegend uit fijn tot uiterst fijn zand, leem en matig grof tot matig fijn zand is opgebouwd. Hieronder strekt zich een circa 70 meter dik eerste watervoerend pakket uit dat overwegend uit matig fijn tot uiterst grof zand uit de Formaties van Veghel en Sterksel bestaat. Uit de archief- en literatuurgegevens valt tevens af te leiden dat de regionale stroming van het freatisch grondwater een overwegend noordwestelijke richting heeft.
Pagina 8 Project Opdracht Document
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
Gehanteerde onderzoeksopzet
Op basis van de doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is de te volgen opzet gebaseerd op de "onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek", de Nederlandse Norm (NEN) 5740. Aan de hand van de beschikbare (historische) gegevens, als weergegeven in het vooronderzoek (zie hoofdstuk 2), is op locatie vermoedelijk geen sprake van een verminderde bodemkwaliteit. Daarom is in het onderzoek de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) toegepast. De onderzoeksoppervlakte bedraagt circa 2.400 m2. De voorgeschreven boringen zijn evenredig over het buitenterrein (zie § 3.2) verdeeld. Opmerking Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksresultaten dient, gezien de gevolgde strategie die is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Het kan dan gaan om het voorkomen van lokale kernen als gedempte sloten, verontreinigende stoffen in gesloten verpakkingen of slecht oplosbare stoffen voor zover dit buiten het geheel aan beschikbare (historische) gegevens valt. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. 3.2
Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740
Ten opzichte van het gestelde in de NEN 5740 zijn onderstaande afwijkingen aan de orde. • Omdat het verrichten van inpandige boringen niet mogelijk was, zijn de boringen evenredig over het buitenterrein verdeeld. Omtrent de bodemkwaliteit onder het pand kan derhalve geen uitspraak worden gedaan. • Aan de noordzijde van de voormalige pastorie is sprake van een overkapping met een asbestverdacht dak. In overleg met de opdrachtgever is besloten ter plaatse een verkennend asbest bodemonderzoek conform de NEN 5707 uit te voeren, zie hiervoor hoofdstuk 6. Het gaat dan om een lengte van circa 5 m1, waar sprake is van een asbestverdachte ‘druprand’.
Pagina 9 Project Opdracht Document
4.
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
VELDWERKZAAMHEDEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn dan ook onder dit certificaat uitgevoerd en wel conform de volgende protocollen: • • 4.1
SIKB-protocol 2001: ‘plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ SIKB-protocol 2002: ‘het nemen van grondwatermonsters’ Uitvoering
Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn d.d. 4 december 2020 door de heer J. de Swart in totaal twaalf boringen verricht, genummerd B001 t/m B012. De diepten van de boorpunten alsook de afwerking en codering zijn weergegeven in de navolgende tabel: Tabel 6. Overzicht boorgegevens.
Boring B001 B002 en B003 B004 t/m B012
Diepte in cm - mv 300 200 50
Filterdiepte in cm - mv 200 - 300 -
De boringen zijn evenredig over het buitenterrein verdeeld. De locaties van de boorpunten zijn ingetekend op de situatietekening SIT-01 in de bijlage B. 4.2
Lokale bodemopbouw
Tot de verkende diepte van 3,0 m - mv bestaat de bodemopbouw globaal uit matig fijn, zwak tot matig siltig, zand. Voor een meer uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage D. 4.3
Organoleptische beoordeling
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd. De opgeboorde grond is door de veldmedewerker globaal zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte bijmengingen. Hierbij zijn geen verdachte materialen waargenomen. Opgemerkt wordt echter dat hier ook een onderzoek conform de NEN 5707 is uitgevoerd, zie hiervoor hoofdstuk 6. 4.4
Monstername
De boringen zijn vanaf maaiveld tot een maximale diepte van 2,0 m - mv over verschillende trajecten bemonsterd, afhankelijk van de te onderscheiden bodemlagen en organoleptische waarnemingen. Een en ander is vermeld op de boorstaten in bijlage D. Het grondwater uit peilbuis B001 is na goed doorpompen d.d. 15 december 2020 door de heer R. Kuijken bemonsterd.
Pagina 10 Project Opdracht Document
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Conform de normeringen zijn in het veld de volgende metingen uitgevoerd: Tabel 7. Meetgegevens grondwaterbemonstering.
Parameter (eenheid) Grondwaterstand (m - mv) Geleidbaarheid (µS/cm) Troebelheid (fnu) Zuurgraad / pH Zuurstof (mg/l)
Peilbuis B001 1,48 319 36,6 5,6 2,76
Er wordt op gewezen dat de waarneming van de grondwaterstand een momentopname betreft en dat het grondwaterniveau afhankelijk is van o.a. het jaargetijde, de bodemopbouw en diverse omgevingsfactoren. De gemeten troebelheid is hoger dan wat normaal bij een grondwaterbemonstering wordt gemeten. Benadrukt wordt dat de bemonstering conform de normering is uitgevoerd. Het verhoogde gehalte is waarschijnlijk het gevolg van aanwezige humeuze bodemlagen. Hoewel de troebelheid van een grondwatermonster een invloed kan hebben op de analyseresultaten wordt, gezien de analyseresultaten, zie hoofdstuk 5, waarbij ten hoogste gering verhoogde gehalten zijn gemeten, gesteld dat in dit geval het effect van de verhoogde troebelheid op de analyseresultaten verwaarloosbaar is.
Pagina 11 Project Opdracht Document
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
5.
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE
5.1
Analysestrategie grondmonsters
De volgende grond(meng)monsters zijn in het laboratorium onderzocht: Tabel 8. Overzicht grondanalyses.
Analysemonster MM1
Traject (m - mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters (m - mv) B003 (0,00 - 0,50) B004 (0,00 - 0,50) B005 (0,00 - 0,50) B006 (0,00 - 0,50)
Analysepakket
Toelichting
NEN-g*
zandige bovengrond, zintuiglijk onverdacht
MM2
0,00 - 0,50
B001 (0,00 - 0,50) B002 (0,00 - 0,50) B007 (0,06 - 0,50) B009 (0,05 - 0,50) B010 (0,00 - 0,50) B011 (0,00 - 0,50) B012 (0,06 - 0,50)
NEN-g*
zandige bovengrond, zintuiglijk onverdacht
MM3
0,50 - 1,50
B001 (0,50 - 1,00) B001 (1,00 - 1,50) B002 (0,50 - 1,00) B002 (1,00 - 1,50) B003 (0,50 - 1,00) B003 (1,00 - 1,50)
NEN-g*
zandige bovengrond, zintuiglijk onverdacht
* NEN-g = standaard analysepakket voor grond: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) • polychloorbifenylen (PCB’s) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM)) • minerale olie (C10-C40) • lutum, droge- en organische stof.
5.2
Analysestrategie grondwatermonster
Het volgende grondwatermonster is in het laboratoriumonderzoek onderzocht: Tabel 9. Overzicht grondwateranalyse.
Peilbuis B001 #
Filterdiepte (m - mv) 2,00 - 3,00
Analysepakket NEN-w#
Toelichting geen waarneming drijflaag/troebel/geur
NEN-w = standaard analysepakket voor grondwater: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen (BTEXN); • vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl); • minerale olie (C10-C40).
Pagina 12 Project Opdracht Document
5.3
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Toetsing analyseresultaten grond
De getoetste analyseresultaten van de in paragraaf 5.1 geselecteerde grond(meng)monsters, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 10. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters.
Analysemonster MM1
Traject (m - mv) 0,00 - 0,50
> AW
>T
>I
cadmium, kwik, lood, PAK
---
---
MM2
0,00 - 0,50
koper, lood
---
---
0,50 - 1,50
---
---
---
MM3
> AW >T >I
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Het laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabellen zijn opgenomen als respectievelijk bijlage F en G. 5.4
Toetsing analyseresultaten grondwater
De getoetste analyseresultaten van het in paragraaf 5.2 geselecteerde grondwatermonster, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 10. Overschrijdingstabel grondwatermonster.
Peilbuis B001 >S >T >I
Filterdiepte (m - mv) 2,00 - 3,00
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
>S
>T
>I
barium, nikkel, xylenen
cadmium, zink
---
Het laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabel zijn opgenomen als respectievelijk bijlage H en I. 5.5
Interpretatie onderzoeksresultaten
Voor de lichte verontreinigingen met cadmium, kwik, lood en PAK in bovengrondmengmonsters MM1 en/of MM2 is op basis van de verkregen gegevens geen eenduidige verklaring voorhanden. PAK (10 VROM) dient te worden gezien als een somparameter van een tiental polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Dit zijn onvolledige verbrandingsproducten die, veelal in de vorm van kooldeeltjes of -as vermengd met puin, in de grond kunnen voorkomen. De matige verhogingen aan cadmium en zink en lichte verhogingen aan barium en nikkel in het grondwater kunnen waarschijnlijk worden toegeschreven aan een diffuus verhoogd achtergrondniveau. Overigens kunnen de gehalten aan enkele zware metalen in ondiep grondwater, ook zonder lokale bron, sterk in tijd en ruimte variëren. Middels een herbemonstering van de bestaande peilbuis B001 en opvolgende analyse op de aanwezigheid van cadmium en zink, kan worden nagegaan in hoeverre de aangetroffen matig verhoogde concentraties aan cadmium en zink representatief zijn. Voor de aanwezigheid van de lichte verhoging aan xylenen in het grondwater is op basis van de beschikbare gegevens geen eenduidige verklaring voorhanden. Xyleen behoort tot de groep van de aromatische koolwaterstoffen.
Daar het echter gaat om een niet meer dan marginale verhoging, die, bijvoorbeeld als gevolg van stoorinvloeden, vaker op ‘onverdachte terreinen wordt gemeten, wordt een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht.
Pagina 13 Project Opdracht Document
6.
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
VERKENNEND ASBEST BODEMONDERZOEK
Inpijn-Blokpoel is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn, daar waar het werkzaamheden in de bodem (< 50 % puindelen) betreft, dan ook onder dit certificaat uitgevoerd, conform SIKB-protocol 2018 ‘Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond’. Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder het overstek van het asbestverdachte dak aan de noordzijde van de voormalige pastorie. Dit deel is aangegeven met een rode lijn. Het gaat dan om een lengte van circa 5 m1, waar dus sprake is van een asbestverdachte ‘druprand’. Er is een asbest bodemonderzoek conform NEN 5707, uitgaande van de opzet verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern uitgevoerd. Hierbij wordt in eerste instantie de eerste 10 cm van de bodem analytisch onderzocht. 6.1
Uitvoering
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer R. Kuijken, BRL 2018 gecertificeerd. Tijdens de werkzaamheden op 15 december 2020 was sprake van droog weer. De asbestinspectiekuilen zijn op het buitenterrein verricht. Omtrent de bodemkwaliteit onder het pand kan aldus geen uitspraak worden gedaan. 6.2
Maaiveldinspectie
Een onderdeel van het onderzoek betreft een maaiveldinspectie. Opgemerkt dient te worden dat voor een goede inspectie minimaal 75 % van de oppervlakte goed zichtbaar moet zijn (vrij van vegetatie of andere objecten). In een maaiveldinspectie wordt het maaiveld van een onderzoeksgebied strook voor strook (max. 1,5 meter breed) en in twee richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. Wanneer voor de locatie geldt dat meer dan 10 cm2 aan asbestverdacht materiaal per vierkante meter wordt aangetroffen, kunnen steeksproefsgewijs rasters van 1 x 1 m worden geïnspecteerd. Het minimaal aantal te inspecteren punten worden voorgeschreven in de NEN 5707. De bodem onder de druprand is in gebruik als tuin. Er is geen sprake van enige verharding. De inspectie-efficiency werd geschat op 90 - 100%. Bij de maaiveldinspectie is op het maaiveld géén asbestverdacht materiaal aangetroffen. 6.3
Actuele contactzone
Als eerste is de vochtigheid van de bodem bepaald. Deze bleek >> 10 % te bedragen. Ook bij herhalingsmetingen bleek deze steeds > 10 %. In totaal zijn ter plaatse van de ‘druprand’ twee asbestinspectiekuilen gegraven, genummerd ABK001 en ABK002. De asbestinspectiekuilen hebben een oppervlakte van circa 30 x 30 cm, en zijn 0,5 m - mv diep. De plaats van de asbestinspectiekuilen is weergegeven op de als bijlage B toegevoegde situatietekening SIT-01. In de bijlage C is een fotoreportage opgenomen.
Pagina 14 Project Opdracht Document
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Per kuil is het uitkomende materiaal voor zover mogelijk per laag uitgelegd en vervolgens uitgeharkt en gezeefd. In de geïnspecteerde grond van alle inspectiekuilen zijn geen bijmengingen met puin aangetroffen, ook is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Zie hiervoor de laagbeschrijvingen in de bijlage D. 6.4
Laboratoriumonderzoek en toetsing
6.4.1
Analysestrategie
Op basis van de inspectie van de grondlagen uit de inspectiekuilen worden ondergenoemde grond(meng)monsters niet als specifiek asbestverdacht beschouwd. De volgende grond(meng)monsters zijn in het veld samengesteld: Tabel 11: Monstersamenstelling.
Mengmonster
Inspectiekuilen
MMAB01 MMAB02
6.4.2
ABK001/002
Diepte in m - mv 0,00 - 0,10
Samenstelling zandige toplaag, zintuiglijk onverdacht
ABK001/002
0,10 - 0,50
zandige bovengrond onder toplaag, zintuiglijk onverdacht
Analyseresultaten
In het laboratorium is één van de in § 6.5.1 genoemde mengmonsters, namelijk MM01AB, geanalyseerd volgens de norm NEN 5707/5896. Navolgend zijn de analyseresultaten (hoeveelheid asbestmateriaal fractie < 20 mm totaal) weergegeven: Tabel 12: Resultaten asbestanalyse.
Monster MMAB01
Soort asbest ---
Soort materiaal ---
Aantal deeltjes
Hechtgebonden
---
---
Het analysecertificaat is in de bijlage J opgenomen.
‘Gewogen’ hoeveelheid asbest mg/kg d.s. < 0,4
Pagina 15 Project Opdracht Document
7.
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
CONCLUSIE EN ADVIES
Door ons bureau is in verband met de geplande nieuwbouw van 12 patiowoningen een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd. 7.1
Verkennend bodemonderzoek
Op basis van de beschikbare gegevens is hierbij uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). Zintuiglijk zijn in de bodem geen afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd. Analytisch zijn in de bovengrond op het noordelijke terreindeel (MM1) lichte verontreinigingen met cadmium, lood, kwik en PAK aangetoond. De bovengrond op het overige terreindeel (MM2) is licht verontreinigd met koper en lood. De ondergrond (MM3) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. In het grondwater (B001) komen matige verontreinigingen met cadmium en zink en lichte verontreinigingen met barium, nikkel en xylenen voor. Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft aanleiding de gestelde hypothese te verwerpen. 7.2
Verkennend asbest bodemonderzoek
Uitgegaan is van de norm NEN 5707 en een verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter plaatse van de overkapping met asbestverdacht dak aan de noordzijde van de voormalige pastorie. Het gaat dan om een lengte van circa 5 m1, waar sprake is van een asbestverdachte ‘druprand’. Ten behoeve van onderhavig onderzoek zijn twee asbestinspectiekuilen gegraven en beoordeeld, één asbestinspectiekuil is doorboord tot een diepte van 2,0 m - mv. Bij zowel de maaiveldinspectie als de visuele inspectie van de asbestinspectiegaten is géén asbesthoudend of asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen. Uit de asbestanalyses blijkt verder dat in de zintuiglijk onverdachte toplaag (MMAB01) géén asbest boven de detectiegrens is gemeten. Het gemeten ‘gewogen’ asbestgehalte ligt dus ook ruim beneden de restconcentratienorm en interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.. Ook de grenswaarde voor nader bodemonderzoek, 50 mg/kg d.s., wordt niet overschreden. De hypothese ‘asbest verdacht’ kan worden verworpen, het uitvoeren van een nader onderzoek is echter niet aan de orde. Ook op dit punt zijn er dus geen beperkingen voor de voorgenomen grondtransactie. Opgemerkt dient te worden dat asbestbodemonderzoek niet meer is dan steekproefsgewijs onderzoek. Met name bij bijmengingen met puin is sprake van heterogeniteit.
Er is derhalve altijd een zeker restrisico op het onverwacht aantreffen van asbesthoudend materiaal.
Pagina 16 Project Opdracht Document
7.3
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 14P003318-adv-01 [versie 1.0]
Resumé
Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering behoeft te vormen voor de geplande nieuwbouw van de 12 patiowoningen. Voor de matige cadmium- en zinkverhoging in het grondwater kan een herbemonstering overwogen worden, teneinde de reproduceerbaarheid na te gaan. Gezien de variabiliteit en het ontbreken van humane risico’s behoeft deze verhoging geen belemmering toe vormen voor de voorgenomen nieuwbouw. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden/bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
BIJLAGE A Regionale ligging onderzoekslocatie
Project Opdracht Betreft
Heindertweg 1 te Aarle Rixtel 14P003318 Regionale ligging onderzoekslocatie
N
BIJLAGE B Situatietekening met boorpunten en asbestinspectiekuilen SIT-01
3a
3
F06
F05
B003
B006
B005 B004
ABK002
ABK001
B001
Heindertweg
F07
B008
B007
x F04
B009
y 1
F02 B012 F01 B010 F03 B002
t lstraa
Schoo
B011
grens onderzoekslocatie
Overkapping met asbestverdacht dak
Druprand 0
Opdrachtomschrijving / locatie:
N
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle Rixtel
25m
Omschrijving tekening:
Situatietekening
Bewerkt:
JBS
Schaal:
1:500
Opdrachtnummer:
14P003318
Datum:
9 december 2020
Formaat:
A4
Bijlage:
SIT-01
Deze situatietekening dient om inzicht te geven in de locatie van de meet- en onderzoekspunten. De tekening dient niet voor andere doeleinden te worden gebruikt.
n:\opdrachten\14\0033\14p003318\06-veldwerk\04-tekeningen\14p003318-sit-01-abs.dwg
BIJLAGE C Fotoreportage
Project Opdracht Betreft
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 Foto’s
Foto 01
Foto 02
Foto 03
Foto 04
Foto 05
Foto 06
Project Opdracht Betreft
Foto 07
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 Foto’s
Project Opdracht Betreft
verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Heindertweg 1 te Aarle-Rixtel 14P003318 Foto’s
Foto ABK01
Genomen op: 17 december 2020
Foto ABK02
BIJLAGE D Boorprofielbeschrijvingen en legenda
Opdracht: 14P003318 Project: Aarle rixtel, Heindertweg 1
Boring: B001
Boring: B002
Datum: Boormeester:
4-12-2020 John de Swart
Datum: Boormeester:
4-12-2020 John de Swart
GWS cm - mv:
150
GWS cm - mv:
170
0,00
0,00
gazon
1
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2
1
2 1,00
-1,00
0,00
0,00
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor
3 1,50
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal, Zuigerboor handmatig
-2,00
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal, Edelmanboor
4 2,00
-2,00
3,00
-3,00
Boring: B003
Boring: B004
Datum: Boormeester:
4-12-2020 John de Swart
Datum: Boormeester:
GWS cm - mv:
140
0,00
0,00
gras
0,50
2 1,00
-1,00
1,50
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal, Zuigerboor handmatig
4
0,00
2,00
INPIJN-BLOKPOEL
gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak roesthoudend, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor
3
4-12-2020 John de Swart
0,00
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
-2,00
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor 1,00
-1,00
1,50
4
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 0,50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor
3
tuin
Opdracht: 14P003318 Project: Aarle rixtel, Heindertweg 1
Boring: B005
Boring: B006
Datum: Boormeester:
Datum: Boormeester:
4-12-2020 John de Swart
0,00
0,00
gras
0,00
0,00
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
4-12-2020 John de Swart
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
0,50
0,50
Boring: B007
Boring: B008
Datum: Boormeester:
Datum: Boormeester:
4-12-2020 John de Swart
0,00 0,06
0,00
klinker
4-12-2020 John de Swart
0,00
0,00
tuin
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak plantenresten houdend, donkerbruin, Edelmanboor
Volledig klinkers, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, licht geelbruin, Edelmanboor
1
gras
0,50
INPIJN-BLOKPOEL
1
Opdracht: 14P003318 Project: Aarle rixtel, Heindertweg 1
Boring: B009
Boring: B010
Datum: Boormeester:
Datum: Boormeester:
4-12-2020 John de Swart
0,00 0,05
0,00
grind
0,00
0,00
Volledig grind, Edelmanboor, Grind op worteldoek
1 0,50
4-12-2020 John de Swart
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
0,50
Boring: B011
Boring: B012
Datum: Boormeester:
Datum: Boormeester:
4-12-2020 John de Swart
0,00
0,00
tuin
1
4-12-2020 John de Swart
0,00 0,06
0,00
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 0,50
klinker Volledig klinkers, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, licht geelbruin, Edelmanboor
1 0,50
INPIJN-BLOKPOEL
gazon
Opdracht: 14P003318 Project: Aarle rixtel, Heindertweg 1
0,00
Boring: Abk001
Boring: Abk002
Datum: Boormeester:
Datum: Boormeester:
15-12-2020 Rob Kuijken
0,00
tuin
0,10
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, Schep
0,50
0,00
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Schep
INPIJN-BLOKPOEL
15-12-2020 Rob Kuijken
0,00
tuin
0,10
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, Schep
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, neutraal grijsbruin, Schep
BIJLAGE E Toelichting toetsingskader
Toelichting Toetsingskader Circulaire bodemsanering De toetsing van de onderzoeksresultaten en dan met name de beoordeling van een saneringsnoodzaak, wordt gebaseerd op de vigerende regelgeving, vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit, de circulaire bodemsanering en voor de achtergrondwaarden aan het Besluit bodemkwaliteit. De toetsing vindt plaats volgens de toetsingsregels Bodem- en Bouwstoffen per 01-07-2013 (BoToVa). De relevante toetsingsniveaus zijn dan met name de achtergrondwaarden voor grond, de streefwaarden voor het grondwater, en de interventiewaarden voor grond en grondwater. Voor een aantal stoffen zijn ook nog indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging opgenomen: • In de voornoemde regelgeving zijn tabellen met achtergrondwaarden (AW) voor grond en streefwaarden (S) voor het grondwater opgenomen. De achtergrond- en streefwaarden geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. Voor de streefwaarden van metalen in het grondwater wordt nog onderscheid gemaakt tussen diep (> 10 meter) en ondiep grondwater (< 10 meter). • De interventiewaarden (I) vormen de getalsmatige invulling van het concentratieniveau waarboven sprake is van een zogenaamd "geval van ernstige verontreiniging".
Bij overschrijding geldt dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Om van overschrijding van de interventiewaarden te spreken, dient voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume (bodem, sediment) dan wel 100 m 3 poriënverzadigd bodemvolume (grondwater) hoger te zijn dan de interventiewaarde. De interventiewaarden zijn vastgesteld voor grond/sediment en grondwater en gelden voor zowel land- als waterbodems. Voor een aantal stoffen zijn geen interventiewaarden voorhanden, maar is volstaan met het vaststellen van een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status hiervan is dus niet gelijk aan de status van de interventiewaarden. Over- of onderschrijding van de indicatieve niveaus heeft derhalve niet direct consequenties voor wat betreft het nemen van een beslissing over de ernst van de verontreiniging door het bevoegd gezag. Bij een dergelijke afweging dienen derhalve ook ander overwegingen betrokken te worden. Naast bovengenoemde achtergrondwaarden en interventiewaarden wordt binnen de NEN 5740 ook nog het begrip tussenwaarde (T) gehanteerd.
De tussenwaarde betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond - respectievelijk steefwaarde (grondwater) en de interventiewaarde voor de verontreinigende stof. Dus ½(AW + I) voor grond of ½(S + I) voor grondwater.
Op al onze opdrachten zijn de “A.L.U.W.-2015” van toepassing, gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch.
Toetsingskader asbest Asbest wordt binnen verschillende beleidskaders als een ‘probleemstof’ beschouwd. De toetsing van de onderzoeksresultaten, en dan met name de beoordeling van een saneringsnoodzaak, is gebaseerd op de vigerende regelgeving. Voor het toetsen aan de interventiewaarde wordt gebruik gemaakt van een gemiddeld gewogen concentratie. Het gemiddelde gehalte betekent dat bij een gehalte van 10-15 % gerekend wordt met 12,5 %. De weging bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie, vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentratie. Serpentijnasbest bestaat uit chrysotiel, amfiboolasbest bestaat onder andere uit crocidoliet en amosiet. Verder geldt met ingang van 1 maart 2003 een restconcentratienorm van 100 mg/kg d.s. “gewogen” (zie hierboven) asbest. Onder de restconcentratienorm zijn de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit niet van toepassing. Indien de norm van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden is sprake van saneringsnoodzaak. De termijn waarbinnen de sanering moet worden begonnen hangt af van de risico’s. Risicobeoordeling Navolgend is een samenvatting gegeven van hetgeen vermeld is in “bijlage 3. Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, Protocol Asbest” uit de Circulaire Bodemsanering.
Stap 1: Bepalen geval van ernstige bodemverontreiniging Allereerst dient bepaald te worden of er sprake is van een verontreiniging met asbest. Er is sprake van een verontreiniging wanneer de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden. Indien de norm van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden is er tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Stap 2: Standaard risicobeoordeling In principe geldt dat wanneer asbest aanwezig is in de bovenste 0,5 meter van de bodem maar voor hechtgebonden het gewogen gehalte van 1.000 mg/kg d.s. niet overschreden wordt, dan wel niethechtgebonden asbest het gewogen gehalte van 100 mg/kg d.s. niet wordt overschreden er geen onaanvaardbare risico’s aanwezig zijn. Stap 3: Locatiespecifieke risicobeoordeling Overschrijden de gemeten concentraties de voorgenoemde concentraties dan moet bepaald worden of de concentratie respirabele asbestvezels in de bewerkte zone (minimaal 2 cm) de risicogrens van 10 mg/kg d.s. respirabele vezels (gewogen) overschrijdt (stap 3A). Wordt de risicogrens niet overschreden dan is er geen onaanvaardbaar risico. Wordt de concentratie van 10 mg/kg d.s. respirabele asbestvezels overschreden dan moet bepaald worden of er kans is op een secundaire besmetting inpandig.
Is secundaire besmetting inpandig mogelijk en uit onderzoek van huisstof blijkt dat het concentratie asbestvezels het gehalte van 100 vezels/cm2 overschrijdt is zowel binnen- als buitenluchtonderzoek noodzakelijk (stap 3b). Indien geen secundaire besmetting mogelijk is of indien inpandig risicovolle asbestbronnen aanwezig zijn of indien de concentratie aan asbestvezels de concentratie van 100 vezels /cm2 niet overschrijden is alleen een buitenlucht onderzoek nodig om de uiteindelijk risico’s te bepalen van de asbestverontreiniging in de bodem (stap 3b).
Op al onze opdrachten zijn de “A.L.U.W.-2015” van toepassing, gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch.
In het door RIVM en TNO ontwikkelde systematiek voor risicobeoordeling van bodem-verontreiniging met asbest (RIVM-rapport 711701034/2003 ‘beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest’) is een methode beschreven om de asbestvezelconcentratie in buitenlucht te bepalen. De asbestvezelconcentratie in de binnenlucht wordt bepaald conform NEN 2991: 2005 “luchtrisicobeoordeling in en rondom gebouwen of constructies waarin asbesthoudende materialen zijn verwerkt”. Indien uit het binnen- of buitenluchtonderzoek blijkt dat de asbestvezelsconcentratie van 1.000 vezelequivalenten/m3 (=Verwaarloosbaar risiconiveau (VR)) niet wordt overschreden kan gesteld worden dat er geen onaanvaardbare risico’s zijn. Stap 4: Conclusie en consequenties Op basis van het Milieuhygiënisch saneringscriterium bodem, waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen), worden locatiespecifieke risico’s ingedeeld in twee categorieën: “géén onaanvaardbare risico’s” en “onaanvaardbare risico’s”. De locatie valt in categorie ”géén onaanvaardbare risico’s” als er geen kans op vezelemissie aanwezig is omdat bij het actuele gebruik niet mogelijk is om met de asbestbodemverontreiniging in contact te komen.
Er zijn ook geen onaanvaardbare risico’s als blijkt dat in dergelijke situaties nooit gehalten aan asbest in de lucht zullen voorkomen die het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR) overschrijden. Deze gegevens zijn gebaseerd op ervaringsgegeven eventueel aangevuld met praktijkmetingen. Er is sprake van een VR als het aantal vezels in de lucht, uitgedrukt in vezelequivalenten, kleiner is dan 1.000 per m³. Dit betekent dat een beperkingregistratie moet plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan naast registratie aanvullende beheermaatregelen voorschrijven. De inhoud van de beheermaatregelen wordt door het bevoegd gezag bepaald. Als de inrichting of het gebruik verandert, dienen de locatiespecifieke risico’s opnieuw te worden beoordeeld. De locatie valt in categorie “onaanvaardbare risico’s” als uit metingen in binnen- en/of buitenlucht blijkt dat het Verwaarloosbare Risiconiveau (VR) wordt overschreden. Er dienen spoedig saneringsmaatregelen te worden getroffen, op dat deel van de locatie waar sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de bodemverontreiniging met asbest. Met “spoedig” wordt in dit kader bedoeld dat de sanering binnen 4 jaar na het afgeven van de beschikking ernst en spoed moet aanvangen. De consequenties van de risicobeoordeling conform het “protocol asbest” worden door het bevoegd gezag vastgelegd in een beschikking “ernst en spoed”.
Een risicobeoordeling wordt uitgevoerd op basis van de actuele situatie en gebruik. Indien hierin wijzigingen plaats gaan vinden dient opnieuw een risicobeoordeling te worden uitgevoerd.
Op al onze opdrachten zijn de “A.L.U.W.-2015” van toepassing, gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch.
BIJLAGE F Laboratoriumcertificaten grondanalyses
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. Marco Vervoort Mercuriusweg 18 2741 TA WADDINXVEEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 6
: Aarle rixtel, Heindertweg 1 : 14P003318 : 13368046, versienummer: 1. : HCNKKJPV
Rotterdam, 10-12-2020
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 14P003318. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support.
Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. Marco Vervoort Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 6
Analyserapport
Aarle rixtel, Heindertweg 1
Orderdatum 08-12-2020 Startdatum 08-12-2020 Rapportagedatum 10-12-2020
14P003318 - 1
13368046
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 B003 (0-50) B004 (0-50) B005 (0-50) B006 (0-50) MM2 B001 (0-50) B002 (0-50) B007 (6-50) B009 (5-50) B010 (0-50) B011 (0-50) B012 (6-50) MM3 B001 (50-100) B001 (100-150) B002 (50-100) B002 (100-150) B003 (50-100) B003 (100-150)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 87.5 <1 geen
Ja 88.5 <1 geen
Ja 89.2 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
3.1
1.5
0.9
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
1.5
2.3
<1
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
25 0.56 1.6 17 0.12 37 <0.5 4.0 50
21 <0.2 <1.5 24 0.08 32 <0.5 <3 24
<20 0.21 <1.5 8.2 <0.05 12 <0.5 <3 26
<0.01 0.01 <0.01 0.05 0.02 0.02 0.02 0.03 0.03 0.03 1) 0.224
<0.01 0.02 <0.01 0.03 0.02 0.02 0.01 0.02 0.01 0.01 1) 0.154
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.45 antraceen mg/kgds S 0.14 fluoranteen mg/kgds S 0.48 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.23 chryseen mg/kgds S 0.19 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.12 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.20 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.14 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.14 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 2.097 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 2) 1.4 1.1 <1 1) 6
002
003
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. Marco Vervoort Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 6
Analyserapport
Aarle rixtel, Heindertweg 1
Orderdatum 08-12-2020 Startdatum 08-12-2020 Rapportagedatum 10-12-2020
14P003318 - 1
13368046
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 B003 (0-50) B004 (0-50) B005 (0-50) B006 (0-50) MM2 B001 (0-50) B002 (0-50) B007 (6-50) B009 (5-50) B010 (0-50) B011 (0-50) B012 (6-50) MM3 B001 (50-100) B001 (100-150) B002 (50-100) B002 (100-150) B003 (50-100) B003 (100-150)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 <5 <5 <20
002
<5 <5 <5 <5 <20
003
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. Marco Vervoort Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 6
Analyserapport
Aarle rixtel, Heindertweg 1 14P003318 13368046
- 1
Orderdatum 08-12-2020 Startdatum 08-12-2020 Rapportagedatum 10-12-2020
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1 2
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. Marco Vervoort Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 5 van 6
Analyserapport
Aarle rixtel, Heindertweg 1
Orderdatum 08-12-2020 Startdatum 08-12-2020 Rapportagedatum 10-12-2020
14P003318 13368046
- 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
Grond: conform NEN-EN 16179. Grond (AS3000): conform AS3000 en conform NEN-EN 16179 Grond: Gelijkwaardig aan ISO 11465 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934. Grond (AS3000): conform AS3010-2 en gelijkwaardig aan NEN-EN 15934 Conform AS3000 Idem Grond: gelijkwaardig aan NEN 5754. Grond (AS3000): conform AS3010-3 Grond: eigen methode. Grond (AS3000): conform AS3010-4 Conform AS3010-5 en conform NEN 6950 (ontsluiting conform NEN 6961, meting conform NEN-EN-ISO 17294-2) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000)
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Conform AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3010-7 en conform NEN-EN-ISO 16703
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001
Y8849234 Y8849224 Y8849228
04-12-2020 04-12-2020 04-12-2020
04-12-2020 04-12-2020 04-12-2020
ALC201 ALC201 ALC201
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. Marco Vervoort Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 6 van 6
Analyserapport
Aarle rixtel, Heindertweg 1