8 20211014 Toelichting vgbp Duin 10 Lieshout bijlage 2 Ecologische Quickscan.pdf
Tekst van het document
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden Ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
LOCATIE: DUIN 10, LIESHOUT. RAPPORTNUMMER: 2020BE-0806 In opdracht van: Van Dun advies B.V. Dorpstraat 54 5113 TE Ulicoten
E Brabant Eco Ecologische dienstverlening
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Ecologische dienstverlening
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2020BE-0806
Opdrachtgever Van Dun advies B.V.
Contactpersoon Mevrouw M. Raymakers
Locatie Duin 10 5737 RH Lieshout
Opleverdatum 27 oktober 2020
Uitvoerder
Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
P a g i n a |1
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Inhoudsopgave
1.
Inleiding en onderzoek…………………………………………………………4
2.
Beleidskader
………………………………………………………………...5
Wet natuurbescherming 3.
Plangebiedsbeschrijving …………………………………………………..… .8 Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling
4.
Praktijk ecologische quickscan
………………………………..…..………12
Bureaustudie Veldonderzoek Praktijktoetsing 5.
Beschermde natuurwaarden………………………………………..….……..18 Flora Zoogdieren Vogels Amfibieën, vissen en reptielen Overige soorten
6.
Resultaten en advies
……………………………………………………….24
7.
Lijst van bronnen
…………………………………………………….…27
8.
Bijlagen
…………………………………………………………………..…..28
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |2
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Samenvatting Opdrachtgever heeft het bedrijf aan de Duin 10 te Lieshout bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) aangemeld voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daardoor zullen de aanwezige varkensstallen worden gesloopt en zal het huidige bestemmingsplan van intensief agrarisch worden omgezet naar woonbestemming. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen waardoor er een verbetering van de milieukwaliteit zal plaatsvinden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot van stikstof. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Voor de sloopvergunning heeft opdrachtgever de vraag gekregen tot het laten uitvoeren van een onderzoek naar beschermde natuurwaarden. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte Inhoudsopgave natuuronderzoek.
Het voorkomen van nestlocaties van huismussen kan niet worden uitgesloten waardoor de effecten met voorgenomen werkzaamheden mogelijk van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de huismussen en het functioneel leefgebied ervan. Daarom wordt er een nader onderzoek aanbevolen naar de huismussen conform Kennisdocument Huismus. Voor andere beschermde diersoorten zijn op basis van uitgevoerd onderzoek geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Een ontheffingsaanvraag is niet nodig. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuur inclusief verbeteren wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco November 2020
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |3
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
1. INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever van Dun advies is het bedrijf aan de Duin 10 te Lieshout aangemeld bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) voor de warme saneringsregeling varkenshouderij 2020. Daardoor zal het varkensbedrijf volledig worden gesaneerd. De bedrijfsgebouwen, bestaande uit twee varkensstallen, worden gesloopt. De op het perceel gevestigde intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. De beoogde ontwikkeling betreft de omzetting van het geldende bestemmingsplan met intensief agrarische bestemming naar een woonbestemming. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |4
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
2. BELEIDSKADER 2. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
Gebiedsbescherming 2.1 Natura-2000 Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheersplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura-2000 gebieden.
2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.3 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |5
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.4 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.5 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.6 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |6
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |7
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidige situatie De planlocatie aan de Duin 10 te Lieshout in de gemeente Laarbeek is gelegen in de Meijerij van ’sHertogenbosch. De gemeente Laarbeek ontstond op 1 januari 1997 door samenvoeging van de voormalige gemeenten AarleRixtel, Beek en Donk, en Lieshout, telt 22.665 inwoners (1 augustus 2020, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 86 km². Het dorp Lieshout telt zo'n 4.290 inwoners. De Duin is gelegen in de driehoek Mariahout, Beek en Donk en Lieshout. De straat is een zijstraat van de Herendijk en loopt haaks over in de Beemdkant. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit agrarische percelen, intensieve veehouderijen met bouw- en weilanden en burgerwoningen Ten zuiden ligt de kern Lieshout, op een afstand van circa 700 meter is de bebouwde kom.
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is oranje omcirkeld. Bron: google Earth.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |8
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout Op de planlocatie zijn twee stallen en één veldschuur aanwezig. De stallen worden gebruikt als vleesvarkensstallen. De veldschuur wordt gebruikt als opslag en als werktuigenberging voor de akkerbouwtak. Het voorste gedeelte van de zuidelijkste stal betreft een opslagruimte en zal worden gehandhaafd, evenals de opslag en paardenstallen in stal 2. Ook de bestaande veldschuur aan de achterzijde van het perceel zal blijven staan. Aan de voorzijde van het perceel is een bedrijfswoning gesitueerd.
Globaal omlijnd het totale planlocatie in blauw, te slopen varkensstallen in oranje en blijvende bedrijfswoning, velschuur, opslag en paardenstallen in geel. Bron: google Earth.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a |9
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Natura 2000 In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen Natura 2000 gebieden. Op 12,8 kilometer ten zuiden bevindt zich het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied Strabrechtseheide & Beuven.
Atlasleefomgeving Natura 2.000 gebieden, plangebied met pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu
NatuurNetwerkNederland Direct langs het plangebied bevindt zich geen Natuur Netwerk Brabant (NNB) gebied. Het dichtstbijzijnde is ten oosten op ongeveer 670 meter en ten westen op 710 afstand met het beheertype vochtig bos met productie. De directe omgeving valt onder agrarisch beheertype.
NNB-gebieden in de omgeving van het plangebied. Bron: Kaartbank Brabant.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 10
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout Opdrachtgever heeft het plan om de intensieve varkenshouderij die op deze locatie gevestigd is, volledig te saneren. Dit houdt in dat de varkensstallen gesloopt zullen worden. De intensieve varkenshouderij zal volledig verdwijnen. De bestaande veldschuur zal blijven. Met het ontmantelen van de intensieve veehouderij op deze locatie wordt er door de sloop van de bedrijfsbebouwing en verharding een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. Ook zal er een verbetering van de milieukwaliteit optreden door het definitief vervallen van geurhinder, ammoniakemissie en uitstoot fijn stof.
2 1
Beoogde situatie met te slopen varkensstallen genummerd in rood. Bron: Verschel en van Dun..
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 11
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1) aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere ravon, sovon, floron en waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met de quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).
Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 12
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Flora Naast het woonhuis met tuin bestaat het plangebied uit twee stallen en een veldschuur. Het erf naar en rond de stallen is geheel verhard en omringd door bouwland en een paardenweide. De directe omgeving bestaat uit sterk bemeste agrarische percelen. Volgens gegevens uit het NDFF (Project: Duin, Referentie: BE806, d.d. 11 november 2020) komt binnen een straal van één kilometer geen beschermde soorten flora voor. (Zie bijlage 1) Van 1 tot 5 kilometer afstand van het plangebied zou volgens de NDFF Drijvende waterweegbree voor kunnen komen. Deze plant staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen en is sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Het voorkomen van beschermde plantensoorten is zodoende uit te sluiten.
Fauna Volgens de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna zijn er binnen een straal van één kilometer in de omgeving waarnemingen van wespendief, buizerd en sperwer. De genoemde roofvogelsoorten zouden leefgebied kunnen vinden in bossen in de omgeving van het plangebied. Volgens bronnenonderzoek komen naast huismus en ooievaar ook de roek, eekhoorn, egel, das en bunzing voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. (Bijlage 1). Het voorkomen van amfibieën, reptielen en vissen wordt op basis van literatuur en voorstudie uitgesloten binnen deze afstand van 1000 meter omdat op de planlocatie de geschikte biotopen ontbreken en de locatie niet in verbinding staat met leefgebieden van deze beschermde soorten. Soortgroep Flora Vogels Zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten Vissen
Mogelijke aanwezigheid Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee
Samenvattende tabel: soorten na literatuuronderzoek
4.2 Veldonderzoek Op maandag 23 november 2020 in de ochtend heeft ecoloog Frenk van de Wal het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, onbewolkt met een zuidwestenwind met windkracht 1 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 7 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder herfstachtige omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden minder actief zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde plant- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.
Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 13
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Totale plangebied Het totale plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 0,7 hectare, is gedeeltelijk bebouwd met twee varkensstallen, een bedrijfswoning en een veldschuur. In totaal is ongeveer 1.890 m2 bebouwd als varkensstal. Het erf naar, rond en tussen de gebouwen is verhard met betonklinkers. Het bedrijf is in de huidige situatie landschappelijk ingepast met erfbeplanting in de vorm van struiken en bomen met vooral esdoorn en eiken. Deze bevindt zich vooral aan de zuidkant van het bedrijf. Het onderzoekgebied komt overeen met de grenzen van het plangebied en de directe omgeving hiervan.
Woonhuis met tuin Het woonhuis met tuin blijft behouden zoals deze nu zijn. Het woonhuis bestaat uit een rode bakstenen spouwmuur met stootvoegen en een dubbel zadeldak. De gecultiveerde tuin bestaat vooral uit beplanting in de vorm van struiken en taxus-, liguster- en beukenhagen rondom het gazon wat zich zowel voor- als achter het huis bevindt. Ten noorden van de woning, naast de bedrijfsinrit staat een rij esdoornbomen. Voor de stal 2 bevinden zich esdoorn- eik-, appelen kersenboom. Voor stal 1 achter het woonhuis is een notenboom. In en rond de tuin en ook verder in het plangebied zijn veel vogelhuisjes bevestigd aan bomen met diameters variërend van 28-40 millimeter.
Woonhuis.
Bedrijfsinrit.
Varkensstallen. De varkensstallen zijn in 1985 en 1986 gebouwd en zijn gespiegeld identiek. De muren zijn gemaakt van rode baksteen met een spouwmuur, aan de binnenzijde van gasbetonblokken en de muur is afgedekt met een muurplaat, waardoor de spouwmuur volledig dicht is. Het dak bestaat uit golfplaten welke aan de onderzijde geïsoleerd zijn met dupanel. De voor en achter gevel van de stallen zijn ook volledig gemetseld met rode bakstenen en zijn volledig afgesloten, onder de windveren is een houten lat bevestigd waardoor de stal volledig dicht is. De muren bevatten geen stootvoegen. Alle kieren en openingen in muren of dakranden zijn volledig afgesloten door vogelschroot, purschuim of cement. De bedrijfsgebouwen hebben altijd dienstgedaan in het professioneel en intensief huisvesten van varkens. Zodoende zijn er altijd afdoende maatregelen genomen om andere dieren buiten te sluiten van deze varkensstallen. Ten tijde van het veldonderzoek was er geen levende have aanwezig in de stallen en eigenaar was bezig om de stalinrichting te verwijderen. De stallen waren schoon.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 14
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Vooraanzicht stal 2
Zijaanzicht stal 1.
Afgesloten varkensstal (endoscopische foto)
Endoscopisch onderzoek.
Achteraanzicht stal 2.
Achteraanzicht stal 1
Binnen in de stal.
Tussen de varkensstallen in.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 15
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Centrale gang.
Afgesloten varkensstal.
Afgesloten varkensstal.
Afgesloten varkensstal.
De bedrijfsgebouwen zijn zowel aan de buitenzijde als ook aan de binnenzijde onderzocht op het voorkomen van beschermde diersoorten. De gebouwen zijn uitvoerig bekeken op het voorkomen van nestlocaties van vogels. Hiervan werden mede door het hermetisch afgesloten zijn van het bedrijf geen aanwijzingen gevonden. Er is met nadruk gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen. Soorten waarvan nesten jaarrond beschermd zijn. Hierbij is vooral gekeken naar de aanwezigheid van nesten, meststrepen op muren, eventuele kieren onder dakplaten of zijwanden. Verborgen tussenruimtes ontbreken. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Sporen van aanwezigheid zoals invliegopeningen, uitwerpselen, dode dieren of afgebeten vleugels etc. die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van gebouw bewonende vleermuizen ontbreken volledig.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 16
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Veldschuur. De veldschuur zal niet worden gesloopt, de schuur heeft een oppervlakte van 190 vierkante meter. In de schuur zijn twee paardenboxen aanwezig en wordt gebruikt voor de stalling van groter materiaal en twee paardentrailers. De voor en achtergevel van de veldschuur bestaat uit een halfsteens muurtje van een meter hoog en uit damwandprofielen. De schuifdeuren van de schuur bestaan net zoals de lange zijde uit damwandprofielen. Het dak bestaat uit golfplaten. Zowel de muren als het dak zijn niet geïsoleerd.
Veldschuur.
Binnen in de veldschuur.
4.3 Praktijktoetsing Op basis van de gegevens van de literatuurstudie en het veldonderzoek wordt een inschatting gemaakt wat de effecten van de voorgenomen ingrepen op potentieel aanwezige beschermde soorten zal zijn. Dit in relatie tot de geplande ontwikkelingen. Er is bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat nog een aanvullend onderzoek nodig is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 17
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Algemeen Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1 Flora Het volledige plangebied is bebouwd, bestraat of wordt gebruikt als bouwland. Ook de directe omgeving bestaat uit sterk bemeste agrarische percelen. Hierdoor ontbreekt het volledig aan geschikte plaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.
Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. 5.2 Zoogdieren Uit gegevens van de NDFF blijkt dat bunzing, das, eekhoorn en egel voor kunnen komen in de omgeving tot 1 kilometer, van het plangebied. Op grotere afstand, tot 5 kilometer van het plangebied kunnen bever, boommarter, steenmarter en wildzwijn voorkomen. Uit het veldbezoek blijkt dat het plangebied onderdeel kan vormen van het leefgebied van soorten als konijn, egel en algemene (spits)muissoorten. Bevindingen van het veldbezoek tonen aan dat vanwege de ligging, gebruik en kenmerken van het plangebied het redelijkerwijs uit te sluiten is dat bunzing, das, eekhoorn, bever, boommarter, steenmarter en wildzwijn er voorkomen. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van marters. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van de steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn of boommarter. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor genoemde zoogdieren.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 18
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Volgens de waarnemingen van de NDFF kunnen binnen een straal van 5 kilometer van het plangebied de volgende soorten voorkomen: Gewone wergvleermuis, Rosse vleermuis, Baardvleermuis, Bosvleermuis en Laatvlieger. Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land daarnaast ook o.a. de, Gewone grootoorvleermuis, Kleine dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis voorkomen. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben.
Foeragerende vleermuizen in de omgeving van het projectgebied kunnen zeker wel voorkomen. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Het is niet uitgesloten dat de populierenlaan aan de Duin fungeert als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Met de beoogde herontwikkeling blijven alle groenstructuren behouden en worden nadien versterkt door de landschappelijke inpassing. De foerageermogelijkheden voor vleermuizen zullen daarmee verbeteren. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. In de te slopen afgesloten varkensstallen zijn geen potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De te slopen varkensstallen zijn opgetrokken uit geheel dichte stenen spouwmuren zonder stootvoegen, met muurplaat en gedekt met golfplaten dak met afgedichte ruimtes voorzien van isolatiepanelen of geheel dichtgespoten met purschuim, cement of vogelschroot aan de onderzijde.
Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.
Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen. Er is vastgesteld dat er geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 19
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
5.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Tijdens het veldonderzoek werden diverse vogels gezien: buizerd, vink, koolmees, houtduif, merel, kauw en huismus.
Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF-gegevens enkele vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen als gierzwaluw en huismus. Binnen een straal van vijf kilometer komen kerkuil, ransuil en steenuil voor. Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zou de bedrijfswoning de enige plaats kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zou staan. De woning blijft zoals deze is dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied ontbreekt het volledig aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden.
Tevens is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren onder mogelijke roestplekken in de carport of aangrenzend schuurtje. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Er zijn tijdens het veldbezoek huismussen gezien. Deze hebben mogelijk nesten onder het pannendak van de bedrijfswoning en het is ook niet met zekerheid uit te sluiten dat er mogelijk nesten zijn in de te slopen varkensstallen. Tijdens het veldbezoek zijn huismussen waargenomen op de te slopen varkensstallen. Deze soort is vaak in de directe omgeving van de nestplaats te vinden. Aangezien er voor huismus op de planlocatie geschikte nestgelegenheid aanwezig is onder de dakpannen van de woning is het zeer aannemelijk dat de soort broedt op de planlocatie.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 20
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
De tuinen rond de woningen maken deel uit van het functionele leefgebied van de soort. Door de groen ingerichte tuinen met hagen, struweel en bomen kunnen huismussen voedsel, dekking en beschutting vinden. De vogelschroot welke rondom de dakranden van de stallen aanwezig is, is op sommige plaatsen zo ver naar achteren dat er huismussen broedgelegenheid zouden kunnen vinden. Daarom is met de endoscopische camera een intensiever onderzoek gedaan in de eerste meter van stal 2 waar uitzonderlijk geen vogelschroot zit. Hier werden nesten waargenomen, mogelijk van huismussen.
Mogelijke nestlocatie huismus (endoscopische foto)
Endoscopisch onderzoek.
De nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd. De Wet natuurbescherming verbiedt om huismussen opzettelijk te verwonden, te doden, of hun nesten te beschadigen of weg te nemen. Met de voorgenomen sloop van de varkensstallen gaan mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verloren en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Daarvoor wordt een nader onderzoek naar het voorkomen van huismussen aangeraden. Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie buizerd, sperwer en wespendief voor. Iets verderop zijn ook de boomvalk, havik en slechtvalk waargenomen volgens NDFF. Alle genoemde roofvogelsoorten kunnen leefgebied vinden in de bossen in de omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor genoemde vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht.
Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (Bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nesten foerageergelegenheid voor overige tuin- en struweelvogels toenemen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 21
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Tijdens het veldbezoek zijn vijf huismussen waargenomen. Met de sloop van de varkensstallen zouden eventuele nesten worden verwijderd. Hierdoor gaan er dus vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verloren en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een nader onderzoek naar het voorkomen van rust- en verblijfplaatsen van huismussen conform het Kennisdocument Huismus 1.0 BIJ.12 2017 wordt aanbevolen. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Het plangebied is geschikt als broed- en foerageergebied voor algemene vogelsoorten. De voorgenomen plannen hebben geen negatieve effecten op het broed- en foerageergebied. In het plangebied en in de omgeving blijft voldoende geschikt broed- en foerageergebied behouden. Als het verwijderen van bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. Overige Vogelrichtlijnsoorten Alle vogels en hun actief in gebruik zijnde nesten zijn beschermd maar er zullen geen broedplaatsen direct verstoord worden door de werkzaamheden. Mogelijk dat ook de in de directe omgeving aanwezige vegetatie gebruikt wordt om te schuilen of te broeden.
Door de sloop van de bedrijfsgebouwen zal de kwaliteit van deze vegetatie niet verloren gaan en wordt het habitat van de vogels niet aangetast. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.
5.4 Amfibieën, vissen, reptielen , vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. De ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemeen amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen In het plangebied zullen in het seizoen enkele algemene vlindersoorten voorkomen zoals klein koolwitje, boomblauwtje en citroenvlinder.
In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Overige soorten Overige beschermde soorten insecten, zoals verschillende kevers zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving.
Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 22
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
5.5 Gebiedsbescherming Alle Natura 2000 gebieden liggen op minimaal 12,8 kilometer afstand van het plangebied. Het dichtstbijzijnde Natuur Netwerk Brabant (NNB) gebied is op 250 meter ten zuiden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. De sanering van de intensieve varkenshouderij met de daarbij behorende ammoniakemissie en de sloop van de stallen betekent een sterk verminderde milieudruk. In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNB-gebied. De bestemmingswijziging van agrarisch naar bedrijven zal niet leiden tot aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van de omliggende NNB-gebieden. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 23
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
6. RESULTATEN EN ADVIES Resultaten en advies Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie
6.1 Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde QuickScan wordt geconcludeerd dat de huismus in het plangebied voorkomt. Voor de overige soortgroepen, waaronder vleermuizen uilen en gierzwaluw zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord. De biotopen blijven behouden.
6.2 Resultaten De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie aan de Duin 10 een zekere landschappelijke waarde heeft die met duurzame zorg gewaarborgd kan worden. Het erf functioneert aantoonbaar als leefgebied voor diverse soorten dieren, waarvoor verbeteringen zullen ontstaan. De intensieve varkenshouderij maakt volgens beoogd plan plaats voor een woonbestemming. Er wordt aanbevolen om een vervolgonderzoek te doen naar de nestmogelijkheden van huismussen, volgens het Kennisdocument Huismus 1.0 BIJ.12 2017. Het kennisdocument Huismus geeft een overzicht van in aanmerking komende maatregelen die genomen kunnen worden als deze beschermde soort aanwezig is in of nabij een gebied waar de ruimtelijke activiteiten plaats gaan vinden. Dergelijke maatregelen voorkomen of verminderen negatieve effecten op de soort als gevolg van die voorgenomen activiteiten. Verder beschrijft het document de kenmerkende ecologische aspecten en de wijze waarop de aanwezigheid (of de afwezigheid) van de soort kan worden aangetoond.
6.4 Advies en aanbevelingen o o
o o
o
o
Een nader onderzoek naar huismussen wordt aanbevolen. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat het erf geschikt blijft als leefgebied en het relatief algemene soorten betreft. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura-2000 gebieden voor. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn er niet. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfsplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. In het kader van de vogelrichtlijn wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het om de periode 15 maart tot 15 juli. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord.
In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen dienen ervoor om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen of te verzachten. De directe omgeving is potentieel geschikt als leefgebied voor verschillende vogelsoorten. Diverse soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broedgelegenheid. Natuur inclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van nest-
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 24
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
o
o
o
en vleermuiskasten in de gevels van een eventueel nieuw te bouwen loods of bestaande bedrijfswoning. Zie afbeelding vogelvide. Natuurinclusief bouwen bevorderd de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Op deze manier kan de in de directe omgeving aanwezige populatie zich naar de planlocatie uitbreiden en wordt de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd. Bij de landschappelijke inpassing met groenstructuren worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en struifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Een belangrijk verschil met uitheemse soorten die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn.
Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters. De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Bij onvoorziene omstandigheden dient daarnaast direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.
Vogelvide. Bron: Vogelbescherming.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 25
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
6.5 Toelichting op nader onderzoek huismussen. Huismussen; geplande ontwikkelingen, effecten op huismussen en onderzoek Met de beoogde herontwikkeling wordt bebouwing gesloopt waarin zich mogelijk huismussennesten bevinden. Nesten van huismussen inclusief hun functionele leefgebied zijn jaarrond beschermd. Tijdens de sloopwerkzaamheden zullen mogelijk het jaarrond beschermde nesten verloren gaan en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Om te zien of er nesten van huismussen zich bevinden in de stallen zal er een nader onderzoek moeten worden uitgevoerd. Een deskundige op het gebied van huismussen moet tussen 10 maart en 20 juni in de ochtend rond een tot twee uur na zonsopkomst de locaties van de broedplaatsen vaststellen. Er mag worden aangenomen dat er geen broedende huismussen aanwezig zijn als tijdens twee bezoeken tussen 1 april en 15 mei of tijdens vier bezoeken tussen 10 maart en 20 juni geen tekenen van aanwezigheid zijn waargenomen. Ook andere functies van het leefgebied, zoals winterslaapplaats en voedselgebied moeten onderzocht worden. Bij aanwezigheid van huismussen dient er een mitigatieplan te worden opgesteld conform de richtlijnen van het Kennisdocument Huismus (Passer domesticus), BIJ12, versie juli 2017.
In het mitigatieplan worden maatregelen voorgesteld ter voorkoming van overtreding verbodsbepalingen Wet natuurbescherming en behoud van de functionele leefomgeving. Indien aantoonbaar wordt gewerkt conform Kennisdocument van BIJ12 is een ontheffingsaanvraag/verklaring van geen bedenkingen, niet noodzakelijk. De volgende maatregelen kunnen o.a. nodig zijn: • Werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare perioden. • Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden, ruim voordat de sloop gaat plaatsvinden. • Bij het verdwijnen van een verblijfplaats kunnen inpandige voorzieningen worden gerealiseerd in de nieuwbouw, zodat deze geschikt is voor huismussen. Tijdens het veldbezoek op maandag 23 november is met initiatiefnemer besproken dat deze ter mitigatie zes nestkastjes extra ophangen zal. De te slopen stallen worden deze winter extra gecontroleerd op nestgelegenheden. Tenminste twee maanden na het ophangen van de tijdelijke verblijfplaatsen en buiten de periode maart – september kan dit door de onderste rij golfplaten met de hand te verwijderen of op te lichten of met vogelschroot, pur of mussengaas de toegang tot de nestplekken dicht te stoppen. Hierdoor wordt voorkomen dat deze bewoond wordt tijdens de werkzaamheden. Volgens plan zullen medewerkers van Brabant Eco het nader onderzoek naar huismussen in april uitvoeren.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 26
Ecologische quickscan Duin 10, Lieshout
LIJST VAN BRONNEN www.atlasleefomgeving.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl www.verspreidingsatlas.nl Limpens et al., 1997, 2014 Dietz et al., 2011 Baijens et al. 2005 www.synbiosys.alterna.nl www.rijksoverheid.nl www.brabant.nl kaartbank.brabant.nl www.natuurmonumenten.nl www.vivarapro.nl www.sbo.nl www.ivn.nl www.natura2000.nl netwerk groene bureaus www.ravon.nl www.floron.nl www.sovon.nl www.wikipedia.nl www.laarbeek.nl www.vogelbescherming.nl checklist vleermuisprotocol
o o o
Als bijlage 1 is toegevoegd de lijst FloraFaunaCheck.nl Als bijlage 2 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Als bijlage 3 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
P a g i n a | 27
Project
: Duin
Referentie : BE806 Datum
: 11 november 2020
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 11 november 2020' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333