CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

7 20260507 ODZOB fin advies OGP ontwerpbegroting 2027

Commissie Sociale & Algemene Zaken 7 mei 2026, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de zienswijze ontwerpbegroting 2027 ODZOB1.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan:

GPO-leden

Betreft: Financiële stukken AB-vergadering 12 maart Datum: 17 maart 2026 Van:

Emiel Broere, namens de financiële werkgroep van de deelnemers ODZOB

Vertegenwoordiging in financiële werkgroep: Jos Rademakers (Helmond), Marcel van der Straten (Veldhoven), Simone van Kessel (Eersel), Jeroen van Haaster en Marc Kerkhof (Gemert-Bakel), Martijn Ruyters (Laarbeek), Bas Janssen en Marc Weekers (gemeente Deurne), Alex Casarotto en Emiel Broere (Provincie)

Wat is de aanleiding van deze notitie? De financiële werkgroep is een vertegenwoordiging van de deelnemers van de ODZOB. Zij toetst en adviseert deelnemers van de ODZOB én de ODZOB over conceptstukken uit de Planning& Control-cyclus. Normaliter zijn dit stukken die in het AB worden geagendeerd. We informeren het GPO hierover, voor zover deze voor het GPO relevant is. Als werkgroep hebben we gesproken over: Besluitvormende stukken: -

Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030. Hierop geldt een zienswijzeprocedure t/m 8 juni.

Reflecties van de werkgroep zijn aangegeven met een bolletje. Adviezen van de werkgroep zijn aangegeven met een pijltje. Ontwerpbegroting 2027 In deze sluitende begroting stijgen zowel baten als lasten ten opzichte van 2026. Op basis van trends is voor het eerst rekening gehouden met extra opdrachten gedurende het jaar. Verder is sprake van een sobere begroting. Er zitten geen verrassingen in of belangrijke extra uitgaven. Er liggen geen scenario’s voor om te bezuinigen. De focus ligt op een solide begroting en het robuuster maken van de ODZOB. Het uurtarief stijgt niet, zoals verwacht in de kadernota, maar daalt zelfs iets. ▪ Het uurtarief daalt van € 128,42 in 2026 naar € 128,05 in 2027 (daling van 0,3%% ten opzichte van begroting 2026). o

Uitgangspunt is gelijkblijvende declarabiliteit van 1.299 uren per persoon.

o

Het genormeerde ziekteverzuim blijft ook gelijk op 6%.

▪ In de kadernota werd rekening gehouden met een gemiddeld uurtarief van € 131,93. In de voorliggende ontwerpbegroting is uitgegaan van € 128,05. Dat dit € 3,87 lager is dan in de kadernota aangekondigd komt door: -

€ 2,05 door het realistischer ramen van lonen op basis van het inschatten van werkelijke kosten, en de verlaging van het inhuurpercentage van 18% naar 15%.

-

€ 1,83 door resultaatbestemming van het jaarrekeningsaldo 2025.

▪ De omvang van het voorziene takenpakket groeit iets van 246.000 (begroting 2026) naar 257.000 uren. ▪ De begrote omzet stijgt van € 32,4 miljoen naar € 33,8 miljoen. (+ 4 % ten opzichte van begroting 2025). 1

▪ De waarde van de geïdentificeerde risico’s komt uit op € 1,5 miljoen. De belangrijkste risico’s zitten in personele sfeer: te lage productiviteit en afwijkingen op werkprogramma’s. Het weerstandsvermogen is € 2 miljoen. De weerstandsratio komt hiermee uit op 1,3. Deze ratio moet idealiter minimaal 1,0 zijn. De toegestane omvang van de algemene reserve hangt af van de omvang van de omzet. Bij deze begrote omzet moet de algemene reserve minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 2 miljoen zijn. Bijzonderheden: ▪ Vanaf de begroting 2025 is € 0,8 miljoen per jaar in de begroting van de ODZOB opgenomen voor maatregelen n.a.v. het landelijke traject van het Interbestuurlijk Programma (IBP) om het VTH-stelsel te versterken. Dit omvat een tijdelijke ontwikkelagenda (€ 0,45 miljoen per jaar t/m 2027) en een structurele versterking van de bedrijfsvoering (€ 0,35 miljoen per jaar). In de begroting van 2027 is dus het laatste jaar van de incidentele bijdrage van € 0,45 miljoen. Dit wordt gedekt uit het jaarrekeningresultaat 2025 en wordt dus niet via het uurtarief doorberekend aan deelnemers vanaf de begroting 2027. Vanaf 2028 is alleen € 0,35 miljoen voor de structurele versterking van de bedrijfsvoering opgenomen. ▪ De ODZOB bereidt aanpassingen in de financieringssystematiek voor die haar oorsprong vinden in het landelijke Interbestuurlijke Programma (IBP).

Dat richtte zich op het robuuster maken van het VTH-stelstel en omgevingsdiensten. Een stabielere financiering maakt hiervan onderdeel uit. Dit omvat 3 onderdelen: 1. Vaste bekostiging van het onderdeel bedrijfsvoering (in plaats van via een opslag in het uurtarief). Het voordeel is een stabielere bekostiging. Dit vraagt echter een zorgvuldige voorbereiding. De invoering hiervan is voorzien in 2028. 2. Locatiegebonden financiering. Hierbij wordt onderzocht of bepaalde taken op basis van geografisch vastgestelde eenheden kunnen worden bekostigd. Dit vraagt echter nog veel onderzoek. 3. Herijking collectieve taken. Dit bevat regionale opdrachten van deelnemers gezamenlijk op het gebied van bijvoorbeeld agrofood, beleidsondersteuning, milieuprojecten en samenwerking met partners. De omvang en reikwijdte hiervan groeit door landelijke en provinciale ontwikkelingen. Herijking betekent: -

actualiseren van taken;

-

bepalen welke werkzaamheden structureel zijn;

-

heldere afspraken over kostenverdeling.

▪ Er is uitgegaan van extra opdrachten door deelnemers buiten het werkprogramma, op basis van ervaringsgegevens. Voorzichtigheidshalve is uitgegaan van 60% van het jaarlijkse omvang dat in de afgelopen jaren door de deelnemers buiten het werkprogrammais opgedragen. Dit is verwerkt in de begroting en in een extra kolom zichtbaar gemaakt bij de deelnemersbijdragen (bijlage 1 van de ontwerpbegroting).

2

Reflectie/advies financiële werkgroep: ➔ Wij adviseren positief over de voorliggende begroting. o

Wij vinden het verstandig dat meer tijd wordt genomen voor de vaste bekostiging van bedrijfsvoeringskosten. Dit zou aanvankelijk ingevoerd worden in 2027. Wij hebben vanaf het begin aangegeven dat zorgvuldigheid, kwaliteit en draagvlak een must zijn voor veranderingen in de financieringssystematiek.

o

Het positieve jaarrekeningresultaat 2025 wordt naar onze mening terecht deels ingezet om de incidentele kosten van het Meerjaren ontwikkelaanpak (MJOA) te dekken. Dit levert een belangrijke bijdrage aan het lagere uurtarief dan aangekondigd in de kadernota 2027.

o

De financiële positie en de financiële robuustheid van de begroting is prima op orde.

➔ Wij adviseren deelnemers om uit te gaan van een realistische bijdrage aan de ODZOB in het werkprogramma. o

Wat gewenst is kan per deelnemer verschillen. Het meest logische voor de bepaling van het begrotingsbedrag voor deelnemers is de kolom ‘totaal prognose’. Maar hoe hiermee om te gaan is aan deelnemers zelf. Toelichting: In bijlage 2 staan in feite twee belangrijke kolommen voor deelnemersbijdragen: -

‘Totaal verstrekte opdrachten’ (donkerblauw): dat is de feitelijke opdracht/het werkprogramma en ook het bedrag zoals dat tot dusver per deelnemer is opgenomen.

-

‘Totaal prognose’ (lichtblauwe kolom). Dit is wat er naar verwachting per deelnemer ten minste bij komt.

Want er kunnen ook redenen zijn om toch (als vanouds) uit te gaan van de waarde bij ‘Totaal verstrekte opdrachten/werkprogramma’s’, bijvoorbeeld indien de dekking uit andere programma’s van de gemeente komt.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=30d8c480-0065-417c-b662-63ddec512fb1