CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

7 20230926 Bestemmingsplan De Wolfsputten 7 Toelichting Bijlage 2

Commissie Ruimtelijke Zaken 26 september 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Wolfsputten 7 Aarle-Rixtel3.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

15-12-2022

Landschappelijk inpassingsplan Wolfsputten 7, Aarle-Rixtel

R.J.L. Bijvelds (Rik) LANDSCHAPSONTWERPER BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Landschappelijk inpassingsplan, ten behoeve van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen op de locatie: Wolfsputten 7, Aarle-Rixtel

Colofon: BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl

Projectlocatie:

Wolfsputten 7 5735 SB Aarle-Rixtel

Status: Versie: Datum: Auteur:

definitief 22183.LIP 15-12-2022 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)

Pagina

1

Opgesteld door:

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 Inleiding ...................................................................................................3 1.

Planbeschrijving ....................................................................................4 1.1

Situering van het plangebied ................................................................4

1.2

Bodemmorfologie binnen het plangebied .................................................5

1.3

Groenblauwe mantel .........................................................................5

1.4

Het ontginningenlandschap ..................................................................6

1.5

Berekening kwaliteitsberekening ...........................................................6

2.

Het inrichtingsplan ..............................................................................8

2.1

Knip- en scheerhaag ..........................................................................8

2.2

Bossingel .......................................................................................8

2.3

Bomenrij .......................................................................................8

2.4

Bloemrijk grasland ............................................................................8

2.5

Amfibieënpoel .................................................................................8

3.

Plantlijst .............................................................................................9

4.

Aanleg nieuwe landschapselementen ......................................................... 10

5.

6.

4.1

Grondbewerking ............................................................................. 10

4.2

Grondverbetering ........................................................................... 10

4.3

Opkuilen ...................................................................................... 10

4.4

Uitzetten ..................................................................................... 10

4.5

Planten ....................................................................................... 10

4.6

Amfibieënpoel ............................................................................... 12

4.7

Bloemrijk grasland .......................................................................... 12

Onderhoud/beheer ............................................................................... 13 5.1

Onkruidbestrijding .......................................................................... 13

5.2

Beheer 1e groeiseizoen ..................................................................... 13

5.3

Snoeien ....................................................................................... 13

5.4

Bloemrijk grasland .......................................................................... 13

5.5

Onderhoud amfibieënpoel ................................................................. 14

Conclusie .......................................................................................... 15

Bijlage 1: berekening compensatiewaarde Wolfsputten 7, Aarle-Rixtel ....................... 16

Pagina

2

Bijlage 2: landschappelijke inpassing Wolfsputten 7, Aarle-Rixtel ............................. 17

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Inleiding De initiatiefnemer heeft voornemens op de locatie Wolfsputten 7 te Aarle-Rixtel een bestemmingsplanwijziging door te voeren, van agrarisch bedrijf naar een niet agrarisch bedrijf ten dienste van statische opslag. De gemeente Laarbeek eist bij deze geplande ontwikkeling een landschappelijke inpassing van de kavel en de bestaande bebouwing, rekening houdend met de visie welke staat beschreven in het gemeentelijk- en provinciaal beleid.

Pagina

3

Voorliggend plan geeft invulling weer van de beoogde landschappelijke inpassing op de locatie: Wolfsputten 7 Aarle-Rixtel.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

1. Planbeschrijving 1.1

Situering van het plangebied

Het plangebied is oostelijk gelegen van de kern Aarle-Rixtel (zie afbeelding 1), op de locatie Wolfsputten 7. De initiatiefnemer heeft voornemens op de locatie de bestaande bestemming ‘agrarisch bedrijf’ te wijzigen naar ‘niet-agrarisch bedrijf’.

Afbeelding 2: Kavel binnen het plangebied waarbinnen de landschappelijke inpassing toegepast is/ gaat worden, binnen de rode lijnen. Bron: Kadviewer.map5.nl, 15-12-2022 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

4

Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied. De locatie, Wolfsputten 7, ten oosten van de kern van Aarle-Rixtel, waar de landschappelijke inpassing toegepast is/ gaat worden, wordt globaal aangeduid met de rode cirkel. Bron: Kadviewer.map5.nl, 15-12-2022

1.2 Bodemmorfologie binnen het plangebied Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern van het dorp Aalre-Rixtel. De ingebrachte gronden vallen binnen de zandgebieden van Nederland. Het perceel bevindt zich op de grondsoort: Veldpodzolgronden met de beschrijving: leemarm en zwak lemig fijn zand, met grondwatertrap 6 (zie afbeelding 3) (bron: maps.bodemdata.nl, 15-122022).

Afbeelding 3: Grondsoort binnen plangebied. Bron: bodemdata

1.3 Groenblauwe mantel De projectlocatie is gelegen binnen de groenblauwe mantel. Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud maar vooral ook de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel dat ontwikkeling bijdragen aan de natuur- en landschapswaarden en het bodem- en watersysteem. Het beleid richt zich ook op een toename van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Ook de belevingswaarde en recreatieve waarde van het landschap wordt verhoogd door landschappelijke elementen toe te voegen welke horen bij het landschapstype op de projectlocatie. Binnen het ontginningenlandschap op deze locatie valt te denken aan bomenrijen, houtsingels en hagen.

5

Door naar het onderdeel people-planet-profit te kijken binnen de meerwaardecreatie, kan met het landschappelijk inpassingsplan bijgedragen worden binnen het onderdeel planet. De aan te leggen landschapselementen zorgen voor een verhoging van de biodiversiteit door het aanbieden van voedsel-, veiligheid- en voortplantingsplaatsen van diverse soorten fauna.

1.4 Het ontginningenlandschap Typische gebiedskenmerken binnen het ontginningen landschap zijn hieronder puntsgewijs weergegeven. Hierop zal het landschappelijk inpassingsplan dan ook geschreven worden. Erfbeplanting  De inrichting van het voorerf heeft voornamelijk een functioneel, maar ook groen karakter.  Bij de landschappelijke inpassing is het formele, rechtlijnige karakter van het landschap uitgangspunt.  Erfbeplanting in de vorm van een enkele rij bomen, of beplantingssingels langs de zijdelingse perceelsgrenzen;  Kleine bosopstanden zijn ook toepasbaar t.b.v. de landschappelijke inpassing, waardoor de bouwvlakken tot “groene eilanden” in de grootschalige openheid worden.  Deze houtopstanden kunnen als reservering voor toekomstige uitbreiding gelden, waarbij overigens altijd een stevige randbeplanting dient te worden gehandhaafd;  Erfgrenzen worden/blijven volledig ingeplant met een houtsingel, of bomenrij;  Afhankelijk van de bedrijfsopzet blijft een ondergeschikt deel van een van de erfgrenzen onbeplant t.b.v. de toegang tot de agrarische percelen;  Naast functionele verharde delen worden ook blokhagen en grasvlakken ingezet om het algehele beeld te verzachten.

Dit aansluitend bij de maat en schaal van het erf in grote / robuuste eenheden;  Bij de erfbeplanting toepassing van landschappelijke beplantingselementen en streekeigen soorten;  De siertuin bevindt zich rond de woning en vormt binnen het bouwvlak een zelfstandig element en wordt bij voorkeur omzoomd met hagen. Ook hier bij voorkeur grotere eenheden / eenvoudige opzet.  Gebiedseigen boom en struikvormen zijn onder andere: Eik, Beuk, Berk, Populier, Es, Linde, Liguster.

1.5 Berekening kwaliteitsberekening Bij bovenstaande ‘kwalitatieve’ richtlijnen horen ook enkele ‘kwantitatieve’ richtlijnen om te komen tot een goede landschappelijke inpassing. In de ‘Nota Kostenverhaal’ van de gemeente Laarbeek zijn enkele eisen opgesteld om te komen tot het kwantitatieve gedeelte van de ‘tegenprestatie’. De gemeente Laarbeek heeft de basisinspanning bepaald waarbij minimaal 20% van de bestemmingsplanwinst moet worden voldaan in groen waarbij afwaardering van landbouwgrond naar natuur (bestemmingswijziging) meegenomen wordt. Deze berekening is toegevoegd als bijlage 1 en de uitvoering van de te behalen kwaliteitswinst, door het toepassen van landschapselementen is weergegeven in bijlage 2: het inrichtingsplan.

Pagina

6

In onderstaande tabellen zijn de waardevermeerdering van het beoogde plan en de daarbij behorende ‘tegenprestatie’ weergegeven conform het beleid van de gemeente Laarbeek.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Bestaand Agrarisch zonder bouwvlak Agrarisch met bouwvlak Sleufsilo buiten bouwvlak Bedrijfswoning

Nieuw Bedrijf - Statische opslag Rangeerterrein (bedrijfsterrein zonder bouwvlak) Natuur Agrarisch zonder bouwvlak Bedrijfswoning Totaal nieuw Bestemmingsplanwinst 20%

M² 10.310 8.000 500

Waarde Bedrag € € € 25,00 € 200.000,00 € 5,00 € 2.500,00 € 50.000,00 € 50.000,00 € 252.500,00

8.000 500 10.310 0

€ 80,00 € € 80,00 € € € € 5,00 € € 50.000,00 €

640.000,00 40.000,00 50.000,00

€ € €

730.000,00 477.500,00 95.500,00

Tabel 2: berekening investering kwaliteitsverbetering, locatie: Wolfsputten 7 Aarle-Rixtel

Pagina

7

Uit de bovenstaande tabel is te concluderen dat er met de beoogde ontwikkeling sprake is van een waardevermeerdering van €477.500,-. Conform de ‘Nota Kostenverhaal’ dient hiervan 20% te worden bijgedragen, wat neer komt op €95.500,-. Om hier aan te voldoen zal er een ‘tegenprestatie’ geleverd worden. De tegenprestatie is weergegeven in de berekening in Bijlage 1.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2. Het inrichtingsplan Het landschappelijk inpassingsplan op de locatie Wolfsputten 7 te Aarle-Rixtel, bestaat uit diverse soorten bestaande en aan te planten landschapselementen: -

Knip- en scheerhagen Landschapsbomen Bossingel/ bosje Bloemrijk grasland Amfibieënpoel

Het inrichtingsplan is opgenomen in bijlage 2. Er is gekeken naar een goede landschappelijk inpassing van de bestaande bebouwingen en de kavels. Om aan deze eis toe te komen dient extra beplanting t.o.v. van de huidige situatie aangeplant te worden. Gekozen is om binnen de kavels een bossingel, landschapsbomen, bloemrijk grasland en een knip- en scheerhaag aan te planten.

2.1 Knip- en scheerhaag De knip- en scheerhaag welke aangeplant gaat worden op de kavel: - Carpinus betulus, 338 stuks - Hedera hibernica (tegen gaashekwerk), 210 stuks

2.2 Bossingel De Bossingel welke aangeplant gaat worden bestaat diverse soorten boom- en struikvormers. Deze boom- en struikvormers hebben allemaal hun eigen functie voor fauna in het gebied. Zo bloeien ze verschillend door het jaar heen en zorgen ze met hun bessen voor voedsel voor vogels en zoogdieren. Ook zijn de bossingels een belangrijke plaats voor vogels en zoogdieren om zich voort te planten en te schuilen bij gevaar. Binnen dit plant wordt 5.725 m2 aan houtsingel aangeplant. Plantlijst zie hoofdstuk 3.

2.3 Bomenrij De landschapsbomen welke aangeplant gaan worden bestaat uit de soort: -

Tilia europaea, 9 stuks Carpinus betulus, 4 stuks

2.4 Bloemrijk grasland Het bloemrijk grasland, is een landschapselement welke ten oosten van de bestaande bebouwing nabij de bomenrij, amfibieënpoel en bossingel ingezaaid gaat worden. Deze graslanden bestaan uit een gevarieerde kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

De amfibieënpoel dient evenals waterinfiltratieplaats, maar heeft zeker ook nog de functie voor de voortplanting van diverse soorten amfibieën. Gezien de ligging van het plangebied en de grondwatertrap volgens kaartbank Brabant, kan de amfibieënpoel in de zomer mogelijk droogvallen wanneer hij te ‘ondiep’ ontgraven wordt. Om ongewenste soorten zoals vissen (sommige soorten eten eieren/ jonge amfibieën) tegen te gaan, zou een amfibieënpoel eens in de drie tot 5 jaar volledig droog mogen vallen. Hoe de amfibieënpoel gegraven moet worden/ welke diepte minimaal behaald moet worden, kan beoordeeld worden door voorafgaand aan de werkzaamheden metingen uit te voeren.

8

2.5 Amfibieënpoel

3. Plantlijst Plantlijst voor de landschappelijke inpassing op de locatie: Wolfsputten 7, Aarle-Rixtel Grondsoort: Totaal aantal landschapsbomen Totaal aantal knip- en scheerhagen Totaal aantal bosplantsoen (bossingel) Bloemrijk grasland

Zandgrond 13 stuks 548 stuks 2545 stuks 2687 m2

Ned. Naam Linde Haagbeuk

Plantmaat 14-16 14-16

Type Hoogstam Hoogstam

Knip- en scheerhaag 338 stuks Carpinus betulus 210 stuks Hedera hibernica

Haagbeuk Klimop

80-100 100-125

Haagplantsoen Gestokt

Bossingel Boomvormers, 20% 128 stuks Quercus robur 128 stuks Fagus sylvatica 128 stuks Tilia europaea 128 stuks Fraxinus excelcior

Zomereik Gewone beuk Hollandse linde Es

80-100 80-100 80-100

Vulhout Vulhout Vulhout

Struikvormers, 80% 175 stuks Viburnum opulus 175 stuks Prunus padus 375 stuks Ligustrum vulgare 375 stuks Euonymus europaeus 275 stuks Rhamnus frangula 275 stuks Rosa canina 108 stuks Ilex aquifolium 275 stuks Sorbus aucuparia

Gelderse roos Gewone vogelkers Wilde liguster Kardinaalsmuts Vuilboom Hondsroos Hulst Lijsterbes

80-100 80-100 80-100 80-100 80-100 80-100 80-100 80-100

Vulhout Vulhout Randsoort/ vulhout Randsoort/ vulhout vulhout Randsoort Randsoort/ vulhout Vulhout

Bloemrijk grasland Aantal Eenheid Type mengsel 2687 m2 N1 (1,5 gr/m2)

Leverancier Cruijdthoeck

Hoeveelheid 4030,50

Eenheid gram

Pagina

9

Landschapsbomen Aantal Eenh. Latijnse naam 9 stuks Tilia europaea 4 stuks Carpinus betulus

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

4. Aanleg nieuwe landschapselementen 4.1 Grondbewerking Landschapsbomen: plantgat graven van 100*100*100 cm. De bodem in het plantgat dient minimaal 20 cm diep te worden losgemaakt. Dit ter bevordering van de aangroei. Knip- en scheerhaag en bossingel: De beplanten oppervlakte dient 60 cm diep losgemaakt te worden. Dit is nodig ter verbetering van bodemstructuur. Voor bouwland volstaat diepwoelen of ploegen, daarna cultivateren of eggen. Voor weilanden en ruig terrein geldt: eerst frezen, daarna diepwoelen, ploegen of spitten en als laatste cultivateren of eggen.

4.2 Grondverbetering Landschapsbomen, bossingel en knip- en scheerhaag: De keuze van het plantsoen is zodanig dat extra bemesting in principe niet nodig is. Door 2m3 compost per 100m2 in te werken zal de beplanting beter aanslaan en kan het meer droogte verdragen.

4.3 Opkuilen De planten dienen direct na levering opgekuild te worden! Na opkuilen dient de beplanting zo snel mogelijk op de definitieve plaats te worden geplant (niet opkuilen in vorstperiode). Knip- en scheerhaag en bossingel: In 30 cm diepe sleuf. Zorg dat de wortels in zijn geheel onder de grond zitten om uitdroging te voorkomen. Landschapsbomen: In 60 cm diepe sleuf. Zorg dat de wortels in zijn geheel onder de grond zitten om uitdroging te voorkomen.

4.4 Uitzetten Knip- en scheerhaag: Plantafstand 20 cm hart op hart, 5 stuks per m1, in een enkele rij (zie afbeelding 4).

Afbeelding 4: planten in rijverband, met een plantafstand van 20 cm hart op hart.

Bossingel: plantafstand 1.50 * 1.50 m (zie afbeelding 5)

Afbeelding 5: planten in rijverband, plantafstand tussen de planten 1.50 m en plantafstand tussen de planten 1.50 m

Landschapsbomen: Zie inrichtingsplan

Knip- en scheerhaag: - Pootlijn uitzetten - 1e persoon plantgat graven van 2 spades diep.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

10

Planten

Pagina

4.5

-

2e persoon neemt bussel planten, plant in plantgat zetten met een afstand van 20 cm hart op hart (zelfde diepte als op de kwekerij), grond aanvullen en als laatste de grond aandrukken.

Bossingel: - Pootlijn uitzetten - 1e persoon plantgat graven van 2 spades diep. - 2e persoon neemt bussel planten, plant in plantgat zetten met een afstand van 150 cm hart op hart (zelfde diepte als op de kwekerij), grond aanvullen en als laatste de grond aandrukken. Planten zetten in groepen van 5-7 stuks bij elkaar. Dus niet alles door elkaar planten, dit komt de groei en het eindbeeld niet ten goede. Landschapsbomen: Plaats eerst de boompalen in het plantgat (met grondboor en/of houten hamer). De boompaal moet aan de windzijde van de boom geplaatst worden, dit is aan de zuidwestzijde van de boom. Na het plaatsen van de boompaal kan de boom geplant worden. Plaats deze op 15 cm afstand van de boompaal en niet dieper dan dat de boom op de kwekerij gestaan heeft. Na het plaatsen van de boom kan de grond aangevuld worden. Schud een aantal keer met de boom zodat de grond goed tussen de wortels zakt. Na het aanvullen van de grond de grond aandrukken zodat hij stevig in de grond staat. Als laatste breng je de boomband aan op 5 tot 10 cm van de bovenkant van de boompaal (zie afbeelding 6 voor plantinstructies).

Afbeelding 6: Plantinstructie bomen Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

11

Zorg dat de planten het eerste jaar na aanplant voldoende water krijgen. Eventueel kunnen ze bij het planten van de bomen, de bomen aanwateren. Hierdoor spoelt het zand goed tussen de wortels.

4.6 Amfibieënpoel Men kan de graafwerkzaamheden het beste uitvoeren in een droge periode (juni/juli/augustus) of in een vorstperiode. In de eerstgenoemde periode bestaat er een kans, dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna, maar op dit perceel, waar eerst diverse opbreekwerkzaamheden plaats gaan vinden, zal dit geen probleem vormen. Een vorstperiode is wat dat betreft minder gevoelig. Maar een bevroren bodem kan dan een probleem opleveren voor de werkzaamheden. In vlakke terreinen dienen poelen tot op 0,5 á 1,0 m beneden de laagste grondwaterstand (VI) te worden uitgegraven. Te diepe poelen (meer dan 1 m. beneden de laagste grondwaterstand) worden op den duur door vissen bevolkt. Een goed ontwikkeld vissenbestand maakt een water voor de meeste amfibieën ongeschikt (zie ook volgende paragraaf). Het is niet erg indien de poel een keer per 3-5 jaar uitdroogt in de nazomer. Op deze manier verdwijnen vissen weer uit de poel. De afmetingen van een te graven poel worden door verschillende factoren bepaald. Bij het graven kan men het best uitgaan van een wateroppervlakte met een doorsnede van 20 - 30 m. Te kleine poelen (minder dan 10 m. doorsnede) vragen vanwege snelle verlanding regelmatig onderhoud. Onderhoud is in principe verstoring en niet bevorderlijk voor de planten en dieren in de poel.

Anderzijds raakt bij achterstallig onderhoud, een maar al te vaak voorkomend fenomeen, een kleine poel snel ongeschikt voor amfibieën. Bron: Ravon.nl De poel moet op een zonnige plaats komen te liggen. Daarnaast is het is belangrijk dat het noordtalud (zie afbeelding 7) zo flauw mogelijk is (1:5, liefst 1:10) doordat de zon voornamelijk op deze zijde schijnt. Door een flauwe oever warmt het water sneller op wat een gunstig effect heeft op de ontwikkeling van de eieren en larven van amfibieën. Ook kunnen op een flauwe oever meer soorten oeverplanten een plekje vinden, waartussen amfibieën eieren afzetten.

Afbeelding 7: Ligging amfibieënpoel t.o.v. de zon. Bron: Groenloket

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Voor het inzaaien van ieder willekeurig grasmengsel kan men op een vergelijkbare manier te werk gaan als bij het inzaaien van een gazon. Het zaaien kan handmatig gebeuren maar ook machinaal met een zaaimachine.

12

4.7 Bloemrijk grasland

5. Onderhoud/beheer De bestaande landschapsbeplanting dient op de juiste manier onderhouden te worden, zodat de beplanting zich kan ontwikkelen naar ‘volwassen’ fase. Wat dat onderhoud inhoud staat hieronder beschreven.

5.1 Onkruidbestrijding De beplanting dient gedurende het groeiseizoen zo goed mogelijk onkruidvrij te worden gehouden. Schoffelen, cultivateren en plukken zijn de mogelijkheden. Zorg ervoor dat het onkruid niet gaat overheersen waardoor de planten overwoekerd kunnen worden.

5.2 Beheer 1e groeiseizoen Het is belangrijk om in het eerste groeiseizoen de nieuwe beplanting water te geven. De frequentie waarin dit plaats moet vinden zal bepaald moeten worden aan de hand van de ‘vraag’ van de beplanting. Dit zal gedurende het seizoen bekeken moeten worden. Ook het 2e jaar kan het nodig zijn om de beplanting naar behoefte water te geven. Na het eerste groeiseizoen zal bekeken moeten worden of en zo ja hoeveel beplanting er ingeboet moet worden. Belangrijk is het om de inboet aan het einde van het groeiseizoen op te nemen wanneer de goede beplanting nog in blad staat. Zo kun je duidelijk zien hoeveel beplanting er dood is gegaan. Het beste is om de dode beplanting te verwijderen en op een tekening aan te geven waar en hoeveel beplanting er dood is gegaan. De inboet kan dan in het zelfde plantseizoen opnieuw geplant worden. Het is heel belangrijk om de nieuwe beplanting welke ingeboet is het eerste en zo nodig tweede groeiseizoen water te geven.

5.3 Snoeien Knip- en scheerhaag: 2 keer per jaar snoeien op gewenste hoogte en breedte. Landschapsbomen: Eens per 3 jaar begeleidingsnoei toepassen en wanneer nodig jaarlijks boombanden losser zetten (wanneer nieuwe bomen geplant worden). Bossingel: Om te voorkomen dat de beplanting te weinig ruimte heeft om te groeien, zal na 4 tot 6 jaar de helft van de struikvormers moeten worden afgezet (vlak boven de grond afzagen). Dit kan na 5 jaar worden herhaald zodat uiteindelijk alles om de 5 jaar verjongt wordt . Mooie exemplaren van onder andere soorten als de zomereik, beuk, linde en es (welke vallen onder de boomvormers) kunnen als boom worden opgesnoeid. Dit kan na 5 jaar worden herhaald zodat uiteindelijk om de 6 tot 10 meter één boom overblijft met een onderbegroeiing van struiken. Het is ook mogelijk om deze boomvormers mee te nemen in het snoeiproces om de 4 a 6 jaar.

5.4 Bloemrijk grasland

-

De rand wordt maximaal 2 en minimaal 1 maal per jaar gemaaid en het maaisel wordt binnen 15 dagen na het maaien afgevoerd; Eventueel kan 1/3 van het grasland niet gemaaid worden, maar eens per 3 jaar meenemen in de maaironde. Zorg dat er geen houtige vegetatie ontwikkeld tussen 1 april en 1 juli is maaien niet toegestaan. De periode tussen twee maaibeurten is minimaal 3 maanden; Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

-

13

Een bloemrijk grasmengsel hoeft niet wekelijks gemaaid te worden. Het is juist belangrijk dat kruiden in het gras de kans krijgen zich te ontwikkelen en in bloei te komen. Dit is goed voor de aanwezige insecten en vlinders in het gebied.

-

-

De rand wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of bagger opgebracht; De rand wordt niet beweid en bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig dat zich op de grens van het element met het aanliggende landbouwperceel bevindt; Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop.

5.5 Onderhoud amfibieënpoel Werkzaamheden aan bestaande poelen (waarin amfibieën en/of hun larven aanwezig kunnen zijn) worden bij voorkeur tussen half augustus en half oktober uitgevoerd. Er zijn dan nauwelijks amfibieën in de poel aanwezig. Bij het onderhoud van poelen kun je uitgaan van 50% open water. Als de vegetatie een groter deel van de poel bedekt , is onderhoud (opschoning) gewenst. Onderhoud de poel door eens in de 1 á 2 jaar de begroeiing op de oever te maaien en eens in de 10 á 15 jaar waterplanten eruit te baggeren. Doe dit gefaseerd: het ene jaar de oostzijde en het andere jaar de westzijde.

Pagina

14

Tot het onderhoud van poelen kan ook het verwijderen van houtopslag op de oevers behoren, om te sterke beschaduwing te voorkomen. Ook hierbij heeft het voorkeur niet alles in een keer te verwijderen maar gefaseerd. Deze houtopslag dient ook als schuilgelegenheid en beschutting voor onder andere amfibieën en andere diersoorten.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

6. Conclusie Vanuit de gemeente Laarbeek is de eis gesteld om te voldoen aan een goede landschappelijke inpassing van de kavel en bestaande bebouwing. Hier wordt door de aanleg en onderhoud van onderstaande landschappelijke elementen aan voldaan. -

Knip- en scheerhagen Landschapsbomen Amfibieënpoel Bloemrijk grasland Bossingel

Pagina

15

De berekening compensatiewaarde is bijgevoegd als bijlage 1, het landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd in bijlage 2.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

16

Bijlage 1: berekening compensatiewaarde Wolfsputten 7, Aarle-Rixtel

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

17

Bijlage 2: landschappelijke inpassing Wolfsputten 7, AarleRixtel

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=20a6b5f4-6eb0-4265-abec-3dae04190432