CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

7 20221019 Bijlage 1 uitspraak beroep.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 19 oktober 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot afgifte Verklaring van Geen Bedenkingen tegen de herstelde aanvraag zonnepark Rooijseweg6.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

I

de Rechtspraak Rechtban k Oost-Brabant

Gemeentc laarbcek tngekomen0tJUL2022

l/AANTEKENEN | | PER POSTI I EMA|L de raad van de gemeente Laarbeek Postbus 190 5740 AD Beek en Donk

BESÏUURSRECHT

bezoekadres Leeghwaterlaan 8 5223 BA's-Hertogenbosch

datum onderdeel

contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk

I juli2022

Afdeling Il Zitting

t 088-3621000

mevr M. Verzijden 088-36r r833

wwl.rechtspraak.nl

zaaknummer SHE 2l I 2705 WABOM Vl62

uw kenmerk brllage(n) onderwerp

correspondentieadres Postbus 90125 5200 MA's-Hertogenbosch

het beroep van I. van Wijk te Sint-Oedenrode

Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.

Geachte heer/mevrouw,

Over het beroep met zaaknummer SHE 2l I 2705 WABOM V162 deel ik u het volgende mee De rechtbank heeft uitspraak gedaan. Ik stuur u een kopie van de uitspraak. Indien in deze uitspraak wordt verwezen naaÍ een uitspraak met een ECll-nummer, is de tekst van de betreffende uitspraak onder dat nummer gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019,2500 EA Den Haag. In uw beroepschrift moet u vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak. U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op »r,vil .raacivanstate.rrl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep.

Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer.

Als u de rechtbank belt of schrijft, verzoek ik u het zaaknummer te vermelden. Hoogachtend,

frw

de griffier

BEO23

Uw peÍsoonsgegevens en indien van toepassing die van uw cliènt worden, voor zover nodig, voor een goede procesvoeÍing verwerkt in de regislratiesystemen van de Rechlspraak.

uitspraak RECHTBANK OOST.BRABANT Z itti ngsplaats's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 21 12105

uitspraak van de meervoudige kamer van 30 juni2022in de zaak tussen

I. van r#ijk en W. Van Berkel, te Sint-Oedenrode, eisers (gemachtigde: mr. G.T. van de Weerdt), en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek, verrveerder (gemachtigden: K. Dauwerse, M. Brands, mr. S. Tielemans-Ervalts en M. Oteman).

Als derde-partij nemen aan het geding deel: Enovos Green Power Nederland BV, te Herten, vergunninghoudster, (gemachtigde: F. Kusters). De raad van de gemeente Laarbeek, vvgb-orgaanl

Procesverloop ln het besh,rit van 27 septernber 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder aan derde-partij Enovos een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, aanleggen en aftvijken van het bestemmingsplan voor het realiseren !'an een grondgebonden zonneveld nabij de Rooijseweg in de kadastrale gemeente Lieshout, sectie M, nummer 7 te Mariahout De vergunning is verleend voor 25 jaar. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verrveerder heeft een verrveerschrift ingediend

De rechtbank heeft het beroep op l0 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser Van Wijk is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder en derde-partij Enovos hebben zich laten vertegenrvoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen Inleiding

l. Dit is een zaak over een zonneveld. Eerst zet de rechtbank de feiten op een rij. Aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden gaat de rechtbank in op de vraag ofhet besluit rvel voiledig is. Vervolgens bespreekt de rechtbank de toetsing aan de InterimI Dit is het bestuursorgaan dat de benodigde verklaring van geen bedenkingen (vvgb)

heeft verleend

1

zaaknLunnrer: SHE 21 127 05

Orngevingsverordening Noord-Brabant (lOV) en tot slot gaat de rechtbank in op enkele concrete onderdelen. De regelgeving die in de uitspraak rvordt genoemd, staat in de bijlage bij cleze uitspraak. Feiten

2.1 De rechtbank gaat uit van de volgende feiten: - Vergunninghoudster wil op de gronden achter het perceel Rooijserveg 14 te Mariahor-rt (het projebtgebied) een grondgebonden zonneveld van circa 9,6 hectare realiseren voor een periode van 25 jaar. Hiervan lvordt 7,6 hectare gebruikt voor het plaatsen van zonnepanelen: dit komt neer op circa 25.800 panelen. De overige grond rvordt gebruikt voor de aanleg van de landschappelijke inpassing, tvater en beheerpaden. - Op de gronden van het projectgebied is het bestemmingsplan "Buitengebied" varr toepassing. De gronden hebben de bestemming "Agrarisch met rvaarden - Landschapsen Natuurlvaarden 1". Ook rust op de gronden in het projectgebied de gebiedsaanduiding "Reconstructielvetzone

-

- Iandbouvuorrtrvikkelingsgebied" en

"Ecologische verbindingszone" en de functiebenaming "Specifieke vorm van agrarisch met rvaarden - stnrweelvogels". Eisers wonen ten noorden van het projectgebied, op ongeveer 200 meter afstand

daarvan.

2.2 Verweerder heeft de gevraagde vergunning verleend met toepassing van artikel2.l2,

eerste lid, onder a, onder 3o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De beschikking is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in paragraaf 3.3 van de Wabo. Door het dagelijks bestuur van het rvaterschap Aa en Maas (rvaterschap) en het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant (provincie) zijn adviezen uitgebracht, zoals rvettelijk voorgeschreven. Op 9 september 2021 is door de gemeenteraad van Laarbeek een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afgegeven. Het ontwerp van de beschikking heeft tussen l8 februari 2021 en I april 2021 ter inzage gelegen en iedereen is in de gelegenheid gesteld om ziensrvijzennaar voren te brengen. Eisers hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

Dekt het bestreden besluil alle strijdigheden met het bestentntingsplcm? 3.1 Volgens eisers wordt door de aanleg van een grondgebonden zonneveld het gebied minder geschikt voor de verrvezenlijking, het behor-rd en beheer van de ecologische verbindingszone (EYZ). Bovendien kan de toestemming voor het aanbrengen van halfuerharding slechts worden verleend als geen onevenredige aÍbreuk rvordt gedaan aan de verrvezenlijking, het behoud en het beheer van de EYZ.ln het bestreden besluit rvordt hiermee volgens eisers onvoldoende rekening gehouden.

3.2 In het bestreden besluit merkt verrveerder op dat de EVZ feitelijk niet ligt aan de oostzijde van het perceel maar aan de noordzijde. Door de aanleg van het zonneveld (en de verharding van het onderhoudspad) rvordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de EYZ. Verrveerder merkt in het verrveerschrift op dat door een ,,vijziging in het provinciale natuurbeheerplan deze EYZ zal worden verplaatst naar de zuidkant van het Mariahoutsebos. Het bestemmingsplan is hierop nog niet aangepast maar verweerder heeft geen ambitie meer om in het projectgebied deEYZ te realiseren. 3.3 Artikel 37 .3 .2 van het bestemm in-esplan stelt dat in afwij king van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van bourven krachtens de overige besternrhingen van deze

zaaknLurmer: SHE 21 127 05

J

gronden. voor het bourven ter plaatse van de aanduidin_u "Overi,u - ecologische verbirrdingszone" geldt dat er geen stedelijke, recreatieve en agrarische ontrvikkelingen mogen plaatsvinden, voor zover het gebied als gevolg van genoemde ontr"ikkelingen minder geschikt r.vordt voor de verr',ezenlijking. het belroLrd en beheer van de ecologische verbindingszorre.

3.4 Vast staat dat de aanduiding "ecologische verbindingszone" in het bestemrningsplan rust op een deel van het projectgebied. De aanduiding in het bestemmingsplan verplicht niet tot de aanleg van de EYZ, maar maakt de aanleg alleen rnogelijk. Verrveerder lijkt brj de beoordeling van de toestem'ming voor het aanleggen de feitelijke situatie alsrnede de gervijzigde voornerrens over de EYZte hebben meege\!ogen. Daar is de rechtbank het niet mee eerls. Zolang het bestemmingsplan niet is gervijzigd en de aanduiding niet is verdlenen, zal verweerder moeten nagaan of door de aanleg van het zonneveld onevenredi_ee afbreuk rvordt gedaan aan de EYZ. De feitelijke en toekomstige orrtrvikkelingen doen er niet toe, zolang de aanduidingEYZ op de projectlocatie rust. De aanleg van het zonneveld betekent dat de EYZ (de komende 25 jaar) niet kan rvorden aangelegd. Als er inmiddels plannen zijn om de EYZ ergens anders aan te leggen, dan kan verrveerder dit slechts bij de beoordeling betrekken als de aanleg op de andere plek daadwerkelijk mogelijk is of rnogelijk kan worden gemaakt. Daar is in dit geval niet van gebleken. Onder deze omstancligheden moet verweerder nog steeds onderbourven of door de aanleg van het zonneveld onevenredige afbreuk rvordt gedaan aan de EYZ. Ondat dit niet is gedaan, is het bestreden besluit op dit onderdeel onvoldoende gemotiveerd. Toetsing aan de IOV 4.

In artikel3.4l van de IOV rvordt een aantalvoorwaarden gesteld aan de aanleg van zonnevelden. Zo lvorden er eisen gesteld aan de locatiekeuze en er rvorden voorrvaarden gesteld aan de aanleg en het gebruik van zonnevelden. Eisers hebben verschillende argumenten naar voren gebracht die hieronder rvorden besproken.

4.1 Eisers snappen niet dat is gekozen voor een solitair gelegen agrarisch perceel, dat ligt rnidden in een agrarisch productielandschap. De potentie van bijvoorbeeld windenergie rvordt niet onderbourvd met afwegingen en een rekenmethodiek. Ook ontbreekt een door de provincie gevraagde berekening van geschikt dakoppervlak in Laarbeek. Ter zitting hebben zij nog get'vezen op een voorstel van een agrariër om het dak van zijn veestallen te gebruiken voor zonnepanelen, maar aan dat initiatief heeft verlveerder geen mederverking verleend. Er is geen aansluiting gevonden met ruimtelijke elementen in de omgeving. Eisers rvijzen er op dat de provincie erg kritisch is geweest op dit onderdeel. Eisers voeren aan dat het zonneveld zonder problemen verschoven kan rvorden, meer naar de zuidrand van het perceel en verder weg van hun lvoning 4.2 Verrveerder stelt dat de locatie is gekozen met inachtneming van de zogenoemde zonneladder. De potentie van zon op daken is in beeld gebracht in de Visie op grootschalige opwek van duurzame energie Laarbeek (Visie) en in de Regionale Energiestrategie (RES) van de Metropoolregio Eindhoven, en rvordt geschat op tussen de 7 en l5o/o van heÍ benodigde opgervekte verrnogen. Verlveerder heeft aangegeven dat de stallen van de door eisers genoemde a-9rariër liggen in een ander gebied (bij een ander verdeelstation).

Het beoogde zonneveld ligl op een locatie dat een zoek-sebied is voor w'indturbines. maar staat die ontrvikkeling niet in de ',veg. Omdat de plannen voor rvindenergie nog onvoldoende concreet zijn. is besloten het vergunningstraject Van het zonneveld niet te !'ertragen totdat

zaaknlrmrner: SHE 21 121 05

4

een definitief beslLrit is genomen over een rvindpark. Verr.leerder erkent dat de locatie solitair is gelegen, maar dat maakt de locatie op zichzelf niet ongeschikt. Zorvel de RES als

de Visie stellen dat ook zonnepanelen op landbour,vgrond noodzakelijk zijn om de duurzame energiedoelstellingen te behalen. De voorkeur van verweerder gaat uit naar plaatsing in zoekgebieden die geschikt zijn qLra landschapstlpe, die bijvoorbeeld dunbevolkt zijn. en rvaar andere grootschali-ee ontwikkelingen gesitueerd zijn of beoogd rvorden. Volgens verrveerder ligt het voor de hand het zonneveld in een hoek te plaatsen omdat het zuidelijke deel agrarisch gebruikt zal»orden. Ook de ontsluiting van het perceel is aan de zuidelijke zijde en dan is het logischer om het zonneveld aan de noordzijde te situeren. Met de inpassing r.vordt beter aangesloten bij het bestaande landschap.

4.3 Inartikel 3.4l.eerstelid,ondera.vandelOVisbepaalddatinLandelijk_eebied rrieuwvestiging mogelijk is van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het oplvekken van duurzame energie in Stedelijk gebied. op bestaande bourvperceleu en rekening houdend met de ontlvikkelingsmogelijkheden van rvindenergie onvoldoende is en de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingerr van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en orngevingskrvaliteit. Met deze bepaling is de provinciale zonneladder geborgd.

4.4 In de Visie geeft verlveerder aan open te staan voor het ontlvikkelen van maxirnaal vijf

zonnevelden met een maximale omvang van 12 hectare (grootschalig) of 6 hectare (kleinschalig). In de Visie rvorden vier voorrvaarden genoemd (afl,iomstig uit artikel 3.41

van de IOV).

4.5 De Energieregio'MRE is een regionaal samenwerkingsverband binnen de metropool Eindhoven. De meelverkende gemeenten onderzoeken per thema de rnogelijkheden orn de energietransitie uit te voeren. De besluiten daarover rvorden lokaal genomen. Doelstelling in de RES is dat 2 TWh (teralvattuur) kan rvorden opgervekt door middel van duurzame energieopu,ekking. Hiervoor is een aanbod bedacht rvaarbij 0.57 TWh door rvind- of zonnevelden op land wordt opgewekt. Ten behoeve van de RES is een planmilieueffectrapportage opgesteld. De belemmeringen voor zonnevelden zijn op een rij gezet en vervolgens zijn zoekgebieden in kaart gebracht. Het projectgebied valt in een van de zoekgebieden uit de RES. In de RES keert de zonneladder ook terug. In paragraaf 4.3 van de RES heeft de zonneladder - voor zover hier relevant - vijf treden: 1 . Zon op dak 2. Op braakliggende grond en pauzelandschappen 3. Langs grootschalige infrastructuur en op industriële plassen (geen natuur) 4. Combinatie van energie met andere opgaven en functies 5. Op landbourvgronden. mits: . Goed ingepast

. In verbinding met andere gebiedsopgaven

4.6 Ver»'eerder kan een omgevingsver-gunning verlenen voor het afivijken van het bestemmingsplan zolang dit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (gelet op

artikel2.l2. eerste lid. van de Wabo). De rechtbank onderzoekt of verrveerder bij het

gebruik van deze bevoegdheid alle ruimtelijke relevante aspecten in kaart heeft gebracht en die heeft meegewogen. Verueerder kan afrvijken van het bestemrningsplan maar is hiertoe niet r,'erplicht. Verweërderzal bij deze keuze alle belangen moeten mee\\'egen en rtoeten

zaaknurnmer: SHE 21 127 05

5

kijken of bij de verlerring van de omeelin-gsvergunnin-E de belangen van derden zoals eiseres niet onevenredig rvorden geschaad. Hierbij kan verrveerder onder meer nagaan of

door alternatieven of door aanvullende maatregelen of voorschriften een voldoende evettrvicht rvordt bereikt. In de RES vindt géén planologische afrveging plaats over de nrimtelijke aanvaardbaarheid van locaties op gemeentelijk niveau. Met andere rvoorden, de enkele verrvijzing naar de RES rvil niet zeggen dat het project ruimtelijk aanvaardbaar is. De ruimtelijke aanvaardbaarheid zal moeten rvorden onderbou»d in een meeromvattende ruimtelijke onderbouwing. Hierin rnoet onder rneer worden onderbouwd dat het project voldoet aan het ruimtelijke beleid en regelgeving of moet rvorden onderbour,rd r,vaarom hiervan r'r,ordt afger,veken. Naast de ruimtelijke aanvaardbaarheid zal verrveerder ook een belangenafrveging moeten maken als hij er voor kiest om af te rvijken van het bestemmingsplan. Verrveerder zal hierbij onder meer moeten bezien of het projectgebied de juiste plek is voor een zonneveld. Hierbij kan de RES rvel een rol spelen.

4.7 Op basis van artikel 3.4 I . eerste lid, van de IOV moet voor nieuwvestiging van een

zonneveld uit onderzoek blijken dat de capaciteit voor het oprvekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bourvpercelen en rekening houdend met de onhvikkelingsrnogeIijkheden van rvindenergie orrvoldoende is. De rechtbank leest in de RES noch in de daartoe opgestelde milieueffectrapportage hoe binnen de gemeente Laarbeek de beschikbare dakoppervlakte is berekend. Naar het oordeel van de rechtbank hoeft verrveerder niet te onderbourven dat er op korte termijn r,vel of geen voldoende beschikbare dakoppervlakte in heel de provincie Noord-Brabant is orn via zon op dakprojecten de doelstellingen voor verduurzatning te behalen. In de Visie rvordt aan-qegeven dat er te weinig daken zijn om de lokale opgave voor de gemeente Laarbeek te halen. De rechtbank ziet geen reden om hier niet van uit te gaan. Dat ter zitting een naburige agrariër heeft aangegeven datzijn stallen kunnen rvorden bedekt met zonnepanelen maakt dit niet anders. Daargelaten dat dit pas ter zitting naar voren is gebracht, heeft eiser niet lveersproken dat de opgewekte elektriciteit op het dak van de agrariër niet worden afgevoerd via hetzelfde afneempunt als het aangevraa-9de zonneveld. De beschikbare afvoercapaciteit bij de naburige agrariër was, naar de rechtbank ter zitting begreep. namelijk te beperkt.

Verrveerder heeft in het verweerschrift gesteld dat er geen geschikte hergebruiklocaties beschikbaar zijn (de tlveede trede van de zonneladder). De rechtbank ziet geen reden orn aan te nemen dat venveerder hier niet van uit heeft kunnen gaan. De rechtbank concludeert dat verrveerder voldoende heeft onderzocht dat de beschikbare capaciteit op bouwpercelen (daken en hergebrttiklocaties) onvoldoende is en dat is voldaan aan de voorrvaarde van artikel 3.41, eerste lid onder a, van de IOV.

4.8 Dat brengt de rechtbank vervolgens bij de vraag rvaarom rvordt gekozen voor eerl

solitair agrarisch perceel dat rvordt gebruikt voor voedselproductie midden in een landbourvontrvikkelingsgebied (LOG) dat is aangewezen als zoekgebied voor rvindturbines Verweerder moet namelijk ook onderbourven dat rvordt voldaan aan artikel 3.41, eerste lid onder b, van de IOV rvaarin is bepaald dat binnen Landelijk Gebied nieurvvestiging mogelijk is als die nieurvvestigin-e past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en orngevingsk»'aliteit. Verrveerder zal in de belangenafr.veging moeten onderbouu,en dat de keuze voor dit perceel niet one,v'enredig uitpakt. In het bestreden besluit rvordt deze vraag niet goed beantrvoord. Uit haar zienswijze blijkt dat ook de provincie deze keuze niet goed snapt. De ornstandigheid dat er niet voldoende daken beschikbaar zijn en/of geschikte hergebruiklocaties maakt nog niet dat op elke plaats in het landelijk gebied zonnevelden

zaaknumurer: SHE 21 127 05

6

kutrnen r"orden -uelegd. De rechtbank neemt hierbij in aanmerkins dat zouel uit de IOV als uit de RES naar voren komt dat het situeren van zonnevelden op landbourvgronden de minst gelvenste keuze is. In de hierboven gelloemde zonneladder in de RES »ordternaargestreefd om zonrlevelden te combitreren met andere opgaven en functies, en rvordt daarna pas de keuze gemaakt voor situering op landbou',vgronden. Gelet hierop acht de rechtbank niet op voorhand inzichtelijk lvaarom ver»'eerder in dit geval een aanvraag voor situerin_e op landbourvgronden zonder combinatie met een andere opgave en functie inrvilligt. Verweerder kon niet volstaan met een verrvijzing naar de RES en de Visie nu hierin juist dit type gebied de minst aantrekkelijke (laatste) optie is. Andere belangen, zoals het belang van lret gebruik van agrarische percelen waarvoor ze zilr'r bedoeld, zijn niet inzichtelijk meege\\ogen. Het bestreden besluit is op dit punt onvoldoende gemotiveerd.

4.9 De rechtbank overweegt tot slot dat verlveerder de keuze voor de locatie van lret

zonneveld rvelisrvaar niet goed heeft onderbourvd, rnaar - uit-eaande van die locatiekeuze rvel goed heeft beargLtmenteerd lvaarom het zonneveld op het noordelijke deel van het perceel is gesitueerd.

5.1 E,isers betrvijfelen of door middel van een met de derde-partij gesloten samenrverkingsovereenkomst voldoende is geborgd dat rvordt voldaan aan de mogelijkheid tot participatie die als voonvaarde rvordt genoemd in het gemeentelijke beleid.

5.2 Verrveerder en de derde-partlj zijn (naar aanleiding van oprnerkingen van de gemeenteraad in de afgegeven ontrverpverklaring van geen bedenkingen) een samenlverkingsovereenkomst en een anterieure overeenkomst aangegaan. In deze overeenkomst zijn nadere afspraken gemaakt over maatschappelijke participatie, in de vorm van obligaties en de afdracht van een bedrag per jaarlijks geproduceerde MWh (megarvattuur) aatt een op te richten omgevingsfonds. Na de vaststelling van deze samenvlerkingsovereenkomst heeft de gemeenteraad een definitieve verklaring van geen bedenkingen afgegeven. 5.3 ln artikel 3.41, eerste lid, onderd, van de IOV is bepaald dat in Landelijk gebied

nieurwestiging mogelijk is van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het oplvekken van duurzame energie als het project een maatschappelijke meerlvaarde heeft. Deze meerrvaarde wordt op basis van artikel3.41. tweede lid. van de IOV, onderbourvd vanuit de volgende criteria: a. de mate van meervoudig ruimtegebruik: b. de maatregelen die rvorden getroffen orn de impact op de omgeving te beperken: c. de bijdrage die rvordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

5.4 De rechtbank is van oordeel dat door middel van de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst lvordt voldaan aan de voorrvaarde met betrekking tot rnaatschappelijke meerrvaarde als bedoeld in artikel 3.41. eerste lid. van de IOV en het gerneentelíjke beleid. Hiertoe is niet noodzakelijk om de afspraken van de samenr.lerkingsovereenkomst ook op te nemen als voorschrifterr in het bestreden besluit, zeker niet nu het bestreden besluit is genornen na het aangaan van de samenrverkin-gsovereenkomst. De rechtbank acht het niet noodzakelijk dat de maatschappelijke rneeruaarde ,,vordt geborgd in voorschriften in het bestreden besluit. Het aangaan van de samenrverkingsovereenkomst is in dit geval voldoende. De rechtbank neemt

zaaknumurer: SHE 21 l2l05

7

hierbij in aanmerking dat de voor»'aarde van het lrebben van een maatschappelijke meerrvaarde geen ruimtelijk-relevant aspect betreft.

6.1 Eisers vragen zich af hoe kr,valiteitsverbetering van het landschap rvordt uitgevoerd 6.2 Verrveerder stelt dat de landschappelijke inpassing van het zonneveld ook de gevraagde

kr,valiteitsverbetering van het landschap vonnt. Nu is sprake van een ''kaal en leeg" grootschalig agrarisch productielandschap zonder enige ecologische of landschappelijke 'rvaarde.

6.3 Op basis van artikel3.9, eerste lid, van de IOV moet een ontr,vikkeling in Landelijk gebied gepaard gaan met een fusieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In artikel 3.9, derde lid, van de IOV kan deze fysieke landschappelijke verbetering mede een aantal aspecten omvatten rvaaronder de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing. In artikel3.4l, eerste lid, onder c, van de IOV is bepaald dat de ontrvikkeling qua omvan-q inpasbaar is in de omgeving; 6.4 De enige fysieke landschappelijke verbetering betreft de landschappelijke inpassing.

Dit betreft een Iandschapsinrichtingsplan met meervoudig ruimtegebruik. In voorschrift 3.1.4 van het bestreden besluit is bepaald dat dit plan binnen één jaar na het gereed komen van het zonneveld moet zijn gerealiseerd. In voorschrift 3.1.5 van het bestreden besluit is bepaald dat de landschappelijke inkleding en het meervoudig mimtegebruik te allen tijde in stand moeten rvorden gehouden en dat de aanvang van deze terrnijn gelijk loopt met de aanvang van de exploitatie van het zonneveld.

6.5 De rechtbank is van oordeel dat voorschrift 3.1.5 er niet toe verplicht de

landschappelijke inpassing na 25 jaar in stand te houden. De vergunning heeft een looptijd van 25 jaar en na het verstrijken van de looptijd, hoeft vergunninghoudster niets meer te doen. Dat de landschappelijke inpassing 'te allen tijde' in stand zou moeten worden gehouden, doet hier niets aan af. Deze lezing van voorschrift 3.1.5 is desgevraagd ter zitting bevestigd door verweerder.

6.6 De rechtbank vraagt zich af of hiermee de met artikel3.9, eerste lid, van de IOV beoogde fosieke landschappelijke verbetering rvordt bereikt. De landschappelijke inpassing is in ieder geval niet per se een blijvende verbetering, want die hoeft na 25 jaar niet langer in stand te rvorden gehouden. Aan verweerder kan r.vorden toegegeven dat het gaat om een tijdelijke vergunning. maar dat rvil niet zeggen dat aan deze vergunning minder strenge eisen hoeven te rvorden gesteld uit hoofde van artikel3.9, eerste lid, van de IOV. Een andere fosieke landschappelijke verbetering ziet de rechtbank niet in het bestreden besluit. Dit strookt niet rnet artikel 3.9, derde Iid, van de IOV rvaar juist meer voorbeelden lvorden genoemd. Bij het ontbreken van een blijvende landschappelijke verbetering kan altijd een bijdrage rvorden gevraagd aan het landschapsfonds op basis van artiket3.9, vierde lid, van de IOV. maar daaraan lvordt in het bestreden besluit geen toepassing gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank moet er niet alleen een cornpenserende verplichting (in de vorrn van een landschappelijke inpassing) zijn maar moet er ook een maatschappelijke meerrvaarde zijn. De rechtbank leest bevestiging voor dit oordeel in de ziensrvijze van de provincie die zich ook afvraagt lvaar de meerrvaarde is.

In reactie daarop heeft verrveerder welisrvaar aangegeven dat in het inpassingsplan aansluiting rvordt gezocht bij bestaande vegetatie en landschapsstructuren. maar het is de rechtbank riiet duidelijk rvaar op wordt

zaaknumrner: SHE 21 127 05

8

gedoeld: elders in het bestreden besluit geeft verrveerder aan dat het hier een landbouwontrvikkelings-eebied betreft zonder ecologische waarde. Welisrvaar zou door het inpassingsplan de vegetatie rvorden verbeterd. maar de verplichting om deze landschappelijke inpassing in stand te houden en de aansluiting met de bestaande vegetatie en landschapsstructuren vervallen ook na de looptijd van de vergunning. Het bestreden besluit is op dit onderdeel niet inzichtelijk.

7.1 Eisershebbenkritiekopdeinstandl,oudingsverplichtinginvoorschrift3.l.5vanhet bestreden besluit.

7.2 Verrveerder beoogt met het voorschrift 3.1.5 te borgen dat voortdurend sprake moet zijn van landschappelijke inpassing. Na het verstrijken van de looptijd van de vergunning is het zonneveld in strijd met het bestemtningsplan en kan handhavend rvorden opgetreden. Hien'oor zijn ook boeteclausules in de anterieure overeenkomst opgenomen. 7 .3 In voorschrift 3.1.5 staat: "De landschappelijke inkleding en het meervoudig ruimtegebruik dient te allen tijde in stand gehouden te lvorden. De aanvang van de instandhoudingstermijn van 25 jaar loopt gelijk met de aanvang van de exploitatie van het zonneveld, confonn de afspraken hierover in de anterieure overeenkomst".

1.4 De rechtbank hecht in deze bestuursrechtelijke procedure geen waarde aan de boeteclausules in de anterieure overeenkomst omdat derden, zoals eisers, hierop geen beroep kunnen doen. Dat neemt echter niet rveg dat de derde-partij op grond van voorschrift 3.1.5 gehouden is om de landschappelijke inpassing en het meervoudig mimtegebruik in stand te houden gedurende de looptijd van de overeenkomst. Verder is voldoende geborgd dat het landschapsinrichtingsplan met meervoudig ruimtegebruik wordt uitgevoerd. Deze beroepsgrond slaagt niet. 8.1 Eisers vinden dat onvoldoende is geborgd dat na de looptijd van de omgevingsvergunning het perceel in oorspronkelijke staat rvordt teruggebracht. Dat is rvel vereist op basis van artikel3.41, derde Iid, van de IOV.

8.2 Verrveerder is van mening dat dit voldoende is geborgd door rniddel van voorschrift 3. I .3 in het bestreden besluit.

8.3 Ingevolge voorschrift 3 .l .2 van het bestreden besluit dient na de termijn van 25 jaar de bestaande toestand te lvorden hersteld en rnoet de opstelling voor zonne-energie worden verrvijderd. ln voorschrift 3.1 .3 is bepaald dat voor liet herstellen van de bestaande toestand van vóór de verlening van de omgevingsvergunning financiële zekerheid rvordt gesteld.

8.4 De rechtbank is van oordeel dat in voorschrift 3. I .3 onvoldoende *'ordt geborgd dat op tijd voldoende financiële zekerheid rvordt gesteld. Er staat niet in wanneer de financiële zekerheid moet zijn gesteld en er staat ook niet in dat er voldoende financiële zekerheid moet rvorderr gesteld. Verueerder kan ook niet ver',vijzen naar de samenwerkingsovereenkomst of de anterieure overeenkomst, lvant derden. zoals eisers, kunnen hierop geen beroep doen. Deze beroepsgrond slaagt.

Overige b e ro eps groncle n

9.1 Eisers stellen dat niet helemàal duidelijk is r,vanneer de looptijd van 25 jaar begint.

zaakrlrurnler: SHE 21 127 05

9

9.2 Verrveerder heeft voorschrift 3. I . I aan het bestreden besluit toegevoegd: "De aanvang van de termijn van25 jaar loopt gelijk met aanvang van de exploitatie van het zouneveld, conform de afspraken hierover in de anteriellre overeenkomst".

9.3 De rechtbank leest in de arrterieure overeenkomst geen afspraken over de aanvang van de exploitatie. De rechtbank is wel van oordeel dat duidelijk is rvanneer de looptijd exact start, namelijk met de aanvang van de exploitatie van het zonneveld. De rechtbank begrijpt dit aldus dat zodra het zonneveld begint met energieoprvekking. sprake is van de aanvang van de exploitatie. Zo gelezen, is voorschrift 3. 1 . I voldoende duidelijk.

l0.l Eisers rvijzen op trvee identieke voorschriften om lichthinder (schittering) te beperken. Het gaat otn de voorschriften l.l.l3 en 3.1.6 waarin staat: "Het ty'pe panelen dat in de uitvoering rvordt toegepast dient te voldoen aan de eis dat eventuele Iichthinder (schittering) wordt geminirnaliseerd". Zij vinden deze fonnulering zo vaag dat dit niet handhaafbaar is. 10.2 Verrveerder heeft aangegeven dat het de bedoeling is dat de meest moderne zonnepanelen r,vorden gebruikt. Er zijn echter geen normen voor schittering. Voor lichthinder van zonnepanelen zijn geen algemeen geldende richtlijnen. Verweerder rvil omwonenden extra bescherming bieden tegen mogelijke overlast. Verrveerder lvijst erop dat de rvoning van eisers ten noorden van de panelen ligt, waardoor naurvelijks tot geen sprake zouzijn van schittering, ongeacht welke fype paneelen hellingshoek gekozen rvorden. 10.3 De derde-partij heeft aangegeven dat zij moderne zonnepanelen zal gaan gebruiken. 10.4 Er zijn op dit moment geen normen met betrekking tot lichthinder door zonnepanelen. Wel wordt de techniek steeds verder ontwikkeld en wordt de schittering van zonnepanelen

beperkt. Onder deze omstandigheden heeft verweerder kunnen volstaan met de beide

voorschriften. Deze voorschriften bevatten naar het oordeel van de rechtbank een inspanningsverplichting om lichthinder zoveel mogelijk te beperken. De rechtbank ziet geen aanleiding deze voorschriften aan te passen, mede gelet op de onweersproken stelling van verrveerder dat de noordelijk gelegen woning van eisers naurvelijks enige lichthinder zal kunnen ondervinden. I I .l Eisers vrezen dat het bodem-ecosysteem in negatieve zin rvordt beïnvloed. I 1.2 Venveerder stelt dat sprake zal zijn van een rvijziging van het bodem-ecosysteem, maar dat geen sprake is van een verslechtering. Op dit moment lvordt het perceel intensief gebruikt voor landbourv met bijbehorende grondbelverkingen en gewasbeschermingsmiddelengebruik. Dat wijzigt in gunstige zin met de komst van het zonneveld. I 1.3 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van een zodanige verslechtering van het bodem-ecosysteem ten opzichte van het huidige gebruik voor landbourv dat realisering en gebruik van het zonneveld daarmee in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 12. I Eisers stellen dat ztj rvel uitziclit hebben op het zonneveld

zaaknummer: SHE 21 127 05

l0

12.2 Verrveerder stelt dat de afstand tussen de voorkant van de rvoning van eisers en de rand van het zonneveld 200 meter is. Vanaf de begane grond kijkt de rvoning uit op een (half) verharde rveg met daarnaast een dichte begroeiing. Vanaf de bovenverdieping is het zicht

beperkt en er ligt een landbouwperceel lvaarop hoger groeiende landbouwgelvassen rvorden geteeld. De begroeiing aan de Spierkeslve-q en aan te brengen beplanting aan de noordrand van het zonneveld onttrekken de panelen aan het zicht vanafde straat. 1 2.3 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verlveerder zich op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van een zodanig verlies van uitzicht of beleving van de omgeving dat realisering en gebruik van het zonneveld daardoor in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

I 3. I Eisers hebben ter zitting nog geklaagd over de inspraak ten behoeve van het bestreden besluit. I 3.2 Ver»'eerder heeft aangegeven dat deze inspraak niet goed is gelopen als gevolg varr belemmeringen door corona-maatregelen.

13.3 Deze beroepsgrond is niet opgenomen in het beroepschrift maar pas ter zitting naar voren gebracht. Op grond van artikel l.6a van de Crisis- en Herstehvet kunnen na afloop

van de beroepstermijn geen beroepsgronden meer lvorden aangevoerd. De rechtbank zal deze beroepsgrond dan ook buiten beschouwing laten.

Conclusie

14. Gelet op rechtsoverwegingen 3, 4, 6en S is het beroep gegrond. De rechtbank ziet geen

aanleiding voor een bestuurlijke lus omdat zij niet kan overzien hoe lang het duurt voordat het in rechtsoverrveging 3.4 genoemde gebrek is hersteld en omdat de rechtbank niet op voorhand uitsluit dat het initiatief wordt gewijzigd. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit. De rechtbank draagt verlveerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak binnen zes maanden na verzending van de uitspraak. De rechtbank bepaalt r.vel dat verweerder afdeling 3.4 van de Awb buiten toepassing kan laten. Indien de aanvraag ingrijpend rvordt gervijzigd, zal een ontwerpbesluit overigens wel ter inzage moeten rvorden gelegd.

15. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart. moet verrveerder aan eisers het door

hen betaalde griffierecht vergoeden en krijgen eisers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding rvordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op ( I punt voor het indienen van het beroepschrift en I punt voor het verschijnen op de zitting) rnet een r,vaarde per punt van € 759,00, bij een rvegingsfactor I . Toegekend rvordt € I .5 18,00. Daarnaast kunnen eisers aanspraak maken op een vergoeding van verletkosten (€ 130,00 wegens het bijrvonen van de zitting). De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van de overige verletkosten.

ll

zaaknummer: SHE 2l 12705

Beslissing De rechtbank:

-

-

verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; draagt verrveerder op binnen zes maanden na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak; bepaalt dat verweerder hierbij de toepaSsing van afdeling3.4 van de Ar.vb buiten beschouwing kan laten indien de aanvraag niet ingrijpend wordt ger,vijzigd: draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,00 aan eisers te vergoeden; veroordeelt venveerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € L648,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M. Verhoeven, voorzitter. mr. D.J. Hutten en mr. J.H.G. van den Broek, leden, in aanwezigheid van A.J.H. van der Donk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30juni 2022.

1

griffier

..,

voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

0 t JUL 2022

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U zietdeze datum hierboven. Op het hoger beroep tegen deze uitspraak is de Crisis- en herstehvet van toepassing. Dit betekent dat in het beroepschrift de gron-den van hoger beroep kenbaar moeten worden gemaakt. Op grond van artikel I .6a van de Crisis- en herstelwet kunnen na de genoemde termijn van zes lveken geen gronden meer worden ingediend.

zaakrrumrner: SHE 21 127 05

t2

Biilaee

Artikel 3.41Zonne-parken in Landelijk gebied (IOV) Lid I Binnen Landelijk gebied is nieurvvestiging rnogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het op',vekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blrjkt dat de capaciteit voor het oprvekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontrvikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is: b. de nieurwestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskrvaliteit: c. de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; d. de ontrvikkeling een maatschappelijke meerrvaarde geeft; de ontwikkeling op regionaal niveau is afgesternd met omliggende gemeenten en de e. net,'verkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van ol'erige duurzame energie initiatie'v'en in de

omgeving. Lid 2 De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbourvd vanuit de volgende criteria: a. de mate van meervoudig ruimtegebruik: b. de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; c. de bijdrage die rvordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen. Lid 3 Er kan uitsh.ritend toepassing gegeven lvorden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht rvordt afger.veken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden'rvorden verbonden : a. de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt;

b.

na het verstrijken van de terrnijn r,vordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en rvordt de opstelling voor zonne-

energie verwijderd; c. voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.

Artikel 3.9 Krvaliteitsverbetering Iandschap (IOV) Lid I Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontrvikkeling van het gebied én op rvelke r,vijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaaloverleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenr.verken. u'orden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke krvaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordenin_q verplichte landschappelijke inpassing: b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselernenten die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstnrctuur of de relatie stad-land: c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch rvaardevolle bebourving of terreinen: d. het wegnemen van verharding: e. het slopen van bebouwing;

zaakrrLrmmer: SHE 21 12105

t3

f. g.

de realisering van het Natuur Netrverk Brabant en ecologische verbindin-qszones: het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 Ingeval er toepassing rvordt gegeven aan het tr.veede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag rvordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.

Artikel37.3 in bestemmingsplan "buitengebied" over ecologische verbindingszone 37 .3.1 Zoneomschrijving

De gronden voorzien van de aanduiding 'overig - ecologische verbindingszone' zijn naast de overige daaraan gegeven bestemmingen mede besternd voor de verw'ezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone. 3l .3.2 Bouw regels In afrvijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachterrs de overige bestemrningen van deze gronden, geldt voor het bourven ter plaatse van de aanduiding 'overig - ecologische verbindingszone' dat er geen stedelijke, recreatieve en agrarische ontlvikkelingen mogen plaatsvinden, voor zover het gebied als gevolg van genoemde ontrvikkelingen minder geschikt wordt voor de verrvezenlijking, het behoud en beheer van de eco[ogische verbindingszone. 37 .3.3 Aanlegvergunning 37.3.3.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonderof in afivijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en rvethouders (aanlegvergunning) oppervlakteverhardingen ofverharde oppervlakten van meer dan 100 m2, anders dan een boulvw'erk, aan te brengen. 37 .3.3.2 Uitzonderingen Het in lid 3l .3.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamhederr

welke:

het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan rvel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; reeds mogen rvorden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 3.7 .3.3.3 Toelaatbaarheid De in lid 37 .3 .3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk rvordt gedaan aan de verlvezenlijking, het behoLrd en het beheer van de ecologische verbindingszone.

r t .

) I I

t

sBR 2112705 RECHTBANK OOST.BRABANÏ Postbus 70584 5201 CZ'S-HERTOGEN BOSCH THE NETHERTANDS

R Aangetekend

I I

I

t i

3SGQYQ8140731

Frankering betaald

D.A.í

GEM. LAARBEEK Postbus'190 5740AD BEEK EN DoNK

Racommandó

NL

7

, I

ililil llilil lill lffi illllffi lll ffillllillilllillffi lilllillil

§l

o <\t

§t

o

3SGQYQ8140731

00

N

§l

lr

o o

ln o r+

t

m

c\)

E

§l

U

!

.to c 6

-

P

o. o ul

§

a(,

o

C

() o)

too

I

c jo

Éo

N

zul

-

§l\

F

Y H dl

6

O!Fi

o

É !

--'t Uo

I

8 c{ rn rt N o Ó. f

_o

o-

ro

É E: Ë"HÍ

E;Ë I* brx 6to-

EErb o-OY

;ö öE

(§.E, z<

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=7e3a0f86-956f-416f-8898-b48aee777e22