CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

7 20220914 Ontwerpbestemmingsplan De Klokkengieterij Toelichting.docx.doc

Commissie Ruimtelijke Zaken 14 september 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de zienswijzen bestemmingsplan De Klokkengieterij.17.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Onverminderd de wenselijkheid van toekomstige verkeersmaatregelen in de nabijheid van het plangebied (waarvan aard en omvang deze ontwikkeling overschrijden) kan in de huidige situatie op een voldoende veilige manier het plangebied worden ontsloten. Parkeren Wat de parkeernormen betreft dient op basis van het parapluplan parkeernormen Laarbeek voldaan te worden aan de normering zoals deze is opgenomen in de 'Parkeerbeleidsnota 2019' en diens rechtsopvolger(s). De parkeerkencijfers van ‘weinig stedelijk’ worden gehanteerd voor het centrumgebied, schil centrum en de rest van de bebouwde kom. Er wordt uitgegaan van de maximale parkeerkencijfers en de locatie is op basis van de bij de parkeerbeleidsnota 2014 behorende gebiedsindelingskaart opgenomen in de “rest bebouwde kom”. De conform het geldende gemeentelijk beleid gestelde norm CROW publicatie 182 is echter niet meer actueel. Derhalve wordt in afstemming met de gemeente voor de berekening van de parkeerbehoefte uitgegaan van de normen uit de CROW 381. De kwalificatie van de locatie als “rest bebouwde kom” en “weinig stedelijk gebied” blijft hierbij ongewijzigd. Deze voor het plangebied geactualiseerde parkeernorm wordt aldus middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan concreet geborgd. Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

35

Op basis van deze gegevens geldt, dat de parkeerbehoefte zonder correctie dubbelgebruik conform de gemiddelde norm voor de woningen alsmede de overige functies in het plangebied 120 parkeerplaatsen is (zie onderstaande berekening).

afbeelding : berekening normatieve parkeerbehoefte plangebied zonder dubbelgebruik

Het Stedenbouwkundig Plan (schetsontwerp) bevat 114 parkeerplaatsen. Het is voldoende aannemelijk dat deze feitelijke hoeveelheid parkeerplaatsen op deze locatie volstaat aangezien : • sprake is van dubbelgebruik van parkeerplaatsen, waarbij het maatgevend moment van gebruik van de parkeerplaatsen behorende bij de kantoor- en/of museumfunctie in het bestaande Rijksmonument niet gelijk zal vallen bij het maatgevend moment van gebruik van de parkeerplaatsen (bewoners en bezoekers) behorende bij de woningen, en • in de directe nabijheid van het plangebied sprake is van een alternatieve vervoerswijze. De aan het plangebied grenzende bushalte “Brug, Aarle-Rixtel” biedt toegang tot het openbaar vervoer. In andere gemeenten zoals de gemeente Eindhoven leidt een dergelijke voorziening tot een reductie van de normatief benodigde aantal parkeerplaatsen van 25%. Gezien de ligging van het plan, aan de Dorpsstraat nabij het centrum, is het bovendien aannemelijk dat bewoners en bezoekers gebruik maken van de fiets- en wandelinfrastructuur om zich te verplaatsen in de omgeving. Op basis van het vorenstaande kan in het plangebied worden volstaan met de realisatie van 114 parkeerplaatsen, waarbij de in totaal 6 parkeerplaatsen voor de overige functies de facto middels dubbelgebruik zullen worden gevonden.

Er is hiermee sprake van een sluitende parkeerbalans, waardoor het aspect parkeren de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg staat. De borging hiervan in de regels van dit bestemmingsplan completeert het aspect parkeren.

36

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

afbeelding : in plangebied voorziene parkeerplaatsen

3.8

Groen

De sfeer op het Ambachtsterrein is warm én industrieel. Het overheersende ‘rood’ van bakstenen en verharding wordt verzacht door stedelijk groen zoals beukenhagen en pergola’s met blauwe regen. Het Dorpsbos onderscheidt zich door typisch dorpsgroen en een kleinschalig karakter. Landelijke elementen, zoals de talloze bomen, de omzoomde sloot en een beukenhaagje, maken het een geschikte plek voor clusters van driekappers in villastijl, verborgen in het groen.

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

37

afbeelding : impressie Dorpsbos

afbeelding : groen in plangebied Op het Ambachtsterrein scheiden (beuken)hagen private van openbare ruimtes en zorgen ze voor eenheid in de bebouwing. Bewoners kunnen de groenstroken collectief onderhouden terwijl het gevoel van een eigen voortuin in stand blijft. Pergola’s vergroenen de straten, ze zorgen voor schaduw, ze schermen het parkeren af, ze integreren de verlichting en ze zijn een kapstok voor biodiversiteit. 38

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

In het Dorpsbos heeft natuurlijk groen de overhand door de talrijke bomen en bodembedekkers. Het bos functioneert als collectieve tuin voor de bewoners. In bovenstaande weergave is te zien in welke mate sprake is van handhaving, kap en nieuwplaatsing van bomen, waaruit een uiteindelijke toename van 30 bomen blijkt. De compensatie van de (i.v.m. de woningbouw) te kappen bomen vindt - qua aantallen en stamomtrek - plaats conform het gemeentelijk bomenbeleidsplan. Net buiten het plangebied bevindt zich een waardevolle boom. Deze boom reikt met de kroon tot in het plangebied deze waardevolle boom wordt, voor zover de kroon reikt, in de regels aldus bestemd en beschermd.

3.9

Kabels, leidingen

Planologisch relevante leidingen dienen in het bestemmingsplan te worden bestemd. Tevens moeten relevante zones worden aangegeven, waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd : • gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; • aardgas; • defensiebrandstoffen; • warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Daarnaast moeten optisch vrije paden in het bestemmingsplan worden opgenomen. Binnen het plangebied liggen geen hoofdtransportleidingen en straalpaden die vanuit ruimtelijk oogpunt relevant zijn voor verwerking in het bestemmingsplan. Binnen het plangebied bevinden zich geen onder- of bovengrondse hoogspanningsleidingen. Ook in de nabijheid van het plangebied ontbreken dergelijke leidingen.

3.10

Veiligheid

Het plan is voorgelegd aan de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost. Hierbij is getoetst of het plan bereikbaar is voor hulpdiensten en akkoord bevonden.

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

39

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf 4.1

M.e.r.-beoordeling

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Bij het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Voor dit bestemmingsplan is 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Uit de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 volgt dat de omvang van een project voor een gemeente niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt.

Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Op 16 mei 2017 is de Implementatiewet 'herziening m.e.r.-richtlijn' in werking getreden. Met deze wet wordt de herziene Europese m.e.r.-richtlijn in Nederlandse wetgeving vertaald. Op basis van deze wetgeving worden voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling enkele procedurele vereisten uit de Wet milieubeheer van toepassing. Dit betekent dat de initiatiefnemer voortaan een melding moet doen van het voornemen om een activiteit uit te voeren die beneden de drempelwaarde van de Dlijst van het Besluit m.e.r. blijven. Waar tot de wetswijziging het voor activiteiten die onder de drempelwaarde uit de D-lijst bleven geen besluit nodig was voor de m.e.r. (vormvrij), moet nu voor elke activiteit een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gemaakt, en er moet daarop worden besloten. Hierdoor is een aparte beoordeling nodig die voorafgaand aan de behandeling moet plaatsvinden. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan uiteindelijk tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: Er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: Er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten. De in het kader van dit bestemmingsplan aan de orde zijnde planinvulling valt onder een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Het 40

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

aantal woningen ligt echter ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. De voorgestane ontwikkeling binnen het plangebied past aldus ruimschoots binnen de genoemde drempelwaarden. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r wordt benoemd wat onder een gevoelig gebied wordt verstaan: gebieden die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied is niet in een dergelijk gebied gelegen en is dusdanig ver verwijderd van de Ecologische Hoofdstructuur, een Vogel- of Habitatrichtlijngebied of overig beschermd natuurgebied dat van externe werking geen sprake is. Uit de in het kader van onderhavig bestemmingsplan - hier als bijlage 3 opgenomen beoordeling volgt dat negatieve effecten voor het milieu zijn uit te sluiten. Een MER is niet noodzakelijk. De beslissing op de vormvrije m.e.r.-beoordeling is voorafgaand aan het vrijgeven van het ontwerpbestemmingsplan genomen door het college op 5 april 2022.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Regelgeving

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. 4.2.2 Plangebied en conclusie In de omgeving van het plangebied is geen bedrijf gelegen die een mogelijke beperking met zich mee kunnen brengen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van de woonbestemming. Wat betreft de bedrijfsbestemming worden in het Rijksmonument in het plangebied mogelijk gemaakt : • industriële en ambachtelijke bedrijven, die niet vergunning- of meldingsplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer alsmede groothandelsbedrijven; • industriële en ambachtelijke bedrijven en groothandelsbedrijven, voor zover deze bedrijven voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de Lijst van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 1); • een museum ter plaatse van de aanduiding 'museum';

Deze bedrijvigheid is ruimtelijk inpasbaar ten opzichte van de woningen in het plangebied, zodat het aspect bedrijven en milieuzonering de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg staat.

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

41

4.3

Geluid

4.3.1 Normstelling en geluidsbronnen De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan met ontheffing tot een bepaald maximum in een aantal gevallen mag worden afgeweken. 4.3.2 Wegverkeerslawaai Langs alle wegen bevinden zich als gevolg van de Wet geluidhinder geluidzones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen de geluidzone van een weg moet de geluidsbelasting aan de gevel van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen voldoen. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 63 woningen, zijnde nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, in de zone van de Dorpstraat en de Kanaaldijk zodat nader akoestisch onderzoek naar geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeerslawaai noodzakelijk is. Aldus is door Aveco de Bondt uitgevoerd “Akoestisch onderzoek plan Klokkengieterij te Aarle Rixtel”. De rapportage betreffende dit onderzoek (d.d. 12 april 2022, ref. 201325 R PVDH 0062) is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. De berekende geluidbelasting als gevolg van verkeer op : • de Dorpsstraat en Klokkengietersstraat is ten hoogste 51 dB, na toepassing van de aftrek van 5 dB conform artikel 110g Wgh.

De hoogte van de geluidbelasting wordt bepaald door het 50 km/uur-gedeelte van de weg. De geluidbelasting overschrijdt de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB met maximaal 3 dB. Aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB is voldaan. • de Kanaaldijk bedraagt ten hoogste 55 dB na toepassing van de aftrek conform artikel 110g Wgh. Hiermee is niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan, maar ruimschoots aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. • de Helmondseweg is ten hoogste 34 dB na toepassing van de aftrek conform artikel 110g Wgh van 5 dB. Hiermee is ruimschoots aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder voldaan • de Albers Pistoriusstraat is ten hoogste 41 dB na toepassing van de aftrek conform artikel 110g Wgh van 5 dB. De geluidbelasting is daarmee ruimschoots lager dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder van 48 dB.

Aveco de Bondt geeft vervolgens aan, dat uit de afweging van geluidbeperkende maatregelen volgt dat overwegende bezwaren van financiële, technische en verkeerskundige aard bestaan tegen bronmaatregelen en dat overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn. Voor het plan zijn hogere grenswaarden op grond van de Wet geluidhinder benodigd. Het plan komt in aanmerking voor maatregelen bij de ontvanger, conform het Bouwbesluit dient het plan te voorzien in voldoende geluidwering van gevels. Door Aveco de Bondt wordt aldus geconcludeerd dat het plan op basis van de volgende argumenten in aanmerking voor hogere grenswaarden komt : • De geluidbelasting is hoger dan de voorkeurswaarde vanwege de Dorpsstraat/Klokkengietersstraat en vanwege de Kanaaldijk, maar aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB is wel voldaan;

42

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

• Uit de afweging van geluidbeperkende maatregelen volgt dat overwegende bezwaren van financiële en verkeerskundige aard en vanuit onderhoud en beheer bestaan tegen bronmaatregelen en dat overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn; • Er treden geen negatieve cumulatieve effecten op. Hiermee is voldoende aangetoond dat het plan voorziet in een goed woon- en leefklimaat.

Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente voor een aantal in de rapportage van Aveco de Bondt concreet genoemde woningen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning moet zijn aangetoond dat de geluidwering van gevels (GA;k) niet kleiner is dan het verschil tussen de geluidbelasting en 33 dB in geval van wegverkeerslawaai. Voor het bepalen van de geluidwerende voorzieningen conform het Bouwbesluit, dient uitgegaan te worden van de gecumuleerde geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai zonder aftrek van de correctie artikel 110g Wgh, zoals in de rapportage genoemd. 4.3.3 Railverkeerslawaai, industrielawaai, luchtvaartlawaai Het plangebied ligt niet : • in de zone van enigerlei spoorlijn, zodat onderzoek naar het aspect railverkeerslawaai niet aan de orde is. • in de zone van een industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder, waarop de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers is toegestaan. • binnen een geluidszone van enigerlei vliegveld. Luchtvaartlawaai werkt derhalve niet belemmerend voor onderhavig plangebied en is onderzoek op dit onderdeel niet aan de orde. 4.3.4. Conclusie Op grond van het vorenstaande zal een procedure hogere grenswaarde worden doorlopen, waarvan het ontwerp besluit hogere waarde samen met het bestemmingsplan ter inzage ligt. In de regels is t.a.v.

het aspect geluid een voorwaardelijke verplichting een concrete borging opgenomen. Het aspect geluid vormt aldus geen belemmering voor de voorgestane invulling van het plangebied c.q. totstandkoming van het onderhavige bestemmingsplan.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd.

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

43

Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt o.a. voor woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg. Met het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof.

Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient op basis van artikel 3.1. Wro altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. 4.4.2

Planbeschrijving en toetsing

Het programma dat in het plangebied zal worden gerealiseerd omvat de realisatie van 63 woningen en kan worden aangemerkt als een ontwikkeling die 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een toets aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het bouwplan binnen het plangebied voorziet niet in gevoelige bestemmingen, noch is het plangebied gelegen in de nabijheid van een provinciale of rijksweg. Om die reden vindt het Besluit gevoelige bestemmingen in dit gebied geen toepassing. Uit de “Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland” van het RIVM blijkt dat voor het aspect ‘fijn stof (PM10) de concentratie ca. 18 µg/m3 (in 2020 (gegevens 2019)) en ca. 14 µg/m3 (in 2030 (gegevens 2019)) bedraagt. De concentraties liggen daarmee ruim beneden de wettelijke grenswaarden 40 µg/m3 (jaargemiddelde) en 50 µg/m3 (daggemiddelde dat maximaal 35 keer per jaar overschreden mag worden) en zelfs beneden de WHO advieswaarde van 20 µg/m3. Voor het aspect ‘stikstofdioxide (NO2)’ bedraagt de concentratie ca. 16 µg/m3 (in 2020 (gegevens 2019)) en ca. 10 µg/m3 (in 2030 (gegevens 2018)). De concentraties liggen daarmee ruim beneden de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m3 (jaargemiddelde). In

44

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

Aarle-Rixtel is de jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 overal lager dan 20 microgram/m³. Bestudering van de kaart van de monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) (www.nsl-monitoring.nl/) leidt ook tot vaststelling, dat voor wat betreft de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 nabij het plangebied ruimschoots wordt gebleven onder de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie liggen (40 µg/m3, 40 µg/m3 respectievelijk 25 µg/m3 ).

\afbeelding : weergave luchtkwaliteitskaart 4.4.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit heeft geen invloed op de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden van het plangebied.

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

45

4.5

Externe veiligheid

4.5.1. Regelgeving Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden Risico (PR) en het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt een “harde” grenswaarde van 10-6/jaar (PR10-6) die op kaart kan worden aangeduid met een contour. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten zoals woningen of scholen liggen. Er is in dit geval geen sprake van beleidsruimte voor het gemeentebestuur. Voor beperkt kwetsbare bestemmingen, zoals verspreid liggende woningen of kleine kantoren, geldt het PR niet als grenswaarde, maar als richtwaarde. Dit betekent dat op grond van zwaarwegende motieven van de norm mag worden afgeweken. Het GR kan niet “op de kaart” worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Het gemeentebestuur heeft beleidsruimte bij het toepassen van de hoogte van het groepsrisico bij ruimtelijke ontwikkelingen. Echter voor het groepsrisico geldt wel een verantwoordingsplicht.

Het bevoegd gezag (vrijwel altijd gemeentebestuur) dient binnen het invloedsgebied een afweging te maken tussen het belang van de ruimtelijke ontwikkeling ten opzichte van het risico dat een groep mensen komt te overlijden als gevolg van een ramp of incident met gevaarlijke stoffen. Ook eventueel te nemen maatregelen en restrisico's dienen in de verantwoording opgenomen te worden.

4.5.2. Beoordeling plangebied, risicobronnen Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op basis van de Risicokaart (www.risicokaart.nl) is beoordeeld of er zich in de nabijheid van het plangebied risicobronnen bevinden in de vorm van risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (wegen, spoorwegen, vaarwegen of buisleidingen) en of het plangebied gelegen is binnen een zone waarbinnen het risico op een luchtvaartongeval verhoogd is.

46

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

Wat betreft het aspect externe veiligheid kan worden vastgesteld : • er is geen inrichting in of nabij het plangebied die invloed heeft op het plan; • in of nabij het plangebied liggen geen buisleidingen die invloed hebben op het plan; • in of nabij het plangebied zijn geen gemeentelijke wegen, snelwegen en/of spoorwegen gelegen die invloed hebben op het plan;

afbeelding: risicokaart locatie en omgeving (www.risicokaart.nl)

4.5.3

Conclusie

De locatie van het plangebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft ligt niet binnen de invloedsfeer van risicovolle inrichtingen en niet binnen de invloedsgebied van het vliegveld. Het plangebied ligt eveneens niet binnen het invloedsgebied van wegen, spoor-, waterwegen of buisleidingen waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.6

Duurzaamheid

Stevig verankerd in het verleden gaat de Klokkengieterij op alle fronten een duurzame toekomst tegemoet: ruimtelijk, ecologisch en sociaal. Er zal zorgvuldig worden omgegaan met het erfgoed en de fysieke elementen die de herinnering aan de ambachtshistorie ook bij volgende generaties in het collectief geheugen verankeren. De footprint van de Klokkengieterij en de woningen het Dorpsbos in het bijzonder is zo klein mogelijk. Er wordt een voedingsbodem en infrastructuur geschapen voor een rijke biodiversiteit en gebruik gemaakt van slimme duurzame materialen en oplossingen. De bestaande hallen krijgen een nieuwe bestemming waardoor onnodige sloop van materialen wordt voorkomen en de Klokkengieterij haar karakter behoudt. Het vuile water en het regenwater in het gebied worden gescheiden afgevoerd. De verharding van de parkeerplaatsen in het Dorpsbos zijn open en waterdoorlatend. Regenwater infiltreert direct waar het neerkomt. Het hemelwater van de villa’s wordt via architectonisch geïntegreerde goten zichtbaar afgevoerd naar bospoelen. Deze wadi’s zijn een aantrekkelijk milieu voor insecten en kleine amfibieën. De diepte van de Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

47

wadi’s zorgt dat het water wordt vastgehouden en langzaam infiltreert in de ondergrond. Een overstort brengt overtollig water bij uitzonderlijke regenval naar een bergingsvijver aan de noordzijde van het terrein. Ook de begroeide kopgevels van de rijwoningen spelen een rol in het duurzame watersysteem. Bovendien beperken ze hittestress en dragen ze bij aan de biodiversiteit, geluidsisolatie en de opvang van fijnstof. Natuur-inclusieve toepassingen in de bebouwing, bijvoorbeeld nestkasten voor vleermuizen en zwaluwen, creëren ook voor fauna een aantrekkelijke plek. Gebiedseigen beplanting, takkenrillen, poelen, groene gevels en daken trekken vogels en vlinders. Het zijn ingrepen die een duurzame toekomst van de locatie bekrachtigen. Wat betreft de onbebouwde ruimte wordt qua vergroening ingezet op een parkachtige, biodiverse, openbaar toegankelijke inrichting. De ambitie is om de bestaande bomen zoveel mogelijk te handhaven. De te rooien bomen worden binnen het plangebied gecompenseerd conform het gemeentelijke bomenbeleidsplan. De grondgebonden woningen worden gasloos gebouwd. Er wordt ook gestreefd naar een duurzame gasloze oplossing voor de getransformeerde woningeenheden in de loodsen. Met de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt nader aandacht besteed aan de invulling van duurzaamheid bij de bouw van de gebouwen binnen de wettelijke verplichtingen.

4.7

Bodem

4.7.1 Regelgeving Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f. Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. 4.7.2

Onderzoeken en beoordeling bodemkwaliteit

Voor wat betreft het plangebied is sprake van twee relevante bodemonderzoeken. Door bureau Archimil is gekomen tot een beoordeling van het plandeel “dorpsbos”, zoals neergelegd in de als bijlage 5 hier opgenomen rapportage verkennend bodemonderzoek d.d. 27 maart 2018. Als conclusie wordt door Archimil opgemerkt :

48

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

“Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat er ons inziens, behoudens het onderzoek naar asbest geen restricties gesteld te worden aan aan- of verkoop van danwel aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie.”

Door bureau Tritium is gekomen tot een beoordeling van het plandeel “ambachtsterrein”, zoals neergelegd in de als bijlage 6 hier opgenomen rapportage verkennend bodemonderzoek d.d. 8 februari 2021. Als conclusie wordt door Tritium opgemerkt : Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de aard en omvang van de verontreiniging met minerale olie afdoende zijn vastgesteld. De verontreiniging is ingekaderd tot het niveau van de streef-/achtergrondwaarde. De verontreiniging betreft vermoedelijk de na de in 1992 uitgevoerde bodemsanering achtergebleven restverontreiniging, welke groter is dan destijds werd aangenomen. Derhalve kan ervan worden uitgegaan dat de verontreiniging voor 1987 is ontstaan. De totale omvang van de verontreiniging in de grond wordt geraamd op 230 m3 en in het grondwater op 215 m3 . Gezien de mate en omvang van de verontreiniging in zowel de grond als het grondwater kan worden afgeleid dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Gezien het feit dat het verontreinigingscontour in de grond en in het grondwater nagenoeg hetzelfde zijn kan worden gesteld dat de verontreiniging in het grondwater in 31 jaar tijd niet is verspreid. Derhalve kan worden aangenomen dat sprake is van een immobiele verontreiniging. Uit de risicobeoordeling blijkt dat bij het huidige gebruik geen sprake is van onaanvaardbare risico's.

Bij het toekomstige gebruik als wonen met tuin is wel sprake van onaanvaardbare risico's. Dit betekent dat voor het huidige gebruik door het bevoegde gezag Wet bodembescherming geen saneringstijdstip zal worden vastgesteld in de beschikking ernst en spoed. Voor het toekomstige gebruik zal wel een saneringstijdstip worden vastgesteld. Resumé De onderzoeksresultaten leveren vooralsnog een beperking op ten aanzien van het voorgenomen gebruik van de locatie. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan de voorgenomen ontwikkelingen een saneringsplan op te stellen en ter goedkeuring voor te leggen aan het bevoegd gezag Wbb.

Aan de hand van voormelde onderzoeken en de hierin vervatte conclusies mag voor het gehele plangebied er van worden uit gegaan, dat geen sprake is van een mate van verontreiniging die de totstandkoming van dit bestemmingsplan in de weg staat. In het kader van de concrete ontwikkeling van het gebied zal als onderdeel van een aanvraag omgevingsvergunning het aspect bodem en bodemonderzoek nader aan de orde komen. Sanering zal functiegericht plaatsvinden voorafgaand aan bebouwing en ingebruikname van het plangebied als woonomgeving.

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

49

4.8 Natuur 4.8.1 Wetgeving Het natuurbeschermingsbeleid en de wet- en regelgeving op het gebied van flora en fauna kennen twee sporen, namelijk een gebiedsgericht en een soortgericht spoor. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot voormelde actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op flora en fauna en/of beschermde natuurgebieden. In navolgende paragrafen zal de toetsing van het voornemen plaatsvinden aan enerzijds de soortenbescherming en anderzijds de gebiedsbescherming. 4.8.2. Soortenbescherming In verband met de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met soortenbescherming en met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Als gevolg hiervan zijn veel soorten niet meer beschermd. Echter een aantal andere vlinder- en libellesoorten en florasoorten zijn nu wel beschermd. Tevens blijft de algemene zorgplicht gelden. Daarnaast geldt in bepaalde provincies voor een aantal van de Tabel 1-soorten uit de Flora- en faunawet wet geen vrijstelling meer.

Dit zijn voor de provincie Noord-Brabant de bunzing, hermelijn en wezel. Voor de strikt beschermde soorten in de nieuwe Wet Natuurbescherming, namelijk de soorten die zijn beschermd in de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn, geldt dat deze in de Flora- en faunawet gelijkwaardige bescherming genieten. De conclusies ten aanzien van deze soorten zullen dan ook niet veranderen met het van kracht worden van de nieuwe wet. Een tweetal algemene voorwaarden vanuit de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing : 1. in het broedseizoen van vogels (globaal half maart tot half juli) mogen de vegetatie, bosjes en opstallen niet worden verwijderd. Werkzaamheden tijdens deze periode zouden leiden tot directe verstoring van broedvogels en het broedsucces. Alle vogels zijn beschermd. Er is geen vrijstelling te verkrijgen in het kader van de Floraen faunawet voor activiteiten die vogels in hun broedseizoen zou kunnen verstoren. 2. op basis van de zorgplicht volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Door ing. J.C. Knotters is in opdracht van Aveco de Bondt is gekomen tot “Quickscan Wet natuurbescherming Omvorming oude klokkengieterij naar woonomgeving”, d.d. 12 april 2020, kenmerk “VBW w 2020-10 r”, hier opgenomen als bijlage 7.

Op 27 maart 2020 heeft de heer Knotters het plangebied en de directe omgeving verkend om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse en de geschiktheid ervan voor beschermde soorten te beoordelen.

50

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

De Quickscan leidde voor wat betreft soortbescherming tot navolgende conclusie : Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening NoordBrabant, blijkt dat bij uitvoering van de ingreep schade aan vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen niet uit te sluiten valt. Aanwezigheid en gebruiksfuncties van het plangebied door gebouwbewonende vleermuizen dient middels nader onderzoek onderzocht te worden. In algemene zin moet ook de Zorgplicht in acht worden genomen. Deze zorgplicht geldt met name ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven. Voor aanvang van de werkzaamheden dient het plangebied gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedende vogels. Ook tijdens de werkzaamheden dient regelmatige controle op aanwezigheid van broedende vogels plaats te vinden. Voorkom verstoring bij aan- en afvoer van materieel. Plaats geen materiaal tegen beplanting. Ook voor mogelijke aanwezigheid van Rode eekhoorn, Egel of Huisspitsmuis dient Zorgplicht in acht te worden genomen.

Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Als deze soorten worden waargenomen dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. Indien een soort die niet in deze rapportages wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen zodat de wet niet wordt overtreden

Het hier als bijlage 8 opgenomen “Ecologisch onderzoek naar Vleermuizen planlocatie Klokkengieterij te Aarle-Rixtel” d.d. 29 oktober 2020 geeft aan dat er in 2020 vijf locatie onderzoeken zijn uitgevoerd betreffende in de Quickscan vernoemde vleermuizen op respectievelijk 20 mei, 22 juni, 3 augustus, 27 augustus en 17 september. Als conclusie wordt in het onderzoek aangegeven : Alleen van Gewone dwergvleermuis kon functioneel gebruik van de planlocatie worden aangetoond. Binnen de planlocatie bevinden zich vijf zomerverblijven van circa 7 exemplaren van Gewone dwergvleermuizen. Er is één paar-baltsverblijf van 1 solitair mannetje vastgesteld. Er zijn geen massawinterverblijven vastgesteld. Evenwel kunnen de aangetoonde zomerverblijven gebruikt worden als klein-winterverblijf. Binnen de planlocatie is geen essentieel foerageergebied aanwezig. Vliegroutes ontbreken binnen het plangebied en zijn evenmin dicht nabij de planlocatie aangetroffen. Bij uitvoering van de voorgenomen ingreep in het plangebied zal vaste verblijfplaats van Gewone dwergvleermuis verstoord en vernietigd worden. Deze handeling is strafbaar conform de Wet natuurbescherming. Een Ontheffing Wet natuurbescherming is van toepassingen en dient (incl. Activiteitenplan met mitigerende en compenserende maatregelen) aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag – Provincie Noord Brabant/ODBN. Maatregelen t.a.v.

activiteitenplan Compenserende maatregelen kunnen worden ondernomen. Voor het succesvol vervangen van een zomerverblijf staat 3 maanden gewenning, voor het vervangen van een balts/paar verblijf staat 6 maanden gewenning, de tijdelijke vleermuiskasten dienen half februari te worden geplaatst. Er dient in dit geval in de nabijheid (ong. 50 m) een alternatieve verblijfslocatie te worden aangeboden geschikt voor zomer- en baltsverblijf (vleermuiskasten

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

51

Model C – Meerlaags). Voor aanvang van de werkzaamheden dienen de vleermuisverblijven onklaar te worden gemaakt, met behulp tochtgaten of verwijderen verkeersbord of met behulp van exclusion flaps, maar alleen dan na ontvangen Ontheffing Wet natuurbescherming

Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek is op 23 januari 2021 een aanvraag gedaan voor een ontheffing krachtens artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. Deze ontheffing is op 4 juni 2021 door de Omgevingsdienst Brabant Noord verleend. 4.8.3 Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een gebied dat beschermd is in het kader van de Wet natuurbescherming of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het plangebied is geen sprake van Natura 2000-gebied. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft het gebied Strabrechtse Heide & Beuven. Dit gebied is op een afstand van circa 13 km gelegen van de planlocatie. Gezien de afstand en de aard van de ingrepen wordt geen directe aantasting, zoals effecten door geluid of optische verstoring van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden verwacht. Indirecte effecten door stikstofemissie zijn mogelijk wel aan de orde. Voor dit project is de inschatting dat gezien de beperkte omvang van de ingreep, de tijdelijke aard van de bouwwerkzaamheden, het verschil tussen huidig gebruik en permanent gebruik (geen gasaansluiting) er geen toename in stikstofdepositie zal zijn.

afbeelding : ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 gebieden

Om voormelde verwachting betreffende het niet aantasten van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden te kunnen onderbouwen is een Aerius berekening uitgevoerd, betreffende zowel de realisatiefase alsook de gebruiksfase, neergelegd in de rapportage van Aveco de Bondt d.d. 14 juli 2021. Deze berekening is opgenomen als bijlage 9 bij deze toelichting leidt tot de conclusie dat in realisatiefase noch in gebruiksfase sprake is van een toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden en leidt tot de conclusie, dat een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk is.

52

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

Natuurnetwerk Nederland Binnen de provincie Noord-Brabant kent het NNN een externe werking. Voor ingrepen en plannen die liggen buiten de begrenzing van het NNN geldt dat deze geen effect mogen hebben op de kernkwaliteiten van het NNN, wanneer dit niet uit te sluiten is, is een aanvullende toetsing, in de vorm van een ‘nee-tenzij’ noodzakelijk.

afbeelding : ligging plangebied t.o.v. NNN gebieden

Op bovenstaande afbeelding is aangegeven het plangebied en de omliggende NNN gebieden. De meest nabijgelegen NNN gebied betreft een ten noorden gelegen strook “vochtig bos met productie” aan de Kanaaldijk. Gezien de afstand en de aard van de werkzaamheden worden er geen nadelige effecten op de kernkwaliteiten van het NNN verwacht. Een aanvullende toetsing is niet nodig. 4.8.4. Conclusie De voorgenomen ingreep leidt niet tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming of de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Noord-Brabant. Het aspect natuurbescherming vormt geen belemmering voor realisatie van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie.

4.9 Water 4.9.1. Inleiding Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium te adresseren in het besluitvormingsproces van ruimtelijke plannen. De paragraaf beschrijft de huidige watersituatie in het plangebied. Daarnaast legt het vast aan welke watereisen ontwikkelingen, binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan, moeten voldoen. Het doet dit door ruimtelijke plannen onder meer te toetsen aan " hydrologisch neutraal" conform landelijk en lokaal waterbeleid. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het aspect water is aldus een belangrijk kwantitatief beleidsuitgangspunt, dat in ruimtelijke plannen dient te worden “vertaald”. Op de verbeelding moet duidelijk Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

53

worden gemaakt dat er voldoende ruimte wordt gereserveerd voor realisatie van in de toelichting beschreven, compensatievoorziening De bestemming moet zodanig zijn dat de compensatievoorziening zoals in de toelichting beschreven ook kan worden gerealiseerd, bijvoorbeeld met de (mede)bestemming “waterhuishoudkundige voorzieningen” en voldoende bebouwingsvrije ruimte. In de toelichting moet de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het hydrologisch neutraal ontwikkelen op hoofdlijnen duidelijk zijn en worden onderbouwd.

4.9.2. Beleid Rijksbeleid In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en is gericht op de samenhang met de ruimtelijke ordening. De wet kent een vergunningstelsel (watervergunning). Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en milieu. Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. Het waterplan beschrijft de strategische doelen voor het waterbeheer. De condities en maatregelen voor het bereiken van deze doelen staan beschreven in het 'Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren' van Rijkswaterstaat. Lagere overheden dienen het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 in hun beleid te verwerken. Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is onder andere verwoord in het ‘Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021’. Het plan vormt de strategische basis voor het Brabantse waterbeleid en waterbeheer, voor de korte en lange termijn en staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het Waterplan houdt rekening met duurzaamheid en klimaatveranderingen.

Het is een breed gedragen beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met veel belanghebbende (water)partijen in Brabant. Het plangebied is volgens het Provinciaal Milieu- en Waterplan gelegen binnen het gebied dat is aangeduid als ‘water in bebouwd gebied'. Vanuit het Provinciaal Milieuen Waterplan zijn hier geen nadere eisen aan verbonden. Het plangebied is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of een boringsvrije zone.

54

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

afbeelding : plangebied op kaart PMP

Beleid Waterschap Het plangebied maakt deel uit van het stroomgebied van het Waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterbeleid in de gemeente Laarbeek. Het waterschap zorgt voor voldoende water van goede kwaliteit. Het waterbeheerplan 2016-2021 beschrijft de doelen van het Waterschap Aa en maas voor deze periode. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu- en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheersplan. De “Keur Waterschap Aa en Maas” bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater, die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van het Waterschap. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Onderscheid wordt gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunningverlening. De Keur is onder andere van toepassing wanneer direct of indirect wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam.

De drie Brabantse waterschappen (Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta) hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de 'Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

55

een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m2, 500 m2 tot 10.000 m2 en meer dan 10.000 m2. Wanneer de toename van het verhard oppervlak minder is dan 500 m2 is er vanuit het waterschap geen compensatieverplichting. In deze gevallen is de gemeente het bevoegd gezag. Gemeentelijk beleid De gemeente Laarbeek kent een samenwerking met diverse Brabantse Peelgemeenten. Het waterbeleid van de gemeente Laarbeek is opgenomen in “Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016- 2021”. Ten aanzien van de omgang met hemelwater sluit de gemeente Laarbeek zich aan bij het beleid van het waterschap Aa en Maas. De gemeente Laarbeek heeft een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) over de periode 2019-2023. De belangrijkste speerpunten uit dit GRP zijn : • • • • •

Duurzame waterketen, Klimaatbestendige waterketen, Grondwaterhuishouding in balans, Verder professionaliseren watertaken en Samen aan de slag.

Onder klimaatbestendige waterketen heeft de gemeente Laarbeek ook nog een aantal punten met betrekking tot nieuwbouw of herbouw, relevant voor deze ruimtelijke ontwikkeling: • Bouwen op lager gelegen (grond)wateroverlastgevoelige locaties moet vermeden worden • Hoger gelegen nieuwbouw mag geen extra risico vormen voor (grond)wateroverlast in nabij gelegen lagere gebieden. • Overtollig regenwater wordt zoveel mogelijk zichtbaar bovengronds verwerkt. • Er wordt altijd een T=100 bui getoetst. Er mag hierbij geen schade optreden. Deze bui staat gelijk aan 60 mm binnen een uur . • Er moet 60 mm berging van regenwater in het plangebied gerealiseerd worden. 4.9.3. Beschrijving watersysteem plangebied van de huidige situatie In het kader van onderhavige waterparagraaf c.q. de wateropgave behorende bij de ontwikkeling van het plangebied is door Aveco de Bondt een watertoets-notitie opgesteld, welke als bijlage 10 bij deze toelichting is opgenomen. bestaande situatie Het plangebied kan worden onderscheiden tussen het gedeelte ambachtsterrein en het gedeelte dorpsbos.

56

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

afbeelding : bestaande bebouwing en verharding plangebied

In het gedeelte ambachtsterrein is aanwezig de bestaande bebouwing en verharding. Deze bebouwing zal worden getransformeerd als in deze toelichting beschreven. Het dorpsbos kent in de huidige situatie geen verharding met uitzondering van enkele paden en omvat een veelvoud aan bomen, die voorzover mogelijk behouden blijven. maaiveldhoogte, bodemopbouw, grondwater, oppervlaktewater, riolering en varia De hoogteligging in het plangebied varieert van +15,5 m N.A.P in het noordelijk en zuidelijk deel tot +14,7 m N.A.P. in het midden waar de sloot zich bevindt. Deze wordt in het nieuwe plan gedempt. In het noordoosten ligt ook een verdieping op ongeveer +14,7 m N.A.P. Dit zal gebruikt worden voor de aanleg van de extra waterpartijen. De aansluiting met de klokkengietersstraat ligt op +15,00 tot +15,10 m N.A.P. Gebruikte boorprofielen aangevuld met GeoTOP geeft een bodemopbouw van de bovenste 10 meter voor het plangebied als volgt: 2 meter zand (fijne categorie), 1 meter leem en vervolgens 7 meter zand. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Nabij het plangebied is gelegen het kanaal (van Helmond naar Veghel). De huidige bebouwing is aangesloten op het gemengde rioolstelsel. Voor de beschrijving van het huidige watersysteem wordt verwezen naar paragraaf 4 van de rapportage van Aveco de Bondt (bijlage 10). Van overige waterbelangen is in het plangebied geen sprake.

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

57

4.9.4. Toekomstige situatie van het watersysteem De ontwikkeling in het plangebied bestaat uit de herbestemming van de bestaande industriële bebouwing tot woonbebouwing met hierbij aanverwante woningbouw in het ambachtsgebied en in het dorpsbos.

afbeelding : toekomstige bebouwing en verharding plangebied

In de toekomstige situatie vinden enkele wijzigingen plaats in het watersysteem. De huidige vijver wordt (deels) gedempt en er komen extra poelen in het gebied. De Cwatergang in het midden wordt omgelegd via het noordwesten en wordt aangesloten op de A-watergang in het noorden. Verder is er nog een ondergronds bergbezinkbassin aanwezig, maar hiervan is niet bekend of het een functie heeft voor dit plangebied. Voor de toekomstige verharding zijn reële aannames gedaan. Door de planontwikkeling neemt het verhard oppervlak ten opzichte van de oorspronkelijke situatie toe, zoals weergegeven in onderstaande tabel :

Omdat de toename van het verhard oppervlak bij het voorliggend planvoornemen meer dan 500 m2 bedraagt, is er vanuit het waterschap een compensatieverplichting. De gemeente Laarbeek sluit zich aan bij het beleid van het Waterschap. Op grond van het beleid van het Waterschap en gemeente dient er een voorziening voor infiltratie/ buffering te hoeven worden getroffen omdat de verhardingstoename groter is dan 500 m2. 58

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

In aanvulling op voormeld beleid is voor het plan door de gemeente gekomen tot een Programma van eisen inrichting van de openbare ruimte ’De klokkengieterij’ AarleRixtel opgesteld. Hierin zijn ook watereisen opgenomen zoals beschreven in paragraaf 3.5. van de rapportage van Aveco de Bondt (bijlage 10). Uitgangspunt hierbij is het door middel van de HNO-tool (waterschap Aa en Maas) bepalen van de hoeveelheid regenwater die als gevolg van dit plan dient te worden geborgen, waarbij de te bergen hoeveelheid regenwaterwater tenminste 60 mm bedraagt. De betreffende bergings- of retentie voorzieningen dient te worden gerealiseerd binnen het plangebied. Voormelde HNO-tool is inmiddels niet meer beschikbaar, zodat de huidige regel van het waterschap om de waterberging te bepalen door Aveco de Bondt is gebruikt. Dit betekent dat voor de toename van verhard oppervlak 60 mm berging als uitgangspunt wordt genomen. De toename verharding vermenigvuldigd met 60 mm levert een te bergen volume van 117 m3 op. De ontwikkelaar is echter voornemens om meer waterberging te realiseren dan voorkomend uit het PvE. Dit voornemen is in de rapportage van Aveco de Bondt nader beschreven en is deels gebaseerd op voorziene waterinstroom van buiten het plangebied. Ter voorkoming van hinder c.q. schade wordt ook hiermee rekening gehouden bij de dimensionering van de bergingscapaciteit in het plangebied, e.e.a.

zoals in voormelde rapportage beschreven. In de regels is de waterbergingsopgave voor nieuwe bebouwing als voorwaardelijke verplichting opgenomen en aldus geborgd. Voor woningen in de bestaande bebouwing geldt aldus (conform beleid) geen waterbergingsopgave. Het staat ontwikkelaar vrij om voormelde extra berging in het plangebied te realiseren en in stand te houden. Afvalwater Het afvalwater wordt gescheiden van hemelwater aangeboden aan de bestaande riolering. Materiaalgebruik De afkoppeling van het hemelwater van het afvalwater maakt dat er in de bebouwing geen materialen gebruikt mogen worden die de grondwaterkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden, zoals uitlogende materialen, bijvoorbeeld zink en lood. Overige aandachtspunten Het is niet toegestaan chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de af te koppelen verharde oppervlakken. Het is in beperkte mate toegestaan tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout als gladheidbestrijdingsmiddel op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan bijvoorbeeld zand zijn. Het aspect Water kent geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling Conclusies Conclusie is dat kan worden voldaan aan de wateropgave.

4.9.5. Afspraken waterschap Zowel het waterschap als de gemeente hebben akkoord gegeven op de Watertoets. Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

59

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1

Algemeen

Het bestemmingsplan “locatie klokkengieterij” is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is, wordt afgeweken van de standaard en kan specifiek toegesneden worden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied.

5.2

Planmethodiek

Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik.

5.3

Verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen omdat de manier van raadplegen verschillend is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

5.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In Artikel 1 Begrippen wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels gebruikte begrippen niet in dit artikel voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Artikel 2 Wijze van meten" worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd. Het bestemmingsplan kent de bestemming “centrum”, zoals vervat in artikel 3, op basis waarvan de gronden bestemd zijn voor specifiek benoemde industriële en ambachtelijke bedrijven, een museum ter plaatse van de aanduiding 'museum', het wonen in een woning of bedrijfswoning, maatschappelijke dienstverlening, zakelijke dienstverlening, kantoren, bijgebouwen ten behoeve van de (bedrijfs)woning, bouwwerken geen gebouwen zijnde, verkeers- en parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterbergings- en infiltratievoorzieningen, waterpartijen en watergangen en doeleinden van openbaar nut. De bouwregels en de omschrijving van strijdig gebruik completeren het betreffende artikel 3.

Het bestemmingsplan kent de bestemming “wonen”, zoals vervat in artikel 4, op basis waarvan de gronden bestemd zijn voor woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. Hierbij behorend zijn tuinen en erven,

60

Bestemmingsplan “De Klokkengieterij” Gemeente Laarbeek

paden, wegen en parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterbergings- en infiltratievoorzieningen, waterpartijen en watergangen en doeleinden van openbaar nut.. De bouwregels en gebruiksregels (met hierin regeling strijdig gebruik, een voorwaardelijke verplichting geluid en de mogelijkheid van realisatie van een afhankelijke woonruimte) completeren het betreffende artikel 4. In de artikelen 5, 6 en 7 zijn de in het plangebied aanwezige bestaande archeologische waarden ongewijzigd vastgelegd ten opzichte van het voorheen vigerende bestemmingsplan. Hiermee wordt gezorgd voor instandhouding en bescherming van de in de grond verwachte archeologische waarden. Afhankelijk van de mate van archeologische verwachtingswaarde zijn voorschriften opgenomen voor bouwen, slopen en uitvoeren van overige werkzaamheden. De mogelijkheid bestaat om de bestemming te laten vervallen indien vanuit het aspect archeologie de betreffende planologische bescherming niet langer noodzakelijk is. In artikel 8 is de bescherming geregeld van in het plangebied aanwezige waardevolle bomen. Onder de algemene regels zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels (waaronder de regeling terzake parkeren), de algemene afwijkingsregels en de overige regels. In de overgangs- en slotregels zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=f2fd5048-d9ea-401d-9e21-8f3f031c5e52