7 20220113 nota van beantwoording en wijziging - geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording en wijziging - Transitievisie Warmte
Notitie met betrekking tot de ingebrachte zienswijzen inzake de ontwerp-Transitievisie Warmte Na vaststelling van het concept in de collegevergadering van 19 oktober 2021 heeft met ingang van dinsdag 19 oktober 2021
tot en met dinsdag 30 november 2021 voor een ieder de ontwerp-Transitievisie Warmte ter inzage gelegen. De ter inzage legging is bekend gemaakt vÍa de Mooi Laarbeek-krant van 21 oktober 2021 en op de gemeentelijke website www-laa.r&g&n!. Daarbij is mededeling gedaan van de mogelijkheid van een ieder om gedurende de termijn schriftelijk danwel mondeling een zienswijze kenbaar te maken over deze visle. Er zijn twee schriftelljke zienswijzen onwangen. Beide zijn als ontvankelijk aangemerkt. De volgende reclamanten hebben een zienswijze ingediend: 1
2
Onderstaand worden de ingebrachte zienswijzen samenvattend weergegeven en aansluitend van een reactie voorzien. Het feit dat hier een samenvatting wordt gepresenteerd, betekent niet dat de overige opmerkingen uit de zienswijzen niet in de beoordeling zijn betrokken. De zienswijze is als geheel beoordeeld. Waar er aanleiding is tot aanpassing van de Transitievisie Warmte, wordt dat na de behandeling van de zienswijze weergegeven. Aan het einde van deze nota zijn beide zienswijzen integraal opgenomen.
l. ZÍenswijze A. De reclamant is een betrokken belanghebbende partij, en had het op prijs Sesteld als de gemeente haartijdig schriftelijk of per e-mail had geïnformeerd over de ter inza6e legging, en als er een fysiek exemplaar was ontvangen dat in de buurthuizen ter visie was gelegd.
B. De reclamant vindt het ontwerp informatief, goed leesbaar, en stemt in met de aangegeven uitgangspunten van betaalbaarheid, betrouwbaarheid en gezamenlijkheid en een stapsgewijze aanpak met energie besparen als eerste stap.
C. De reclamant vindt dat het gebruik van biomassa te negatief wordt geschetst. D. De reclamant stelt dat er (veel) te weinig wordt ingegaan op de noodzaak voor het gebruik van extra elektriciteit bij aardwarmte, zonnewarmte en warmte uit water. E. De reclamant mist (kleinschalige) kernenergie en waterstof als mogelijke en wenselijke energiebronnen en vindt dat aan de voor- en nadelen hiervan een passage gewijd zou moeten worden. F. de reclamant geeft aan mee te willen werken aan een start met de warmtetransitle in het dorp, zolang zij dit verantwoord acht voor het welbevlnden van de inwoners van het dorp.
G. Het ontwerp is sterk gericht op huishoudens. De vereniging vraa8t meer aandacht voor energiebesparlng en het terugdringen van COz ultstoot bij bedrijven en bedrijfsgebouwen'
H. De reclamant onderschrijft de stelling dat de visie regelmatig herijkt en aangevuld moet worden op basis van innovatie en nieuwe informatie. Reactie
A. De gemeente was inderdaad voornemens om belanghebbende partuen schriftelijk te informeren over het verschijnen van de ontwerp-Tvw. Door personele wisselingen is dit helaas niet gebeurd, hiervoor bieden we bij deze onze excuses aan. Er zijn inmiddels ook mondeling excuses aangeboden aan de reclamant, Van de eindversie zal een fysiek exemplaar aan de buurthuizen van de verschillende dorpskernen worden aangeboden.
B. De gemeente waardeert de positieve indruk die de reclamant heeft van de TVWC. Er zijn twee manieren om biomassa te verwerken: verbranding (meestalgebeurt dit met houtige biomassa) en vergisting. Hieronder volgt een kort standpunt over beide: Over verbranding wordt in de ontwerp-TVW gesteld 'Als je vosthoudt aon milieuvriendeliik en toekomstbestendíg valt het verbranden von houtige biomosso bijvoorbeeld of, omdat er CO2 vriikomt bii de verbronding en omdot het vook uit het buitenland wordt gehaald vío milieuvervuilend tronsport'. (pag.S), De gemeente blijft bij het standpunt
i.
dat het verbranden van houtige biomassa nadelen heeft zoals een verminderde luchtkwaliteit, uitstoot van
onwenselijke stoffen zoals COzen fijnstof, en de nadelen door transport. De gemeente vindt het in ieder geval onwenselijk om op grote schaal houtige biomassa te verbranden en draagt het daarom niet aan als algemene
ii'
oplossing in de ontwerp-Tvw. lncidenteel zal het verwarmen met een pelletkachel wel een oplossing kunnen zijn in hêt buitengebied. Dit zal in het wijkuitvoeringsplan voor het buitengebied met meer nuance worden onderzocht. ln de kernen is de verbranding onwenselijk vanwege de nadelen voor luchtkwaliteit.
over biomassa vergisting wordt gesteld dat dit een bron kan zijn voor groen gas (pag.l1), Hier staat de gemeente niet negatief tegenover, het wordt als een van de mogelijkheden onderzocht. ln de regio is veel biomassa aanwezig, vooral mest, dus het is zeker een optie die verder onderzocht moet worden. Op dit moment loopt hier een regionaal onderzoek naar, waarnaar wordt verwezen op pag. 14.
D. De oplossingen aardwarmte, zonnewarmte en warmte uit water kennen inderdaad een hoge elektriciteitsvraag. op pagina 8 van de ontwerp-Tvw woÍdt hieraan kort aandacht besteed, Naar aanleiding van deze zienswijze is deze paragraaf uitgebreid met een verwijzing naar deze vormen van warmte_opwek.
E. Waterstof wordt behandeld in het onderdeel 'een duurzaam gas' op pag. 11. Kernenergie wordt inderdaad niet behandeld in de ontwerp-Tvw. Dit komt doordat kernenergie primair wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit, niet voor warmte. Er komt een beperkte hoeveelheid restwarmte vrij, maar dat is een bijproduct van een
kerncentrale. Elektriciteit van een kerncentra le kan gebruikt worden voor een a ll-electric oplossing of voor het opwekken van watestof : beide opties worden besproken in de ontwerp-TVW, Op pag. 8 wordt benoemd dat
F'
elektrische oplossingen vooral wenselijk zijn als er sprake is van groêne stroom. De ontwerp-Tvw maakt geen afweging tussen manieren om groene stroom op te wekken en waagt zich niet aan de discussie of kernenergie duurzaam is of niet. De afweging tussen verschillende vormen van groene stroom opwekken wordt onder andere regionaal gemaakt in het kader van de RES, in de lokale visie op grootschalige opwek van duurzame energie, en op provinciaal niveau. De discussie over kernenergie vindt vooral plaats op provinciaal en rijksniveau, De gemeente is van mening dat deze discussie in de ontwerp-Tvw geen plaats heeft. De gemeente waardeert het dat de reclamant zlch wil inzetten voor een zorgvuldige warmtetransitie in het dorp, uiteraard hebben wij daarbij ook het welbevinden van de inwoners als doel.
G' DeTVWisinderdaaderggerichtophuishoudens.Ditkomtdoordateranderewet-enregelgevinggeldtvoorbedriJven
(zie pag, 16)' Voor bedrijventerreinen komen maatwerk-plannen, maar bedrijven zoals winkelen kantoorpanden kunnen veelal onderdeel ziin van een dorpsplan, Naar aanleiding van deze zienswijze is hierover een opmerking toegevoegd op pag.16, ditzal in meerdetail worden uitgewerkt in de dorpsprannen, H. De gemeente is het met reclamant eens dat herijking en aanvullingen op de TVW regelmatig nodig blijven en zal hier zorg voor dragen.
Wijzigingen naar aanleiding van de zíenswijze
op pag. 8 is een opmerking toegevoegd waarin duidelijker wordt gemaakt dat waÍmte-oplossingen zoals aardwarmte, aquathermie en zonthermie leiden tot een toegenomen vraag naar (groene) elektriciteit. 2
op pag. 16 is een opmerking toegevoegd waaruit blijkt dat winkel- en kantoorpanden expliciet worden opgenomen in de dorpsplannen en dat de gebruikers / eigenaars van deze panden worden betrokken in de warmtetransitie.
2.
Zienswijze Reclamanten stellen dat de indruk wordt gewekt dat bij een individuele oplossing altijd het beste met warmtepompvarianten kan worden gewerkt. Er zijn echter ook andere varianten denkbaar, deze zouden in de TVW benoemd en onderzocht moeten worden. (lndividuele) opslag van duurzame energie, bijvoorbeeld door WKO, batterijen, of omzetten naar waterstof, dient
A.
B.
C. D. E. F.
nader onderzocht te worden, omdat het een belangrijk onderdeel is van een individuele oplossing. Reclamanten vragen zich af of een variant met aardwarmte / geothermie mogelijk is op individuele basis en zien het antwoord graag in de TVW terug. De TVW stelt dat er waarschijnlijk grote investeringen nodig zijn voor individuele oplossingen, maar geeft niet aan in hoeverre de gemeente of hogere overheden hieraan zullen bijdragen. Dit zou verder uitgewerkt moeten worden. De TVW stelt dat individuele elektronische oplossingen alleen geschikt zijn voor nieuwbouw en zeer goed geiioleerde woningen en gebouwen. Reclamanten vragen zich af of dit zo is' Bij realisatie van een warmtenet wordt samengewerkt met êen warmteleverancier die een monopoliepositie inneemt' Het is dan van belang dat de gemeente goede afspraken maakt over gehanteeÍde (maximumlprijzen, De TVW zou dit
H. l.
nadrukkeliiker moeten vermelden. De TVW wekt de indru k dat een warmtenet gecombineerd moet worden met zonnepanelen op eigen dak. Reclama nten vragen verduidelijking over wie de kosten voor deze panelen zal dragen, De TVW zegt niets over kernenergie, bijvoorbeeld als mogelijke bron van elektriciteit voor het maken van waterstof. De TVW zegt niet over de ontwikkeling van een landelijk waterstofnet, de reclamanten zouden graag zien dat wordt
J.
onderzocht wat dit voor Laarbeêk kan betekenen. De reclamanten betwijfelen of groen gas / waterstof inderdaad schaars zal zijn, in het licht van import van deze stoffen en een landelijk net. Reclamanten vragen zich aÍ of zelf geteelde biomassa {zoals stro of hout) gebruikt kan worden voor productie van
G.
biogas.
K. L. M.
N.
Reclamanten zijn bezorgd over geuroverlast bij biogasproductie en stellen dat voldoende afstand tot bebouwing en daardoor een aanvaardbaar woon- leef- en verblijfsrecratie-klimaat een vereiste zou moeten zijn bij het toestaan van biogasproductie. ln de TVW wordt een mogelijke koppeling genoemd met het zoekgebied voor grootschalige opwek in de RES, maar er wordt niet toegelicht welke bronnen en technieken worden bedoeld om grootschalige warmte en/of elektriciteit op te wekken. wordt hier zonthermie met seizoensopslag in combinatie met wKo bedoeld? lndien er met de verwijzing gênoemd onder L. een kleinschalig windpark wordt bedoeld, dan wijzen reclamanten erop
dat het zeer onwaarschijnlijk is dat in dit gebied een windpark kan worden gerealiseerd. Reclamanten verwijzen ter onderbouwing naar beperkingen vanwege onder andere radarverstoring, geluidsnormen, slagschaduw, veiligheid en natuurwaarden, net als een aanvaardbaar woon- leef- en verblijfsrecreatie-klimaat. lndien er met de verwijzing genoemd onder L. zonthermie met seizoensopslag en WKO wordt bedoeld, dan wijzen reclamanten erop dat een dergelijke ontwikkeling geen ernstige aantasting van de landbouwstructuur tot gevolg zou mogen hebben, en vÍagen zij zich af of het landschap dit kan herbergen.
O. Reclamanten wijzen erop dat het beter en goedkoper is om een warmtebron zo dicht mogelijk bij de kern te realiseren. Oplossingen buiten het zoekgebied voor grootschalige opwek zijn dan logischer. Dit zou in de TVW moeten worden
a.
opgenomen. Reclamanten vragen in hoeverre de vergunde zonneparken bijdragen aan de warmtetransitie in Laarbeek in relatie tot zonthermie. De TVW zou hier duidelijkheid over moeten geven. Reclamanten stellen dat het verstandig is om te wachten met het opstellen en uitvoeren van plannen voor de
R.
afhalen van woningen. Mocht er in 2022 gestart worden, dan zou dit zich volgens reclamanten moeten beperken tot het verbeteren van de
p.
S.
warmtetransitie totdat meer duidelijk is over toekomstige technieken, zoals een landelijk waterstofnet en kleine kerncentrales. Dit zou in de TVW vermeld moeten worden en we moeten niet te snel overgaan tot het van het gas
isolatie van woningen. Reclamanten stellen dat als er wordt gestart met woningen aardgasvrij maken, dat dan niet per gebied moet worden gestart maar met woningen mêt een zo laag mogelijk energielabel [waarmee wordt bedoeld een zo Eoed mogelijk label, zoals label Al.
T,
Reclamanten pleiten ervoor om ook hybride systemen toe te laten, in afwachting van mogelijke toekomstige ontwikkelingen rondom groen gas.
Reactie
A'
De ontwerp-TvW
beschrijft dat er ook minder gangbare oplossingen zijn zoals een zonneboiler of volledige verwarming
op infraroodpanelen (pag. 8) of verbranding van houtige biomassa (pag 51. Deze oplossingen zijn echter minder gangbaar. De gemeente is van mening dat het voldoende is om in de visÍe de meest gangbare alternatieven te behandelen, aangezien betaalbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig de uitgangspunten zijn en deze
alternatieven
in mindere mate hieraan voldoen, Verbranding van houtige biomassa is minder duurzaam; verwarmen met zonneboilers is relatief kostbaar en minder betrouwbaar (wel zijn ze zeer geschikt als ondersteunende maatregel, in die functie worden ze ook in de dorpsplannen meegenomen). Ook verwarmen met infrarood
en
is relatief duur.
B. Afgezien van de waterstof-optie die op pag. ll wordt behandeld, wordt opslag inderdaad niet benoemd in de ontwerpTVW. De gemeente is het met de reclamanten eens dat dit aandacht verdient, dit past het best als onderdeel
van de
'techniek-keuze' die wordt behandeld op pag. 16. Naar aanleiding van deze zienswijze is een opmerking
c. D.
toegevoegd over benodigd onderzoek naar de mogelijkheden van (seizoens-)opslag. Dit wordt in de ontwerp-TvW niet verder uitgewerkt omdat dit een visie op hoofdlijnen betreft, en energie-opslag veel verschillende vormen kent met elk heel êigen toepassingen en voor- en nadelen. Dit is zeer context-afhankelijk en komt daarom in de dorpsplannen aan bod. Een variant voor bodemwarmte op individuele basis is zeker mogelijk: dit is bijvoorbeeld een bodemwarmtepomp zoals beschreven op pag. 9. Hoe groot de investeringen zullen zijn en welke overheden daaraan gaan bijdragen, is op dit moment nog niet bekend. De hooBte van investeringen hangt sterk af van de precieze gekozen technologie en plaatselijke situatie. Of in de toekomst {landelijke} subsidies, projectondersteuning en dergelijke beschikbaar komen weten we nog niet. Daarom is als uitgangspunt nu genomen dat de warmtetransitie betaalbaa r moet zi,;n, en dat de gemeente oog heeft voor mensen
meteen kleine beurs (zie pag,5|. Concreter kunnen we ditop dit momenthelaas nog nietverwoorden.
E. Slecht geiloleerde woningen kennen een groot warmteverlies naar buiten toe. Het is in theorie wellicht mogelilk om
F' G' H'
dit soort huizen elektrisch te verwarmen, maar het is zêer inefficiëng en daardoor kostbaar en een onverantwoorde manier van omgaan met schaarse elektriciteit. De meeste gangbare warmtepompen werken daarnaast met lagetemperatuur warmte, en dan is slechte isolatie negatief voor het wooncomfort (zie pag.6). Daarom stelt de ontwerpTVW dat isoleren altijd een eerste stap zou moeten zijn. op pag. 10 wordt de afhankelijkheid van één warmteleverancier vermeld als nadeel van een warmtenet. Naar aanleiding van de zienswijze is een korte verwijzíng naarfinanciële afspraken toegevoegd. De illustratie wekt wellicht de suggestie dat zonnepanelen altijd onderdeel zijn van een warmtenet, maar de tekst zegt dat niet. ldealiter zíjn er natuurlijk wel zonnepanelen aangesloten, maar dit is geen voorwaarde voor een warmtenet. Wat de kosten zijn ên wie die dragen is nog onbekend (zie ook respons D|,
Kernenergie wordt inderdaad niet behandeld in de ontwerp-ww. Dit komt doordat kernenergie primair wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit, niet voor warmte. Er komt een beperkte hoeveelheid restwarmte vrij, maar dat is een bijproduct van een kerncentrale. Elektriciteit van een kerncentrale kan gebruikt worden voor een allelectric oplossing of voor het opwekken van waterstof: beide opties worden besproken in de ontwerp-TVw. op pag. g wordt benoemd dat elektrische oplossingen vooral wenselijk zijn als er sprake is van groene stroom. De ontwerp-Tvw maakt geen afweging tussen manieren om groene stroom op te wekken en waagt zich niet aan de discussie of kernenergie duurzaam is of niet. De afweging tussen verschillende vormen van groene stroom opwekken wordt ondêr andere regionaal gemaakt in het kader van de RES, in de lokale visie op grootschalige opwek van duurzame energie, en op provinciaal niveau. De discussie over kernenergie vindt vooral plaats op provinciaal en rijksniveau, gemeente De
l-
J'
K.
is van mening dat deze discussie in de ontwerp-WW geen plaats heeft.
Er wordt indeÍdaad onderzoek gedaan naar ontwikkeling van een landelijk waterstoÍne! dit is beschreven in het Meerjarenprogramma lnÍrastructuur Energie en Klimaat (MIEK 2021). Het doel van dit net is een duurzaam alternatief creëren voor de energie-intensieve industrie. Het is niet beoogd dat dit ook voor de gebouwde omgeving een oplossing gaat bieden: volgens de'waterstofladder' wordt waterstof eerst ingezet waar geen ander duurzaam alternatief is. Dat is in de industrie het geval vanwege de extreem hoge temperatuur die noodzakelijk is voor productieprocessen. De gemeente onderschrijft de waterstofladder. Mocht een landelijk waterstofnet voor woningen ooit een optie worden, dan staat de gemeente er zeker voor open om dat nader te onderzoeken. Het is mogelijk om zelf biogas te maken voor eigen gebruik. Houtige biomassa zoals hout of stro is daarvoor niet het bestê materiaal, het Saat meestal om natte verpompbare biomassa (zoals mes! etensresten). Droogvergisting is als techniek nog in ontwikkeling' Het voor eigen gebruik opwekken van biogas is iets verder ontwikkeld maar nog steeds een techniek die niet op grote schaal wordt ingezet. Het is relatief duur en er is veel biomassa nodig. De gemeente
volgt deze ontwikkelingen uiteraard en zal ze als onderdeel van de discussie over de dorpsplannen inbrengen als het een reële optie is, Geuroverlast is altijd onwenselijk, en bij het vergunnen van nieuwe activiteiten die geuroverlast veroorzaken wordt zeker getoetst op het behouden van een aanvaardbaar woon lcef cn recreatieklimaat. Voor het realiseren van een biogas-installatie is een aantal vergunningen vereist zoals een omgevingsvergunnÍng, een erkenning van de nVWA, een registratie op basis van de Meststoffenwet (als met mest woÍdt gewerkt als bron) of een VIHB registratie (als met afval
wordt gewerkt als bron). Voor het verkrijgen van deze vergunningen en registraties wordt onder andere Betoetst op
L.
de Iandelijke normen voor geuroverlast. De ontwerp-TVW is niet de plaats om de discussie te voeren over de vormen van grootschalige duurzame energieopwek in Laarbeek of in de regio. Dit wordt onder andere behandeld in de RES en de gemeentelijke Visie Grootschalige Opwek, de ontwerp-TVw verwijst hier naar. Het is voor de warmtetransitie vooral van belang om te zien dat veel duurzame warmtê-oplossingen leiden tot een hogere elektÍiciteitsvraag. Daaíom is flankerend beleid nodig om in de extra elektÍiciteitsbehoefte te kunnen voorzien, liefst natuurlijk op een duurzame manier. Uiteraard moet de kwaliteit van het landschap ên de mogelijke beperking van andere gebruiksfuncties zoals landbouw daarbij zorgvuldig worden afgewogen,
M. Ziê L. N. Zie L. O. Het klopt dat transport van warmte of van energiedragers vaak kostbaar is, en efficiëntieverlies optreedt. Daarom zal P. a,
bij de dorpsplannen rekening gehouden worden met een zo lokaal mogelijke oplossing. Naar aanleiding van deze zienswijze is dit toegevoegd op pag. 10. De vergunde en in behandeling zijnde zonneparken leveren geen bijdrage aan zonthermie. Hêt zijn zonneparken die elektriciteit opwekken (zon-PV) en geen warmte. Overigens staat ten onrechte in de ontwerp-Tvw dat er vijÍ parken zijn vergund, enkele zijn nog in procedure. Naar aanleiding van deze zienswijze is dit op pag' 8 aangepast. De gemeente verschilt op dit punt van mening met de reclamant. Het is niet verstandig, maar ook niet toegestaan, om te wachten op toekomstige technologische ontwikkelingen. Uiteraard volgen we deze op de voet, maar ondertussen
schrijft het Rijk ons voor om met de eerste dorpsplannen te staÍten in 2022, DaaÍnaast hebben kleine kerncentrales een zeer lange doorlooptijd en zijn ze zeer controversieel, en geldt voor het landelijke waterstofnetwêrk dat het gericht zal zijn op de industrie. Beide zijn dus niet veelbelovend voor de Laarbeekse opgave die wij de komende iaren hebben
voor onze gebouwde omgeving. We beginnen zeker zorgvuldig en gefaseerd, en verwelkomen innovatie, maar we wachten niet af.
R.
Het verbeteren van de isolatie in woningen is een belangrijk onderdeel van de strategie zoals beschreven in de ontwerp-Tvw. Toch kan het daar niet bij blijven, want ook het best geisoleerde huis blijft gas gebruiken totdat er wordt overgegaan op een andere warmtebron. Wij zijn verplicht ook die andere bronnen te onderzoeken, en in met onze inwoners te implementeren in de gemeente. Natuurlijk beginnen we niet meteen in 2022 met woningen van het gas halen:we willen een zorgvuldig plantíaject doorlopen en daar moeten we de tijd vooÍ nemen. Het weÍken met dorpsplannen (wijkuitvoeringsplannen) is landelijk voorgeschreven en heeft veel voordelen. Als we alleen zouden starten met de best geiloleerde woningen, kan dat leiden tot verdere energie-armoede. lnwoners met sa menwerking
S,
slecht geisoleerde woningen, veelalverouderde woningen, blijven dan achter bij inwoners die meer kunnen investeren in hun woning. Daarom wordt gekozen voor een meer inclusieve aanpak. Ook heeft een gebiedsaanpak financiële voordelen en praktische voordelen als er bijvoorbeeld graafwerkzaamheden voor nodig zijn.
T.
Hybride systemen zijn zeker toegestaan, er wordt bijvoorbeeld naar verwezen op pag. 9. Wanneer uit de veívolgstappen blijh dat een kern nog lang niet in aanmerking komt voor een gezamenlijke oplossing hebben hybride systemen voldoende terugverdientijd om ze als gemeente aan te bevelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor Beek en Donk en Lieshout. Naar aanleiding van deze zienswijze is een opmerking hierover toegevoegd op pag' 12 van de TVW.
Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijze
1. 2.
Op pag. 8 is een opmerking toegevoegd dat volledig verwarmen op infraroodpanelen en zonneboilers niet in de ontweíp-TVW wordt behandeld omdat het relatief dure oplossingen zijn. Op pag. 8 stond een verwijzing naar vijf vergunde zonneparken, Dit is niet juist, enkele zijn nog in procedure. Dit is aangepast.
3. 4.
op pag. 16 is een opmerking toegevoegd over het belang van (seizoens-fopslag. Op pag. 10 is een opmerking toegevoegd over het belang van goede financiële afspraken met de exploitant van een
warmtenet.
5.
Op paB. 10 is een opmerking toegevoegd over het belang van een korte afstand tussen de opwek en het verbruik van warmte en andere energiedragers, omdat er anders toenemende kosten zijn en efficiëntieverlies optreedt.
6.
Op pag. 12 is een opmerking toegevoegd over de mogelljkheid van hybride verwarmingsketels.
College van Burgemeester en wethouders Postbus 190 5740 AD Beek en Donk
Onderwerp: Zienswijze Ontwerp Transitie Visie Warmte Laarbeek
Geacht college, ben wij het Ontwerp Transitie Visie Warmte rling van gedachten gewisseld, zeker omdat aan ons dorp een belangrijke rol wordt toebedeeld in het proces naar een energieneutrale samenleving, aan
e
ge
en
waarbij veel minder CO2 wordt uitgestoten. het op prijs zou Vooraf willen wij opmerken, dat het Ontwerp Transitie geïnformeerd dat te worden, stellen door de gemeente per email of schriftelijk Visie Warmte Laarbeek ter visie ligt. Daarnaast willen wijer opnieuw op aandringen, dat wij een fysiek exemplaar ontvangen en datJ n exemplaar ter vísie wordt gelegd. is van mening, dat het Ontwerp heel informatief en goed leesbaar is.
Wij kunnen instemmen met de aangegeven uitgangspunten in het Ontwerp' Wij onderschrijven de uitgangspunten, dat het betaalbaar moet zijn, dat de techniek van de nieuwe warmteoplossing betrouwbaar moet zijn, de gemeente betrouwbare moet zíjn als gesprekspartner en goede informatie en begeleiding moet bieden en dat het samen moet gebeuren. Ten aanzien van het uitgangspunt toekomstbestendig willen wij aantekenen, dat het gebruik van biomassa naar onze mening te negatief wordt geschetst. Verder constateren wij, dat (veel) te weinig ingegaan wordt op de noodzaak, dat bij aard- en zonnewarmte en warmte uit water extra (groene) elektriciteit nodig is. Ook onderschrijven wij ten volle het uitgangspunt, dat het stapsgewijze moet gebeuren en dat pas afscheid genomen wordt als de nieuwe warmteoplossing maatschappelijk aanvaard baar en voor iedereen voldoende toegankelijk is. Energie besparen is inderdaad de eerste stap. De gegeven informatie hierover is heel inzichtelijk en begrijpe lijk verwoord, Ten aanzien de gepresenteerde alternatieven voor aardgas missen wij als mogelijke en wenselijke energÍebron kernenergie, met name kleine kernenergiecentrales, zoals bijv. de Franse regering
wenselijk vindt. Wij zíjn van mening, dat aan de voor- en nadelen ervan zeker een passage moet worden gewijd' Dit geldt in dezelfde mate voor waterstof als mogelijke en wenselijke energiebron.
Pagina 1 van 2
ln de routekaart naar toe komstbestendig wonen staat aa ngegeven, dat ten aanzien van kansen en de
kunnen ons hierin vinden en zullen onze medewerking híeraan geven, zolang wij dit verantwoord achten voor het welbevinden van de inwoners
wij merken op, dat dit ontwerp heel erg gericht is op huishoudens, Energiebesparing en terugdringen van de CO2-uitstoot bij bedrijven en bedrijfsgebouwen in onze gemeente dient naar onze mening fors meer aandacht te krijgen. Tenslotte onderschrijven wij ten volle het gestelde onder Tot slot: "Tegelijkertijd weten we dot
door innovotie deze inzíchten zullen ontwikkelen. We blijven leren en we btijven bijsturen. Deze visie wordt dan ook regelmotig herijkt en blijvend aangevuld met relevante informatie op logische momenten. Dit gebeurt in ieder gevol elke vijf joor.', vraagt het college van burgemeester en
wethouders om bovenstaande kanttekeningen, opmerkinge n en adviezen op te nemen in de definitieve versie van Transitie Visie Warmte Laarbeek. vanzelfsprekend zijn wij bereid om een en ander desgewenst nader toe te lichten.
Met vríendelÍjke groet,
Pagina 2van2
AANTE KENEN
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Laarbeek Postbus 190 5740 AD Beek en Donk
Jl8
november2o2l
Onderwerp; Zienswijze Ontwerp Transítie visie Warmte Laarbeek 2021{inspraak transitievisie warmte)
Geacht College, Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de Ontwerp Transitie visie Warmte Laarbeek ZbZtt (hierna: Transitie visie Warmte). Via deze bríef dienen wij onze zienswijze in op de Transitie Visie Warmte. In deze zienwijze verwijzen wij zoveel als mogelijk naar de hoofdstukken, paragrafen en pagina's van de Transitie Visie Warmte waar onze zienswijze betrekking op heeft. De gemeente Laarbeek zet in haar Transitie Visie Warmte uiteen hoe zij alle woningen in
Laaibeek wil gaan verduurzamen om zo te komen tot een duurzame en aardgasvrije gemeente in 2050.2
Hiertoe komt de gemeente met "een plan en een tijdspad wanneer en hoe we in de verschillende dorpen en het buitengebied toewerken naar aardgasvrij wonen."3 Hjertoe geeft de visie inzicht in de mogelijkè alternatieve warmtetechnieken en bronnen.a Waarbij frordt opgemerkt dat de strategie om energie te besparen het allerbelangrijkst is.5 ln de Transitie Visie Warmte worden op pagina 8 e.v. de mogelijke alternatieven voor aardgas besproken. ln de visie wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen: I ' een individuele elektrische oplossing, 2. een gezamenlijk systeem bestaande uit een warmtenet, en 3. een duurzaam gas.6 Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het overstappen naar duurzame warmte betekent dat er in veel gevallen meer elektriciteit zal wordengebruikt waardoor er meer duurzame elektriciteit moet worden opgewekt.T Om dit te realiselren worden er in samenwerking met de MRE plannen gemaakt waarbij ook door Laarbeek concrete plannen worden gemaakt voor de duurzame opwek van elektriciteit.s
I Duurzaam en aardgasvrij wonen in Laarbeek. Ontwerp Transitie Visie Warmte Laarbeek 2021 Vgl. Voorwoord Transitie Visie Warmte, p. 3. I Zie Transitie Visie Warmte. p.4. 2
Zie Transitie Visie Warmte, p.4. Zie Transitie Visie Warmte, p.4. 6 Zie Transitie Visie Warmte, p. 8. 7 Vgl. Transitie Visie Warmte, p. 8. I Vgl. Transitie Visie Warmte, p. 8.
a
5
Pagina I van 10
Gemeld wordt dat er in Laarbeek vergunningen zijn gegeven voor de ontwikkeling van vijf
zonneparken.t
Op pagina 9 van de visie wordt de mogelijke individuele oplossong besproken. Hierb'rj worden verschillende warmtepomp-varianten besproken.'Ook woidt melding gur..'kt uan een mogelijke hybride-variant waarbij op koude dagen voor een deel van de warmtebehoefte ook met een reguliere op gas gestóokte cv-ketel wordt gewerkt.r0 Hierdoor wordt de indruk gewekt dat bij een ináividuele oplossing attild Éet beste met warmtepomp-varianten kan worden gewerkt. Zijn er echter ook geen andere varianten denkbaar? Het zou goed zijn om ook ándere varianten te onderzóeken waarbÍj geen gebruik wordt gemaakt van een warmtepomp-variant. De Transitie Visie Warmie zou op dit punt moeten worden aangepast. Bíj.vers.chillende mogelijke varianten speelt ook het antwoord op de vraag in hoeverre gebruik kan worden gemaakt van (individuele) opslag van opgewekte duirrzame energie. Opslag van duurzame energie dient dan ook nader onderzoch-t te worden in het kadei an de Transitie Visie Warmte. lndien opslag mogelijk is, kan bijvoorbeeld door zonnepanelen opgewekte duurzame energie worden opgeslagen waarnadeze opgeslagen duurzame energie vervolgens kan worden gebruíkt om een huis te verwarmen-. waibetreft (individuele) opslag van duurzame energie kan bÍjvoorbeeld gedacht worden aan een vorm van warmte-koude-opslaglrof een (innovatieve)vorm van een batterij met voldoende capaciteit.
Daarnaast zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden áan opslag van energie Ín de vorm van waterstof(gas) in een losse iank al dan niet ondergronds. Bovendien doet zich ook de vÍaag voor of een variant met aardwarmte/góothermie mogelijk is op individuele basis. De Transitie Visie Warmte moet ook opáit punt worden aangepast, zodat ook deze vormen serieus worden meegenomen en onderzocht. ln de Transitie Visie Warmte wordt uitdrukkelijk als een van de nadelen van individuele op_lo-ssingen gezien dat hiervoor waarschijnlijk grote investeringen nodig zijn. ln hoeverre
wil de gemeente Laarbeek voorzien in ondersteuning van burgàrs indieízij zouden kiezen voor een individuele oplossing? Zijn er subsidies of andere regelingen beschikbaar of worden deze beschikbaar gemaakt? En zijn individuele elektróniscÉe oplossingen alleen geschikt voor nieuwbouw en/of zeer goed gei'soleerde woningen en gebouwe'n zoals in de visie wordt beweerd?12 Op dit punt dient de Transitie Visie Warmte belter te worden uitgewerkt. Op pagina 10 van de Transitie Visie Warmte wordt de variant warmtenet besproken. Ten aanzien van een warmtenet wordt overwogen dat een groep woningen en/of gebouwen worden verwarmt met warm water afkomsiig uit leidingen van een ilrarmtenet-.l3 De warmte van het waímtenet kan afkomstig zijn van versihillende bronnen.ra ln de Transitie Visie Warmte worden in dit kader onder andere genoemd: zonnewarmte (zonthermie), aardwarmte/geothermie, warmte uit (oppervlakie)water en restwarmte uit fabrieken.r5 ln de Transitie Visie Warmte wordt ervan uitgegaan dat een warmtenet vooral geschikt is voor redelíjk dichtbebouwd gebied, zoals de dorpskernen.r6 Dat er veel verschilleíde warmtebronnen mogelijk zijn wordt onder meer als voordeel gezien. Bij de nadelen wordt 'gVgl. Transitie Visie Warmte, p. 8. r0 Vgl. Transitie Visie Warmte, p. 9.
rl.overigens wordt
bij de individuele oplossing wel gesproken van een "bodemsysteem',. uit de TransitÍe Visie Warmte kan niet duidelijk worden afgeleid wat hiermee wordt bedoeld. '2 Vgl. Transitie Visie Warmte, p. 9. 13 Vgl. Transitie Visie Warmte. p. 10. 'a Zie Transitie Visie Warmte, p. 10. 'r Zie Transitie Visie Warmte, p. 10. '6 Zie Transitie Visie Warmte, p. 10.
Pagina 2 van 10
onder andeÍe genoemd dat inwoners afhankelijk zijn van één warmteleverancier. Om te voorkomen dal mogelijk een monopolist zou ontstaan die wat betreft prijs kan vragen wat hÍj wil, is het van belang dat de gemeente indíen gekozen zou worden vooí een wàrmtenet, goede afspraken maakt over de te hanteren (maximum)prijzen. Dit zou uitdrukkelijk ín de Transitie Visie Warmte moeten worden vermeld. Verder wordt op het plaatje op pagina 10 de indruk gewekt of een warmtenet ook gecombineerd dient te wórden mèt realisatie van zonnepanelen op eigen dak. Hierdoor is het niet duidelijk of bij deze variant ook geÏnvesteerd dient te worden in eigen zonnepanelen óp dak. De Transitie VÍsie Warmte dient op dit punt dan ook te worden
verduidelijkt. Op pagina 11 wordt de variant duurzaam gas besproken. Hierbij wordt overwogen dat wbÁingen en gebouwen "op eenzelfde manier" worden verwarmd als met aardgas. ln de Transitie Visie Warmte wordt zowel een variant met biogas / groen gas als een variant met waterstof(gas) besproken.rT BÍogas / groen gas wordt opgewekt uit organÍsch materiaal.r6 Ten aanzien van waterstof(gas) wordi opgemerkt dat het alleen duurzaam is indien het wordt gemaakt van duurzaám opgewekte elektriciteit.le ln de Transitie Visie Warmte wordt ervan uitgegaan dat deze variant vooral geschikt is voor moeilijk te isoleren woningen en gebouwen.ti Ook wordt overwogen dat een duurzaam gas met name geschikt is voor het buitengebied.2l Opvallend is dat in de Transitie Visie Warmte ten aanzien van de mogelijke productie van een duurzaam gas niets staat vermeld over de eventuele creatie van waterstof uit elektriciteit opgewekt met kernenergie. Over de mogelijke inzet van kernenergie staat overigens verdËr ook niets in de Transitie Visie Warmte. Bovendien wordt er ook onterecht geen melding van gemaakt van de ontwikkeling van een landelijk waterstofnet.2z Dit fraterstofnet wordi gevuld met waterstof wat ondet andere geproduceerd wordt met elektriciteit opgewekt met windmolens op zee. Ook wordt het waterstofnet gevuld met uit het buitenland geïmporteerde waterstof.
Onderzocht moet worden wat de ontwikkeling van een landelijk waierstofnet voor de warmtetransitie in Laarbeek kan betekenen. Het is dan ook zeer wáarschijnlijk dat het in de Transitie Visie Warmte geconstateerde nadeel dat biogas / groen gas en waierstof maar zeeí beperkt beschikbaar zullen zijn (voor de gebouwde omglving)23 onjuist is. Op dit punt dient de Transitie Visie Warmte dan ook te worden aangefast. Verder is niet duidelijk of ook (al dan niet zelf geproduceerd) hout en/of (zelf géteeld) stro of andere planten zouden kunnen worden gebruikt voor de creatie van biogasT groen gas. Ook op dit punt dient de Transitie Visie Warmte te worden aangepast. Bij de nadelen wordt onder andere ook besproken dat het maken van biogas / groen gas dóor vergisting kan zorgen voor geuroverlast. Uitermate van belang is dat indien in Laarbeek-gekolen zou worden voor biogasproductie er altijd uitdrukkelijk zodanig rekening wordt gehouden met de geuroverlast die deze productiemethoden veroorzaakt, dat er ondanks de productie van biogas een aanvaardbaar woon- leef- en verblijfsrecreatieklimaat blijft bestaan. Hiervoor is vereist dat er - onder meer op gro.nd van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur alsmede de norm van goede ruimtelijke r7
Zie Transitie Visie Warmte, p. 11. Vgl. TÍansitie Visie Warmte, p. 1 l. te Vgl. Transitie Visie Warmte. p. I l. Visie Warmte, p. 1 1. 'zo Vgl. Transitie 2r Vgl. Transitie Visie Warmte. p. 1 1. ,2 V! l. o.a. https:l/www.Íiiksoverheid,!l/actueel/nieuws12021/06/30/staatssecretaíis-vesilooz-zeoeíius-zetrB
eerrte-stao-voor-ontwikkel inq-landelii k-wateÍ5tofnet. Vgl. Transitie Visie Warmte, p. 1 I.
23
Pagina 3 van 10
ordening - altijd voldoende afstand woÍdt gehouden van de woningen van omwonenden
en verblíjfsrecreatiebestemmingen,
alsmede alle andere ruimtelijkeiestemmÍngen die gevoelig zijn voor geuroverlast. De Transitie Visie Warmte moet io worden aangËpast dat het hanteren van voldoende afstand zodat er sprake bl'rjft van een aanvaardbaar woonleef- en verblijfsrecreatieklimaat, als voorwaarde wordt'genoemd bij het mogelijk toepassen van de productie van biogas / groen gas. Op pagina l2 wordt de "routekaart naartoekomstbestendig wonen besproken". HÍerbij wordl overwogen dat: "als we kijken naar beschikbare bron-nen en technieken, dan ziií Mariahout en Aarle-Rixtel de meest kansrijke kernen om mee te beginnen.,,ro,,bok de samenwerking met inwonersvertegenwoordiging en hoe een dorplich organiseert heeft in deze keuze een rol gespeeld."2s En verder is te lezen: "We starten daar wáar er technische moge.lijkheden zijn en waar naar inschatting een goede samenwerking met inwoners en betrokkenen kan worden opgezet om te komen tàt een gedragen dor[splan."26ln 2o22zal gl-{tt d" visie een gedragen dorpsplan worden gemaaktl"Nog-niet alle gebouwen zullen in 2.030 aardgasvrij zijn, maar we zijn wel al gestart met de uitvolring van á"t dorpsplan.,,27 Verder is te lezen dat ook voor 2030 gestart wordt "met het makeí van een passende aanpak voor de verspreide huizen in het buitengebied en de bedrijventerreinen."2s
ln de tabel op pagina 12 is bij Mariahout te lezen: "Er is mogelijk een koppeling te maken naar het zoekgebied voor grootschalige opwek ten noorden ván het Mariahoulse bos (Reg ionale Energie Strategie)."2e Gezien het voorgaande wordt in de Visie Transitie Warmte klaarblijkelijk de redenering gevolgd dat er in het zoekgebíed ten noorden van Mariahout broínenen technieken beschikbaar zijn die mogelijk gebruikt zouden kunnen worden voor de warmtetransitie. Het is echter zeer de vraag welke bronnen en technieken in het zoekgebied ten noorden van Maríahout daadwerkelijk kunnen worden ingezet. Hieronder *ordt hierop nog nader
ingegaan.
Onterecht geeft de Transitie Visie Warmte onvoldoende inzícht over welke bronnen hier bedoeld zijn. ln de Transitie Visie Warmte wordt alleen op pagina 14 opgemerkt dat in een vooronderzoek als warmtebron is gekeken naar zonthermíe met seizoeisopslag en een warmte-Koude-Opslag. Moet er nu van worden uitgegaan dat zonthermie metseízoensopslag in combinatie met een Warmte-fouaè-Opslag de bron is die beschikbaar zou zijn om een warmtenet in de kern van Mariahout vanwarmte te voorzien?
lndien met een eventuele. koppeling met grootschalige opwek van duurzame energie mede wordt gedoeld op de mogelllke ontwikt<eling ván grootschalige opwek u.n elektrÍciteit door middel van.windenergie (kleinscÈalig víinapark) dán is van belang dat de gemeente Laarbeek zích realiseert dat in het zoekgebied ten noorden van Mariaho'ut er wat betreft grootschalige opwek van elektriciteit door middel van windenergie (kleínschalig windpark) zeer weiníg mogelijkheden zijn om een kleinschalig ilrindpark te realiseren. Bovendien gelden er diverse (harde en zachte) belemmering"n -*aurrue rekening moet worden gehouden. Hierdoor zal het vrijwel zeker onmolelijk zijn om een kleinschalig wíndpark te realiseren in het zoekgebied ien noorden van wtariahóut. Hierdoor is_ dus.ook een mogelijke koppeling met een kléinschalig windpark ten noorden van Ma riahout vrijwel zeker onmogelijk. 2a zs
Zie Transitie Visie Warmte, p. 12. Zie Transitie Visie Warmte, p. 12.
26
Zie Transitie Visie Warmte, p. 12. ,l2. Zie Transitie Visie Warmte, p. 28 Zie Transitie Visie Warmte, p. 12. 'ze Zie Transitie Visie Warmte, p. 12 27
Pagina 4 van 10
Onder andere het radarverstoringsgebied rond vlÍegbasis Volkel en de daardoor geldende bouwhoogtebeperkingen in combinatie met de 5O0-voetszone rond de luchthavens Volkel en Eindhoven leveren een zeer ernstige belemmering op voor de realisatie van een kleinschalig windpark in het zoekgebied ten noorden van Mariahout. Een groot gedeelte van het zoàkgebied valt zowel binnen het radarverstoringsgebied van (15 kilometer rond) vliegbasis Voikel als binnen de 50O-voetszone rond de luchthavens Volkel en Eindhoven. Zie Éiilaqe t waar de radarverstoringsgebieden worden afgebeeld. De groene cirkel geeft tret rad'arverstoringsgebied van 15 kilometer rondom vliegbasis Volkelweer. ln bUlage 3 is een kaart te vinden ván de 300-voetzone en S0o-voetzone rond de vliegbasissen Volkel en Eindhoven.ln bÍlere-] is ter info de afbeelding bijart. 2.4Rarro opgenomen. Gezien het voorgaande is het onmogelij k dan welzeer onzeker dat windturbines van225 tot 250 meter hoog (de windturbines die als uitgangspunt worden genomen in de Regionale Energiestrategie van de MRE3o) kunnen worden gerealiseerd in Laarbeek, omdat dit nagenoeg zeker zal leiden tot onaa nvaardbare radarverstoring.tl Daarnaast kunnen echter
ook onder andere conflicterende ruimtelij ke functies maken dat het op bepaalde plaatsen gezien de algemene beginselen van behoorlij k bestuur alsmede de norm van een goede ruimtel ke ordenín rechtens ontoelaatbaar zal n om windturbines te realiseren.
arenboven g elden er bovendien ook diverse b emmeringen in het ten noorden Mariahout waar rekening mee mo et worden gehouden d ie volgen uit rechtens geldende normen die de mogelíjkhed en om windturbines te realiseren beperken Onder andere geluidsnorme n, normen voor slagsc haduw, veiligheidsnormen en regels omtrent het Natuurnetwerk Brabant (NNB) alsmede regels ten aanzien van natuurwaarden zijn hierbij van belang.
Wordt met een mogelijke koppeling gedoeld op een koppeling met de mogelijke ontwikkeling van zonneparken in het zoekgebied, dan geldt dat voor zonthermie met seizoensopslag in combinatie met een Warmte-Koude-Opslag zonneparken zullen moeten worden gerealiseerd op percelen in het zoekgebied ten noorden van Mariahout die thans hoofdzakelijk in gebruik zijn als landbouwgrond. Dit betekent dat de landbouwstructuur in het zoekgebied elnstig aangetast kan raken. Het is bovendien de vraag of het landschap in het zoekgebied voldoènde draagkracht heeft om zonthermie met seizoensopslag en een Warmte-koude-Opslag voor de warmtevraag van de woonkern Mariahout te kunnen herbergen, zeker als dit ook nog eens komt bovenop de vraag naar ruimte die nodig is voor de groótschalige opwek van duurzame energie door middel van zonneparken in het. geÉed. DaareÀboven dienen zonneparken ook altijd goed te worden ingepast waarbij een belangenafweging wordt gemaakt waarbij met alle belangen rekening wordt gehouden. Daarnaast geldt dát als er wordt gekozen voor een warmtenet met als warmtebron zonthermiá met seizoensopslag door middel van een Warmte-Koude-Opslag, het beter en goedkoper is om de warmtebron zo dicht mogelijk bij de kern zelf te realiseren. Er moet áus ookonderzocht worden ofook andere gebieden dan het zoekgebied ten noorden van Mariahout hiervoor geschikt zijn.
Op dit punt dient de Visie Transitie Warmte te worden aangepast.
Vgl. in dit kader Bosch & Van Rijn, PlanMER grootschalige zon en wind Regionale Energiestrategie (RES) Met ropool regio Ei nd h oven, versi e 22 april 2021, p. 40. ,' Zie áe negËling Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Rarro) voor de regels omtÍent het radarverstoïingóebïed rond vlÉgbasis Volkê|. Met name de art. 2.4, 2.5 en 2.6. Rarro zijn in dit kader van
r0
belang. Pagina 5 van 10
Ten aanzien van zonthermie doet zich tevens de vraag voor in hoeverre in Laarbeek voor de warmtetransitie een koppeling kan worden gemuukt met de reeds vergunde zonneparken in Laarbeek. Het gaat daarbij om 5 zonneparken en nog 1 zoinnepark bij de waterzuiverÍngsinstallatie van Waterschap Aa en Maas in Aarle-Rixtel. De transitie Viiie Warmte zou hier duidelijkheid over moeten geven. Op dit punt dient de Transitíe Vísie Warmte te worden aangepast. Daarnaast is het verstandig om te wachten met het opstellen en uitvoeren van plannen voor de warmtetransitie totdat er meeÍ duidelijk wordt over toekomstige technieken die in de toekomst naar verwachting zeker ingezet zullen gaan worden. Zoalihierboven al aan de orde kwam speelt hierbij de uitrol van een landelijk waterstofnet een belangrilke rol. Daarnaast dient ook aandacht te worden besteed aan de mogelijke toekomstigl iealisatie van kernenergie, al dan niet via meerdere kleÍnere kerncentràles. Oot< deze oniwikkelinq kan bij de warmtetransitie een belangrijke rolspelen. Bij de routerkaart naar toekomstbestendig wonen alsmede de globale planning tot het einddoel en de toekomstige dorpsplannen (stappenplan, planning (mei o.a. techniekkeuze en uitvoeringsstrategíe) en financieel overzicht)3'zdient hier uitdrukkelijk rekening mee te gehouden. De Transitie Visie Warmte dient ook op dit punt ie wordenáangepast.
Yvorden Bij de globale planning tot het einddoel wordt ingeschat bat in 2030 ongeveer js0-0 ' woningen aardgasvrij zullen zijn.33 Het is verstandig gezien de thans bestaande onduidelijkheden rond de toekomstige ontwÍkkeling van mogel'rjke technieken en warmtebronnen, om richting 2030 niet te snel over ie gaan to1 hêt van het gas afhalen van woningen. Bovendien is wet- en regelgeving rond de warmtetransitie nog i-n ontwikkeling.3a ln de Transitie Visie Warmte almede bij de politieke beslisiing omtrent een 'realistisch ambitieniveau'dÍent hier rekening mee te worden gehouden. ln áe Transitie Visie Warmte staat echter in de "routekaart" vermeld dat in ZO1Zin Mariahout en in 2023 Ín Aarl_e-Rixtel wordt gestart met de transitie warmte- Mocht er al besloten worden dat per 2022 gestart moet worden met de transitie warmte dan zouden de Ínspanningen zich niet moeten richten op een warmtetÍansÍtie per gebied maar zouden de ínspanniígen zich nu er nog onvoldoende duidelijkheid is over de inzetbaarheid van mogelijke techÁieken en warmtebronnen in de toekomst - moeten richten op het verbeteren ván de isolatie van woningen.
Mocht er daarnaast ook besloten worden dat ook daadwerkelijk al met de warmtetransitie gestart moet worden, dan zou men zich als eerste moeten richten op de transitie van woningen en gebouwen met een laag energielabel (aldan niet door middel van individuele oplossingen) binnen heel Laarbeek, dus ónafhankelíjk van het gebied waar de woningen en gebouwen zijn gelegen. Bij de laatstgenoemde woningen en jebouwen is de warmtetransitíe naar.gasvrrj makkelijkerte realiseren dan bij wonin{en en iebouwen Ilet e,en hoog energielabe,l (slecht geisoleerde woníngen). Zoais staat àangegáven in de Transitie Visie Warmte zal bij goed geisoleerde woningen en gebouwen vellJl volstaan kunnen worden met een warmtebron met een lage temperat-uur.35 Om echter ook daar problemen te kunnen ondervangen zou ook uitdiukkelijk een hybride systeem moeten worden toegalaten waarbÍj op koude dagen een reguliwe cv-keiel op gát kan bijspringen om in warmtebehoefte te voorzien, alleen indien dit nodig is. Bovendién kunneÁ áezehybride systemen in de toekomst ook volledig klimaatneítraal worden gemaakt indián er dan voldoende groen gas (biogas of waterstoÍ(gas)) beschikbaar is. ZoaÉ gezegd is hàt de verwachting dat dit zeker richting 2050 mogelijk zalzijn. De Transitie Visie WaÍ]l1te dient op dit punt te worden aangepast.
32
Vgl. Transitie Visie Warmte, p. 16. Zie Transitie Visie Warmte, p. I7. ra Vgl. Visie warmte, p. 16. 15 Vgl. bijvoorbeeld Visie waÍmte, p. 9. 33
Pagina6vanl0
Verzoek Gezien het voorgaande verzoeken wij u de Ontwerp Transitie Visie Warmte Laarbeek 2021 te wijzigen overéenkomstig het hiervoor gegeven commentaar en de hiervoor gedane
voorstellen tot wijzig ing.
Bijlagen: Biilaqe 1
Bijlage 8.4 Rarro.
Biilaoe 2
Afbeeld in g 300-voetzones en SQQ-voetzones, waaronder de 5Q0-voetzone
rond vliegbasis Volkel en Eindhoven. Biilaqe 3
Afbeeld i n g art. 2.4 Ra rro te r ve rd u idel ij ki ng radarve rstori ngsgebieden. PaginaTvanl0
BiJlaqe 1
Bijlage 8.4 bij de Regeling algemene regets ruimtetijke ordenin g Kaart radarstations en
và' Ëg
Bg
io
ai'
8g
89
89
8S
89
89
g9
8g
89
og:=c6
89
v\ *i 1
j
, 92 s2 93 89 gg,
' lseszsá
89
.':í )
I
t
89
89
-bs.
80
-
'l
)t
8S
'95
I
a
ba
s2
!
92
!
t I
)
\
02
92
QO
8S
02
! r36
89
89 -'... -,J
at
182' 92
92
r02.
''118
118
1_
tr5 ra -, ite
I I
't02
1
I
95 B5
s5
t14
.95
s5
118
í
90
^\.fa./"
/
g5
95
95
s0
90
r90 r8o_
90
-aoo
1l 90
O radarstations t
J -' radarverstoringsgebieden radarverstoringsgebíeden (zone maximalo hoogte windturbines ex arl.2.2lid 2 in meters l.o.v. NAp)
0 20kín -t-J
I
À I
Pagina8van 10
Biilaqe 2 Weergave verschillende zones rond vliegvelden. 300-voetzone is aangegeven in rood. 500-
voetszone is aangegeven in blauw. Bron: TNO.
Pagina9vanl0
Biilaoe 3
Afbeelding opgenomen bij art. 2.4lid 3 Rarro ter toelichting omtrent bouwhoogtebeperkingen en radarverstoringsgebieden. De"radarunt"nn" te Volkel bevindt
zich op 49 m boven het maaiveld, zie bijlagjg Rarro. I
I
Vertlcald doorcnede ván hÊt schemathch rád a ryerstoÍl nE sge b led
tit,
I I
65m
antenne t.o.v
max. bouwhoogte
wlndtuóirrÊ
mar. bouwhoogte
bouwwerk/ wlndturbine
max. bouwhoogte
wlndtuólne
Pagina l0 van 10