CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

7 2022006 Toelichting bestemmingsplan Buitengebied herziening De Biezen 3.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 6 juli 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening De Biezen 3’11.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

De gebouwen waar de bed & breakfast in wordt gerealiseerd zijn bestaand; bodemonderzoek hoeft hier niet plaats te vinden. Voor wat betreft de hoofdbestemming van het perceel blijft het gebruik als agrarisch bedrijf (paardenhouderij) onveranderd. Er is enkel een kleine wijziging van het bouwvlak, waar de stapmolen, de schuilgelegenheden en een stuk verharding binnen komen liggen. Er vinden hiervoor geen bodemingrepen plaats: de stapmolen en verharding zijn ook al gerealiseerd.

Uit het bodeminformatiesysteem blijkt niet dat er in het verleden bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Daarnaast hebben er geen verdachte (bedrijfs)activiteiten plaatsgevonden. De locatie kan derhalve als ‘onverdacht’ op het voorkomen van een bodemverontreiniging aangemerkt worden. In verband met de minimale wijzingen in het bestemmingsplan kan een verkennend bodemonderzoek achterwege blijven.

De conclusie is gerechtvaardigd dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem.

4.3

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) biedt vooral in het ruimtelijk spoor bescherming tegen (spoor)weglawaai en industrielawaai van inrichtingen gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Van spoorwegen en industrieterreinen is in de omgeving geen sprake. Enkel de weg De Biezen heeft een akoestisch effect op de planlocatie.

In de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, te weten: woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen. Onderhavig bestemmingsplan maakt op twee plekken binnen het plangebied recreatief verblijf mogelijk; de woning is reeds bestaand. Jurisprudentie wijst uit dat ‘vakantiewoningen die naar hun aard niet bestemd zijn voor bewoning in de zin van de Wet geluidhinder doch voor recreatief verblijf niet bij de besluitvorming hoeven te worden betrokken (ABRvS 30 mei 2000, nr. 199901166/1). De nieuwe recreatieverblijven worden dus niet aangemerkt als geluidgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder.

Als de Wgh niet geldt is het beoordelingskader de ‘goede ruimtelijke ordening’. Eveneens uit jurisprudentie blijkt dat In het kader van een goede ruimtelijke ordening ook aan recreatieverblijven een zekere mate van bescherming tegen geluidhinder toekomt. Dit betekent

36

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

overigens niet dat deze situaties meteen grondig beschouwd dienen te worden of een hoog beschermingsniveau tegen geluid verdienen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient het wegverkeerslawaai beschouwd te worden om het leefklimaat ter plaatse van de nieuwe recreatieverblijven te onderbouwen. De weg De Biezen is een landbouwweg met een snelheidsregime van 60 km/uur. Uit de verkeersmilieukaart van de gemeente Gemert-Bakel blijkt dat op deze weg de etmaalintensiteit ca. 335 voertuigen is. Er is weliswaar sprake van behoorlijk wat sluipverkeer, maar de aantallen zijn nog steeds zeer beperkt (ter vergelijk: op de Heikantseweg is de etmaailintensiteit 5.532 motorvoertuigen, op Grotel 636 motorvoertuigen en op de Bakelseweg ruim 7.000 motorvoertuigen). Langs deze wegen zijn geluidgevoelige bestemmingen aanwezig en worden ook nog geluidgevoelige functies (zoals Ruimte-voor-Ruimte- of landgoedwoningen) gerealiseerd. Het is zeer aannemelijk dat de recreatieverblijven geen onaanvaardbare hinder zullen ondervinden van het geluid van het verkeer op De Biezen. Bovendien liggen de verblijven ook nog op grotere afstand van de weg dan de bestaande bedrijfswoning De Biezen 3. Op deze wijze is voldoende akoestisch onderbouwd dat sprake is van een goed leefklimaat ter plaatse van de bed & breakfast en is verder akoestisch onderzoek niet noodzakelijk.

4.4

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg is om een goed woon- en leefmilieu te kunnen waarborgen. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN 2019) is de concentratie PM10 ter plaatse minder dan 18 µg/m3 en ligt de concentratie NO2 ter plaatse tussen 10 en 15 µg/m3. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde in beide gevallen 40 µg/m3. De luchtkwaliteit is ter plaatse goed voor de verblijfsfunctie.

Afbeelding 18. Luchtkwaliteit PM10 (links) en NO2 (rechts) (bron: GCN en GDN 2019) 37

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

4.5

Cultuurhistorie en Archeologie

Cultuurhistorie Op het Gemert-Bakelse deel van het geldende bestemmingsvlak is de Dubbelbestemming Waarde-Oude Akker gelegen. Deze gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden en daarmee voor het behoud en/of herstel van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden. Op de bedoelde gronden geldt een bouwverbod, echter kunnen burgemeester en wethouders hiervan afwijken indien bij de aanvraag omgevingsvergunning voldoende wordt aangetoond dat de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast door veranderingen in de verkaveling, waardevolle elementen of het stedenbouwkundig beeld.

In de notitie ‘Historische akkercomplexen’ die aan het bestemmingsplan Buitengebied 2017 is gekoppeld is de locatie opgenomen binnen het akkercomplex Grotel. Het akkergebied bestaat uit grotere akkerpercelen met vooral in het oosten en zuiden houtsingels en bosjes. Daarin wordt het beschreven als hoofdzakelijk een akkergebied met onregelmatige kampen die deels weer op onregelmatige wijze in percelen verdeeld waren. Het ruimtelijke patroon met historische percelering en bijhorende beplanting, historische bebouwingslocaties en bebouwing is nog aanwezig. Dat is ook te zien op de historische topografische kaart van 1900.

Afbeelding 19. Topografische kaart 1900 (bron: topotijdreis.nl) 38

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

De percelering in de omgeving is door herverkaveling in de loop der tijden wel wat grootschaliger geworden, maar door de aanplant van de locatie door de initiatiefnemers is dit ook deels weer hersteld. De planlocatie is als herkenbare eenheid aanwezigheid, omringd door gebiedseigen beplanting.

Onderhavig bestemmingsplan wijzigt de begrenzing van het bouwvlak op deze locatie. Binnen dat bouwvlak zijn de stapmolen en schuilgelegenheden opgenomen. Deze bouwmogelijkheden ontstaan in het midden van het perceel, geheel ingesloten tussen enerzijds de bestaande bedrijfsgebouwen en anderzijds de rijbakken voor de paarden. De waarde van de oude akker is op deze plek op geen enkele wijze in het geding. Dit zal ook inzichtelijk worden gemaakt bij de aanvraag omgevingsvergunning. Om deze afweging te waarborgen blijft de dubbelbestemming Waarde-Oude Akker op het perceel gehandhaafd.

Archeologie Uit de Archeologiekaart van de gemeente Gemert-Bakel blijkt dat op de planlocatie een lage archeologische verwachting rust. Het gaat hierbij om gebieden waar op archeologische en landschappelijke gronden de kans op behoudenswaardige archeologische relicten uiterst klein wordt geacht. Op deze terreinen rusten geen beperkingen ten aanzien van archeologie.

Afbeelding 20. Archeologiekaart Gemert-Bakel. Het gele gebied geeft aan ‘lage archeologische verwachting’

39

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

Enkel aan de voorzijde van de locatie, aan de weg De Biezen, geldt een strook met middelhoge archeologische verwachting. Deze strook blijft onaangetast. De dubbelbestemming WaardeArcheologie 5 zal hier worden gehandhaafd. In de gemeente Laarbeek zijn de archeologische verwachtingswaarden opgenomen op de Erfgoedkaart Kempen- en A2-gemeenten. Ook op deze kaart heeft de planlocatie de aanduiding ‘lage archeologische waarden’. Om die reden is een archeologisch onderzoek alleen vereist bij bestemmingsplanwijzigingen en projectbesluiten van projectgebieden die groter zijn dan 25.000 m² en dieper gaan dan 0,4 m onder maaiveld of 0,5 m onder maaiveld bij agrarisch bestemde gronden. Weliswaar is het plangebied van het bestemmingsplan groter dan 25.000 m2, maar het deel van dat gebied dat daadwerkelijk bebouwd kan worden en derhalve de archeologische waarden zou kunnen aantasten is veel kleiner. Enkel aan de westzijde van de locatie geldt een strook met een hogere archeologische verwachting. Deze strook blijft onaangetast. De dubbelbestemming Waarde-Archeologie 2 zal hier worden gehandhaafd.

Afbeelding 21. Erfgoedkaart Kempen- en A2-gemeenten. Het lichtgele gebied duidt op een lage archeologische verwachting.

Dit aspect vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

40

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

4.6

Water

Het gemeentelijk beleid op het gebied van waterhuishouding is vervat in het Gemeentelijk Watertakenplan 2019-2023. Het is een gezamenlijke visie van zes gemeenten in de Brabantse Peel (waaronder Gemert-Bakel en Laarbeek) en Waterschap Aa en Maas. De focus van het beleid ligt voor wat betreft de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater op het doelmatig functioneren van het systeem, het inzetten van duurzame technieken en het beschermen van de volksgezondheid.

Het veranderende klimaat en de verstedelijking brengen grote uitdagingen met zich mee. Regenbuien worden steeds extremer en daar moet bij de (her)inrichting van de openbare ruimte rekening mee worden gehouden. Dit betekent onder meer dat de volgende doelstellingen worden nagestreefd: •

Regenwater gebruiken waar het valt;

•

De wettelijke voorkeursvolgorde hanteren voor het verwerken van hemelwater (vertragen, bergen, afvoeren);

•

Bij alle afkoppelplannen samen met het waterschap optrekken en proberen zoveel mogelijk te ontstenen en te vergroenen;

•

De inrichting van de openbare ruimte benutten voor de opvang van overtollig hemelwater;

•

Streven naar efficiënte en robuuste (collectieve) voorzieningen;

•

Communicatie naar de inwoners over de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de waterhuishouding.

Hemelwater Het bedrijf heeft in de bestaande situatie al maatregelen genomen die bovenstaande doelstellingen ondersteunen. Zo stroomt het hemelwater dat op de daken van de bedrijfsgebouwen valt, op de ondergrond. Daar waar deze onverhard is, infiltreert het rechtstreeks in de bodem. Daar waar de ondergrond verhard is stroomt het water naar opvangputten , alwaar het hemelwater gelegenheid krijgt om in de bodem te infiltreren. Ook het regenwater van het dak van de bedrijfswoning wordt naar deze putten geleid.

Onderhavig bestemmingsplan heeft een beperkte vergroting van het bouwvlak tot gevolg, hetgeen tot doel heeft de stapmolen en de schuilgelegenheden binnen het bouwvlak te brengen. Beide soorten bouwwerken zijn (en worden) geplaatst op onverharde ondergrond. Het 41

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

hemelwater valt hier dus rechtstreeks op de bodem en infiltreert ter plaatse. Verdere voorzieningen zijn dus ook niet noodzakelijk.

Afvalwater De beleidsregels wat betreft bedrijfsafvalwater zijn de volgende: •

We accepteren bestaande bedrijfsafvalwaterlozingen op de vrijvervalriolering;

•

Bij nieuwe bedrijfsafvalwaterlozingen toetsen we of de voorziene nieuwe situatie de doelmatige werking van zuivering en transportsysteem belemmert (in hoeveelheid en in samenstelling);

•

Nieuwe (of bestaande) aansluitingen van bedrijven die de waterketen onevenredig zwaar belasten kunnen worden geweigerd;

•

Elk (bestaand én nieuw) bedrijf krijgt toestemming voor maximaal één aansluiting op de drukriolering;

•

Elk (bestaand én nieuw) bedrijf mag maximaal 0,5 m3 per uur afvalwater op de drukriolering lozen;

•

Bij een aanbod groter dan 0,5 m3 per uur dient het afvalwater op eigen terrein te worden gebufferd.

•

Wanneer buffering niet mogelijk is, wordt onderzocht of de capaciteit van de drukriolering kan worden vergroot. De voortkomende uitvoeringskosten hiervan zijn voor de perceeleigenaar, van huisaansluiting tot lozingspunt in de vrijvervalriolering.

•

Lozing van hemelwater op drukriolering is niet toegestaan.

Het onderhavige bestemmingsplan heeft geen verandering in het bedrijfsafvalwatersysteem tot gevolg. De paardenhouderij heeft ook niet te maken met grote hoeveelheden bedrijfsafvalwater, dus kwantitatief wordt ruim binnen de gestelde hoeveelheid van maximaal 0,5 m3 per uur geloosd op de riolering. Als gevolg van de Bed & Breakfast lijkt de extra hoeveelheid afvalwater gering waardoor er naar verwachting geen aanpassingen nodig zijn voor de lozing van afvalwater vanuit dit perceel. Zolang de afvoercapaciteit blijft binnen 0,5 m3/ uur is worden er geen problemen voorzien met de drukriolering.

Oppervlaktewater De planlocatie grenst aan de westzijde aan een A-watergang. De beschermingszone van deze watergang is opgenomen als ‘’vrijwaringszone-waterloop”. Aan beide zijden van de A-watergang geldt een zone van 5 meter ten behoeve van beheer en onderhoud van de waterloop. Binnen deze zone gelden restricties vanuit de Keur, onder andere voor het aanbrengen van obstakels binnen de zones, dit om het beheer en onderhoud van de watergang niet te belemmeren. 42

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

Afbeelding 22. A-watergang aan de westzijde van de planlocatie (bron: legger Waterschap Aa en Maas)

4.7

Natuurwaarden

De westzijde van de planlocatie wordt uit oogpunt van natuur en landschapswaarden hoger gewaardeerd dan de oostelijke zijde, waarop ook het bestemmingsvlak ‘Agrarisch Bedrijf’ is gelegen. Dat blijkt ook uit de geldende bestemming ‘Agarisch met waarden – Landschaps- en natuurwaarden 2’ op het Laarbeeks grondgebied (specifieke aanduiding ‘struweelvogels’) en de bestemming Natuur voor de zone rond de poel en de bestaande erfbeplanting. De bestemmingen strekken tot behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Dit geeft beperkingen ten aanzien van onder andere het rooien of kappen van houtopstanden en landschapselementen. De initiatiefnemers zijn dit echter geenszins van plan en ook de wijziging van het bouwvlak tast de aanwezige landschaps- en natuurwaarden niet aan. Deze wijziging betreft een deel van de planlocatie die middenin het bestaand functionerend agrarisch bedrijf is gelegen. Daar is reeds een stapmolen aanwezig en verharding. Aantasting van natuur- en landschapswaarden is niet aan de orde.

De bestaande bestemmingen en aanduidingen ten aanzien van natuur en landschap worden overgenomen in onderhavig bestemmingsplan, met de bijbehorende planregels.

43

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

4.8

Verkeer en Parkeren

Verkeer

De bedrijfslocatie wordt ontsloten vanaf De Biezen. Per etmaal rijden volgens de verkeersmilieukaart van de gemeente Gemert-Bakel ca. 335 voertuigen op deze weg. Hoewel behoorlijk wat sluipverkeer van deze weg gebruik maakt, is deze te kwalificeren als normale landbouwweg die is berekend op het verkeer ten behoeve van aanliggende bedrijven. De locatie kent drie inritten, waarvan de twee oostelijk gelegen inritten voornamelijk gebruik worden ten behoeve van de bedrijfswoning. De meest westelijke inrit is de bedrijfsinrit voor de paardentrailers en ander bedrijfsmatig verkeer. Aangezien er sprake is van langdurig verblijf van de paarden en het bedrijf niet op publiek gericht is, is er sprake van een beperkt verkeersaantrekkende werking, die als gevolg van onderhavig bestemmingsplan ook nog eens minimaal toeneemt ten opzichte van de vigerende bestemming en de bestaande situatie. Enkel voor de twee Bed & Breakfast ruimtes zal enige toename van verkeer te verwachten zijn. Gezien de bestaande recreatieterreinen in de omgeving (zoals Natuurcamping De Biezen en Recreatiepark Grotelse Heide) is dit planologisch aanvaardbaar.

Parkeren Van toepassing is de Nota Parkeernormen Gemert-Bakel 2017. De gemeente Gemert-Bakel heeft de randvoorwaarde meegegeven dat in verband met de overlap van parkeermogelijkheden het plan zodanig dient te worden uitgewerkt dat blijkt in hoeverre de diverse activiteiten separaat van elkaar kunnen functioneren.

In termen van de parkeernormen zijn op de bedrijfslocatie in de toekomstige situatie aanwezig: -

1 agrarisch bedrijf met een bedrijfsvloeroppervlakte van ca. 2.300 m2

-

1 bedrijfswoning

-

2 eenheden verblijfsrecreatie/bed & breakfast voor in totaal 6 personen (4 gastenkamers)

Op de locatie zijn de parkeernormen van het buitengebied van toepassing.

Dit leidt tot de volgende parkeerbehoefte:

44

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

Functie

Nota Parkeernormen

Parkeerbehoefte

Agrarisch bedrijf

0,8 per 100 m2 bvo (arbeidsextensief bedrijf)

18,4

Bedrijfswoning

2,4 per woning

2,4

Verblijfsrecreatie

0,5 per gastenkamer

2,5

TOTAAL

23,3

In totaal zijn 23 parkeerplekken nodig om de parkeerbehoefte voor de diverse functies op te vangen.

De parkeerplaatsen voor de bedrijfswoning zijn gelegen direct na de toegangspoort bij het woonhuis. Het parkeren voor het agrarisch bedrijf kan plaatsvinden op diverse plekken achter de bedrijfsbebouwing en aan de achterzijde van de stallen. De parkeerplaatsen voor de Bed & Breakfast komen dicht bij de verblijfsruimtes, aan de achterzijde, te liggen. Op navolgende tekening zijn de parkeerplekken ingetekend (zie ook bijlage 3), in totaal 24.

45

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

Afbeelding 23. Situering en aantallen parkeerplekken

4.9

Geur

Er zijn geen veehouderijen in de omgeving gelegen. De voorgrondbelasting hoeft niet getoetst te worden. Op basis van de indicatieve berekening van de geurbelasting in juni 2014 bedraagt de achtergrondbelasting tussen 0 – 3 OuE/m3. Dit is lager dan de gestelde norm van maximaal 13 OuE/m3 voor extensiveringsgebied/verwevingsgebied.

46

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

Afbeelding 24. Kaart achtergrondbelasting

4.10

Externe Veiligheid

De planlocatie wordt in de westelijke helft doorkruist door de Rotterdam-Rijn Pijpleiding (RRP), bestaande uit een 36” ruwe olieleiding en een 24” aardolieproductleiding. Hiervoor geldt het volgende: a) Binnen de dubbelbestemming met de aanduiding ‘Leiding’ mogen in het geheel geen nieuwe bouwwerken worden opgericht; b) Binnen de plaatsgebonden (10-6) risicocontour van deze leidingen (die is aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan) mogen geen kwetsbare objecten worden gebouwd. c) Binnen de aanduiding ‘veiligheidszone’ mag niet gebouwd worden zonder toestemming van de leidingbeheerder.

Ten opzichte van de vigerende planologische regeling worden ruimtes voor verblijfsrecreatie mogelijk gemaakt. Deze worden buiten de dubbelbestemming (a) en plaatsgebonden risicocontour (b) opgericht. Er is vooroverleg gevoerd met de leidingbeheerder RRP (c). Deze geeft aan dat er op basis van het plan zoals aangeboden geen bezwaren zijn vanuit het perspectief van de pijpleiding.

47

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

4.11

Bedrijven en Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bezien worden of de nieuwe ontwikkeling zodanige milieu-effecten heeft dat milieugevoelige functies in de omgeving worden belemmerd en of er milieubelastende functies in de omgeving zijn die de milieugevoelige functies (in dit geval de verblijfsrecreatie) belemmeren.

Dat laatst is niet het geval. Er zijn geen bedrijven in de omgeving gelegen die een nadelig milieueffect hebben op de voorgenomen ontwikkeling. De nieuwe recreatieverblijven hebben dus ook geen belemmerend effect op omliggende bedrijven.

Wat betreft de afstand van de paardenhouderij tot milieugevoelige functies geldt dat aan de overzijde van de weg een recreatieterrein (minicamping) is gelegen, dat als milieugevoelig object kan worden aangemerkt. Uit jurisprudentie (Raad van State 201403226/1/R4) kan worden opgemaakt dat voor het fokken en houden van paarden een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied moet worden aangehouden, een situatie vergelijkbaar met milieucategorie 2. De afstand tussen de beide bestemmingsvlakken is 22 meter, de afstand van het bestemmingsvlak Recreatie tot het dichtstbij gelegen paardenverblijf is 37 meter. In genoemde jurisprudentie is aangegeven dat de maatgevende afstanden voortkomen uit het gebruik van een paardenbak, hetgeen licht-, geluid-, stof- en geurhinder kan veroorzaken. In deze situatie geldt dat de ‘paardenbak’, overigens onverhard en dus vergelijkbaar met een weiland, is gelegen aan de zuidzijde van de bedrijfslocatie, op grote afstand van de minicamping. Op grond van het bovenstaande is de conclusie gerechtvaardigd dat een goed woon -en leefklimaat ter plaatse van het milieugevoelig object is gewaarborgd.

5.

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

Toelichting op de verbeelding

De planlocatie is gelegen in twee gemeenten en daarom dient de verbeelding te bestaan uit twee plangebieden en twee datasets. De paardenhouderij wordt onder de bestemming ‘Gemengd – agrarisch (verwant) bedrijf’ gebracht, met aanduidingen per gemeente die het gebruik als paardenhouderij nader definiëren, alsmede de verblijfsrecreatieve voorzieningen.

48

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

5.2

Toelichting op de regels

Het bestemmingsplan is gelegen in twee gemeenten, die beide een eigen planologisch regime kennen voor het Buitengebied. Doelstelling bij het opstellen van de planregels is geweest om voor elke gemeente zo dicht mogelijk bij de bestaande planregels te blijven voor de betreffende bestemmingen, zodat er zo weinig mogelijk verschil ontstaat met vergelijkbare locaties en bestemmingen in de gemeente en de plantoetsers niet worden geconfronteerd met (grote) verschillen tussen de ene en de andere locatie.

Omdat het grootste deel van de verandering in Gemert-Bakel plaatsvindt is als basisopzet gekozen voor de standaard planregels van het bestemmingsplan Buitengebied Gemert-Bakel 2017, dat in 2019 in werking is getreden.

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voorontwerp bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant. Een opmerking van het waterschap ten aanzien van de ligging ten opzichte van de A-watergang is doorgevoerd in toelichting en verbeelding. De provincie heeft geen opmerkingen kenbaar gemaakt.

De omgeving is ingelicht over de achtergrond van het bestemmingsplan. De overburen zijn in een persoonlijk gesprek bijgepraat, zij gaven aan geen bezwaren te hebben tegen het plan als de intenties ook zo worden gerealiseerd zoals beschreven. Het duurzaam bestemmen ziet men juist als positief. Men maakt wel de aantekening dat er zorgen zijn over mogelijke uitbreiding van de bebouwing binnen het (verruimde) bouwvlak aangezien een bebouwingspercentage ontbreekt. Namens initiatiefnemer is aangegeven dat uitbreiding van de bebouwing geenszins de intentie is. De planregels zijn een-op-een overgenomen van het bestemmingsplan Buitengebied 2017 (Gemert-Bakel) voor agrarische bedrijven en er is geen reden om aan dit bedrijf andere rechten en plichten op te leggen dan aan andere bedrijven. Vandaar dat een bebouwingspercentage ook niet aan de orde is.

Omwonenden die iets verder weg wonen van de locatie zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen kenbaar te maken. Hiervan is geen gebruik gemaakt. 49

Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied, herziening De Biezen 3”, ontwerp

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Onderhavig bestemmingsplan betreft grotendeels het planologisch regelen van een reeds bestaande situatie, te weten het hoofdgebruik als paardenhouderij. Daarnaast heeft dit bestemmingsplan tot gevolg dat twee ruimtes worden ingericht ten behoeve van Bed & Breakfast en dat drie houten schuilgelegenheden zullen worden verplaatst. De ondernemer is in staat deze kosten te dragen.

De ontwikkeling gaat verder niet gepaard met kosten voor de herinrichting van openbaar terrein, die op de initiatiefnemer verhaald zouden moeten worden. De kosten voor de toetsing van het bestemmingsplan en het doorlopen van de procedure zijn verdisconteerd in de leges. Het kostenverhaal is derhalve verzekerd en het plan is economisch uitvoerbaar

Bijlagen bij de toelichting 1. Plan voor kwaliteitsverbetering landschap 2. Bedrijfsomschrijving Paardenhouderij De Biezen 3 3. Parkeren

Deze toelichting is opgesteld door Casper Kalb Projectaandrijving

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=5acb7e2f-76e5-40bc-be1e-dc2b2068d2aa