6 20241203 BP Baverdestraat en omgeving ter vaststelling_Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Benodigde retentiecapaciteit (in m 3) = toename verhard oppervlak (in m 2) x gevoeligheidsfactor x 0,06. Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: • De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (RHG) te liggen; • Afvoer mag niet meer bedragen dan 2/l/s/ha; • De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; • Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 500 m2 of groter is, wordt vanuit het waterschap retentie geëist.
9369.006 versie D3
5 / 23
Voor plannen groter dan 10.000 m2 geldt Beleidsregel 13 ‘Afvoer door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’. Op basis van deze beleidsregel zijn plannen met een omvang van meer dan 10.000 m 2 vergunningsplichtig en dient een waterhuishoudkundigplan te worden opgesteld conform de onderwerpen zoals genoemd in paragraaf 4.6 van de hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen.
3.3 Gemeente Laarbeek Het waterbeheer beleid van de gemeente Laarbeek voor de planperiode 2019 tot en met 2023 opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). De gemeente hanteert het wettelijke voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater (vertragen, bergen, afvoeren). In het beleid geeft de gemeente aan dat de eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt primair zelf verantwoordelijk is voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren. Normale buien, komen een a twee keer per jaar voor, probeert de gemeente zoveel mogelijk ondergronds te bergen en af te voeren. Extreme buien, komen eenmaal per 10 – 100 jaar voor, wil de gemeente vanuit economisch oogpunt bovengronds verwerken op locaties met een laag/gemiddeld risicoprofiel zoals bijvoorbeeld verlaagde groenvoorzieningen. De gemeente geeft de voorkeur om bij nieuwe bouwlocaties of vitale/belangrijke infrastructuur het te vermijden om te bouwen op lager gelegen (grond)wateroverlastgevoelige locaties. Bij nieuwbouw heeft het de voorkeur om het water te bergen en de openbare ruimte waterproof in te richten. Waarbij het regenwater bij voorkeur wordt geïnfiltreerd in de bodem en overtollig hemelwater bovengronds verwerkt.
Op plaatsen waar infiltratie in de bodem mogelijk is, zijn de beleidsregels van de gemeente leidend. Dit geldt zowel voor particulier terrein als de openbare ruimte. Als er sprake is van afvoeren naar oppervlaktewater met een belangrijke functie voor de waterhuishouding zijn de beleidsregels van het waterschap van toepassing. Los van deze beleidsregels toetst de gemeente altijd aan een bui die eenmaal per 100 jaar voorkomt. Als ontwerpnorm hanteren de gemeente net als de Brabantse waterschappen 60 mm berging van regenwater in de bovenen/of ondergrond en binnen het plangebied.
9369.006 versie D3
6 / 23
4
OMGEVINGSASPECTEN
In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de planlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater, waterbeheer, waterveiligheid en riolering.
4.1 Hoogteligging Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland2, bevindt het maaiveld zich op een hoogte van ca. 15,20 m +NAP tot 15,30 m +NAP. De Baverdestraat ligt op een hoogte van ca. 15,0 m +NAP. In figuur 4.1 is een uitsnede van het Actueel Hoogtebestand van Nederland weergegeven met op enkele punten de maaiveldhoogte.
Figuur 4.1 Uitsnede Actueel Hoogtebestand van Nederland (Bron: AHN4)
2 www.ahn.nl
9369.006 versie D3
7 / 23
4.2 Bodemopbouw De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een hoge zwarte enkeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel.
4.3 Hydrogeologie Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.4 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit de modellen van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket te worden gevormd door de Formatie van Boxtel. De deklaag heeft een dikte van ± 3,5 m. Het eerste watervoerende pakket van circa 27 meter bestaat uit de formatie van Boxtel en Beegden. Het pakket wordt aan de bovenzijde begrenst met een slecht doorlatend laag van klei behorende tot de formatie van Boxtel, laagpakket van Liempde. Aan de onderzijde sluit het pakket af met een kleilaag uit de formatie Beegden op een diepte van 28 meter. In tabel 4-1 is de hydrogeologische opbouw van de ondergrond op schematische wijze weergegeven. Tabel 4-1 Hydrogeologie Diepte m -mv
Formatie
0 – 3,5
Boxtel
3,5 - 6,5
Boxtel
6,5 – 22,5
Laagpakket
Typering
Bodem
DKL
Zand
SDL
Klei
Boxtel
WVP
Zand
22,5 – 27
Beegden
WVP
Zand
27 - 28
Beegden
SDL
Klei
28 – 34,5
Beegden
WVP
Zand
34,5 - 81
Sterksel
WVP
Zand
81 - 86
Stramproy
SDL
Klei
Liempde
DKL = deklaag WVL = watervoerende laag
9369.006 versie D3
SDL = slecht doorlatende laag
8 / 23
4.4 Grondwater Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. In het archief van TNO zijn in de directe nabijheid van de planlocatie geen bruikbare grondwaterdata beschikbaar. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordelijke richting. Voor de bepaling van de locatiespecifieke grondwaterkarakteristieken is gebruik gemaakt van grondwatergegevens uit het grondwatermeetnet van de gemeente Laarbeek.
Op basis van gegevens van 3 peilbuizen rondom de Baverdestraat in Lieshout bedraagt de Representatieve Hoogste grondwaterstand (RHG), berekend over 9 juli 2022 tot en met 9 juli 2023, ca. 14,30 m +NAP. Hiermee zou de RHG zich op ca. 0,7 m -mv bevinden. De planlocatie ligt ten oosten van een waterwingebied en in een boringsvrije zone, zie figuur 4.2. Hierbij bevindt zich in de ondergrond een aaneengesloten slecht doordringbare kleilaag. Deze gebieden zijn minder kwetsbaar voor verontreinigingen en aantastingen dan grondwaterbeschermingsgebieden. Hier gelden ook minder strenge regels. Als een deel van de winning boven en een deel van de winning onder een kleilaag plaatsvindt, kan er zowel een grondwaterbeschermingsgebied als een boringsvrije zone om de winning liggen. De onderzoekslocatie is gelegen nabij diverse grondwateronttrekkingen zowel van Brabant Water als van Bavaria NV.
9369.006 versie D3
9 / 23
Figuur 4.2 Boringsvrije zone rondom Lieshout (bron: Provincie Noord-Brabant)
4.5 Oppervlaktewater Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op basis van de leggerkaart van Waterschap Aa en Maas is in de directe omgeving van de planlocatie geen oppervlaktewater gelegen. Het dichtstbij gelegen oppervlaktewater ligt op een afstand van circa 315 meter van de planlocatie. In figuur 4.3 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven.
9369.006 versie D3
10 / 23
Figuur 4.3 Uitsnede legger oppervlaktewater waterschap Aa en Maas
4.6 Waterveiligheid Korte, hevige buien zullen naar verwachting steeds vaker voorkomen. Dit klimaateffect kan een grote impact hebben. In dat kader is in samenwerking met het waterschap en meerdere gemeenten, waaronder ook de gemeente Laarbeek, een gestandaardiseerde klimaatstresstest voor wateroverlast uitgevoerd3. Door deze klimaatstresstest kan inzicht worden verkregen in de kwetsbaarheid van de omgeving ten gevolge van extreme regenval. Het is mogelijk dat de gepresenteerde wateroverlast niet altijd in de praktijk (in die mate) herkend wordt. Aan de resultaten kunnen geen rechten worden ontleend, maar geven wel een goede indicatie van de te verwachten overlastlocaties bij hevige neerslag. De kaarten in figuur 4.4 en 4.5 laten voor de planlocatie het resultaat van de klimaatstresstest zien voor respectievelijk een extreme bui van 44 millimeter in 1 uur en 160 mm in 2 uur. Beide testen laten zien dat met name de Nieuwstraat en de Dorpsstraat gevoelig zijn voor wateroverlast. Binnen de planlocatie zelf kan enige vorm van wateroverlast worden verwacht.
3 https://www.klimaatadaptatiebrabant.nl/voorbeelden/voorbeelden-detail/405/Klimaatstresstest-gemeente-Laarbeek
9369.006 versie D3
11 / 23
Figuur 4.4 Stressklimaattest, bui 44 mm in 1 uur
Figuur 4.5 Stressklimaattest, bui 160 mm in 2 uur
9369.006 versie D3
12 / 23
4.7 Ontwatering Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen.
Figuur 4.6 Ontwatering en drooglegging
De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn: • Woningen met kruipruimte: 0,7 m -mv • Woningen zonder kruipruimte: 0,3 m -mv (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) • Tuinen en openbare groenvoorzieningen: 0,5 m -mv • Primaire wegen: 1,0 m • Secundaire wegen en woonstraten: 0,7 m Het huidige maaiveld is gemiddeld gelegen op een hoogte van circa 15,20 tot 15,30 m +NAP. De RHG is ingeschat op 14,30 m +NAP (0,9 tot 1,0 m -mv). Om instroming vanuit de omgeving te voorkomen wordt geadviseerd om de toekomstige bouwpeilen circa 30 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil.
4.8 Riolering In de rondom de planlocatie gelegen wegen is een gemengd rioolstelsel gelegen.
9369.006 versie D3
13 / 23
5
GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK
5.1 Uitvoering In het kader van het planvoornemen is door Econsultancy in 2020 op locatie een doorlatendheidsonderzoek uitgevoerd. Voor het uitvoeren van een doorlatendheidsonderzoek gelden geen richtlijnen. Ten aanzien van de uitvoering is in 2020 aangesloten op de veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek dat eveneens in 2020 is uitgevoerd. De veldwerkzaamheden van het verkennend bodemonderzoek zijn uitgevoerd conform SIKB-protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen". Het veldwerk omvatte het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen zijn hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten zijn op kaart vastgelegd. Op de locatieschets in bijlage 2 is de situering van de boorpunten aangegeven. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt (zie bijlage 3). Voor het plaatsen van een peilbuis zijn een aantal boringen doorgezet tot maximaal 5 m mv. Op basis van de bodemopbouw zijn vervolgens de te onderzoeken trajecten bepaald waarna op vier locaties in-situ de doorlatendheid is gemeten.
5.2 Lokale bodemopbouw Uit locatie specifiek onderzoek blijkt de bodem tot 2,5 m -mv voornamelijk te bestaan uit sterk tot matig siltig, matig fijn tot zeer fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. Vanaf 2,5 m -mv tot onderzochte diepte bestaat de bodem uit zwak zandig klei en is plaatselijk zwak gleyhoudend. Op verschillende gedeeltes van de locatie is rond de 1,50 m -mv is een storende klei laag in de ondergrond waargenomen.
5.3 Grondwaterniveau De grondwaterbemonstering van het verkennend bodemonderzoek is op 30 september 2019 uitgevoerd, ten tijde van het veldonderzoek, stond het grondwater tussen de 2,5 m -mv en de 2,6 m -mv. Tabel 5-1 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen*. Tabel 5-1 Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater op 30 september 2019 Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
01
Baverdestraat 6
4,4-5,4
2,50
02
Baverdestraat 24
4,5-5,5
2,35
03
Baverdestraat 36
4,5-5,5
2,61
9369.006 versie D3
14 / 23
5.4 Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn destijds de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. Vervolgens is in de directe nabijheid van de referentieboring, per meting, een nieuwe boring verricht tot in de te onderzoeken homogene bodemlaag. Bij de keuze van de te onderzoeken bodemlaag is rekening gehouden met de doelstelling van het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerde Hooghoudt-methode). Bij de Falling head-methode wordt na eenmalig opbrengen van een waterkolom de zaksnelheid van het water gemeten. Om instorting van het boorgat te voorkomen, is in het boorgat een filterbuis aangebracht die aan de onderzijde is geperforeerd. Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voor het meten van de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van een digitale drukopnemer (Diver). De doorlatendheidsmeting is een aantal malen herhaald teneinde verzadigde doorlatendheid te verkrijgen en een gemiddelde te kunnen berekenen. Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgens met behulp van de formule van Hooghoudt de doorlatendheid (k-waarde) berekend.
5.5 Resultaten Tabel 5-2 geeft een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel 5-3. Bijlage 4 bevat de grafische uitwerking en de berekening van de k-waarden. Tabel 5-2 Overzicht k-waarde per meting Boring
Aantal Metingen (*A)
Onderzochte bodemlaag (cm -mv)
Grondwaterstand (cm -mv)
K-waarde (m/dag)
Beoordeling doorlatendheid
01
2
115
160
1,1
vrij goed doorlatend
02
3
125
170
1,9
goed doorlatend
03
3
120
170
0,8
vrij goed doorlatend
04
1
125
165
1,0
goed doorlatend
9369.006 versie D3
15 / 23
Tabel 5-3 Classificatie doorlatendheid K-waarde (m/dag)
Classificatie (*A)
< 0,1
slecht doorlatend
0,1-0,5
matig doorlatend
0,5-1,0
vrij goed doorlatend
1,0-10
goed doorlatend
> 10
zeer goed doorlatend
(*A)
5.6
Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)
Beoordeling
De doorlatendheid is sterk afhankelijk van de bodemsamenstelling (aantal, grootte en vorm van de poriën en de onderlinge verbindingen tussen de poriën). Aangezien een bodem altijd een bepaalde mate van heterogeniteit vertoont en er slechts op enkele punten is gemeten, dienen de afgeleide k-waarden zoals bepaald op de locaties te worden beschouwd als een gemiddelde. Volgens de leidraad riolering module C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’ is voor infiltratie van hemelwater minimaal een doorlatendheid van 0,2 m per dag nodig. De doorlatendheid van de bodem wordt over het algemeen geclassificeerd als vrij goed doorlatend tot goed doorlatend, waarbij k-waarden van 0,8 tot met 2,1 m/dag zijn aangetoond. Deze classificatie kan op bepaalde delen afwijken door de lokale storende kleilaag in de bodem. Deze kan zorgen voor horizontale afstroming van het grondwater. Om dit te voorkomen wordt geadviseerd om bij aanwezigheid van een kleilaag ter plaatse van infiltratievoorzieningen grondverbetering toe te passen. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen de onderzoekslocatie, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 0,6 m/dag.
Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5 4.
4 Getal (factor tussen 0 en 1) die met de rekenwaarde wordt vermenigvuldigd, zodat de voorziening een grotere veiligheidsmarge heeft
(Rioned, Module C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’)
9369.006 versie D3
16 / 23
6
TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING
6.1 Planvoornemen De planlocatie is bebouwd met meerdere woonhuizen. Het zuidelijke terrein van de locatie is grotendeels in gebruik als siertuin, behorend bij de woonhuizen. De initiatiefnemer is voornemens nieuwe woonhuizen te realiseren op de locatie van de oude bebouwing met een nieuwe u vormige ontsluitingsweg door het midden van de locatie.
6.2 Verhard oppervlak Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie is bepaald aan de hand van door de OG aangeleverde tekening ‘Nieuwe situatie incl. verdeling t.b.v. raming’ en bedraagt 7.685 m2. In figuur 6.1 is hiervan een verbeelding opgenomen. De verbeelding is eveneens opgenomen in bijlage 5. In het kader van de watertoets wordt 50 % van het netto perceeloppervlak (perceeloppervlak - bebouwing) beschouwd als aanname voor het toekomstig verhard oppervlak van bijbouwen en tuin/erfverharding. In tabel 6-1 staan de oppervlakten van de toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven.
Figuur 6.1: Verdeling toekomstig verhard oppervlak
9369.006 versie D3
17 / 23
Tabel 6-1 Gegevens huidig en toekomstig verhard oppervlak Type verharding
Toekomstig (m²)
Bebouwing
± 3.425
Erfverharding*
± 1.900
Openbare verhardingen (wegen, paden, parkeren)
± 2.360
Totaal
± 7.685 * 50 % van het netto perceeloppervlak
6.3 Waterbergingsopgave Op basis van de toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal ca. 461 m3 (7.685 m2 x 0,06 m).
9369.006 versie D3
18 / 23
7
PLANUITWERKING
7.1 Randvoorwaarden en uitgangspunten Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • • • • • • • • •
Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch positief plaats te vinden (HNO). De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 7.685 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 60 mm (T=100) gerekend over het aantal m2. Waterbergings-/compensatieopgave 461 m3. De maximale ledigingsduur van het systeem bij voorkeur gelijk of kleiner dan 48 uur. Calamiteit T=100 jaar in beschouwing nemen (mag niet tot overlast leiden). Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de RHG. RHG 14,30 m +NAP. Rekenwaarde infiltratiecapaciteit 0,6 m/dag; Geen gebruik uitlogende bouwmaterialen.
7.2 Hemelwater Algemeen Bij de verdere planuitwerking wordt water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en wordt hemelwater op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld en binnen de planlocatie verwerkt. Compensatie Binnen de planlocatie is weinig ruimte beschikbaar om hemelwater bovengronds te bergen. Hierdoor zal gezocht moeten worden naar een ondergrondse voorziening. Afhankelijk van het type voorziening en de belastbaarheid hebben ondergrondse systemen een bepaalde gronddekking nodig. De Representatieve Hoogste grondwaterstand (RHG) en de benodigde gronddekking zijn bepalend of een ondergrondse bergingsvoorziening zonder verlies van berging kan worden aangelegd. De RHG, berekend over 9 juli 2022 tot en met 9 juli 2023, bedraagt ca. 14,30 m +NAP. Hiermee zou de RHG zich, uitgaande van een maaiveldniveau zoals aanwezig in de huidige situatie (15,20 tot 15,30 m +NAP) zijn gelegen op ca. 0,9 tot 1,0 m -mv. Vanwege de RHG, verkavelingsopzet is er in de openbare ruimte met inachtneming van ruimte voor kabels en leidingen geen mogelijkheid om de volledige wateropgave zonder verlies van berging ondergronds te bergen in een infiltratievoorziening.
Hemelwater zal derhalve tijdelijk moeten worden geborgen in een waterdichte
9369.006 versie D3
19 / 23
opvangbak of tank met leegloopinstallatie. De vertraagde afvoer dient te worden afgestemd op de landelijke afvoernorm en mag niet mee bedragen dan 1,5 l/s/ha. Calamiteit Het toekomstige hemelwatersysteem dient dusdanig robuust te zijn zodat 60 mm neerslag geborgen kan worden. In een situatie waarbij meer regen valt kan overtollig water overstorten richting de openbare ruimte en de Baverdestraat. In een dergelijke situatie kan dan tijdelijk een water-op-straat situatie ontstaan. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient te worden voorkomen. De mogelijkheid hiertoe zal tijdens het verdere planproces bekeken moeten worden.
7.3 Kwaliteit Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk.
7.4 Keur Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. Ten aanzien van het beoogde planvoornemen zullen zeer waarschijnlijk voor de onderstaande onderdelen een watervergunning worden aangevraagd of geldt tenminste een meldingsplicht: • • •
Toename verhard oppervlak; Tijdelijke grondwateronttrekkingen; Tijdelijke lozingen van bemalingswater.
9369.006 versie D3
20 / 23
7.5 Riolering Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden ingezameld, verwerkt en aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename in het aanbod van vuilwater op het riool. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er in totaal 38 woningen/bouwblokken worden gerealiseerd, dit zijn 22 woningen meer dan in de huidige situatie. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 6,6 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden.
9369.006 versie D3
21 / 23
8
SAMENVATTING
In onderhavige rapportage zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen voor het plan gegeven. Deze rapportage vormt de basis voor invulling van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. Hiermee is invulling gegeven aan de verplichte watertoets en is gegarandeerd dat specifieke eisen van de waterbeheerders op een goede wijze in het ontwerp worden verwerkt. Aan de hand van de beschreven randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen, kan op eenduidige wijze, later het waterhuishoudkundig(inrichtings)plan worden opgesteld. De planlocatie (ca. 11.530 m²) ligt aan de Baverdestraat te Lieshout. De locatie begint aan de zuidelijke kant van de straat bij huidig nummer 6 en eindigt bij nummer 36. De planlocatie betreft twee-onder-een-kapwoningen met siertuinen. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te amoveren en nieuwbouw te realiseren op de onderzoekslocatie. Op basis van de historische meetgegevens van grondwaterpeilputten uit de omgeving alsmede de grondwaterstromingsrichting is voor de planlocatie ingeschat dat de Representatieve Hoogste Grondwaterstand (RHG) is gelegen op ca. 14,30 m +NAP. Hiermee zou de RHG zich op ca. 0,9 tot 1,0 m -mv bevinden.
Uit locatie specifiek onderzoek blijkt de bodem tot 2,5 m -mv voornamelijk te bestaan uit sterk tot matig siltig, matig fijn tot zeer fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. Vanaf 2,5 m -mv tot onderzochte diepte bestaat de bodem uit zwak zandig klei en is plaatselijk zwak gleyhoudend. Op verschillende gedeeltes van de locatie is rond de 1,50 m -mv is een storende klei laag in de ondergrond waargenomen. De doorlatendheid van de bodem wordt op basis van lokaal onderzoek over het algemeen geclassificeerd als vrij goed doorlatend tot goed doorlatend, waarbij k-waarden van 0,8 tot met 2,1 m/dag zijn aangetoond. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen de onderzoekslocatie, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 0,6 m/dag. Wel dient rekening te worden gehouden met de aanwezige kleilagen die op een diepte vanaf een diepte van 1,5 m -mv a 2,5 m -mv wordt aangetroffen. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie is bepaald aan de hand van door de OG aangeleverde tekening ‘Nieuwe situatie incl. verdeling t.b.v. raming’ en bedraagt 7.685 m2.
In het kader van de watertoets is 50 % van het netto perceeloppervlak (perceeloppervlak - bebouwing) beschouwd als aanname voor het toekomstig verhard oppervlak van bijbouwen en tuin/erfverharding. Op basis van de toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal ca. 461 m3 (7.685 m2 x 0,06 m). Bij de verdere planuitwerking wordt water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en wordt hemelwater op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld en binnen de planlocatie verwerkt.
9369.006 versie D3
22 / 23
Binnen de planlocatie is weinig ruimte beschikbaar om hemelwater bovengronds te bergen. Hierdoor zal gezocht moeten worden naar een ondergrondse voorziening. Afhankelijk van het type voorziening en de belastbaarheid hebben ondergrondse systemen een bepaalde gronddekking nodig. De Representatieve Hoogste grondwaterstand (RHG) en de benodigde gronddekking zijn bepalend of een ondergrondse bergingsvoorziening zonder verlies van berging kan worden aangelegd. De RHG, berekend over 9 juli 2022 tot en met 9 juli 2023, bedraagt ca. 14,30 m +NAP. Hiermee zou de RHG zich, uitgaande van een maaiveldniveau zoals aanwezig in de huidige situatie (15,20 tot 15,30 m +NAP) zijn gelegen op ca. 0,9 tot 1,0 m -mv. Vanwege de RHG, verkavelingsopzet is er in de openbare ruimte met inachtneming van ruimte voor kabels en leidingen geen mogelijkheid om de volledige wateropgave zonder verlies van berging ondergronds te bergen in een infiltratievoorziening. Hemelwater zal derhalve tijdelijk moeten worden geborgen in een waterdichte opvangbak of tank met leegloopinstallatie. De vertraagde afvoer dient te worden afgestemd op de landelijke afvoernorm en mag niet mee bedragen dan 1,5 l/s/ha. Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden ingezameld, verwerkt en aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen.
Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename in het aanbod van vuilwater op het riool. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er in totaal 38 woningen/bouwblokken worden gerealiseerd, dit zijn 22 woningen meer dan in de huidige situatie. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 6,6 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. Op basis van het oogpunt van de waterhuishouding worden geen belemmering verwacht ten aanzien van de ruimtelijke procedure en uitvoering van het plan.
9369.006 versie D3
23 / 23
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Symbolen:
Polygonen:
Boringen:
Asfalt
Ontgravingsvak
Boring tot 0,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Klinker
Saneringslocatie
Boring tot 1,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Beton
Partij ontgraven grond
Boring tot 1,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Ontgravingsdiepte (m -mv)
Toekomstige bebouwing
Boring tot 2,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Partijhoogte (m +mv)
Voormalige bebouwing
Boring tot 2,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Opnamerichting foto
Asfaltverharding
Boring tot 3,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Vloeistofdichte vloer
Reparatievak asfalt
Boring tot 3,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Prefab betonnen vloerplaat
Opslagtank (bovengronds)
Boring tot 4,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Tegels
Opslagtank (bovengronds in lekbak)
Boring tot 4,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Golfplaat (asbest verdacht)
Opslagtank (ondergronds)
Boring tot 5,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Boom
Struweel
Peilbuis (diep)
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)
Bos
Haag
Peilbuis
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis
Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv
Kernboring 80 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv
Kernboring 120 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv
Struiken Gras
Lijnen:
Water
Bebouwing
Braak
Grens onderzoekslocatie
Grind
Toekomstige bebouwing
Onverhard
Voormalige bebouwing
Puinverharding
Beschoeiing
Talud
Hekwerk
Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv
Spoorlijn
Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv
Wandmonster
Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv
Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats
Verontreiniging:
Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm
Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv
Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)
Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv
Niet verontreinigd
Peilbuis voorgaand onderzoek
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv
Gehalte >AW/S-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv
Gehalte >T-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv
Gehalte >I-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis (diep)
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis (diep)
Boring tot 0,5 m -waterbodem
Licht verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis
Boring tot 1,0 m -waterbodem
Matig verontreinigd
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm
Duiker Voormalige duiker
Boring voorgaand onderzoek tot 2,5 m -mv
Sterk verontreinigd Verontreinigingsgraad onbekend Vindplaats asbestverdacht materiaal op maaiveld
Bijlage 3
Boorprofielen
Pagina1 van 7
Boorprofielen
1
Boring: 0
2
Boring: 0
gazon
1 50
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
gazon Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
2
2 100
100 3
150
150
100 Zand, matig fijn, matig stevig, matig siltig, brokken klei, zwak gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor
3
Zand, matig fijn, matig siltig, brokken klei, neutraalgrijs, Edelmanboor
4
150
150 4
170
5
200
200
250
250
Zand, matig fijn, matig stevig, matig siltig, brokken klei, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, brokken klei, neutraalgrijs, Edelmanboor
250
Klei, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor 300
350
300
350
350 Klei, zwak zandig, neutraalbruin, Edelmanboor
400
400
400
400
Klei, zwak zandig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
Klei, zwak zandig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
450
450
500
500
540
550
550
Projectcode: 9369.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina2 van 7
Boorprofielen
3
Boring: 0
gazon
50
0
0
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak kolengruishoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
1
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
2
2 100
100 3
140
150
4
Boring: 0
4 170
5
Klei, sterk zandig, zwak gleyhoudend, licht beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
200
250
100
100 Zand, zeer fijn, matig siltig, sterk gleyhoudend, neutraal beigeoranje, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor
3 150
150 4
170
5 200
200
Klei, matig stevig, sterk zandig, matig gleyhoudend, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig stevig, matig siltig, neutraalwit, Edelmanboor
260
300
300
Zand, matig fijn, matig siltig, brokken klei, neutraalgrijs, Edelmanboor Klei, zwak zandig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
350
400
400
Klei, zwak zandig, neutraal bruinbeige, Zuigerboor handmatig 450
500
550
550
5
Boring:
6
Boring: 0
0
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
0
0
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
2
2
100
100
100 3 150
150
200
150
150 Zand, matig fijn, matig stevig, matig siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor
4 200
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor
3
4 180
5 200
200
Zand, matig fijn, matig stevig, matig siltig, matig gleyhoudend, neutraal oranjewit, Edelmanboor Klei, matig stevig, sterk zandig, matig gleyhoudend, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor
Projectcode: 9369.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina3 van 7
Boorprofielen
7
Boring: 0
8
Boring: 0
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, matig kolengruishoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
0
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
50
2
Zand, matig fijn, matig stevig, matig siltig, zwak gleyhoudend, lichtbeige, Edelmanboor
2 100
100
100 Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor
3 150
3 150
150 4 5 200
tuin
1 50
0
tuin
50
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, zwak leisteenhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
0
tuin
13
Boring: 0
50
50
50
14 0
0
50
50
16 0
0
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
tuin
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
Boring: 0
0
0
50
15
Boring:
12
Boring:
1 50
50
0
Zand, matig fijn, matig stevig, matig siltig, matig grindig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
Boring: 0
1 50
0
50
11
Boring:
10
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50
200
200
Boring: 0
0
4
Klei, matig stevig, sterk zandig, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor
9
Boring:
Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraalwit, Edelmanboor
170
200
tuin
50
Projectcode: 9369.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina4 van 7
Boorprofielen
17
Boring: 0
tuin
1 50
tuin
1 50
tuin
1 50
50
1 50
50 2
100
100
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
0
0 1
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
24 0
0
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
50
B02
Boring: tuin
50
0
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
7
tuin
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
B01
Boring:
0
Boring: 0
0
22
50
23
Boring:
50
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
Boring: 0
0
0
50
21
Boring:
20
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50
50
Boring: 0
0
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
19
Boring:
0
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50
18
Boring: 0
1
6
2
7
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50 2
8
100
100
100 3
130
4
10
5
11
150
150
180
6 200
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, beigegeel, Edelmanboor
9
12
200
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, lichtbeige, Edelmanboor
8
4
9
150
150
Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, uiterst siltig, sterk gleyhoudend, beigeoranje, Edelmanboor
3
180
5 200
10
200
Klei, matig stevig, sterk zandig, matig gleyhoudend, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig stevig, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
Projectcode: 9369.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina5 van 7
Boorprofielen
B03
Boring:
0
0 1
6
2
7
B04
Boring: tuin
50
0
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
6
2
7
3
8
4
9
5
10
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50
100
100 3
100 Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, donker beigebruin, Edelmanboor
8 150
150 4
9
5
10
180
200
200
Zand, zeer fijn, uiterst siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Klei, matig stevig, sterk zandig, matig gleyhoudend, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor
B05
Boring:
0
0 1
50
2
7
3
8
0
0
100
1
7
2
8
3
9
4
10
9
5
10
170
200
200
150 Klei, matig stevig, sterk zandig, matig gleyhoudend, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak gleyhoudend, neutraal oranjegeel, Edelmanboor
B07
Boring:
0
0 1
115
0
0 1 50
50
12 200
200
0
1
Zand, zeer fijn, matig siltig, lichtbeige, Edelmanboor
tuin
50
B10 0
0 1 50
Klei, matig stevig, sterk zandig, matig gleyhoudend, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor
Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
Boring: tuin
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, neutraal geelbeige, Edelmanboor
B08
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
6
50
B09
Boring:
11
Boring: tuin
50
50
5
170
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
140 150
4
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak gleyhoudend, neutraal oranjegeel, Edelmanboor
50 Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, neutraal geelbeige, Edelmanboor
100
150
Klei, matig stevig, sterk zandig, matig gleyhoudend, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor
B06
Boring: tuin
150
200
200
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
6
50
130
150
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2 50
Projectcode: 9369.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina6 van 7
Boorprofielen
B11
Boring:
0
0 1
50
50
0
0 1
50
0
0 1
0
0 1
50
0
0 1 50
50
0
1
50
B18 0
1
50
B20 0
0 1 50
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
Boring: tuin
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
B16
50
B19
Boring:
50
Boring: tuin
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
50
1
50
B17
Boring:
0
Boring: tuin
50
50
B14
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
50
50
B15
Boring:
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
2
Boring: tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2
50
1 50
B13
Boring:
0
0
Zand, zeer fijn, matig stevig, matig siltig, zwak humeus, neutraal beigebruin, Edelmanboor
2
B12
Boring: tuin
tuin Zand, zeer fijn, matig stevig, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 50
Projectcode: 9369.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina7 van 7
Boorprofielen
Boring:
C01 0 4
0
50
50
Boring:
50
50
50
tuin
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak glashoudend, donkerbruin, Schep
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, donkerbruin, Schep
50
50
50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak betonhoudend, zwak baksteenhoudend, neutraal beigebruin, Schep
0
tuin
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak plastichoudend, donkerbruin, Schep
E01
0
0
tegel
D02
0
Boring: tuin
0 4
50
Boring:
0
0
50
0
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend, zwak betonhoudend, donkerbruin, Schep
E02
0
Boring:
tuin
C02
0
Boring:
0
D03
0
Boring:
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak betonhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, neutraal beigebruin, Schep
D01
0
Boring:
Boring: tegel
0
tuin
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, neutraalbruin, Schep
0 2
split
F01
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak glashoudend, zwak slakhoudend, donkerbruin, Schep
F02 0 2
50
split Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak betonhoudend, zwak slakhoudend, matig baksteenhoudend, zwak koolhoudend, donkerbruin, Schep
Projectcode: 9369.001 Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 4
Locatie metingen en berekende K-waarde
Bijlage 4
Locatie metingen en berekende k-waarden
Bijlage 4
Locatie metingen en berekende k-waarden