6 20231123 Bijlagen 1.3 bij regels Watertoets
Tekst van het document
Watertoets Ruimte voor Ruimte locatie Heuvelsche Velden Beek en Donk
Verantwoording Titel Onderwerp Projectnummer Klant Referentienummer Versie
Watertoets Heuvelsche Velden 51006277 Ruimte voor Ruimte c.v. NL22-648800269-60056 D2
Datum
25-09-2023
Auteurs E-mailadres
Henk van den Berg & Mike Schampers henk.vandenberg@sweco.nl mike.schampers@sweco.nl
Gecontroleerd door Paraaf gecontroleerd
Vincent de Lange
Vrijgegeven door Paraaf vrijgegeven
Tjeerd Dijkstra
Document referentie
NL22-648800269-60056
2/33
Inhoudsopgave
Verantwoording .................................................................................................................................. 2 1. 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding .......................................................................................................................... 5 Algemeen ....................................................................................................................... 5 Projectgebied ................................................................................................................. 5 Doorlopen proces ........................................................................................................... 7 Leeswijzer ...................................................................................................................... 7
2. Gebiedskenmerken ........................................................................................................ 8 2.1 Algemeen ....................................................................................................................... 8 2.2 Hoogteligging ................................................................................................................. 8 2.3 Bodemopbouw ............................................................................................................... 9 2.3.1 Bodemkaart van Nederland ........................................................................................ 9 2.3.2 Ondiepe bodemopbouw ............................................................................................ 10 2.3.3 Diepe bodemopbouw ................................................................................................ 11 2.3.4 Boorprofielen............................................................................................................. 12 2.4 Grondwater .................................................................................................................. 12 2.4.1 Grondwatertrap .........................................................................................................
12 2.4.2 Peilbuizen Dinoloket ................................................................................................. 14 2.4.3 Peilbuismetingen veldwerk ....................................................................................... 14 2.4.4 Drainage ................................................................................................................... 15 2.4.5 Conclusie .................................................................................................................. 16 2.5 Infiltratiekansen ............................................................................................................ 16 2.6 Oppervlaktewater ......................................................................................................... 17 3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Waterhuishoudkundige doelen en maatstaven ........................................................... 19 Algemeen ..................................................................................................................... 19 Beleidskader ................................................................................................................ 19 Randvoorwaarden........................................................................................................ 19 Keurbeleid .................................................................................................................... 20 Gemeente Beek en Donk ............................................................................................ 23 Ontwaterings- en afwateringsnormen .......................................................................... 23
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Ruimtelijke consequenties ........................................................................................... 24 Inleiding ........................................................................................................................ 24 Verhard oppervlak en benodigde hemelwaterberging ................................................. 25 Principe uitwerking hemelwaterberging ....................................................................... 25 Hemelwaterafwatering ................................................................................................. 27 Vuilwaterafvoer ............................................................................................................ 27 Ontwateringsnormen en aanleghoogtes ...................................................................... 27 Waterkwaliteit ............................................................................................................... 28
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
3/33
5.
Conclusie ..................................................................................................................... 29
Bijlage 1 – Stedenbouwkundig ontwerp ................................................................................. 30 Bijlage 2 – Boorprofielen ........................................................................................................ 31 Bijlage 3 – Doorlatendheidsmetingen .................................................................................... 32 Bijlage 4 – Besprekingsverslag 22-11-2021 ......................................................................... 33
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
4/33
1. Inleiding 1.1 Algemeen Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte is voornemens een woningbouwlocatie te ontwikkelen op de locatie Heuvelsche Velden in gemeente Beek en Donk. Het plan wordt aangeduid als ‘Heuvelsche Velden’. Voor de ontwikkeling van het gebied moet een bestemmingsplan worden opgesteld. De Watertoets vormt onderdeel van het bestemmingsplan. Sweco heeft opdracht gekregen om voor plan Heuvelsche Velden de watertoets uit te voeren en de waterparagraaf op te stellen. De waterparagraaf is het resultaat van het doorlopen watertoetsproces. De watertoets omvat het proces van informeren, afstemmen en adviseren om te komen tot een inhoudelijke beoordeling van de waterhuishoudkundige gevolgen van het bestemmingsplan. Dit proces resulteert in de waterparagraaf ten behoeve van een wijziging van het bestemmingsplan.
1.2 Projectgebied Het plangebied ligt ten westen van de woonkern Beek en Donk en bestaat uit akkerland. Ten noorden van het plangebied ligt de Pater Becanusstraat. Aan de west- en zuidzijde van het projectgebied ligt de watergang de Goorloop. Aan de oostzijde sluit het plangebied aan op de bestaande bebouwing. Aan de oostzijde van het plangebied liggen nog aanvullende drie kavels. Dit terreindeel is een voormalige bedrijfslocatie. Deze wordt momenteel opgeruimd. De ligging van de locatie is weergegeven in Figuur 1-1.
Figuur 1-1
Ligging projectlocatie
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
5/33
Figuur 1-2
Stedenbouwkundigplan 02-2022
In Figuur 1-2 is een concept stedenbouwkundig plan weergegeven. Dit is ook bijgevoegd in bijlage 1. Het plan zal uit ongeveer 24 vrijstaande kavels bestaan en 41 rij-, twee-onder-een kap- en vrijstaande woningen. Het totaal aantal woningen zal rond de 65 liggen. Binnen het plan zijn er meerdere rijbanen met groenzones voorzien. De totale oppervlakte van het plan bedraagt ongeveer 12,5 hectare. Hiervan is ongeveer 5,3 ha gereserveerd als woningbouwlocatie. Het overige deel van het plan is gereserveerd voor de aanleg van een natuurgebied. Deze zone zal ingericht worden als een vochtig hooiland. De huidige geul van de Goorloop blijft daarbij bestaan. De randvoorwaarden voor deze ontwikkeling worden uiteengezet in deze watertoets.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
6/33
Figuur 1-3
Landschappelijke visie met aanpassing Goorloop en moeraszone
1.3 Doorlopen proces De watertoets is een proces waarbinnen afstemming plaatsvindt tussen het stedenbouwkundig plan en de ruimte voor water. Voor deze watertoets is op 22-11-2021 een vooroverleg geweest met de gemeente en het waterschap voor de hydrologische randvoorwaarden van de ontwikkeling en de inpassing van de Goorloop. Hiervan is een besprekingsverslag toegevoegd in bijlage 4. Op basis van dit vooroverleg is de concept watertoets opgesteld. In september 2022 is de reviewreactie van de gemeente en het waterschap verwerkt, en is deze watertoets definitief vastgesteld. Dit plan vormt de basis voor de watertoets en het opstellen van de waterparagraaf.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de huidige situatie van de locatie beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de waterhuishoudkundige doelen en maatstaven. De ruimtelijke consequenties, knelpunten en oplossingsrichtingen worden in hoofdstuk 4 beschreven.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
7/33
2. Gebiedskenmerken 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bodemopbouw en geohydrologische situatie. Dit wordt gedaan aan de hand van openbare gegevens en uitgevoerd veldwerk. De geïnventariseerde gegevens van de bodemopbouw, grondwaterstanden en oppervlaktewater zijn afkomstig van de volgende bronnen:
Topografische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Algemene Hoogtekaart Nederland (www.ahn.nl). Bodemkaart van Nederland (Alterra, 2000). Water- en bodematlas van provincie Noord Brabant. Legger Waterschap Aa en Maas. Grondwatergegevens uit DINO-loket (Data en Informatie Nederlandse Ondergrond) en REGIS II v2.2 (Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem (NITG-TNO). Veldwerkzaamheden, uitgevoerd in 10-2021. Zie bijlage 2 en 3.
2.2 Hoogteligging In Figuur 2-1 Is de hoogteligging van het plangebied weergegeven. Het hoogste deel van het plan ligt in het noordoosten. Hier ligt het maaiveld rond NAP +14,0 tot +15,0 m. Op dit hogere deel is de woningbouw voorzien. Het maaiveld loopt af richting de Goorloop, waarbij de laagste delen op NAP +13,0 m liggen. Centraal in het plangebied ligt een groot deel van het maaiveld redelijk vlak rond NAP +13,6 m.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
8/33
Figuur 2-1
Hoogteligging [AHN4]
2.3 Bodemopbouw 2.3.1
Bodemkaart van Nederland
In Figuur 2-2 is de bodemkaart van Nederland weergegeven. De kaart laat zien dat er twee bodemtypen voorkomen binnen het plangebied. De zuidelijke helft van het plangebied bestaat uit beekeerdgronden (bodemcode pZg23). De noordelijke helft uit hoge zwarte enkeerdgronden (bodemcode zEZ21). Beekeerdgronden zijn humusrijke zandgronden die voorkomen in beekdalen. Zwarte enkeerdgronden zijn humusrijke zandgronden die zijn ontstaan door bemesting met heideplaggen. Op basis van beide bodemtypen valt op te maken dat er waarschijnlijk een dikke teelaardelaag in het plangebied aanwezig is.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
9/33
Figuur 2-2
2.3.2
Bodemkaart van Nederland
Ondiepe bodemopbouw
Volgens het GeoTOP-model op www.dinoloket.nl bestaat de ondiepe bodem voornamelijk uit (grof) zand. Op 2 m-mv is een kleiig zandige laag aanwezig. Vanaf 5 m-mv wordt het zand fijner. De kleiig zandige laag op 5-7 m-mv heeft een grote modelonzekerheid en is in werkelijkheid waarschijnlijk niet aanwezig. De doorsnede is weergegeven in Figuur 2-3, waarbij het plangebied zich tussen de verticale lijnen bevindt. Op basis van de GeoTOP-gegevens is niet te bepalen wat de doorlatendheid van het zand in de ondergrond is.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
10/33
Figuur 2-3
2.3.3
Lithoklasse volgens Geotop, bovenste 10 m van de ondergrond. Het plangebied ligt tussen de twee verticale lijnen in de doorsnede
Diepe bodemopbouw
De diepere bodemopbouw is bepaald met het REGIS model op www.dinoloket.nl. De bodemopbouw is weergegeven in Figuur 2-4. De bovenste 20 m van NAP +15,0 m tot NAP -5,0 bestaat uit fijn zand van de formatie van Boxtel. Hierbinnen ligt op NAP +12,0 m tot NAP +11,0 m de Liempden laag, deze laag bestaat uit leem. Deze Liempden laag is ook te zien als de kleiig zandige laag in Figuur 2-3. De groene Holocene afzetting in de doorsnede zijn Holocene beekafzettingen, bestaande uit fijn zand en leem. Tussen NAP -5,0 m tot NAP -25,0 m ligt de Formatie van Beegden, deze bestaat uit (grof) zand. Hierbinnen ligt op NAP -12,0 m een kleilaag van ongeveer 2 m dik. Vanaf NAP -25,0 tot NAP -58,0 m bestaat de ondergrond uit een dik (grof)zandig pakket van de Formatie van Sterksel. Hieronder ligt vervolgens een kleilaag van 5 m dik van de Formatie van Stramproy. Deze kleilaag wordt in dit onderzoek beschouwd als geohydrologische basis.
Figuur 2-4
Diepere bodemopbouw Regis (groen zijn Holocene beekafzettingen; lichtgeel is Boxtel zand; donker geel is Liempden laag; paars is Beegden zand en klei; rood is Sterksel zand; bruin is Stramproy klei)
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
11/33
2.3.4
Boorprofielen
In oktober 2021 zijn er 6 grondboringen tot een maximale diepte van 4 m-mv op de projectlocatie uitgevoerd. Deze boringen zijn bijgevoegd in bijlage 2. In deze boringen is de bovenkant van de leemlaag op 80-180 cm-mv aangetroffen, waarbij de leemlaag op de hoger gelegen locaties dieper beneden maaiveld ligt. In Figuur 2-5 is de diepte van de leemlaag ten opzichte van NAP weergegeven. Hieraan is te zien dat de leemlaag redelijk horizontaal in het plangebied voorkomt, met de bovenkant rond NAP +12,9 m en de onderkant rond NAP +11,0 m. Dit betekent dat de leemlaag overal in het plangebied voorkomt, met een dikte van ongeveer 2,0 meter.
Figuur 2-5
Bovenkant en onderkant aangetroffen leemlaag [m +NAP]. Bij 0-waarden is de boring niet diep genoeg om de leemlaag aan te treffen
2.4 Grondwater 2.4.1
Grondwatertrap
Als gevolg van seizoensfluctuaties veranderen de freatische grondwaterstand en de stijghoogte van het diepere grondwater. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) geven de bandbreedte weer waartussen de grondwaterstand zich gedurende het grootste deel van het jaar beweegt. Dit kan vertaald worden naar een klasseindeling: grondwater-trappen (Gt). In tabel 2-1 zijn de grondwatertrappen weergegeven, zoals deze in de Bodemkaart van Nederland gehanteerd worden.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
12/33
Tabel 2-1
Grondwatertrappen
Grondwaterstand
Grondwatertrap (Gt)
(cm –mv)
I
II1
III
IV1
V
VI1
VII2
GHG GLG
<20 <50
<40 50 -80
<40 80 -120
>40 80 - 120
<40 >120
40 – 80 >120
>80 (>160)
1 een * achter deze Gt-codes betekent ‘droger deel’, dat wil zeggen een GHG tussen 25 en 40 cm –mv. 2 een * achter deze Gt-codes betekent ‘ zeer droger deel’, dat wil zeggen een GHG dieper dan 140 cm –mv.
De bodemkaart van Nederland geeft aan dat in het plangebied grondwatertrap III voorkomt in het zuidwesten en grondwatertrap VII voorkomt in het noordoosten. Dit betekent dat in het zuidwesten de GHG binnen 40 cm-mv ligt en de GLG op 80-120 cm-mv. In het noordoosten ligt het maaiveld hoger, en hier liggen de grondwaterstanden dieper beneden maaiveld. In het noordoosten ligt het GHG op meer dan 80 cm-mv en de GLG op meer dan 160 cm-mv. Voor het zuidwestelijke deel met grondwatertrap III en een maaiveld van rond de NAP +13,5 m betekent dit dat de GHG rond de NAP +13,1 m ligt. De GLG ligt hier tussen NAP +12,3 m en NAP +12,7 m. Voor het noordoostelijke deel met grondwatertrap VII en een maaiveld van NAP +14,5 m betekent dit dat de GHG dieper dan NAP +13,8 m ligt. De GLG ligt hier dieper dan NAP +12,9 m. Concluderend, op basis van de Bodemkaart van Nederland, ligt de GHG tussen de NAP +13,1 m tot NAP +13,8 m. De GLG ligt dieper dan NAP +12,3 m tot NAP +12,9 m.
Figuur 2-6
Grondwatertrap volgens Bodemkaart van Nederland
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
13/33
2.4.2
Peilbuizen Dinoloket
In het dinoloket zijn vier peilbuizen binnen 1.300 m van de projectlocatie aanwezig die geschikt zijn om een GHG en GLG te bepalen. Deze zijn weergegeven in Figuur 2-7. De peilbuizen geven aan dat de grondwaterstand afloopt in noordoostelijke richting. De grondwaterstand op de projectlocatie ligt tussen de vier peilbuizen in. Dit betekent dat de GHG op de projectlocatie op ongeveer NAP +13,5 m ligt, en de GLG op NAP +12,75 m. Deze GHG en GLG komen overeen met de bodemkaart van Nederland. Echter betekent een GHG van NAP +13,5 m dat de GHG in de lage delen van het plangebied aan maaiveld staat. Voor de hoger gelegen delen van het plangebied is de GHG en GLG op basis van de peilbuizen een goede inschatting. Het lager gelegen deel heeft waarschijnlijk iets lagere grondwaterstanden, om dit definitief te kunnen te bepalen zijn meer gegevens nodig. Daarnaast ligt de slecht doorlatende Liempdenlaag op 2 à 3 m-mv. Deze laag zal waarschijnlijk voor schijngrondwaterstanden zorgen.
Figuur 2-7
2.4.3
Peilbuizen Dinoloket
Peilbuismetingen veldwerk
Op 27-10-2021 is in de vier geplaatste peilbuizen de grondwaterstand opgemeten. Deze zijn weergegeven in Tabel 2-2. Hieruit valt op te maken dat de grondwaterstand redelijk vlak ligt op NAP +12,50 m tot NAP +12,70 m, terwijl het maaiveld wel fluctueert tussen NAP +13,56 m en NAP +14,78 m. De aangetroffen GHG in de boringen fluctueert tussen de 35 en 160 cm-mv. In Figuur 2-8 zijn de GHG en GLG uit de boorstaten ten opzichte van NAP weergeven. Hieraan is te zien dat de GHG en GLG redelijk constant ten opzichte van NAP in het plangebied voorkomen, met een GHG van rond de NAP +13,25 m en een GLG van rond de NAP +12,00 m. Vanwege het voorkomen van schijngrondwaterspiegels boven op de leemlaag ligt de GHG onder de leemlaag lager dan NAP +13,25 m.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
14/33
Tabel 2-2
Gemeten grondwaterstanden 27-10-2021
PB nummer
mv [m +NAP]
Grondwaterstand 27-10-2021 [m +NAP]
1
14,78
12,70
2
13,56
12,59
3
13,65
12,52
4
14,27
12,71
Figuur 2-8
2.4.4
Hydromorfe GHG en GLG ten opzichte van NAP. Bij 0-waarden is de GXG niet vastgesteld
Drainage
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn resten van drainagebuizen in de akker aangetroffen. Waarschijnlijk zijn er ook nog delen van de drainage aanwezig in de akker. Dit beïnvloedt de gemeten grondwaterstanden en zorgt ervoor dat de gemeten grondwaterstanden lager zijn dat dan ze in de ‘natuurlijke’ situatie zouden zijn. Dat zal vooral gelden voor het zuidwestelijke lager gelegen deel van het plangebied.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
15/33
2.4.5
Conclusie
Op basis van bovenstaande gegevens blijkt dat, ondanks de grote verschillen in maaiveld, de grondwaterspiegel redelijk vlak is. Daarom wordt er voor het hele plangebied één grondwaterstand ten opzichte van NAP aangehouden. De GHG ligt hierbij op NAP +13,35 m en de GLG op NAP +12,00 m.
2.5 Infiltratiekansen De haalbaarheid voor het infiltreren van hemelwater is afhankelijk van de grondwaterstanden en van de waterdoorlatendheid van de bodem. Voor het creëren van een infiltratievoorziening, is een doorlaatfactor (k) van minimaal 0,5 m/dag nodig. Na verloop van tijd zal de doorlatendheid afnemen als gevolg van dichtslibben. Daarom wordt bij voorkeur een minimale doorlaatfactor aangehouden van 1,0 m/dag. Bij het uitvoeren van het veldwerk, is de doorlaatfactor bepaald. In de boorstaten in bijlage 2 is de k-waarde van de ondergrond ingeschat. Het zand boven de leemlaag heeft een K-waarde van 0,2 – 1,0 m/d. De leemlaag heeft een K-waarde van 0,01 m/d. Onder de leemlaag heeft de ondergrond een K-waarde van 1-2 m/d. Aanvullend zijn er vier doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn weergegeven in bijlage 3 en Figuur 2-9. De doorlatendheidsmetingen laten zien dat de doorlatendheid sterk varieert. Dit komt doordat de doorlatendheidsmetingen met een lage doorlatendheid in de leemlaag zijn uitgevoerd, en de hoge doorlatendheidsmetingen onder de leemlaag. De conclusie van de doorlatendheidsmetingen is dat de doorlatendheid beneden de leemlaag 1-4 m/d is. Dit betekent dat de ondergrond onder de leemlaag geschikt is voor infiltratie.
Figuur 2-9
Doorlatendheidsmetingen
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
16/33
2.6 Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het beheergebied van Waterschap Aa en Maas. In Figuur 2-10 is een uitsnede van de legger van het waterschap weergegeven. De Goorloop aan de zuid- en westzijde is een A-watergang. Langs deze watergang ligt aan beide zijden een onderhoudspad binnen de beschermingszone van 5 m breed. Het totale profiel van vrije ruimte is 25 m breed aan beide zijden. De ligging van de beschermingszone wijkt af van de loop van de Goorloop. Het lijkt erop dat de Goorloop onlangs is verlegd, maar dat de beschermingszones nog niet geheel zijn aangepast in de legger. Zie Figuur 2-11 voor de huidige ligging van de Goorloop (blauwe lijn). De oude loop is nog zichtbaar in het maaiveld. Ten zuidoosten van het plangebied ligt er oppervlaktewater buiten het plangebied langs Den Hoek. Dit oppervlaktewater staat niet op de legger en dient waarschijnlijk als waterberging voor de aanliggende woonwijk.
Figuur 2-10
Legger Waterschap Aa en Maas
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
17/33
Figuur 2-11
Recente verlegging Goorloop
Waterstanden Tijdens de veldwerkzaamheden in oktober 2021 zijn ook de oppervlaktewaterstanden ingemeten. De Goorloop had een oppervlaktewaterstand van NAP +12,00 m. Dit is 50 – 70 cm lager dan de grondwaterstanden die de peilbuizen aangaven (Tabel 2-2) en dit betekent dat de Goorloop drainerend werkt. Het water in de waterbergingen/vijvers van de woonwijk aan Den Hoek stond op NAP +12,65 m tot NAP +12,73 m.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
18/33
3. Waterhuishoudkundige doelen en maatstaven 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk zijn de relevante waterhuishoudkundige aspecten met bijbehorende doelen en maatstaven weergegeven. Dit is gebaseerd op de (geohydrologische) verkenning van de huidige situatie en het vigerende beleid van Waterschap Aa en Maas. Het doel van dit hoofdstuk is het vroegtijdig en gezamenlijk vastleggen van de waterhuishoudkundige doelen en maatstaven (criteria). Dit betekent voor de initiatiefnemer dat bij het opstellen van het stedenbouwkundig ontwerp en het bestemmingsplan, rekening dient te worden gehouden met de betreffende aspecten en criteria. Het waterschap zal vervolgens het bestemmingsplan hierop beoordelen (toetsen). Op deze wijze wordt helderheid verschaft over de inbreng en reikwijdte van de waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig ontwerp. Onderstaand worden de relevante waterhuishoudkundige aspecten onderscheiden. Vervolgens zijn de relevante aspecten, de specifieke doelen en maatstaven uitgewerkt.
3.2 Beleidskader De relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn de Europese Kaderrichtlijn Water, Nationaal Waterplan 2022-2027, Nationaal Bestuursakkoord Water Actueel, Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant 2022-2027 ’Sámen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant’, het Waterbeheerplan 2022-2071 en de gezamenlijke keur van de Brabantse Waterschappen (2015). De belangrijkste gezamenlijke punten uit deze beleidsstukken zijn dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening en dat de verdroging en wateroverlast bestreden dienen te worden. In de volgende paragrafen zijn de voor het plangebied relevante beleidsuitgangspunten nader toegelicht. In het kort schrijven al deze plannen de trits: vasthouden, bergen, afvoeren voor en het voorkomen van afwentelen van problemen in ruimte en tijd (duurzaamheidbeginsel). De trits betekent dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt.
3.3 Randvoorwaarden Het huidige Waterbeheerplan beschrijft de hoofdlijnen voor het te voeren beleid van Waterschap Aa en Maas voor de periode 2022-2027. Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Het Waterbeheerplan is uitgewerkt in de beleidsnota ’Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
19/33
Onderstaand zijn de uitgangspunten, afkomstig uit de nota ’Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’, toegelicht:
Gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater: het streefbeeld is het schone hemelwater af te koppelen/niet aan te koppelen. Hierbij wordt het vuile water via de riolering afgevoerd en blijft het schone hemelwater in het ideale geval binnen het plangebied. Voor de afweging van de wijze waarop met het afgekoppelde/niet aangekoppelde schone hemelwater dient te worden omgegaan, geldt de volgende afwegingsstrategie: hergebruikinfiltratie-buffering-afvoer. Hydrologisch neutraal bouwen: bij nieuwe ontwikkelingen dient de hydrologische situatie minimaal gelijk te blijven aan de uitgangssituatie. De gemiddeld hoogste grondwaterstand mag niet verlaagd worden en het waterpeil sluit aan bij de optimale grondwaterstanden. Water als kans: de belevingswaarde van bijvoorbeeld oppervlaktewater kan een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied. Meervoudig ruimtegebruik: omdat de vierkante meters duur zijn, wordt aangeraden naar meervoudig grondgebruik te kijken. Op deze manier kan het ‘verlies’ van vierkante meters als gevolg van de ruimtevraag van water beperkt worden. Voorkomen van vervuiling: nieuwe bronnen van verontreiniging dienen zoveel mogelijk voorkomen te worden.
Wateroverlastvrij bestemmen: de voorkeur gaat uit naar het ontwikkelen op locaties die als gevolg van hun ligging ‘hoog en droog genoeg’ zijn en daarmee voldoen aan de NBW-norm voor de toekomstige functie. Indien dit niet mogelijk of wenselijk is, dient gezocht te worden naar compenserende of mitigerende maatregelen die het gewenste beschermingsniveau tegen wateroverlast helpen realiseren. Waterschapsbelangen: er zijn ‘waterschapsbelangen’ met een ruimtelijke component. Indien deze belangen een rol spelen in het ruimtelijke plan, dient hieraan in de toelichting, de regels en de verbeelding aandacht besteed te worden. Het betreffen? de volgende onderwerpen: ruimteclaims voor waterberging; ruimteclaims voor de aanleg van natte EVZ’s en beekherstel; aanwezigheid en ligging watersysteem; aanwezigheid en ligging waterkeringen; aanwezigheid en ligging van infrastructuur en ruimteclaims ten behoeve van de afvalwaterketen in beheer van het waterschap.
Voor de totale toelichting van de uitgangspunten wordt verwezen naar de beleidsnota ’Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater’ uit 2015 van de gemeenschappelijke Brabantse Waterschappen.
3.4 Keurbeleid Binnen de keur wordt onderscheid gemaakt tussen vergunningsplichtige- en de meldingsplichtige handelingen, die binnen de algemene regels van het waterschap vallen. Bij de voorgenomen ontwikkeling vallen naar verwachting de volgende handelingen onder de vergunningsplicht. Bij de verdere detaillering van de plannen wordt dit nader in beeld gebracht:
Het geheel of gedeeltelijk dempen, aanleggen van nieuwe, aanbrengen van wijzigingen in en met elkaar verbinden van oppervlaktewater: binnen het gebied worden mogelijk sloten/greppels met een B-status gedempt, verlegd en/of gekruist. Voor werkzaamheden binnen de 5-meterzone rondom een watergang met A-status zijn deze werkzaamheden mogelijk vergunningsplichtig. Werkzaamheden in het plangebied blijven buiten de 5-meterzone. Toename aan verhard oppervlak: binnen het gebied neemt het verhard oppervlak als gevolg van de woonkavels en ontsluitingswegen toe. Onttrekkingen van grondwater die nodig zijn voor het drooghouden van een bouwput ten behoeve van bouwkundige of civieltechnische werken, die groter zijn dan 50.000 m3/maand en
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
20/33
die langer duren dan zes maanden. Dit geldt niet voor saneringen. Of dit van toepassing is, dient later in een bemalingsadvies te worden bepaald.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
21/33
Bergingsnorm toename verhard oppervlak Vanaf 1 maart 2015 geldt de bergingsnorm voor de toename aan verhard oppervlak, conform de bepalingen uit de Keur 2015 van de gezamenlijke Brabantse Waterschappen.
Keur; Artikel 3.6 Verbod afvoer door verhard oppervlak Het is verboden zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen.
Algemene regels; Art. 15 Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.6 van de Keur, voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam voor zover: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m2 is of; c. de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; d. de toename van verhard oppervlak meer dan 500 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale compensatie conform de rekenregel: Benodigde compensatie (in m3) = Toename verhard oppervlak (in m2) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m). Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor, maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Voor plangebied Heuvelsche Velden betreft de toename aan verharding meer dan 10.000 m2 en daarom is bovenstaande punt D van toepassing.
Algemene regels; Art. 3.3 Gevoeligheidsfactor Voor de hoeveelheid te realiseren geldt een gevoeligheidsfactor. Deze varieert tussen de 0,25 tot 1. Bij een gevoeligheidsfactor van 1 dient er 60 mm neerslag op het toegenomen verhard oppervlak geborgen te worden, bij een factor 0,5 dient er (0,5*60 mm =) 30 mm geborgen te worden. De voorwaarden voor het bepalen van de gevoeligheidsfactor, staan in onderstaande tabel. Tabel 3-1
Kenmerken voor bepalen gevoeligheidsfactoren
Het plangebied Heuvelsche Velden ligt naast bestaande bebouwde kom. Lozing van hemelwater zal dus ook gebeuren op watergangen in de nabijheid van de bebouwde kom. Hierom is de gevoeligheidsfactor voor het plangebied 1 (zie laatste regel in derde kolom Tabel 3-1). Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
22/33
Beleidsregels; Art. 13.4.2. Bepalen omvang compensatie De compensatieplicht is 600 m3 per hectare toename verhard oppervlak, tenzij uit het waterhuishoudkundig onderzoek blijkt dat minder compensatie nodig is. De benodigde capaciteit ligt tussen de kruinhoogte van de noodoverloopconstructie en de bodem van de voorziening. Indien de bodem van de voorziening lager ligt dan de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), dan geldt de GHG als ondergrens.
Beleidsregels; Art. 13.4.3. Voorzieningen De afvoer uit een voorziening mag maximaal 2 l/s/ha zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van een kleinere opvangcapaciteit omdat infiltratie in de voorziening plaatsvindt, moet de voorziening binnen vijf dagen waarbinnen maximaal 2 mm hemelwater per etmaal is gevallen, leeggelopen zijn. Gelet op het voorkomen van matig tot slecht doorlatendheid van de bodem, is de bovengrond niet overal geschikt om al het regenwater in de bodem te laten infiltreren. Door het toepassen van grondverbetering, is het wel mogelijk om bodempassages toe te passen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om eventuele infiltratievoorzieningen te voorzien van een overstort naar oppervlaktewater of om riolering (hemelwaterafvoer) aan te leggen. Voor de totale uiteenzetting van de bergingsnorm en de bijhorende richtlijnen wordt verwezen naar de Keur, Algemene regels en beleidsregels 2015 en de notitie ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ van 9 december 2014.
3.5 Gemeente Beek en Donk Het GRP (Gemeentelijk RioleringsPlan) is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken volgens de Wet milieubeheer en de Waterwet weergeeft. In het GRP staat vastgelegd wat gemeente Beek en Donk wil bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en bewoners/ondernemers ten aanzien van afval-, hemel- en grondwater. Het plan borgt het beheer en onderhoud van het bestaande rioleringsstelsel en gaat in op de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater, zowel voor bestaande bouw alsook voor nieuwe ontwikkelingen. Ook beschrijft het de ambities hoe we in de toekomst klimaatbestendig, duurzaam en zorgzaam met de afvoer van afvalwater, het vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater en het reguleren van het grondwater omgaan. Tevens is het GRP de basis voor de hoogte van de jaarlijkse rioolheffing.
3.6 Ontwaterings- en afwateringsnormen Om problemen met draagkracht, opvriezen, natte kruipruimtes en grondwateroverlast te voorkomen, dient de ontwateringsdiepte voldoende te zijn. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de GHG en het hoogtepeil van de functies. De te hanteren ontwaterings-dieptes/-normen zijn:
Wegen primair: 1,0 meter. Wegen secundair: 0,7 meter. Bebouwing (onderkant vloer) en aanliggend maaiveld: 0,7 m bij bouwen met kruipruimtes. Wanneer wordt uitgegaan van een vloerdikte van 0,2 m, komt de ontwateringsdiepte voor het vloerpeil uit op 0,9 m. Bij kruipruimteloos bouwen, kan de ontwateringsdiepte met 0,3 m verminderd worden. Vooralsnog wordt uitgegaan van bouwen zonder kruipruimtes. Groen/tuin: 0,5 meter.
Voor het vloerpeil van de woningen geldt dat deze minimaal 0,25 – 0,3 m boven het dichtstbijzijnde wegpeil dient te liggen. Dit is nodig in verband met de volgende aspecten:
benodigd afschot van verhardingen voor afvoer hemelwater; benodigde diepteligging en afschot in de rioolleidingen voor de afval- en hemelwaterafvoer; voorkomen van wateroverlast in situaties bij water op straat.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
23/33
4. Ruimtelijke consequenties 4.1 Inleiding Op basis van het stedenbouwkundig ontwerp zijn de ruimtelijke consequenties in beeld gebracht. In Figuur 4-1 is het stedenbouwkundig ontwerp weergegeven. In de onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de ruimtelijke uitwerking van het water binnen het stedenbouwkundig plan.
Figuur 4-1
Stedenbouwkundigplan 02-2022
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
24/33
4.2 Verhard oppervlak en benodigde hemelwaterberging Op basis van het stedenbouwkundigplan is de volgende onderverdeling in ruimtegebruik gemaakt. Hieruit blijkt dat het verharde oppervlak met 23.131 m2 toeneemt. Dit resulteert in een hemelwaterbergingsopgave van 1.388 m3. Alle waterberging wordt gerealiseerd op openbaar terrein. Tabel 4-1
Toename verhard oppervlak en benodigde hemelwaterberging Oppervlak [m2]
% verhard
Totaal verhard [m2]
Benodigde waterberging [m3]
22.752
40
9.101
546,05
2-1 kap kavels (200-600 m ) (25 st)
9.000
60
5.400
324,00
Rijtjeswoningen (< 200 m2) (16 st)
2.377
80
1.902
114,10
Hoofdlus
2.887
100
2.887
173,22
Woonpad
1.237
100
1.237
74,22
Parkeren
1.017
100
1.017
61,02
Recreatieve hoofdstructuur
800
100
800
48,00
Totaal
40.858
-
23.131
1.388
Onderdeel
Grote kavels (>600 m2) (24 st) 2
4.3 Principe uitwerking hemelwaterberging Binnen het plangebied is er één locatie waar de waterberging ingepast kan wordt. Dit is de zone tussen het plangebied en het wandelpad langs het natuurgebied. Deze is weergegeven in Figuur 4-2. In Figuur 4-3 is het principeprofiel van deze bergingsvoorzieningen weergegeven. In de latere uitwerking (WHHP) kan er nog gevarieerd worden in de insteekbreedte, zolang deze gemiddelde breedtes maar worden aangehouden. Voor het wandelpad betekent dit dat deze minimaal 12,5 m vanaf het plangebied moet liggen om de insteekbreedte van 12,5 m voor de bergingsvoorziening te behalen. De insteekhoogte van de bergingsvoorzieningen is nu ontworpen op NAP +14,00 m. Bij een diepte van 0,60 m betekent dit dan de bodemhoogte op NAP +13,40 m komt. Dit is 5 cm boven de GHG. De berging langs het wandelpad wordt aan de oostzijde begrensd door het hoger gelegen plangebied. Aan de westzijde wordt het wandelpad opgehoogd tot NAP +14,00 m. Zo kan het wandelpad fungeren als dijkje waarachter het hemelwater geborgen wordt. En heeft het wandelpad voldoende drooglegging om begaanbaar te zijn voor beheer en onderhoud. Daarnaast kan het wandelpad zo fungeren als waterscheiding tussen het water in het natuurgebied en het hemelwater uit het plangebied. In totaal past er ongeveer 1.450 m3 in de bergings-voorziening langs het wandelpad.
Dit is ruim voldoende om de benodigde 1.388 m3 op te vangen.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
25/33
Figuur 4-2
Locatie bergingsvoorzieningen (blauw) bij het natuurdeel
Figuur 4-3
Principeprofiel waterberging Wandelpad
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
26/33
4.4 Hemelwaterafwatering Hemelwaterafvoer binnen plangebied richting bergingsvoorzieningen In overeenstemming met de gemeente zal de afwatering van het hemelwater via een HWA-riool gebeuren. Via kolken wordt het hemelwater verzameld en richting de bergingsvoorzieningen gebracht. Hierbij wordt in eerste instantie zoveel mogelijk de bergingsvoorziening centraal in het plangebied gevuld, en daarna pas de bergingsvoorzieningen langs de rand van het plangebied. In het WHHP wordt het HWA-stelsel verder uitgewerkt.
Leegloop bergingsvoorzieningen Infiltratie in de bodem is mogelijk onder de aanwezige leemlaag. Hiervoor dient ter plaatse van de bergingsvoorzieningen de bodem verbeterd te worden en de leemlaag dient te worden verwijderd. De onderkant van de leemlaag bevindt zich op circa NAP +11,00 m. De bodem van de infiltratievoorzieningen ligt op NAP +13,40 m. Dit betekent dat er ongeveer 2,40 m moet worden verwijderd. Dat is erg veel, mogelijk kan de infiltratie ook bevorderd worden door de aanleg van enkele verticale grindkoffers. Bij het opstellen van het WHHP, dient hier een keuze in gemaakt te worden. Vanuit de bergingsvoorzieningen wordt gereduceerd afgevoerd naar het regionaal watersysteem. Dit mag met maximaal 2 l/sec/ha. Omdat het plangebied 5,3 ha beslaat, betekent dit een maximaal afvoerdebiet van 10,6 l/sec. De gereduceerde afvoer (met overstortmogelijkheid) kan in het noorden worden aangesloten op de Goorloop. De overstorthoogte vanuit de bergingsvoorzieningen komt op NAP +13,80 m. Belangrijk is dat deze overstort met vertraagde afvoer aangesloten wordt op de hoofdloop van de Goorloop en niet op de moeraszone. Vanwege de waterkwaliteit moet het water in het natuurgebied zo min mogelijk in contact komen met het hemelwater uit het plangebied.
De bergingsvoorziening langs het wandelpad dient als infiltratievoorziening om de moeraszone aan de westzijde van het wandelpad te vernatten. Middels bodempassage wordt het hemelwater gezuiverd en wordt de waterkwaliteit geschikt om bij te dragen aan de natuurdoelstellingen in de moeraszone. Het maaiveld in de moeraszone wordt deels afgegraven tot beneden GHG (NAP +13,35 m), terwijl de waterberging aan de oostzijde van het wandelpad boven de GHG staat (NAP +13,40 m tot NAP +13,80 m. Dit betekent dat het water in de bergingsvoorziening een stuk hoger staat. Bij infiltratie zal het water door de bodem en onder het wandelpad door richting de moeraszone stromen. Het wandelpad wordt verhoogd aangelegd. Om infiltratie te bevorderen, wordt aangeraden de fundering van het wandelpad aan te leggen met (drainage)zand en om een zandbed aan te leggen dat de infiltratievoorziening verbindt met de moeraszone.
4.5 Vuilwaterafvoer Uitgangspunt is het niet aankoppelen van hemelwater. Dit betekent dat het hemelwater afzonderlijk van het vuilwater moet worden ingezameld (geen hemelwaterafvoer naar RWZI). Het vuilwater kan hierbij via een DWA-riolering worden aangesloten op het omliggende gemeentelijk riool. Op basis van 65 woningen is de verwachte afvoer van vuilwater ingeschat op (2,5 inwoners*12 l/h) 2,0 m3/uur. In een nadere uitwerking (waterhuishoudkundig plan) wordt het inprikpunt, etc. bepaald. Over de aansluitmogelijkheden is nog afstemming met de gemeente nodig. Indien er geen aansluitmogelijkheid blijkt te zijn, dan dient het plan een eigen pomp te krijgen dat het DWA verpompt naar een nabij gelegen stelsel met voldoende capaciteit.
4.6 Ontwateringsnormen en aanleghoogtes De GHG in het plangebied is vastgesteld op NAP 13,35 m. Dit betekent dat de weghoogte op minimaal NAP +14,05 m dient te komen en het vloerpeil op minimaal NAP +14,35 m. De twee centrale bouwblokken in het plangebied voldoen in de huidige situatie al aan deze ontwateringsnormen. Het kavelblok in het zuiden en alle kavels langs de rand dienen nog wel gedeeltelijk opgehoogd te worden. Deze ophoging bedraagt maximaal 60 cm voor de meest westelijke kavels.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
27/33
Het bouwpeil van de woningen aan Den Hoek ligt rond de NAP +14,50 m. Geadviseerd wordt om het bouwpeil binnen het plangebied ook op deze hoogte aan te leggen. Daarnaast dienen de aanlegpeilen dusdanig ontworpen te zijn dat afstromend hemelwater niet tot wateroverlast leidt.
4.7 Waterkwaliteit Bij de inrichting, bouw en het beheer dienen zo min mogelijk vervuilende stoffen te worden toegevoegd aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Waterschap Aa en Maas hanteert de voorkeursvolgorde “schoonhouden – scheiden – schoonmaken”. Onderzoek naar het nemen van bronmaatregelen (“schoonhouden”) is daarom een belangrijk onderdeel. Bij de inrichting van het plangebied dient rekening te worden gehouden met de te gebruiken materialen in de te realiseren gebouwen of bouwwerken en verhardingen. Er dient gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen om schoon regenwater in het gebied te conserveren. Dit houdt in dat er geen uitlogende materialen worden toegepast (zink, lood, koper, zacht PVC). Tijdens de gebruiksfase van het plangebied verdienen de volgende zaken extra aandacht:
toepassing van chemische onkruidbestrijding; toepassing van uitlogend wegmeubilair (met name gegalvaniseerd metaal); wassen van auto’s door particulieren; hondenpoep; afval inzamelen; regelmatig vegen; gladheidsbestrijding.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
28/33
5. Conclusie Op basis van bovenstaande aspecten uit de watertoets wordt er in het plan voldoende rekening gehouden met de waterbelangen. Tabel 5-1
Conclusie watertoets
Onderdeel
Conclusie
Hemelwaterberging
1.388 m3 waterberging nodig. Dit wordt gerealiseerd in bovengrondse bergingsvoorzieningen op openbaar terrein
Hemelwaterafwatering
Via HWA-riool naar bergingsvoorzieningen. Vertraagde afvoer en overstort op Goorloop.
Oppervlaktewater
Werken in de beschermingszone en het profiel van vrije ruimte rond de A-watergang zijn vergunningsplichtig bij het waterschap
Vuilwater
Nieuw DWA-stelsel aansluiten op gemeentelijk stelsel. Inprikpunt dient later te worden bepaald
Ontwatering
Delen van het plan dienen te worden opgehoogd
Bemaling
Voor de tijdelijke onttrekking van grondwater ten behoeve van de aanleg van ondergrondse constructies geldt een vergunningsplicht voor onttrekkingen groter dan 50.000 m3 per maand, of een duur langer dan 6 maanden.
Beheer en onderhoud
Wandelpad dient als onderhoudspad voor waterberging. Wandelpad daarom aanleggen met voldoende ontwateringsdiepte
Waterkwaliteit
Geen uitlogende stoffen toepassen. Vanwege waterkwaliteit wordt hemelwater gezuiverd middels bodempassage, alvorens het in de moeraszone komt.
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
29/33
Bijlage 1 – Stedenbouwkundig ontwerp
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
30/33
• 14.9
• 13.5
•
•
l...
100---,so--+--------��� --------+--
woonpad berm gebakken klinker KF K&L rabalslrook grasbelon
IXJ
wadi informeel spelen
voetpad halfverharding
.
kruidenrijke berm
voetpad halfverharding
kruiden rijke berm
' ',
Profiel 3: Parkzone met wadi
veranda
�
Profiel 4: Doorsteek naar beekdalpark
23
•
• • • • •
• • • • •
•
• • •
• • • •
• •
•
• • •
• • • •
Bijlage 2 – Boorprofielen
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
31/33
Projectnummer: Projectnaam:
51006277 RVR Hoge Regt Laarbeek
Boring:
1
Boring:
1i
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:
Jos Van den Hurk 19-10-2021 171169,82 393918,84
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:
Jos Van den Hurk 19-10-2021 170944,72 393695,53
0
0
30
50
60
akker
Zwak leemarm zand, [2-MF], matig humeus, lichtbruin, Edelmanboor, Vergraven Zwak leemarm zand, [2-MF], K-waarde: 2, lichtwit, Edelmanboor, Nat laag mooi grof zand
100
0
Zwak leemarm zand, [2-MF], matig humeus, K-waarde: 0,6, donkerbruin, Edelmanboor, Bouwvoor
0
akker
40
Sterk lemig zand, [2-ZF], matig humeus, K-waarde: 0,2, donkerbruin, Edelmanboor, Vergraven Zwak leemarm zand, [2-MF], sterk roesthoudend, K-waarde: 0,5, lichtgeel, Edelmanboor, Nat laag
50
90 100
100
Sterk lemig zand, [2-MF], K-waarde: 0,35, lichtbruin, Edelmanboor, Grond is nat hier staat waterstand
150 180
200 220 240
250
255
300
305
350
350
400
400
Zandige leem, sterk roesthoudend, K-waarde: 0,01, licht grijsbruin, Edelmanboor, Nat leemlaag Zandige leem, K-waarde: 0,01, lichtgrijs, Edelmanboor, Zeer slappe drijfleem Zandige leem, matig humeus, K-waarde: 0,01, donkerbruin, Edelmanboor, Hum leemlaag Zwak leemarm zand, [2-MF], K-waarde: 1,2, lichtbruin, van der Horstboor, Mooi doorlatende zandlaag Zandige leem, sterk humeus, resten planten, K-waarde: 0,01, donkerbruin, van der Horstboor, Hum leemlaag Zwak leemarm zand, [2-MF], K-waarde: 1, lichtbruin, van der Horstboor, Zandlaag
Boring:
2 en 2!
Boring:
3
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:
Jos Van den Hurk 19-10-2021 171029,18 393768,72
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:
Jos Van den Hurk 19-10-2021 170911,10 393634,58
0
0
akker
40
Sterk lemig zand, [2-ZF], matig humeus, K-waarde: 0,2, donkerbruin, Edelmanboor, Vergraven
80
Sterk lemig zand, [2-MF], matig humeus, zwak roesthoudend, K-waarde: 0,1, donkerbruin, Edelmanboor, Vergraven
50
100 120
Zandige leem, zwak humeus, laagjes zand, matig houthoudend, resten veen, lichtgrijs, Edelmanboor, Nat laag beekafzettingslaag
150
200
250
Zandige leem, sterk humeus, resten planten, resten veen, K-waarde: 0,1, donker zwartbruin, Edelmanboor, Vergraven
0
akker
35
Sterk lemig zand, [2-ZF], matig humeus, K-waarde: 0,25, donkerbruin, Edelmanboor, Bouwvoor
50 80
100 125 145
150 180 190
200
210
250
0
Zandige leem, matig humeus, resten veen, K-waarde: 0,01, donkerbruin, Edelmanboor, Hum leemlaag
235
250
305
300
Zandige leem, zwak roesthoudend, K-waarde: 0,01, lichtgrijs, Edelmanboor, Nat leemlaag Zwak leemarm zand, [2-MG], K-waarde: 2, licht witbruin, Edelmanboor, Grove nat zandlaag Zandige leem, zwak humeus, K-waarde: 0,001, donkergrijs, Edelmanboor, Nat leemlaag Zandige leem, uiterst humeus, resten veen, resten planten, K-waarde: 0,01, donkerbruin, Edelmanboor, Hum leemlaag Sterk lemig zand, [2-ZF], K-waarde: 0,4, lichtgrijs, Edelmanboor, Lemige zandlaag
Zwak leemarm zand, [2-MF], K-waarde: 1,5, lichtgrijs, Edelmanboor, Nat grove zandlaag 300
Sterk lemig zand, [2-ZF], sterk roesthoudend, K-waarde: 0,3, lichtgeel, Edelmanboor, Opgebrachte laag ? met kilverbord
300
Zwak leemarm zand, [2-MF], K-waarde: 1, lichtgrijs, van der Horstboor, Grovere zandlaag
Schaal (A4): Pagina:
1: 50 1 van 2
Projectnummer: Projectnaam:
51006277 RVR Hoge Regt Laarbeek
Boring:
3!
Boring:
4
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:
Jos Van den Hurk 20-10-2021 171204,99 393896,93
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:
Jos Van den Hurk 20-10-2021 171157,17 393774,42
0
0
akker
0
0
akker
35
Sterk lemig zand, [2-ZF], matig humeus, K-waarde: 0,3, donkerbruin, Edelmanboor, Vergraven
Sterk lemig zand, [2-MF], K-waarde: 0,3, donkerbruin, Edelmanboor, Vergraven 40
50
Zwak leemarm zand, [2-MF], matig roesthoudend, K-waarde: 2, licht geelbruin, Edelmanboor, Nat laag
50
Zwak leemarm zand, [2-MF], sterk roesthoudend, K-waarde: 2, lichtgeel, Edelmanboor, Nat laag
100
90
100
150
90
200
200
110
150
160 180
Sterk lemig zand, [2-ZF], matig humeus, matig roesthoudend, K-waarde: 0,2, lichtbruin, Edelmanboor, Vergraven
Sterk lemig zand, [2-MF], zwak roesthoudend, K-waarde: 0,3, lichtbruin, Edelmanboor Zandige leem, K-waarde: 0,01, licht bruingrijs, Edelmanboor, Nat leemlaag
170 180
200
240
250 280
300
350
310
350
Sterk lemig zand, [2-ZF], matig humeus, K-waarde: 0,3, donkerbruin, Edelmanboor, Vergraven Sterk lemig zand, [2-MF], matig roesthoudend, K-waarde: 0,8, lichtgeel, Edelmanboor, Nat laag Zandige leem, K-waarde: 0,01, donkergrijs, Edelmanboor, Harde nat leemlaag Veen, K-waarde: 0,3, donkerbruin, Edelmanboor, Nat veenlaag deels veraard Zwak leemarm zand, [2-MG], K-waarde: 1,5, lichtgrijs, Edelmanboor, Grove zandlaag Zandige leem, matig humeus, resten planten, resten veen, lichtgrijs, Edelmanboor Zandige leem, matig humeus, K-waarde: 0,01, donkerbruin, Edelmanboor, Hum leemlaag Zwak leemarm zand, [2-MG], K-waarde: 2, lichtgrijs, Edelmanboor, Grove zandlaag
400
Boring:
4i
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat:
Jos Van den Hurk 20-10-2021 171097,23 393982,44
0
0
410
akker Sterk lemig zand, [2-MF], matig humeus, K-waarde: 0,35, donkerbruin, Edelmanboor, Vergraven
45
50 75
100 130
150
150
Sterk lemig zand, [2-MF], matig humeus, matig roesthoudend, K-waarde: 0,2, donkerbruin, Edelmanboor, Vergraven Zwak leemarm zand, [2-MF], matig roesthoudend, K-waarde: 1, lichtgeel, Edelmanboor, Nat laag mooi infiltreerbaar zand Zwak leemarm zand, [2-MF], zwak roesthoudend, K-waarde: 1,5, lichtgeel, Edelmanboor, Nat laag mooi zand
Schaal (A4): Pagina:
1: 50 2 van 2
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Bijlage 3 – Doorlatendheidsmetingen
Sweco | Watertoets Projectnummer 51006277 Datum 25-09-2023 Versie D2 Document referentie NL22-648800269-60056
32/33
Omgekeerde boorgatmethode (Drainage Principles and Applications, ILRI Publication 16)
tijd (sec)
Opdrachtgegevens Opdrachtgever : Projectleider : Projectnummer :
Ruimte voor Ruimte Henk van den Berg 51006277
Locatiegegevens Projectnaam : Datum meting : Onderzoekspunt :
RVR Hoge Regt Noord Beek en Donk30 19-10-2021 40 11,00
Basisparameters Hoogte bkpb (cm+mv) : Diepte peilbuis (H) (cm) : Straal van het boorgat (r) (cm) : Gemeten grondwaterstand (cm-bkpb) : Filterlengte (cm) : Rekendata t0 (seconden) tn (seconden) h0 (cm-bkpb) hn (cm-bkpb) K-waarde (cm/sec) K-waarde (m/dag)
0
100
200
300
400
500
600
700
diepte (cm -mv)
0
10 20
50 60
6 106 5
11- 1
11- 2
11- 3
65 Meting 1 120,00 600,00 55,70 52,00 0,00 0,30
Meting 2 180,00 600,00 63,00 60,00 0,00 0,24
Meting 3 120,00 420,00 70,80 69,50 0,00 0,13
Resultaten
meting 11- 1 11- 2 11- 3 gemiddeld
K-waarden (m/dag) 0,30 0,24 0,13 0,22
Meetwaarde 1
tijdstap (min)
tijd (sec)
0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0 8,0 9,0 10,0
0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420 480 540 600
h. peilbuis (cm) 47 49 49,3 50 50,3 50,7 51 51,2 51,5 51,8 52,2 52,6 53 53,2 53,5 54
h(ti) 59 57 56,7 56 55,7 55,3 55 54,8 54,5 54,2 53,8 53,4 53 52,8 52,5 52
h(ti) + r/2 61,5 59,5 59,2 58,5 58,2 57,8 57,5 57,3 57,0 56,7 56,3 55,9 55,5 55,3 55,0 54,5
0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420 480 540 600
h. peilbuis (cm) 39 42,5 42,6 42,7 42,8 42,9 43 43,5 44 44,4 44,8 45 45,2 45,5 45,8 46
h(ti) 67 64 63,4 63,3 63,2 63,1 63 62,5 62 61,6 61,2 61 60,8 60,5 60,2 60
h(ti) + r/2 69,5 66 65,9 65,8 65,7 65,6 65,5 65 64,5 64,1 63,7 63,5 63,3 63 62,7 62,5
0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420 480 540 600
h. peilbuis (cm) 33 34,5 35 35 35,2 35,3 36 36 36 36 36 36 36,5 36,6 36,6 37
h(ti) 73 71,5 71 71 70,8 70,7 70 70 70 70 70 70 69,5 69,4 69,4 69
h(ti) + r/2 75,5 74 73,5 73,5 73,3 73,2 72,5 72,5 72,5 72,5 72,5 72,5 72 71,9 71,9 71,5
cm/sec
m/dag
0,0005029
0,43
cm/sec
m/dag
0,0004418
0,38
cm/sec
m/dag
0,0002266
0,20
Meetwaarde 2
tijdstap (min)
tijd (sec)
0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0 8,0 9,0 10,0
Meetwaarde 3
tijdstap (min) 0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0 8,0 9,0 10,0
tijd (sec)
Omgekeerde boorgatmethode (Drainage Principles and Applications, ILRI Publication 16)
tijd (sec)
Opdrachtgegevens Opdrachtgever : Projectleider : Projectnummer :
200
300
400
500
600
700
10
20 RVR Hoge Regt Noord Beek en Donk 19-10-2021 30 21,00 40
Basisparameters Hoogte bkpb (cm+mv) : Diepte peilbuis (H) (cm) : Straal van het boorgat (r) (cm) : Gemeten grondwaterstand (cm-bkpb) : Filterlengte (cm) : Rekendata t0 (seconden) tn (seconden) h0 (cm-bkpb) hn (cm-bkpb) K-waarde (cm/sec) K-waarde (m/dag)
100
0
diepte (cm -mv)
Locatiegegevens Projectnaam : Datum meting : Onderzoekspunt :
0
Ruimte voor Ruimte Henk van den Berg 51006277
50
24 204 5
21- 1
21- 2
21- 3
80 Meting 1 420,00 600,00 170,40 168,00 0,00 0,17
Meting 2 300,00 600,00 165,50 163,00 0,00 0,11
Meting 3 300,00 420,00 160,80 160,00 0,00 0,09
Resultaten
meting 21- 1 21- 2 21- 3 gemiddeld
K-waarden (m/dag) 0,17 0,11 0,09 0,12
Meetwaarde 1
tijdstap (min)
tijd (sec)
0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0 8,0 9,0 10,0
0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420 480 540 600
h. peilbuis (cm) 25 25,5 26 27 27,8 27,2 29 29,5 30 30,5 31,3 31,8 33,6 34,4 35 36
h(ti) 179 178,5 178 177 176,2 176,8 175 174,5 174 173,5 172,7 172,2 170,4 169,6 169 168
h(ti) + r/2 181,5 181,0 180,5 179,5 178,7 179,3 177,5 177,0 176,5 176,0 175,2 174,7 172,9 172,1 171,5 170,5
0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420 480 540 600
h. peilbuis (cm) 36 36,3 36,6 36,9 37,2 37,2 37,5 37,8 38 38,3 38,5 39,2 39,6 40 40,7 41
h(ti) 168 168 167,4 167,1 166,8 166,8 166,5 166,2 166 165,7 165,5 164,8 164,4 164 163,3 163
h(ti) + r/2 170,5 170,2 169,9 169,6 169,3 169,3 169 168,7 168,5 168,2 168 167,3 166,9 166,5 165,8 165,5
h. peilbuis (cm) 41 41,2 41,3 41,7 42 42,2 42,3 42,7 43 43,1 43,2 43,6 44
h(ti) 163 162,8 162,7 162,3 162 161,8 161,7 161,3 161 160,9 160,8 160,4 160 204 204 159
h(ti) + r/2 165,5 165,3 165,2 164,8 164,5 164,3 164,2 163,8 163,5 163,4 163,3 162,9 162,5 206,5 206,5 161,5
cm/sec
m/dag
0,0002602
0,22
cm/sec
m/dag
0,0001239
0,11
cm/sec
m/dag
0,0002257
0,20
Meetwaarde 2
tijdstap (min)
tijd (sec)
0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0 8,0 9,0 10,0
Meetwaarde 3
tijdstap (min) 0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0 8,0 9,0 10,0
tijd (sec) 0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420 480 540 600
45
Omgekeerde boorgatmethode (Drainage Principles and Applications, ILRI Publication 16)
Opdrachtgegevens Opdrachtgever : Projectleider : Projectnummer :
tijd (sec)
Ruimte voor Ruimte Henk van den Berg 51006277
0
50
100
200
250
300
350
400
450
diepte (cm -mv)
0 20 40 Locatiegegevens Projectnaam : RVR Hoge Regt Noord Beek en Donk 60 80 Datum meting : 20-10-2021 100 Onderzoekspunt : 31,00 120 140 Basisparameters 160 Hoogte bkpb (cm+mv) : 12 180 Diepte peilbuis (H) (cm) : 192 Straal van het boorgat (r) (cm) : 5 Gemeten grondwaterstand (cm-bkpb) : Filterlengte (cm) : 100
150
Rekendata t0 (seconden) tn (seconden) h0 (cm-bkpb) hn (cm-bkpb) K-waarde (cm/sec) K-waarde (m/dag)
Meting 1 270,00 300,00 31,00 29,00 0,01 4,43
Meting 2 150,00 420,00 61,00 37,00 0,00 3,79
31- 1
31- 2
-3
Meting 3 120,00 360,00 70,00 44,00 0,00 3,99
Resultaten
meting 31- 1 31- 2 31- 3 gemiddeld
K-waarden (m/dag) 4,43 3,79 3,99 4,07
Meetwaarde 1
tijdstap (min)
tijd (sec)
0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0
0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420
h. peilbuis (cm) 100 122 133 141 147 151 155 157 159 161 163 164 166
h(ti) 92 70 59 51 45 41 37 35 33 31 29 28 26
h(ti) + r/2 94,5 72,5 61,5 53,5 47,5 43,5 39,5 37,5 35,5 33,5 31,5 30,5 28,5
0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420
h. peilbuis (cm) 40 79 101 115 124 131 136 140 144 147 149 152 155
h(ti) 152 113 91 77 68 61 56 52 48 45 43 40 37
h(ti) + r/2 154,5 115,5 93,5 79,5 70,5 63,5 58,5 54,5 50,5 47,5 45,5 42,5 39,5
0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420
h. peilbuis (cm) 60 85 102 114 122 128 133 137 140 143 145 148 152
h(ti) 132 107 90 78 70 64 59 55 52 49 47 44 40
h(ti) + r/2 134,5 109,5 92,5 80,5 72,5 66,5 61,5 57,5 54,5 51,5 49,5 46,5 42,5
cm/sec
m/dag
0,0071271
6,16
cm/sec
m/dag
0,0081093
7,01
cm/sec
m/dag
0,0068498
5,92
Meetwaarde 2
tijdstap (min)
tijd (sec)
0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0
Meetwaarde 3
tijdstap (min) 0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0
tijd (sec)
Omgekeerde boorgatmethode (Drainage Principles and Applications, ILRI Publication 16)
tijd (sec) 0
Ruimte voor Ruimte Henk van den Berg 51006277
100
200
400
500
600
700
10
20 30 RVR Hoge Regt Noord Beek en Donk40 20-10-2021 50 41,00 60 70 Basisparameters 80 Hoogte bkpb (cm+mv) : 0 Diepte peilbuis (H) (cm) : 130 Straal van het boorgat (r) (cm) : 5 Gemeten grondwaterstand (cm-bkpb) : Filterlengte (cm) : 100
Locatiegegevens Projectnaam : Datum meting : Onderzoekspunt :
Rekendata t0 (seconden) tn (seconden) h0 (cm-bkpb) hn (cm-bkpb) K-waarde (cm/sec) K-waarde (m/dag)
300
0
diepte (cm -mv)
Opdrachtgegevens Opdrachtgever : Projectleider : Projectnummer :
Meting 1 210,00 600,00 83,00 65,00 0,00 1,31
41- 1
Meting 2 210,00 600,00 99,00 80,00 0,00 1,15
41- 2
41- 3
Meting 3 90,00 420,00 76,50 67,70 0,00 0,77
Resultaten
meting 41- 1 41- 2 41- 3 gemiddeld
K-waarden (m/dag) 1,31 1,15 0,77 1,08
Meetwaarde 1
tijdstap (min)
tijd (sec)
0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 4,5 5,0 6,0 7,0 8,0 9,0 10,0
0 30 60 90 120 150 180 210 240 270 300 360 420 480 540 600