CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

6 20230126 Raadsvoorstel wijziging algemene plaatselijke verordening gem. Laarbeek.docx

Commissie Sociale & Algemene Zaken 26 januari 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de wijziging op de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Laarbeek 20231.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

39497-2022

Documentnummer:

39497-2022:684639

Raadsvergadering d.d. 9 februari 2023

Aan de raad, Onderwerp Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Laarbeek Portefeuillehouder F.L.J. van der Meijden Beslispunten 1. De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Laarbeek 2023 vast te stellen. 2. De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Laarbeek 2020 en de Eerste Wijziging Algemene Plaatselijke verordening Laarbeek 2020 (vastgesteld op 17 december 2020) in te trekken. Samenvatting In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Laarbeek liggen de regels vast op het gebied van openbare orde en veiligheid. Voor 2023 zijn er een aantal wijzigingen met betrekking tot het aanleggen van een uitweg, een meldplicht voor kleine evenementen en wordt het begrip de Drank- en Horecawet vervangen door de Alcoholwet. Ook is het wenselijk om regels omtrent de huisvesting van arbeidsmigranten in de APV op te nemen. Tot slot is er een kleine wijziging in het artikel over de inzameling van geld en goederen en werven van leden en donateurs. Aanleiding De huidige versie van de APV komt uit 2021. Sinds die tijd zijn een aantal zaken veranderd op het gebied van openbare orde en veiligheid. Per 1 juli 2021 is de Drank- en Horecawet vervangen door de Alcoholwet.

Daarnaast heeft de gemeente Laarbeek andere regels voor het maken en veranderen van een uitweg opgesteld (artikel 2.12) en is de vergunningplicht voor een klein evenement omgezet naar een melding (artikel 2.25, lid 6 tot en met 8). Ook is het wenselijk om een vergunningplicht op te nemen voor de huisvesting van arbeidsmigranten (toevoeging afdeling 13 in hoofdstuk 2). Tot slot is er een kleine aanpassing in het artikel over de inzameling van geld en goederen en werven van leden en donateurs (artikel 5:13). Over deze wijzigingen dient nu een besluit te worden genomen zodat deze per 1 januari kunnen gelden. Beoogd effect en/of resultaat Indien wordt ingestemd met de omschreven wijzigingen van de APV voor 2023, zullen deze vanaf 1 januari 2023 gaan gelden. Argumenten 1. Wijziging naar Alcoholwet (artikel 2:24 en artikel 2:48) Het is van belang om naar de juiste achterliggende wet- en regelgeving te verwijzen die de APV regels ondersteunen. Omdat de Drank- en Horecawet al in juli 2021 is gewijzigd in de Alcoholwet is het daarom logisch om dit te wijzigen in de APV (artikel 2:24 en artikel 2:48).

Zaaknummer:

39497-2022

Documentnummer:

39497-2022:684639

2. Wijziging artikel over uitwegen (artikel 2:12) Er zijn de laatste jaren een aantal ongewenste situaties geweest met betrekking tot aanvragen voor uitwegen. Op grond van de APV moest de aanvraag worden geweigerd terwijl er geen zwaarwegende bezwaren bestonden op die locatie. Of we wilden de aanvraag weigeren, maar op grond van de APV bestond hiervoor geen reden. Ook lopen we regelmatig aan tegen de 4 weken termijn zoals die is opgenomen in het huidige artikel 2:12. Op dit moment kan de uitweg worden aangelegd als niet binnen 4 weken op de aanvraag is beslist. Zeker bij een weigering (met vooraankondiging en zienswijzetermijn) is 4 weken erg kort. In 2010 zijn toetsingscriteria en uitvoeringsvoorschriften vastgesteld. Deze zijn verouderd en niet op alle punten conform de criteria in de APV. Voorgesteld wordt om het artikel in de APV uit te breiden en de toetsingscriteria en uitvoeringsvoorschriften in te trekken. Elke aanvraag wordt ter plaatse beoordeeld en indien dit aan de orde is besproken met de verkeersdeskundige, medewerker groen en/of projectleider (nieuwbouw). Bij de nieuwbouwprojecten zijn criteria voor uitwegen opgenomen in het beeldkwaliteitsplan en het bestemmingsplan. In de vergunning worden voorwaarden opgenomen waaraan de afmeting van de uitweg en de materialen aan moeten voldoen.

In overleg met de aanvrager wordt besloten of de uitweg in eigen beheer kan worden aangelegd of dat de uitweg door de gemeente wordt aangelegd. De kosten zijn voor de aanvrager (dit is vermeld op onze website). Wij menen dat met een uitbreiding van de bepalingen in de APV beleidsregels niet nodig zijn. Als in de toekomst blijkt dat voor burgers en/of de gemeente toch meer duidelijkheid geboden is, worden alsnog beleidsregels voor de aanleg van uitwegen aan u voorgelegd. Toelichting wijzigingen in artikel 2:12 (zie ook was-wordt tabel in de bijlage): lid 1 - In het eerste lid van het huidige artikel wordt gesproken over een melding en over toestemming. De melding staat echter gelijk aan een aanvraag en de toestemming staat gelijk aan een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Dat betekent onder andere dat tegen de toestemming bezwaar en vervolgens beroep open staat. In de rest van de APV wordt gesproken over ‘aanvragen’ en ‘vergunningen’. Het is eenduidiger om de ‘melding’ te benoemen als ‘aanvraag’ en de ‘toestemming’ als ‘vergunning’. lid 2 - In het tweede lid van het huidige artikel is opgenomen dat de melding bekend wordt gemaakt. Dat wordt niet gedaan. Wel wordt de toestemming (vergunning) bekend gemaakt in de MooiLaarbeekkrant. Belanghebbenden zijn dan op de hoogte van de vergunning voor de uitweg en kunnen indien gewenst bezwaar maken.

Alle vergunningen waar anderen mogelijk bezwaar tegen kunnen hebben worden bekend gemaakt in de MooiLaarbeekkrant. Dat hoeft niet afzonderlijk in dit artikel vermeld te worden. Voorgesteld wordt om het tweede lid te laten vervallen en alleen de vergunning bekend te maken en niet de aanvraag. lid 3 - In het derde lid van het huidige artikel is opgesomd wanneer het college het maken van een uitweg verbiedt. Er zijn echter gevallen waar het niet zo ‘zwart wit’ is. Om die reden wordt voorgesteld om de verbodsbepaling om te zetten in een ‘kan’ bepaling. Zo kan per geval beoordeeld worden of op die plaats op die manier een uitweg of eventueel een tweede uitweg veilig kan worden aangelegd, zonder dat het uiterlijk aanzien of een groenvoorziening op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.

Zaaknummer:

39497-2022

Documentnummer:

39497-2022:684639

lid 4 - In het huidige vierde lid is opgenomen dat de uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen 4 weken heeft beslist dat de uitweg wordt verboden. In de praktijk is een termijn van 4 weken bij een weigering kort. Bij een weigering wordt namelijk eerst een vooraankondiging tot weigering bekend gemaakt met een zienswijze termijn van (de gebruikelijke) 2 weken. Er is dan nog nauwelijks tijd om de zienswijze te beoordelen en het definitieve besluit te nemen. Voorgesteld wordt om, ook bij uitwegen, de standaard beslistermijn van de APV van 8 weken (artikel 1:2) aan te houden. Waarbij we proberen om de termijn zo kort mogelijk te houden. lid 5 - Het uitgangspunt bij woningen is in principe één uitweg per perceel. Het komt voor dat een tweede uitweg wenselijk is. Per geval wordt beoordeeld of dat verkeerstechnisch en gelet op het uiterlijk aanzien en een eventueel aanwezige groenvoorziening aanvaardbaar is. lid 6 - Eerder is door uw college aangegeven dat parkeren in voortuinen bij rijtjeswoningen niet gewenst is. Parkeren in een voortuin zorgt voor een verarming van het straatbeeld. Het gaat in principe gepaard met het verharden daarvan, terwijl voortuinen zijn bedoeld als groene buffers tussen woningen en de straat.

Hoewel burgers zelf kunnen bepalen of zij verharding aanleggen in de voortuin, wil de gemeente daar niet actief aan meewerken door het verlenen van een vergunning voor een uitweg. Een groene woonomgeving vormt zeker binnen onze gemeente een belangrijke woonkwaliteit. Als het perceel in het bestemmingsplan tevens is bestemd als ‘parkeervoorziening’ dan kan een aanvraag voor een uitweg om parkeren in een voortuin mogelijk te maken niet op grond van dit lid worden geweigerd. Dit komt echter in de praktijk zelden voor. lid 7: het is niet wenselijk dat de vergunning van rechtswege wordt verleend bij niet tijdig beslissen. Er kan bijvoorbeeld een gevaarlijke situatie ontstaan. lid 8: Verwezen werd naar oude regelgeving. Dit lid is geactualiseerd conform de model APV van de VNG. 3. Meldplicht kleine evenementen (wijziging artikel 2:25) Jaarlijks worden er veel evenementenvergunningen aangevraagd voor kleine evenementen met een zeer laag risico, zoals buurtbarbecues en garagesales. Er is veel tijd mee gemoeid om deze vergunningen op te stellen en te laten ondertekenen door de burgemeester. Door dit soort evenementen meldingsplichtig te maken, blijven we wel op de hoogte van wat er zich in onze gemeente afspeelt (en weten bijvoorbeeld de boa’s daar ook van), maar besparen we tijd en capaciteit in de administratieve last.

De burgemeester blijft als portefeuillehouder, net als zoals nu tijdens het poho, op de hoogte van welke aanvragen en meldingen er binnen komen. Wordt een meldplichtig evenement niet wenselijk bevonden, dan heeft de burgemeester alsnog de bevoegdheid om het evenement te weigeren. 4. Huisvesting arbeidsmigranten (toevoeging afdeling 13: Huisvesting arbeidsmigranten in hoofdstuk 2) Met het Arbeidsmigrantenbeleid Laarbeek 2022 zet de gemeente in op het goed in zicht krijgen en houden van aantallen, omstandigheden en locaties waar arbeidsmigranten zijn gehuisvest. Een aantal huisvestingslocaties zijn (door gebruiksovergangsrecht of een pensionbestemming) op grond van het bestemmingsplan rechtstreeks toegestaan en kunnen daarom niet middels een omgevingsvergunning gehouden worden aan voorschriften van het Arbeidsmigrantenbeleid Laarbeek 2022. Dit gaat bijvoorbeeld om adequaat beheer (inclusief

Zaaknummer:

39497-2022

Documentnummer:

39497-2022:684639

het bijhouden van een nachtregister) en eisen t.a.v. kwaliteit (zoals minimale oppervlaktes per slaapplaats etc.). Door in de APV een vergunningsplicht voor huisvesting verplicht te stellen, kan ook bij deze locaties gestuurd worden op de omstandigheden en houdt de gemeente overzicht in wie waar is gehuisvest. 5. Wijziging artikel 5:13 Het is onduidelijk wat met de zinssnede ‘dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd’. Hierdoor kan de suggestie worden gewekt dat het verboden is om leden of donateurs te werven voor een liefdadig of ideëel doel, hetgeen niet is wat hier beoogd wordt. Door de zinssnede weg te halen, blijft over dat we een inzameling van geld of goederen of een leden of donateur- werving kunnen verbieden wanneer de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

Kanttekeningen o.a. financiële, juridische, communicatieve en veiligheidsaspecten Er zijn geen kanttekeningen te noemen bij deze beslissing. Vervolgstappen Indien de raad instemt met de wijzigingen van de APV op 9 februari 2023, zullen deze 1 dag na bekendmaking in het Gemeenteblad in werking treden. Bijlagen (meegezonden stuk(ken), ter inzage gelegde stukken) 1. Algemene Plaatselijke Verordening Laarbeek 2023 (totaal bestand) 2. Was- wordt tabel wijzigingen APV 2023

Het college van burgemeester en wethouders, loco-gemeentesecretaris burgemeester

G.J. Obbink

F.L.J. van der Meijden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=d6f7e9ac-d63b-475a-a83d-27a992348e9f