6 20220112 Toelichting bijlage 2 Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3-5.pdf
Tekst van het document
QUICKSCAN MILIEUASPECTEN BRAKENSTRAAT 3 BEEK EN DONK OMZETTEN VAN BEDRIJFSWONING NAAR BURGERWONING
1
De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk 20201625.v01 22 december 2020 AROM
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
2
INHOUDSPGAVE 1. 2.
INLEIDING ........................................................................................................................................................................ 4 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING................................................................................................................................. 5
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.
Milieuzonering .............................................................................................................................................................. 5 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................................................... 5 Uitwaartse of inwaartse milieuzonering ......................................................................................................................... 5 Omgevingstypen ........................................................................................................................................................... 5 Richtafstanden.............................................................................................................................................................. 6 Beoordeling .................................................................................................................................................................. 6
3.
GEUR ................................................................................................................................................................................ 8
3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
Soorten geur ................................................................................................................................................................. 8 Wet geurhinder en veehouderij ..................................................................................................................................... 8 Geurnormen en afstanden ............................................................................................................................................ 8 Beoordeling .................................................................................................................................................................. 8
4.
LUCHTKWALITEIT ......................................................................................................................................................... 10
4.1. 4.2. 4.3.
Grenswaarden Wet milieubeheer ................................................................................................................................ 10 Besluit niet in betekenende mate bijdragen ................................................................................................................. 10 Beoordeling ................................................................................................................................................................ 10
5.
GELUID........................................................................................................................................................................... 11
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.
Soorten geluid ............................................................................................................................................................ 11 Wegverkeerslawaai .................................................................................................................................................... 11 Industrielawaai............................................................................................................................................................ 11 Railverkeerslawaai...................................................................................................................................................... 11 Vliegverkeerslawaai .................................................................................................................................................... 11
6.
EXTERNE VEILIGHEID .................................................................................................................................................. 12
6.1. 6.2.
Wettelijk kader ............................................................................................................................................................ 12 Kernbegrippen ............................................................................................................................................................ 12
7.
STIKSTOF ...................................................................................................................................................................... 14
7.1. 7.2. 7.3. 7.4.
Wet natuurbescherming .............................................................................................................................................. 14 AERIUS Calculator ..................................................................................................................................................... 14 Berekening stikstofdepositie gebruiksfase .................................................................................................................. 14 Berekening stikstofdepositie aanlegfase ..................................................................................................................... 15
8.
VOLKSGEZONDHEID .................................................................................................................................................... 16
8.1. 8.2.
Veehouderijen ............................................................................................................................................................ 16 Spuitzones.................................................................................................................................................................. 16
10. CONCLUSIE .............................................................................................................................................................. 17 BIJLAGE I. RICHTAFSTANDEN ............................................................................................................................... 18 BIJLAGE II. AERIUS-BEREKENING GEBRUIKSFASE ............................................................................................. 19
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
3
1.
INLEIDING
Initiatiefnemer is voornemens de bedrijfswoning aan de Brakenstraat 3 in Beek en Donk om te zetten naar een burgerwoning.
Afbeelding 1. Plangebied
Deze rapportage bevat een beoordeling van alle relevante milieuaspecten ten aanzien van de planontwikkeling, in de vorm van een quickscan.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
4
2.
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING
2.1. Milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd.
2.2. Onderzoeksvragen Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: - is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? - worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Om een antwoord te geven op deze vragen is een inventarisatie gemaakt van de milieubelastende en milieugevoelige functies in de omgeving.
2.3. Uitwaartse of inwaartse milieuzonering Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering. Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar.
2.4. Omgevingstypen In de handreiking Bedrijven en milieuzonering worden twee omgevingstypen beschreven: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
5
2.5. Richtafstanden Voor alle typen bedrijven zijn in bijlage 1 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen. Het betreft de richtafstanden voor de vier ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; b. de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Dit is toegelicht in tabel 1. Tabel 1. Richtafstanden Milieucategorie
afstand tot rustige woonwijk / buitengebied
afstand tot gemengd gebied
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
2.6. Beoordeling Het plangebied is omringd met bedrijfsbestemmingen binnen het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Kom Beek en Donk’ en het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Bosscheweg (deelgebied Wellestraat-Oost)’. Planologisch gezien is sprake van een gemengd gebied. Echter is in de directe omgeving van het plangebied nog geen gebruik gemaakt van de planologische mogelijkheden. In de directe omgeving zijn ( naast de naastgelegen bedrijfsbestemming aan Brakenstraat 5) geen andere bedrijven gevestigd. Daarom wordt voorzichtigheidshalve uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Inwaartse milieuzonering De woning vormt geen milieubelastende functie. Een analyse van inwaartse milieuzonering is niet nodig. Uitwaartse milieuzonering Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies in de omgeving. In een zone rondom de milieubelastende functies worden milieugevoelige functies (de te bestemmen burgerwoning) geweerd.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
6
Op basis van de vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de omgeving bepaald. De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op afbeelding 2 en op de kaart in bijlage I. Het betreft de richtafstanden tot een ‘rustige woonwijk’ behorend bij de maximale planologische mogelijkheden per locatie.
Afbeelding 2. Richtafstanden
Het plangebied ligt binnen de richtafstanden behorende bij het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ van diverse gronden in de omgeving. Die gronden zijn echter nog niet benut voor inrichtingen, behalve het naastgelegen bedrijf aan Brakenstraat 5. De woning aan Brakenstraat 3 was voorheen onderdeel van de inrichting aan Brakenstraat 5. Met de beoogde woonbestemming moet de woning als woning van derden worden gezien ten aanzien van die inrichting. Het bedrijf betreft een autoschoonmaakdienst. De woning aan Brakenstraat 5 ligt binnen de richtafstand voor het aspect geluid van dat bedrijf. Daarom moet het aspect geluid vanwege dat bedrijf nader worden onderzocht in een onderzoek industrielawaai. In dat onderzoek moet worden beoordeeld of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning en of het bedrijf niet in haar belangen wordt geschaad. Andere bestaande inrichtingen liggen buiten de richtafstanden. Ten aanzien van andere bestaande inrichtingen is daarom sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat sprake is van een bestaande woning (en dus een bestaand gevoelig object voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar) worden de andere bestaande inrichtingen zeker niet in hun belangen geschaad.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
7
3.
GEUR
3.1. Soorten geur Er wordt onderscheid gemaakt in agrarische geur en industriële (overige) geur. In hoofdstuk 3 is beoordeeld dat het plangebied niet binnen de richtafstand voor het aspect geur van industriële of agrarische bedrijven ligt. De richtafstanden voor het aspect geur van agrarische bedrijven volstaan niet in alle gevallen. Daarom wordt hieronder het aspect agrarische geur nader toegelicht.
3.2. Wet geurhinder en veehouderij In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten.
3.3. Geurnormen en afstanden De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 3 opgenomen. Tabel 3. Geurnormen en afstanden volgens de Wet geurhinder en veehouderij Norm Binnen bebouwde kom Buiten bebouwde kom Geurnorm* 3 ouE/m3 14 ouE/m3 Afstand 100 meter 50 meter * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Laarbeek ligt in een concentratiegebied.
De gemeente Son en Breugel heeft in haar Verordening geurhinder en veehouderij voor de bebouwde kommen een geurnorm van 1,5 ouE/m3 vastgesteld.
3.4. Beoordeling De woning vormt een bestaand geurgevoelig object. De veehouderijen in de omgeving en de totale geuremissies per veehouderij zijn weergegeven op afbeelding 3.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
8
Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies
De dichtstbijzijnde veehouderijen liggen op ongeveer 500 meter van het plangebied. De veehouderijen hebben niet dusdanige geuremissies dat sprake is van een invloed op het plangebied. Op voorhand kan worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het aspect geur (voorgrondbelasting, achtergrondbelasting en afstanden). Omdat sprake is van een bestaand geurgevoelig object worden de veehouderijen niet in hun belangen geschaad. Het aspect geur vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
9
4.
LUCHTKWALITEIT
4.1. Grenswaarden Wet milieubeheer In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen opgenomen. Voor dit project zijn stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. De concentratie van de overige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood) in de buitenlucht is van nature zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarden wordt verwacht. Voor deze stoffen kan zeker worden voldaan aan de grenswaarden uit bijlage 2 de Wm. Voor de toegestane concentraties NO2 en PM10 gelden de volgende grenswaarden: - voor NO2 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM10 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie.
4.2. Besluit niet in betekenende mate bijdragen Op basis van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) kan worden beoordeeld of een project niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze projecten hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Projecten met een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde worden als NIBM beschouwd. Voor de stoffen NO2 en PM10 is dit het geval bij een toename van maximaal 1,2 µg/m3. Met berekeningen moet worden aangetoond dat deze maximale toename niet wordt bereikt. Daarnaast zijn in de Regeling NIBM projecten (met een maximale omvang) opgenomen die zonder meer als NIBM kunnen worden beschouwd. Projecten die de vastgestelde maximale omvang niet overschrijden dragen per definitie niet in betekenende mate bij. Dit hoeft niet te worden aangetoond met berekeningen en er hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.
4.3. Beoordeling Uit kaarten van de NSL-monitoringstool blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is, er wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden. Het project leidt niet tot meer emissies, er is sprake van een bestaande woning. Het project valt onder de kwantitatieve grenzen van de Regeling NIBM. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
10
5.
GELUID
5.1. Soorten geluid In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn grenswaarden opgenomen voor wegverkeerslawaai, industrielawaai en railverkeerslawaai. Verder moet vliegverkeerslawaai worden beoordeeld.
5.2. Wegverkeerslawaai De woning vormt een bestaand geluidgevoelig object. Daarom is het niet nodig een hogere waarde-procedure ten aanzien van wegverkeerslawaai te volgen. Gezien de functie van de Brakenstraat en de afstand tot de Lekerstraat is er geen reden om te veronderstellen dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning aan Brakenstraat 3. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
5.3. Industrielawaai De woning aan Brakenstraat 3 ligt binnen de richtafstand voor het aspect geluid van het bedrijf aan Brakenstraat 5. Daarom moet het aspect geluid vanwege dat bedrijf nader worden onderzocht in een onderzoek industrielawaai. In dat onderzoek moet worden beoordeeld of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning en of het bedrijf niet in haar belangen wordt geschaad.
5.4. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van een spoorlijn. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
5.5. Vliegverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen een Ke-contour van een vliegveld. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect vliegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
11
6.
EXTERNE VEILIGHEID
6.1. Wettelijk kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Externe veiligheid kan betrekking hebben op inrichtingen of op transportroutes (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Voor inrichtingen vormt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het wettelijk kader. Voor transportroutes (weg, spoor en water) geldt het Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen vormt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader.
6.2. Kernbegrippen In de genoemde beleidskaders staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats nabij een risicobron verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6 per jaar, oftewel een kans van één op een miljoen. Het plaatsgebonden risico wordt door middel van risicocontouren op een kaart weergegeven. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is de kans dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een risicobron in één keer dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt gevormd door de 1%-letaliteitsgrens van de risicobron; de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden1. Op basis van gegevens van de Risicokaart zijn de risicobronnen geïnventariseerd. De risicobronnen zijn weergegeven op afbeelding 4.
1
Voor de doorwerking in de ruimtelijke ordening rondom een inrichting wordt uit praktische overwegingen soms een kleinere afstand aangehouden, bijvoorbeeld de afstand tot de plaatsgebonden risicocontour van 10 -8 per jaar.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
12
Plangebied
Afbeelding 5. Risicobronnen
Buisleiding (rode stippellijn op bovenstaande afbeelding) Op een afstand van ongeveer 350 meter van de woning ligt de buisleiding Z-542-21 van I&M transport. Deze buisleiding heeft geen plaatsgebonden risicocontouren. Met een uitwendige diameter van 4,49 inch en een maximale werkdruk van 4000 kpa heeft de buisleiding een invloedsgebied van 70 meter. Gasdrukregel- en meetstations (rode stippen op bovenstaande afbeelding) Op een afstand van ongeveer 330 en 400 meter van de woning liggen twee gasdrukregel- en meetstations. Deze stations kennen een veiligheidsafstand van respectievelijk 15 en 25 meter. Deze risicobronnen kennen geen invloedsgebied. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan. Bovendien is sprake van een bestaand kwetsbaar object en is er geen sprake van een toename van populatie.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
13
7.
STIKSTOF
7.1. Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen. Het gaat om de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) inclusief het Programma Aanpak Stikstof, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in onderdeel gebiedsbescherming (vervangt Nb-wet). Voor bestemmingsplannen is het toetsingskader voor deze gebieden in de basis ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Nb-wet. Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Eventueel worden maatregelen opgenomen die getroffen worden om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden.
Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.
7.2. AERIUS Calculator Voor het berekenen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is het rekenprogramma AERIUS Calculator voorgeschreven.
7.3. Berekening stikstofdepositie gebruiksfase De enige relevante bron van stikstofemissie zijn voertuigbewegingen van en naar de woning en mogelijk de stookinstallatie. Dit is een bestaande situatie. Ondanks dat is een AERIUSberekening gemaakt. Het aantal voertuigbewegingen is berekend met behulp van de kencijfers parkeren en verkeersgeneratie in de ASVV 2012 van het kennisplatform CROW en bedraagt 8 mvt/etmaal per woning. Deze voertuigbewegingen zijn gemodelleerd als een lijnbron met licht verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. Worst-case is op uitgegaan van 10% stagnatie. Hiermee wordt ook het manoeuvreren van de voertuigen ondervangen. Het verkeer is gemodelleerd tot het punt waarop de voertuigen in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
14
Voor de stookinstallatie is uitgegaan van een gemiddeld gasverbruik voor een bestaande vrijstaande woning van 2.500 m3/jaar. Op basis van dit aardgasverbruik is het rookgasdebiet bij 3 vol.% O2 berekend2. Daarbij is uitgegaan van Gronings aardgas met een stookwaarde van 31,65 MJ/m3 en een emissie-eis van 70 mg/m3 NOx in het rookgas. De emissie van NOx bedraagt dan 1,6 kg/jaar. De AERIUS-berekening is opgenomen in bijlage II. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar.
7.4. Berekening stikstofdepositie aanlegfase Het betreft een bestaande woning, er is geen sprake van een aanlegfase.
https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/meten-en-rapporteren/meten-luchtemissies/l40handleiding/5-herleiding/ 2
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
15
8.
VOLKSGEZONDHEID
8.1. Veehouderijen De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan, waarmee kan worden beoordeeld of sprake is van een aanvaardbare situatie ten aanzien van volksgezondheid. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Varkens- en pluimveehouderijen Onderdeel van dat stappenplan is toetsing aan het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ . Met dat toetsingskader kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico door varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Op basis van de emissie van fijn stof wordt een afstand berekend. Wanneer gevoelige objecten zijn gelegen buiten die afstand (gemeten vanuit het dichtstbijzijnde emissiepunten van de veehouderij) kan worden geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de wijde omgeving van het plangebied liggen geen varkens- of pluimveehouderijen. Endotoxine vormt geen belemmering voor het plan. Geitenhouderijen Uit het onderzoek ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden deel 2’ blijkt dat binnen een straal van 2 kilometer rondom geitenhouderijen zich een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Er liggen geen geitenhouderijen binnen 2 kilometer van het plangebied. Geitenhouderijen vormen geen belemmering voor het plan.
Overige stappen De overige stappen uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 hebben betrekking op met name geurhinder en luchtkwaliteit. In hoofdstukken 3 en 4 is al toegelicht dat geurhinder en luchtkwaliteit geen belemmering vormen voor het plan. Dat geldt ook met oog op de (strengere) gezondheidskundige advieswaarden uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0.
8.2. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waar mogelijk sprake is van een spuitzone. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
16
10.
CONCLUSIE
In dit onderzoek is een quickscan naar de relevante milieuaspecten voor het plan aan Brakenstraat 3 in Beek en Donk uitgevoerd. Bij een nadere uitwerking van het bestemmingsplan zullen de volgende aspecten moeten worden onderzocht: - Industrielawaai, vanwege het naastgelegen bedrijf aan Brakenstraat 5. Deze en overige aspecten vormen echter geen onoverkomelijke belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
17
BIJLAGE
I. RICHTAFSTANDEN
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
18
Bijlage I - Richtafstanden
bron: PDOK
Schaal 1 : 2.000
22 december 2020
De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11
BIJLAGE
II. AERIUS-BEREKENING GEBRUIKSFASE
Quickscan milieuaspecten Brakenstraat 3 Beek en Donk Datum: 22 december 2020 ; Referentie: 20201625.v01
19
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RUX57acVc5hc (22 december 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
De Roever Omgevingsadvies
Brakenstraat 3, 5741 SR Beek en Donk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Wijziging bedrijfswoning naar burgerwoning
RUX57acVc5hc
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
22 december 2020, 11:36
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
2,95 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase
Situatie 1
RUX57acVc5hc (22 december 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
1,60 kg/j
Verkeer Brakenstraat Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Verkeer Lekerstraat Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,24 kg/j
Stookinstallatie Wonen en Werken | Woningen
Resultaten
Situatie 1
RUX57acVc5hc (22 december 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1
Stookinstallatie 172188, 394828 1,0 m 0,000 MW Continue emissie 1,60 kg/j Verkeer Brakenstraat 172207, 394799 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
8,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Verkeer Lekerstraat 172457, 394878 1,24 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
8,0 / etmaal NOx NH3
1,24 kg/j < 1 kg/j
RUX57acVc5hc (22 december 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RUX57acVc5hc (22 december 2020) pagina 5/5