CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

6 20210224 ondertekend en geanonimiseerd_Responsnota Mgr. Verhagenstraat ongenummerd.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 24 februari 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Mgr. Verhagenstraat ongenummerd15.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 18 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

l)

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beoordeeld of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderzocht of er een goed woon- en leefklimaat ontstaat voor de gebruikers van een geluidgevoelig object, zoals een woning waarbij voldaan kan worden aan de voorkeurgrenswaarde. In hoofdstuk 4 van de Toelichting van het onderliggend bestemmingsplan is daarom ingegaan op het geluidsaspect, één van de verplichte aspecten om te onderzoeken of de ontwikkeling een passende ontwikkeling is. In het ontwerpbestemmingsplan waren tot dusver alleen de resultaten van het onderzoek wegverkeerslawaai opgenomen als bijlagen bij het bestemmingsplan. Deze bijlage wordt vervangen door het volledige akoestische onderzoek wegverkeerslawaai d.d. 9 februari 2020. Het genoemde akoestisch onderzoek heeft juist als doel om te borgen dat voor de toekomstige bewoners qua geluid kan worden voorzien in een zogenoemd aanvaardbaar ‘woon- en leefklimaat’. Ondanks dat voor onderhavige woningen geen hogere waarde aangevraagd kan worden, wordt in het kader van een goed woon- en leefklimaat in het bestemmingsplan een maximaal binnenniveau van 33 dB in de verblijfsruimten van de beoogde appartementen en woningen geborgd. Hierbij dient de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel als uitgangspunt te worden aangehouden.

Het treffen van eventueel noodzakelijke maatregelen is voorwaardelijk verplichtend opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Zoals omschreven in het rapport ‘Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Monseigneur Verhagenstraat 2 te Beek en Donk’ hoeft de cumulatieve geluidbelasting formeel niet te worden bepaald voor de nieuwbouwappartementen en -woningen. Voor de volledigheid is de gecumuleerde geluidbelasting van alle in het model opgenomen wegen alsnog bepaald. Ten behoeve van de procedure hogere waarde dient conform artikel 110f van de Wgh de cumulatieve geluidbelasting te worden bepaald, indien sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron. Allereerst dient vastgesteld te worden of sprake is van een relevante blootstelling door verschillende geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die te onderscheiden bronnen wordt overschreden. Conform de Wgh dienen voor de cumulatie de zoneplichtige wegen en spoorwegen en de geluidbelasting ten gevolge van industrie en/of luchtvaart meegenomen te worden. Het nieuwbouwplan is gelegen buiten de geluidzone van 50 dB(A) etmaalwaarde van bedrijventerrein ‘Bemmer’. Daarmee geldt op de gevels van de nieuwbouw geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voor industrielawaai.

Uit het ‘Akoestisch onderzoek omgevingslawaai middenstation’ ten behoeve van de nutsvoorziening blijkt dat met een worst-case benadering het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 40 dB(A) etmaalwaarde bedraagt op de gevels van het nieuwbouwplan. Ook hier geldt derhalve dat op de gevels van de nieuwbouw geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voor industrielawaai plaatsvindt. Voor de geluidbelasting ten gevolge van scheepvaartlawaai dat, aansluitend bij de eisen voor industrielawaai, wordt enkel op de zuidwestgevel de richtwaarde van 50 dB(A) overschreden. De geluidbelasting op deze gevel blijft echter minstens 10 dB onder de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai en is daarmee niet van invloed op de gecumuleerde waarde. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevels van de nieuwbouw ten gevolge van het rijden van voertuigen op het beoogde eigen parkeerterrein bedraagt maximaal 50 Pagina 19 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

dB(A) etmaalwaarde. Deze hoogste waarde geldt op de zuidgevel van de vrijstaande woning, waar wegverkeerslawaai geen rol speelt. Voor de gevels richting de Monseigneur Verhagenstraat geldt dat wegverkeerslawaai daar maatgevend is ten opzichte van het rijden op het parkeerterrein. Hieruit blijkt dat in onderhavige situatie het wegverkeer op de 30 km/uur wegen de enige relevante geluidbron is. Formeel is cumulatie derhalve niet aan de orde. In het ‘Akoestisch onderzoek omgevingslawaai parkeerterrein Monseigneur Verhagenstraat 2 te Beek en Donk’ is voor zowel de gevels als in de tuinen van de omliggende (zorg)woningen van derden de gecumuleerde geluidbelasting bepaald. Voor de gecumuleerde geluidbelasting is het geluid afkomstig van het beoogde parkeerterrein en van het wegverkeer op de openbare, omliggende wegen meegenomen. Industrielawaai afkomstig van bedrijventerrein ‘Bemmer’ is niet meegenomen in de cumulatie aangezien de in voorliggend rapport beschouwde (zorg)woningen allen buiten de geluidzone van het bedrijventerrein zijn gelegen. De grens van de geluidzone van het bedrijventerrein volgt uit het rapport ‘Geluidbeleid Bedrijventerrein Bemmer, Beek en Donk, Gemeente Laarbeek’ (projectnummer 501865) d.d. 19 april 2012 van SRE Milieudienst. In reactie 4 onder I is te lezen wat de gecumuleerde geluidbelasting doet op alle gevels en in alle tuinen van de woningen van derden.

De geluidbelastingen op de nieuwe appartementen en grondgebonden woningen is enkel inzichtelijk gemaakt, zodat met een juiste geluidwering van de gevel, een goed akoestisch woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. m) De inrichting van het parkeerterrein zijn uitvoeringsaspecten die in latere instantie aan de orde komen en niet worden geregeld in het bestemmingsplan. Ondanks dat het geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan wordt hierover het volgende opgemerkt. De ontwikkelaar die het parkeerterrein in eigen beheer houdt, dient ook zorg te dragen voor de inrichting van het terrein. Wij hebben echter begrepen dat de ontwikkelaar voornemend is een verlichtingsplan op te stellen. Dat plan bestaat uit een raster berekening en een rapport inclusief tekening van de verlichting. Er wordt daarbij gekeken naar het aantal lux dat op de gevel valt om te bepalen welke mate er sprake is van lichthinder. Uit dat plan wordt duidelijk welke masten noodzakelijk zijn. De ontwikkelaar verwacht dat er lage paaltoppen van 4 m hoog met ledverlichting komen. Met dergelijke verlichting is het mogelijk om de armaturen af te stellen op de omgeving zodat er geen ongewenst licht naar de omgeving schijnt. De entree(s) en buitenruimtes van het appartementengebouw worden voorzien van verlichting. Het gebouw zelf wordt niet aangelicht.

De gemeente erkent dat de benoemde woningen in de zienswijze van reclamanten lichtinval kunnen ondervinden van autolichten van voertuigen die vanaf het parkeerterrein rijden. Er is echter sprake van een bestaande inrit, dus in de bestaande situatie is hiervan ook al sprake. Weliswaar zal door de toename van het aantal verkeersbewegingen in grotere made sprake zijn van lichtinval, maar dit achten wij niet onaanvaardbaar. Deze hinder doet zich in elke gemeente op tal van plaatsen voor en is haast onvermijdelijk bij het wonen in stedelijk gebied. n) Voor uitwerking van verlichting op het parkeerterrein wordt verwezen naar reactie 4 onder m. De ontwikkelaar houdt de gronden in eigen beheer, zo ook het parkeerterrein. Het betreft dus een privé parkeerterrein ten behoeve van de nieuwe woningen. Het Pagina 20 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

parkeerterrein wordt daarom afgesloten voor ‘derden’ door een slagboomconstructie bij de in- en uitrit van het parkeerterrein. Tevens zullen er borden worden geplaatst ter aankondiging van het privéterrein. Echter, zoals in reactie 4 onder m aangegeven, zijn dit uitvoeringsaspecten die nog aan de orde dienen te komen. Het bestemmingsplan is niet het document om dergelijke praktische zaken te regelen. o) Aangezien de ontwikkelaar het parkeerterrein in eigen beheer houdt, dienen zij ook zorg te dragen voor de inrichting van het terrein. De hiervoor bij reactie 4 onder n benoemde slagboomconstructie wordt door de ontwikkelaar zo uitgevoerd dat er alleen ingereden kan worden vanaf de Mgr. Verhagenstraat en alleen uitgereden kan worden aan de Tuinstraat. Hiermee borgt de ontwikkelaar het eenrichtingsverkeer op het parkeerterrein. p) Het benodigde parkeerterrein voor dit plan brengt de nodige verkeersbewegingen met zich mee. Middels de tool van Kenniscentrum InfoMil is het eenvoudig en snel te bepalen of een plan niet-in-betekende-mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Hierbij dient een vergelijking te worden gemaakt tussen de voormalige bedrijfsbestemming (met een bouwvlak) van circa 1.900 m2 en de nieuw te bouwen 48 woningen.

De voormalige bestemmingen van het plangebied brachten circa 109 verkeerbewegingen te weeg (4,8 vervoersbewegingen per 100 m2 BVO (CROW 381, bedrijf arbeidsextensief) + twee vrijstaande woning (CROW 381) = (1.942/100 x 4,8) + (7,8 x 2) = 93,2 + 15,6 = 109). Het nieuwe aantal verkeersbewegingen komt op maximaal 230 verkeersbewegingen per etmaal (CROW 381: 43 huurappartementen midden, 2 huurappartementen duur en 2 twee-onder-één kapwoningen en 1 vrijstaande woning (huur)). Het gaat dus om een toename van 121 verkeersbewegingen ten opzichte van de voormalige bestemming. Deze toename is ingevoerd in de NIBM-tool 2020 en daaruit komt de conclusie dat de bijdrage van het extra verkeer van niet betekende mate is en er geen nader onderzoek nodig is. De berekening bijhorend bij deze NIBM-conclusie wordt inzichtelijk gemaakt door deze toe te voegen aan de Toelichting van dit bestemmingsplan. Bij reactie 4i is geconcludeerd dat met het plaatsen van een geluidsafschermende voorziening geluidhinder op de woningen aan de Tuinstraat wordt gereduceerd. Dus met extra maatregelen is nagenoeg geen sprake van hinder door geluid, luchtvervuiling, stof, veiligheid, en dergelijke. Het aanleggen van een extra in-/uitrit wordt door ons, zeker in combinatie met de beweegbare Donkse brug, als onwenselijk gezien.

Ook vanwege de reeds kort op elkaar aanwezige in- en uitritten van de nutsvoorziening en de zorgwoningen aan de Bosscheweg. Door negen parkeerplaatsen te realiseren bij de nutsvoorziening ten behoeve van dit plan aan de Bosscheweg wordt de parkeerdruk en daarmee eventuele hinder verdeeld over het plangebied. Met de verkeeroplossing die nu voorligt wordt er gebruik gemaakt van reeds bestaande infrastructuur en wordt onder andere verkeershinder zoveel mogelijk voorkomen. q)

Zie reactie 4p. Op basis van de NIBM-tool 2020 van InfoMil is vastgesteld dat de bijdrage van het verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig.

r)

Zie reactie 1b. Hierin staat onder andere dat met efficiënter ruimtegebruik alle benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd. De parkeerplaatsen voor bezoekers zijn meegenomen in de parkeerkencijfers van CROW (Publicatie 381). Het aandeel bezoekers voor de gebruikte parkeerkencijfers komt neer op Pagina 21 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

0,3 parkeerplaats per woning. Het ‘aandeel bezoekers’ staat voor het percentage of aantal bezoekers waarmee in het kencijfer rekening is gehouden. Het gebruikte kencijfer is dus inclusief bezoekersparkeren. Daarbij wordt het een afgesloten parkeerplaats dat maakt deze parkeerplaatsen aantrekkelijker dan de openbare parkeerplaatsen aan de Mgr. Verhagenstraat of Tuinstraat. Ondergronds parkeren is onderzocht maar maakt het plan financieel onhaalbaar, vandaar dat er juist naar een alternatief is gezocht. s) Zie reactie 1b. Het is niet langer nodig om extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte te maken. t)

De aansluiting van het parkeerterrein op de Mgr. Verhagenstraat betreft alleen inrijdende auto’s. Degene die het parkeerterrein op willen rijden, zullen zelfstandig afremmen om de inrit te benaderen. Op het eigen terrein is tevens ruimte om op te stellen voor de slagboom. Omdat het hier niet om uitrijdende auto’s gaat, hoeft het overige verkeer niet extra te worden geattendeerd. Een eenvoudig straatbeeld met zo min mogelijk uitzonderingen leidt bovendien de bestuurders minder af en voorkomt een onrustig straatbeeld. Bij de uitrit aan de Tuinstraat worden wel maatregelen getroffen om het verkeer op de Tuinstraat te attenderen op uitrijdend verkeer. Het parkeerterrein zoals weergegeven in bestemmingsplan is een indicatieve inrichtingsschets met daarin de beoogde parkeerplaatsen. Het is een schets die weergeeft dat de benodigde parkeerplaatsen ook daadwerkelijk op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd waardoor duidelijk is dat het gestelde in dit bestemmingsplan uitvoerbaar is. Daadwerkelijke maatvoering van deze parkeerplaatsen is een technische uitwerking van dit plan en maakt geen deel uit van deze bestemmingsplanprocedure. Gezien het detailniveau past dit niet in de inhoudsopgave van een ontwerpbestemmingsplan.

u) Het gedeelte van de weg waar reclamanten aan refereren is de Mgr. Verhagenstraat. De Mgr. Verhagenstraat is ingericht als erftoegangsweg 30 km/uur, met een rijbaan voor gemengd verkeer en suggestiestroken voor de fietsers. Erftoegangswegen zijn bedoeld om toegang tot percelen en erven te bieden voor alle verkeersdeelnemers (dus ook vuilniswagen en hulpdiensten). Doorgaans rijdt op erftoegangswegen meer bestemmingsverkeer dan doorgaand verkeer. Het is de gemeente bekent dat deze route als alternatieve route wordt gebruikt voor de Beekse brug/N615. In februari 2019 heeft een telling plaats gevonden van de Mgr. Verhagenstraat ter hoogte van de Bosscheweg en Brakenstraat. Hieruit komt een gemiddeld aantal van 3.673 verkeersbewegingen per etmaal. Het aantal verkeersbewegingen neemt met maximaal 230 verkeersbewegingen per etmaal (CROW 381: 43 huurappartementen midden, 2 huurappartementen duur en 2 twee-onder-één kapwoningen) toe. In werkelijkheid zal dit zeer waarschijnlijk minder zijn, omdat er 9 parkeerplaatsen gelegen zijn aan de Bosscheweg en dus niet uitrijden aan de Tuinstraat. Cumulatief gezien passen deze intensiteiten nog steeds bij een erftoegangsweg en dus bij het huidige straatbeeld. De inrit aan de Mgr. Verhagenstraat kan in de spitsuren voor opstopping zorgen. Alhoewel de voormalige in- en uitrit van het bedrijfsperceel ook lag aan de Mgr.

Verhagenstraat en dichter op de kruising met de Bosscheweg. Een extra aansluiting verlaagt echter ook automatisch de verkeerssnelheid, hetgeen de veiligheid juist ten goede zou moeten komen. Dat is in een 30 km/uur-gebied in elk geval de praktische ervaring. Door het uitrijden aan de Tuinstraat te organiseren, wordt voorkomen dat er een “extra” uitrit aan de Mgr. Verhagenstraat ontstaat. Deze “extra” uitrit zou voor een nieuwe gelijkwaardige kruising zorgen op de Mgr. Verhagenstraat. Dit zou niet bevorderlijk voor de doorstroming op de Mgr. Pagina 22 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

Verhagenstraat zijn. Met de uitrit aan de Tuinstraat kan er gebruik worden gemaakt van al bestaande infrastructuur en dus van een bestaande gelijkwaardige kruising om de Mgr. Verhagenstraat op te rijden. In reactie 4s is aangegeven dat er geen extra parkeerplaatsen meer noodzakelijk zijn in de openbare ruimte. v) In reactie 4 onder q is reeds benoemd dat de slagboomconstructie zo wordt uitgevoerd dat er alleen ingereden kan worden aan de Mgr. Verhagenstraat en uitgereden aan de Tuinstraat. Het heeft voor toekomstige bewoners dus geen zin om te proberen het parkeerterrein op te rijden via de Tuinstraat wanneer de Donkse brug zou openstaan. Het aantal verkeersbewegingen neemt met maximaal 230 verkeersbewegingen per etmaal (CROW 381: 43 huurappartementen midden, 2 huurappartementen duur en 2 twee-onder-één kapwoningen en 1 vrijstaande woning (huur)) toe. In werkelijkheid zal dit zeer waarschijnlijk minder zijn, omdat er 9 parkeerplaatsen gelegen zijn aan de Bosscheweg en dus niet uitrijden aan de Tuinstraat. De verkeersintensiteit op de Tuinstraat komt volgens vergelijkbare berekening (CROW 381: 23 tussenwoningen/hoekwoningen, 5 vrijstaande woningen en 3 twee-onder-één kap) op een intensiteit uit van maximaal 247 verkeersbewegingen per etmaal. Cumulatief is dit nog altijd een zeer bescheiden verkeersintensiteit, ook voor een erftoegangsweg met een 30 km/uur-regime.

Omdat zowel de Mgr. Verhagenstraat als Tuinstraat erftoegangswegen zijn, is de kruising gelijkvloers vormgegeven en geaccentueerd door een punaise. Deze bolvormige verhoging heeft voor het verkeer een attentieverhogende en snelheidsremmende signaalfunctie. De kruisingen van de Mgr. Verhagenstraat met de Parallelweg en de Brakenstraat zijn hetzelfde vormgegeven. De gemeente streeft naar zoveel mogelijk vergelijkbare kruisingen om de weggebruiker duidelijkheid en herkenbaarheid te bieden. Om de doorstroming in de Tuinstraat te bevorderen overweegt de gemeente om het parkeren aan één zijde van de straat te regelen. Dit zijn echter uitvoeringsaspecten die later nog aan de orde dienen te komen. Het bestemmingsplan is niet het document om dergelijke praktische zaken te regelen. w) In 2002 is de snelheid op de Mgr. Verhagenstraat van 50 km/u naar 30 km/u. Daarmee is de situatie gewijzigd en wordt het straatbeeld anders benaderd. Om te bepalen of er voldoende zicht blijft op de kruising Mgr. Verhagenstraat – Bosscheweg wordt gebruik gemaakt van zogenaamde uitzichtdriehoeken. Dit is het driehoekige gebied tussen twee takken van een kruispunt waarin zich geen objecten mogen bevinden die de bestuurder het uitzicht op de kruisende weg ontnemen (CROW – ASVV 2012). Voor zowel de Mgr. Verhagenstraat als de Bosscheweg geldt een snelheid van 30 km/u.

Een automobilist dient op 30 m van het hart van het kruispunt zicht te hebben op 30 m weglengte van de te kruisen weg. De gronden van de ontwikkelaar liggen buiten de uitzichtdriehoeken en daarmee dus ook het nieuwe appartementsgebouw. Op de betreffende hoek ligt een stuk grond van de gemeente dat is ingericht met lage beplanting die ook laag wordt gehouden in het kader van verkeersveiligheid. Deze gronden blijven in beheer en toezicht van de gemeente zodat deze gronden gevrijwaard blijven van uitzichtbelemmerende obstakels. Er blijft ruim voldoende uitzicht voor de diverse verkeersstromen, waardoor een automobilist kan anticiperen op het overige verkeer. Op dit moment ligt het perceel er verlaten en overwoekerd bij. De slechte staat van de bebouwing en het onderhoud van de gronden is niet bevorderlijk voor de overzichtelijkheid van het kruispunt. Juist door de verbindende architectuur van dit plan met de omgeving kan er rust in het straatbeeld ontstaan.

Pagina 23 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

x) Uit het bodemonderzoek van mei 2018 blijkt dat nader bodemonderzoek (2 e fase) noodzakelijk is om de verontreiniging verder af te perken. Om dit onderzoek uit te kunnen voeren dienen de bestaande panden eerst te worden gesloopt. Zodoende kan ook de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem onder de bestaande woningen worden vastgesteld. Indien er sprake is van > 25 m3 verontreinigde grond (of > 100 m3 verontreinigd bodemvolume / grondwater) is er sprake van een saneringsplicht volgens de wet Bodembescherming. De urgentie van de sanering (bepaald door de provincie Brabant) wordt bepaald door de risico’s. Het risico van de verontreiniging wordt bepaald door de humane risico’s, ecologische risico’s en het verspreidingsrisico. Ondanks dat de verontreinigingen nog niet geheel in beeld zijn, kan al wel worden gesteld dat de bodemkwaliteit momenteel niet volledig voldoet aan de functie wonen, maar dat dit de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg staat. Daarom zal voorafgaand aan de nieuwbouw de bodem op die locaties worden gesaneerd. ‘Die locaties’ refereert aan de deellocaties uit het rapport ‘Nader bodemonderzoek’. In bijlage 2 van dit rapport is een situatietekening opgenomen waarop deze locaties zijn weergegeven. Deze locaties komen overeen met de onderzochte locaties in het rapport ‘Verkennend bodemonderzoek’.

Het is vanzelfsprekend dat gewerkt wordt naar een noodzakelijke bodemfunctieklasse ‘Wonen’. Ter verduidelijking is de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ toegevoegd aan de tekst uit paragraaf 4.6 van de Toelichting. y) Aangezien de eerste 60 mm per m2 regenwater wordt opgevangen op eigen terrein is dit een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Het zorgt voor een reductie van regenwater dat voorheen werd afgevoerd naar de riolering. Er is daarom genoeg rioolcapaciteit over om aan te sluiten op het riool aan de Mgr. Verhagenstraat. In paragraaf 4.11 van de Toelichting staat de hemelwateropgave, de ontwerpoplossingen en het voorstel beschreven. Onder het parkeerterrein wordt een waterbergingsvoorziening gerealiseerd met een capaciteit van (afgerond) 146m3 door middel van filtratiekratten. Tevens komen er straatkolken met een leidingstelsel naar de ondergrondse berging. Vanwege kabels en leidingen in de oksel van de Mgr. Verhagenstraat en de Bosscheweg blijkt dat een wadi niet haalbaar is. Zowel het waterschap Aa en Maas als de gemeente hebben ingestemd met de voorgestelde oplossing. In Bijlage 10 van het ontwerpbestemmingsplan ‘BIJLAGE F – EISEN AAN WATERBERGINGSVOORZIENINGEN’ zijn de gemeentelijke eisen aan deze waterbergingsvoorziening opgenomen.

Daarin staat onder andere de eis ‘De verwerking van het hemelwater moet altijd zodanig ontworpen worden dat het bijdraagt aan het verminderen van piekafvoeren en niet leidt tot wateroverlast’. Tevens dient er een overloopvoorziening aanwezig te zijn voor de afvoer van water bij hevige buien als de waterbergingsvoorziening vol is. Daarmee is geborgd dat de waterbergingsvoorzienig zo wordt ontworpen dat er geen overlast voor omwonden ontstaat. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen moet en zal duidelijk zijn, dat wordt voorzien in een waterberging of andere maatregelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid. De inhoud van de waterberging en de omvang van de andere maatregelen zijn vastgesteld met toepassing van de beleidsregel “hydrologisch neutraal” ontwikkelen behorende bij het gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van de gemeente Laarbeek dat geldt voor de planperiode 2019 tot en met 2023. z) Het recht om te beslissen wat met het eigendom wordt gedaan, ligt in beginsel bij de eigenaar. De gemeente is en wordt geen eigenaar. Er is gekozen om het perceel van Pagina 24 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

Tuinstraat 2a onderdeel van de locatie te maken. Dat is inherent aan het eigendomsrecht. Een plan met woningen is uitgewerkt en met de gemeente en de gemeentelijke supervisor afgestemd. Het gevolg van het plan is dat het karakter van het gebied verandert. Daarom is beoordeeld of, als gevolg van het bouwplan, sprake is van een dusdanige onaanvaardbare aantasting, dat niet (meer) gesproken kan worden van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Uit die beoordeling is gebleken dat het plan stedenbouwkundig akkoord en ruimtelijk aanvaardbaar is gevonden. In de toelichting van het bestemmingsplan is daar uitgebreid op ingegaan. Ondergronds parkeren is onderzocht maar maakt het plan financieel onhaalbaar, vandaar dat er juist naar een alternatief is gezocht. aa) De gemeente streeft naar harmonisatie van planregels in alle bestemmingsplannen. Zeker in aanloop naar de Omgevingswet is uniformiteit in bestemmingsplannen zeer wenselijk. Daarom is voor dit ontwerpbestemmingsplan het voormalig vigerend bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’ als onderlegger gebruikt. De regels over evenementen waar reclamanten naar refereren in artikel 3.1 en 9.1.3 komen exact overeen met de mogelijkheden in artikel 14.1 en 26.1.3 uit het bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’.

In artikel 9.1.3 worden de voorwaarden duidelijk voor een omgevingsvergunning voor het toestaan van evenementen ter afwijking van het bestemmingsplan. Hiermee wordt het weliswaar mogelijk om dergelijke evenementen te organiseren, maar dit betekent niet dat deze ook daadwerkelijk plaats gaan vinden. Indien een omgevingsvergunning voor een evenement wordt aangevraagd, kunnen reclamanten ten alle tijden bezwaar maken, omdat dit een separate vergunningprocedure is. De woningen met de bestemming ‘Wonen’ in de directe omgeving van het plangebied kennen in het vigerend bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’ geen bouwhoogte. Om aan te sluiten op deze systematiek is in het onderhavige bestemmingsplan deze methode overgenomen. De goothoogte is vastgelegd op maximaal 15 m voor het appartementengebouw en voor de drie grondgebonden woningen op maximaal 7 m. Vanaf deze goothoogte dient de kap dus te beginnen. Door de goothoogtes van de woningen te variëren en af te laten lopen in de richting van Gemert, sluit het in profiel aan op de architectuur van de reeds bestaande woningen uit het lint. bb) Deze zienswijze heeft alleen betrekking op de negatieve gevolgen die reclamant denkt te gaan ervaren als gevolg van het bouwverkeer. Deze zienswijze heeft dus geen betrekking op het planologisch kader zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan.

De opmerkingen van reclamant over het bouwverkeer vormen derhalve geen afwegingskader voor deze procedure en kunnen dus niet leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat deze aspecten zullen worden meegenomen bij het nog op te stellen bouwveiligheidsplan. Het bouwveiligheidsplan heeft betrekking op de feitelijke uitvoering van de bouwwerkzaamheden om de door reclamanten aangehaalde aspecten te regelen. Hierin zal ook worden ingegaan op het bouwverkeer. Het bouwveiligheidsplan dient bij de aanvraag omgevingsvergunning te worden ingediend. cc) Zie reactie 1g. dd) In ‘Wonen in Laarbeek – Woonvisie 2017-2021’ is een beleidskader geschetst waarbinnen de prioriteiten voor de komende vijf jaren kunnen worden gerealiseerd. Het is vooral geen statisch document maar een richtinggevend document. De mogelijkheden om in te spelen Pagina 25 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

op nieuwe ontwikkelingen en kansen houden we open. In de woonvisie staan dus de prioriteiten opgenomen voor de woningbouwopgaven van Laarbeek. Hierin staat onder andere dat de gemeente zich inzet om ‘een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen dat aansluit op de vraag’ en ‘voldoende aanbod van middeldure huurwoningen’. Het voorliggende plan speelt in op deze behoeften. Door middel van herbestemming van een voormalig bedrijfsperceel (inbreiding) gaat deze invulling van de woningbouwbehoefte niet ten koste van schaarse groene en open plekken in de kern Beek en Donk of het buitengebied (uitbreiding). Eind 2018 heeft de ontwikkelaar een onderzoek gedaan naar de behoefte van middeldure huurwoningen/-appartementen op deze locatie. Geïnteresseerden konden zich gedurende een 7-daagse advertentiecampagne op sociale media inschrijven en daarbij huur-woonwensen aangeven zoals het aantal kamers, gewenste oppervlak en huurprijsrange. In deze week hebben 93 personen zich aangemeld als geïnteresseerde. Het huidige ontwerp met diverse appartemententypen is een letterlijke vertaling van deze behoefte. In de woonvisie staat inderdaad ook opgenomen dat de kwantitatieve ruimte van de plancapaciteit vooral ingezet moet gaan worden voor Aarle-Rixtel en in de tweede plaats voor Lieshout.

Afgelopen en komende jaren is hier door de gemeente dan ook volop invulling aan gegeven met plannen als Mimosaplantsoen, Klokkengieterij, voormalige schoolgebouw aan Bosscheweg, Vogelenzang, Nieuwenhof en de Heuvel. Niettemin, gelden de behoeften en prioriteiten in de woonvisie voor geheel Laarbeek. De focus van dit plan ligt op het realiseren van middeldure en deels levensloopbestendige huurwoningen/-appartementen en dat maakt dit plan uniek voor Beek en Donk. In het woningbouwcontingent is dan ook rekening gehouden met het woningbouwplan ‘Mgr. Verhagenstraat ongenummerd’. ee) Zie reactie 4w. ff) Dit zijn uitvoeringsaspecten die later nog aan de orde dienen te komen. Het bestemmingsplan is niet het document om dergelijke praktische zaken te regelen. Niettemin, kan worden vermeld dat de ontwikkelaar voornemend is om twee ondergrondse containers op eigen terrein te realiseren aan de zijde van de Mgr. Verhagenstraat. Het afval wordt hierdoor op één plaats verzameld dat voor minder overlast voor de omgeving zal zorgen dan losse rolcontainers. Nog onderzocht moet worden wat de meest geschikte plek is voor de ondergrondse containers. gg) Dit zijn uitvoeringsaspecten die later nog aan de orde dienen te komen. Het bestemmingsplan is niet het document om dergelijke praktische zaken te regelen.

Niettemin, kan worden vermeld dat de ontwikkelaar voornemend is om een langsparkeerplaats aan de Mgr. Verhagenstraat te realiseren ten behoeve van laden en lossen. Daarmee hoeven bijvoorbeeld pakketdiensten niet het parkeerterrein op te rijden en via de Tuinstraat weer uit te rijden. hh) Aangezien de ontwikkelaar de grond in eigendom houdt, dienen zij ook zorg te dragen voor het beheren en onderhouden van de in- en uitrit van het parkeerterrein en het parkeerterrein zelf. ii) De constatering van reclamanten is juist en dit verdient herstel. Het betreffende rapport wordt als bijlage aan het vast te stellen bestemmingsplan toegevoegd. jj) In de Nederlandse wetgeving is waardevermindering van de eigen woning ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling (vermindering van privacy, vermindering van het woongenot en hinder) geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening kennen burgemeester en wethouders degene die in de Pagina 26 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden, op aanvraag een tegemoetkoming toe. Reclamanten worden er op gewezen dat een verzoek in dezen niet eerder in behandeling wordt genomen dan nadat het bestemmingsplan een onherroepelijke status heeft bereikt. Reclamanten kunnen recht hebben op een tegemoetkoming in planschade indien een onafhankelijk deskundige een waardedaling ten gevolge van de bestemmingsplanherziening aantoont. Hierbij wordt tegenwoordig rekening gehouden met een bepaald percentage eigen risico (Normaal Maatschappelijk Risico) dat kan variëren tussen twee en vijf procent van de getaxeerde waarde van de eigen woning. Overigens zal in deze procedure een planologische vergelijking plaatsvinden tussen de geldende planologie die bedrijvigheid toestaat en de nieuwe planologie die alleen de woonfunctie toestaat. 5. a) Aan de voorzijde van de woning van reclamant is sprake van een zeer matig tot tamelijk slechte milieukwaliteit. Verkeer zorgt voor geluidsoverlast en een matige tot slechte luchtkwaliteit. De achterzijde van de woning van reclamant geeft het beeld van een rustige woonwijk. De komst van het appartementencomplex en parkeerterrein aan de achterzijde van de woning van reclamant draagt niet bij tot een verbetering.

De huidige kwaliteit moet minimaal behouden blijven om gemiddeld een redelijk woon- en leefklimaat te hebben. Het nu voorliggende plan zorgt voor een aanzienlijke verslechtering van het milieu-, woon- en leefklimaat voor reclamant. b) De maximale bouwhoogte van het nieuwe plan is niet vastgelegd. Het nieuwe gebouw kan daarmee veel hoger worden dan het huidige hoogste gebouw van de omgeving, namelijk ‘de Bleek’ Bosscheweg 6. Met een hoger pand zal het dorpse karakter van reclamants woongebied te niet worden gedaan. c) Door de hoogte van het gebouw is het mogelijk dat zonreflecties ontstaan die volgens reclamant hinder kunnen opleveren. Hiernaast zal met name in de middag en avond en in de winter als de zon laag staat het gebouw mogelijk tot beperking van zonlicht kunnen leiden. Reclamant vindt het ongewenst dat het licht dat nu in zijn tuin valt, wordt ontnomen door het appartementencomplex. d) De hoogte van het gebouw met appartementen en balkons op grote hoogte leidt tot inkijk in de tuin. Er is niet aangetoond dat hiervan geen sprake is en/of op welke manier het wordt voorkomen. e) De afstand van de parkeerplaats tot de woning van reclamant is nihil (tuin op 0 meter afstand). Door het gebruik van de parkeerplaats zal relevant geluid naar de omgeving ontstaan met onaanvaardbare pieken.

De geluidbelasting door deze activiteiten op de gevels van de woningen en in tuinen is niet in beeld gebracht. f)

De in- en uitrit van de parkeerplaats zal de nodige hinder geven in de Mgr. Verhagenstraat en achter de woning van de reclamant richting de Tuinstraat. De langs rijdende, remmende en optrekkende auto’s zorgen voor geluidsoverlast. In de huidige situatie was er uitsluitend verkeer naar de bungalow op Tuinstraat 2.

g) Door het extra verkeer van de nieuwe bewoners ontstaat er een grotere ongewenste hoeveelheid stof, uitlaatgassen, roet en fijnstof in de omgeving. Niet alleen van het rijdende verkeer, maar ook van het verkeer dat voor de brug staat te wachten. Het extra verkeer zorgt voor nog meer hinder in de Mgr. Verhagenstraat, maar vooral op de in- en uitrit van de parkeerplaats. Pagina 27 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

h) Reclamant vraagt zich af hoe wordt voorkomen dat er ongewenste personen op de parkeerplaatsen komen. Volgens reclamant mag het geen hangplek/ontmoetingsplek worden van personen die daar net hoeven te zijn. Reclamant wenst dat het goed verlicht wordt, dat niet hinderlijk is voor de tuin en dat er toezicht komt. De parkeerplaats wordt door de situering geheel onttrokken van publiekelijk zicht. i)

Reclamant vraagt zich af hoe de parkeerplaats wordt verlicht en hoe eventueel lichthinder in de tuin van reclamant wordt voorkomen.

j)

Reclamant vraagt zich af waar de bezoeker parkeren van de appartementen. De parkeerdruk op de huidige parkeerplaatsen in de Mgr. Verhagenstraat is al groot. Reclamant vindt het niet wenselijk dat door de bewoners van de appartementen of bezoekers gebruik wordt gemaakt van de bestaande parkeerplaatsen in de Mgr. Verhagenstraat. Daarbij vraagt reclamant zich af of het genoemde aantal parkeerplaatsen wel voldoende is bij het dit aantal appartementen. Wanneer de brug openstaat en er staat een rij wachtende auto’s, dan is het volgens reclamant zeker niet ondenkbaar dat ongeduldige mensen gebruik maken van de bestaande parkeerplaatsen langs de weg.

k) Reclamant vraagt zich af hoe voorkomen wordt dat het verkeer niet tegen de richting in gaat rijden (gelijk de Tuinstraat in). Reclamant vindt het logischer om het verkeer via de Bosscheweg af te wikkelen waar al verkeer- en snelheidsremmende voorzieningen aanwezig zijn. Hiermee wordt volgens reclamant het woon- en leefklimaat van de omgeving niet of in ieder geval minder worden aangetast. Reclamant vraagt zich af of andere oplossingen voor de parkeerplaats, zoals onder de appartementen, zijn onderzocht. l)

Aan de Mgr. Verhagenstraat worden parkeerplaatsen tegen de grens van de inrit gerealiseerd. Zicht op het trottoir wordt hierdoor ontnomen en een onveilige situatie zal ontstaan volgens reclamant.

m) Reclamant vraagt zich af hoe de inrit naar het parkeerterrein zichtbaar wordt gemaakt. Daarbij vraagt hij ook hoe het snelheidsverschil van rijdend verkeer naar afslaand verkeer goed wordt opgevangen. n) De weg vanaf de brug tot aan de Tuinstraat is reeds zeer onveilig. Extra verkeer, afslaande voertuigen, extra parkeerplaatsen direct aan de weg en het snelheidsverschil zal tot een onveiligere situatie leiden. o) De kruising van de Tuinstraat met de Mgr. Verhagenstraat is al zeer onoverzichtelijk en onveilig volgens reclamant. Het verkeer op de Mgr. Verhagenstraat rijdt vaak harder dan de toegestane 30 km/h en ziet de kruising vaak over het hoofd. Met tientallen verkeersbewegingen extra vanuit de Tuinstraat wordt de situatie onveiliger. p) De kruising van de Bosscheweg en Mgr. Verhagenstraat is al zeer onveilig. Niet alleen voor voertuigen, maar zeker ook voor fietsers en voetgangers. De komst van het appartementengebouw dicht tegen de weg maakt de situatie niet overzichtelijker en ook niet veiliger. Er is hierdoor minder zicht op de wandel- en fietsstroken. q) Bij hevige regenbuien kan het riool de huidige waterstroom net aan. De straat staat dan vaak tijdelijk blank en het water komt omhoog bij het doorspoelen van het toilet. Extra woningen verhoogt de druk op het riool.

Reclamant vraagt zich daarom af of het riool de extra hoeveelheid water vanuit de appartementen en de woningen aan kan. Daarnaast is reclamant benieuwd of het regenwater voldoende kan worden afgevoerd. Ten slotte vraagt reclamant zich af hoe wordt voorkomen dat het regenwater vanaf de parkeerplaats niet in de tuin stroomt.

Pagina 28 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

r)

Reclamant geeft aan dat tijdens de aanleg van de brug/sluis veel schade aan de woningen is ontstaan door het heien. Hoe gaat de gemeente dit voorkomen? Worden er voor aanvang van de bouw foto’s gemaakt van de woning van reclamant? Is er een

waarborging opgenomen dat schade netjes wordt afgehandeld? s) Nieuwbouw wordt tot aan de weg gebouwd. Voorheen mocht dit niet. Men diende rekening te houden met de rooilijn. Reclamant vraagt zich af waarom er nu kort op de weg mag worden gebouwd. t)

Reclamant vraagt waar de vuilnis van het appartementengebouw wordt gesitueerd en of dit eventueel geuroverlast zal veroorzaken. Tevens is hij benieuwd naar hoe het vuil wordt opgehaald en de rijroute van de vrachtwagens.

u) Reclamant vraagt zich af waar pakketdiensten pakketjes afgeven en wat dit voor de omgeving betekent. Wordt opstopping en hinder van de rijroutes voorkomen? v) Reclamant vraagt zich af wie de in- en uitrit en de parkplaats bijhouden. w) Reclamant heeft een alternatief plan om een gedeelte van de bedrijfsbestemming om te zetten in wonen (appartement gedeelte) en een deel in verkeer (voor de parkeerplaatsen). De huidige woonbestemming van Tuinstraat 2a kan zo behouden blijven en de drie woningen kunnen daarop worden geprojecteerd. Reclamanten verwachten dat er zo minder afbreuk wordt gedaan aan het huidige woon- en leefklimaat. Reclamant vraagt of deze invulling is onderzocht die minder belastend is voor de omgeving. x) Het plan zoals het nu voorligt leidt tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Hierdoor zullen de bestaande woningen in waarde verminderen. Reclamant vraagt of de waardevermindering van zijn woning wordt gecompenseerd. y) Volgens reclamant past dit plan niet in de omgeving. Een lager appartementencomplex van maximaal vier bouwlagen in de hoek en aflopend naar de huidige woningen zou beter volstaan. De parkeerplaatsen onder grond situeren en een in- en uitrit via de Bosscheweg. Wanneer het pand aan de Tuinstraat 2 niet kan worden hergebruikt, dan zouden er meer kleinere woningen of een 2 onder 1 kap woning kunnen worden gebouwd.

Reactie De zienswijzen van reclamant komen overeen met die van reclamanten 4. Gemakshalve wordt dan ook verwezen naar de bij die zienswijze gegeven reactie. 6. a) Reclamant vindt de omvang van het appartementencomplex niet aanvaardbaar. Het is te hoog en te groot. Door de omvang is een extra parkeerplaats nodig. Door het plan kleiner te maken, meer passend in de omgeving, is een extra parkeerplaats, op de woonbestemming Tuinstraat 2a niet nodig. b) In het bestemmingsplan Kom Beek en Donk (2012) is op het planperceel in de huidige situatie een maximum bouwhoogte van 6 meter en een goothoogte van 4,5 meter toegestaan. Met dit ontwerpbestemmingsplan is een goothoogte van 15 meter toegestaan en de maximale bouwhoogte is niet vastgelegd. Hierdoor mag het nieuwe gebouw minimaal 3,3 keer zo hoog worden nu toegestaan (15:4,5). Reclamant vindt dit onaanvaardbaar en vindt de aanvaardbaarheid van deze afwijkende bouwhoogte ten opzichte van de omgeving niet aangetoond. c) De hoogte van het appartementengebouw past niet in de omgeving. Het hoogste gebouw in de directe omgeving is het pad aan de Bosscheweg 6, met een maximum goothoogte Pagina 29 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

van 9,0 meter. Dat is maximaal 2 keer zo hoog als de goothoogte dat nu is toegestaan volgens het bestemmingsplan Kom Beek en Donk. Op het bedrijventerrein ten noorden van het plangebied is de maximum bouwhoogte 10 meter. Ten westen, aan de overzijde van het kanaal, hebben de gebouwen een maximum bouwhoogte van 9 meter. Het onderhavige plan bevindt zich in een woongebied waarin de maximum goothoogte ten hoogste 6 meter bedraagt. Volgens reclamant doet de hoogte van het complex een grove inbreuk op het aanzicht van de woonomgeving. Een pand met deze omvang doet afbreuk aan het woongebied en het dorpse karakter. Reclamant vindt de aanvaardbaarheid van deze afwijkende bouwhoogte ten opzichte van de omgeving niet aangetoond. Door de gebouwhoogte ontstaat er hinder voor de omgeving, zoals geluidreflectie, lichthinder, zon- en schaduw en inkijk in tuinen. d) De afstand tussen de nieuwe parkeerplaats en de woningen is zeer minimaal (tuinen op 0 meter afstand). Door verschillende bronnen (rijden van auto’s, autodeuren/kofferbak, pratende personen) kunnen onaanvaardbare pieken ontstaan wat voor slaapverstoring kan zorgen. De geluidsbelasting door deze activiteiten op de gevels van de bestaande woningen is niet in beeld gebracht. Aangezien dat de meeste woningen met een achtertuin tegen de parkeerplaats komen te liggen moet ook de geluidbelasting in de tuinen worden bepaald.

e) De uitrit van de parkeerplaats ligt direct naast woning en tuin van reclamant. Handelingen als rijdende auto’s, remmen en optrekken zorgen voor geluidsoverlast. Voorheen ging het uitsluitend over een auto van en naar de woning aan Tuinstraat 2a. Reclamant verwacht tientallen bewegingen die voor overlast zorgen. In de tuin en op de achtergevel van reclamant is het geluidsniveau in de huidige situatie niet goed, maar enigszins aanvaardbaar. Reclamant wil daarom geen verslechtering van deze situatie. Met een verkeersbestemming voor de woning van reclamant en met dit plan ook achter het de woning, is voor reclamant het woon- en leefklimaat niet aanvaardbaar. f)

Reclamant verzoekt duidelijkheid over de wijze waarop de parkeerplaats en de in- en uitrit verlicht gaat worden en hoe wordt lichthinder voorkomen in de omgeving en tuinen van omwonenden. Wordt verlichting ingezet om hinder (hangplek/ontmoetingsplek) te voorkomen? Hiernaast verzoekt reclamant duidelijkheid over de lichthinder van de verlichting van het appartementencomplex naar de omgeving. Hoe wordt gezorgd dat de lichthinder van auto’s die uit de uitrit rijden op de woningen aan de Tuinstraat 5 tot en met 13 aanvaardbaar is?

g) Reclamant vindt het logischer om het verkeer via de Bosscheweg af te wikkelen waar al verkeer- en snelheidsremmende voorzieningen aanwezig zijn. Een verandering van een woonbestemming naar verkeersbestemming is hierdoor niet nodig. Hiermee wordt het woon- en leefklimaat van de omgeving niet of in ieder geval minder worden aangetast. Zeker met een andere oplossing voor een parkeerplaats (zie hieronder) h) Uit de motivatie in het bestemmingsplan blijkt dat het aantal te realiseren parkeerplaatsen minder is dan nodig. Dit is onwenselijk volgens reclamant. Vooraf moet duidelijk zijn wat het eindbeeld is. Als er onvoldoende ruimte is voor parkeren, dan is de ontwikkeling dus te groot. Logischer is om het aantal appartementen te verminderen. i)

Reclamant vindt het onaanvaardbaar dat de bestemming van het perceel Tuinstraat 2a wordt veranderd naar ‘verkeer’ om daar een parkeerplaats te realiseren. Door aanpassing naar een aanvaardbaar plan is deze bestemmingsplanwijziging niet nodig.

j)

Reclamant heeft een alternatief plan om een gedeelte van de bedrijfsbestemming om te zetten in wonen (appartement gedeelte) en een deel in verkeer (voor de Pagina 30 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

parkeerplaatsen). De huidige woonbestemming van Tuinstraat 2a kan zo behouden blijven en de drie woningen kunnen daarop worden geprojecteerd. Reclamant verwacht dat er zo minder afbreuk wordt gedaan aan het huidige woon- en leefklimaat. Reclamant vraagt of deze invulling is onderzocht die minder belastend is voor de omgeving. k) Het plan zoals het nu voorligt leidt tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Hierdoor zullen de bestaande woningen in waarde verminderen. Reactie De zienswijzen van reclamant komt overeen met die van reclamanten 4. Gemakshalve wordt dan ook verwezen nar de bij die zijnswijze gegeven reactie. Als aanvulling daarop wordt ten aanzien van de zienswijze onder i nog het volgende opgemerkt. De gemeente streeft naar harmonisatie van verbeelding en planregels in alle bestemmingsplannen. Zeker in aanloop naar de Omgevingswet is uniformiteit in bestemmingsplannen zeer wenselijk. De systematiek om bij woningbouwlocaties de parkeerplaats te bestemmen met ‘Verkeer’ is de standaard in Laarbeek. Hoewel het realiseren van een parkeerplaats ook mogelijk is binnen een bestemming ‘Wonen’ is overeenstemming tussen de gemeentelijke bestemmingsplannen gewenst. Om te voorkomen dat er bijvoorbeeld bijgebouwen worden gebouwd op de parkeerplaats, wordt er liever gekozen voor de bestemming ‘Verkeer’ dan ‘Wonen’.

De aanvaardbaarheid van de parkeerplaats is onder andere te lezen in reactie 4i. Het college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris van Laarbeek,

de burgemeester van Laarbeek,

J.W.M. van de Ven

F.L.J. van der Meijden

Pagina 31 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

Bijlage – bezonningstudie

Pagina 32 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

Pagina 33 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

Pagina 34 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

Pagina 35 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

Pagina 36 van 37

Zaaknummer:

5488-2021

Documentnummer:

5488-2021:788258

Pagina 37 van 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=beb5b970-ec99-48df-a843-2fdd0b53d6ee