CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

6 20210224 Bestemmingsplan Bijlage 5 - Verkennend bodem- en asbest onderzoek.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 24 februari 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Mgr. Verhagenstraat ongenummerd31.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND BODEM- EN ASBEST IN GRONDONDERZOEK CONFORM NEN5740 EN NEN5707 Locatie Opdrachtgever Projectnummer Datum -definitief-

: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk : Kragt : 25.18.00041.1 : 13 april 2018

Onderzoeksgegevens Soort onderzoek Methode Veldwerk

Onderzoekslocatie Projectnummer Datum uitvoering Datum watermonstername Datum rapportage

Verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek NEN 5740 en NEN 5707 conform BRL SIKB 2000 versie 5 (VKB-protocollen 2001 versie 3.2, 2002 versie 4 en 2018 versie 3.2) vaststellen of op de onderzoekslocatie een milieuhygiënische bodemverontreiniging aanwezig is bepalen of de verdenking van bodemverontreiniging met asbest terecht is, en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk 25.18.00041.1 21 en 29 maart 2018 29 maart 2018 13 april 2018

Opdrachtgever Opdrachtgever Contactpersoon Postadres Postcode en plaats Telefoonnummer

Kragt de heer J. Kivits Torenallee 45 5617 BA EINDHOVEN 040-3041474

Doelstelling (1) Doelstelling (2)

Opdrachtnemer Opdrachtnemer Contactpersoon ezoekadres Postcode en plaats Telefoonnummer Website e-mail Veldwerk

SGS Search Ingenieursbureau B.V. Marc Jansen Meerstraat 2 5473 ZH HEESWIJK 088 – 214 66 00 www.sgssearch.nl milieu@sgssearch.nl Aart Schaftenaar Berend Duindam (in opleiding) Rob Milder (VCMI)

Colofon Rapportage Opgesteld door

Bas Nelemans, MSc.

Goedgekeurd door

Jeroen Geerdink MSc.

Datum/paraaf controle

16 april 2018

……………

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

SAMENVATTING Dit rapport presenteert de resultaten van een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek op de locatie Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk naar aanleiding van een aanvraag van Kragt. Algemeen De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als opslagplaats voor diverse materialen en producten en heeft een oppervlakte van circa 2550 m2. Het terrein is deels bebouwd. Het onbebouwde terrein is deels onverhard en deels verhard met klinkers. De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling. In verband hiermee wordt het van belang geacht inzicht te verkrijgen in milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) en de aanwezigheid van asbest(houdende materialen) in de bodem. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is en of de verdenking van bodemverontreiniging met asbest terecht is. Werkzaamheden Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740 van het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI; januari 2009) en de NEN5707 “Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, d.d. augustus 2015. Op basis van de historische gegevens is het verkennend bodemonderzoek opgedeeld in 5 verschillende deellocaties. Elke deellocatie heeft een eigen onderzoeksstrategie: 1. Overig terrein (showroom en buitenterrein) (ca.

2.000 m2) VED-HE (verdachte (deel)locatie met bekende plaats van diffuse, heterogene bodembelasting) 2. Werkplaats (ca. 20 m2) VED-HE (verdachte (deel)locatie met bekende plaats van diffuse, heterogene bodembelasting) 3. Wasplaats (ca. 20 m2) VEP (verdachte (deel)locatie met plaatselijke bodembelasting en duidelijke kern) 4. Werkplaats magazijn (ca. 500 m2) VED-HE (verdachte (deel)locatie met bekende plaats van diffuse, heterogene bodembelasting) 5. Bovengrondse olie-opslag (ca. 10 m2) VEP (verdachte (deel)locatie met plaatselijke bodembelasting en duidelijke kern) Het verkennend onderzoek asbest in grond conform NEN 5707 heeft plaatsgevonden volgens de volgende strategie: Verdachte locatie met onbekende plaats bodembelasting Het onderzochte terrein heeft een oppervlakte van circa 2.550 m2. Verdeeld over het terrein zijn 27 boringen verricht, te weten:  15 boringen tot 0,5 á 1,2 m-mv;  7 boringen tot 2,0 m-mv  5 boringen met peilbuis tot 2,8 á 3,5 m-mv. Er zijn 13 proefgaten gegraven tot 0,5 m-mv. Er zijn 4 grond(meng)monsters van de bovengrond onderzocht op het NEN-grondpakket. Tevens zijn 2 grondmengmonsters (0,0-1,0 m-mv) onderzocht op minerale olie (inclusief organisch stofgehalte) en zijn 4 grond(meng)monsters van de boven- en ondergrond geanalyseerd op het gehalte aan minerale olie en vluchtige aromaten.

Naar aanleiding van het aantreffen van matig verhoogde gehalten aan

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

lood in MM5 zijn de 3 individuele grondmonsters geanalyseerd op lood. Tevens zijn naar aanleiding van het aantreffen van matig verhoogde gehalten aan zink in MM3 een viertal individuele grondmonsters geanalyseerd op zink. Er zijn 2 grondwatermonsters onderzocht op het NEN-grondwaterpakket. Tevens zijn 3 grondwatermonsters onderzocht op minerale olie en aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen). Er zijn 3 grondmengmonsters van de bovengrond onderzocht op asbest conform de NEN5898. Resultaten Door middel van het uitgevoerde onderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en of de verdenking van een bodemverontreiniging met asbest op de locatie Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk terecht is. Milieuhygiënische kwaliteit grond en grondwater Deellocatie 1: overig terrein Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond (0,0-1,3 m-mv) licht tot matig verhoogde gehalten aan zink en licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, kwik, lood en PAK zijn aangetroffen. Tevens is in de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) van boring 06 een matig verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. Uit de analyseresultaten van de individuele grondmonsters van MM3 blijkt dat er sterk verhoogde gehalten aan zink zijn aangetroffen in boringen 05 (0,5-0,7 m-mv) en 07 (0,8-1,3 m-mv).

De overige twee grondmonsters zijn niet tot licht verontreinigd met zink. Deellocatie 2: werkplaats Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan minerale zijn aangetroffen. Deellocatie 3: wasplaats Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond matig verhoogde gehalten aan lood en licht verhoogde gehalten aan kobalt, zink, cadmium en minerale zijn aangetroffen. Uit de analyseresultaten van de individuele grondmonsters van MM5 op lood is gebleken dat de bovengrond van boring 17 (0,12-0,50 m-mv) sterk verontreinigd is met lood. De twee overige grondmonsters (18 en 19) van het mengmonster bevatten geen verhoogde gehalten aan lood. Deellocatie 4: werkplaats magazijn Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan minerale zijn aangetroffen. Deellocatie 5: Olie opslag Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bodem geen verhoogde gehalten zijn aangetroffen. Grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater ter plaatse van peilbuis 19 (deellocatie 3: wasplaats) licht verontreinigd is met barium. In de overige peilbuizen zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Asbesthoudende materialen op het maaiveld Uit de visuele inspectie blijkt dat op het maaiveld zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen.

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Asbesthoudende materialen in de bodem Uit de visuele inspectie van het vrijgekomen bodemmateriaal blijkt dat zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal in de bodem is aangetroffen. In de fijne fractie is eveneens geen asbest aangetroffen in een verhoogd gehalte ten opzichte van de detectiegrens. Uit toetsing van de analyseresultaten wordt geconcludeerd dat het gehalte aan asbest in de bodem kleiner is dan 50 mg/kg d.s. (toetsingscriterium nader onderzoek). Conclusie en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek Op basis van de resultaten van het milieuhygiënische onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “verdachte (deel)locatie(s)” juist is. Aangezien plaatselijk sprake is van een sterk verhoogd gehalte aan lood en zink en een matig verhoogd gehalten aan minerale olie, is er aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Aangezien er tijdens het voorgaande bodemonderzoek, uitgevoerd door Search Ingenieursbureau (2007) sterke verontreinigingen zijn aangetroffen, kan niet worden uitgesloten dat in de huidige situatie ook sterke verontreinigingen aanwezig zijn. Om hier inzicht in te krijgen, dient een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 uitgevoerd te worden. Het doel van dit nader onderzoek is het verkrijgen van een beter beeld van de aard en omvang van de (sterke) verontreinigingen op de onderzoekslocatie.

Met het nader onderzoek wordt inzicht verkregen in de omvang van de verontreiniging. Indien er sprake is van > 25 m3 verontreinigde grond (of > 100 m3 verontreinigd bodemvolume / grondwater) is er sprake van een saneringsplicht volgens de wet Bodembescherming. De urgentie van de sanering (bepaald door de Provincie) wordt bepaald door de risico’s. Het risico van de verontreiniging wordt bepaald door de humane risico’s, ecologische risico’s en het verspreidingsrisico. Verkennend onderzoek asbest in grond Op basis van de resultaten van het asbest in grondonderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “verdachte locatie” onjuist is. Tevens kan gesteld worden dat de doelstelling van het onderzoek, om na te gaan of de verdenking met asbest terecht is, is behaald. Op de locatie is geen asbest aangetroffen in een gehalte boven de detectiegrens, waardoor de locatie onverdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hoeven er geen beperkingen te worden gesteld aan het huidig en toekomstig gebruik van de locatie.

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Aanleiding en doel van het onderzoek 1.3. Partijdigheid 1.4. Normering 1.5. Opbouw van het rapport

1 1 1 1 1 2

2. HISTORISCH ONDERZOEK 2.1. Algemeen 2.2. Geografische gegevens 2.3. Afbakening geografisch besluitvormingsgebied 2.4. Historische gegevens 2.5. Huidig en toekomstig gebruik 2.6. Geohydrologische situatie 2.7. Onderzoekshypothese verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 2.8. Onderzoekshypothese verkennend onderzoek asbest in grond conform NEN5707

3 3 3 3 3 6 6 7 8

3. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN 3.1. Verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 3.2. Verkennend bodemonderzoek conform NEN5707

9 9 10

4. RESULTATEN VAN HET VERKENNEND BODEMONDERZOEK 4.1. Resultaten veldonderzoek 4.2. Resultaten laboratoriumonderzoek

12 12 14

5. RESULTATEN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN GROND 5.1. Visuele inspectie maaiveld 5.2. Veldinspectie diepere bodemlaag 5.3. Berekening totale concentratie asbest

16 16 16 17

6. INTERPRETATIE VAN RESULTATEN 6.1. Algemeen 6.2. Milieuhygiënische kwaliteit van de bodem 6.3. Asbest

18 18 18 19

7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1. Milieuhygiënische situatie grond en grondwater Verkennend bodemonderzoek Verkennend onderzoek asbest in grond

20 20 20 21

8. KWALITEITSBORGING EN ONDERZOEKSBETROUWBAARHEID

22

9. REFERENTIES EN LITERATUUR

23

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

BIJLAGE 1: TOPOGRAFISCHE LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2: SITUATIETEKENING BIJLAGE 3: BOORBESCHRIJVINGEN BIJLAGE 4: ANALYSERESULTATEN MILIEUHYGIËNISCH ONDERZOEK BIJLAGE 5: ANALYSECERTIFICATEN GROND- EN GRONDWATERMONSTERS BIJLAGE 6: ANALYSECERTIFICATEN ASBEST BIJLAGE 7: FOTO’S ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 8: VERKLARENDE WOORDENLIJST (ALFABETISCH)

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

1. INLEIDING 1.1. Algemeen Kragt heeft aan SGS Search Ingenieursbureau B.V. opdracht verleend om op het perceel Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uit te voeren. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als opslagplaats voor diverse materialen en producten en heeft een oppervlakte van circa 2.550 m2. Het terrein is deels bebouwd. Het onbebouwde terrein is deels onverhard en deels verhard met klinkers. De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling. In verband hiermee wordt het van belang geacht inzicht te verkrijgen in milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) en de aanwezigheid van asbest(houdende materialen) in de bodem. De topografische ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven op bijlage 1. Een overzicht van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 7. 1.2. Aanleiding en doel van het onderzoek De aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling. In verband hiermee wordt het van belang geacht inzicht te verkrijgen in milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) en de aanwezigheid van asbest(houdende materialen) in de bodem.

Doelstelling verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Het verkennend bodemonderzoek is er niet op gericht de exacte omvang en ernst van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740 van het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI; januari 2009). Doelstelling verkennend onderzoek asbest in grond conform NEN5707 Het verkennend onderzoek asbest in grond heeft het doel om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van bodemverontreiniging met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Het verkennend onderzoek asbest in grond is uitgevoerd conform de NEN5707 “Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, d.d. augustus 2015. 1.3. Partijdigheid SGS Search Ingenieursbureau B.V. heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft. SGS Search Ingenieursbureau B.V.

garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek wordt uitgevoerd. 1.4. Normering In een brief van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal [ref: BWL/2004000321] van 3 maart 2004 is het volgende bepaald:

1

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

• •

een interventiewaarde voor asbest in bodem, grond en baggerspecie van 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbest concentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie); een restconcentratienorm voor de toepassing en het hergebruik van alle asbestbevattende materialen (incl. grond, baggerspecie en puin(granulaat) van 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbest concentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie).

In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek asbest in grond. In de bijlage is een overzicht weergegeven van relevante referenties en literatuur. 1.5. Opbouw van het rapport In dit rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • historisch onderzoek (hoofdstuk 2); • uitgevoerde werkzaamheden (hoofdstuk 3); • de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 4); • de resultaten van het verkennend onderzoek asbest in grond (hoofdstuk 5); • interpretatie van resultaten (hoofdstuk 6); • conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 7); • kwaliteitsborging en betrouwbaarheid (hoofdstuk 8); • referenties en literatuur (hoofdstuk 9).

2

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

2. HISTORISCH ONDERZOEK 2.1. Algemeen Het doel van een historisch onderzoek is te bepalen of er gegevens over bodemverontreiniging en / of bodembedreigende activiteiten bekend zijn, die relevant zijn voor het bodemonderzoek. Het historisch onderzoek wordt op zodanige wijze ingestoken dat hypotheses kunnen worden opgesteld en vervolgens een opzet voor onderzoek kan worden ontworpen die het best aansluit bij de specifieke kenmerken van de betreffende locatie. Het historisch onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 “Bodem- Landbodem- Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut, januari 2009” en bijlage E bij de NEN 5707 “Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, augustus 2015”. Aangezien het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling, is er een standaard vooronderzoek uitgevoerd. 2.2. Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geografische gegevens onderzoekslocatie

Gemeente: Adres: Kadastrale gegevens: Coördinaten: Oppervlakte onderzoekslocatie:

Laarbeek Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Gemeente: Laarbeek Nummers: 1140, 1219, 1240 en Sectie: C 1241 x: 171.966 y: 394.579 Circa 2.550 m2

2.3. Afbakening geografisch besluitvormingsgebied Het geografische besluitvormingsgebied is het geografische gebied waarover een besluit moet worden genomen en waarop het daadwerkelijke bodemonderzoek zich richt. Voor de afbakening is in verband met de voorgenomen herontwikkeling gekozen voor een perceelsgewijze afbakening. Het geografisch gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft, wordt de onderzoekslocatie genoemd. Het vooronderzoek heeft zich gericht op (een deel van) het perceel waarbinnen het geografisch besluitvormingsgebied valt en de aangrenzende percelen tot een maximale afstand van 25 meter. 2.4. Historische gegevens De volgende informatiebronnen zijn gebruikt om de voor het vooronderzoek noodzakelijke informatie te verkrijgen: • • • • • •

Gemeente Laarbeek (incl. bodemkwaliteitskaart); Archief van Omgevingsdienst Zuidoost Brabant; Bodemloket; Kadaster; Terreininspectie; Luchtfoto’s;

Hieronder is een beschrijving gegeven van de meest relevante informatie die het historisch onderzoek heeft opgeleverd. Vervolgens is aangegeven welke deellocatie(s) potentieel verdacht is/zijn op het voorkomen van een bodemverontreiniging.

3

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Archiefonderzoek Omgevingsdienst Zuidoost Brabant Op basis van de beschikbare informatie kan worden gesteld dat er (asbest)verdachte activiteiten en gebeurtenissen hebben plaatsgevonden op de onderzoekslocatie en/of in de directe omgeving, zoals verwoord in paragraaf E.2.2. van bijlage E, behorende bij de NEN 5707:2015. De verdachte activiteiten en gebeurtenissen zijn vermeld in tabel 2.2. Tabel 2.2: (Asbest)verdachte (bedrijfs)activiteiten/ gebeurtenissen/objecten

Actviteit/gebeurtenis/ object

Periode/bouwjaar

Verdenking

Monseigneur Verhagenstraat 2-6

minerale olieproductengroothandel (geen brandstoffen)

onbekend

Benzeen, n-octaan, tolueen en xyleen.

Monseigneur Verhagenstraat 2-6

machinegroothandel

onbekend

n-decaan, PCB’s en xyleen.

Locatie Onderzoekslocatie

Benzeen, fluorantheen, lood, ndecaan, n-octaan, naftaleen, tolueen en xyleen. Asbest, fluorantheen, Monseigneur landbouwmachinereparat molybdeen, PCB's, tolueen, onbekend Verhagenstraat 2-6 iebedrijf trichloorethaan, trichlooretheen en vinylchloride. Asbest, chroom, cyanide, dichloormethaan, fluorantheen, Monseigneur landbouwmachinefabriek onbekend koper, n-decaan, nikkel, PCB's, Verhagenstraat 2-6 trichlooretheen, vinylchloride, xyleen en zink. Benzeen, fluorantheen, lood, Monseigneur benzine-service-station 1964 - onbekend MTBE, n-decaan, n-octaan, Verhagenstraat 2-6 naftaleen, tolueen en xyleen. Benzeen, fluorantheen, lood, nMonseigneur brandstoffengroothandel 1952 - 1993 decaan, n-octaan, naftaleen, Verhagenstraat 2-6 (vloeibaar) tolueen en xyleen. Benzeen, chroom, cyanide, dichloormethaan, fluorantheen, Monseigneur rijwiel- en koper, n-octaan, nikkel, PCB's, 1952 - 1993 Verhagenstraat 2-6 motorrijwielindustrie tolueen, trichloorethaan, trichlooretheen, vinylchloride en zink. Asbest, chroom, cyanide, dichloormethaan, fluorantheen, Monseigneur machine- en apparaten1952 - 1993 koper, n-decaan, nikkel, PCB's, Verhagenstraat 2-6 reparatiebedrijf trichlooretheen, vinylchloride, xyleen en zink. petroleum- of Benzeen, fluorantheen, nMonseigneur kerosinetank 1939 - onbekend decaan, n-octaan, naftaleen, Verhagenstraat 2-6 (ondergronds) tolueen en xyleen.

Monseigneur Fenol, tolueen en timmerwerkplaats 1939 - onbekend Verhagenstraat 2-6 trichloorethaan. Omgeving onderzoekslocatie (maximaal 25 m afstand van de onderzoekslocatie) Benzeen, fluorantheen, lood, Monseigneur benzine-service-station 1930 - onbekend MTBE, n-decaan, n-octaan, Verhagenstraat 1 naftaleen, tolueen en xyleen. Monseigneur Verhagenstraat 2-6

brandstoftank (ondergronds)

onbekend

Op de onderzoekslocatie en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken zijn weergegeven in tabel 2.3.

4

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Tabel 2.3: Overzicht reeds uitgevoerde bodemonderzoeken

Documentgegevens Onderzoekslocatie Locatie: Monseigneur Verhagenstraat 2-6 Soort onderzoek: verkennend bodemonderzoek Uitvoerend bureau: Search Milieu B.V. Referentienummer: 256019.1 Datum: 14-03-2006

Samenvatting resultaten en conclusies

Locatie: Monseigneur Verhagenstraat 2-6 Soort onderzoek: Nader bodemonderzoek Uitvoerend bureau: Search Milieu B.V. Referentienummer: 256149.1 Datum: 22-02-2007

Aanleiding: resultaten voorgaand onderzoek (256019.1, 14-032006). Grondsituatie: ter plaatse van de oprit/voorzijde zijn matig tot sterk verhoogde gehalten met zink aangetroffen (0,0-1,0 mmv). Tevens licht tot matig verhoogde gehalten aan lood en koper, en licht verhoogde gehalten met cadmium, nikkel, kwik, PAK en minerale olie. De hoeveelheid licht tot sterk verontreinigde grond ter plaatse van deze deellocatie werd geschat op circa 400 m3. Ter plaatse van de wasplaats en bovengrondse dieseltanks zijn in de bovengrond plaatselijk sterk verhoogde gehalten met minerale olie gemeten. De exacte omvang is niet bepaald. Grondwater: geen verontreinigingen aangetoond.

Aanleiding: voorgenomen verkoop van de locatie. Grond: ter plaatse van de oprit en straatzijde zijn sterk verhoogde gehalten aan lood gemeten. Elders matig verhoogde gehalten aan koper, zink (ondergrond) en minerale olie en licht verhoogde gehalten aan cadmium, nikkel, PAK en EOX in de boven- en ondergrond. Grondwater: licht verontreinigd met tetrachlooretheen.

Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er in de bodem op de onderzoekslocatie wel puin is aangetroffen. Er is geen informatie beschikbaar, waarmee onderbouwd kan worden dat de bodem niet als asbestverdacht dient te worden beschouwd als gevolg van de aanwezigheid van de bijmengingen met puin. Er zijn geen gegevens bekend over de mogelijke aanwezigheid van gedempte sloten. Informatie met betrekking tot de aanwezigheid van archeologische waarden is niet bekend geworden. Informatie met betrekking tot niet gesprongen explosieven is niet bekend geworden. Asbestinventarisatie Er zijn zover bekend is in het verleden geen asbestinventarisaties uitgevoerd op de onderzoekslocatie. Opdrachtgever terrein De opdrachtgever heeft aangegeven dat de volgende bodembedreigende processen, asbesttoepassingen en/of bodemverontreinigingen op de onderzoekslocatie aanwezig zijn: • Wasplaats • Bovengrondse olie opslag • Werkplaats/magazijn • Werkplaats • Voormalige ondergrondse tank(s) ter plaatse van het overige terrein Terreininspectie Tijdens de terreininspectie zijn geen indicaties verkregen die, buiten de hierboven genoemde potentiele bodembedreigende processen, in verband kunnen worden gebracht met een mogelijke bodemverontreiniging (met asbest) op de onderzoekslocatie. Bodemkwaliteitskaart In de gemeente Laarbeek is geen bodemkwaliteitskaart opgesteld.

5

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Conclusie historische gegevens Op basis van de bovenstaande gegevens blijkt dat de bodem op de onderzoekslocatie verdacht is op een bodemverontreiniging met asbest. Op basis van de bovenstaande gegevens blijkt dat de (voormalige) activiteiten op de onderzoekslocatie (wasplaats, bovengrondse olie opslag, werkplaats/magazijn, werkplaats en voormalige ondergrondse tank(s) ter plaatse van het overige terrein) als verdachte locaties met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging kunnen worden aangemerkt. 2.5. Huidig en toekomstig gebruik De locatie is momenteel in gebruik als opslag voor producten en materialen en heeft een oppervlakte van circa 2.550 m2. Het terrein is deels bebouwd. Het onbebouwde terrein is deels onverhard en deels verhard met klinkers en beton. Het bebouwde deel is deels verhard met beton en vloeistofdichte klinkers/tegels. De onderzoekslocatie is gelegen in een industriegebied en ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. In de omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk bedrijven- en industrieterreinen. Ook bevindt het kanaal “Zuid-Willemsvaart” nabij de onderzoekslocatie. In de nabije toekomst wordt de locatie herontwikkeld. De ligging van mogelijk verdachte plaatsen/activiteiten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. 2.6.

Geohydrologische situatie De geohydrologische situatie met betrekking tot de onderzoekslocatie en de directe omgeving is weergegeven in tabel 2.4 en 2.5. Figuur 2.1: Verticale doorsnede van de lithostratigrafie. De locatie ligt op 0,9 km vanaf punt A

Toelichting legendacode: Letters 1-2 = Laagcode; Letter 3 = Dominante textuur; Cijfer = Eenheidsnummer

Tabel 2.4: Algemene hydrologische informatie

6

Hoogte maaiveld [m+NAP]

Freatisch grondwater t.o.v. maaiveld [m]

Stromingsrichting

15

1,6

Zuidwestelijk

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Tabel 2.5: Nadere informatie per lithostratigrafische eenheid Laagnummer

Van [m+NAP]

Tot [m+NAP]

Naam

Code

Bodemkundige samenstelling

1

14

-4

Formatie van Boxtel

BX

Zand, matig fijn tot matig grof, zwak siltig, kalkloos tot kalkhoudend

2

-4

-25

Formatie van Beegden

BE

Zand, matig grof tot uiterst grof, zwak tot sterk grindig, overwegend kalkloos

3

-25

-36

Formatie van Sterksel

ST

Zand, matig grof tot uiterst grof, zwak tot sterk grindig, kalkloos tot kalkrijk

Bronnen: Data Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland – TNO 2.7. Onderzoekshypothese verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 Op basis van het historisch onderzoek conform de NEN5725 wordt het verkennend bodemonderzoek op de locatie Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk opgedeeld in 5 verschillende deellocaties. Elke deellocatie heeft een eigen onderzoeksstrategie: 1. Overig terrein (showroom en buitenterrein) (ca. 2.000 m2) VED-HE (verdachte (deel)locatie met bekende plaats van diffuse, heterogene bodembelasting) 2. Werkplaats (ca. 20 m2) VED-HE (verdachte (deel)locatie met bekende plaats van diffuse, heterogene bodembelasting) 3. Wasplaats (ca. 20 m2) VEP (verdachte (deel)locatie met plaatselijke bodembelasting en duidelijke kern) 4. Werkplaats magazijn (ca. 500 m2) VED-HE (verdachte (deel)locatie met bekende plaats van diffuse, heterogene bodembelasting) 5. Bovengrondse olie-opslag (ca. 10 m2) VEP (verdachte (deel)locatie met plaatselijke bodembelasting en duidelijke kern)

Het veldwerk vindt zowel uitpandig als inpandig plaats. Ter plaatse van de inpandige boringen is een vloeistofdichte vloer (beton of klinkers) aanwezig. Voor deze boringen is een betonboor gebruikt. Voor onderhavige onderzoekslocatie worden de in tabel 2.6 vermelde veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd. Tabel 2.6: Overzicht veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie

7

Aantal boringen

Aantal te analyseren (meng)monsters

Mgr. Verhagenstraat

Aantal boringen tot 0,5 m-mv

Aantal boringen tot 2,0 m-mv

Aantal boringen met peilbuis

Verdachte laag

Soort analyse

Grondwater

DL1: overig terrein

10

2

1

3

NEN-grond

1

DL 2: Werkplaats

2

1

1

1

Minerale olie, BTEXN

1

DL 3: wasplaats

2 (tot 1,0 m-mv)

-

1

1

NEN-grond

1

DL4: Werkplaats/ magazijn

2

1

1

1

Minerale olie, BTEXN

1

DL 5: olie opslag

2 (tot 1,0 m-mv)

-

1

1

Minerale olie, BTEXN

1

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Naar aanleiding van een extra potentieel bodembedreigende activiteit, waargenomen tijdens de terreininspectie (voormalige tank op het overige terrein), is een extra peilbuis geplaatst. De veldwerkzaamheden zijn niet geheel conform de bovenstaande onderzoeksopzet uitgevoerd. In het volgende hoofdstuk zijn deze afwijkingen beschreven en gemotiveerd. 2.8. Onderzoekshypothese verkennend onderzoek asbest in grond conform NEN5707 Op basis van het historisch onderzoek conform de NEN 5725 en bijlage E van de NEN 5707:2015 wordt het verkennend onderzoek asbest in grond op de locatie Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie: Verdachte locatie met onbekende plaats bodembelasting Het veldwerk vindt plaats op dat gedeelte van het terrein wat redelijkerwijs toegankelijk is en niet bebouwd is. Voor bovenbeschreven onderzoeksstrategie zijn ten behoeve van de steekproefsgewijze monsterneming de in tabel 2.7 vermelde veldwerkzaamheden uitgevoerd. Tabel 2.7: Overzicht veld- en laboratoriumwerkzaamheden (Deel)locatie

Veldwerkzaamheden

Laboratoriumwerkzaamheden

Mgr. Verhagenstraat

Minimaal aantal te inspecteren punten van het maaiveld

aantal proefgaten tot 0,5 m - mv (actuele contactzone)

en aantal boringen tot ongeroerde ondergrond (maximaal 2,0 m-mv)

Onderzoekslocatie (2.550 m2)

13

13

-

Aantal grondmonsters (fijne fractie)

3

NEN5898

Aantal materiaal verzamelmonsters (grove fractie)

2

NEN5898

De veldwerkzaamheden zijn geheel conform de onderzoeksopzet uitgevoerd.

8

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

3. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN 3.1. Verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 Veldwerk Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is een KLIC-melding verricht voor het bepalen van de ligging van kabels en leidingen. Het veldonderzoek dat is verricht op 21 maart en 29 maart 2018 heeft bestaan uit de volgende werkzaamheden: • Het uitvoeren van een visuele terreininspectie. Mede aan de hand hiervan is de plaats van de boringen bepaald. • Het uitvoeren van in totaal 27 verkennende handboringen, waarvan ◦ 15 tot 0,5 á 1,2 m-mv, ◦ 7 tot 2,0 m-mv en ◦ 5 tot 2,8 á 3,5 m-mv. • Het zintuiglijk beoordelen van het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal op bodemkundige eigenschappen en op eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. • Het nemen van monsters van het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal. De monsters zijn genomen in trajecten van maximaal 0,5 meter. Verschillende bodemlagen zijn hierbij niet gemengd. Eventueel zintuiglijk afwijkende lagen zijn separaat bemonsterd. • Het verpakken van de grondmonsters in glazen potten met een PE-deksel. De grondmonsters zijn gekoeld bewaard. • Het plaatsen van een peilbuis (met een filterlengte van 1,0 m) in de diepere boorgaten. Het filterend deel van de peilbuizen is omgestort met filterzand terwijl het blinde gedeelte met zwelklei (bentoniet) is afgewerkt.

Aangezien een zuigerboor is gebruikt bij het plaatsen van de peilbuizen is het niet mogelijk gebleken de filterbuis tot aan de onderzijde te omstorten met filterzand. Verwacht wordt dat deze afwijking een niet noemenswaardige invloed heeft op het eindresultaat. • Het direct na plaatsing schoonpompen van de peilbuizen. • Het voor divers grondmonsters toepassen van de olie-op-water-test (oliedetectiepan), waarmee de eventuele aanwezigheid van olieachtige verbindingen indicatief kan worden vastgesteld. • De boringen zijn ingemeten met een GPS met een digitale nauwkeurigheid van 3 cm en met behulp van een meetwiel ingemeten vanuit een vast punt. Gezien het spoedeisende karakter van het onderzoek zijn de geplaatste peilbuizen 15, 19 en 22 in afwijking met het gestelde in de SIKB 2000 direct na plaatsing bemonsterd. Aangezien dit als een kritische afwijking wordt beschouwd, kan het kwaliteitslogo niet worden gevoerd. De overige peilbuizen 07, 10 en 24 zijn wel conform de gestelde termijn van de SKIB 2000 bemonsterd. Op 29 maart 2018 zijn de volgende werkzaamheden verricht: • het opnemen van de grondwaterstand in de geplaatste peilbuizen; • het nemen van grondwatermonsters uit de geplaatste peilbuizen; • het meten van de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid van het grondwater in de peilbuizen.

Met betrekking tot het plaatsen van peilbuizen en het bemonsteren van grondwater is rekening gehouden met de NEN 5744. De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden gebaseerd op de BRL SIKB 2000 (VKBprotocollen 2001 en 2002), waarvoor SGS Search Ingenieursbureau B.V. gecertificeerd is door KIWA. Een kritische afwijking op de SKIB 2000 (protocol 2002) is veroorzaakt doordat het grondwater van peilbuizen 15, 19 en 22 direct na plaatsing is bemonsterd. Van de plaats van de boringen is een situatieschets gemaakt, welke is opgenomen in bijlage 2.

9

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Laboratoriumonderzoek De geselecteerde grond- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd in het milieulaboratorium van SGS Belgium NV te Antwerpen en Synlab te Hoogvliet. Dit laboratorium is voor de uitgevoerde analyses geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. Voor zover van toepassing zijn de analyses uitgevoerd conform het normdocument AS3000. Er zijn 4 grond(meng)monsters van de bovengrond onderzocht op het NEN-grondpakket. Dit pakket bevat de volgende parameters: • droge stofgehalte; • organisch stofgehalte; • lutumgehalte; • barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; • minerale olie (GC-methode); • polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10); • polychloorbifenylen (PCB’s). Tevens zijn 2 grondmonster (0,0-1,0 m-mv) onderzocht op minerale olie (inclusief organisch stofgehalte). Daarnaast zijn 4 grond(meng)monsters van de boven- en ondergrond geanalyseerd op de parameters minerale olie en vluchtige aromaten. Dit pakket bevat de volgende parameters: • minerale olie (GC-methode); • vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) • organisch stofgehalte; Naar aanleiding van het aantreffen van matig verhoogde gehalten aan lood in MM5 zijn de 3 individuele grondmonsters geanalyseerd op lood.

Tevens zijn naar aanleiding van het aantreffen van matig verhoogde gehalten aan zink in MM3 een viertal individuele grondmonsters geanalyseerd op zink. 2 grondwatermonsters zijn onderzocht op het NEN-grondwaterpakket. Dit pakket bevat de volgende parameters: • barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; • vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen (BTEXN)) en styreen; • chloorkoolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2 dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform); • minerale olie (GC-methode). Er zijn 3 grondwatermonsters onderzocht op minerale olie en aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen). 3.2. Verkennend bodemonderzoek conform NEN5707 Visuele inspectie maaiveld Het totale oppervlak van de onderzoekslocatie is door een gecertificeerde veldwerker visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbesthoudende materialen. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken.

Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”) en conform de NEN5898 geanalyseerd in het RvA-testen / RvA-inspectie geaccrediteerde laboratorium van SGS Search Laboratorium B.V. Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei). Als de omstandigheden een visuele inspectie niet toelaten dan zijn er, zover mogelijk, maatregelen getroffen om de inspecteerbaarheid te vergroten.

10

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Inspectie en monsterneming bodem De aanvullende veldinspectie heeft plaatsgevonden door steekproefsgewijs de toplaag en de diepere bodemlaag visueel te inspecteren middels het graven van proefgaten en het verrichten van boringen. In eerste instantie zijn proefgaten (0,3 x 0,3 m) gegraven tot circa 0,5 m-mv. Met betrekking tot de inspectie van de diepere bodemlagen zijn boringen geplaatst met een edelmanboor (Ø120 mm). De uitgegraven grond is uitgespreid op een plastic zeil in een laag met een dikte van maximaal 2 cm en is middels zeven over een zeef met maaswijdte 20 mm gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. Aangezien geen asbestverdachte materialen aanwezig waren groter dan 20 mm (grove fractie) zijn geen materiaalverzamelmonsters samengesteld. Van de resterende fijne fractie wordt worden 3 mengmonsters samengesteld met een drooggewicht van minimaal 10 kg. Daarnaast is eveneens de inspectie-efficiëntie van het uitgegraven bodemmateriaal ingeschat. Alle gegevens met betrekking tot de inspectie en monsterneming van de bovenlaag zijn in kaart gebracht en getoetst aan de aangenomen onderzoekshypothese. De proefgaten zijn handmatig met behulp van een meetwiel ingemeten vanuit een vast punt.

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden conform de BRL SIKB 2000 (VKB-protocol 2018), waarvoor SGS Search Ingenieursbureau B.V. gecertificeerd is door KIWA. Alle genoemde analyses vinden plaats volgens het RvA-testen / RvA-inspectie geaccrediteerde kwaliteitszorgsysteem van SGS Search Laboratorium B.V. Veiligheid Gedurende onderzoekswerkzaamheden met betrekking tot asbest in grond moeten veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter voorkoming van besmetting en blootstelling aan asbest. Op basis van de inschatting van de gecertificeerde veldwerker en de uitgevoerde bodemvochtigheidmeting bestond er geen aanleiding om de werkzaamheden onder asbestcondities uit te voeren. De inschatting is gebaseerd op ervaring en de RI&E van SGS Search Ingenieursbureau B.V. naar de risico’s die optreden bij onderzoeken naar asbest in grond. Bij de uitvoering van de werkzaamheden is rekening gehouden met de voorschriften van de CROW 132.

11

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

4. RESULTATEN VAN HET VERKENNEND BODEMONDERZOEK 4.1. Resultaten veldonderzoek Bodemopbouw en grondwaterstand De resultaten van de bodemkundige beoordeling van de boringen staan vermeld in bijlage 3. Op basis van deze waarnemingen kan de bodemopbouw als volgt worden beschreven: Vanaf maaiveld tot circa 3,5 m-mv is de bodem hoofdzakelijk opgebouwd uit zeer fijn tot matig fijn zand. Het grondwater bevond zich op 29 maart 2018 op circa 1,2 á 1,5 m-mv. De in het grondwater gemeten waarden voor de zuurgraad en het geleidingsvermogen kunnen als normaal tot licht verhoogd worden beschouwd. De waarden zijn opgenomen in tabel 4.3. Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk enkele kenmerken waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. De waargenomen kenmerken zijn weergegeven in tabel 4.1. Bij de boringen en/of bodemlagen die niet in de tabel zijn vermeld, zijn zintuiglijk geen verontreinigingskenmerken waargenomen. Tabel 4.1: Zintuiglijk waargenomen verontreinigingskenmerken Boring

Boordiepte (m-mv)

Traject (m-mv)

Zintuiglijke waarnemingen

Deellocatie 1: overige terrein 01

02

03

04

05

06

1,50

2,00

2,00

1,00

1,20

2,00

07

3,50

09

1,30

10

3,00

27

1,00

0,07 - 0,30

sporen baksteen

0,30 - 0,50

matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

0,50 - 1,00

matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

0,07 - 0,50

sporen kolengruis, sporen baksteen

0,50 - 1,00

zwak kolengruishoudend, sporen baksteen

1,00 - 1,50

zwak kolengruishoudend, sporen baksteen

0,07 - 0,50

sporen baksteen

0,50 - 0,65

sporen baksteen

0,65 - 0,80

sporen baksteen, sporen sintels

0,80 - 1,15

sporen aardewerk, sporen baksteen, sporen sintels

1,15 - 1,65

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

1,65 - 2,00

gestaakt op obstakel

0,07 - 0,50

sporen kolengruis, sporen baksteen

0,07 - 0,30

sporen baksteen

0,30 - 0,50

sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen aardewerk, sporen glas

0,50 - 0,70

sporen baksteen, sporen kolengruis

0,50 - 1,00

zwak puinhoudend, sterke olie-water reactie

1,00 - 1,30

zwak kolengruishoudend, matige olie-water reactie

1,30 - 1,50

zwakke olie-water reactie

0,50 - 0,80

sporen baksteen

0,80 - 1,30

sporen baksteen, zwak kolengruishoudend

0,07 - 0,50

sporen baksteen, sporen kolengruis

0,50 - 0,80

sporen kolengruis

1,50 - 1,70

zwakke olie-water reactie

1,70 - 2,00

zwakke olie-water reactie

0,15 - 0,30

sporen glas, zwak plastichoudend, sporen aardewerk

0,50 - 1,00

zwak puinhoudend

0,50 - 1,00

sporen puin

Deellocatie 2: werkplaats 15

12

3,20

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Deellocatie 3: wasplaats 18

1,00

0,50 - 1,00

sporen puin

19

3,20

0,40 - 1,20

zwak baksteenhoudend

0,50 - 1,50

matig puinhoudend

Deellocatie 4: werkplaats magazijn 22

3,20

Voor analyse in het laboratorium zijn grondmengmonsters samengesteld en/of individuele grondmonsters geselecteerd. Bij het samenstellen van grondmengmonsters is onder meer rekening gehouden met de verticale gelaagdheid, bodemsamenstelling, (antropogene) bijmengingen en locatiespecifieke omstandigheden. De samenstelling van de geselecteerde (meng)monsters is weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Overzicht samenstelling mengmonsters Mengmonster

Boringnummer(s)

Monstertrajecten (in m-mv)

Zintuiglijke waarnemingen

Geanalyseerde parameters

Deellocatie 1: overig terrein

MM1

02, 04, 05 en 09

0,07 - 0,50

sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen aardewerk, sporen glas

NEN5740

MM2

01

0,30 - 1,00

matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

NEN5740

MM3

03, 05 en 07

0,07 - 1,30

matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

NEN5740

06-2

06

0,50 - 1,00

zwak puinhoudend, sterke olie-water reactie

Minerale olie

10-4

10

1,50 - 1,70

zwakke olie-water reactie

Minerale olie/BTEXN

03

0,07 - 0,50

Sporen baksteen

Zink

sporen baksteen, sporen kolengruis

Zink

Uitsplitsing MM3 op zink 03-1 05-3

05

0,50 - 0,70

07-2

07

0,50 - 0,80

sporen baksteen

Zink

07

0,80 - 1,30

sporen baksteen, zwak kolengruishoudend

Zink

13, 14, 15 en 16

0,05 - 0,50

-

Minerale olie/BTEXN

0,12 - 0,50

-

NEN5740

07-3 Deellocatie 2: werkplaats MM6

Deellocatie 3: wasplaats MM5

17, 18 en 19

Uitsplitsing MM5 op lood 17-1

17

0,12 - 0,50

-

Lood

18-1

18

0,18 - 0,50

-

Lood

19-1

19

0,18 - 0,40

-

Lood

Deellocatie 4: werkplaats magazijn MM7

20, 21 en 23

0,05 - 0,50

-

Minerale olie/BTEXN

22-1

22

0,19 - 0,50

matig puinhoudend

Minerale olie

24, 25 en 26

0,05 - 0,50

sporen glas, zwak plastichoudend, sporen aardewerk

Minerale olie/BTEXN

Deellocatie 5: olie opslag MM4

13

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

In tabel 4.3 wordt voor iedere bemonsterde peilbuis de filterdiepte, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (EC), de troebelheid en de grondwaterstand vermeld. Tabel 4.3: Overzicht gegevens grondwater Peilbuisnummer

Filterstelling (m-mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Grondwaterstand (m-mv)

07

2,50 - 3,50

6,8

499

41,2

1,58

10

2,00 - 3,00

7,5

377

14,6

1,53

15

2,20 - 3,20

7,0

231

155

1,21

19

2,20 - 3,20

6,6

673

33,1

1,30

22

2,20 - 3,20

6,6

492

42,2

1,37

24

1,80 - 2,80

8,3

160

206

1,17

4.2. Resultaten laboratoriumonderzoek De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in bijlage 4. Kopieën van de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden die door het Ministerie van I&M, in het kader van de Wet Bodembescherming, zijn vastgelegd in de Circulaire Bodemsanering 2013 (d.d. 1 juli 2013) en de Regeling Bodemkwaliteit (d.d. 1 januari 2015) rekening houdend met BoToVa. In de tabellen is tevens het toetsingsresultaat weergegeven. Uit de analyseresultaten blijkt dat in een aantal van de onderzochte monsters gehalten boven de achtergrondwaarde c.q. streefwaarde zijn aangetroffen. De resultaten zijn weergegeven in de tabellen 4.4 (grond) en 4.5 (grondwater). Tabel 4.4: Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondmonsters Monsternummer

Monstertraject (m-mv)

Visuele waarneming

Overschrijding* Achtergrondwaarde

Tussenwaarde ½ (AW+I)

Interventiewaarde

Indicatieve waarde BBK

Deellocatie 1: overig terrein MM1

0,07 0,50

sporen baksteen, sporen kolengruis, sporen aardewerk, sporen glas

Zink, lood, PAK

-

-

Klasse wonen

MM2

0,30 1,00

matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

-

-

-

Altijd toepasbaar

MM3

0,07 1,30

matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

Koper, cadmium, kwik, lood, PAK

Zink

-

Klasse industrie

06-2

0,50 1,00

zwak puinhoudend, sterke olie-water reactie

-

Minerale olie

-

Niet toepasbaar

10-4

1,50 1,70

zwakke olie-water reactie

-

-

-

Altijd toepasbaar

Uitsplitsing MM3 op zink 03-1

0,07 0,50

Sporen baksteen

zink

-

-

Klasse wonen

05-3

0,50 0,70

sporen baksteen, sporen kolengruis

-

-

zink

Niet toepasbaar > interventiewaarde

0,50 0,80

sporen baksteen

-

-

-

Altijd toepasbaar

0,80 1,30

sporen baksteen, zwak

-

-

zink

Niet toepasbaar > interventie-

07-2 07-3

14

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

kolengruishoudend

waarde

Deellocatie 2: werkplaats MM6

0,05 0,50

-

Minerale olie

-

-

Niet toepasbaar

-

Kobalt, zink, cadmium, minerale olie

lood

-

Niet toepasbaar

Deellocatie 3: wasplaats MM5

0,12 0,50

Uitsplitsing MM5 op lood 17-1

0,12 0,50

-

-

-

lood

Niet toepasbaar > interventiewaarde

18-1

0,18 0,50

-

-

-

-

Altijd toepasbaar

19-1

0,18 0,40

-

-

-

-

Altijd toepasbaar

Deellocatie 4: werkplaats magazijn MM7

0,05 0,50

-

Minerale olie

-

-

Klasse industrie

22-1

0,19 0,50

matig puinhoudend, geen olie-water reactie

-

Minerale olie

-

Niet toepasbaar

Deellocatie 5: olie opslag sporen glas, zwak plastichoudend, Altijd toepasbaar sporen aardewerk *) De parameter barium wordt, conform Circulaire bodemsanering, uitsluitend getoetst indien sprake is van een visueel waargenomen antropogene bijmenging MM4

0,05 0,50

Tabel 4.5: Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondwatermonsters

Peilbuis

Monstertraject (m-mv)

07 10

Overschrijding Streefwaarde

Tussenwaarde ½ (S+I)

Interventiewaarde

2,50 - 3,50

-

-

-

2,00 - 3,00

-

-

-

15

2,20 - 3,20

-

-

-

19

2,20 - 3,20

barium

-

-

22

2,20 - 3,20

-

-

-

24

1,80 - 2,80

-

-

-

Op basis van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem besproken in hoofdstuk 6.

15

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

5. RESULTATEN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN GROND 5.1. Visuele inspectie maaiveld Op 21 maart 2018 is de toplaag van de onderzoekslocatie visueel geïnspecteerd. Tijdens de visuele inspectie waren de weersomstandigheden bewolkt. De weersomstandigheden vormden geen belemmering voor het uitvoeren van de visuele inspectie. Het maaiveld was gedeeltelijk verhard en gedeeltelijk begroeid met vegetatie. De inspectie-efficiëntie van de visuele inspectie van de toplaag wordt geschat op 70-90 %, aangezien het terrein bestaat uit zand, de bodem vochtig en vastgereden was en er vegetatie aanwezig was. Op het maaiveld is (gedeeltelijk) een verhardingslaag aangetroffen, waardoor er een beperkte visuele inspectie heeft plaatsgevonden. Opgemerkt dient te worden dat, ondanks de visuele inspectie werd beperkt de verwachting bestaat dat het maaiveld toch afdoende geïnspecteerd is. Uit de resultaten van de visuele inspectie blijkt dat er op het maaiveld geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen. 5.2. Veldinspectie diepere bodemlaag Voor de bodemkundige beoordeling wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk enkele verontreinigingskenmerken waargenomen, die kunnen duiden op bijmengingen met asbesthoudend materiaal. De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in tabel 4.1.

Bij de proefgaten en/of bodemlagen die niet in de tabel zijn vermeld, zijn zintuiglijk geen verontreinigingskenmerken waargenomen. In de grond vrijgekomen uit de proefgaten is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Een overzicht van de geselecteerde (meng)monsters is weergegeven in tabel 5.1. De gegraven proefgaten zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Tabel 5.1: Overzicht geselecteerde mengmonsters

Mengmonsters

Proefgaten

Monstertraject (m-mv)

Bodem samenstelling

Asbestverdacht materiaal

Analyse

MMA1

02, 09 en 26

0,0 – 0,5

Zand

Nee

Ja, NEN5898

MMA2

05, 10 en 12

0,0 – 0,5

Zand

Nee

Ja, NEN5898

MMA3

04

0,0 – 0,5

Zand

Nee

Ja, NEN5898

Analyse grove fractie Aangezien geen materialen in de fractie groter dan 20 mm (grove fractie) zijn aangetroffen is deze analyse niet van toepassing. Analyse fijne fractie De analysecertificaten van de grondmonsters die in het laboratorium zijn geanalyseerd, zijn opgenomen in bijlage 7. In tabel 5.2 zijn de resultaten van de geanalyseerde grondmonsters kort samengevat weergegeven. De asbestconcentraties, uitgedrukt in mg/kg droge stof, zijn berekend op basis van de totale hoeveelheid grond die per monster in behandeling is genomen.

16

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Op de analysecertificaten staan de bovengrenzen van de analyses vermeld. Deze gelden als detectiegrenzen en zijn qua hoogte afhankelijk van de onderzochte monstervolumes en de samenstelling van de monsters. Een beschrijving van de ondergrens en de bovengrens is opgenomen in de verklarende woordenlijst. Tabel 5.2: Resultaten analyse grondmonsters (fijne fractie)

1.

2. 3.

(Meng) monster

Proef gat(en)

Traject (m-mv)

Omschrijving

Analyseresultaat1

H/NH2

Totaal asbest (mg/kg) (gewogen gemiddelde)3

MMA1

02, 09 en 26

0,0 – 0,5

-

-

-

< 0,9

MMA2

05, 10 en 12

0,0 – 0,5

-

-

-

< 0,9

-

< 0,9

MMA3 04 0,0 – 0,5 CHR = chrysotiel (wit asbest); AMO = amosiet (bruin asbest); CRO = crocidoliet (blauw asbest); H = hechtgebonden NH = niet hechtgebonden serpentijnasbest concentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie

5.3. Berekening totale concentratie asbest In tabel 5.3 is de som van de concentratie uit de grove fractie en de fijne fractie weergegeven. Tabel 5.3: Concentratie per proefgat/maaiveld

1.

Proefgat (en)

(Meng) monster

Materiaal verzamel monster

Traject (m-m)

Concentratie grove fractie (mg/kg .d.s)

Concentratie geanalyseerde grondmonsters (mg/kg .d.s)

Totaal asbest (mg/kg)(gewogen gemiddelde)1

02, 09 en 26

MMA1

-

0,0 – 0,5

-

< 0,9

< 0,9

05, 10 en 12

MMA2

-

0,0 – 0,5

-

< 0,9

< 0,9

04 MMA3 0,0 – 0,5 < 0,9 serpentijnasbest concentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie

< 0,9

Op basis van de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek worden de resultaten besproken in hoofdstuk 6.

17

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

6. INTERPRETATIE VAN RESULTATEN 6.1. Algemeen Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten van de onderzochte locatie zal men zich altijd moeten realiseren dat het bodemonderzoek gebaseerd is op het nemen van een relatief beperkt aantal monsters op een bepaald moment. Hierbij is getracht een zo representatief mogelijk beeld te krijgen van de samenstelling van de onderzochte bodem. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie toegepast: niet verontreinigd: licht verontreinigd:

matig verontreinigd:

sterk verontreinigd

verontreinigingsconcentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) en/of streefwaarde (grondwater); verontreinigingsconcentratie is lager dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde, maar hoger dan de achtergrondwaarde met betrekking tot grond en is lager dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde, maar hoger dan de streefwaarde met betrekking tot grondwater; verontreinigingsconcentratie is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde, maar hoger dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde voor grond dan wel de streef- en interventiewaarde voor grondwater; verontreinigingsconcentratie overschrijdt de interventiewaarde.

6.2. Milieuhygiënische kwaliteit van de bodem Tijdens de veldwerkzaamheden is plaatselijk een antropogene bijmenging met puin, bakstenen en kolengruis in de boven- en ondergrond aangetroffen. Ook zijn er plaatselijk verdachte geuren en zwakke tot sterke olie-water reacties waargenomen. Dit kan duiden op de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem. Deellocatie 1: overig terrein Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond (0,0-1,3 m-mv) licht tot matig verhoogde gehalten aan zink (MM3) en licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, kwik, lood en PAK zijn aangetroffen. Uit de analyseresultaten van de individuele grondmonsters van MM3 blijkt dat er in de ondergrond van boringen 05 en 07 sterk verhoogde gehalten aan zink zijn aangetroffen. In de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) van boring 06 is een matig verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. Deellocatie 2: werkplaats Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan minerale zijn aangetroffen. Deellocatie 3: wasplaats Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond matig verhoogde gehalten aan lood en licht verhoogde gehalten aan kobalt, zink, cadmium en minerale zijn aangetroffen. Uit de analyseresultaten van de individuele grondmonsters van MM5 op lood is gebleken dat de bovengrond van boring 17 (0,12-0,50 m-mv) sterk verontreinigd is met lood.

De twee overige grondmonsters (18 en 19) van het mengmonster bevatten geen verhoogde gehalten aan lood. Deellocatie 4: werkplaats magazijn Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan minerale zijn aangetroffen. Deellocatie 5: Olie opslag Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bodem geen verhoogde gehalten zijn aangetroffen.

18

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater ter plaatse van peilbuis 19 (deellocatie 3: wasplaats) licht verhoogd is met barium. In de overige peilbuizen zijn geen verhoogde gehalten gemeten. 6.3. Asbest Maaiveld Op het maaiveld is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Bodem Uit de visuele inspectie van het vrijgekomen bodemmateriaal blijkt dat zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal in de bodem is aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de grove als fijne fractie van drie mengmonsters geen asbest is aangetroffen in een verhoogd gehalte ten opzichte van de detectiegrens. Uit toetsing van de analyseresultaten wordt geconcludeerd dat het gehalte aan asbest in de bodem kleiner is dan 50 mg/kg d.s. (toetsingscriterium nader onderzoek).

19

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Door middel van het uitgevoerde onderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en of de verdenking van een bodemverontreiniging met asbest op de locatie Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk terecht is. 7.1. Milieuhygiënische situatie grond en grondwater Resultaten Deellocatie 1: overig terrein Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond (0,0-1,3 m-mv) licht tot matig verhoogde gehalten aan zink en licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, kwik, lood en PAK zijn aangetroffen. Tevens is in de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) van boring 06 een matig verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. Uit de analyseresultaten van de individuele grondmonsters van MM3 blijkt dat er sterk verhoogde gehalten aan zink zijn aangetroffen in boringen 05 (0,5-0,7 m-mv) en 07 (0,8-1,3 m-mv). De overige twee grondmonsters zijn niet tot licht verontreinigd met zink. Deellocatie 2: werkplaats Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan minerale zijn aangetroffen. Deellocatie 3: wasplaats Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond matig verhoogde gehalten aan lood en licht verhoogde gehalten aan kobalt, zink, cadmium en minerale zijn aangetroffen.

Uit de analyseresultaten van de individuele grondmonsters van MM5 op lood is gebleken dat de bovengrond van boring 17 (0,12-0,50 m-mv) sterk verontreinigd is met lood. De twee overige grondmonsters (18 en 19) van het mengmonster bevatten geen verhoogde gehalten aan lood. Deellocatie 4: werkplaats magazijn Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan minerale zijn aangetroffen. Deellocatie 5: Olie opslag Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bodem geen verhoogde gehalten zijn aangetroffen. De verontreiniging met zware metalen en PAK in de boven- en ondergrond is waarschijnlijk te relateren aan de bijmengingen met puin, bakstenen en kolengruis. De verontreinigingen met minerale olie in de boven- en ondergrond is waarschijnlijk te verklaren door de bedrijfsactiviteiten op de locatie. Conclusie en aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek Op basis van de resultaten van het milieuhygiënische onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “verdachte (deel)locatie(s)” juist is. Aangezien plaatselijk sprake is van een sterk verhoogd gehalte aan lood en zink en een matig verhoogd gehalten aan minerale olie, is er aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

Aangezien er tijdens het voorgaande bodemonderzoek, uitgevoerd door Search Ingenieursbureau (2007) sterke verontreinigingen zijn aangetroffen, kan niet worden uitgesloten dat in de huidige situatie ook sterke verontreinigingen aanwezig zijn. Om hier inzicht in te krijgen, dient een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 uitgevoerd te worden. Het doel van dit nader onderzoek is het verkrijgen van een beter beeld van de aard en omvang van de (sterke) verontreinigingen op de onderzoekslocatie.

20

Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Locatie: Mgr. Verhagenstraat 2 - 6 te Beek en Donk Opdrachtgever: Kragt Projectnummer: 25.18.00041.1

Met het nader onderzoek wordt inzicht verkregen in de omvang van de verontreiniging. Indien er sprake is van > 25 m3 verontreinigde grond (of > 100 m3 verontreinigd bodemvolume / grondwater) is er sprake van een saneringsplicht volgens de wet Bodembescherming. De urgentie van de sanering (bepaald door de Provincie) wordt bepaald door de risico’s. Het risico van de verontreiniging wordt bepaald door de humane risico’s, ecologische risico’s en het verspreidingsrisico. Verkennend onderzoek asbest in grond Op basis van de resultaten van het asbest in grondonderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “verdachte locatie” onjuist is. Tevens kan gesteld worden dat de doelstelling van het onderzoek, om na te gaan of de verdenking met asbest terecht is, is behaald. Op de locatie is geen asbest aangetroffen in een gehalte boven de detectiegrens, waardoor de locatie onverdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging met asbest. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hoeven er geen beperkingen te worden gesteld aan het huidig en toekomstig gebruik van de locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=a4992054-a739-4dcf-86b7-5d35c68e379c