CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

6 20210224 Bestemmingsplan Bijlage 12 - Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 24 februari 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Mgr. Verhagenstraat ongenummerd3.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen Monseigneur Verhagenstraat te Beek en Donk

colofon

titel rapport Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen datum 27 oktober 2020 projectnummer P03166 opdrachtgever KV BDB 01 B.V. BRO Projectleider MvdS Projectteam MvdS, RdM bron Kaft RdM

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel

3 3 3

2

Omschrijving plangebied 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

3 3 3

3

Werkwijze 3.1 Vleermuizen

5 5

4

Resultaten 4.1 Vleermuizen

6 6

4.1.1 Verblijfplaatsen

6

4.1.2 Foeragerende vleermuizen

6

4.1.3 Vliegroutes

7

4.2 Overige soorten

7

5

Effectenbeoordeling en toetsing 5.1 Vleermuizen 5.2 Overige soorten

7 7 7

6

Conclusie

8

7

Bronnen

9

8

Verklarende Woordenlijst

10

dinsdag 27 oktober 2020

2

1 Inleiding Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Opdrachtgever is voornemens om de huidige bebouwing aan de Monseigneur Verhagenstraat te Beek en Donk te slopen, en circa 45 woonruimten te realiseren. Middels een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan), uitgevoerd door Tritium Advies B.V. in maart 20201, is vastgesteld dat de gebouwen binnen het plangebied geschikte nest- en verblijfplaatsen bevatten voor huismus en vleermuizen. Naar aanleiding hiervan is vleermuisonderzoek uitgevoerd door BRO in het seizoen van 2020, om verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. Het huismusonderzoek is door Tritium Advies B.V. uitgevoerd. In dit rapport worden de resultaten van dit nader onderzoek gepresenteerd.

1.2

Doel

Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen:  Zijn er verblijfsfuncties van vleermuizen aanwezig in de betreffende woningen?  Zo ja, welke soort, aantal en verblijffunctie m.b.t. vleermuizen betreft het hier?  Leiden de werkzaamheden tot verlies of verstoring van nest- en/of verblijfplaatsen?  Leidt de sloop tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk?

(ten behoeve van een ontheffingsaanvraag) voldoende moeten worden onderbouwd middels een separaat activiteitenplan. Hierbij moet vast komen te staan dat de functies die de gebouwen hebben voor de soort(en) behouden blijven. Ook dient te worden getoetst of de huidige staat van instandhouding van de soort niet in het geding is. Ten behoeve van het eventueel indienen van een ontheffingsaanvraag dienen ook aspecten als doel, (wettelijk) belang en alternatievenafweging te worden onderbouwd. Deze eventuele vervolgfase ten behoeve van een ontheffingstraject maakt geen deel uit van onderhavig vervolgonderzoek.

2

Omschrijving plangebied

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen ten oosten van de kern van Beek en Donk, tussen de Monseigneur Verhagenstraat, Tuinstraat en Bosscheweg, direct ten oosten van de Zuid-Willemsvaart. In figuur 2 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied bestaat momenteel uit (deels leegstaande) woningen, tuinen en bedrijfspanden. In figuur 3 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 6 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

De huidige bebouwing binnen het plangebied zal worden gesloopt, en er zullen circa 45 woonruimtes worden gerealiseerd. Er zullen tevens parkeergelegenheden in het zuidoosten van het plangebied worden aangelegd.

Indien bij aanwezigheid van beschermde soorten het treffen van maatregelen noodzakelijk is, omdat de huidige verblijfplaats komt te vervallen/wordt verstoord, dan zullen deze 1

documentkenmerk: 1907/198/JOW-01, versie 0

dinsdag 27 oktober 2020

3

2 Omschrijving plangebied Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

Figuur 2: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 3: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Figuur 1: Woning aan de Tuinstraat 2A en omringende tuin

Figuur 4: Woning aan Tuinstraat 2A

dinsdag 27 oktober 2020

Figuur 5:

Woning aan Monseigneur Verhagenstraat 4

Figuur 6: Bedrijfspand aan Monseigneur Verhagenstraat 2

4

3 Werkwijze Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

3

Werkwijze

3.1

Vleermuizen

Voor vleermuizen zijn in de periode half mei tot en met september 2020 in totaal vijf aanvullende veldbezoeken per deelgebied uitgevoerd. Dit betreft de meest gunstige periode van het jaar waarin vleermuizen aantoonbaar van een onderzoeksgebied gebruik kunnen maken. Gedurende de periode mei tot en met half juli hebben de meeste soorten hun zomer- en kraamverblijfplaatsen bezet en zijn druk bezig met het grootbrengen van jonge dieren. Vanaf eind juli vallen de kraamkolonies uiteen, verspreiden de vrouwtjes zich en gaan op zoek naar het gezelschap van baltsende mannetjes. Winterverblijfplaatsen zijn zeer lastig aan te tonen. Van zomerverblijfplaatsen, kraamverblijven en paarverblijfplaatsen mag zekerheidshalve aangenomen worden dat deze ook als winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden, zolang de temperatuur niet te laag wordt (vorst). De laatvlieger heeft als enige soort geen standaard invliegtijd. Het zwermgedrag is bij deze soort ook korter en kan al plaatsvinden vanaf 1 á 2 uur na het uitvliegmoment. Omdat het niet reëel is om de hele nacht binnen een of meerdere deelgebieden te zoeken naar laatvliegers, hebben in de periode half mei - half juli twee gerichte avondrondes (circa 2 uur na zonsondergang) plaatsgevonden met een tussenliggende periode van minimaal 30 dagen, ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen van de laatvlieger.

Daar kraamgroepen van de gewone dwergvleermuis door het in- en uitvliegen in deze eerste twee uur ook goed waarneembaar zijn, dit mede in verband met de groepsgrootte en het tijdig terugkomen om de jongen te zogen, is hieromtrent door de betreffende straten met meerdere personen te doorlopen een voldoende betrouwbaar beeld

dinsdag 27 oktober 2020

verkregen omtrent de aan/afwezigheid van kraamverblijfplaatsen. Daarnaast heeft er in de periode mei – juli tevens een ochtendronde (circa 2 uur voor zonsopkomst) plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Vervolgens hebben in de periode half augustus - eind september twee avondrondes, met een tussenliggende periode van minimaal 20 dagen, plaatsgevonden ten behoeve van het aantonen/uitsluiten van de functie paarverblijfplaats. Door de beperkte hoogte van de bebouwing zijn (massa-)winterverblijfplaatsen op voorhand uitgesloten. Tabel 1 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken voor vleermuizen. De inventarisatiemethode is conform de richtlijnen van het protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Dit protocol schrijft voor dat de onderzoeksinspanningen afhankelijk zijn

van de te verwachten soorten en functies. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. In het bijzonder wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitgesloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende moeten worden aangemerkt. Tijdens de veldbezoeken is voornamelijk gelet op uitvliegende, invliegende of zwermende vleermuizen. Daarnaast is er ook gelet op foeragerende en passerende vleermuizen. Tijdens de twee laatste veldbezoeken is voornamelijk gelet op sociale geluiden. In de periode half augustus - september produceren mannetjes vleermuizen de meeste sociale geluiden vanuit of vliegend rondom bebouwing om vrouwtjes te lokken.

Tabel 1

Bezoeken i.v.m. vleermuisinventarisaties

Datum

Type onderzoek

Tijdsduur onderzoek

Zon op/onder

Weer

Temperatuur

09-06-2020

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

21.45-00.00

21.48

Wind gemiddeld 3 Bft Geheel bewolkt Geen neerslag

14°C

12-06-2020

Vleermuizen ochtend (zomerverblijf)

03.15-05.30

05.21

Wind gemiddeld 3 Bft Half bewolkt Geen neerslag

17°C

13-07-2020

Vleermuizen (kraam- en zomerverblijf)

21.45-00.00

21.48

Wind gemiddeld 2 Bft Helder Geen neerslag

19°C

03-09-2020

Vleermuizen (paarverblijf)

21.30-23.30

20.17

Wind gemiddeld 3 Bft Geheel bewolkt Geen neerslag

14°C

24-09-2020

Vleermuizen (paarverblijf)

20.30-22.30

19.29

Wind gemiddeld 3 Bft Geheel bewolkt Geen neerslag

13°C

5

4 Resultaten Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. De weersomstandigheden voldoen aan de protocollaire eisen voor vleermuisonderzoek: temperatuur niet lager dan 10 ºC, de windsnelheid beneden de 5 Beaufort en geen sprake van neerslag, anders dan lichte motregen (zie tabel 1).

4

Resultaten

4.1

Vleermuizen

4.1.1

Verblijfplaatsen

Tijdens de veldbezoeken in het voorjaar is geen binding met de gebouwen binnen het plangebied waargenomen, en de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen binnen het plangebied is hiermee uitgesloten. Wel zijn er in de directe omgeving van het plangebied twee zomerverblijfplaatsen aangetroffen (zie figuur 7). Tijdens het veldbezoek op 12 juni (ochtend) is een invliegende gewone dwergvleermuis waargenomen bij de woning aan de Tuinstraat 8. De toegang tot de verblijfplaats bevindt zich onder de overhangende dakpannen van de noordgevel. Tijdens het veldbezoek op 13 juli (avond) is het uitvliegen van een gewone dwergvleermuis waargenomen bij het appartementencomplex aan de Bosscheweg 6. De toegang tot de verblijfplaats bevindt zich in open stootvoegen net onder de zuidelijke dakrand. Tijdens beide veldbezoeken in het najaar is er minimaal een baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen binnen het plangebied, voornamelijk tegen de zuidwestgrens (zie figuur 7). Het individu vloog incidenteel rond de gebouwen binnen het plangebied, maar het zwaartepunt van baltsen binnen dit territorium lag in de omgeving van het appartementencomplex aan de Bosscheweg 6. Gezien er tijdens de veldbezoeken in het najaar verder geen binding met de gebouwen bin-

dinsdag 27 oktober 2020

Figuur 7: Foerageergebied (geel omlijnd), paarterritorium (blauw vlak) en zomerverblijfplaatsen (gele ster) van gewone dwergvleermuis ten opzichte van het plangebied (rood omlijnd)

nen het plangebied is waargenomen, kan redelijkerwijs worden aangenomen dat de paarverblijfplaats zich in het appartementencomplex aan de Bosscheweg 6 bevindt. 4.1.2

Foeragerende vleermuizen

Tijdens ieder veldbezoek zijn enkele (max. 3-4) foeragerende gewone dwergvleermuizen rondom het groen in de tuinen van Tuinstraat 2A en Bosscheweg 10 waargenomen (zie figuur 7). Later in de avond trokken deze weg en vloog er slechts incidenteel een individu over. Gezien de vleermuizen hier niet de hele avond aanwezig waren en regelmatig een

kwartier of langer verdwenen is het niet de verwachting dat het plangebied essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis betreft. Ook heeft er enkele malen een rosse vleermuis in de tuin van Tuinstraat 2A gefoerageerd, en kwam soms een laatvlieger kort overgevlogen. In de directe omgeving is genoeg groen aanwezig dat kan dienen als foerageermogelijkheid, en er zijn er zijn meerdere vliegroutes welke leiden naar grotere foerageergebieden. De voorgenomen plannen zullen niet leiden tot een afname in essentieel foerageergebied. De voorgenomen plannen zullen niet leiden tot een afname in essentieel foerageergebied.

6

5 Effectenbeoordeling en toetsing Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

4.1.3

Vliegroutes

Tijdens de veldbezoeken zijn in de directe omgeving geen eenduidig vliegpatronen aangetroffen welke door meerdere individuen werd gevolgd.

4.2

Overige soorten

In de betreffende gebouwen en in het opgaand groen binnen de tuinen kunnen ook vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden. Hiermee dient rekening te worden gehouden door buiten het broedseizoen of na een controle te werken.

5

Effectenbeoordeling en toetsing

5.1

Vleermuizen

Binnen het plangebied zijn geen rust- en verblijfplaatsen van een vleermuissoort waargenomen. Er gaan bij werkzaamheden geen rust- en verblijfplaatsen, essentieel leefgebied of vliegroutes verloren. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een vleermuissoort is uitgesloten. Om overtredingen met betrekking tot de rust- en verblijfplaatsen in het appartementencomplex aan de Bosscheweg 6 te voorkomen, dient licht gericht of uitstralend op dit gebouw te worden vermeden, zowel tijdens de werkzaamheden als in de toekomstige situatie.

5.2

Overige soorten

Andere diersoorten als vogels, zoogdieren en amfibieën kunnen in het plangebied aanwezig zijn. Hiervoor geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat men zorg moet dragen voor aanwezige individuen, ook algemene soorten. Men moet deze dieren de tijd geven om het plangebied te verlaten. Weinig mobiele soorten als egel of pad kunnen met beleid naar buiten het plangebied worden verplaatst. Daarnaast zijn broedende vogels en hun nesten tijdens het broedseizoen beschermd. Geadviseerd wordt om het opgaand groen binnen het plangebied buiten het broedseizoen te verwijderen, om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Het broedseizoen loopt gemiddeld van half maart tot half augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.

dinsdag 27 oktober 2020

7

6 Conclusie Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

6

Conclusie

Binnen het plangebied zijn geen rust- of verblijfplaatsen van een vleermuissoort aanwezig. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een vleermuissoort is uitgesloten. Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen, noch zijn er enige vervolgstappen noodzakelijk met betrekking tot deze soort(groep)en.

Tabel 2

Overzicht aanwezigheid beschermde soorten en te nemen type maatregelen

Soortgroep Vleermuizen 2

Overige soorten

Aanwezig

Hoeveel

Overtreding

Maatregelen

Nee

-

-

-

Mogelijk

-

Mogelijk

Rekening houden met broedseizoen en zorgplicht

Wel dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: Met betrekking tot vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op het appartementencomplex aan de Bosscheweg 6 te worden vermeden, om verstoring van de rust- en verblijfplaats te voorkomen; De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus; Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.

2

Dit betreft soorten die niet honkvast zijn en/of waarvan de nest/verblijfplaats niet jaarrond is beschermd. Echter mogen de nesten/verblijfplaatsen met eieren of jongen niet worden verstoord/verwijderd. Hieromtrent dient per complex de situatie qua planning en werkzaamheden te worden afgestemd met de begeleidend ecoloog.

dinsdag 27 oktober 2020

8

7 Bronnen Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

7

Bronnen

-

Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.

-

Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017

-

Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0 BIJ12 juli 2017

-

Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen

-

Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

-

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.

dinsdag 27 oktober 2020

9

8 Verklarende Woordenlijst Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

8

Verklarende Woordenlijst

Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn/haar kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vasterust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen.

dinsdag 27 oktober 2020

Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.

Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen

10

8 Verklarende Woordenlijst Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

dinsdag 27 oktober 2020

11

8 Verklarende Woordenlijst Resultaten vervolgonderzoek vleermuizen

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

dinsdag 27 oktober 2020

T +31 (0)77 373 06 01

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=32d47286-4db5-4565-ae82-85d0fd648c87