5 20250226 Bijlage 4.- bijlagenboek ruimtelijke onderbouwing Bosscheweg
Tekst van het document
33
Interactieve erfgoedkaart van diverse gemeenten in Zuidoost-Brabant.
34 Email van 30-01-2023. 35 Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). 36 Amersfoort & Kamphuis, 1990/Indicatieve kaart Militair Erfgoed/Jong, 1969 – 1994/ Klep & Schoenmaker, 1995/Ruimingskaart/VEO Bom-
menkaart/Zwanenburg, 1990.
21146.005 versie 1
12 / 19
Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundekring/Heemhuis Barthold van Heessel, d.d. 25 mei 2023, maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd.
2.8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel 2.3
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten complextype/resten
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
(Laat-)Paleolithicum
Laag
Kampementen, vuursteenstrooiingen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Mesolithicum
Laag
Kampementen, vuursteenstrooiingen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Neolithicum
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Bronstijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
IJzertijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Romeinse tijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Vroege-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
21146.005 versie 1
13 / 19
Late-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen.
Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen.
Uit de landschappelijke ligging op een dekzandvlakte en op enige afstand van een beekdal, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum ongunstig is geweest voor jagers-verzamelaars maar vanaf het Neolithicum gunstig voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waargenomen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd, met een nadruk op de Middeleeuwen. Ten zuiden van het plangebied, aan het beekdal worden ook vondsten aangetroffen van jagers en verzamelaars, Paleolithicum en Mesolithicum. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefden van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.37 Het plangebied ligt op enige afstand van de gradiëntzone, de overgang naar het beekdal.
Dit vinden we ten zuiden van het plangebied en hier zijn ook vondsten uit het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum aangetroffen. De verwachting voor archeologische warden van jagers en verzamelaars uit het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum in het plangebied is daarom laag. Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het Neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.38 De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de perioden Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen is hoog. De hogere, drogere gronden waren interessant voor landbouwsamenlevingen. Daarnaast zijn in de directe omgeving vondsten van agrarische samenlevingen gedaan uit het Neolithicum tot en met Nieuwe tijd. Vanaf de Middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn
37 Louwe Kooijmans et al., 2005. 38 Louwe Kooijmans et al., 2005.
21146.005 versie 1
14 / 19
gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen. 39 De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de perioden Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd is hoog. Dit is gebaseerd op de ligging direct ten zuiden van de historische kern van Aarle-Rixtel. Specifiek door de ligging van het plangebied aan twee doorgaande wegen en aan een knooppunt, zoals te zien op kaarten uit de 19e eeuw. Het plangebied kent weliswaar geen bebouwing uit de 19e eeuw en eerste helft 20e eeuw, maar (oudere) bewonings(sporen) behorende tot woonerven kunnen verwacht worden. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is laag voor de perioden Laat-Paleolithicum-Mesolithicum en hoog voor de perioden Neolithicum tot en met Nieuwe tijd. Deze archeologische resten worden grotendeels verwacht onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld.
Archeologische sporen worden verwacht in de top van de C-horizont. Organische resten en metaal zullen door de relatief verwachtte droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als weiland, akkerland en begroeid geweest met een haag en is nu gedeeltelijk bebouwd en voor de rest in gebruik als tuin. Door ploegen, rooiwerkzaamheden en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.
2.9 Conclusie bureauonderzoek Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Het plangebied ligt op enige afstand van de gradiëntzone, de overgang naar het beekdal. Dit vinden we ten zuiden van het plangebied en hier zijn ook vondsten uit het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum aangetroffen. De verwachting voor archeologische waarden van jagers en verzamelaars uit het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum in het plangebied is daarom laag. De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de perioden Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen is hoog. De hogere, drogere gronden waren interessant voor landbouwsamenlevingen. Daarnaast zijn in de directe omgeving vondsten van agrarische samenlevingen 39 Renes, 1999.
21146.005 versie 1
15 / 19
gedaan uit het Neolithicum tot en met Vroege-Middeleeuwen. De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de perioden Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd is hoog. Dit is gebaseerd op de ligging direct ten zuiden van de historische kern van Aarle-Rixtel. Specifiek door de ligging van het plangebied aan twee doorgaande wegen en aan een knooppunt, zoals te zien op kaarten uit de 19e eeuw. Het plangebied kent weliswaar geen bebouwing uit de 19e eeuw en eerste helft 20e eeuw, maar (oudere) bewoning(sporen) behorende tot woonerven kunnen verwacht worden. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen. Gezien de omvang van het plangebied en de waarschijnlijke aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met als doel om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Ook dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.
Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1 Doelstelling en onderzoeksvragen Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Ook dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting.
3.2 Methoden Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 19‑02‑2018 protocol 4003), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 6 juni 2023 door de heer drs. A.H. Schutte (Senior KNA-archeoloog/Senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Het veldwerk is uitgevoerd op 8 juni 2023. Tijdens het veldwerk bleek dat een deel van het plangebied niet toegankelijk was al gevolg van afwezigheid van de bewoner waardoor de tuin niet betreden kon worden (zie kaart 15).
21146.005 versie 1
16 / 19
De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen, grasvelden, gebouwen, kabels en leidingen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) vijf boringen tot maximaal 2,65 meter -mv gezet (zie kaart 15). De boringen zijn lithologisch volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. 40 De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld in hoeverre er sprake is van een gaaf bodemprofiel. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot.
3.3 Resultaten Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorstaten en worden in bijlage 8 weergegeven. De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven. In het gehele plangebied komt een A/C profiel voor. Zowel de A-horizont als de C-horizont bestaat uit matig fijn zwak siltig zand. In de bouwvoor/enkeerdgrond komt plaatselijk puin voor en bijmengingen van zand. Het lijkt erop dat het grotendeels verrommeld/omgezet is. Bij boringen 1 en 5 ligt onder een dikke bouwvoor/enkeerdgrond van 190 en 155 centimeter dik, direct de Chorizont. Bij boring 3 en 4 bevindt zich tussen de 1,05 en 1,65 meter dikke bouwvoor/enkeerdgrond en de onderliggende C-horizont, nog een 10 centimeter dikke geroerde laag waarbij de bouwvoor/enkeerdgrond geroerd is met de C-horizont. Boring 2 is waarschijnlijk gezet ter hoogte van een oude sloot die waarschijnlijk in de jaren ’50 van de 20e eeuw is gedempt voorafgaand aan de bouw van de huizen.41 Hier bestaat de bodemopbouw uit een 105 centimeter dikke bouwvoor/enkeerdgrond met hieronder een 10 centimeter dikke opgebrachte laag zand. Onder dit zand ligt een 120 centimeter dikke humeuze laag donker grijsbruin zand dat zeer los wat en erg nat. Hieronder ligt de C-horizont. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen.
Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.
40 Bosch, 2005. 41 Uitgaande van het historisch kaartmateriaal loopt vanaf 1811-1832 tot en met 1943 een perceelsgrens door het plangebied, mogelijk een
sloot.
21146.005 versie 1
17 / 19
3.4 Conclusie veldonderzoek Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. In het plangebied ligt direct onder de A-horizont de C-horizont, de dikte van de A-horizont bedraagt bij boring 1 190 centimeter, bij boring 2 en 3 105 centimeter, bij boring 4 165 centimeter en bij boring 5 155 centimeter. Dat is binnen zo’n klein gebied een flink verschil in hoogte. Boring 2 is waarschijnlijk gezet ter hoogte van een oude sloot. Hier ligt onder de bouwvoor/enkeerdgrond een 10 centimeter dikke opgebrachte laag zand met daaronder de sloot. Hieruit is op te maken dat het terrein waarschijnlijk met zo’n meter is opgehoogd, onduidelijk is of hiervoor egalisatie werkzaamheden/vergravingen hebben plaats gevonden. De top van de C-horizont is door de sloot verstoord en verder is bij twee andere boringen aangetoond dat de top van de C-horizont minimaal zo’n 10 centimeter is verstoord, bij de andere twee is een verstoorde laag niet aangetroffen.
4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de landschappelijke situatie de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De aangetroffen bodemopbouw is van dien aard dat onduidelijk is of en zo ja hoeveel van de top van de Chorizont verstoord is. De dikte van de bouwvoor/enkeerdgrond fluctueert door het plangebied met grote verschillen tussen de noordoostzijde en de zuidwestzijde wat ongebruikelijk is voor een dekzandvlakte. Bij twee boringen (3 en 4) is in het veld vastgesteld dat de top van de C-horizont zeker verstoord is, bij boring 2 is de Chorizont verstoord door de mogelijke sloot die door het hele plangebied loopt. Uitgaande van bovenstaande gegevens kan niet worden uitgesloten dat in het plangebied nog een behoudenswaardige vindplaats ligt. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, blijft door het booronderzoek gehandhaafd, laag voor het (Laat-)Paleolithicum en Mesolithicum en hoog voor de perioden Neolithicum – Nieuwe tijd. In het plangebied adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard.
Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is mogelijk als er archeologievriendelijk gebouwd wordt (op palen) en er, afgezien van de palen, niet dieper ontgraven wordt dan 70 cm onder het huidige maaiveld (hierdoor blijft er een buffer van minimaal 30 centimeter tussen de bodemingreep en de het mogelijke archeologische sporenvlak). Als het niet mogelijk is om archeologie vriendelijk te bouwen is vervolgonderzoek noodzakelijk. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Als het proefsleuvenonderzoek noodzakelijk is dan kan dit het beste worden uitgevoerd na de bovengrondse sloop van de bestaande bebouwing.
21146.005 versie 1
18 / 19
Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Laarbeek), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Laarbeek wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Laarbeek op de hoogte te stellen.
21146.005 versie 1
19 / 19
LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport, NITG 05-043-A). Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoudt & T. de Groot (red.), 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort. (Nederlands Archeologische Rapporten 34). Feest, N.J.W. van der, 2019: RAPPORT Archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven Spechtstraat te Aarle-Rixtel, gemeente Beek & Donk. Aeres Milieu projectnummer AM18389. Roermond. Janssen, J.J.P., 2023: Rapportage verkennend bodemonderzoek Bosscheweg Aarle-Rixtel. Econsultancy rapport 21146.001. Swalmen. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kerckhaert, K.-J.R. & I. Elstrodt, 2010: Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven in het plangebied Zonnetij ‘Het Klavier’ te Aarle-Rixtel, gemeente Laarbeek. Zuidnederlandse Archeologische Notities 227. Amsterdam. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens & A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L.
Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Nuenen, F. van, 2011: Aarle-Rixtel Kerkstraat 5 Archeologische begeleiding aanleg funderingssleuven. BAAC rapport A-10.0363. ’s-Hertogenbosch. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Tunker, B.C. & T.H.L. Hos, 2020: Rapportage proefsleuvenonderzoek Verschure te Aarle-Rixtel in de gemeente Laarbeek. Econsultancy rapport 9544.001. Boxmeer. Veen, V. van der & N.J.W. van der Feest, 2014: RAPPORT Archeologisch inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Heindertweg Aarle-Rixtel. Aeres Milieu projectnummer AM14136. Roermond.
21146.005 versie 1
2/5
Vos, P., M. Meulen, H. van Weerts, J. Bazelman, B. Hoogendoorn & M. van der Meulen, 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam: Prometheus. Wal, A. ter, 2010: Aarle-Rixtel Plangebied Dijkmanstraat Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-p), BAAC rapport A-09.0341, ’s-Hertogenbosch. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
21146.005 versie 1
3/5
BRONNEN Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, mei 2023. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, mei 2023 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabant.nl; internetsite, mei 2023. https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 Dinoloket; internetsite, mei 2023. http://www.dinoloket.nl/ Geschiedenis van Aarle-Rixtel, gemeente Laarbeek; internetsite, mei 2023. http://laarbeek.serc.nl/de-geschiedenis-van-laarbeek/de-geschiedenis-van-aarle-rixtel/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, mei 2023. http://www.ikme.nl/ Interactieve erfgoedkaart van diverse gemeenten in Zuidoost-Brabant; internetsite, mei 2023. https://atlas.odzob.nl/portal/apps/MapSeries/index.html?appid=a8353b45304a467fbbd2728812965dbf Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite, mei 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/1c0dcc64-91aa-4d44a9e3-54355556f5e7. Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, mei 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8-f25a-4d019245-5cf058314ebf. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021); internetsite, mei 2023.
https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a-9a58-4761a809-b4c5d90dcd35. Kadaster Topotijdreis; internetsite, mei 2023. http://www.topotijdreis.nl/ NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, mei 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f.
21146.005 versie 1
4/5
NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, mei 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0. Openbasiskaart.nl, internetsite, mei 2023. https://www.openbasiskaart.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, mei 2023. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, juni 2023. https://pdokviewer.pdok.nl PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS’; internetsite, mei 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=46C4686376C42712F153C906C9BEB9CD#/metadata/bfcc588f-9393-4c70-b989-d9e92ac2f493. Ruimingskaart; internetsite, mei 2023. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, mei 2023. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, mei 2023. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
21146.005 versie 1
5/5
KAARTEN
Kaart 1.
Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)
Kaart 2.
Het plangebied op de kadastrale kaart
Kaart 3.
Het plangebied op een luchtfoto uit 2022
Kaart 4.
Het plangebied op de Interactieve erfgoedkaart van Laarbeek uit 2021
Kaart 5.
Het plangebied op de Geomorfologische kaart 1: 50.000 van Nederland
Kaart 6.
Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3)
Kaart 7.
Het plangebied op de bodemkaart
Kaart 8.
Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied
Kaart 9.
Het plangebied op de Kadastrale minuut uit 1811-1832.
Kaart 10. 1900.
Het plangebied op de Militaire topografische kaart (veldminuut) uit
Kaart 11. 1929.
Het plangebied op de Militaire topografische kaart (veldminuut) uit
Kaart 12. 1943.
Het plangebied op de Militaire topografische kaart (veldminuut) uit
Kaart 13.
Het plangebied op de Topografische kaart uit 1953.