CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

5 20250226 Bijlage 3. Ruimtelijke_onderbouwing_Bosscheweg-BroekelingstraatAR

Commissie Ruimtelijke Zaken 26 februari 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling definitieve Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) nieuwbouw 10 appartementen Bosscheweg - Broekelingstraat Aarle Rixtel9.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toets Aan de Bosscheweg 96 is een verkooppunt voor motorbrandstoffen aanwezig met de verkoop van lpg. Rond het vulpunt van de lpg-installatie geldt een risicoafstand (PR 10-6) van 45 meter. Voor het lpg-reservoir en de afleverinstallatie bedraagt deze risicoafstand 25 respectievelijk 15 meter. Met betrekking tot het groepsrisico geldt rond vulpunt en reservoir een afstand van 150 m waarbinnen verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is. Voor het plangebied geldt dat de afstand tot het verkooppunt voor motorbrandstoffen (vulpunt) meer dan 500 meer bedraagt. Hiermee worden mogelijke gevolgen op brand en explosiegevaar uitgesloten. Conclusie Geen enkel invloedsgebied raakt het plangebied. Geconcludeerd wordt dat het aspect ‘Externe Veiligheid’ niet zorgt voor belemmeringen.

27

4.9

Kabels en leidingen

Binnen of in de omgeving van het plangebied zijn geen kabels of leidingen gelegen met een beschermingszone die van invloed is op de voorgenomen ontwikkeling.

4.10 Verkeer en parkeren De parkeerplaatsen op eigen terrein worden ontsloten vanaf de Broekelingstraat. De toegang wordt vormgegeven als een inrit en is op voldoende afstand van de aansluiting van de Broekelingstraat op de Bosscheweg gelegen. De verkeersintensiteit op deze wegen zal zeer beperkt toenemen en heeft geen invloed op de afwikkeling van het verkeer of de verkeersveiligheid. Wat betreft het parkeren dient het plan te voldoen aan de Nota Parkeernomen 2023. Het plangebied wordt aangemerkt als rest bebouwde kom. Voor goedkope huurappartementen geldt een parkeernorm van 1,4 per woning. Dat betekent dat voor de 10 appartementen moet op eigen terrein worden voorzien in 14 parkeerplaatsen. Het gemeentelijk parkeerbeleid biedt de mogelijkheid voor het college om ontheffing te verlenen bij inbreidingslocaties. Omdat op eigen terrein één parkeerplaats per woning wordt aangelegd, is door BuitenRuimte de huidige parkeersituatie in de directe nabijheid van het plangebied in beeld gebracht. Dit parkeeronderzoek is als bijlage opgenomen, In het onderzoek is de bezettingsgraad van parkeerplaatsen in het openbaar gebied binnen een straal van 100 meter vanaf het plangebied onderzocht. Bij de hoogst gemeten bezettingsgraad (op een werkdag om 20:00 uur) zijn in het openbaar gebied 18 vrije parkeerplaatsen waargenomen.

Daarbij wordt opgemerkt dat ook de bezoekers van de vier bestaande woningen nu in de openbare ruimte parkeren. Ter hoogte van het plangebied is de hoogste bezettingsgraad op de Bosscheweg 83% en op de Broekelingstraat 50%. De parkeerdruk ligt in de huidige situatie onder de maximale bezettingsgraad van 85%. Dit betekent dat er momenteel sprake is van een acceptabele parkeersituatie. Aan de Broekelingstraat is aangetoond dat op alle meetmomenten 4 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Ook elders zijn nog voldoende parkeerplaatsen beschikbaar. Hieruit kan worden geconcludeerd dat op eigen terrein en in het aangrenzende openbaar gebied voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 20 juni 2023 besloten dat kan worden volstaan met de aanleg van 10 parkeerplaatsen op eigen terrein.

4.11 (Vormvrije) m.e.r.-beoordeling Beleid en regelgeving De nationale m.e.r.-regelgeving is een uitvloeisel van een tweetal Europese richtlijnen: de m.e.r.-richtlijn en de smb-richtlijn (Strategische milieubeoordeling). De implementatie van deze Europese richtlijnen is aan te treffen in:  

paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 en paragraaf 14.2 van de Wet milieubeheer; het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.).

Deze wetgeving tezamen bepaalt of voor een project of plan een Milieueffectrapport (m.e.r.) moet worden opgesteld. Daarbij is het allereerst van belang te kijken of in de betreffende ontwikkeling een activiteit is opgenomen als genoemd in de bijlage van het Besluit m.e.r.

28

In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat er voor categorieën uit bijlage C direct sprake is van een m.e.r.-plicht, wanneer de activiteiten de genoemde drempelwaarden overstijgen. Bij projecten met een programma boven de drempelwaarden in bijlage D moet eerst worden beoordeeld of er een m.e.r. noodzakelijk is. Dat geldt ook voor projecten die vallen onder een categorie in bijlage D, met een programma onder de drempelwaarde, al is de omvang en opbouw van een dergelijke beoordeling bij die laatste gevallen vormvrij. Voor projecten die vallen onder bijlage D is dus pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.beoordeling duidelijk of er een MER moet worden opgesteld. De nieuwbouw van 21 woningen (waarvan 12 nieuw), kan worden gekwalificeerd als "de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen", zoals bedoeld in onderdeel D.11.2 van bijlage van het Besluit m.e.r. Bij die activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk:   

een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

Toets Het project valt binnen de gestelde drempelwaarden. Aangezien slechts acht extra woningen worden gebouwd, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is een besluit vormvrije m.e.r. niet aan de orde. Bovendien blijkt uit de verrichte onderzoeken dat geen sprake is van significante gevolgen voor het milieu.

29

Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid Wanneer voor gronden een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) is voorgenomen, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In voorliggend geval wordt het kostenverhaal vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Laarbeek en woCom, zodat een exploitatieplan niet noodzakelijk is.

30

Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De aanvraag omgevingsvergunning heeft betrekking op de activiteit bouwen en het opheffen van het strijdig planologisch gebruik. Op de onderhavige aanvraag is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing (ex artikel 2.10 lid 1, onder a, Wabo). In dit hoofdstuk wordt de procedure rondom de omgevingsvergunning toegelicht.

6.1

Omgevingsdialoog

In het kader van de omgevingsdialoog is woCom met bewoners van direct aangrenzende percelen persoonlijk in overleg gegaan. Op woensdag 8 juni 2023 organiseerde woCom een inloopbijeenkomst voor een brede groep omwonenden van het plangebied. De nieuwsbrief in de bijlage bevat een samenvatting van deze omwonendenbijeenkomst. De opmerkingen die zijn gemaakt op de omwonendenbijeenkomst zijn zoveel als mogelijk meegenomen bij de verdere uitwerking van de bouwplannen.

6.3

Procedure

De ontwerp omgevingsvergunning wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. De aanvraag, de bijlagen en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing zijn onderdeel van de (ontwerp)omgevingsvergunning. Gedurende de termijn van de ter inzage legging kan eenieder een zienswijze indienen. Op basis van de zienswijzen neemt het college van burgemeester en wethouders een definitief besluit over het al dan niet afgeven van de omgevingsvergunning. Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor de tweede maal voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen de omgevingsvergunning bij de Rechtbank en later in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepstermijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het verstrijken van de beroepstermijn onherroepelijk.

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=e18fe848-9ae7-4fc2-b181-54ecf0520b2c