5 20240702 Koersdocument Omgevingsvisie Kernen (concept)
Tekst van het document
KOERS DOCUMENT OMGEVINGSVISIE KERNEN CONCEPT
KOERS DOCUMENT OMGEVINGSVISIE KERNEN
OMGEVINGSVISIE KERNEN
2024 |
3
4
| 2024
KOERSDOCUMENT
Inhoudsopgave
INHOUD
INLEIDING
7
1.
IDENTITEIT
9
2.
WONEN & WERKEN
10
3. ONZE KERNEN
14
4.
DE BUITENRUIMTE
16
5.
KLIMAAT EN ENERGIE
19
OMGEVINGSVISIE KERNEN
2024 |
5
KOERSDOCUMENT
Inleiding
Hoofdstuk 1 Inhoudsopgave
KOERS DOCUMENT OMGEVINGSVISIE KERNEN Het onderhavig koersdocument sorteert op hoofdlijnen voor op de uitwerking in de Omgevingsvisie Kernen. Het geheel van onderstaand benoemde denkrichtingen vormt zo een beknopte omschrijving van de nog vast te stellen visie. Hierbij is rekening gehouden met de input vanuit de inwonersenquête, de beeldvormende avond met de gemeenteraad en de diverse werksessies met belangengroepen. De vijf onderstaande ruimtelijke thema’s vormen tezamen de hoofdstructuur in de nog vast te stellen visie.
Foto: Bedrijventerrein Bemmer IV met waterberging
OMGEVINGSVISIE KERNEN
2024 |
7
8
| 2024
KOERSDOCUMENT
Identiteit
1. IDENTITEIT
DENKRICHTING We varen qua groeiambitie een gemiddelde koers, in het perspectief van de door onze inwoners zo gewaardeerde, groene en dorpse kernkwaliteiten van Laarbeek. In de Omgevingsvisie Buitengebied - december
deze enquête zijn: dorps, sociaal, rustig, ruimte,
de Woondeal en de Ontwikkelstrategie Zuidoost
2021 vastgesteld door de gemeenteraad - is voor
kleinschalig, landelijk, gemoedelijkheid.
Brabant wél aanwezig is.
Laarbeek een ruimtelijke profielschets opgesteld.
Deze keuze heeft gevolgen voor de groeiambitie.
Laarbeek wil zich op korte afstand van Helmond en
We benutten de lokale en regionale wo-
Dit geldt eveneens voor het aanbod van
Eindhoven landelijk profileren met rust en ruimte
ningbouwopgave om in te spelen op de
bedrijfslocaties.
als kernkwaliteiten voor zowel de inwoner als de
demografische ontwikkeling en als hefboom voor
bedrijventerreinen is geen doelstelling op zich.
(stedelijke) recreant. Op grond van de conclusies
revitalisering en verduurzaming van bestaande
Naast de lokale en regionale economische
van de uitgezette inwonersenquête blijken deze
centra en wijken. Maar het is geen uitgesproken
ontwikkeling, bepalen ook bodem, water,
kwaliteiten op veel steun te kunnen rekenen
doelstelling om kost wat kost te groeien, ondanks
natuur, landschap en energiebeschikbaarheid de
onder de Laarbeekse bevolking. Trefwoorden in
het feit dat deze getalsmatige ruimte op basis van
uitbreidingsmogelijkheden.
Het
ontwikkelen
van
Foto: Strijpsoord Aarle-Rixtel
OMGEVINGSVISIE KERNEN
2024 |
9
Wonen en werken
2. WONEN EN WERKEN A - DENKRICHTING: Bij woningbouwontwikkelingen wordt zo veel mogelijk gestuurd op betaalbare woningen.
Laarbeek heeft in maart 2023 de Woondeal Zuidoost-Brabant ondertekend met daarin de opgave om tot 2030 minimaal 735 woningen te bouwen. Deze opgave is om uiteenlopende redenen vooral het gevolg van het toenemend aantal (kleine) huishoudens. Hiervan moet minimaal
2/3e
deel
betaalbaar
worden
aangeboden, met een minimum van 30% sociale huur. Laarbeek heeft vooral een behoefte aan levensloopbestendige woningen en betaalbare woningen voor kleine huishoudens. Voor projecten vanaf 15 woningen, is deze prijsdifferentiatie de norm. Dit neemt niet weg dat bij elk plan naar de optimale balans moet worden gezocht tussen bouwen naar behoefte, leefbaarheid, maat en schaal en financiële haalbaarheid. Het kan dus voorkomen dat er andere, zwaarwegende redenen zijn op basis waarvan het college kan besluiten voor een project af te wijken van de differentiatie. Bijvoorbeeld omdat op andere wijze wordt bijgedragen aan unieke (woon) kwaliteiten van Laarbeek die het groene, landelijke en dorpse karakter versterken. Denk hierbij aan kwaliteitsimpulsen op het gebied van natuur en cultuurhistorie.
Foto: Rijwoningen Merenstein - De Beekse Akkers
10 | 2024
KOERSDOCUMENT
Wonen en werken
B - DENKRICHTING We gaan spoedig integraal aan de slag met ouderenzorg, anticiperende op de aanstaande dubbele vergrijzingsgolf. Het aantal ouderen neemt de komende
Een omgevingsvisie dient (ruimtelijk) te
decennia zowel in absolute als in procentuele
anticiperen op uitdagingen die zich waarschijnlijk
zin enorm toe. Het gemeentelijk uitgangspunt
gaan voordoen. De hierboven omschreven
is ‘zo lang en zo thuis mogelijk wonen’. Desal-
uitdaging schreeuwt om een brede taakgroep
niettemin is het schrijnend om te zien dat
van gemeente en diverse instanties, die integraal
juist in de afgelopen twintig jaar ouderenzorg
en langjarig vanuit sociaal-maatschappelijk en
en
ruimtelijk perspectief de problemen in kaart
intramurale
ouderenhuisvesting
zijn
wegbezuinigd. Kwetsbare ouderen zijn meer en
brengt en noodzakelijke acties aanstuurt.
meer aangewezen op mantelzorg en burenhulp. Maar ook mét deze bijstand komt er een levensfase waarin opschaling naar professionele zorg en huisvesting onontkoombaar zijn.
OMGEVINGSVISIE KERNEN
Foto: Woonpark Zonnetij
2024 | 11
Wonen en werken
C - DENKRICHTING Bij nieuwbouwwijken wordt gestreefd naar een gemengde samenstelling van de bewoners en worden kleinschalige buurten gecreëerd, binnen het stedenbouwkundig ontwerp. Een eenzijdige samenstelling van wijken met lagere inkomensgroepen wordt in verband gebracht met ongelijkheid, segregatie en negatieve buurteffecten. In de sociale wetenschappen wordt verondersteld dat deze buurteffecten invloed hebben op de sociale mobiliteit, economische kansen en integratie. In nieuwbouwplannen van enige omvang is het om sociaal maatschappelijke redenen
daarom
van
belang
dat
het
woningbouwprogramma is gebaseerd op een representatieve afspiegeling van de samenleving. Een te eenzijdig woningprogramma - zowel met een dominantie van goedkope als dure woningen - leidt tot diverse problemen. In het beleidsplan Sociaal Domein 2023-2026 is de ambitie opgenomen om samen met het fysiek
D - DENKRICHTING De gemeente spant zich in om waar mogelijk bestaande bedrijven en (onbenutte) bedrijfsbestemmingen in woongebieden te verplaatsen dan wel te saneren.
domein te bereiken dat inwoners zelf de regie over hun leven behouden en dat kleinschalig sociale
Bedrijfsuitoefening en wonen verdragen zich
maken (zonder onnodig paniek te zaaien). Maar
verbinding ontstaat. Het is dan ook van belang
afhankelijk van de aard van de bedrijfsactiviteiten
ook geur, stof, geluid en verkeer kunnen een
om nieuwe wijken stedenbouwkundig op te delen
niet altijd met elkaar. Binnen het dorpsweefsel
gezonde leefomgeving in de weg staan. Idealiter
in kleine, overzichtelijke buurten. In anonieme
van de vier kernen zijn niet alleen nog diverse
zijn bedrijven dan ook geclusterd gesitueerd op
wijken zonder ontmoetingsmogelijkheden heeft
bedrijven operationeel, maar ook is nog een
een bedrijventerrein. Door historisch gegroeide
de al toenemende individualisering vrij spel.
aantal
bedrijfsbestemmingen
situaties is dit helaas en onvermijdelijk niet altijd
Vooral voor kwetsbare bewoners kan dit tot extra
geldend die in potentie een bedrijf kunnen
het geval. De gemeente wil daarom zodra een
complicaties leiden. In kleinere buurten kijkt men
toestaan. Op grond van de Omgevingswet
natuurlijk moment zich voordoet, in onderlinge
vaker naar elkaar om, is men alerter op bijzondere
genieten veiligheid en gezondheid nu extra
samenwerking het (overlastgevend) bedrijf
situaties en steken bewoners sneller de helpende
aandacht binnen de afweging die ruimtelijke
verplaatsen.
hand toe. Samenredzaamheid in plaats van
ordening nu eenmaal met zich meebrengt. Het
zelfredzaamheid.
is zaak de reële veiligheidsrisico’s inzichtelijk te
12 | 2024
onbenutte
Foto: Tankstation Pater Vogelsstraat
KOERSDOCUMENT
Wonen en werken
E - DENKRICHTING De gemeente zet voor de langere termijn in op geleidelijke transformatie van de bedrijfslocaties Papenhoef, Torenakkers en Willemstraat naar woningbouw. In de Structuurvisie bedrijventerreinen uit
wordt geconstateerd dat er nauwelijks geschikte
bouwhoogte en een strenger toewijzingsbeleid
2010 werd al een betoog gehouden om de be-
ruimte is voor de uitbreiding van bestaande
voor de resterende bedrijfskavels.
drijfslocaties Papenhoef (Lieshout), Torenakkers
bedrijventerreinen of de komst van nieuwe
(Aarle-Rixtel) en Willemstraat (Beek en Donk)
bedrijventerreinen. Hierbij dient te worden aange-
op termijn en geleidelijk om te vormen naar
tekend dat bij deze zoektocht bodem, water, natuur,
woningbouw. De gemeente is altijd op zoek naar
landschap en energiebeschikbaarheid sturend zijn.
geschikte en beschikbare woningbouwlocaties. Met name Papenhoef en de Willemstraat kunnen
Om de reductie aan bedrijfslocaties te kunnen
aan het water voorzien in een aantrekkelijk
rechtvaardigen, wil de gemeente op de be-
woonmilieu.
staande bedrijventerreinen onderzoeken waar
Dit betekent dat op termijn het aantal
en hoe compenserende maatregelen genomen
werklocaties wordt gereduceerd. Tegelijkertijd
kunnen worden. Denk aan het oprekken van de
OMGEVINGSVISIE KERNEN
Foto: Bedrijfslocatie Willemstraat
2024 | 13
Onze kernen
3. ONZE KERNEN A - DENKRICHTING Cultureel erfgoed geeft karakter aan onze kernen en wordt gekoesterd.
Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle objecten geven karakter aan een dorp. Ze maken de geschiedenis van een kern afleesbaar en dragen bij aan het toeristisch-recreatief product van de gemeente. Het is daarom zaak niet alleen uiterst zorgvuldig met deze gebouwen en objecten om te gaan, maar ook met de directe omgeving van het monument. Bij gebiedsontwikkelingen en -transformaties vormt deze monumentale context het vertrekpunt. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten zijn sowieso beschermd. Maar ook bij beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle objecten dienen behoud en renovatie te allen tijde het uitgangspunt te zijn. Dit vertaalt zich in een strenge toets aan de plaatselijke beeldkwaliteit door de supervisor of de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Foto: Rijksmonument De Klokkengieterij
14 | 2024
KOERSDOCUMENT
Onze kernen
B - DENKRICHTING De gemeente blijft vasthouden aan compacte centra. Panden in centrumgebieden en aanloopstraten
begrensde gebieden. Het hiervoor vastgestelde
zaal ’t Huukske en De Tapperij (beiden in Beek en
met de bestemming horeca, detailhandel en
transformatiebeleid blijft intact. Het doel is om
Donk) is al sprake geweest van omzetting naar
zakelijke dienstverlening worden geplaagd door
aantrekkelijke en levendige centra te behouden
woningbouw. De gemeente behoudt zich het
leegstand. In die gevallen vragen eigenaren aan de
c.q. te creëren.
recht voor om hierin op maat keuzes te maken.
gemeente niet zelden om toestemming voor het omvormen naar woningbouw. De gemeente is in
Buiten deze strak afgebakende centrumgebieden
centrumgebieden hierin zeer terughoudend. Het
kan de gemeente overwegen om mee te werken
verkleuren van centrumgebieden naar woningen,
aan omzetting van bijvoorbeeld horeca naar
gaat ten koste van de aantrekkingskracht,
woningbouw, of de functie te verplaatsen naar
levendigheid en de maatschappelijk-economische
het centrumgebied. Dit is afhankelijk van de
Foto links: Heuvelplein Donk
functie. Dit beleid wordt toegepast binnen scherp
situatie, aard en omvang. In het geval van café-
Foto rechts: De Tapperij
OMGEVINGSVISIE KERNEN
2024 | 15
De buitenruimte
4. DE BUITENRUIMTE
A - DENKRICHTING Voor meer kansengelijkheid investeren we ongelijk in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is van invloed op sociale
goed ervaren gezondheid leven dan andere
zoveel mogelijk worden gelijkgetrokken. Denk aan
vraagstukken. Het omgekeerde is ook het geval:
inwoners. Er is steeds meer aandacht voor
het investeren in speelvoorzieningen, trapveldjes,
sociale vraagstukken kunnen impact hebben
deze kansenongelijkheid (die diverse oorzaken
groen en ontmoetingsplekken, juist in wijken waar
op onze leefomgeving. In de Omgevingswet is
kent). Deze bedroevende conclusie vraagt om
deze voorzieningen hard nodig zijn.
daarom bepaald dat gezondheid en veiligheid
een reactie, ook vanuit ruimtelijke ordening en
een zwaardere rol dienen te krijgen bij ruimtelijke
beheer van de openbare ruimte. In het verleden
afwegingen.
zijn investeringen in de openbare ruimte zoveel mogelijk gelijkelijk verdeeld over de kern. Elke
Zo heeft onderzoek uitgewezen dat minder
wijk zijn deel. De conclusie van het voornoemd
welvarende inwoners een beduidend lagere
onderzoek pleit echter voor ongelijk investeren in
Foto links: Speelterrein Orchideestraat
levensverwachting hebben en minder lang in
de bebouwde en openbare ruimte, zodat kansen
Foto rechts: Oranjeplein Mariahout
16 | 2024
KOERSDOCUMENT
De buitenruimte
B - DENKRICHTING
C - DENKRICHTING
We stimuleren beweging en ontmoeting bij elke aanpassing van de openbare ruimte.
We zetten in op een verkeersveilige, bereikbare en leefbare gemeente.
De inrichting van de openbare ruimte kan een
De overlast van gemotoriseerd verkeer is in alle
(de robuuste randen en bundelroutes). Verder
belangrijke rol spelen in het stimuleren van
Laarbeekse kernen een belangrijke uitdaging.
stimuleren we het fietsgebruik en het openbaar
gezond gedrag en het bevorderen van een actieve
Bewoners ervaren overlast van gemotoriseerd
vervoer als onderdeel van de mobiliteitstransitie
leefstijl. Daarnaast helpt een beweegvriendelijke
verkeer dat op zoek gaat naar alternatieve routes
en wordt in de dorpskern ongewenst verkeer zoals
omgeving om elkaar te ontmoeten. Dat bevordert
over gemeentelijke wegen om knelpunten op
landbouwverkeer, zoveel mogelijk geweerd. Ook
tevens de sociale cohesie in een wijk, zeker voor
het hoofdwegennet te ontwijken. Maar ook van
de verkeersveiligheid rondom schoolomgevin-
de kwetsbaardere inwoners, zoals ouderen. Denk
landbouw- of ander zwaar verkeer dat via de
gen, sportaccommodaties en speelterreinen
aan senioren- en dementievriendelijke routes die
kernen rijdt. We gaan ons gemeentelijk wegennet
krijgt extra aandacht. Dit is vastgelegd in de
de doelgroep stimuleren om obstakelvrij te blijven
daarom zo inrichten dat bovenlokaal verkeer
gemeentelijke Mobiliteitsvisie.
bewegen naar de supermarkt, overige winkels, het
wordt gestimuleerd om de kernen te mijden
medisch centrum en bushaltes.
en juist de N272, N279 en de N615 te gebruiken
OMGEVINGSVISIE KERNEN
Foto: De Heuvel Lieshout
2024 | 17
De buitenruimte
D - DENKRICHTING De Zuid-Willemsvaart is de belangrijkste ruimtelijke structuurdrager van Laarbeek. De gemeente bepaalt de toekomstige kansen, belemmeringen en ontwikkelmogelijkheden aan de boorden van dit kanaal. In tegenstelling tot de omgeving van het
door gebieden waar de ruimtelijke kwaliteit te
Wilhelminakanaal, doen zich aan de boorden van
wensen overlaat. Er is daarom zowel conservering
de Zuid-Willemsvaart een groot aantal ruimtelijke
als ook kwaliteitsontwikkeling gewenst. In de
planinitiatieven voor die zonder overkoepelende
vastgestelde kanaalvisie zijn deze uitgangspunten
visie individueel worden aangevlogen, zonder
gebiedsgericht benoemd, zodat er nu en in de
samenhang. In een visie worden deze losse kralen
toekomst geen misverstand kan bestaan over de
als een ketting aan elkaar geregen.
ontwikkelingsrichting.
De beide zijden van de Zuid-Willemsvaart laten zich kenmerken door robuuste groenstructuren en monumentaal erfgoed, maar ook
18 | 2024
Foto: Zuid-Willemsvaart
KOERSDOCUMENT
Klimaat en energie
5. KLIMAAT EN ENERGIE
A - DENKRICHTING We vergroten de boomkroonbedekking in de kern. Toekomstbomen wijken per definitie niet voor andere collectieve en persoonlijke belangen. Groen
is
vaak
het
van
en groenstructuren te verbinden en te verbeteren.
gerealiseerd worden met grotere bomen. Er
worden
De gemeente hanteert daarom de 3-30-300-regel
worden daarom toekomstbomen aangewezen
doorgaans belangrijker geacht dan bomen,
als richtlijn. Het maakt vergroenen meetbaar. Het
die - mits nog vitaal - een eeuwigdurend bestaans-
zo is de ervaring. En zelfs zonnepanelen - hoe
is geen rigide norm, maar het is wel de bedoeling
recht hebben. Toekomstbomen zijn bomen met
paradoxaal - worden soms als argument gebruikt
om op kern- en wijkniveau naar dit principe
een lange beoogde levensduur (> 60 jaar) op
om bomen te kappen. En dat terwijl bomen en
toe te bewegen, in plaats van er verder van af te
een duurzame standplaats. Maar ook andere
groenvoorzieningen een essentiële bijdrage
drijven. Met name de boomkroonbedekking is
maatregelen kunnen een bijdrage leveren aan het
leveren aan het woon- en leefklimaat, hittestress
daarbij van belang. In verband met toenemende
tegengaan van hittestress (bijvoorbeeld groene
voorkomen, biodiversiteit vergroten en zelfs de
hittestress en de negatieve gezondheidsgevolgen
parkeerplaatsen, pergola’s en schaduwdoeken).
mensheid in stand houden. Het is van eminent
daarvan, dienen er meer schaduwplekken te
belang om bomen te behouden en te koesteren
komen in onze fysieke ruimte. Dit kan het beste
gebiedsontwikkelingen.
OMGEVINGSVISIE KERNEN
slachtoffer Stenen
Foto: Tulpenboom in plan De Zeven Zusters
2024 | 19
Klimaat en energie
B - DENKRICHTING We kiezen ervoor om gebiedsgericht een waterbergingsnorm voor te schrijven, rekening houdende met de plaatselijke regenwateropgave. De gevolgen van de klimaatverandering zijn
laten van bestaande open plekken in de kern
en water zijn sturend bij de zoektocht naar
enorm en steeds meer voelbaar. We ervaren
(zie uitgangspunt 5C). Er dienen structureel ook
woningbouwmogelijkheden
alsmaar meer wateroverlast, verdrogingsschade
meer financiële middelen beschikbaar te komen
en gezondheidsschade. Deze effecten nemen
voor een klimaatadaptieve openbare ruimte.
Foto boven: Waterberging Piet van Thielplein
de komende jaren alleen maar toe. Het is zaak
In een Water- en Riolerings Programma (WRP)
Foto onder: Helmondseweg (wateroverlast)
om ons hierop voor te bereiden, waarbij naast
wordt gebiedsgericht voorgeschreven hoeveel
de gemeentelijke inspanning ook wederkerige
millimeter regenwaterberging per m2 afvoerend
assistentie van de inwoners wordt verwacht.
verhard oppervlak nodig is. Dit is afhankelijk van
Dit kan namelijk niet met fluweelzachte
de bodem- en grondwateromstandigheden.
maatregelen. Er zullen rigoureuze keuzes
Daarom werken we aan een datagedreven,
gemaakt moeten worden, zoals het onbebouwd
toekomstbestendig watersysteem. Bodem
20 | 2024
KOERSDOCUMENT
Klimaat en energie
C - DENKRICHTING We gaan terughoudend om met verdere bebouwing en verdichting van onbebouwde, groene plekken in de kern. Het aantal nog onbebouwde, groene plekken
Om desalniettemin aan de woningbouwopgave te
ondanks alle inspanningen - niet naar rato van het
in onze kernen is in de loop van decennia ge-
kunnen voldoen, wordt ingezet op:
aantal inwoners over de kernen wordt verdeeld.
decimeerd. De schaarse, thans nog beschikbare
•
transformatie en herontwikkeling van
open plekken spelen een belangrijke rol in
bestaande bebouwing (met behoud van
het kader van groenbeleving, biodiversiteit,
cultureel erfgoed) in combinatie met - daar
klimaatadaptatie, waterberging en woon/
waar passend - dorpse hoogbouw;
leefklimaat. Deze plekken worden daarom zoveel
•
mogelijk beschermd tegen verdere bebouwing
Bij het kiezen van woningbouwlocaties (en
en verdichting, en zo nodig voorzien van een
bedrijventerreinen) zijn bodem, water, natuur,
biodiversiteitsimpuls.
landschap en energiebeschikbaarheid sturend.
Foto links: Floreffeplein Lieshout
Deze keuze kan erin resulteren dat woningbouw –
Foto rechts: Processiepark Mariahout
OMGEVINGSVISIE KERNEN
gerichte uitbreiding aan de kernranden.
2024 | 21
Klimaat en energie
D - DENKRICHTING We zetten hoog in op energievoorziening en warmtetransitie.
Op termijn moeten alle woningen van het gas af. Daarvoor zijn diverse technieken beschikbaar en in ontwikkeling. De eerste stap is echter om gemeentebreed iedere woning ‘aardgasvrijklaar’ te maken. Daarbij zetten we
De gemeente heeft met de Lokale Energie
vol in op energiebesparing door bijvoorbeeld
Strategie een koers ingezet naar een duurzaam en
woningisolatie te stimuleren. Inwoners met lagere
toekomstbestendig energiesysteem (elektriciteit
inkomens worden hierbij geholpen door de
en warmtevoorziening). Er ligt een visie op
gemeente. Alle energie die op die manier bespaard
grootschalige opwek van duurzame energie. De
kan worden, hoeft immers ook niet te worden
gemeente werkt aan de verdere verduurzaming
opgewekt. Bovendien kunnen woningen dan in
van het gemeentelijk vastgoed, w.o. het
de toekomst snel aansluiten op een eventuele
gemeentehuis. En er is een Transitievisie Warmte
collectieve warmtevoorziening of een individuele
vastgesteld die het pad naar een aardgasvrije
oplossing (bijvoorbeeld een warmtepomp).
warmtevoorziening schetst. De bovenstaande acties hebben tot gevolg dat Onderzoek toont aan dat het haalbaar is
de ondergrond in de openbare ruimte steeds
om in Aarle-Rixtel een warmtenet aan te
voller wordt (kabels en leidingen), dat vaker
leggen op basis van de restwarmte van de
graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden (in-
rioolwaterzuiveringsinstallatie. De komende
clusief de bijbehorende overlast) en dat de
jaren worden wijkuitvoeringsplannen opgesteld
bovengrondse energie-infrastructuur wordt
voor Aarle-Rixtel en Mariahout. Lieshout en
geïntensiveerd (denk aan verdeelstations).
Beek en Donk volgen later. We zoeken hierbij de samenwerking met ketenpartners en buurgemeenten zodat we kunnen leren.
22 | 2024
KOERSDOCUMENT
OMGEVINGSVISIE KERNEN
2024 | 23
Colofon
Colofon Tekst Gemeentelijk Projectteam Omgevingsvisie Kernen Ontwerp Ontwerpbureau Deamer Media Design Rolf Thijssen Fotografie Ontwerpbureau Vio Jasper van den Wildenberg
24 | 2024
KOERSDOCUMENT
2