CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

5 20231116 Bijlage 1 Harmonisatievoorstel minimaregelingen Peelgemeenten

Commissie Sociale & Algemene Zaken 16 november 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het Harmonisatievoorstel minimaregelingen Peelgemeenten3.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Harmonisatievoorstel minimaregelingen Peelgemeenten

2 oktober 2023

Aanleiding In de 5 Peelgemeenten (Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren) zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor Individuele Inkomenstoeslag en de Regeling Maatschappelijke Participatie verschillend per gemeente. Vanuit het inwonersperspectief, maar ook vanuit het oogpunt van een efficiënte uitvoering van deze regelingen is harmonisatie gewenst. Daarnaast is aan de hand van een tweetal Minima Effect Rapportages (gemeente Deurne en gemeente Someren) inzichtelijk geworden of beide regelingen aansluiten bij de behoefte van de doelgroep van beleid. Naar aanleiding hiervan zijn beide regelingen aangepast. Bijgaand treft u de nieuwe verordeningen aan waarin de voorwaarden van beide regelingen zijn opgenomen. Deze worden ter vaststelling doorgeleid naar de gemeenteraad. In dit harmonisatievoorstel wordt allereerst geschetst wat de huidige situatie is m.b.t. beide regelingen in de 5 Peelgemeenten. Daarna komen de aanbevelingen uit de Minima Effecten Rapportages van het Nibud aan de orde. Vervolgens worden de voorgestelde wijzigingen van de Individuele Inkomenstoeslag en de voorgestelde wijzigingen van de Regeling Maatschappelijke Participatie genoemd. Verder komt het onderdeel communicatie ter sprake. Tenslotte volgt nog een aantal toekomstig te harmoniseren onderdelen.

Huidige stand van zaken per gemeente Individuele inkomenstoeslag (IIT) Gemeente/ Onderdelen Inkomensgrens Referteperiode

Asten

Deurne

110% 3 jaar

120% 1 jaar

Werktoeslag

Nee

Ja

GemertBakel 120% -1 jaar voor huishoudens met kinderen -3 jaar voor huishoudens zonder kinderen Ja

Laarbeek

Someren

100% -1 jaar voor huishoudens met kinderen -3 jaar voor huishoudens zonder kinderen Ja

120% 3 jaar

Nee

Inkomensgrens Op dit moment is de toekenning van de individuele inkomenstoeslag (hierna te noemen: IIT) per gemeente verschillend. De gemeenten Deurne, Gemert-Bakel en Someren hanteren de 120% inkomensgrens van de bijstandsnorm. Gemeente Laarbeek gebruikt 100% van de bijstandsnorm, de gemeente Asten past 110% toe. Dit betekent in de praktijk dat inwoners in de gemeente Laarbeek die een inkomen hebben tot 100% van de bijstandsnorm recht hebben op de IIT, terwijl in gemeente Someren of Deurne een grotere doelgroep hier recht op heeft. Referteperiode De referteperiode (dat is de periode voorafgaand aan het moment van aanvragen) verschilt tussen de gemeenten van 1 tot 3 jaar. Sommige gemeenten maken – behalve in de duur van de wachttijd – ook nog onderscheid in de gezinsvorm: gezinnen met kinderen hebben een kortere wachttijd. Momenteel zijn de belangrijkste verschillen tussen de gemeenten: 1 jaar (Deurne), 1 jaar voor huishoudens met minderjarige kinderen (Laarbeek en Gemert-Bakel) 3 jaar voor huishoudens zonder minderjarige kinderen (Laarbeek en GemertBakel) 3 jaar voor iedereen (Asten en Someren).

2

Werktoeslag Deze toeslag is gedurende 2 jaar beschikbaar voor inwoners die vanuit de uitkering richting werk gaan. Bij de werktoeslag geldt dus een hogere inkomensgrens dan normaal bij de IIT (nu voor Laarbeek 100%). Hierdoor zullen de inwoners die net boven deze inkomensgrens geld gaan verdienen alsnog in aanmerking komen voor de IIT. De gemeenten Deurne, Gemert-Bakel en Laarbeek hanteren momenteel een werktoeslag tot een inkomen 130% van de bijstandsnorm voor de duur van twee jaar. Asten en Someren hanteren momenteel geen werktoeslag. Regeling Maatschappelijke participatie (MP) Gemeente/ Onderdelen Inkomensgrens

Asten

Deurne

110%

Doelgroep

Geen leeftijdsgrens -EUR 150 voor 0-18 jarige -EUR 150 extra voor 418 jarige Ja

-110% huishoudens zonder kinderen -120% huishoudens met kinderen 18 jaar en ouder EUR 250

Bedrag

Ambtshalve toekenning

Nee

GemertBakel 120%

Laarbeek

Someren

110%

120%

2 jaar en ouder -EUR 150 -EUR 150 extra voor 2-18 jarige

18 jaar en ouder EUR 150

Geen leeftijdsgrens

Ja

Nee

Nee

EUR 200

Inkomensgrens Op dit moment is de inkomensgrens voor de Regeling Maatschappelijke participatie (hierna te noemen: MP) verschillend per gemeente. De gemeenten Deurne, Gemert-Bakel en Someren hanteren een inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm. Terwijl gemeenten Asten en Laarbeek hiervoor 110% hanteren. Ook hier geldt, net zoals bij de IIT, dat in de gemeenten Someren en Deurne een grotere groep inwoners recht heeft op de MP dan in de andere gemeenten waar een lagere inkomensgrens wordt gehanteerd. Verschil doelgroep en hoogte van de bedragen Momenteel worden in de gemeenten verschillende bedragen en leeftijdscategorieën gehanteerd. In Asten wordt in de huidige situatie per kind van 0 tot 18 jaar €110 gehanteerd met een extra bijdrage van €150 per kind in de leeftijd van 4 tot 18 jaar. In Someren is de hoogte van de regeling €200 per persoon ongeacht de leeftijd. In Gemert-Bakel is de hoogte van de regeling €150 per persoon en daar bovenop €150 per persoon met een leeftijd tussen 2 en 18 jaar. In Laarbeek kent de bijdrage een hoogte van €150 per volwassene en in Deurne bedraagt deze €250 per volwassene. Zowel Laarbeek als Deurne kennen geen MP voor kinderen. Ambtshalve toekenning of aanvragen De gemeenten die de MP ambtshalve uitbetalen aan de doelgroep die een Participatiewetuitkering ontvangt zijn Asten en Gemert-Bakel.

In de andere gemeenten moet de MP jaarlijks opnieuw worden aangevraagd.

3

NIBUD rapportages Het NIBUD heeft voor de gemeenten Someren en Deurne een Minima Effect Rapportage uitgevoerd. De diverse vormen van inkomensondersteuning in beide gemeenten hebben een positief effect op de bestedingsruimte van inwoners. Naast deze positieve effecten geeft het NIBUD advies om specifieke groepen nog beter te kunnen ondersteunen. Het NIBUD raadt in het algemeen aan om met name extra aandacht te hebben voor echtparen met oudere kinderen (leeftijd 14-16 jaar). Echtparen met oudere kinderen zijn het meest kwetsbaar voor tekorten. Echter hebben ook echtparen met jonge kinderen tekorten. Gemeenten kunnen via accenten in het eigen beleid trachten de gevolgen hiervan te repareren, zoals ondersteuning via Stichting Leergeld. Een aantal speerpunten dat uit de rapportages naar voren komen, zijn het inzetten op begeleiding naar werk van tenminste één van de partners, het verhogen van de inkomensnormen voor minimaregelingen, Bijzondere Bijstand extra onder de aandacht brengen en de Individuele Inkomenstoeslag verder differentiëren, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen. Het voorstel is om een basisbedrag vast te stellen en daar bovenop een extra bedrag toe te kennen voor elk ten laste komend kind eventueel onder en boven de 12 jaar.

Verder is het advies van het NIBUD om het bereiken van de doelgroep van minimaregelingen te verbeteren, een goed financieel beheer te stimuleren, energielasten te verlagen en duidelijk de voordelen van de collectieve zorgverzekering en de verschillende pakketten onder de aandacht te brengen bij de inwoners. Ook wijzen ze erop om te overwegen een onverdeeld budget voor sociale participatie van kinderen, zoals het is geregeld voor volwassenen, voor een gebruiksvriendelijke regeling met meer bestedingsvrijheid. Een gedegen afweging tussen een goed uitvoerbaar minimabeleid en het voorkomen van een armoedeval.

4

Voorgestelde wijzigingen Individuele Inkomenstoeslag (IIT) Voorstel 1: Inkomensnorm hanteren op 120% van de bijstandsnorm. Voorgesteld wordt om de inkomensgrenzen op 120% van de (toepasselijke) bijstandsnorm te hanteren voor de IIT. Deze grens sluit aan bij de landelijke normen en ontwikkelingen rondom armoede1, waarin voornamelijk verruimende maatregelen worden ingezet om inwoners te helpen. Voor alle Peelgemeenten geldt dat 120% gelijk of ruimer is dan de norm die nu wordt gehanteerd. Dit varieert namelijk tussen de 100% (Laarbeek) en 120%. Door de ongelijkheid in inkomensgrenzen tussen de verschillende Peelgemeenten is het bepalend in welke gemeente je woont of je wel of geen IIT krijgt. Dit vinden wij als GR Peelgemeenten niet wenselijk. Tenslotte sluit 120% aan bij de inkomensnorm die de Rijksoverheid adviseert voor de landelijke energietoeslagen. De Rijksoverheid heeft deze norm voor de volgende energietoeslag gekozen omdat de meeste gemeenten in Nederland deze inkomensgrens hanteren voor het eigen minimabeleid. Gevolgen Wanneer we de inkomensgrens van de IIT verhogen naar 120%, zal het aantal mensen in Laarbeek dat naar verwachting gebruik zal maken van de regeling toenemen met 302 (zie tabel 1). We ondersteunen hiermee een grotere doelgroep die al langer van een laag inkomen moet rondkomen.

De financiële consequenties van het doorvoeren van deze maatregel zijn te zien in onderstaande tabel 2. Harmonisatie inkomensnorm IIT (aantal personen) Asten Deurne GemertLaarbeek Someren Bakel* IIT 38 101 108 302 0 inkomensgrens naar 120% Tabel 1 Toename aantallen personen n.a.v. wijziging naar 120%

Harmonisatie inkomensnorm IIT (kosten) Asten Deurne GemertBakel* IIT €21.000 €57.000 €52.000 inkomensgrens naar 120% Tabel 2 Meerkosten n.a.v. wijziging naar 120%

Laarbeek

Someren

€149.000

0

Peelgemeenten (totaal) 549

Peelgemeenten (totaal) €296.000

Het is goed om te bedenken dat de berekening van de financiële consequenties berust op weloverwogen aannames. In de praktijk zullen er meer of minder inwoners gebruik van de regelingen maken. *In Gemert-Bakel is reeds besloten om de inkomensgrens voor de IIT vanaf september 2023 te verhogen naar 120%. In bovenstaande overzichten is de verhoging van deze maatregel wel gewoon opgenomen, zodat de kosten beter te vergelijken zijn, voor en na de maatregelen. Voorstel 2: Een referteperiode van één jaar voor alle huishoudens De wens is om de referteperiode te harmoniseren naar 1 jaar voor alle huishoudens. In de praktijk blijkt namelijk dat een langere wachttijd onwenselijk is, omdat huishoudens vaak al na 1 jaar in de financiële problemen komen. Ook is in de praktijk veel administratief werk gemoeid met het aanleveren en checken van de documenten van de inwoners, aangezien van de volledige periode van 3 jaar lang elke maand een loonstrookje o.i.d. nodig is. Stel, een

1 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/armoedebestrijding/armoede-verminderen

5

inwoner heeft alle documenten over 3 jaar bij elkaar gezocht en aangeleverd en één maand hiervan voldoet niet aan de voorwaarden, dan wordt de aanvraag alsnog afgekeurd. Ook als een inwoner niet voor iedere maand bewijslast heeft wordt de aanvraag afgekeurd. Deze verhouding vinden wij niet passend. Voor statushouders geldt dat zij niet alles in orde hoeven te hebben en wordt er vanuit gegaan dat ze aan de voorwaarden voldoen. Hiermee wordt een verschil gemaakt in doelgroep. Wanneer we kiezen voor 1 jaar referteperiode, dan zullen de doelgroepen dichter bij elkaar komen. Wanneer de referteperiode wordt verkort naar 1 jaar, dan sluiten Someren en Asten aan bij gemeente Deurne en al gedeeltelijk bij gemeente Laarbeek en Gemert-Bakel (voor eenoudergezinnen met minderjarige kinderen). Bij een wachttijd van een jaar hebben gezinnen eerst de mogelijkheid om zelf aan hun inkomensverbetering te werken (normaliseren). Als dat na een jaar niet gelukt is, voorkomt een tijdige inkomensaanvulling dat men afglijdt in armoede. In financiële noodsituaties kan in afwijking van deze regel een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule, waarbij de referteperiode niet wordt toegepast.

De financiële effecten van het verkorten van de referteperiode zijn lastig te meten, ook omdat er in de huidige regelingen al verschillende lagen zitten (bij Gemert-Bakel en Laarbeek zijn er respectievelijk twee en drie soorten wachttijden van toepassing, afhankelijk van huishoudtype). We gaan wel uit van een toename, omdat de doelgroep groter zal worden. Het is echter niet mogelijk om dit financieel in beeld te brengen. Hiervoor zou het goed zijn om de gegevens tussentijds te verzamelen en te evalueren. Voorstel 3: Invoeren van een werktoeslag tot 130% over een periode van twee jaar Van een armoedeval is sprake wanneer mensen er in inkomen op achteruitgaan wanneer zij bijvoorbeeld vanuit een uitkering gaan werken, als gevolg van het (gedeeltelijke) verlies van inkomensafhankelijke voorzieningen. De inkomensondersteunende voorzieningen bestaan uit landelijke voorzieningen (bijvoorbeeld de huur- en zorgtoeslag) en gemeentelijke voorzieningen en kwijtscheldingen. Deze regelingen maken gebruik van een inkomenstoets. Door het hogere loon bij werk kan het recht op toeslagen vervallen. Om deze reden loont werken niet in alle gevallen. Het gevolg van het instellen van de werktoeslag voor alle gemeenten moet deze armoedeval doen voorkomen. Om armoedeval zo veel mogelijk te voorkomen, wordt voorgesteld om een werktoeslag te hanteren voor alle gemeenten van 130% van de bijstandsnorm.

Deze toeslag is gedurende 2 jaar beschikbaar voor inwoners die vanuit de uitkering richting werk gaan. Voor de werktoeslag geldt dus een hogere inkomensgrens (dan 120%). Hierdoor zullen de inwoners die net boven de inkomensgrens van 120% geld gaan verdienen alsnog in aanmerking komen voor de IIT. Een kanttekening hierbij is dat de werktoeslag geen aparte toeslag is, maar een ruimere toegangsnorm (130% van het sociaal minimum) voor een specifieke doelgroep bij de IIT. Het is uit de beschikbare gegevens niet te herleiden welk aantal inwoners op dit moment gebruik maakt van de werktoeslag. Hierdoor is het lastig om de meerkosten inzichtelijk te maken. NB. Laarbeek heeft al een werktoeslag dus voor Laarbeek zal er niets veranderen.

6

Voorstel 4: Invoeren van een gezinstoeslag van €265 per jaar. Aansluiten bij de gezinstoeslag van Deurne, waarbij gezinnen een gezinstoeslag van €265 per jaar krijgen. Uit de MER’s van Someren en Deurne blijkt dat tweeoudergezinnen met kinderen die rond moeten komen van een laag inkomen financieel kwetsbaar zijn. Deurne heeft de gezinstoeslag naar aanleiding van het koopkrachtplaatje uit de MER van destijds al ingevoerd. De verwachte financiële consequenties van de maatregel gezinstoeslag zijn: Harmonisatie invoeren gezingstoeslag IIT (kosten) Asten Deurne GemertLaarbeek Someren Bakel IIT €12.000 €0 €23.000 €17.000 €14.000 gezinstoeslag van €265

Peelgemeenten (totaal) €66.000

Gemeente Deurne is niet ingevuld, omdat deze regeling daar al bestaat. De andere bedragen zijn berekend uitgaande van het huidige gebruik in Deurne in combinatie van brondata meerpersoonshuishoudens CBS. De financiële consequenties berusten op weloverwogen aannames. Voorstel 5: Invoeren van een kindtoeslag voor kinderen van 12-18 jaar van €246 per jaar Uit de MER’s van Someren en Deurne blijkt dat gezinnen met kinderen in de leeftijd van 1218 jaar kosten maken vóór die kinderen, die onvoldoende gecompenseerd worden (bijvoorbeeld door kinderbijslag en kindgebondenbudget). Het gaat dus om leeftijdgebonden kosten die niet door Stichting Leergeld kunnen worden betaald. De koopkracht van gezinnen met een minimumuitkering staat daarom onder druk. Het advies van het NIBUD is om hiervoor een toeslag per kind in het leven te roepen. Op basis van een financiële uitwerking zijn we uitgekomen op een bedrag van €246. De verwachte financiële consequenties van de maatregel kindtoeslag zijn: Harmonisatie invoeren kindtoeslag IIT (kosten) Asten Deurne GemertLaarbeek Someren Bakel IIT kindtoeslag €9.000 €16.000 €16.000 €12.000 €10.000 kinderen 12-18 jaar

Peelgemeenten (totaal) €63.000

Voorstel 6: Technische maatregel: Recht op IIT, ook bij een eerder opgelegde boete of maatregel Om aanspraak te kunnen maken op de IIT zijn voorwaarden van toepassing. Bij de aanvraag wordt o.a. het zicht op de inkomensverbetering van de inwoner beoordeeld. Wanneer iemand een maatregel op grond van (het niet nakomen van de) arbeidsplicht heeft opgelegd gekregen, betekent dit dat iemand bewust of onbewust iets heeft gedaan wat invloed heeft op de inkomensverbetering. Een voorwaarde voor het recht op IIT is dat een inwoner géén opgelegde boete of maatregel mag hebben gehad. Is dat wel zo, dan wordt de aanvraag voor IIT afgewezen. Met een maatregel wordt bedoeld dat iemand op grond van de arbeidsplicht belemmeringen heeft gehad, waardoor de uitkering verlaagd en soms zelf beëindigd wordt. Een boete is een geldbedrag dat is opgelegd om te betalen. Een kanttekening is dat het in de praktijk weinig voorkomt dat de aanvraag van een inwoner op IIT op deze grond wordt afgewezen. Daar komt bij dat er vaak geen sprake is van opzettelijke schending van een arbeidsverplichting. Er is dan geen sprake van fraude, maar meer van onwetendheid, onvoldoende bewustzijn of onoplettendheid. Daarnaast is het zo dat als je gestraft wordt voor het niet naleven van de regels door een maatregel of boete en je

7

krijgt daarbovenop nog een afwijzing van het recht op IIT, dan is dat feitelijk een dubbele straf. Dit willen wij voorkomen door het recht van IIT ook goed te keuren als de aanvrager in het verleden een boete of maatregel heeft gehad. Voorstel 7: Technische maatregel: Recht op IIT voor studerenden of uitkeringsgerechtigden in een traject naar werk en zelfstandig wonende studenten met kinderen Op dit moment hanteren gemeenten de regel dat iemand die perspectief heeft op inkomensverbetering, geen recht heeft op IIT. In de praktijk wordt deze regel zo toegepast dat wanneer je een traject naar werk volgt in combinatie met een opleiding, er zicht is op het verbeteren van de inkomenspositie en dus is er geen recht op IIT. Deze ‘straf’ op studeren en ontwikkelen vinden wij niet terecht. De doelgroep ‘Studenten’ die een bedrag vanuit de Wet studiefinanciering (WSF) of Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) ontvangen, zijn om dezelfde reden als groep uitgesloten van het recht op IIT. Studenten hebben de IIT echter niet nodig omdat ze aanspraak kunnen maken op studiefinanciering of een bijbaan kunnen nemen. Gehandicapte studenten kunnen een beroep doen op de Individuele Studie Toeslag. Kortom voor de doelgroep studenten lijkt de uitsluitingsgrond nog wel passend. We willen hierop een uitzondering maken voor zelfstandig wonende studenten met kinderen.

8

Voorgestelde wijzigingen Regeling Maatschappelijke participatie (MP) Voorstel 8: Inkomensnorm hanteren op 120% van de bijstandsnorm. Voorgesteld wordt om de inkomensgrenzen op 120% van de (toepasselijke) bijstandsnorm te hanteren voor de MP. Deze grens sluit aan bij de landelijke normen en ontwikkelingen rondom armoede2, waarin voornamelijk verruimende maatregelen worden ingezet om inwoners te helpen. Voor alle Peelgemeenten geldt dat 120% gelijk of ruimer is dan de norm die nu wordt gehanteerd. Dit varieert namelijk tussen de 100% (Laarbeek) en 120%. Door de ongelijkheid in inkomensgrenzen tussen de verschillende Peelgemeenten is het bepalend in welke gemeente je woont of je wel of geen MP krijgt. Dit vinden wij als GR Peelgemeenten niet wenselijk. Tenslotte sluit 120% aan bij de inkomensnorm die de Rijksoverheid adviseert voor de landelijke energietoeslagen. De Rijksoverheid heeft deze norm voor de energietoeslag gekozen omdat de meeste gemeenten in Nederland deze inkomensgrens hanteren voor het eigen minimabeleid. Gevolgen Wanneer we de inkomensgrens van de MP verhogen naar 120%, zal het aantal mensen in Laarbeek dat naar verwachting gebruik zal maken van de regeling toenemen met 101 (zie tabel 3). We ondersteunen hiermee een grotere doelgroep die al langer van een laag inkomen moet rondkomen.

De financiële consequenties van het doorvoeren van deze maatregelen zijn te zien in onderstaande tabel 4. Harmonisatie inkomensnorm MP (aantal personen) Asten Deurne GemertLaarbeek Someren* Bakel MP 24 0 190 101 58 inkomensgrens naar 120% Tabel 3 Toename aantallen personen n.a.v. wijziging naar 120% Harmonisatie inkomensnorm MP (kosten) Asten Deurne GemertBakel MP €6.000 €0 €54.000 inkomensgrens naar 120% Tabel 4 Meerkosten n.a.v. wijziging naar 120%

Laarbeek

Someren*

€22.000

€24.000

Peelgemeenten (totaal) 373

Peelgemeenten (totaal) €106.000

Het is goed om te bedenken dat de berekening van de financiële consequenties berust op weloverwogen aannames. In de praktijk zullen er meer of minder inwoners gebruik van de regelingen maken. *In Gemert-Bakel en Someren is reeds besloten om de inkomensgrens voor de MP vanaf 2023 te verhogen naar 120%. In bovenstaande overzichten is de verhoging van deze maatregel wel gewoon opgenomen, zodat de kosten beter te vergelijken zijn, voor en na de maatregelen.

2 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/armoedebestrijding/armoede-verminderen

9

Voorstel 9: Ambtshalve betaling voor inwoners met een Participatiewet-uitkering Het doel van automatisch betalen is om alle inwoners te bereiken en te ontlasten. Daarnaast ook om vrijwilligers die helpen bij het aanvragen te ontzorgen. Bovendien brengen we hiermee mogelijk de uitvoeringskosten naar beneden, omdat ze minder tijd kwijt zijn met het beoordelen van aanvragen. Asten en Gemert-Bakel kennen de mogelijkheid van ambtshalve toekenning, zonder voorafgaande aanvraag. Voor deze gemeenten worden de lijsten van Senzer gebruikt met inwoners die op 1-1 een Participatiewet-uitkering ontvangen. Hun inkomen en vermogen is al getoetst. Deze groep kennen we in het eerste kwartaal van het jaar automatisch toe en betalen we uit. De financiële verwachte consequenties van ambtshalve betaling zijn als volgt: Harmonisatie ambtshalve betaling MP Asten Deurne GemertBakel Ambtshalve €0 €67.000 €0 betaling

Laarbeek

Someren

€24.000

€36.000

Peelgemeenten (totaal) €127.000

Bij de gemeenten Asten en Gemert-Bakel wordt al gewerkt met ambtshalve betaling. Voor de andere gemeenten zijn de financiële consequenties in beeld gebracht op basis van aantallen Participatiewet/ MP 2022 x de kosten per dossier. Let op! De financiële consequenties berusten op aannames. Toelichting bij de aannames: • Met betrekking tot de maatregel ambtshalve toekennen MP is alleen doorgerekend wat de effecten zijn van het automatisch toekennen van MP aan diegenen die ook een Participatiewet-uitkering, niet zijnde IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers), ontvangen. • Niet doorgerekend is het effect van de verschillende verantwoordingseisen bij gemeenten (indienen van bonnetjes etc.) of het harmoniseren van de bedragen MP per huishouden. Voorstel 10: Technische maatregel: Geen controle op betalingen, wel mogelijkheid tot het doen van een steekproef. Er zijn verschillende wijzen van controle en betaalsystemen binnen de MP: controle en betalen op basis van declaratie, controle op basis van steekproef of geen controle. Gemeente Someren doet dit op basis van declaratie en gemeente Asten op basis van het achteraf inleveren van bonnetjes betreffende de bijdrage van €150, terwijl de andere gemeenten dit niet doen.

Voor het geharmoniseerde beleid willen we uitgaan van geen controle op betalingen, maar wel de mogelijkheid blijven houden tot het doen van een steekproef. Voorstel 11: Technische maatregel: Aanvraagtermijn hanteren t/m 31-12 voor inwoners zonder een Participatiewet-uitkering Inwoners die geen Participatiewet-uitkering ontvangen kunnen de Regeling Maatschappelijke Participatie aanvragen. Er zijn echter in de huidige regelingen verschillende uiterste data tot wanneer een aanvraag kan worden ingediend. De meest gebruikelijke zijn: t/m 31-12 van het jaar van de aanvraag en t/m 31-3 van het volgende jaar. De regeling om t/m 31-3 van het volgende jaar nog te kunnen aanvragen voor het vorige jaar vinden wij te ruimhartig, niet logisch, en dit blijkt in de praktijk ook niet nodig. Daarom willen we in het geharmoniseerde beleid uitgaan van een aanvraagtermijn t/m 31-12.

10

Communicatie Communicatie naar de inwoner is een erg belangrijk thema om de doelgroep te bereiken. Je kunt nog zulke goede regelingen hebben, als inwoners er geen gebruik van maken of als het niet bekend is bij inwoners, dan is er alsnog armoede en risico op schulden. Dit was ook een van de aanbevelingen van het Nibud uit de Minima Effect Rapportage (MER). Gemeenten moeten meer aandacht besteden aan duidelijke en laagdrempelige communicatie over hun minimaregelingen. Het Nibud adviseert een op de doelgroep gerichte campagne, waarin aandacht is voor de laaggeletterden en anderstaligen. Regionale samenwerking met oog voor inbedding in de diverse lokale communicatiestrategieën is efficiënt én effectief. Specialistische ondersteuning is nodig omdat we deze expertise zelf niet in huis hebben. Gemeenten dragen samen de kosten voor externe ondersteuning. Het thema communicatie wordt echter niet verder uitgewerkt in deze notitie. Niet-gebruik regelingen Wij vinden het van belang om de huidige maatregelen, die gepaard gaan met een langdurige lastenverzwaring voor gemeenten, eerst door te voeren en te focussen op het bereiken van de doelgroep. Ingezet wordt op het bevorderen van het bereik en gebruik van de regelingen voor de doelgroep tot 120%.

Een logische vervolgstap is om daarna te onderzoeken wat het gecombineerde effect is op het inkomen van inwoners, van de rijksmaatregelen en gemeentelijke maatregelen. Blijkt uit dit onderzoek dat inwoners tekort komen, dan kunnen desgewenst vervolgmaatregelen worden getroffen.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=a25697c1-34df-4306-82d0-5b8cd04fef56