5 20231115 Bestemmingsplan Heuvelsche Velden Toelichting
Tekst van het document
Betekenis voor het bestemmingsplan
Er is een onderzoek uitgevoerd naar geurhinder (Bijlage 13). Het plangebied is gelegen in de 'bufferzone', zoals deze is bepaald door de gemeente Laarbeek in de Geurverordening van 13 maart 2008. In deze bufferzone mag er een maximale waarde van geurbelasting zijn van 7,0 oue/m3. Uit het geuronderzoek blijkt dat ten gevolge van de geuruitstoot van de varkenshouderij aan de Beemdkant 19 de geurnorm van 7,0 oue/m3 niet wordt overschreden op de rand van het plangebied. De maximale voorgrondbelasting van deze veehouderij op de rand van het plangebied bedraagt 2,8 oue/m3; P98. Ook op de huidige woningen binnen de bebouwde kom worden de geurnormen niet overschreden. De varkenshouderij aan Beemkant 19 zit dan ook niet ‘op slot’. Om deze reden is ook gerekend vanaf het hoekpunt dat van het bouwvlak van de varkenshouderij dat het dichtst bij het plangebied is gelegen. Als gerekend wordt vanaf het hoekpunt van de veehouderij aan de Beemdkant 19, dan bedraagt de maximale voorgrondbelasting 8,0 oue/m3; P98. In figuur 4.7 is te zien dat de contour over een klein gedeelte van het plangebied valt. Als binnen deze contour woningen worden gerealiseerd, kan de veehouderij niet uitbreiden richting het plangebied. Echter wordt ter plaatse een natuurgebied gerealiseerd, hetgeen is vastgelegd in dit bestemmingsplan.
Er worden dus geen geurgevoelige objecten in de contour geplaatst, waardoor de veehouderij geen hinder van het plan zal ondervinden. Bovendien kan de veehouderij nog in andere richtingen dan het plangebied uitbreiden. Mits bij de inrichting van het plangebied rekening wordt gehouden met de geurcontour van 7 oue/m3; P98 die over het plan valt, wordt de veehouderij niet in zijn bedrijfsvoering geschaad.
Heuvelsche Velden Pagina 54 van 64
Heuvelsche Velden Pagina 55 van 64
Figuur 4.7 Voorgrondbelasting
De geurhinder in het plangebied bepaalt of ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat kan worden gegarandeerd. De voorgrondbelasting is hier het meest bepalend voor de geurhinder. Deze maximale geurbelasting van 2,8 oue/m3 vertaalt zich naar < 5% gehinderde en een ‘zeer goed’ milieukwaliteit. De maximale geurbelasting, berekend vanuit het hoekpunt van 8,0 oue/m3, staat gelijk aan 5 – 10% gehinderde en een ‘goede’ milieukwaliteit.
4.10
Externe veiligheid
4.10.1 Relevant kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt; Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald Heuvelsche Velden Pagina 56 van 64
gebied overlijdt tengevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.10.2 Betekenis voor het bestemmingsplan Om te kunnen beoordelen of er risico's bestaan in het kader van externe veiligheid is de Risicokaart geraadpleegd, zie figuur 4.8. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicobronnen. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
Figuur 4.8
Uitsnede risicokaart
4.11
Verkeer en parkeren
4.11.1 Relevant kader De ontwikkeling mag geen negatieve invloed hebben op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. De gemeente Laarbeek hanteert daarnaast de parkeernormen conform de "Nota parkeernormen Laarbeek 2023". De parkeernormen zijn ontleend aan de kencijfers van het CROW. Hierin zijn kencijfers opgenomen naar stedelijkheidsgraad (zeer sterk stedelijk, sterk stedelijk, matig stedelijk, weinig stedelijk en niet stedelijk) en naar locatie (centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom en buitengebied) in een gemeente. Om de parkeernormen te bepalen worden binnen de parkeerbeleidsnota de volgende uitgangspunten gekozen: 1. De norm wordt bepaald door de parkeerkencijfers toe te passen zoals deze gepubliceerd zijn door het CROW; 2. Er wordt onderscheid gemaakt in centrumgebied, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied; 3. De parkeerkencijfers van “weinig stedelijk” worden gehanteerd voor het centrumgebied, schil
Heuvelsche Velden Pagina 57 van 64
centrum en de rest van de bebouwde kom. Voor het buitengebied worden de cijfers van de categorie “niet stedelijk” toegepast.; 4. Er wordt in beginsel uitgegaan van de gemiddelde parkeerkencijfers. Ten aanzien van punt 4 geldt dat door het CROW minimale en maximale kencijfers worden gehanteerd. Binnen de gemeente Laarbeek is het vertrekpunt dat met de gemiddelde cijfers wordt gewerkt, gezien de specifieke omstandigheden binnen de gemeente. 4.11.2 Betekenis voor het bestemmingsplan In opdracht van Ruimte voor Ruimte heeft Sweco B.V. een verkeersnotitie opgesteld ter plaatse van de Heuvelsche Velden in Beek en Donk (Bijlage 12). De gemiddelde cijfers van het CROW binnen de bandbreedte die geldt voor locaties die zijn aangemerkt als 'weinig stedelijk gebied' en 'rest bebouwde kom' zijn als uitgangspunt gehanteerd. De totale parkeerbehoefte in de openbare ruimte is daarmee 52 parkeerplaatsen. In het plan zijn 52 openbare parkeerplaatsen voorzien, waarvan 33 in twee parkeerhoven en 19 als langsparkeerplaats aan de hoofdlus. De vrijstaande, twee-onder-één-kap en zelfbouwkavels krijgen ieder minimaal 2 parkeerplaatsen en een garage op eigen terrein.
Om te borgen dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen met verwijzing naar de parkeerbeleidsnota. Hiermee wordt het aspect parkeren uitvoerbaar geacht. Het verkeer dat door de woningen wordt gegenereerd is relatief beperkt. De extra belasting kan goed worden gedragen door het bestaande omliggende wegennet. Om de woningbouwontwikkeling zo goed mogelijk in dit omliggende wegennet te integreren en duurzame mobiliteit aantrekkelijk te maken worden er twee aanbevelingen gedaan: De eerste aanbeveling betreft het fietspad, dat parallel aan de Pater Becanusstraat loopt. Er wordt aanbevolen om de kans van gevaarlijke situaties zo klein mogelijk te maken, door de fiets voorrang te geven. Een tweede aanbeveling betreft de S-bocht op de Pater Becanusstraat. Er wordt aanbevolen om de bocht in de toekomstige situatie te behouden. De S-bocht vervult een belangrijke functie op het gebied van verkeersveiligheid. Zo zorgt de bocht ervoor dat autovoertuigen snelheid minderen en dat fietsverkeer veilig kan oversteken. Richting uitvoering van het plan worden beide aanbevelingen meegenomen. Dit betreft nadere uitwerking.
4.12
Kabels en leidingen
In en rondom het plangebied lopen geen relevante planologische kabels en (buis)leidingen. Bij de uitvoering zal een klic-melding worden gedaan om zodoende rekening te houden met de reeds aanwezige kabels en leidingen. Heuvelsche Velden Pagina 58 van 64
4.13
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r.-(beoordelings)procedure moet worden doorlopen. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen (onderdelen A, B, C en D). Bij elk initiatief dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten) van het Besluit m.e.r., moet aandacht besteed worden aan de vraag of er al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van uit te voeren activiteit(en) zijn. Daarom moet bij elk planologisch besluit, maar ook bij bepaalde vergunningen, over activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r., een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' opgesteld worden. In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (activiteit D11.2). Het planvoornemen ligt ruim onder de plandrempels waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk is. Het planvoornemen ligt ruim onder de plandrempels waarvoor conform het Besluit m.e.r.
een m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk is. De (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit mer worden niet overschreden, zodat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' dient te worden uitgevoerd. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in Bijlage 11. Op grond van deze uitkomsten is aan het bevoegd gezag voorgesteld om gelijktijdig met het besluit om voorliggend ontwerpbestemmingsplan vrij te geven voor inspraak, tevens te besluiten dat een verdere m.e.r.-procedure niet aan de orde is. De diverse milieuaspecten vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Het plan Heuvelsche Velden past binnen de gestelde kaders.
4.14
Conclusie
De diverse milieuaspecten vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Het plan past binnen de gestelde kaders.
Heuvelsche Velden Pagina 59 van 64
Hoofdstuk 5
Wijze van bestemmen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald.
5.1
Inleiding
Dit bestemmingsplan vormt in eerste instantie het juridische kader waarbinnen in het plangebied een woningbouwontwikkeling mogelijk gemaakt wordt. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de planregels, vergezeld van deze toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezig en/of op te richten bebouwing. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. De te realiseren bebouwing dient te voldoen aan eisen van stedenbouwkundige aard. Deze hebben in de regel betrekking op woningtype, situering en afmetingen. Deze stedenbouwkundige eisen zijn in het bestemmingsplan opgenomen in de vorm van een verbeelding en daarop aansluitende regels. Deze documenten vormen het toetsingskader voor het beoordelen van bouwplannen.
5.2
Verbeelding
Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi (verklaring van de bestemmingen) te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie bevat.
5.3
Regels
De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezig en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. De regels zijn gebaseerd op de regels uit vergelijkbare bestemmingsplannen van de gemeente Laarbeek op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels (paragraaf 5.3.1); Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels (paragraaf 5.3.2 ); Hoofdstuk 3: Algemene regels (paragraaf 5.3.3); Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels (paragraaf 5.3.4). 5.3.1
Hoofdstuk1 Inleidende regels
In Artikel 1 ('Begrippen') is een omschrijving gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Vervolgens is in Artikel 2 ('Wijze van meten') een omschrijving gegeven van de te gebruiken wijze van meten.
Heuvelsche Velden Pagina 60 van 64
5.3.2
Hoofdstuk2 Bestemmingsregels
De regels in verband met de bestemmingen kennen alle een gelijke opbouw (voor zover van toepassing). De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van het aanvragen van een omgevingsvergunning. De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor beplanting, recreatie en bijbehorende voorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, langzaamverkeerroutes, in- en uitritten en parkeervoorzieningen en voorzieningen van openbaar nut. Gebouwen zijn binnen deze bestemming enkel toegestaan ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan.
De gronden die bestemd zijn als 'Natuur' zijn bedoeld voor het behoud en de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden, onverharde paden en wegen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, extensief recreatief gebruik, en kleine gebouwen en bouwwerken ten behoeve van natuurbeheer en extensieve recreatie. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, voet- en rijwielpaden, parkeer-, groen-, speel-,en waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen van algemeen nut. Gebouwen zijn binnen deze bestemming toegestaan ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, wegen en paden met daarbij behorende voorzieningen, extensief recreatief gebruik en behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden. De gronden die bestemd zijn als 'Wonen' zijn primair bedoeld voor het wonen met de daarbij behorende voorzieningen als tuinen, erven, terreinen, parkeer-, nuts-, water-, waterhuishoudkundige-, en groenvoorzieningen. Daarnaast zijn bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. De bouwregels zijn gericht op de nieuw te ontwikkelen woningen in het plangebied.
Daarnaast komt er in het plangebied een aantal dubbelbestemmingen voor: 'Waarde - Archeologie 5.1 en Waarde - Archeologie 5.2'. Op basis reeds uitgevoerd archeologisch (voor)onderzoek zijn voor de onderscheiden gebieden met archeologische verwachtingswaarden afzonderlijke archeologische dubbelbestemmingen opgenomen, waarbij regels gelden om het bodemarchief te beschermen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Voor verstoringen met een beperkt oppervlak of een beperkte verstoringsdiepte is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. 5.3.3
Hoofdstuk3 Algemene regels
In Hoofdstuk 3 van de regels is een aantal standaardregels opgenomen, te weten de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels. Anti-dubbeltelregel Dit artikel is erop gericht om grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing te laten. Algemene bouwregels
Heuvelsche Velden Pagina 61 van 64
In dit artikel zijn een aantal bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn een aantal gebruiksregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de benodigde herbegrenzingen in het kader van de Interim omgevingsverordening opgenomen. Tevens is hierin een aanduiding voor de waterbergingszone opgenomen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn een aantal afwijkingsregels opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Overige regels In dit artikel is geregeld dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning moet worden aangetoond dat er voldoende parkeergelegenheid is. 5.3.4
Hoofdstuk4: Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht In deze bepaling is vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht overeenkomstig artikel 3.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze bepaling omschrijft de titel van het plan.
Heuvelsche Velden Pagina 62 van 64
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werk door de gemeente moet de economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1.1
Omgevingsdialoog
Conform de Omgevingsvisie Buitengebied Laarbeek (december 2021) is een omgevingsdialoog georganiseerd. Doel van het omgevingsdialoog is omwonenden vroegtijdig betrekken bij het planvoornemen. Van het omgevingsdialoog is een bewonerseffectrapportage opgesteld (Bijlage 14). In deze rapportage is per onderdeel van het omgevingsdialoog een samenvatting gegeven. 6.1.2
Inspraak
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en deze is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de geldende gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee is in artikel 150 van de Gemeentewet onder meer bepaald dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Dit bestemmingsplan wordt niet ter visie gelegd voor inspraak. 6.1.3
Vooroverleg
Het voorontwerpbestemmingsplan is aan diverse betrokken adviesinstanties en -organen toegezonden in het kader van overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. De reacties die hieruit naar voren zijn gekomen, zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. 6.1.4
Vaststelling
Het ontwerpbestemmingsplan Heuvelsche Velden heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Met terinzageligging wordt eveneens bedoeld het publiceren en inzichtelijk maken op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze periode heeft een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijze naar voren kunnen brengen bij de gemeenteraad. In totaal zijn 5 zienswijzen ontvangen. De samenvatting en beantwoording van deze zienswijzen, alsmede de bijbehorende aanpassingen in het bestemmingsplan, zijn opgenomen in Bijlage X. 6.1.5
Beroep
Na vaststelling van het bestemmingsplan "Heuvelsche Velden" kan binnen 6 weken na bekendmaking beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting van een bestemmingsplan inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Hiermee wordt mede de economische uitvoerbaarheid bedoeld.
Heuvelsche Velden Pagina 63 van 64
Indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, hoeft de gemeente geen exploitatieplan op te stellen. De gemeente heeft met Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte een anterieure overeenkomst gesloten, waarin een bijdrage aan de plankosten is opgenomen. Er is verder geen sprake van het verhalen van kosten op belanghebbenden, waardoor het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. Kosten worden in een dergelijk geval verhaald via de prijzen bij de gronduitgifte. In de anterieure overeenkomst zijn de kosten van alle (vervolg)onderzoeken meegenomen. De economische zekerheid van het plan is hiermee zeker gesteld. Voorliggend bestemmingsplan beschrijft een reguliere woningbouwontwikkeling. Om tegemoet te komen aan de opgave van de provincie Noord-Brabant om historische kosten als gevolg van investeringen in omgevingskwaliteit terug te verdienen, is in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer vastgelegd dat er provinciale ruimte-voor-ruimte titels in de grondexploitatie worden ingezet. De inzet van deze ruimte-voor-ruimte titels is economisch gemotiveerd en maakt daarom geen onderdeel uit van de planologische onderbouwing van de woningbouwontwikkeling in dit bestemmingsplan. De inzet van deze titels wordt door de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte intern geregistreerd.
Heuvelsche Velden Pagina 64 van 64