CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

5 20230125 toelichting ontwerp-bestemmingsplan Heieindseweg 1-1a, Mariahout.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 25 januari 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan wijziging Heieindseweg 1-1a Mariahout15.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.10 Technische infrastructuur De locatie is reeds aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur zoals drukriolering en andere nutsvoorzieningen. Hiervoor hoeven geen structurele aanpassingen plaats te vinden. Ook de infrastructuur voor de zonnepanelen is aanwezig en zal enkel van de gebouwen naar de grond hoeven te verplaatsen. De technische infrastructuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De infrastructuur is aanwezig en voldoet aan het beoogde gebruik.

Ruimtelijke onderbouwing Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

27

4.11 Flora en Fauna De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen t.a.v. de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming (dieren en planten) en de Boswet zijn opgegaan in deze nieuwe wet. De strekking van de wet blijft gelijk; de beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming.

4.11.1 Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van beschermde gebieden (Natura2000 gebieden en beschermde natuurmonumenten) van belang. Ten zuiden van de initiatieflocatie is het Habitat- en Vogelrichtlijngebied Strabrechtse Heide en Beuven gelegen. De afstand tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied bedraagt meer 13 kilometer. Met de uitspraak van de Raad van State van mei 2019 is de methodiek (de PAS) waarmee berekend werd welke invloed projecten hebben op de depositie van stikstof op gevoelige natuur van tafel. Tot de invoer van een alternatieve methode om te komen tot deze berekeningen is het in ruimtelijke projecten van belang zo breed mogelijk te beschouwen welke invloeden de uitstoot van stikstof vanwege een project eventueel heeft op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. De beoogde ontwikkeling leidt tot significante afname van stikstofemissie. Verder is er sprake van een behoorlijke afstand tussen de locatie en het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied (> 10 km.), waardoor er geen sprake is van directe of indirecte effecten in de zin van areaalverlies, verontreiniging of verstoring.

4.11.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is in Nederland geregeld in de Wet Natuurbescherming. Deze heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende diersoorten en vaatplanten. Hiervoor geldt een algemene zorgplicht die inhoudt dat schade aan flora en fauna zoveel mogelijk voorkomen dient te worden. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: •

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn).

•

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.

•

Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten.

Ruimtelijke onderbouwing Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

28

De aanwezige biotopen en huidig grondgebruik in acht nemend is het onwaarschijnlijk dat er beschermde soorten in het plangebied aanwezig zullen zijn. De gronden zijn in gebruik als varkensstallen. Binnen dergelijke gebieden is er geen nestgelegenheid binnen de gebieden anders dan in de bomen. Mogelijk komen er in de nabijheid van de initiatieflocatie algemene soorten voor als veldmuis, egel en mol. Deze soorten vallen onder de algemene vrijstellingsregeling van de Wet Natuurbescherming. Algemene zorgplicht In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een algemene zorgplicht opgenomen voor eenieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, voor bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Om eventueel broedende vogels in en rondom de locatie niet te verstoren dienen verstorende activiteiten plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juli), tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels aanwezig zijn. Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten.

Ten aanzien van vogelsoorten geldt dat indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden (april tot half juli) geen overtreding plaats zal vinden van de wetgeving ten opzichte van vogels. Het aanvragen van een ontheffing is dan niet aan de orde. Daarbij wordt opgemerkt dat de Wet Natuurbescherming geen standaardperiode voor het broedseizoen kent. Het gaat er om of er een broedgeval is. De periode april tot half juli kan wel globaal aangehouden worden voor het niet uitvoeren van werkzaamheden. Bij inachtneming van de hierboven genoemde voorwaarden kan voorkomen worden dat er overtreding van de Wet Natuurbescherming zal plaatsvinden. Voor de ontwikkeling is een quick scan flora en fauna uitgevoerd om vast te stellen of de in huidige situatie aanwezige gebouwen in gebruik zijn door (beschermde) flora en fauna soorten. De quickscan heeft vastgesteld dat de gebouwen niet gebruikt worden door beschermde soorten en dat er geen belemmeringen zijn om de aanwezige gebouwen te slopen. De quick scan is in de bijlage van deze onderbouwing opgenomen. Er zijn geen beschermde soorten aanwezig en de bestemmingswijziging brengt geen wijziging aan de bestaande bebouwing met zich mee., een ontheffing in het kader van de flora en faunawet is daartoe niet nodig.

4.12 Water Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er op basis van Europees beleid, Rijksbeleid en provinciaal beleid rekening gehouden te worden met de aanwezige watersystemen en waterketens. Het waarborgen en zorgdragen voor een goede afvoer en doorstroming van het water moet verplicht opgenomen worden in ieder plan. Derhalve moet ieder plan voorzien zijn van een waterparagraaf.

Ruimtelijke onderbouwing Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

29

Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan is in december 2009 vastgesteld. In dit plan is het waterbeleid op hoofdlijnen omschreven en zijn de ruimtelijke aspecten die de doelstellingen die hieruit voorkomen opgenomen. Het Rijksbeleid richt zich met name op de waterveiligheid t.a.v. de grote rivieren; de Maas, Waal en Rijn en de kustlijn, de omgang met zoetwatergebieden, de algemene waterkwaliteit en grote watergebieden zoals Rijn-Maas delta, IJsselmeergebied etc. Het Rijksbeleid heeft geen gevolgen c.q. consequenties voor onderhavig plan. Provinciaal waterplan 2016-2021 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 30 augustus 2016 het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Met dit waterplan richt de provincie zich de komende 6 jaar op de ontwikkeling van een klimaatbestendig en ecologisch gezond watersysteem en een duurzame watervoorziening. Het Plan richt zich globaal op drie punten: •

Gezonde fysieke omgeving

•

Veilige fysieke omgeving

•

Groene groei

Ten aanzien van gezonde fysieke leefomgeving vormt de Provincie doelen om de bodem en waterkwaliteit te verbeteren en te borgen. Ook gezond zwemwater en oppervlaktewater komt aan de orde. De veilige fysieke omgeving richt zich met name op de meer traditionele rol van mens tegen het water en ziet toe op het beschermen van inwoners tegen het water. Het hoofdstuk groene groei richt zich ten slotte op de transitie naar een meer biobased economy. Waterschap AA en Maas Eind 2015 heeft waterschap AA en Maas haar waterbeheersplan 2016-2021 vastgesteld. Het plan werkt conform een aantal directe bijdragen en een aantal maatschappelijke thema’s waar het waterschap een rol in neemt: •

Via optimaal beheer en onderhoud houden we onze huidige dienstverlening in stand

•

Veilig en bewoonbaar beheergebied

•

Voldoende water en robuust watersysteem

•

Schoon water

•

Gezond en natuurlijk water

•

Water in bebouwd gebied

•

Kennisontwikkeling en innovatie

•

Energiegebruik en grondstofvoorziening

•

Internationale samenwerking

•

Water en ruimte

Het waterschap neemt haar basistaken serieus en benoemt de uitdagingen die haar te wachten staan de komende jaren. Maar het waterschap ziet daarnaast een bredere rol voor zichzelf weggelegd als partner in een meer omgevingsgerichte aanpak van plannen en ontwikkelingen.

Keur 2015 De Keur is in maart 2015 vastgesteld en dient als een aanvulling op regels uit de Waterwet. De Keur stelt regels t.a.v. de inrichting, het gebruik, beheer en onderhoud en overige werkzaamheden aan rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen. Deze regels gelden zowel voor stromen

Ruimtelijke onderbouwing Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

30

die eigendom zijn van het Waterschap, maar ook die in eigendom zijn van derden (burgers, agrariërs etc.). De Brabantse waterschappen hebben gezamenlijk de Keur overgenomen om te zorgen voor uniformiteit in de regelgeving. De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot, of het plaatsen van een duiker of brug. Legger Vanuit de Keur wordt regelmatig verbinding gelegd met de ‘legger’. Een legger is een door het waterschap vastgesteld register en geeft een overzicht van: •

Alle aanwezige waterlopen (sloten) en waterkeringen (dijken) inclusief kunstwerken (bijv. stuwen, bruggen, etc.

•

Wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van sloten en kunstwerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap en om de onderhoudsplichten van derden waarop het waterschap toezicht uitoefent.

•

Waar de beschermingszone ligt, die noodzakelijk zijn voor het waterschap om haar beheerstaken te kunnen uitvoeren. Op deze beschermingszone zijn verbodsbepalingen, volgens de keur, van toepassing zijn. Ook is de legger een naslagwerk ten aanzien van waterstaatswerken.

Afkoppelen afval- en hemelwater Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater van de bedrijfswoningen is aangesloten op het bestaande rioleringssysteem. Dit wijzigt niet. Hemelwater Er is sprake van een aanzienlijke verkleining van het totale verhard oppervlak op het plangebied. Hemelwater kan door de afname van de verharding eenvoudiger infiltreren op het plangebied in de toekomst. Bodemdoorlatendheid De doorlatendheid van de bodem is bepalend voor de infiltratiecapaciteit hiervan. Bij een goede bodemdoorlatendheid kan het water sneller infiltreren in de bodem. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk dat infiltratievoorzieningen bij een slechte bodemdoorlatendheid voldoende opvangcapaciteit hebben. De bodem van het plangebied betreft een zandgrond met voldoende bodemdoorlatendheid. Een nader onderzoek naar de infiltratiecapaciteit van de bodem wordt derhalve niet noodzakelijk geacht Water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Vanwege de afname van verharding neemt de mogelijkheid voor het plangebied om (hemel) water te verwerken toe en is mitigeren van effecten als gevolg van de ontwikkeling niet noodzakelijk.

Ruimtelijke onderbouwing Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

31

5.

Uitvoerbaarheid en procedure

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Met de initiatiefnemer wordt een zogenaamde anterieure overeenkomst afgesloten waarin de afspraken over plankosten en planschade zijn geregeld. Gezien het karakter van het plan is er op voorhand geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake is van planschade ten gevolge van het plan. Tevens wordt er een overeenkomst afgesloten in verband met de landschappelijke inpassing.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Er is een omgevingsdialoog gevoerd als onderdeel van de procedure. Vanwege de beperkingen door het coronavirus heeft de omgevingsdialoog per brief plaats gevonden.

5.3

Procedure

Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Deze wordt ook gepubliceerd in de MooiLaarbeekKrant. Gedurende de termijn van de ter inzage legging kan eenieder mondeling of schriftelijk een zienswijze indienen.

5.4

Juridische planopzet

Dit plan betreft een wijziging van het bestemmingsplan ““Buitengebied” vastgesteld op 6 juli 2010 en de 1e herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied” vastgesteld op 4 december 2013” van de gemeente Laarbeek ter plaatse van de Heieindseweg 1 en 1a.

5.5

Regels

De planregels beschrijven de bestaande regeling voor een woonbestemming. De planregels bevatten regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. Met deze regels wordt aangesloten op het vigerende bestemmingsplan van de gemeente Laarbeek.

5.6

Verbeelding

Aan het plangebied wordt de bestemming Wonen toegevoegd.

Ruimtelijke onderbouwing Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

32

6.

Bijlagen •

Quick scan

•

Landschappelijke inpassing (na sturen)

Ruimtelijke onderbouwing Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

33

19-5-2021

QuickScan flora en fauna Heieindseweg 1a, Mariahout

R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op en rondom de te slopen stallen op de locatie: Heieindseweg 1a, Mariahout

BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl

Opdrachtgever:

VOF Berkvens Dhr. M. Berkvens Heieindseweg 1a 5738 CA Mariahout

Status: Versie: Datum: Auteur:

definitief 21094.QFF 19-5-2021 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)

© copyright BNL advies 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Opgesteld door:

1

Colofon:

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.

Inleiding .............................................................................................4

2.

Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1

2.1.1

Bescherming van gebieden .............................................................5

2.1.2

Bescherming van soorten ...............................................................5

2.1.3

Bescherming van houtopstanden ......................................................5

2.2 3.

Wet natuurbescherming......................................................................5

Interim omgevingsverordening ..............................................................5

Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1

Algemeen.......................................................................................7

3.2

Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................8

3.2.1

De varkensstallen ........................................................................8

3.2.2

Beplantingen in directe omgeving ....................................................9

3.2.3

Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 11 4.1

Algemeen..................................................................................... 11

4.2

Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 11

4.2.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 11

4.2.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 12

4.2.3

Algemene broedvogels ................................................................ 12

4.2.4

Werken binnen het broedseizoen ................................................... 12

4.3

Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 12

4.3.1

Vleermuizen ............................................................................ 12

4.3.2

Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 13

4.4

Nationaal beschermde soorten............................................................ 14 Amfibieën en reptielen ............................................................... 14

4.4.2

Libellen ................................................................................. 14

4.4.3

Dagvlinders ............................................................................. 14

4.4.4

Vaatplanten ............................................................................ 14

4.4.5

Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 14

2

4.4.1

Pagina

4.

Vooronderzoek ............................................................................ 10

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 15 5.1

5.1.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 15

5.1.2

Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 15

5.1.3

Algemene broedvogels ................................................................ 15

5.2

Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 16

5.2.1

Vleermuizen ............................................................................ 16

5.2.2

Overige habitatrichtlijnsoorten ..................................................... 16

5.3

Nationaal beschermde soorten............................................................ 16

Conclusie .......................................................................................... 17

3

6.

Soorten Vogelrichtlijn ...................................................................... 15

Pagina

5.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van dhr. M. Berkvens, is op dinsdag 4 mei 2021, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Heieindseweg 1a te Mariahout. De werkzaamheden betreffen het slopen van, tot voor kort in bedrijf zijnde, varkensstallen. In- en nabij de stallen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Doormiddel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.

Pagina

4

De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.

2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

2.2 Interim omgevingsverordening

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Naast het ‘Natuurnetwerk Brabant’, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

5

In de Interim omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Noord-Brabant het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (NNB) genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het NNB kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNB.

Pagina

6

Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van Mariahout, in de gemeente Laarbeek, liggende in de provincie Noord-Brabant (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1: De projectlocatie ten zuidoosten van de kern Mariahout, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 19-05-2021

De locatie is gelegen ten zuidoosten van het dorp Mariahout. Binnen het plangebied (de te slopen stallen) is, conform het vigerend bestemmingsplan, de enkelbestemming ‘Agrarisch – agrarisch bedrijf met waarden’ van kracht. Ter plaatse zijn varkensstallen aanwezig, welke tot voor kort nog in bedrijf waren. De varkensstallen gaan gesloopt worden. Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven. In de directe omgeving/ aangrenzende kavels is volwassen beplanting van diverse soorten bomen, heesters en kruidachtige begroeiing aanwezig.

Pagina

7

Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Afbeelding 2: De kavels met kavelnummers: 1015 en 587, welke bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, zijn weergegeven binnen het rood kader. De stallen welke gesloopt gaan worden zijn weergegeven binnen het paars kader. Bron: Kadviewer, datum: 19-05-2021

3.2 Voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen het slopen van, tot voor kort in bedrijf zijnde, varkensstallen. In- en nabij de stallen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.

3.2.1 De varkensstallen

Pagina

8

De te slopen varkensstallen zijn afgebeeld in afbeelding 3 t/m 6. In de bestaande stallen kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals uilen, huismussen en vleermuizen. Maar ook andere vogelsoorten kunnen de stallen gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Afbeelding 3 t/m 6: Bestaande te slopen stallen met aangrenzende beplantingen op de kavel. Bron: R.J.L. Bijvelds 04-052021

3.2.2 Beplantingen in directe omgeving Aangrenzend aan het projectgebied en verspreid op de kavel zijn landschapsbomen, hagen, heesterbeplanting en diverse kruidachtige begroeiing aanwezig (zie afbeelding 7 en 8). Tijdens de rondgang dienen eventueel aangrenzende beplantingen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavel. Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.

Pagina

9

Afbeelding 7 en 8: Bestaande beplantingen nabij de te slopen stallen. Bron: R.J.L. Bijvelds 04-05-2021

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3.2.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 168-394. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied. Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.

Pagina

10

Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Datum: 03-05-2021

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op dinsdag 4 mei 2021 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -

Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in de stallen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder het dak of achter gevelbekleding Beschermde plantsoorten rondom de te slopen stallen Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen

4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te slopen stallen) is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Voor de huismus zijn geen vaste rust-, en/of verblijfplaatsen gevonden in de te slopen stallen. Er is gezocht naar aanwezige sporen in de vorm van nesten of uitwerpselen. Deze zijn allen niet aangetroffen. De daken zijn ook afgesloten doormiddel van vogelschroot (zie afbeelding 9 en 10). Verder zijn er geen geschikte mogelijke verblijfplaatsen aangetroffen.

Afbeelding 9 en 10: Daken niet toegankelijk voor huismussen door de aanwezigheid van vogelschroot. Bron: R.J.L. Bijvelds 04-05-2021

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf niet geschikt. Gierzwaluwen komen niet/ nauwelijks voor in een buitengebied en hebben de voorkeur voor lintbebouwing in dorpen en steden. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

11

Ook waren er tijdens het veldbezoek geen huismussen hoor- en zichtbaar aanwezig in en rondom de stallen. De aanwezigheid van nesten huismussen in de te slopen stallen is niet aannemelijk en nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

Uilen. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van steenuil en kerkuil in te slopen stallen kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar afgesloten donkere zolders van de te slopen stallen. Verder zijn er ook geen sporen aangetroffen in de vorm van uitwerpselen of braakballen. Nader onderzoek naar uilen wordt dan ook niet nodig geacht. Overige soorten. In omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid, nader onderzoek naar deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht.

4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, zoals spreeuw, boerenzwaluw, zwarte roodstaart, koolmees en pimpelmees. Wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (slopen van de bebouwingen), kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene broedvogels. De heesters en de bomen binnen het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (slopen van de stallen en verwijderen van beplantingen). Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen het broedseizoen (slopen van de stallen) is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.

Pagina

De te slopen stallen binnen het plangebied, is gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de laatvlieger, de ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en in mindere mate de gewone grootoorvleermuis. Uit de verspreidingsatlas (NDFF) kwam naar voren dat enkele van deze vleermuissoorten eerder gezien zijn in de directe omgeving van het plangebied.

12

4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

De stallen De stallen zijn gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van vleermuizen. Het dak van de stallen bestaan uit golfplaten met daaronder isolatieplaten. Vleermuizen gebruiken deze ruimten onder het dak niet als vaste rust- en verblijfplaats gezien de grote schommelingen in temperatuur. Vleermuizen houden van een meer constante temperatuur. Aangezien de stallen verder niet beschiken over openingen naar een spouw in de muur (spouw is geïsoleerd) en overige mogelijk geschikte verblijfruimten, bijvoorbeeld achter gevelbekleding, een overstek of daktrim (zie afbeelding 11 t/m 13), wordt nader onderzoek naar vleermuizen in de te slopen stallen niet nodig geacht.

Afbeelding 11 t/m 13: Geen mogelijk geschikte verblijfplaatsen van vleermuizen door de afwezigheid van een spouw en overstek/ gevelbekleding is aan de onderzijde afgesloten. Bron: R.J.L. Bijvelds 04-05-2021

Beplantingen. In de bomen en beplantingen welke nog aanwezig zijn in de directe omgeving van de te slopen stallen zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren aangetroffen, wat de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

Pagina

Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van water/ geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.

13

4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling geldt zoals de das, wezel, hermelijn, bunzing en steenmarter. Binnen het projectgebied zijn geen burchten, latrines of andere sporen van dassen aangetroffen wat maakt dat nader onderzoek naar dassen niet nodig geacht wordt. Geschikte openingen en potentiële verblijfplaatsen zoals oude zolders, en vlieringen zijn voor de steenmarter afwezig. Ook is er geen geschikt habitat aangetroffen voor de wezel, hermelijn en bunzing, door de afwezigheid van water, takkenhopen, steenhopen en andere mogelijk geschikte verblijfruimten. Het plangebied is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten als egel, konijn en (spits)muizen waarvoor in NoordBrabant een provinciale vrijstelling geldt.

4.4.1 Amfibieën en reptielen Het plangebied (direct aangrenzende omgeving van de te slopen stallen) is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie NoordBrabant geen vrijstelling geldt, zoals de alpenwatersalamander en kamsalamander. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.

4.4.5 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt: egel, konijn en verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

Pagina

14

Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, namelijk de huismus, gierzwaluw, steenuil en kerkuil. Naderonderzoek naar het voorkomen/ gebied gebruiksfuncties van deze soorten wordt niet nodig geacht. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden wordt niet nodig geacht door het ontbreken van een geschikt habitat.

5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied (de te slopen stallen) is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder boerenzwaluw, spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).

Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.

5.1.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen en struiken welke aanwezig zijn binnen het plangebied.

Pagina

15

Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht.

5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

5.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt, door het ontbreken van een geschikt habitat.

Pagina

16

Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren. Er kan op dit moment zonder voorziene problemen begonnen worden de geplande werkzaamheden, het slopen van de stallen buiten het broedseizoen. Wordt er binnen het broedseizoen gesloopt dan is een extra controle op aanwezige nesten noodzakelijk. Tijdens werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.

Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies

Pagina

17

19-05-2021

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering

Opdrachtgever:

de heer M. Berkvens 06-20434130 marcel.berkvens@gmail.com

Projectlocatie:

Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

Opdrachtnemer:

GV Advies Middelweg 4 3281 KH Numansdorp

Contactpersoon:

de heer G. Vink 0627-119742 info@gvadvies.nl

Datum:

21 juni 2021

Versie:

1.3

Plangebied

Plangebied

Titel

Plangebied en haar omgeving Tekeningnummer

Getekend door

Datum

1/7

G. Vink

21-6-2021

Bestandsnaam

Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

Titel

Landschapsontwikkelingsplan Laarbeek- ondergrond Tekeningnummer

Getekend door

Datum

2/7

G. Vink

21-6-2021

Bestandsnaam

Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

schaal 1:800 A. Woonhuis, Heieindseweg 1a B. Woonhuis, Heieindseweg 1 C. Stallen D. Zonnepanelen

A.

1. Halfverhardingspad langs plangebied uitgevoerd in gebroken puin en begrenst met halfwas eiken (Quercus robur) 2. Aangezicht plangebied, begrenst door halfwas lindes (Tilia europea) 3. Noordzijde plangebied begrenst met volwassen populieren (Populus canadensis), dubbele rij 4. Aangezicht plangebied vanaf Heieindseweg

C.

D.

C. D. C.

D.

D.

D. D.

B.

Titel

Vise plangebied - situering opstallen en gebruik Tekeningnummer

Getekend door

Datum

3/7

G. Vink

21-6-2021

Bestandsnaam

Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

schaal 1:800

2.

A. Zoekgebied nieuwbouw bijgebouw van 350 m2 voor bedrijfsmatige activiteiten B. Herpositionering zonnepanelen

A.

3.

2. 3.

B.

3. 3.

4. 2.

2. 1. Behoud e/o versterking karakteristiek open gebied. 2. Versterking door realisatie van inpassingsmaatregelen 3. Zoekgebied behoud open kleinschalig landschap met inpassing zonnepanelen. 4. Behouden van de landschappelijke kwaliteit van privetuin (geen maatregelen).

Titel

Landschappelijke inpassing - visie op maatregelen Tekeningnummer

Getekend door

Datum

4/7

G. Vink

21-6-2021

Bestandsnaam

Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

schaal 1:800

D.

D.

E.

E.

E.

E.

E.

E.

E.

E.

D.

C.

B. B.

E.

E.

D.

E.

E. E.

D. A.

E.

A. D.

D. D.

A. Bestaande houtsingel (snoei) B. Realiseren extra houtsingel in aansluiting op bestaande beplanting (800 m2) C. Realisatie extra bosje (240 m2) D. Landschapsbomen E. Hoogstam fruitbomen

A.

Titel

Inpassingsmaatregelen Tekeningnummer

Getekend door

Datum

5/7

G. Vink

21-6-2021

Bestandsnaam

Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

Coryllus avellana

Ligustrum ovalifolium

Viburnum opulus

Rhamnus frangula

Amelanchier lamarckii

Prunus spinosa

Acer campestre

Hoogstam fruitboom

Juglans regia

Sorbus aucuparia

Titel

Detailleringen - sortiment en aantallen Tekeningnummer

Getekend door

Datum

6/7

G. Vink

21-6-2021

Bestandsnaam

Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

Algemeen

Heesters

(Fruit-) bomen

Keuze Beplanting in onderhavig inpassingsplan is geselecteerd op basis van inheemse soorten. Deze soorten komen van oorsprong in de regio voor waarmee er enerzijds een bijdrage wordt gegeven aan de oorspronkelijke uitstraling van de regio en anderzijds betreft dit plantmateriaal wat past bij de aanwezige groeiomstandigheden.

Aanplant Zorg voor een ruim plantgat en grond waar de wortels goed in kunnen doordringen. Als je in lichte grond (zandgrond) plant is het goed dat te verbeteren door organisch materiaal (compost/vochtige potgrond) door de uitgegraven grond te mengen. Door zware kleigrond kun je fijn grind of grof zand mengen. Dat bevordert de drainage.

Aanplant

Keurmerk Bij de keuze van beplanting is het mogelijk om de keuze te maken voor autochtoon plantmateriaal. Deze keuze wordt aanbevolen omdat hiermee meer duurzaam plantmateriaal wordt aangeschaft. Het is mogelijk dat de beplanting in onderhavig plan niet met autochtoon keurmerk leverbaar is, er kan dan worden gekozen voor regulier plantmateriaal.

Beheer Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen.

Ontvangst Beplanting moet altijd weer zo snel mogelijk na ontvangst geplant worden. Mocht dit niet mogelijk zijn dan is het raadzaam beplanting tijdelijk met de wortels in zand te planten. Dit mag waar mogelijk gebundeld, doel is dat de wortels geen kans lopen uit te drogen. Bescherming tegen vraat Bescherm bomen, vruchtbomen, hagen en singels goed door op ruime afstand van beplanting gaas te spannen of een hekwerk te plaatsen.

Aanplant algemeen

De voorkeur van aanplant gaat uit naar de rustperiode van beplanting (november-februari) waarbij het van belang is dat aanplant in een vorstvrije periode plaatsvind. Zorg voor aankoop dat betreffende plantlocatie vrij is van beplanting en plantklaar is. Hierbij gaat het erom dat de plantlocatie is gespit/gefreesd. Dit bevordert het gemak tijdens de aanplant. Volg bij de aanplant de plantafstand en het plantverband zoals opgenomen in onderhavig plan om te komen tot een evenwichtig en gezond eindbeeld van de beplantingstrook. Maak een royaal plantgat dat ook onderin goed wordt losgemaakt. Planten met een kale wortel zet je net zo diep als ze bij de kweker gestaan hebben. Dit kun je zien aan de verkleuring op de bast. Vaak is de stam groenachtig en de wortel roodbruinig. De overgang hiertussen is de wortelhals. Dat is de diepte die de beplanting moet krijgen. Na het planten moet de grond aangetrapt worden en moet de plant iets omhoog getrokken worden zodat het zand goed tussen de wortels komt. Niet te hard de grond aanstampen want dat zorgt ervoor dat de kieming van de wortels vertraagt.

Beheer algemeen Na aanplant (gedurende het eerste jaar) is het noodzakelijk de beplanting voldoende water te geven. Dit is geheel afhankelijk van weertype en voorkomt sterfte van beplanting. Bij water geven moet je rekening houden met de verdamping. Een plant zonder blad verdampt bijna geen water en ook met donker en regenachtig weer verliest uw plant nauwelijks vocht. Bij hogere temperaturen en niet te vergeten schrale (oosten)wind verdampt uw plant veel meer en droogt dan snel uit. Het is dus belangrijk om dan goed water te geven. Let wel: overmatig water geven is ook niet goed. Het gevaar bestaat dan dat de plant aan de wortels gaat rotten.

De periode waarin gesnoeid wordt hangt af van de doelstelling van de beplanting. Gangbare perioden zijn 5-10 jaar of 10-15 jaar (afhankelijk van de soort). Wilg kan na 5 jaar worden afgezet. De beste tijd voor het afzetten is januari tot maart. Stobben moeten voldoende licht hebben om weer uit te kunnen lopen. De beste afzethoogte is ongeveer 15 cm boven de grens tussen wortel en stam. Het hout moet enigszins schuin worden afgezaagd om inrotten te voorkomen. In het hakhout kunnen naar behoefte aanzichtbepalende bomen gespaard worden.

Hagen Aanplant Een gemengde haag heeft meerdere voordelen ten opzichte van beukenhagen of coniferenhagen: ·Een gemengde haag draagt optimaal bij aan de biodiversiteit. ·Een gemengde haag geeft een meer gevarieerd beeld in het landschap. ·Een haag welke bestaat uit één soort is extra gevoelig voor plagen en ziekten. In een gemengde haag kan een plaag of ziekte zich minder makkelijk uitbreiden.

Graaf een plantgat van ongeveer 100 x 100 x 100 cm. De bomen verankeren zich namelijk beter in losgemaakte grond. Voer de graskluiten of andere begroeiing af of verwerk dit in kleine stukken onder in het plantgat. Niet in de buurt van de wortels, want tijdens het verteren is zuurstof nodig en zuurstof hebben de wortels ook nodig. Het is altijd aan te raden een boompaal te zetten. Deze moet niet in de bodem van het plantgat worden geslagen als de boom daar al staat. Dan beschadig je de wortels. Dus bij voorkeur wordt eerst het gat gegraven, en daarna wordt de boompaal in de bodem geslagen, daarna zet je de boom erbij. Spreid de boomwortels er omheen uit. Gebruik een paal van onbehandeld hout. De boompaal moet minimaal 75 cm in de grond komen te staan. Let hierbij op voor kabels en leidingen. De boompalen altijd plaatsen aan noordwest- en zuidoostzijde van de boom. De boom zal zo bij de meest voorkomende windrichtingen in de boomband hangen, wat voorkomt dat de bast langs de boompaal kapot schuurt. Als de boompaal stevig staat strooit u een deel van de grond, eventueel vermengd met compost, in het plantgat (gebruik een beperkte hoeveelheid compost in verband met verbranding van de jonge wortels. Maximaal 1 emmer per boom en deze goed mengen met de grond). Plaatst de kant van de boom waaraan de minst ontwikkelde takken zitten op het zuiden.

Beheer Belangrijk is dat de boom zolang hij jong is geen last van onkruidgroei bij zijn wortels heeft. Houd een ruime cirkel grond (een zogenaamde boomspiegel) rond de stam vrij van onkruid door het eerst goed te wieden en daarna de grond af te dekken met een bijvoorbeeld boombastsnippers.

Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen. Een haag kan als enkele rij of dubbele rij worden geplant. De plantafstand in de rij bedraagt 20 centimeter bij een enkele rij. Bij een dubbele rij worden er acht stuks per strekkende meter geplant in driehoeksverband. Verdeel eerst het plantmateriaal over de gehele lengte. Bevochtig de wortels, zet het plantsoen in de sleuf met de wortels goed uitgespreid. Schud tijdens het vullen het plantsoen iets om de aarde goed om de wortels te laten sluiten. Snoei vervolgens na het planten direct 1/3 van de hoogte van de hagen terug (dus 2/3 laten staan). Door in de beginjaren een haag regelmatig te knippen ontstaat een dicht vertakte haag. Wordt met het knippen te laat begonnen dan ontstaat er een brede slappe haag die kaal van onderen is. Door hagen van boven iets smaller te houden dan onderin komt er lager in de hagen ook voldoende licht bij, dit voorkomt kaal worden. Beheer Afhankelijk van het type haag wordt het beheer bepaald. Een beukenhaag moet bij voorkeur jaarlijks gesnoeid worden en bij een knip- en scheerheg mag dit eenmaal per twee jaar.

Titel

Aanleg- en beheeradvies (algemene adviezen) Tekeningnummer

Getekend door

Datum

7/7

G. Vink

21-6-2021

Bestandsnaam

Heieindseweg 1 en 1a Mariahout

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=622e7ac0-801b-4676-bb49-f202fdc5f359