CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

5 20220706 Bestemmingsplan Toelichting Bijenweg 2, Beek en Donk.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 6 juli 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling ontwerpbestemmingsplan Bijenweg 2 - Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk11.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen: ecologische hoofdstructuur (EHS) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter)nationaal belang. Het doel van het NNN-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Voor het Natuurnetwerk Nederland geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. In Brabant is dit gebied aangemerkt als Natuurnetwerk Brabant. Het plangebied is op een afstand van ca. 375 meter gelegen van het Natuurnetwerk Brabant. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot versnippering of oppervlakteverlies van het groen. Het aspect natuur is geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

32

Figuur 10 Ligging planlocatie t.o.v. Natuurnetwerk Brabant

4.3.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Er is geen sprake van bouw- dan wel sloopwerkzaamheden. Het project betreft uitsluitend een gebruikswijziging. Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling op de locatie geen onevenredige nadelige gevolgen zal hebben voor natuurwaarden.

4.3.3

Natura-2000 gebieden Met de ontwikkeling verandert er niets aan het feitelijke gebruik van de bestaande woning. Het gebruik is en blijft wonen, dit heeft geen invloed op de emissie en daarmee de depostie van stikstof of andere mogelijke effecten (geluid, verstoring) op kwetsbare gebieden.

4.4

CULTUURHISTORIE Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in cultuurlandschappelijke, stedenbouwkundige en bouwhistorische betekenis. Voorgaande is sinds 1 juli 2016 vastgelegd in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

33

bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Brabant blijkt dat het plangebied geen cultuurhistorische waarde heeft. De Bijenweg is aangemerkt als een lijn met een redelijk hoge waarde. Deze lijn wordt niet aangetast. Er zijn geen nieuwe uitwegen of andere aanpassingen aan de weg voorzien. Figuur 11 Ligging binnen cultuurhistorische waardenkaart Brabant

Met de ontwikkelingen in het plangebied, van de bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning en vormverandering bouwvlak, worden er geen werkzaamheden verricht. Uitsluitend de gebruiksmogelijkheden van de woning worden gewijzigd. Dit heeft geen gevolgen voor de omliggende cultuurhistorische waarden. Concluderend kan gesteld worden dat de cultuurhistorische waarden niet in het geding zijn met onderhavig plan.

4.5

ARCHEOLOGIE Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit vloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), dient bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. De gemeente Laarbeek heeft haar archeologisch beleid vastgelegd in een erfgoedkaart. Op deze erfgoedkaart ligt de locatie Bijenweg in een gebied met een hoge archeologische verwachting. In deze gebieden geldt op basis

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

34

van geomorfologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten die groter zijn dan 500 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld of 0,5 m onder maaiveld bij esdek en agrarisch bestemde gronden. Verder ligt het plangebied deels binnen een gebied met hoge verwachting (historische kernen en linten). Het gaat hier om de oude en de vermoedelijk nog oudere verschoven woonkernen en gehuchten, waar op basis van historische bronnen, oude kaarten en nog aanwezige bebouwing een hoge archeologische verwachting geldt. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus groot. Om die reden is een vergunning vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 250 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld. Figuur 12 Ligging binnen archeologische verachtingskaart Laarbeek

Dit plan ziet uitsluitend toe op een wijziging van het gebruik. Er zijn geen grondwerkzaamheden voorzien. Een nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Verder geldt op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dat toevalsvonsten gemeld moeten worden bij het Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag is de gemeente Laarbeek

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

35

4.6

LANDSCHAP Het plan maakt uitsluitend een interne gebruikswijziging mogelijk. Er vinden geen bouw- en/of sloopwerkzaamheden plaats. Verder wordt geen groen verwijderd als gevolg van voorliggend project. De ontwikkeling lijdt niet tot een aantasting van het landschap.

4.7

MOBILITEIT De ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de verkeerssituatie in de omgeving van het projectgebied. Met het omzetten van de bedrijfswoning naar een burgerwoning, wijzigt er niets in de feitelijke situatie. Met de aanwezige vergunde inwoning van een tweede bedrijfsvoerder is feitelijk al een tweede woning aanwezig. Het aantal verkeersbewegingen neemt niet toe, de bebouwing en het gebruik blijft ongewijzigd. Ook het aantal inritten veranderd niet. De parkeerbehoefte en voorraad blijft ook gelijk aan de huidige situatie. Concluderend geldt dat het bestemmen van de tweede bedrijfswoning en het aanduiden van de woning als plattelandswoning geen nadelige gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid.

4.8

FEITELIJKE BELEMMERINGEN Indien sprake zal zijn van grondverzet zal een zogenaamde Klic-melding plaatsvinden om duidelijkheid te verkrijgen over de eventueel aanwezige kabels en leidingen. Vooralsnog zijn geen problemen voorzien aangezien er geen uitbreiding dan wel sloop van bebouwing plaats vindt.

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

36

5 5.1

UITVOERBAARHEID

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Het voorontwerp bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan Waterschap Aa en Maas en de provincie NoordBrabant. Een opmerking van het waterschap ten aanzien van de ligging ten opzichte van de A-watergang is doorgevoerd in toelichting en verbeelding. De provincie heeft geen opmerkingen kenbaar gemaakt.

5.2

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Onderhavig bestemmingsplan betreft grotendeels het planologisch regelen van een reeds bestaande situatie, te weten het voortzetten van het bestaande agrarische bedrijf. Verder wordt de bestaande bedrijfswoning herstemd tot een woonbestemming. De ondernemer is in staat deze kosten te dragen. De ontwikkeling gaat verder niet gepaard met kosten voor de herinrichting van openbaar terrein, die op de initiatiefnemer verhaald zouden moeten worden. De kosten voor de toetsing van het bestemmingsplan en het doorlopen van de procedure zijn verdisconteerd in de leges. Het kostenverhaal is derhalve verzekerd en het plan is economisch uitvoerbaar.

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

37

6 6.1

JURIDISCHE VORMGEVING

INLEIDING Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

6.2

TOELICHTING OP DE VERBEELDING De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. De verbeelding bestaat uit een planverbeelding, getekend op een digitale kadastrale ondergrond. De bestemmingen ‘Agrarisch –Agrarisch bedrijf’ en ‘Wonen’ zijn opgenomen.

6.3

ALGEMENE TOELICHTING OP DE REGELS De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel kan uit de volgende leden (in deze volgorde) worden opgebouwd: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Specifieke gebruiksregels; Afwijking van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het aanleggen. Met betrekking tot dit bestemmingsplan is voor de regels van dit plan aangesloten bij de vigerende bestemmingsplannen voor het plangebied.

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

38

6.4

TOELICHTING OP DE BESTEMMINGEN

6.4.1

Agrarisch – Agrarisch bedrijf Met de herbestemming is het bouwvlak van het agrarische bedrijf aan de Pater van der Burgtweg 3 van vorm verandert. De bedrijfsvoering van het bedrijf blijft hierbij ongewijzigd.

6.4.2

Wonen Met de deze herbestemming is aan het de woning Bijenweg 2 een woonbestemming toegekend, zodat de woning als burgerwoning in gebruik kan worden genomen.

6.4.3

Waarde – Archeologie 2 Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ ter bescherming van eventuele archeologische waarden in de bodem. Deze dubbelbestemming is overgenomen in dit bestemmingsplan.

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

39

7 7.1

PROCEDURE

PROCEDURE De bestemmingsplanprocedure wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage; gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad; binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast; de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen;  Gedeputeerde Staten hebben een zienswijze ingediend en deze zienswijze is niet of niet volledige door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan;  De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten wijzigingen aangebracht. Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend zijn gemaakt nadat zes weken zijn verstreken.

7.2

OVERLEG Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening geeft aan dat bij de voorbereiding van een wijzigingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

40

Dit bestemmingsplan wordt aangeboden in het kader van het wettelijk vooroverleg. Dit plan wordt voorgelegd aan de Provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel.

7.3

ZIENSWIJZEN Dit bestemmingsplan wordt als ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd.

Toelichting Bijenweg 2 en Pater van der Burgtweg 3, Beek en Donk

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=7397a7b7-fae7-42f4-87b0-6bab8f84d16b