CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

5 20210624 Beantwoording vragen PNL over Ontwikkeling kinderdagverblijf Koetje Boe.pdf

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken1.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Partij Nieuw Laarbeek p/a Rogier Monicxlaan 18 5741 ES BEEK EN DONK

datum:

18 mei 2021

verzonden op: onderwerp:

Vragen ex artikel 37 RvO inzake P. Eustachiuslaan 7, AR

uw brief:

kenmerk:

zaaknummer:

17620-2021

bijlage(n):

behandeld door:

Dhr. R. Rovers

afschrift:

17620-2021:710713

Geachte heer/ mevrouw, Namens uw fractie zijn er vragen gesteld ex artikel 37 van het Reglement van Orde met betrekking tot de ontwikkeling van het kinderdagverblijf Koetje Boe aan de Pater Eustachiuslaan 7 te Aarle-Rixtel. Onderstaand treft u de antwoorden aan op de door u gestelde vragen. 1. Wethouder Meulensteen heeft in een gesprek met de eigenaresse medegedeeld dat er geen medewerking zal worden verleend aan het tijdelijk plaatsen van units om het bedrijf te kunnen opstarten. Het argument hiervoor zou zijn dat de gemeente al genoeg tegemoet is gekomen aan de wensen van het bedrijf. Ook zou het in strijd zijn met de algemene beleidslijn en zijn er elders ook betaalbare goede alternatieven (hoeft daarom niet op dit perceel). De eigenaresse zou gezegd zijn dat dit probleem voortkomt uit toezeggingen aan ouders om kinderen op te vangen, terwijl e.e.a. nog niet rond is. Is bovenstaande samenvatting van de gebeurtenissen juist? Een en ander ligt iets genuanceerder. Ter verduidelijking wordt hierna eerst een globaal overzicht gegeven van het verloop van deze kwestie. - 6 mei 2019 doet Goorts-Coppens Advocaten het principeverzoek om de bestemming op de locatie Pater Eustachiuslaan 7 te wijzigen naar ‘maatschappelijk’ i.v.m. de vestiging van een kinderdagverblijf. - 12 juli 2019 is een uitgebreider principeverzoek ingediend door Crijns Rentmeesters.

- 22 augustus 2019 aangepast principeverzoek gevraagd. - 11 september 2019 aangepast verzoek ontvangen. - 24 september 2019 besluit het college mee te werken en aanvrager te verzoeken een ruimtelijke onderbouwing met landschapsinpassingsplan in te dienen. - 9 januari 2020 ontvangst ruimtelijke onderbouwing. - 20 januari 2020 toezending overeenkomsten (anterieure-, planschade, landschapsinvesteringsovereenkomst). - 2 juni 2020 initiatiefneemster gevraagd naar ondertekening overeenkomsten.

- 5 juni 2020 email initiatiefneemster dat ze de gehele berekende landschapsinvesteringsbijdrage wil inzetten voor kwaliteitsverbetering op de locatie en met een nieuw landschapsinpassingsplan zal komen. - 28 januari 2021 verzoek ingediend bij ODZOB voor het plaatsen van tijdelijke units. - 1 februari 2021 antwoord ODZOB dat geen medewerking wordt verleend aan het plaatsen van tijdelijke units. - 8 februari 2021 nadere uitleg over het afwijzen van het plaatsen van tijdelijke units. - 1 maart 2021 nieuw gesprek op verzoek initiatiefneemster over afwijzing. - maart/april 2021 aangepast landschapsinpassingsplan ontvangen. - 26 april 2021 toezending aangepaste overeenkomsten i.v.m. tijdsverloop en aanpassing landschapsinpassingsplan. Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt speelt deze kwestie al twee jaar. Begin 2020 is door het niet ondertekenen van de overeenkomsten door de initiatiefneemster het project gestopt. Had ondertekening toen plaatsgevonden dan was de bestemmingsplanprocedure inmiddels afgerond. Vanwege die (langdurige) bestemmingsplanprocedure en het feit dat initiatiefneemster snel wilde beginnen met de bouw van het kinderdagverblijf zijn we als gemeente tegemoetgekomen aan de wens van initiatiefneemster om alvast te mogen starten met de bouw van het kinderdagverblijf. We hebben hiervoor al op 23 maart 2020 een tijdelijke vergunning verleend.

Na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zou de tijdelijke vergunning omgezet kunnen worden in een definitieve. Van deze vergunning is vervolgens (nog) geen gebruik gemaakt. Naar aanleiding van een op 28 januari 2021 aangevraagde vergunning voor het tijdelijk plaatsen van units en het onzerzijds afwijzen daarvan, heeft een gesprek plaatsgevonden tussen initiatiefneemster en wethouder Meulensteen met ambtelijke ondersteuning. Daarin is inderdaad door initiatiefneemster aangegeven dat het rondkrijgen van de financiering de zaak heeft vertraagd maar inmiddels was opgelost. Met de bouw zou dan ook kunnen worden gestart. Echter de bouw van het kinderdagverblijf zou volgens initiatiefneemster niet gereed kunnen zijn vóór de zomervakantie. Dit zou betekenen dat na de zomervakantie geen nieuwe kinderen op het kinderdagverblijf geplaatst kunnen worden terwijl dat is aangegeven bij verschillende ouders. Als antwoord hierop hebben wij aan initiatiefneemster aangegeven dat al een tijdelijke vergunning is verleend waarvan geen gebruik wordt gemaakt. Verder is begrip getoond voor het gegeven dat de coronacrisis de zaak heeft vertraagd. Echter vanaf het moment dat de financiering rond is, is er voldoende gelegenheid om het kinderdagverblijf operationeel te hebben na de zomervakantie.

We hebben haar in overweging gegeven de meerkosten die de aanschaf, plaatsing en inrichting van de units met zich meebrengen wellicht beter ingezet kunnen worden in het definitieve kinderdagverblijf. Verder hebben wij aangegeven dat het raadzaam is om pas toezeggingen te doen aan ouders over plaatsing van de kinderen wanneer duidelijk is dat het kinderdagverblijf operationeel zal zijn. Dit zou naar ons idee toch vlak na de zomervakantie mogelijk moeten kunnen zijn in het definitieve gebouw. Overigens treft dit niet de kinderen die nu opgevangen worden op de vestiging aan de Beekerheide omdat deze vestiging langer operationeel kan blijven. Omdat initiatiefneemster toch haar gedane toezeggingen wilde nakomen, hebben we haar alternatieve locaties voorgesteld zoals in de voormalige Rabobank en collegakinderdagverblijven.

Vervolgens heeft op verzoek van initiatiefneemster op 1 maart 2021 een vervolggesprek plaatsgevonden waarbij naast de eerdere aanwezigen ook een advocaat van Goorts-Coppens aanwezig was. Daarin is eenzelfde discussie gevoerd met hetzelfde resultaat. Door de advocaat is daarbij gesteld de beslissing van de gemeente te betreuren maar wel te kunnen begrijpen. 2. Wat is het onderbouwde wettelijke argument om geen medewerking te verlenen aan de tijdelijke plaatsing van units? Dit is tenslotte niet de eerste plek waar aan een dergelijke oplossing medewerking is verleend. Het al dan niet meewerken aan een tijdelijke vergunning voor de plaatsing van tijdelijke units is een bevoegdheid. Deze bevoegdheid is verankerd in artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 4, lid 11 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. De redenen om niet mee te werken zijn hiervoor verwoord onder 1. 3. Bent u het met ons eens dat de onder 1. genoemde argumenten geen goede redenen zijn voor afwijzing van het verzoek? De argumenten die onzerzijds zijn gebruikt om het verzoek af te wijzen, zijn naar ons inzicht gegronde redenen. 4. Kunt u onderschrijven/begrijpen dat de corona-crisis het bedrijf een grote vertraging heeft opgeleverd, zonder dat ze daar zelf de oorzaak van zijn? Zoals hiervoor onder 1.

reeds vermeld is er begrip voor dat de coronacrisis mogelijk van invloed is geweest op het initiatief. Of het de zaak vertraagd heeft kan onzerzijds niet worden ingeschat maar mogelijk dat het wel lastiger is geweest om zaken te regelen. 5. Deelt u ons standpunt dat we in deze moeilijke tijden ondernemers juist moeten helpen, daar waar wettelijk mogelijk is? Het helpen van ondernemers (en burgers) is onze grondhouding. Wij zijn van mening in dit geval dat ook te hebben gedaan door medewerking te verlenen aan het verzoek tot bestemmingsplanwijziging en vooruitlopende daarop het verlenen van een tijdelijke vergunning voor het te realiseren kinderdagverblijf. 6. Bent u het met ons eens dat de gemeente bij vragen vanuit haar inwoners en bedrijven juist naar de mogelijkheden i.p.v. onmogelijkheden moet kijken? Verwezen wordt naar het antwoord onder 5. 7. Bent u bereid om het verzoek tot tijdelijke plaatsing van units te heroverwegen? Op basis van eerdere genoemde argumenten is er voor ons geen aanleiding om ons standpunt in deze zaak te wijzigen.

Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders, de loco-gemeentesecretaris

de burgemeester van Laarbeek,

P.J.A.M. Schouw

F.L.J. van der Meijden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=f00b4fd4-bb25-4a30-a4f8-0201cee477fd