5 20210602 Bijlage 3 analyse scenario's.pdf
Tekst van het document
Analyse vier uitvoeringsscenario’s speelruimteplan 2021 Vier verschillende scenario’s, variërend tussen een afbraakmodel en een wensbeeld gebaseerd op opgehaalde wensen en hedendaagse inzichten op bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Ze geven op verschillende wijze invulling aan de standpunten uit het nieuwe visiedocument. Of juist om moverende redenen daarvan af te wijken. Scenario 1 Het eerste scenario is feitelijk de basis voor het doemscenario waar eerder voor gewaarschuwd is. Als we doorgaan met de huidige middelen, dan rest er geen andere mogelijkheid dan op gegeven moment plekken op te heffen. Los van het feit dat je hiermee richtlijnen schaadt voor een aantrekkelijke speelrijke buitenruimte zal dit resulteren in protesten van bewoners. Dit lijkt onwenselijk en er is in feite sprake van kapitaalsvernietiging. Scenario 2 Dit scenario beschrijft een situatie waarbij feitelijk wordt doorgaan met wat er nu staat. We veranderen niets aan de inrichting, maar gaan wel afgeschreven toestellen vervangen. Gevolg is dat er evenveel toestellen blijven staan, maar dat er geen evenredige verdeling ontstaat tussen de verschillende kernen. De ene kern zal beter bedeeld blijven in vergelijking tot de andere. Ook blijven plekken behouden, die nu al feitelijk overbodig zijn. Ook blijf je op een achterhaalde wijze bezig met de inrichting van speelplekken.
Natuurlijk spelen en ouderen komen nauwelijks aan bod in dit scenario. En je doet niets met bewonersparticipatie. Doordat er geen overleg met bewoners plaats vindt kan er snel gehandeld worden, maar doe je niets met de vastgestelde visie. Scenario 3 De derde optie voorziet in een zeer magere basisstructuur in de verschillende kernen. Er worden slechts een aantal locaties ontwikkeld. Eén grote aantrekkelijke plek, aangevuld met enkele ondersteunende plekken per kern. Deze kunnen tot stand komen in samenwerking met bewoners. Verschillende waardevolle kleinere steunplekjes in de wijken gaan echter ook verdwijnen. Dat zal op dat moment juist weerstand oproepen, omdat de direct omwonenden deze plekken eigenlijk niet kunnen missen. De keuze voor dit scenario zou betekenen dat wij absoluut niet alle behoeften invullen en verschillende doelgroepen teleur moeten stellen. In essentie zou dit vanuit financieel oogpunt misschien een mooi offer kunnen zijn, maar er wordt maar marginaal invulling aan de beschreven visie gegeven. Scenario 4 Het laatste scenario vervult de ideeën uit het visiedocument. Er zal sprake zijn van grote wijk overstijgende speelparken, leuke wijkspeelplekken en de waardevolle speelplekjes om de hoek. Toch verdwijnen er een aantal speelplekken die nu en in de toekomst nauwelijks gebruikt worden.
Er ontstaat ook een meer evenredige verdeling over de verschillende kernen. Doelen op vlak van natuurlijk spelen, ontmoeten, sporten en beweging voor ouderen kunnen hiermee ingevuld worden. Omdat er meer gewerkt wordt met complete locaties, kan het potentieel van bewonersparticipatie ten volle worden benut. Mede dankzij de inbreng van zelfwerkzaamheid en cofinanciering kan deze visie gerealiseerd worden. Ambtelijk advies Ambtelijk gaat de voorkeur uit naar scenario 4. Dit vervult feitelijk hetgeen de bewoners en onze raad graag zouden zien. Het is uiteindelijk een vertaling van hetgeen er bij hen is opgehaald. Hier hangt echter een zeer fors kostenplaatje aan. Dat het de gemeente al jaren werkt met een fractie van dit budget is duidelijk geen garantie voor de toekomstbestendigheid van het huidige model. De kosten voor realisatie van complete speellandschappen zijn initieel hoog, maar ze liggen hier wel voor onbepaalde tijd. Deze kosten om tot levensloopbestendige speelplekken te komen, zullen op termijn niet meer terugkomen in de vervangingsopgave, waarmee het een nuttige investering voor een gezonde groenere actieve buitenruimte kan zijn. Na 20 jaar ligt er dus een kader voor alle benodigde speelplekken.
Als de gemeente een ambitie heeft om een leuke en gevarieerde buitenspeelruimte aan te bieden voor haar bewoners, dan zou dit feitelijk de enige keuze kunnen zijn. Mits ze er de benodigde gelden voor over heeft. Trek de vergelijking met budgetten voor bijvoorbeeld riolering, verharding en groen dan liggen die op een heel ander peil en is een update van dit budget op zijn plek. Gelukkig ontbreekt de noodzaak om alles in één keer aan te pakken. Gezien de opbouw van het aanwezige bestand kan er gespreid worden. Er ligt weliswaar een piek in de eerste periode. Deze kan echter nog wel enigszins worden uitgespreid omdat de kwaliteit van toestellen en locaties voldoende is. Wij kunnen dan ook prima uitleggen dat we de totale vervanging uitspreiden over een periode van 20 jaar. Hierdoor verdelen we ook de kosten over een langere periode, en worden ze daarmee lager. Daarbij hebben we wel de inzet van bewoners nodig. Zij zullen in de vorm van werkgroepen moeten bijdragen aan de planvorming en realisatie. Onze bewoners hebben eerder aangetoond deze kans te omarmen. Daarom kan er in de begroting ook uitgegaan worden van een reële bijdrage van externe financiering. Het gehanteerde percentage van 34% is bij recente projecten zoals Kuiperplein, Hoge Suute en Lijsterstraat ook gehaald.
Door een combinatie van gemeentelijk geld en externe aanvulling lukt het om samen met onze bewoners de gestelde doelen uit de visie te realiseren.