5 20210602 Bijlage 2 Laarbeek Beheer en uitvoeringsplan definitief.pdf
Tekst van het document
Beheer- en uitvoeringsplan spelen 2021 Gemeente Laarbeek
26 mei 2021
Inventaris
Typen toestellen Ondergronden Verdeling Inrichtingskwaliteit
Typen toestellen en prikkels type toestel
aantal
% totaal
waarde (€)
% totaal
duikelrekken schommels/kabelbaan wipv eren en wippen draaitoestellen glijbanen zand-water-speeltoestellen ev enwichtstoestellen klimtoestellen combinatietoestellen speelhuisjes v oetbaldoelen tafeltennis, basketbal, v olleybal, trampoline skate-elementen fitness JOP
28 48 79 14 20 21 31 20 29 5 67 14 12 19 0
7% 12% 19% 3% 5% 5% 8% 5% 7% 1% 16% 3% 3% 5% 0%
€ € € € € € € € € € € € € € €
31.680 146.520 103.142 40.700 57.640 87.010 31.306 78.540 313.390 12.650 207.658 19.360 259.400 73.150 -
2% 10% 7% 3% 4% 6% 2% 5% 21% 1% 14% 1% 18% 5% 0%
totaal
407
100%
€ 1.462.146
100%
dynamisch statisch sport
210 85 112
52% 21% 28%
€ € €
466.692 435.886 559.568
32% 30% 38%
totaal
407
100%
€ 1.462.146
100%
verdeeld naar:
Speelruimteplan: grotere diversiteit toestellen per buurt en doelgroep Bij de uitvoering van het speelruimteplan wordt erop gelet om de diversiteit per buurt te verbeteren. In iedere kern of buurt zouden er altijd een paar verschillende typen dynamische toestellen moeten staan en op centrale plekken ook verschillende (grote) statische toestellen.
speelprikkels (voor zover in inspecties)
Huidige type speeltoestellen en -prikkels In de bovenste tabel is de inventaris weergegeven naar subtype toestel. In de onderstaande tabel de inventaris aan speelprikkels. Voor de berekening van de waardes wordt verwezen naar de normentabel. Dit geeft inzicht in de speelmogelijkheden en de diversiteit van toestellen die er buiten staan. Het percentage dynamische speeltoestellen (duikelrekken, schommels/kabelbaan, wip(veren), draaitoestellen, glijbanen, zand-water-toestellen) is ca. 55%, het gedeelte statisch 20% (evenwicht, klimtoestellen, combinaties en speelhuisjes) en ca. 25% is een sporttoestel. Gekeken naar waarde is er geïnvesteerd in de wat meer statische toestellen zoals evenwichts-, klim-, combinatietoestellen en speelhuisjes. Het valt op dat er een redelijke diversiteit aan speelprikkels is. Daarnaast zijn er in Laarbeek natuurlijk nog speelaanleidingen waarvoor geen veiligheids-inspectie nodig is, zoals knikkertegels en hinkelbanen.
aantal
% totaal
waarde (€)
speelprikkel div ers speelprikkel div ers duur speelprikkel boomstam knikkertegels, hinkelbaan ed poef/kei-stapstenen kruip-/betonbuis speeltafel/paneel/educatief
5 2 5 0 8 2 5
19% 7% 19% 0% 30% 7% 19%
€ € € € € € €
1.375 5.500 2.475 2.640 770 6.050
totaal
27
100%
€
18.810
Veiligheidsondergronden en verhardingen
verhardingen
eenheid
aantal
elementv erharding (tegels/klinkers) betonv loer kunstgrastrapv eldje plus hekwerk
aantal m2 aantal
38 460 1
totaal
valdempende ondergronden
eenheid
aantal
grond gras v aldempend zand doorgroeimat rubber toplaag gras rubber-betontegels 30 x 30 rubbertegels 50 x 50 / 100 x 100 in-situ /gegoten rubber
aantal aantal m2 m2 m2 m2 m2
4 238 4541 70 35 70 145
totaal
waarde (€)
% totaal €
€ € €
73.370 10.368
p.m. p.m. p.m.
€
83.738
0%
waarde (€)
Typen verhardingen Het overgrote deel van de speeltoestellen staat op een valdempende ondergrond. Een beperkte hoeveelheid staat op elementverhardingen zoals tegels en klinkers. Daarnaast zijn er skatebanen op beton geplaatst. Aan verhardingen is geen geïnvesteerde waarde toegekend, omdat verhardingen lang meegaan en bekostigd worden uit een ander budget dan uit het budget voor spelen.
% totaal €
€ € € € € € €
149.859 3.850 5.005 9.240 33.495
p.m. p.m. 74% 2% 2% 5% 17%
€
201.449
100%
Typen valdempende gronden Speeltoestellen met een valhoogte van meer dan zestig centimeter moeten geplaatst worden op een valdempende ondergrond. In afwijking van de NEN-normen heeft Nederland net als enkele andere landen in Europa gesteld dat tot 1,5 meter gras in veel situaties ook veilig kan zijn. In Laarbeek worden bij voorkeur gras en zand toepast. Naast dat deze natuurlijke materialen ook speelwaarde hebben en zand de grootste valdemping biedt, zijn deze ook circulair en klimaatadaptief. Inventarisatie In het beheersysteem zijn niet alle ondergronden in oppervlakten weergegeven c.q. niet volledig ingevuld. Daarvoor is voor een gedeelte van de ontbrekende oppervlakten uitgegaan van gemiddelde benodigde oppervlakte per toestel, is voor een ander deel de waarde en/of omvang ingeschat aan de hand van foto’s. Op deze wijze is een voldoende onderbouwde raming van de waarde aan ondergrondkosten weergegeven.
Speelruimteplan: natuurlijke valondergronden Bij de uitvoering staat het maken van speellandschappen voorop bij de ontwikkeling van speelplekken. Waar mogelijk worden natuurlijke speelondergronden toegepast die tevens klimaatadaptief zijn (water doorlaten) en circulair.
Verdeling speelplekken, toestellen en inventariswaarde totalen
aantal omvang toestellen
speeltoestel sporttoestellen speelprikkels meubilair ed v erhardingen v aldempende ondergr
stuk stuk stuk stuk aant/m2 m2
295 112 -
27 7 499 5.103
aanschafwaarde
onderhoud per jaar
afschrijving per jaar
902.600 559.600 18.800 10.500 83.700 201.400
€ € € € € €
18.700 6.500 200 200 200 26.800
€ € € € € €
€ 1.776.600
€
52.700
€ 107.800
jeugd 6 t/m 11 € 302 € 492 € 545 € 504
jongeren 12 t/m 18 € 81 € 150 € 348 € 195
€
€
€ € € € € €
totaal
407
kern
huidige speelvoorzieningen aantal aantal plekken toestellen
Aarle-Rixtel Beek en Donk Lieshout Mariahout
20 37 9 4
95 197 74 41
tst waarde totaal gemiddeld per per 0 tot en kinderen plek met 18 jaar 0 t/m 5 5 € 310.200 € 305 € 432 5 € 854.600 € 418 € 401 8 € 424.900 € 571 € 633 10 € 186.900 € 447 € 441
totaal
70
407
29
€ 1.776.600
€
421
€
477
461
59.800 32.500 1.400 1.000 3.600 9.400
193
Totale huidige inventariswaarde De waarde aan speel- en sporttoestellen is circa € 1.500.000. Daarnaast staat er zo’n € 30.000 aan speelprikkels en meubilair, plus ruim € 80.000 aan verhardingen en € 200.000 aan veiligheidsondergronden. In totaal kent Laarbeek € 1.776.600 aan inventarisatiewaarde. Zie voor verdere specificatie de normentabel. Investeringen per kern en doelgroepen De gemeente Laarbeek heeft op dit moment 70 speelplekken. Verspreid over deze speelplekken staan er 407 toestellen, waarvan 295 speeltoestellen en 112 sporttoestellen. De waarde per 0- tot en met 18-jarige is gemiddeld € 421. De waarde per kern en doelgroep loopt uiteen van € 81 naar € 633. Verdeeld naar kern én omvang van de doelgroep valt op dat er in Lieshout het meeste is geïnvesteerd, zeker voor kinderen (0 t/m 5 jaar). Vergeleken met andere gemeenten is er relatief meer aandacht geweest voor jeugd (6 t/m 11 jaar) maar veel minder aandacht voor jongeren (12 t/m 18 jaar).
Speelruimteplan: evenredige verdeling Bij de uitvoering van het speelruimteplan wordt erop gelet om de investeringen zo evenredig mogelijk te verdelen over de verschillende kernen. Per kern - in de grote kernen per buurt - wordt gezocht naar een goede verdeling van centrale plekken en steunplekken met bijpassende inrichting. Speelruimteplan: gelijke inventariswaarde, meer speelwaarde Bij de uitvoering van het speelruimteplan wordt gestreefd naar een andere verdeling van inventariswaarde in toestellen en ondergronden en willen we meer speelwaarde door middel van landschapsvormgeving en groen zoals bomen waarin geklommen mag worden en struiken waarin je verstoppertje kunt spelen. Dit zogenaamde speelgroen moet dan ook op een andere manier beheerd worden dan siergroen (niet opsnoeien, soms snoeiafval laten liggen, huttenbouwen toestaan, …). Speelruimteplan: Financiële impact Na het realiseren van het streefbeeld bij de investering per type plek, zoals in de tabel hiernaast, blijft de gemiddelde investering per 0tot en met 18-jarige ongeveer gelijk en zijn de bedragen evenrediger verdeeld over de kernen en doelgroepen.
Huidige inrichtingskwaliteit Gevarieerde kwaliteit De inrichtingskwaliteit van de grotere (centrale) plekken is op dit moment op veel plekken al redelijk goed op orde. Er staan toestellen waarop kinderen kunnen samenspelen en het landschap is divers en groen. De inrichtingskwaliteit van andere, met name de kleinere plekken is op dit moment vaak matig. De inrichting is nog zo dat er vaak maar één type spel mogelijk is en er geen ruimte is voor eigen verzonnen spel.
Speelruimteplan: meer speelwaarde In het speelruimteplan wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de kwaliteit van speelplekken. Plekken die uitdagend zijn en ruimte bieden voor samenspelen en vrij spel door meer groen en landschapsontwerp. Voor ieder project moet minimaal 35% van het budget ingezet worden voor onder andere groen, verharding en landschapsverbetering. De spikkel geeft een goede checklist om na te gaan of een ontwerp voor een voldoende speelwaarde zorgt.
Onderhoud
Speelplekken Raming budget
Onderhouden van speelplekken onderhoudsproces visuele controle functionele inspectie registratie klein onderhoud groot onderhoud vervanging bepalen vervanging uitvoeren
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
d d d
e d
e d
aug sep
okt
nov
b d
b d
e d
d
d
d
dec
Registratie informatie De informatie wordt geregistreerd in een onlinesysteem. Hierdoor zijn de gegevens overzichtelijk, altijd actueel en overal beschikbaar. Ook vindt er via dit beheersysteem terugkoppeling van reparaties plaats. Dit zorgt voor voldoende managementinformatie. Het is niet langer verplicht, maar wel raadzaam om een digitaal logboek bij te houden.
d
Per 2021 zullen de veiligheidseisen ook gelden voor sporttoestellen. Die toestellen zijn reeds opgenomen in het beheersysteem zodat Laarbeek voldoet aan haar wettelijke eisen.
d d d b d
b d
e d
d
d
d
d
d
d
e = eigen dienst, b = bewoners, d = derde partij
Het onderhoud bestaat uit werkzaamheden die fysiek aan het toestel en de omgeving uitgevoerd moeten worden, inclusief de inspecties. In Laarbeek wordt dat gedeeltelijk uitgevoerd door bewoners. Het onderhoudsniveau voor speeltoestellen mag nooit lager zijn dan ‘veilig’. In Laarbeek zijn alle toestellen aangemerkt als ‘veilig.’ De voorzieningen verkeren in redelijke staat, schade is in beperkte mate aanwezig. Waarborgen veiligheid Met name in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS), zijn de algemene spelregels rondom veiligheid van speelvoorzieningen omschreven. Deze houden in dat spelende kinderen en hun ouders erop moeten kunnen rekenen dat de speelvoorzieningen veilig zijn. Daarmee wordt overigens niet bedoeld dat alle risico's vermeden moeten worden. De risico’s dienen echter beheersbaar en herkenbaar te zijn. Indien er sprake is van een ongeval door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is degene die het speeltoestel voorhanden heeft altijd als eerste aansprakelijk. Deze verantwoordelijkheid is conform en aanvullend op de risicoaansprakelijkheid die wordt omschreven in het Burgerlijk Wetboek.
Om aan te tonen dat de veiligheid van toestellen wordt gewaarborgd, voert de afdeling beheer een aantal handelingen uit: o controle bij verwijderen en plaatsen van speeltoestellen en -ondergronden; o inspectie van speeltoestellen en -ondergronden en de registratie van relevante gegevens in een logboek; o onderhoud van speeltoestellen en de registratie van relevante maatregelen in een logboek. De veiligheid is geborgd, zegt het WAS, als deze handelingen zo vaak als nodig worden uitgevoerd. Op dit moment is dit in Laarbeek vertaald naar een situatie waarbij controle door een extern inspectiebureau 2 maal per jaar plaatsvindt. Onderhoud vindt plaats zodra er een gebrek optreedt. Inspecties De inspectiecyclus bepaalt in sterke mate het onderhoudsproces. Daarbij vinden er in Laarbeek een keer per jaar een hoofdinspectie en enkele periodieke operationele controles van de speeltoestellen plaats waarbij ook de speelomgeving snel gescand wordt op gevaarlijke situaties zoals glas, blik en dergelijke. Tijdens deze rondes worden geconstateerde gebreken zoveel mogelijk gelijk opgelost (klein onderhoud) of indien groot onderhoud nodig is wordt hiervoor meteen de leverancier of een gespecialiseerd bedrijf ingeschakeld. Van de inspecties wordt een aantekening gemaakt in het digitale logboek.
Raming onderhoudsbudget Speelruimteplan: gelijke inventariswaarde = gelijk onderhoudsbudget Bij de uitvoering van het speelruimteplan zal de inventariswaarde van speeltoestellen en toebehoren en daarmee ook het benodigde onderhoudsbudget ongeveer gelijk blijven . Aandachtpunt nieuwe woonwijken, extra inventaris toestellen en ondergronden Bij nieuw te ontwikkelen gebieden worden ook mogelijk nieuwe speelplekken aangelegd. Op basis van het aantal nieuwe woningen wordt hiervoor een structuur aan nieuwe plekken gepland. De inventariswaarde die hier geïnvesteerd wordt, moet een bijpassende verhoging van het budget voor onderhoud opleveren.
Koppeling inventariswaarde met benodigd budget voor onderhoud In de normentabel is de basis voor het onderhoud (de instandhouding) van inventaris aan toestellen en ondergronden weergegeven aan de hand van landelijke normen. Hoe hoger de waarde, hoe meer materialen en uren er besteed zullen moeten worden aan onderhoud. Gezien de investeringen in speelvoorzieningen zou dit in de huidige situatie circa € 52.700 per jaar bedragen. In Laarbeek komt deze uit op 3% van de vervangingswaarde, wat vergelijkbaar is met het landelijk gemiddelde. Daarin zijn opgenomen de kosten voor de eenmalige externe inspectie van de toestellen, in de huidige situatie circa € 5.000 per jaar. Gemeente Laarbeek heeft jaarlijks € 35.000 opgenomen in de begroting voor speelvoorzieningen. Dit is bestemd voor de reguliere inspectie, het daaraan gekoppelde beheer en onderhoud plus ook nog de vervanging van toestellen. Dit blijkt te weinig om de vervangingswaarde van € 1.766.700 structureel bij te houden. Ter illustratie: bij het huidige budget zouden de toestellen meer dan 80 jaar moeten meegaan.
Vervanging
Normen toestellen Vervangingskosten Schema en uitvoering
Normen voor waarde, onderhoud en vervangingskosten
Normen voor aanschaf, vervangingstermijn en onderhoud Op basis van de aanwezige speel- en sporttoestellen en ondergronden en gerekend met gemiddelde aanschafwaarde (zoals door de grote leveranciers gehanteerd) geeft bijgaande tabel de totale aanschafwaarde aan aanwezige voorzieningen weer. Daarnaast zijn de landelijk gehanteerde normen voor onderhoud weergegeven. De norm voor levensduur (afschrijvingsperiode) is bepaald aan de hand van de huidige gevarieerde samenstelling van speeltoestellen maar ook bijvoorbeeld slijtagegevoeligheid van het type toestel; toestellen met bewegende onderdelen zullen wat minder lang meegaan dan statische toestellen. In de samenstelling van speeltoestellen komt het gewogen gemiddelde op 16 jaar. Gezien de toename in kwaliteit van toestellen kan overwegen worden deze termijn op te rekken.
Vervanging in aantallen 40
Aantal toestellen naar aanschafjaar 30 20 10 0 aantal
100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
voor 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2000 23
27
7
8
9
9
31
8
16
23
25
39
20
25
21
23
5
7
9
18
32
22
Aantal toestellen naar vervangingsjaar
voor 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2021
aantal totaal
98
15
15
19
16
35
17
26
18
26
27
33
14
19
14
13
75
18
19
22
29
41
aantal sec
45
6
3
12
6
17
5
7
6
10
7
7
1
1
0
2
35
5
12
9
9
12
aant primair
53
9
12
7
10
18
12
19
12
16
20
26
13
18
14
11
40
13
7
13
20
29
Aantal toestellen naar vervangingsjaar In de tweede grafiek is voor de komende 20 jaar per jaar het aantal toestellen weergegeven dat vervangen moet worden. 98 toestellen hebben hun theoretische levensduur reeds bereikt, dit is een achterstand in vervanging. Het gemiddelde over de jaren 2020 tot 2040 is ook een stuk lager: circa 22 toestellen per jaar. De achterstand kan de komende jaren eventueel worden opgevangen als gewerkt wordt met een gemiddeld bedrag voor vervanging per jaar en vervanging uit te stellen zolang een toestel veilig kan functioneren. Indien blijkt dat een toestel voor de gestelde afschrijvingsperiode niet meer veilig is of de onderhoudskosten te hoog worden, dan moet de vervanging vervroegd worden uitgevoerd.
Aantal toestellen naar plaatsingsjaar Op basis van plaatsingsjaren van speel- en sporttoestellen en de afschrijvingsperiodes van toestellen kunnen de vervangingsjaren van toestellen bepaald worden. In de bovenste tabel zijn de toestellen naar plaatsingsjaar gegroepeerd. Te zien is dat met name in 2010 veel toestellen geplaatst zijn. Verder is te zien dat er nog 23 toestellen staan die voor 2000 zijn geplaatst. De gemiddelde leeftijd van de huidige toestellen in Laarbeek is op dit moment circa 11 jaar. Vervanging jaren Het theoretische vervangingsjaar van een toestel wordt berekend door bij het plaatsingsjaar de theoretische afschrijvingsperiode op te tellen, voor de theoretische afschrijvingsperiode per type toestel.
Vervangingskosten en vervangingsbudget in huidig beeld De jaarlijkse vervangingskosten Voor het berekenen van de vervangingskosten is voor de totale huidige situatie per type toestel gerekend met gemiddelde aanschafwaarde. In bijgaande grafiek zijn de aanschafwaardes van de speelvoorzieningen opgeteld naar vervangingsjaar.
Vervanging naar jaar (huidig beeld) bedragen * €1.000
€ 300
€ 250
€ 200
Bij het huidige speelvoorzieningenniveau bedraagt het gemiddelde jaarlijks benodigde budget € 108.000.
€ 150
In Laarbeek is het huidige jaarlijks budget voor zowel het onderhoud als vervanging van speelvoorzieningen totaal € 35.000.
€ 100
Enkele belangrijke aandachtspunten Uit vervangingsbehoefte per jaar en de vergelijking van beschikbare en noodzakelijke budgetten, komen enkele aandachtspunten naar voren. Het eerste is dat er voor vervanging gemiddeld € 108.000 per jaar nodig is en dat er nu € 35.000 op de begroting staat waarvan ook nog onderhoud moet plaatsvinden.
€ 50
€0
voor 2021
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
totaal huidig
€ 309
€ 32
€ 56
€ 114
€ 261
€ 105
€ 75
€ 90
€ 104
€ 187
€ 133
€ 124
verhardingen huidig
€ 14
€1
€2
€5
€ 12
€5
€3
€4
€5
€8
€6
€5
ondergronden huidig
€ 33
€3
€6
€ 12
€ 28
€ 11
€8
€ 10
€ 11
€ 20
€ 14
€ 13
hekwerk en prikkels huidig
€ 24
€3
€4
€9
€ 20
€8
€6
€7
€8
€ 15
€ 10
€ 10
toestellen huidig
€ 239
€ 25
€ 44
€ 88
€ 201
€ 81
€ 58
€ 69
€ 80
€ 144
€ 103
€ 96
structureel nodig huidig
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
Speelruimteplan: iets invulling aandachtspunten In het speelruimteplan zijn plekken aangewezen waar de speeltoestellen niet per se hoeven te worden vervangen. Daarom zijn een groot deel (45 van de 98) van deze achterstallig te vervangen toestellen als secundair aangewezen (zie grafiek aantal toestellen naar vervangingsjaar op vorig pagina). In het hoofdstuk Realisatie wordt in 5 scenario’s verder ingegaan op de (on)mogelijkheden om –naast het realiseren van het streefbeeld - invulling te geven aan de aandachtspunten. Cofinanciering: al invulling aandachtpunten In Laarbeek zijn de afgelopen jaren enkele grotere omvormingen succesvol gerealiseerd met cofinanciering en bewonersinitiatieven zoals De Kuiperij, speelpark Hoge Suute en stichting Speelplezier Aarle-Rixtel. Op deze gerealiseerde speellocaties, maar ook de opgedane ervaringen kan voortgeborduurd worden.
Het tweede is dat er een achterstand in vervanging is van circa € 309.000, die de onderhoudskosten gaat opdrijven, waardoor er nog minder budget voor vervanging zal overblijven. Dit omslagpunt zal naar verwachting over 3 tot 4 jaar optreden en zal ook nog versterkt worden door de piek in vervanging in 2024.
Realisatie
Vervangingswaarde Per kern Vervangingsbehoefte Scenario’s realisatie
Berekening vervangingswaarde speelruimteplan Het speelruimteplan doorgerekend De voorstellen zoals verwoord op de plankaarten en advies in het speelruimteplan zijn doorgerekend aan de hand van benodigde investering in speeltoestellen en ondergronden van de verschillende typen plekken om te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Daarnaast is er een bedrag opgenomen voor het realiseren van speellandschappen door het toevoegen van heuvels en bespeelbaar groen, het realiseren van extra (groene) ruimte, het aanbrengen van speelaanleidingen op en richting de speelplekken op het grijs enzovoort. Met de voorstellen wordt de huidige investeringswaarde verhoogd met circa € 74.000 (dat is 4%). Het blijkt dus dat de huidige geïnvesteerde vervangingswaarde vrijwel voldoende zou moeten zijn om de visie ‘uitdagende speelruimte voor iedereen’ te realiseren. Deze investeringen liggen nu niet (meer) daar waar de doelgroepen wonen en zijn per kern en per doelgroep erg onevenredig verdeeld. Ook blijkt het huidige vervangingsbudget (€35.000) al jaren te weinig om de vervangingswaarde van € 1.766.700 structureel bij te houden. Ter illustratie: bij het huidige budget van € 35.000 per jaar zouden de toestellen meer dan 80 jaar moeten meegaan.
huidige waarde tst+ond
waarde per type plek bov enwijkse sportplek* (+-30k) centrale plek spelen/sport steunplek spelen steunplek sport steunplek spelen/sport informele speelplek
€ € € € € €
197.800 638.800 191.100 151.200 179.500 418.300
totaal wijziging waarde
€ 1.776.700
norm +35% waarde landschapsin toestel+ond richting € € € € € €
130.000 90.000 20.000 5.000 30.000 -
€ € € € € €
45.500 31.500 7.000 1.750 10.500 -
aantal plekken streefbeeld
waarde tst+ond streefbeeld
3 12 10 4 5 36
€ € € € € €
390.000 1.080.000 200.000 20.000 150.000 -
34
€ 1.840.000
Streefbeeld in aantallen en waarde per kern streefbeeld per kern
Aarle-Rixtel
Beek en Donk
bov enwijkse sportplek* (+-30k) centrale plek spelen/sport steunplek spelen steunplek sport steunplek spelen/sport informele speelplek
1 3 2 1 2 11
1 6 7 3 1 19
totaal aantal plekken
20
37
Lieshout
Mariahout 1 2
1 1
-
1 5
1 1
9
4
huidige waarde:
€
310.200
wijzigingen waarden per soort: bov enwijkse sportplek* (+-30k) centrale plek spelen/sport steunplek spelen steunplek sport steunplek spelen/sport informele speelplek subtotaal wijziging:
€ € € € € € €
78.950 € 147.834 € 1.715- € 974 € 43.636 € 104.902- € 164.800 €
137.300 € 260.572 € 11.431 € 132.213- € 34.224- € 212.469- € 30.400 €
streefbeeld waarde
€
475.000
€
885.000
€
340.000
€
140.000
waarde per 0 tm 18 huidig waarde per 0 tm 18 streef
€ €
305 468
€ €
418 433
€ €
571 457
€ €
447 335
Streefbeeld te realiseren via vervanging + inzet Het streefbeeld zou door reguliere vervanging plus bijkomende kosten voor speellandschap grotendeels in circa 20 jaar gerealiseerd kunnen worden. Dit omdat de waarde aan voorzieningen in het streefbeeld niet toeneemt en veel van de nu te vervanging toestellen op secundaire plekken staan. Wel is er dan voldoende aanwezig vervangingsbudget nodig. Daarnaast kunnen er subsidies verkregen worden door bewonersverenigingen. Ook zal gezocht worden om werk-met-werk te maken met de afdelingen die verantwoordelijk zijn voor de grijze, groene en blauwe openbare ruimte
€
854.600
€
424.900
€
186.900
24.000- € 66.202 € - € - € 30.251- € 96.863- € 84.900- €
33.4007908.6374.02646.900-
Advies bewoners mobiliseren Samen met bewoners kan er een echte kers op de speeltaart gezet worden. Naast dat bewoners externe subsidies kunnen verwerven, is er vaak ook een netwerk aanwezig waardoor bijzondere werkzaamheden en ideeën uitgewerkt kunnen worden. Daarom wordt geadviseerd om bewoners te mobiliseren zoals in 2019 in Aarle-Rixtel al diverse speelplekken zijn aangepakt, in 2019 de Kuiperij in Lieshout is gerealiseerd en na 3 jaar voorbereiding in 2020 speelpark Hoge Suute in Mariahout. Advies wijksgewijze aanpak Voorstel is om dit per wijk aan te pakken en in te zetten op het echt krachtig inrichten van de centrale speelplekken. Omdat voorbereidingstijd nodig is, zal 2021 in eerste instantie een planvormend jaar zijn waarna in 2022 de eerste wijkplannen uitgevoerd kunnen worden. In Aarle-Rixtel is al een groot deel van het streefbeeld gerealiseerd met bewonersvereniging. Als ‘beloning voor goed gedrag’ zouden hier enkele voorgestelde uitbreidingen al kunnen plaatsvinden. Gezien de leeftijd van de toestellen zou Beek en Donk daarna het eerste in aanmerking komen, waarbij het realiseren van de speelas echter wel meer voorbereidingstijd kan kosten. Het vernieuwen van speeltoestellen – maar ook het terugbrengen van de waarde in Lieshout en Mariahout kan daarna plaatsvinden.
Vervangingsbehoefte in streefbeeld € 250
Vervanging naar jaar (streefbeeld) bedragen * €1.000
€ 200
€ 150
€ 100
€ 50
€0
voor 2020
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
totaal streef
€ 85
€ 75
€ 17
€ 52
€ 32
€ 243
€ 66
€ 61
€ 75
€ 81
€ 140
€ 95
verhardingen streef
€4
€3
€1
€2
€1
€ 11
€3
€3
€3
€4
€6
€4
valdempende ondergrond streef
€9
€8
€2
€6
€3
€ 26
€7
€6
€8
€9
€ 15
€ 10
hekwerk en prikkels streef
€7
€6
€1
€4
€3
€ 19
€5
€5
€6
€6
€ 11
€7
toestellen streef
€ 66
€ 58
€ 13
€ 40
€ 25
€ 188
€ 51
€ 47
€ 58
€ 62
€ 108
€ 74
structureel nodig huidig
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
€ 108
Scenario’s uitgewerkt Op de volgende pagina’s zijn vier scenario’s uitgewerkt. Er is uitgegaan van realisering in 20 jaar. Dit is mogelijk gezien de huidige speeltoestellen van steeds betere kwaliteit zijn. Voor de verwijderingskosten van de toestellen is 5% van de aanschafwaarde berekend. Daarnaast zullen speelplekken die opgeheven worden ook netjes achtergelaten moeten worden. Hiervoor is een gemiddelde genomen van € 3.500 per plek. Onder de berekeningen zijn de belangrijkste voor- en nadelen van de verschillende scenario’s weergegeven.
Scenario’s voor realisatie Uitgangspunten: Huidig aantal toestellen: 407 stuks Aantal locaties 70 locaties Totale waarde: € 1.766.000 o speel en sporttoestellen € 1.481.000 o Veiligheidsondergronden € 285.000 Huidig jaarlijks budget voor onderhoud en vervanging € 35.000 Gemiddelde levensduur 16 jaar Met een dergelijk budget is het mogelijk een toestel eens per 80 jaar te vervangen. Scenario’s 1. Beschikbaar budget, handhaven wat mogelijk is 2. Huidige plekken ongewijzigd handhaven met benodigd budget 3. Visie basisstructuur beperkt, wel levensloopbestendig en speellandschappen 4. Visie volledige speelstructuur
Scenario 1 Beschikbaar budget, handhaven wat mogelijk is Dit scenario gaat uit van het huidig budget: € 35.000 voor onderhoud plus vervanging. Als een toestel onveilig is of enig onderhoud nodig heeft dan wordt het toestel weggehaald. Er worden vervolgens geen of zeer beperkt acties ondernomen voor het herstellen van de locatie. Onkruidgroei moet de lege plek overnemen. Wat zijn de voordelen van dit scenario? Het loopt in lijn met het huidige budget. Erg goedkoop dus. Wat zijn de nadelen van dit scenario? Er is sprake van een slechte (oneerlijke) verdeling over verschillende doelgroepen. Er is een beperkt aanbod, dat ook steeds kleiner gaat worden. Bewoners worden hierbij niet betrokken en subsidieverwerving is niet mogelijk. Er is een grote kans op klagende bewoners, aan wie niets te bieden is. De leeggekomen speelplekken moeten toch opnieuw ingericht worden, dit brengt ook hoge kosten met zich mee. De wens om speelplekken landschappelijker in te richten wordt niet ingevuld. Mocht er in de toekomst alsnog extra budget vrijkomen voor speelplekken, dan kost het weer extra veel om verlaten plekjes alsnog in te richten (als ze nog beschikbaar zijn).
Scenario 1. Beschikbaar budget, handhaven wat mogelijk is Wat blijft: Toekomstige waarde Aantal toestellen Aantal plekken Gemiddelde waarde per plek Waarde per kind Scenario's Wat gaat weg: Wijziging in inv entariswaarde Wijziging in toestellen Wijzigingen in plekken totaal
€
€ €
437.400 101 17 3.566 104 € 1.328.600 minder 306 stuks minder 53 locaties minder
Investeringen en jaarlijkse kosten Toekomstige inv esteringen (zie beheersplan) Verdeeld ov er 20 jaar/jaarlijkse inv estering Jaarlijkse aanv ulling cofinanciering Kapitaallasten inv esteringen (v anaf 2023) Kosten onderhoud bestaand met inv estering Reguliere herinrichtingskosten (zie beheersplan) TOTALE BASISKOSTEN
€ €
437.000 21.870
€ € € €
13.130 21.870 35.000
Opheffen reeds begroot bedrag Aanv ullend extra budget 2022 Aanv ullend extra budget 2023 Aanv ullend extra budget 2024
€ € € €
35.000-
Worden doelen uit het visieplan hiermee bereikt? Laarbeek krijgt hiermee geen uitdagende speelruimte voor iedereen: echt heel weinig toestellen, er zijn geen grotere duurdere aantrekkelijke toestellen mogelijk dus geen uitdaging en al helemaal niet voor de jeugd uit de bovenbouw van de lagere school; lang niet alle ontwikkelingsmogelijkheden worden geboden. Hoe wordt de achterstallige vervanging opgelost? Uitgaande van een bestaande opgave van € 309.000 van toestellen die theoretisch voor 2021 vervangen moesten worden en met de wetenschap dat er in 2024 nog een piek bijkomt ter hoogte van € 261.000. Deze wordt via dit scenario grotendeels opgelost (of omzeild). Toestellen die slecht zijn worden weggehaald en niet vervangen. Op een gegeven moment is het leeg buiten en hoeft er ook niets meer vervangen te worden.
Scenario 2 Huidig ongewijzigd handhaven met benodigd budget Dit scenario gaat ervan uit dat het benodigde budget er komt om de huidige speelplekken in hun huidige verdeling en huidige inrichting ongewijzigd in stand te houden. Wat zijn de voordelen van dit scenario? Er zijn weinig veranderingen ten opzichte van de huidige situatie. Weghalen en vervangen door identieke toestellen. Er is geen overleg nodig en het kan dus snel geregeld worden.
Wat zijn de nadelen van dit scenario? De oneerlijke verdeling van speelvoorzieningen over de verschillende buurten en leeftijden blijft bestaan. Er staat veel waarde, maar de invulling is saai en je zit vast op plek en toestel. Er is geen ruimte om vragende bewoners te helpen en invulling te geven aan hedendaagse visie op bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. De huidige achterstand in vervanging wordt nauwelijks weggewerkt. Er wordt gekozen om toestellen te vervangen op plekken waar ze weinig worden gebruikt. De vervangingspiek in 2024 wordt hiermee niet opgevangen.
Scenario 2. Huidige plekken ongewijzigd handhaven met benodigd budget Scenario's Wat blijft: Toekomstige waarde Aantal toestellen Aantal plekken Gemiddelde waarde per plek Waarde per kind Scenario's Wat gaat weg: Wijziging in inv entariswaarde Wijziging in toestellen Wijzigingen in plekken totaal
€
€ €
1.766.000 407 70 25.229 418 geen wijziging aantal blijft gelijk aantal blijft gelijk
Investeringen en jaarlijkse kosten Toekomstige inv esteringen (zie beheersplan) Verdeeld ov er 20 jaar/jaarlijkse inv estering Jaarlijkse aanv ulling cofinanciering Kapitaallasten inv esteringen (v anaf 2023) Kosten onderhoud bestaand met inv estering Reguliere herinrichtingskosten (zie beheersplan) TOTALE BASISKOSTEN
€ € € €
6.770 35.900 35.900
Opheffen reeds begroot bedrag Aanv ullend extra budget 2022 Aanv ullend extra budget 2023 Aanv ullend extra budget 2024
€ € € €
35.000900 8.570 16.239
€ 1.766.000 € 88.300
Worden doelen uit het visieplan hiermee bereikt? Laarbeek krijgt hiermee geen uitdagende speelruimte voor iedereen: er blijft een ongelijke verdeling qua speelvoorzieningen over de kernen. Door versnippering van het budget is het onmogelijk om grote uitdagende toestellen te plaatsen. Daardoor mis je ontwikkelingsmogelijkheden voor gebruikers. Er worden nauwelijks speelaanleidingen gerealiseerd in speellandschappen omdat deze nu ook grotendeels ontbreken. Doelstellingen voor natuurlijk spelen worden niet bereikt en samenspelen in de breedste zin niet gestimuleerd. Hoe wordt de achterstallige vervanging opgelost? Deze wordt gedeeltelijk opgelost bij vervanging, maar je moet rekening houden met hogere onderhoudskosten. Uitgaande van een bestaande opgave van € 309.000 van toestellen die theoretisch voor 2021 vervangen moesten worden en met de wetenschap dat er in 2024 nog een piek bijkomt ter hoogte van € 261.000.
Scenario 3 Visie basisstructuur beperkt Via dit scenario wordt de visie op de basisstructuur beperkt gerealiseerd. Voor levensloopbestendigheid en speellandschappen worden slechts enkele verbetervoorstellen uit de visie uitgevoerd. Er worden alleen bovenwijkse en een paar centrale buurtplekken gerealiseerd met uitdagende toestellen. Alle overige (steun)plekken worden opgeheven en daarmee daalt ook de inventariswaarde. Wat zijn de voordelen van dit scenario? Er is sprake van een daling in de benodigde instandhoudingsbudgetten. Er is een betere afstemming op doelgroepen en visie. Mocht er binnen een aantal jaren toch meer budget vrijkomen, dan is opschalen richting bovenwijkse en steunplekken nog mogelijk. Wat zijn de nadelen van dit scenario? Er is een reële kans op onvrede bij bewoners; er worden namelijk zeer veel plekken opgeheven. Dit is maar deels te beantwoorden vanwege het streven naar eerlijke verdeling van de beschikbare budgetten. Het dichter bij huis spelen in buurten waar (nog) relatief veel kinderen wonen op steunplekken is niet mogelijk.
Scenario 3. Visie basisstructuur beperkt (buurtplekken), wel levensloopbestendig+speellandschappen minus 34% co-fin Scenario's Wat blijft: Toekomstige waarde Aantal toestellen Aantal plekken Gemiddelde waarde per plek Waarde per kind Scenario's Wat gaat weg: Wijziging in inv entariswaarde Wijziging in toestellen Wijzigingen in plekken totaal
€
€ €
1.410.000 260 20 70.500 334 € 356.000 minder 147 stuks minder 50 locaties minder
Investeringen en jaarlijkse kosten Toekomstige inv esteringen (zie beheersplan) Verdeeld ov er 20 jaar/jaarlijkse inv estering Jaarlijkse aanv ulling cofinanciering Kapitaallasten inv esteringen (v anaf 2023) Kosten onderhoud bestaand met inv estering Reguliere herinrichtingskosten (zie beheersplan) TOTALE BASISKOSTEN
€ 1.410.000 € 46.530 € 23.970 € 3.567 € 36.000 € 12.162 € 48.162
Opheffen reeds begroot bedrag Aanv ullend extra budget 2022 Aanv ullend extra budget 2023 Aanv ullend extra budget 2024
€ € € €
35.00013.162 17.729 22.297
Worden doelen uit het visieplan hiermee bereikt? Laarbeek krijgt wel iets meer uitdagende speelruimte voor iedereen. De doelen worden slechts deels bereikt. Er komt namelijk een magere structuur van verschillende speelplekken, waar de diverse doelgroepen enigszins geprikkeld worden. Er zijn ook extra speelaanleidingen in de informele ruimte en groene buitenruimte. Hoe wordt de achterstallige vervanging opgelost? Deze kan grotendeels worden opgelost in de omvorming. Uitgaande van een bestaande opgave van € 309.000 van toestellen die theoretisch voor 2021 vervangen moesten worden en met de wetenschap dat er in 2024 nog een piek bijkomt ter hoogte van € 261.000.
Scenario 4 Visie volledige speelstructuur Bij dit scenario gaan we voor iedereen een uitdagende beweeg-, ontmoetings-, speel- en sportruimte realiseren. Dit door middel van een toekomstbestendige verdeling van bovenwijkse en centrale plekken en steunplekken in speellandschappen. Wat zijn de voordelen van dit scenario? Er is sprake van een eerlijke verdeling over de verschillende kernen. Er worden krachtige grote samenspeelplekken gemaakt, die in de buurt waar veel gebruikers wonen gesitueerd worden. Spelen en ontmoeten in de directe woonomgeving wordt goed aangeboden. Bestaande informele speelplekken blijven speelruimte. Wat zijn de nadelen van dit scenario? Dit is het meest uitgebreide scenario en ook de duurste variant. Het vergt inzet (spreekwoordelijk samenspelen) van gemeentelijke diensten op het vlak van groen, grijs als blauw. Inzet van bewoners is nodig, maar geen vanzelfsprekendheid. Worden doelen uit het visieplan hiermee bereikt? Ja! Laarbeek krijgt hiermee een uitdagende speelruimte voor iedereen. Ook dichter bij huis worden de plannen opgelost met inzet van zowel in toestellen als in speellandschap met levensloopbestendige en natuurlijke inrichtingen. Echt samen met alle partijen de schouders eronder zetten om uitdagende speelruimte te realiseren voor iedereen! Scenario 4.
Visie basisstructuur (bovenwijks, buurt, steunplekken) levensloopbestendig+speellandschappen minus 34% co-fin Scenario's Wat blijft: Toekomstige waarde Aantal toestellen Aantal plekken Gemiddelde waarde per plek Waarde per kind Scenario's Wat gaat weg: Wijziging in inv entariswaarde Wijziging in toestellen Wijzigingen in plekken totaal
€
€ €
1.840.000 377 34 54.118 436 € 74.000 extra 30 stuks minder 36 locaties minder
Investeringen en jaarlijkse kosten Toekomstige inv esteringen (zie beheersplan) Verdeeld ov er 20 jaar/jaarlijkse inv estering Jaarlijkse aanv ulling cofinanciering Kapitaallasten inv esteringen (v anaf 2023) Kosten onderhoud bestaand met inv estering Reguliere herinrichtingskosten (zie beheersplan) TOTALE BASISKOSTEN
€ 1.840.000 € 60.720 € 31.280 € 4.655 € 36.000 € 15.310 € 51.310
Opheffen reeds begroot bedrag Aanv ullend extra budget 2022 Aanv ullend extra budget 2023 Aanv ullend extra budget 2024
€ € € €
35.00016.310 21.965 27.620
Hoe wordt de achterstallige vervanging opgelost? Uitgaande van een bestaande opgave van € 309.000 van toestellen die theoretisch voor 2021 vervangen moesten worden en met de wetenschap dat er in 2024 nog een piek bijkomt ter hoogte van € 261.000. De opgave wordt geheel opgelost in omvorming.