5 20210602 Bijlage 1 Laarbeek Speelruimteplan definitief.pdf
Tekst van het document
Uitdagende speelruimte voor iedereen! Speelruimteplan gemeente Laarbeek 2021
Waar gaat het over? Gemeente Laarbeek beschikt over ongeveer 60 speelplekken. Voor de komende jaren ligt er op deze plekken een grote vervangingsopgave. Binnen het huidige beheerbudget kan hier absoluut geen volwaardige invulling aan worden gegeven. Het nieuwe speelruimteplan is opgesteld zodat er inzicht komt in wat er wel mogelijk is. In het eerste hoofdstuk Visie is beschreven waarom gemeente Laarbeek het belangrijk vindt om te komen tot uitdagende beweeg-, ontmoet-, speel- en sportruimte voor iedereen. Om goed inzicht te krijgen in de (on)mogelijkheden om dit in Laarbeek te bereiken, is in hoofdstuk Plankaarten in het advies per kern beschreven hoe deze visie echt tot stand gebracht kan worden. Dat advies is opgesteld aan de hand van brede Inspraak: ✓ als eerste de enquête onder de betrokken kinderen, (groot)ouders en andere inwoners, maar ook; ✓ de workshop met de raadscommissieleden vergelijkbaar aan: ✓ de ambtelijke workshop en daarnaast: ✓ een eerste scan van de huidige verdeling van speel- en sportvoorzieningen over de kernen en doelgroepen. Maar ook de unieke stedenbouwkundige inrichting van iedere buurt met zijn eigen verdeling aan groen, stoepen, bereikbaarheid van het buitengebied en ook wegen die barrières kunnen zijn voor bepaalde doelgroepen.
In het kort komt deze analyse erop neer dat beter ingezet kan worden op 3 bovenwijkse sportplekken, daarnaast 12 krachtige buurtplekken aangevuld met 19 steunplekken dichter in de buurt. Er ontstaat dan een levensloopbestendig aanbod, eerlijk verdeeld over de verschillende kernen en doelgroepen. De visie zet in op echt gezellige beweeg- ontmoetings-, sport- en speelplekken waar je ook andere mensen zult treffen. Plekken die uitnodigen om naartoe te gaan met je (klein)kinderen, die voor de jeugd uitdagend zijn en waar ook de jongeren een deel zijn van het bewegen, ontmoeten, spelen en sporten in Laarbeek. Dit sluit ook naadloos aan op aspecten die in eerder vastgestelde stukken als het sport- en preventieakkoord zijn benoemd. Aantrekkelijke plekken die de moeite waard zijn om met elkaar (als burgers en verschillende afdingen van de gemeente) de schouders onder te zetten om subsidies te verkrijgen, te zoeken naar (onverwachte) samenwerkingen, werk-met-werk te maken en waar voor iedereen uit de buurt mogelijkheid is om te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Dit in plaats van de huidige 70 plekken die veelal beperkt en met name voor kinderen tot 8 à 10 jaar ingericht zijn en/of waar (tegenwoordig) nauwelijks kinderen omheen wonen.
Uit het Beheer- en uitvoeringsplan (los rapport) blijkt dat de huidige geïnvesteerde vervangingswaarde aan speelvoorzieningen voldoende zou moeten zijn om de visie op uitdagende speelruimte voor iedereen te realiseren. Deze investeringen liggen niet (meer) daar waar de doelgroepen wonen en zijn per kern en per doelgroep erg onevenredig verdeeld. Ook blijkt het huidige totale budget (€ 35.000) al jaren te klein om de vervangingswaarde van € 1.766.700 structureel bij te houden. Ter illustratie: bij het huidige budget zouden de toestellen meer dan 80 jaar moeten meegaan. Om invulling te geven aan de visie op bewegen, ontmoeten, spelen en sporten (BOSS) zijn er in het Beheer- en uitvoeringsplan een viertal scenario’s uitgewerkt.
Versie 20-11-2020
Visie
Uitdagende speelruimte voor iedereen! Opgedane ervaringen De gemeente Laarbeek heeft al in 2017 het masterplan voor de speel- en sportruimte in AarleRixtel opgesteld. Met dit masterplan kregen de bewoners van die kern via de stichting Speelplezier veel meer eigen verantwoordelijkheden voor alle speelplekken in Aarle-Rixtel. Deze constructie wordt zowel door de bewoners als de gemeente als positief ervaren.
Vanuit deze ervaring is dit speelruimteplan tot stand gekomen. De bewoners van Laarbeek kunnen meer verantwoordelijkheden krijgen over het beheer en onderhoud van de openbare speelruimte in hun leefomgeving. De buitenruimte in gemeente Laarbeek is er voor iedereen. Daarom heeft de gemeente aandacht voor alle leeftijden, zodat iedereen, van jong tot oud, in Laarbeek gebruik kan maken van uitdagende buitenruimte. Deze ruimte wil Laarbeek samen met haar inwoners realiseren. Om dit te bereiken gaat de gemeente inzetten op: o een goede spreiding van de speelruimte; o een hoge kwaliteit van de speelruimte; o sterke interne en externe samenwerking. Met dit speelruimteplan geven we ruimte aan de verschillende behoeften van alle doelgroepen die de gemeente rijk is en aan bewonersinitiatieven. Het plan speelt in op mogelijke (demografische) ontwikkelingen en sluit aan op de huidige inzichten over bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Zo geven we invulling aan wat onze inwoners écht belangrijk vinden. We willen dat kinderen genoeg speelmogelijkheden hebben om gezond op te groeien. En ook nog eens mooie speelherinneringen maken, zoals hun (groot)ouders die hebben. Daarom moet er voldoende bereikbaar aanbod zijn binnen de grenzen waar ze kunnen en mogen komen.
We hebben het over kinderen van 0 t/m 5 jaar die dichter bij huis blijven (circa 100 meter), jeugdigen van 6 t/m 11 jaar die de hele buurt door mogen (tot 400 meter) en de jongeren tot circa 18 jaar die minder gebonden zijn aan hun eigen omgeving en in principe overal komen in en rondom de kern, net als de overige inwoners. Ook we zien dat senioren juist weer dichter bij huis blijven, dus ook voor hen zoeken we mogelijkheden. Door het aanbieden van kwaliteit, verbeteren we de speelruimte voor alle doelgroepen. Kinderen en hun (groot)ouders vragen om ruime landschappelijke plekken waar voor allemaal veel te ontdekken valt. De speelruimte moet interessant genoeg zijn voor iedereen: kinderen, jeugdigen, jongeren én volwassenen. Uiteraard zijn met name de centrale plekken zo inclusief mogelijk voor iedereen met een beperking. De gemeente ziet naast de inbreng van bewoners voor dit speelruimteplan zelf, ook graag dat haar inwoners echt meedoen bij de uitvoering ervan. Op deze manier maken we samen met kinderen, hun (groot)ouders, omwonenden en andere wijkbewoners speelruimte voor én door jong en oud, onafhankelijk van de mate waarin iemand beperkingen ervaart en waar mensen juist hun talenten inzetten.
Wat bewoners vertellen Voorafgaand aan dit speelruimteplan hebben kinderen, jongeren en bewoners een belangrijke rol gespeeld. Via de online enquête gaven zij hun mening onder andere direct op kaart over de goede en slechte plekken, gebruikte routes en hoever kinderen van huis mogen. Op de vraag: liever een kleine speelplek vlakbij of juist een grote ver(der) weg, werd voornamelijk gekozen voor groot. Zie hier over de resultaten enquête. Ook was er inspraak met speeltuinverenigingen, gemeenteraadsleden en ambtenaren. Dit zorgde voor veel bruikbare input voor de visie en analyse.
'Vrij spelen, hutten bouwen, fietsen, ontdekken, is naar mijn mening goed voor de ontwikkeling van een kind.' inspraakreactie
Uitdagende speelruimte voor iedereen! Uitwerking speelruimteplan voor Laarbeek In het hoofdstuk Plankaarten is de analyse gemaakt van hoe deze visie ‘Uitdagende speelruimte voor iedereen’ echt gerealiseerd kan worden, door meerdere kleinere plekken van de huidige 70 te concentreren tot 34 gevarieerd ingerichte plekken voor meer doelgroepen: o 12 krachtige centrale plekken om te bewegen, ontmoeten, spelen, sporten; o 3 bovenwijkse sportplekken; o 19 steunplekken voor spelen en sporten; o de héle openbare ruimte meer te zien en in te richten als informele speel- en beweegruimte. Een goede spreiding van de speelruimte Uitdagende buitenruimte voor iedereen vraagt allereerst om een goede spreiding van de ruimte. Daarvoor kijken we eerst naar speelbuurten. Dat zijn de gebieden waarbinnen met name jeugdigen hun speelbereik hebben, in Laarbeek veelal gekaderd door drukkere wegen en natuurlijke barrières zoals parken. Binnen zo’n speelbuurt moet minimaal één grote centrale plek zijn waar genoeg ruimte en mogelijkheden zijn voor iedereen om te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Een centrale plek is daarmee dé ontmoetingsplek voor de hele buurt.
Een plek die echt de moeite waard is om met je (klein)kinderen naartoe te gaan, waar de jeugd uitdagende speelmogelijkheden vindt, jongeren op hun plek zijn en bijvoorbeeld calisthenicstoestellen staan voor superactieve bootcamps en fysiotherapeuten buiten instructies geven. De gemeente streeft ernaar dat iedere inwoner in een kern op niet meer dan 5 tot 8 minuten lopen van een centrale plek woont. In de buurtjes waar relatief (nog) meer kinderen wonen (circa 20) bieden we steunplekken aan waar ze dichter bij huis naartoe kunnen. Maar ook zijn er steunplekken zoals een extra trapveldje voor jeugdigen en jongeren om uitwijkruimte te bieden als centrale plekken te druk worden. Als kers op de taart zijn er ook enkele bovenwijkse plekken voor jeugd en jongeren uit de hele kern, met name om te skaten, voetballen en ontmoeten. Ook de kinderboerderij kan als bovenwijkse plek gezien worden. Zo maakt in Beek en Donk de (voorgestelde) bovenwijkse plek deel uit van een speellandschap, een zone dwars door de kern. Verder vergeten we niet hoe belangrijk het is om in de bosjes hutten te bouwen, op straat een balletje te kunnen trappen, met je skelter achter het huis te leren fietsen, hinkelbanen te tekenen, heksensoep te maken van takjes en bladeren, verstoppertje te spelen, speurtochten door de buurt te organiseren, of gewoonweg op de hoek van de straat met je makkers te staan praten.
Laarbeek wil in haar ontwerp, inrichting en beheer van de hele openbare ruimte al die speel-, sport- en ontmoetingsplekken zonder speeltoestellen stimuleren. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van speelprikkels als hoogte- en kleurverschillen, toegankelijk groen, bij inrichting van straten en stoepen zoeken naar speelkansen en water met geschikte taluds realiseren. Deze combinatie van centrale, steun- en bovenwijkse plekken en informele speelruimte zorgt voor voldoende gevarieerd aanbod, een eerlijke verdeling van de ruimte over de kernen en biedt iedereen, van jong tot oud, voldoende kansen om samen te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten in eigen omgeving.
Uitdagende speelruimte voor iedereen! Checklist Samen met de buurt kijken of de speelruimte nog leuker kan? Gebruik eens deze checklist: 1. De plek biedt ruimte voor verschillende typen kinderen en spel! Er zijn kinderen die de open ruimte zoeken en wild willen ravotten, anderen willen rustig toekijken of uitrusten. Sommigen houden van activiteiten en verzinnen op en om de speeltoestellen van alles, of ze willen iets maken met dingen die ze buiten tegenkomen. 2. Op de plek kun je goed samen spelen! Is er logische zonering, stimuleert de inrichting tot samenspel, heb je elkaar nodig en is er een competitief element? Kunnen andere doelgroepen ook meedoen? Een hoge kwaliteit van ruimte om te bewegen, ontmoetingen, spelen en sporten Buitenspelen is belangrijk volgens de inwoners van Laarbeek: ‘gezond, onderdeel van de ontwikkeling, leuk en leerrijk, belangrijk voor de sociale ontwikkeling en vooral beter dan een spelcomputer of telefoon.’ Met het opbouwen van een speelnetwerk van centrale plekken, steunplekken, bovenwijkse en informele plekken om te bewegen, ontmoeten, spelen en sporten zijn we nog niet klaar. De plekken moeten ook van hoge kwaliteit zijn. Bij spelen hoort een ruimte waar altijd iets nieuws te ontdekken valt (diversiteit) en/of een nieuwe uitdaging aangegaan kan worden.
Niet alleen op de speelplek, maar ook gewoon op het pleintje bij huis, in het groen, op de straat of langs de watergang. Kinderen spelen overal en altijd. Dit vraagt om een andere kijk op de inrichting van de openbare ruimte en de speelplekken. En wel een kindvriendelijke: op ooghoogte van één meter. Op een speelplek met alleen vaste speeltoestellen in een vlakke ondergrond is weinig diversiteit en als dit kleine lage toestellen zijn ook weinig uitdaging. Bovendien ontstaat er de laatste jaren meer besef van het belang van risicovol spelen; met vallen en opstaan nieuwe dingen uitproberen. We gaan speellandschappen maken met volop speelmogelijkheden. Speeltoestellen in een aantrekkelijke omgeving bieden volop speelaanleidingen, zoals schommelen, draaien en duikelen. Aanvullend kun je op de plekken nog veel meer doen: van klimmen en klauteren tot verstoppertje spelen en hutten bouwen. In combinatie met sportvoorzieningen ontstaat er nog meer variatie. Vanzelfsprekend gaan we ervoor dat alle speel- en sportplekken in de gemeente rookvrij zijn. Niet voor niets zijn actuele thema’s van de jeugdgemeenteraad Laarbeek onder andere rook- en hondenpoepvrije speelplekken. Het speellandschap versterkt bovendien de relatie tussen de speelplek en de omgeving, waarbij alles bespeelbaar is, ook de straat, het water en het groen.
Een speellandschap is zoveel mogelijk duurzaam, circulair en toekomstbestendig. Door gebruik te maken van al aanwezige natuurlijke spelaanleidingen en een groenere inrichting dragen speelplekken in hoge mate bij aan klimaatadaptatie. Bomen zijn goed tegen hittestress en groene plekken zonder verharding kunnen meer water bergen bij flinke regenbuien. Hoe meer dingen je kunt tellen die je er kunt doen, hoe beter de speelruimte!
3. De plek en de omgeving zijn gevarieerd ingericht! Denk aan soorten groen en verharding met verschillende functies, probeer water toe te voegen. Gebruik hoog-laag, nat-droog, warmkoud, hard-zacht, veilig-risicovol, langzaam-snel. 4. Er is voldoende uitdaging! Kun je de volgende keer meer, beter, harder of hoger, valt er te durven, is het uniek in de buurt, zijn er meerdere sporten of kan ik iets maken of afbreken? 5. Iedereen kan meedoen! Zijn de plek en de voorzieningen bereikbaar en toegankelijk voor gebruikers met diverse soorten handicaps zodat er inclusief gespeeld kan worden?
Uitdagende speelruimte voor iedereen! Uit handen geven In Aarle-Rixtel hebben bewoners en gemeente succesvol ingezet op initiatief vanuit inwoners. In deze kern wordt de kwaliteit van de speelruimte gewaarborgd door een gemotiveerde groep bewoners die zich hard inzetten voor hun speelruimte. Sterker nog, ondersteund door de gemeente zet de stichting speelplezier Aarle-Rixtel zich in voor het omvormen, onderhouden en vervangen van alle speelplekken. De gemeente wil daarom ook in andere kernen komen tot speelruimte, waarvoor de kernen in hoge mate zelf zorg mogen en kunnen dragen. De gemeente zorgt voor voldoende ondersteuning: o bij alle soorten vragen o exploitatiebijdrage o digitaal logboek o veiligheidsinspectie o bestuursaansprakelijkheidsverzekering Vereniging zorgt (samen met gemeente) voor: o aantrekkelijke speelplek(ken) en speelbuurt o betrekken van inwoners o gemotiveerd bestuur o voldoende vrijwilligers o sluitende begroting o aanvullende inkomsten
Sterke interne en externe samenwerking We betrekken inwoners graag bij het realiseren en beheren van speelruimte in hun buurt, als speeltuinverenigingen. De gemeente vindt, naast de fysieke inrichting van de buurt, namelijk ook de sociale samenhang belangrijk. Zo kunnen inwoners meedenken over de inrichting en kunnen zij samen de participatie met kinderen, jeugd en jongeren mee-organiseren. Dit vereist vanuit de gemeente ondersteuning met kennis over onderhoud en veiligheid van speeltoestellen, en werkvormen voor participatie en coördinatie van de verschillende verenigingen. Bovendien kunnen verenigingen (of stichtingen) extra subsidies en fondsen aanvragen. Door bijvoorbeeld fysiotherapeuten en senioren te betrekken bij beweegroutes door de buurt ontstaat er meer contact en het is goed voor de gezondheid. Cultuur- en buurtsportcoaches helpen bij het organiseren van activiteiten voor jongeren, ouderen, mensen met een handicap en anderen die om verschillende redenen niet kunnen meedoen. NSGK Speeltuinbende kan de verenigingen helpen om de speelplekken meer inclusief te maken. Er ontstaan zo meer sociale contacten door gezamenlijke inspanning.
In Lieshout zorgen omwonenden voor ‘De Kuiperij’. Een geslaagde samenwerking bewoners en gemeente.
Uitdagende speelruimte voor iedereen!
Samen met kinderen, ouders, omwonenden ingericht en besproken per buurt Grote aanpassingen van de speelruimte in de buurt vinden plaats in samenspraak met de buurt: de kinderen, jeugd, jongeren en volwassenen. Hierbij denken we ook aan de scholen, het jongerenwerk, Laarbeek Actief en de diverse verenigingen zoals de sportverenigingen of dorpsraden. Zij organiseren namelijk ook activiteiten in de openbare ruimte die het bewegen, ontmoeten, spelen en sporten bevorderen. Maar ook een bewonersinitiatief kan aanleiding zijn om een buurt-speelruimte-gesprek aan te gaan. Bij een dergelijke bijeenkomst is het krachtig om eerst speelherinneringen op te halen, verhalen te delen en in gesprek het waarom te achterhalen. Een gesprek voor iedereen, van jong tot oud. Samen geven mensen invulling aan hun eigen buurt-speelruimte-visie. Het gaat hierbij niet om een enkel speeltoestel of een enkele speelplek, maar over de hele speelruimte in de totale buurt. Hoe zijn de speelplekken met elkaar en met de rest van de openbare ruimte verbonden? Zijn de plekken onderdeel van de informele speelmogelijkheden zoals bloemen plukken in het gras, huttenbouwen, klimmen in de bomen, verstoppertje spelen, vissen en zwemmen? Bij het opstellen van een buurt-speelruimte-visie zijn de kaders uit dit plan – een goede spreiding, kwaliteit en samenwerking – het uitgangspunt om in gesprek te gaan.
Op de plankaarten en toelichtingen is het advies weergegeven voor de omvorming van de huidige voorzieningen om de visie waar te maken: te komen tot uitdagende speelruimte voor iedereen! Per buurt wordt een goed basisnetwerk voor spelen gemaakt, dat kan meebewegen met de toekomstige doelgroepontwikkeling. Vervanging van toestellen wordt in samenhang met het totaalaanbod van de buurt bekeken. Door bijvoorbeeld 3 wipveren en een verdwaald duikelrek van plekken waar niet veel kinderen wonen te vervangen door een nieuwe kabelbaan of hoge draadpiramide op de centrale plek, wordt het spelen in de buurt uitdagender en meer gevarieerd. Vervangingen worden zoveel mogelijk opgespaard tot één moment om dan ook een echt goed buurtspeelruimte-gesprek te kunnen aangaan. Bij voorkeur wordt dit gecombineerd met andere werkzaamheden die de speelmogelijkheden in de buurt bepalen, zoals groenwerkzaamheden of riool- en wegreconstructies. De gemeente zal hiervoor een globale planning per buurt/kern opstellen. Naast fysieke maatregelen komen hier ook niet-fysieke maatregelen zoals buurtonderhoud, ontwikkeling speeltuinverenigingen, spel-, sport-, ontmoet- en jongerenactiviteiten. Deze buurtgerichte aanpak maakt het mogelijk om circulair en toekomstgericht te werken. Immers Nederland circulair in 2050 is al dichtbij.
Dit betekent nadenken over de keuze voor de juiste typen materialen, creatief hergebruik van andere restmaterialen en opknappen van oude toestellen wat in veel gevallen ook door bewoners gedaan kan worden. Maar ook het verder centraliseren tot krachtige speelplekken waar ook echt samengespeeld kan worden en het creëren van speelwaarden met bijvoorbeeld groen, hoogteverschillen en gevarieerde materialen draagt bij aan circulariteit. Immers daarmee zijn in de toekomst minder toestellen nodig, staan er geen toestellen meer in hofjes die nauwelijks worden gebruikt maar leidt dit tot hergebruik van toestellen op andere locaties.
Georganiseerd spelen Spelen is ook het organiseren van activiteiten voor en door de buurt. Laarbeek ondersteunt initiatieven zoals kindervakantieweek, speelstraten, buurtsportcoach, natuureducatie, toernooitjes enzovoort.
Plankaarten
Overzichtskaart
Klik op de naam van de kern om in een keer naar de toelichting te gaan
Mariahout
Beek en Donk (noord))
Beek en Donk (zuid)
Lieshout
Aarle-Rixtel
Uitdagende speelruimte Aarle-Rixtel
Verdere afname kinderaantallen Het aantal kinderen in AarleRixtel is in de afgelopen jaren afgenomen. Het aandeel van jeugdigen en jongeren is een stuk groter. Het is daarom van belang dat de centrale plekken in AarleRixtel zodanig worden ingericht dat ze aantrekkelijk zijn voor alle doelgroepen in de kern.
Met 3 centrale speelplekken en enkele steunplekken spelen en sport kan de visie voor AarleRixtel verder vormgegeven worden. Daarbij zijn er diverse (minder gewaardeerde) plekken waar weinig kinderen meer wonen, maar prima gespeeld zou kunnen worden, zij het zonder toestellen.
Uitdagende speelruimte voor Aarle-Rixtel
Speel- en sportmogelijkheden kinderen en jeugd In het algemeen is er voldoende informele speelruimte voor kinderen te vinden in tuinen, (doodlopende) straten en groenstrookjes. Daar waar minder informele speelruimte aanwezig is op straat (met name buurten rondom Akkerstraat en Donkerstraat) blijken ook weinig kinderen te wonen en/of zijn er grote achtertuinen. Voor de jeugdigen vormen diverse overhoekjes, tussenpaden, straten, groen en bereikbaar buitengebied voldoende informele speelruimte. In de enquête worden dan ook voor enkele plekken in de buurten en het buitengebied aangegeven dat er hutten gebouwd worden. Voor de circa 310 jeugdigen van 6 tot en met 11 jaar zouden 4 tot 6 speel- en sportplekken aanwezig moeten zijn. Het aantal kinderen ligt met 235 duidelijk lager; uitgaande dat deze groep over 6 jaar de jeugdigen zijn, zouden 3 tot 4 speelplekken nodig zijn. Voorgesteld wordt om voor jeugdigen uit te gaan van 4 echt aantrekkelijke speel- en sportplekken die de moeite waard zijn om naartoe te gaan. Deze worden dan aangevuld met eenvoudiger trapvelden. In het noordwesten van Aarle-Rixtel heeft de speelplek aan het Terlingenplein qua ruimte, de centrale ligging, bereikbaarheid en huidige inrichting de meeste potentie als centrale speelplek voor de circa 60 kinderen van 0 tot en met 5 jaar en 85 jeugdigen van 6 tot en met 11 jaar.
Voorgesteld wordt om deze om te vormen tot speellandschap met behoud van het gedeelte voetballen. Rondom de speelplekken aan de Brabantlaan, Kempenstraat en aan de Peelstraat wonen circa 25 kinderen. In de enquête worden beide speelplekken aangemerkt als ‘voegt niks toe’. Van het trapveld aan de Brabantlaan wordt in de enquête aangegeven dat je er goed kunt voetballen. Het voorstel is deze locatie als steunplek voor spelen en voetballen plus basketballen aan te wijzen. Hiermee worden de speelplekken aan de Peelstraat en de Kempenstraat toekomstgericht centraal op de Brabantlaan. In het noordoosten kan de speelplek aan de Julianalaan voor de circa 40 verspreid wonende kinderen en 45 jeugdigen omgevormd worden tot een aantrekkelijke steunplek sport en spelen. In de enquête wordt deze plek gewaardeerd en als beste voetbalplek aangegeven, maar ook dat ‘deze niks toevoegt’ en ‘de grond is niet goed en de bal rolt weg als je hebt gescoord omdat er geen net achter zit.’ Optie is om de middelen samen te voegen en het schoolplein verder voor spelen te ontwikkelen. In het zuidoosten blijken circa 70 kinderen en 80 jeugdigen te wonen. Het in 2017 voorgestelde centrale speellandschap aan de Lijsterstraat is gerealiseerd en uit de enquête blijkt dat dit erg goed gewaardeerd wordt. De nabij gelegen skatebaan aan de Duivenakker heeft een bovenwijkse sportfunctie.
Wellicht dat deze via aanpassingen van het (speel)groen bij de plekken aan de Lijsterstraat en de Duivenakker optisch meer met deze plekken verbonden kan worden tot een grote speelzone. Uit nauwkeurig onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat er in het gedeelte tussen de KlokstraatBosscheweg-De Dreef-Zwanendreef-Dorpstraat totaal nog circa 50 kinderen wonen. Die wonen zo verspreid dat in de directe actieradius (zelfstandig ernaartoe kunnen) van de speelplek aan De Zes Gehuchten en aan De Vinken nog geen 5 tot 10 kinderen wonen en rondom de speelplek aan de Dijkmanstraat net 15 kinderen. Voorgesteld wordt om de meest open plek aan de Dijkmanstraat als eenvoudige steunplek voor kinderen aan te wijzen.
Uitdagende speelruimte voor Aarle-Rixtel
De speelplek aan De Zes Gehuchten en aan De Vinken kunnen als informele speelplekken met speelprikkels ingericht worden, zodat kinderen er prima met hun speelgoed, fietsjes, in het groen enzovoort kunnen spelen. Ten oosten van de Dreef wonen minder dan 15 kinderen, maar wel 40 jeugdigen. De speelplek aan De Malthezer komt in de enquête niet echt positief naar voren en op de recentere foto’s ontbreken speelsporen in het gras onder de meeste speeltoestellen (met uitzondering van de schommel). Voorgesteld wordt om het gebruik ervan te evalueren en via vervanging de toestellen te verplaatsen naar de naastgelegen plek aan de Lijsterstraat. Deze plek en de speelplek aan De Elshorst (waar nog geen 5 kinderen wonen) kunnen dan omgevormd worden tot een aantrekkelijke informele speelplek. In het zuidwesten wonen in totaal circa 60 kinderen en 90 jeugdigen. Voorgesteld wordt om hier een centrale speelplek aan te wijzen. Daarvoor kan gedacht worden om de speelplek aan de Lange Akker – enquête: ‘voegt niks toe’ en ‘saaie plek’ en de plek aan de Buizerdstraat samen te voegen tot één speellandschap. Het is een optie om na te gaan of de meer centrale locatie op het Onze Lieve Vrouweplein niet een goede mogelijkheid zou kunnen zijn om een speelplek voor de buurt te realiseren. Het goed gebruikte trapveld aan de Broekelingstraat kan dan als steunplek voor sporten blijven dienen.
Ten aanzien van formele sport- en ontmoetingsruimte wordt geadviseerd om voor elke 100 jongeren in een buurt of enkele buurten samen een sport- en ontmoetingsplek beschikbaar te stellen. Er wonen circa 340 jongeren in AarleRixtel.
Uit nauwkeurig onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat er in de directe actieradius (zelfstandig ernaartoe kunnen) van de speelplekken aan het Rode Schutplein, Blauwe Schutplein en aan Strijpsoord nog geen 10 kinderen wonen. Voorgesteld wordt om deze plekken om te vormen tot aantrekkelijke informele speelplekken met speelprikkels zodat kinderen er prima met hun speelgoed, fietsjes, in het groen enzovoort kunnen spelen.
Uit analyse van de statistische gegevens blijkt dat in het noordwestelijk deel nu circa 85 jongeren wonen, in het noordoostelijk deel 50, in het zuidoostelijk deel 90 en in het zuidwestelijk deel 110.
Hoewel het huidige aantal kinderen die wonen nabij de speelplek aan de Clovishof lager ligt dan 20 en het aantal jeugdigen 50 bedraagt, wordt voorgesteld om deze speelplek als steunplek voor kinderen te behouden.
Voorgesteld wordt om voor de jongeren verspreid over Aarle-Rixtel drie goede sport- en ontmoetingsplekken en een steunplek (mede) geschikt in te richten. Als sportplek zijn de (te verbeteren) plekken aan de Julianalaan, Buizerdstraat en aan De Duivenakker de meest geschikte locaties. De plek aan de Brabantlaan kan in huidige vorm blijven voldoen.
De speelplek aan de Havenweg heeft voor de nog geen 5 kinderen geen functie in het openbare speelvoorzieningenniveau. Sport- en ontmoetingsmogelijkheden jongeren en ouder Voor de jongeren zijn in de meeste buurten diverse informele ontmoetingsplekken in de categorie What’s Up en Stay Around te vinden bijvoorbeeld op bankjes, muurtjes en in het centrum. Voor hen, maar ook voor hondenuitlaters en om bewegen voor senioren met rollators en dergelijke te stimuleren, zou het goed zijn om op diverse geschikte plekken, bijvoorbeeld op meer plaatsen langs het kanaal, de Dorpsstraat en Lieshoutseweg en andere mogelijkheden nabij kruisingen langs doorgaande wegen een of twee banken te plaatsen.
Uitdagende speelruimte Beek en Donk Noord
Herschikking naar centraal In het noorden van Beek en Donk zetten we in op een centrale plek. Voor de naastliggende buurten kunnen de kleine speelplekken waar maar weinig kinderen wonen omgevormd worden tot speelplekken zonder toestellen. Enkele buurten met voldoende kinderen hebben steunplekken. Meer naar het zuiden bevindt zich een bovenwijkse sportplek met een skatebaan. Het voorstel is om het gehele park, inclusief het dierenparkje, in combinatie met de nabijgelegen centrale plek om te vormen tot een bovenwijkse beweeg- ontmoet-, speel- en sportzone.
Uitdagende speelruimte Beek en Donk Zuid
Kans centrale speelzone Een voorgestelde grote speelen sportvoorziening in het midden van Beek en Donk zorgt in deze omgeving voor voldoende speelruimte. In de andere gebieden van Beek en Donk zorgt deze verdeling van centrale plekken, steunplekken en plekken zonder toestellen voor een eerlijke verdeling van de speelruimte. Dit alles in een omgeving waar het aantal kinderen licht afneemt. Het is dus zaak om bij de inrichting van de plekken rekening te houden met de behoeften van oudere kinderen in de buurt.
Uitdagende speelruimte voor Beek en Donk Speel- en sportmogelijkheden kinderen en jeugd Over het algemeen is er voldoende informele speelruimte voor kinderen van 0 tot en met 6 jaar te vinden in tuinen, hofjes, stoepen, (doodlopende) straten en groenstrookjes. Daar waar minder informele speelruimte is op straat (bijvoorbeeld een deel van De Wieken, Het Erf) zijn er achtertuinen en/of blijken ook weinig kinderen te wonen. Voor de jeugdigen van 6 tot en met 11 jaar vormen diverse overhoekjes, tussenpaden, straten, groen en het bereikbare buitengebied voldoende informele speelruimte. In de enquête wordt dan ook op verschillende plekken in het buitengebied aangegeven dat er hutten gebouwd worden. Noord: Voor het spelen vormt de buurt ten noorden van de Schoolstraat een speelbuurt waar bijna 100 kinderen van 0 tot en met 5 jaar en 120 jeugdigen van 6 tot en met 11 jaar wonen. De reacties in de enquête gaan in deze buurt voornamelijk over de speelplek aan De Peppel en zijn vooral positief. Zeker als deze plek landschappelijker ingericht en voor sporten verbeterd wordt (nu erg veel speelschade door gebruik), kan deze zeer goed dienen als centrale speel- en sportplek voor jong en oud. Uit het ontbreken van speelsporen in het gras onder de toestellen blijkt al dat het gebruik van de meeste speelplekken in dit gedeelte beperkt is.
Ook uit het gedetailleerd onderzoek van de statistische gegevens blijkt dat de nu (nog) 100 kinderen zodanig over dit gedeelte verspreid wonen, dat er alleen nabij de speelplek aan de Beukenlaan circa 20 kinderen min of meer bij elkaar in de buurt wonen. Voorgesteld wordt om deze speelplek als steunplek voor spelen van kinderen en jeugd aan te wijzen en eventueel iets te verbeteren. En de plekken aan De Meidoorn, 't Hof 15, De Plataan en de twee aan de Burgemeester Seelenlaan om te vormen naar leuke informeel bespeelbare plekken. Omdat er voor de jeugdigen nog wel een tweede plek nodig is waar gevoetbald kan worden, kunnen als steunplek sporten op de Lindenlaan enkele doelen geplaatst worden in plaats van de toestellen. Midden: Het gedeelte ten zuiden van de Schoolstraat en ten noorden van de Nachtegaal vormt een speelbuurt voor de circa 75 jeugdigen. Daarnaast wonen er verspreid circa 85 kinderen en 75 jongeren. De speelgrenzen in het gedeelte tussen de groenstrook met het gemeentehuis en de Lieshoutseweg (N615) zijn niet haarscherp. Enerzijds vormt het voor de wat oudere jeugd één buurt, maar de jongere jeugdigen zullen wel binnen hun eigen buurtjes blijven, globaal gelijk aan bouwperiode (sociale bouw en verkeersgrenzen als Molenweg/Zaagmolenweg/Pater Becanusstraat/Dokter Timmerslaan).
De strook met de Muziektuin, het groen bij het gemeentehuis, rondom de vijver, het bos, het scoutingterrein, het evenemententerrein en ook het dierenpark vormen enerzijds een soort barrière voor het spelen tussen beide buurten. Anderzijds biedt de strook een enorme kans. Hier kan een zeer goede beweeg-, ontmoeting-, speel- en beweegzone voor Beek en Donk en omgeving worden gerealiseerd. Een zone met uitdagende sport- en speeltoestellen, in combinatie met het water. Ruimte voor natuurlijk spelen, maar ook voor sporten zoals bootcamp en skaten als onderdeel van het geheel. Ook het dierenpark kan meer in het park worden geïntegreerd. Hiervoor is het goed een masterplan te maken. Voorgesteld wordt om hier een grote bovenwijkse strook met de Muziektuin - het groen bij het gemeentehuis - rondom De Vijver - het bos - de speel-sport-beweeg-ontmoetingsplek te realiseren door de natuurspeelplek aan de Lage Heesweg, de plek aan de Otterweg/Nachtegaallaan en aan de Burg. v/d Weidenlaan (2) in een totaalplan om te vormen tot een geïntegreerde zone met uitdagende speeltoestellen voor kinderen en jeugdigen, beweegtoestellen voor volwassenen, maar ook sportmogelijkheden als skaten (mooi zichtlocatie langs de doorgaande weg), voetbalkooi enzovoort.
‘Voegt niets toe’, ‘Er staan saaie toestellen’, ‘Hij ligt op de verkeerde plek’ Lindenlaan 50 [BD 14] ‘Er staan saaie toestellen’ Burg. Seelenlaan 10 [BD 07]
Uitdagende speelruimte voor Beek en Donk
Zeer ruim (meer dan 350 meter) rond de speelplek aan de Heesweg wonen nog circa 35 jeugdigen en 40 kinderen, binnen 100 meter van de plek wonen nog geen 10 kinderen. Voorgesteld wordt om deze plek voorlopig als steunplek voor spelen te behouden (zolang centrale speelzone er nog niet is), maar op termijn het belang en gebruik ervan te evalueren. Het trapveld aan de Otterweg kan dan als steunplek sport blijven dienen, maar de aantrekkelijke speeltoestellen zoals een kabelbaan passen beter op de voorgestelde verbeterde locatie. De speelplekjes aan de Burg. v/d Weidenlaan en de Waterhoenlaan - enquête ‘voegt niets toe’ - kunnen omgevormd worden naar informeel bespeelbare plekken. Ook voor de speelplek aan het Vinkenplein wordt voorgesteld om in te zetten op de voorgestelde speelzone en dit enkele speeltoestelletje naar informele speelruimte om te vormen. Omdat er rondom de speelplek aan de Leeuweriklaan nog circa 20 kinderen wonen, kan deze (vooralsnog) als steunplek dienen. Bij toekomstige investeringen wel de actuele kinderontwikkeling bekijken (Leeuweriklaan/Lijsterlaan/Puttershoek/Pater Becanusstraat gedeeltelijk). De circa 20 kinderen ten oosten van de lijn Merellaan, Nieuwstraat, Pater Becanusstraat, Dokter Timmerslaan, Irisstraat wonen zodanig verspreid dat nergens ook maar 10 kinderen bij elkaar in de buurt wonen, waardoor geen steunplek spelen mogelijk is.
Het speelplekje aan de Koppelstraat - waarvan in de enquête ook wordt gesteld ‘voegt niets toe’ – zou daarmee omgevormd kunnen worden naar informele speelruimte. Voor de in totaal circa 30 kinderen die nabij de speelplekken aan de Klaproosstraat en het Klaproosplein enquête ‘voegt niets toe’- wordt voorgesteld om het spelen samen te voegen tot een aantrekkelijke plek op het Klaproosplein. Ook in het gedeelte rondom Molenveld wonen circa 30 kinderen. Hier is het voorstel de meest ruime en centrale - en in de enquête meest gewaardeerde - plek aan het Molenveld als steunplek spelen en sporten aan te wijzen. De eenvoudiger plekken aan De Wieken (in enquête: 'voegt niets toe’) en aan de Lange Zwaard kunnen als informele speelruimte omgevormd worden. Voor de jeugd is dan de - in de enquête goed gewaardeerde - centrale speel- en sportplek aan de Orchideestraat op circa 10 minuten lopen nog goed bereikbaar (naast natuurlijk de voorgestelde speelplek in de groenzone. Opvallend is dat in de enquête de toch redelijk ingerichte speelplek aan de Groes tweemaal als 'voegt niets toe' wordt aangemerkt. Ook de plek aan de Klavierstraat (tijdens inspraak nog niet gerenoveerd) wordt door een volwassene als 'voegt niets toe' aangemerkt terwijl jeugdigen hier juist wel aangeven dat hier goed gevoetbald kan worden, wat ook blijkt uit de slijtagesporen op het trapveld.
Op de speelplek aan de Ouverturelaan is met stelten/boomstammen een poging gedaan tot natuurlijk spelen, maar dit blijkt te klein om impact te hebben. Wel is in de enquête te zien dat het groen hier geschikt is voor huttenbouwen! Voorgesteld wordt om de meest ruime, centrale plek en recent gerenoveerde speelplek aan de Klavierstraat als speel- en sportplek aan te wijzen en op termijn uit te breiden.
Uitdagende speelruimte voor Beek en Donk De speelplek aan de Groes kan dan als steunplek spelen in de nieuwbouw dienen en (eventueel nog iets verbeterd) expliciet voor kinderen. Rondom de speelplek aan de Ouverturelaan (1), die op één minuut lopen ligt vanaf de plek aan de Klavierstraat, wonen nauwelijks 10 kinderen, nabij de plek aan de Piccolostraat nog geen 5 en nabij de speelplek aan de Muzenlaan nog net iets meer. Voorgesteld wordt om de speelplek aan de Muzenlaan als steunplek spelen te behouden en de overige naar informele speelruimte om te vormen. Zuid: Ten zuiden van de Lieshoutseweg wonen circa 100 kinderen, 70 jeugdigen en ruim 60 jongeren. Hier vindt diverse nieuwbouw plaats. In de enquête blijkt de speelplek op het Isidorusplein erg goed gewaardeerd door kinderen en (groot)ouders. Als er al reacties zijn op de andere speelplekken, dan zijn dat ‘kinderachtig, ligt op de verkeerde plek’ zoals bij de plek aan de Ter Boort (1) en 'voegt niets toe' als het gaat om de plek aan de Jan van Amstelstraat. De speelplekken aan de Ter Boort (1) en aan de Ter Boort (2) liggen op 3 minuten lopen van de speelplek aan het Isidorusplein en er wonen nog geen 15 kinderen direct omheen. Ook rondom de speelplek aan de Jan van Amstelstraat wonen nog geen 15 kinderen. Voorgesteld wordt om deze speelplekken naar informeel bespeelbare plekken om te vormen.
Voor de ruim 20 kinderen te zuiden van de Blokskampsedreef kan de speelplek aan de Lochtenborg als steunplek gehandhaafd blijven. Oost: De 5 kinderen en 10 jeugdigen die nabij de speelplek aan de Tuinstraat wonen hebben met per twee een eigen speeltoestel ter beschikking. Voorgesteld wordt om deze speelplek naar informeel bespeelbare ruimte om te vormen. Sport- en ontmoetingsmogelijkheden jongeren en ouder Voor de circa 90 jongeren zijn in de meeste buurten diverse informele ontmoetingsplekken in de categorie What’s Up en Stay Around te vinden op bankjes, muurtjes, en bijvoorbeeld in het centrum. Voor hen, maar ook voor hondenuitlaters en om bewegen voor senioren met rollators en dergelijke te stimuleren, staan op diverse geschikte plekken, bijvoorbeeld langs de Mariastraat, een of twee banken. Mochten zich nog kansen voordoen het aantal locaties uit te breiden om even te zitten, dan deze zeker benutten. Ten aanzien van formele sport- en ontmoetingsruimte wordt geadviseerd om voor elke 100 jongeren in een buurt of enkele buurten samen een sport- en ontmoetingsplek beschikbaar te stellen. De inschatting is dat het aantal jongeren ten noorden van de Schoolstraat de komende jaren ongeveer hetzelfde blijft met circa 110. Voor hen kan met het trapveld aan De Peppel voorzien worden.
Dit ook omdat er voor de jeugdigen nog andere sportmogelijkheden zijn zoals bij de plek aan de Lindenlaan. Het aantal jongeren [70] tussen de Schoolstraat en het gemeentehuis wordt redelijk stabiel ingeschat. Zij kunnen goed gebruikmaken van de voetbalkooi aan de Otterweg en natuurlijk de skatevoorziening in de voorgestelde speel-en sportzone in het groen c.q. aan de Burg. v/d Weidenlaan (2). Naar inschatting zal het aantal jongeren (365) ten zuiden van het gemeentehuis en boven Lieshoutseweg komende jaren iets dalen. Zij kunnen goed gebruikmaken van de voorgestelde verbeterde speel-en sportzone in het groen en de skatevoorziening aan de Burg. v/d Weidenlaan (2) en van het voetbalveld aan de Orchideestraat. Voor hen is ook de voetbalkooi aan de Otterweg goed bereikbaar. Daarnaast zijn (maar meer voor de jeugdigen) ook nog andere sportmogelijkheden in de buurt aanwezig zoals aan het Molenveld en aan de Klavierstraat.
De fitnessplek aan het Rembrandtplein voorziet in sport- en ontmoetingsmogelijkheden voor ouderen. Bij toekomstige vergelijkbare ontwikkelingen kan een dergelijke plek veel beter als onderdeel van een centrale speelplek gerealiseerd worden.
Het aantal van 415 jongeren is wat krap ten aanzien van de uitgangspunten. Mogelijk is dit de reden dat in de enquête de jongeren in dit gedeelte van Beek en Donk juist de meeste voorstellen doen voor ‘Waar moet echt een nieuwe plek voor jongeren komen?’ Voorgesteld wordt om de sportplekken aan de Orchideestraat, Otterweg en Burg. v/d Weidenlaan (2) te verbeteren, bijvoorbeeld met meer ontmoetingsmogelijkheden. Voor de circa 70 jongeren die ten zuiden van de Lieshoutseweg wonen is de plek aan het Isidorusplein geschikt.
Uitdagende speelruimte Lieshout Speelas Lieshout Het aantal kinderen lijkt te dalen, maar nog altijd wonen er voldoende jeugdigen die speelen sportruimte nodig hebben. De Kuiperij is een sterke speelplaats die wordt gedragen door omwonenden, precies zoals de gemeente Laarbeek het graag ziet. Daarnaast heeft de grote skatebaan een behoorlijke aantrekkingskracht op jongeren tot buiten de kern. Om ook voor de kinderen in het zuidoosten van Lieshout genoeg speelruimte te kunnen bieden, is het zaak om ook daar te voorzien in een centrale plek. Enkele kleinere plekken waar niet veel jonge kinderen wonen kunnen omgevormd worden tot speelplekken zonder toestellen. Door met een beweegroute de bovenwijkse, twee centrale en twee steunplekken te verbinden ontstaat er een beweeg-, ontmoet, speel- en sportas.
Uitdagende speelruimte voor Lieshout
Speel- en sportmogelijkheden kinderen en jeugd Over het algemeen is er voldoende informele speelruimte voor kinderen van 0 tot en met 6 jaar te vinden in tuinen, (doodlopende) straten en groenstrookjes. Als er al wat minder informele speelruimte aanwezig is op straat blijken ook weinig (geen) kinderen te wonen en/of zijn er grote achtertuinen. Voor de jeugdigen van 6 tot en met 11 jaar vormen diverse overhoekjes, tussenpaden, straten, groen en bereikbaar buitengebied voldoende informele speelruimte. In de enquête wordt dan ook op verschillende plekken in de plantsoenen aangegeven dat er hutten gebouwd worden. De vraag ‘Hoever mag jij alleen?’ laat zien dat de Dorpstraat voor spelen een scheiding vormt in Lieshout. Van de 230 jeugdigen van 6 tot en met 11 jaar wonen er circa 80 aan de oostelijke en 150 aan de westelijke kant. Aangezien in het oostelijk gedeelte nu circa 50 kinderen van 0 tot en met 5 jaar wonen, wordt ingeschat dat het aantal jeugdigen komende 6 jaar zal afnemen. In het oostelijk deel vormt de speelplek aan de Kuiperstraat een zeer geschikte centrale speel-, sport- en ontmoetingsplaats. Dit komt ook naar voren uit de vele positieve waarderingen in de enquête. De speeltuin aan de Ruitjensakker wordt in de enquête ook diverse keren positief gewaardeerd. In de (ruime) omgeving wonen nog (net) 20 kinderen.
Vooralsnog kan deze speeltuin als steunplek voor kinderen en sporten van jeugdigen ingericht blijven. Mocht in toekomst de belangstelling voor deze plek afnemen (minder kinderen en jeugdigen in de buurt en/of aantrekkingskracht van de speelplek aan de Kuiperstraat) dan kan overwogen worden hier niet langer te (her)investeren. Rondom zowel de speelplek aan De Wolwever als aan de Revershof blijken nog geen 10 kinderen te wonen. Deze plekken worden voornamelijk negatief beoordeeld in de enquête. Voorgesteld wordt om deze tot informeel bespeelbare plekken om te vormen. Ten westen van de Dorpstraat wonen circa 150 jeugdigen. Gezien het aantal kinderen van 100 is de verwachting dat het aantal jeugdigen komende jaren zal afnemen. Wel worden er rondom het Hopveld nieuwe woningen gebouwd, waarmee weer meer kinderen en jeugdigen te verwachten zijn. Uit gedetailleerd onderzoek van de statistische gegevens blijkt ook dat de nu 100 kinderen zodanig over dit gedeelte verspreid wonen, dat er nergens meer dan 20 direct bij elkaar in de buurt wonen om een steunplek echt nodig te maken. Zo wonen rondom de speelplekken waar speeltoestellen voor kinderen staan - aan De Spil, De Ploeg, De Gaffel en De Schop - niet meer dan 5 tot 10 kinderen. Door de jeugd wordt in de enquête de speelplek aan De Gaffel gewaardeerd.
De reacties op de plek aan De Spil zijn gevarieerd: 'Er is geen speelgroen, er staan saaie toestellen'. Verder blijkt uit de enquête dat het spelen bij het kindcentrum De Sprankel aan de Grotenhof wordt gewaardeerd.
De reacties op de skatebaan aan de Floreffestraat zijn aardig om te lezen: (groot)ouders vermelden diverse keren 'voegt niet veel toe' terwijl de jeugd zelf deze speelplek diverse keren als 'echt leuk voor grotere jongens en meiden' aanmerkt.
Uitdagende speelruimte voor Lieshout
Naast de speelplek aan De Gaffel is nieuwbouw voorzien. Daarbij zijn ideeën voor een uitgebreide speelen sportplek; inclusief een pumptrack.
Gezien de spreiding van de kinderen en het aantal jeugdigen wordt voorgesteld in het westelijk deel één echt gave, uitgebreide centrale speel-, sport- en ontmoetingsplek voor alle leeftijden te realiseren. Een plek die echt de moeite waard is om 5 tot 8 minuten voor te lopen met je (klein)kind en waar de kans groot is leeftijdsgenoten aan te treffen. Daarvoor wordt de plek aan De Gaffel aangewezen: speelplek, sportplek (inclusief voetbal) en pumptrack. Deze is ruim, ligt mooi centraal in de buurt (diverse wegen en paden komen er als een spinnenweb op uit) en zal een functie voor de nieuwbouw hebben. Het is daarbij een goed idee om te overwegen de skatebaan van de Floreffestraat ook hier te plaatsen zodat er echt een speel- en sportplek is waar iedereen te vinden is. De overige speelplekken in het westelijk deel van Lieshout voegen - dan zeker - niet meer heel veel speelwaarde toe. Overwogen kan worden om de toestellen van deze speelplekken aan De Spil, De Ploeg en De Schop op de speelplek aan De Gaffel te herplaatsen. Sport- en ontmoetingsmogelijkheden jongeren en ouder Voor de circa 240 jongeren zijn in de meeste buurten diverse informele ontmoetingsplekken in de categorie What’s Up en Stay Around te vinden op bankjes, muurtjes en bijvoorbeeld in het centrum.
Voor hen, maar ook voor hondenuitlaters en om bewegen voor senioren met rollators en dergelijke te stimuleren, staan al op diverse geschikte plekken bankjes en randen, onder andere op de Heuvel. Mochten zich nog kansen voordoen het aantal locaties om even te zitten uit te breiden, dan deze zeker benutten. Ten aanzien van formele sport- en ontmoetingsruimte wordt geadviseerd om voor elke 100 jongeren van 12 tot en met 18 jaar in een buurt of enkele buurten samen een sport- en ontmoetingsplek beschikbaar te stellen. De inschatting is dat het aantal jongeren in Lieshout de komende 6 jaar nog iets zal groeien en dan een aantal jaren ongeveer gelijk zal blijven. Voorgesteld wordt om de plek aan De Gaffel ook voor deze leeftijdscategorie als centrale sport- en ontmoetingsplek ingericht te houden en te verbeteren, of zoals boven beschreven een van de ander locaties. Daarnaast kunnen de jongeren mede gebruikmaken van de sportplekken aan de Kuiperstraat en de Floreffestraat. De centrale speel- sport- en ontmoetingsplek aan de Kuiperstraat is ook zeer geschikt om ontmoeting- en beweegvoorzieningen aan te bieden voor de meer dan 240 65+’ers in Lieshout. Mocht de plek aan De Gaffel aangepakt worden, dan moet er goed nagegaan worden hoeveel behoefte (kans) er is om ook hier voorzieningen voor deze leeftijdscategorie te realiseren.
Uitdagende speelruimte Mariahout
Centraal en lokaal Mariahout is de kleinste kern van de gemeente Laarbeek, waardoor het aantal kinderen vergeleken met andere kernen vanzelfsprekend lager ligt. De centrale plek midden in het dorp is goed te bereiken voor iedereen uit Mariahout. Met twee steunplekken in de buurten waar nog meerdere jonge kinderen wonen kan een goede spreiding bereikt worden.
Uitdagende speelruimte voor Mariahout Speel- en sportmogelijkheden kinderen en jeugd In het algemeen is er voldoende informele speelruimte voor kinderen van 0 tot en met 6 jaar te vinden in tuinen, (doodlopende) straten en groenstrookjes. Daar waar wat minder informele speelruimte is op straat (Pastoor van Eijndhovenstraat) blijken ook weinig (geen) kinderen te wonen en/of zijn er grote achtertuinen. Voor de jeugdigen van 6 tot en met 11 jaar vormen diverse overhoekjes, tussenpaden, straten, groen en bereikbaar buitengebied voldoende informele speelruimte. In de enquête wordt dan ook op verschillende plekken in het buitengebied aangegeven dat er hutten gebouwd worden. Voor de circa 70 jeugdigen van 6 tot 11 jaar zou 1 goed ingerichte centrale speel- en sportplek aanwezig moeten zijn. In de huidige situatie zijn overigens alle (4) speelplekken in Mariahout (mede) geschikt voor jeugdigen. Voorgesteld wordt om de speelplek op het Oranjeplein als dé centrale ontmoetingsplek voor jong en oud uit Mariahout aan te wijzen. Deze wordt in de enquête diverse keren als leukste speelplek in de buurt aangewezen. Wel mogen er wat meer aantrekkelijker en uitdagender toestellen staan en mag de locatie landschappelijker ingericht worden. De recent ingerichte (natuurspeel)plek aan de Hoge Suute ligt op enkele minuten lopen van de speelplek op het Oranjeplein.
In de huidige situatie wonen er nog circa 25 kinderen van 0 tot en met 5 jaar in de nieuwbouw, maar naar verwachting zal dat aantal komende 5 tot 10 jaar weer afnemen. Natuurlijk zullen deze kinderen dan jeugdigen zijn, maar zij kunnen dan prima naar het Oranjeplein. Het was wellicht beter geweest om de inrichting voor jeugdigen op de Hoge Suute op het Oranjeplein te concentreren. Dan was daar invulling gegeven aan uitdagender speeltoestellen én een gecentraliseerde plek. Vooralsnog kan de speelplek aan de Hoge Suute als steunplek voor de kinderen dienen. Voor de circa 25 kinderen van 0 tot en met 5 jaar in het zuidelijk deel kan de speelplek aan de Plevierstraat dienen als steunplek en als steunplek voor het sporten (pannaveldje) voor de jeugd. Het trapveld aan de Koperwiek lijkt weinig gebruikt te worden en is in de enquête alleen als slechtste/stomste plek aangeduid. Gezien de aanwezigheid van het trapveld op het Oranjeplein en de pannakooi op de Plevierstraat kunnen (her)investeringen beter op de centrale speelplek plaatsvinden. Sport- en ontmoetingsmogelijkheden jongeren en ouderen Voor de circa 90 jongeren zijn in de meeste buurten diverse informele ontmoetingsplekken in de categorie What’s Up en Stay Around te vinden op bankjes, muurtjes en bijvoorbeeld in het centrum.
Voor hen, maar ook voor hondenuitlaters en om bewegen voor senioren met rollators en dergelijke te stimuleren, staan op diverse geschikte plekken, bijvoorbeeld langs de Mariastraat een of twee banken. Mochten zich nog kansen voordoen om het aantal locaties om even te zitten uit te breiden , dan deze zeker benutten. Ten aanzien van formele sport- en ontmoetingsruimte wordt geadviseerd om voor elke 100 jongeren van 12 tot en met 18 jaar in een buurt of enkele buurten samen een sport- en ontmoetingsplek beschikbaar te stellen. De inschatting is dat het aantal jongeren in Mariahout komende jaren ongeveer gelijk zal blijven. Voorgesteld wordt om de plek op het Oranjeplein ook voor deze leeftijdscategorie als centrale sport- en ontmoetingsplek ingericht te houden en te verbeteren. De centrale speel- sport- en ontmoetingsplek op het Oranjeplein is ook zeer geschikt om ontmoeting- en beweegvoorzieningen aan te bieden voor de meer dan 400 65+’ers in Mariahout. Vooralsnog zou het advies zijn om alle voorzieningen voor deze leeftijdscategorie daar te concentreren.
Inspraak
Enquête doelgroep Workshop raad Workshop ambtelijk Eerste scan
Enquête onder doelgroep Reacties (groot)ouders {links} en kinderen {rechts} 130 kinderen tussen de 4 en 18 jaar oud hebben een reactie gegeven, waarvan 100 tussen de 4-11 jaar en 30 tussen de 12-18 jaar. Iets meer dan de helft waren meisjes. Daarnaast vulden 270 (groot)ouders de enquête in.
31
Over het algemeen wordt vaak buitengespeeld. En veel met broer/zus, kinderen van school en kinderen uit de buurt. Helaas ook nog wel vaak alleen.
100
0
20
40
60
80
100
120
0
20
40
60
80
100
120
'Waar wij wonen zijn enkele leuke veldjes. Helaas staat er niks op de veldjes waardoor het niet uitdagend is voor kinderen om samen te spelen. Dat is zo ontzettend jammer. Met wat boomstammen, slootjes en struiken kan er al zoveel gespeeld worden met elkaar, wat weinig geld kost. Het zou fantastisch zijn als er meer van dit soort plekken gecreëerd worden voor kinderen in Beek en Donk. Het hoeft niet veel te kosten. Juist weinig geld en natuurlijke spullen zorgen voor optimale prikkeling van de fantasie. Samen spelen, samen LEREN spelen, iets wat nodig is voor de maatschappij.' 'Goed voor algehele motorische en cognitieve ontwikkeling. Het leren inschatten van gevaren. '
0
0
20
40
60
80
100
0
10
20
30
40
50
60
0
2
20
40
4
6
60
8
10
80
12
0
10
20
30
40
50
Enquête onder doelgroep Leukere speelplekken en vooral lekker op straat, bosjes en rennen zijn meest favoriete spelletjes. Bij de vraag ‘Waar ziet u kinderen spelen' en ‘Wat vind je leuk' scoren – bij optellen - op en buiten speelplekken bijna gelijk. Opvallend is dan wel dat een uitdagend toestel het meest gemist wordt. 'Het is veilig, er komen geen auto's, er kunnen hutten gebouwd worden, je ziet er dieren of sporen van dieren, je leert wat van de natuur kennen en het te waarderen' 0
10
20
30
40
50
60
0
20
40
60
80
100
'Is ook goed om op ander plaatsen te spelen' 'Het zijn activiteiten waarbinnen je creativiteit moet gebruiken en je je grenzen verlegt, wat goed is voor de ontwikkeling en vergroot zelfstandigheid.' 'Rondom huis wel. Op straat lijkt me met de huidige verkeersdrukte niet optimaal tenzij de straat als speelstraat wordt ingericht. veel vrijheid, veilig 'Meer buiten ipv binnen zodat zij ook de vrijheid ervaren van buiten zijn in een veilige omgeving' 'Ik vind het buiten spelen heel belangrijk voor de ontwikkeling en voor de sociale contacten'
0
5
10
0
50
15
100
20
150
200
0
10
0
20
20
40
30
40
50
60
80
100
Voor kinderen is net als (groot)ouders tekening 3 favoriet. Zie volgende pagina.
0
5
10
15
20
25
Enquête onder doelgroep
61 32 5 0
20
0
0
40
10
2
60
20
4
30
6
80
0
20
40
40
50
0
8
10
0
80
Plek 3
200
250
Plek 2
30
40
Plek 1
60
50
10
100
150
20
Enquête onder doelgroep Reacties jongeren Er lijken wel te weinig plekken voor jongeren. Rondhangen is de meest favoriete bezigheid. Zitplekken zijn (en blijven) de belangrijkste succesfactor bij jongerenplekken.
0
5
10
0
15
2
4
6
8
10
12
Inspraak jongerenwerk 'De afgelopen tijd is er veel overlast geweest van hangjongeren bij de muziektuin, een groep van ongeveer 30 jongeren. Om de overlast minder te maken, is nu de Boemerang een avond in de week geopend. Daar gaan de jongeren ook wel heen. Andere plek waar de laatste tijd weer wat meer klachten over komen, is aan de achterkant van het ontmoetingscentrum in Beek en Donk onder de overkapping. Verder hangen er ook wel jongeren in de bossen van Mariahout, daar komen echter geen klachten over binnen. En bij Cendra in Aarle-Rixtel, daar worden ze gedoogd.
Bart geeft aan dat de jongeren behoefte hebben aan een eigen plek, liever niet bij een speeltuin. In de praktijk zie je dat er door de jongeren ook wel middelen worden gebruikt en de resten daarvan wil je niet in een speeltuin terugvinden.
0
5
0
5
10
15
20
10
15
20
0
0
5
5
10
10
15
20
15
20
Wat willen de jongeren: droog staan, niet te ver van een supermarkt vandaan, een vuilnisbak in de buurt en het zou helemaal mooi zijn wanneer er wifi aanwezig is.'
Enquête onder doelgroep Wat speelde u vroeger toen u een jaar of 10 was?
Wilt u dat de kinderen van nu ook zo kunnen / mogen spelen?---Waarom wel / niet?
Enquête onder doelgroep Wilt u dat de kinderen van nu ook zo kunnen / mogen spelen?---Waarom wel / niet?
Workshop raadscommissie Doel: ophalen randvoorwaarden voor speelruimtevisie
Input commissie: Gevraagd werd naar de consequenties van het beleid op de plekken in de gemeente Laarbeek. Er zijn namelijk veel plekken die er netjes uitzien en vooral getypeerd kunnen worden als speelweiland. Deze plekken ombouwen naar een wat ruwere plek, zou een behoorlijke investering en verbouwing vragen. Iemand anders bracht in dat kinderen zich het beste vermaken tijdens de kindervakantieweken. Hier doen ze aan hutten bouwen, timmeren en slopen. Tegenwoordig krijgt men daar steeds meer problemen mee, in verband met het voorkomen van risico’s en de aansprakelijkheid voor als het misgaat. Niemand wil meer de verantwoordelijkheid dragen. Verder geeft iemand aan dat er weinig verborgen plekken zijn in de gemeente. Er moet meer vrijheid komen voor kinderen.
Enkele speelherinneringen
Enkele speelherinneringen
Enkele speelherinneringen
Iemand had veel ruimte als kind. Bouwde veel hutten en uiteindelijk was de hele achtertuin een hut. Hij was altijd buiten.
Een ander woonde tegenover een vijver die op dat moment werd uitgegraven. Ook werden er allemaal huizen gebouwd, waardoor hij veel struinde op bouwplaatsen. Hij maakte zijn eigen spel.
Een derde speelde ook altijd buiten, zoals voetballen en hutten bouwen.
Workshop raadscommissie Kinderen moeten hun grenzen leren ontdekken. Dat betekent speelplaatsen zonder hekken of andere afscheiding. Een heg is overigens nog tot daaraan toe. Ook mag er best wat gevaar aanwezig zijn op de speelplekken. Daar leren kinderen namelijk alleen maar van. Ook wordt aangegeven dat ouderen het leuk vinden om de jeugd te zien spelen. Het is wel zo inclusief om speelplekken in de buurt van ouderen te situeren. Hier wordt tegen ingebracht dat ouderen dit lang niet altijd leuk vinden en dat daar ook regelmatig over wordt geklaagd. Er wordt gezegd dat kinderen in de gemeente Laarbeek elkaar onvoldoende ontmoeten. Ook de ontmoeting met natuur kan beter in de gemeente. Er mogen bij voorkeur geen speelplekken weggehaald worden, maar de plekken moeten worden aangepast naar het demografische profiel van de inwoners rondom.
Reacties ambtelijke inbreng Het is belangrijk om samen met de buurt dingen te ondernemen. Dit gaat in de gemeente Laarbeek heel vaak goed. Toch komt het ook voor dat participatieprojecten niet goed van de grond komen, wat kan leiden tot onvrede in een buurt. Voorbeelden van goede initiatieven zijn onder andere in Aarle-Rixtel, waar de stichting van betrokken inwoners het werk van ambtenaar in die kern praktisch heeft overgenomen.
Hierbij fungeert de gemeente als achtervang. De grond is van de gemeente, waardoor de gemeente ook eindverantwoordelijke is wanneer er dingen misgaan op die grond.
Vanuit de raad wordt aangegeven de Kuiperij in Lieshout een mooi initiatief te vinden. Hierbij wordt gemeld dat bij een andere speelplek in dezelfde kern het lastig is om de buurt te mobiliseren, omdat de demografische samenleving van die buurt niet meer aansluit op de doelgroep waarvoor de speelplek is bedoeld.
Ook geeft de raad aan de toestellen erg duur te vinden. Op de vraag of mensen niet zelf toestellen kunnen maken, wordt als antwoord gegeven dat dit lastig is, omdat toestellen gecertificeerd moeten worden. Dit betekent dat bepaalde toestellen niet veilig genoeg zijn om in de openbare ruimte geplaatst te kunnen worden.
Workshop ambtelijk Is er genoeg speelruimte in Laarbeek?
Hoe belangrijk vind je spelen binnen de inrichting van de openbare ruimte?
In welk vakgebied werk je? Beheer openbare ruimte
Nee er is niet veel en van onvoldoende kwaliteit
91 – 100
Nee er is beperkte speelruimte
81 – 90 71 – 80
Sportcoach van Laarbeek
Ja maar van onvoldoende kwaliteit
61 – 70
Civiel
51 – 60
Beleid sociaal domein, jeugd
Ja maar teveel verspreid
Sport en beweging
41 – 50
31 – 40
Ja precies goed
21 – 30 11 – 20
Ja veel te veel
1 – 10 0
0,5
1
1,5
2
2,5
Kun je aangeven hoe belangrijk de stem van kinderen is versus die van volwassenen?
0
0,5
1
1,5
2
2,5
Wat is binnen jouw vakgebied je raakvlak met spelen? Ik beheer de speelplekken en ontwikkel nieuwe locaties Elke vorm van beweging met name in speelgebieden voor de inwoners van Laarbeek Alles wat met bewegen te maken heeft, zowel buiten als binnen in de gymzalen
Welke thema’s vind jij in het Speelruimtebeleid het belangrijkst? (max. 5)
Inrichting van openbare ruimte
91 – 100
groene schoolpleinen
81 – 90
De doelgroep
communicatie & voorlichting
71 – 80 61 – 70
(veilig) in stand houden van…
51 – 60
plek voor senioren:…
41 – 50 31 – 40
centrale speelplekken in de buurt
21 – 30 11 – 20
eigen initiatieven bewoners,…
1 – 10
natuurlijk spelen (bosjes, veldjes,… 0
0,2
0,4
0,6
0,8
1
1,2
1 – 10 11 – 20
21 – 30 31 – 40
Kun je aangeven hoe belangrijk de stem van kinderen is versus die van volwassenen?
41 – 50 51 – 60 61 – 70
Hoe belangrijk vind je spelen binnen de inrichting van de openbare ruimte?
71 – 80 81 – 90 91 – 100 0%