4 20250227 1 GGD advies Artex def
Tekst van het document
Gemeente Laarbeek Tav mw. Kim van Meegdenburg Postbus 190 5740 AD Beek en Donk
Kenmerk:
WBGMV-573577165-38478
Datum:
25 november 2024
Behandeld door:
R. Selen/A. Wientjes/J. Dijkers
E-mail:
r.selen@ggdgmv.nl
Onderwerp:
155051: gezondheidskundige beoordeling metingen Artex (2024)
Geachte mevrouw Van Meegdenburg,
Aanleiding In de gemeente Laarbeek ligt een textielbedrijf, genaamd Artex. Dit textielbedrijf veroorzaakt in de (directe) leefomgeving geuroverlast. Ook zijn er zorgen met betrekking tot het voorkomen van ziekten in relatie tot de uitstoot van het bedrijf. De GGD is met tussenpozen van enkele jaren ongeveer 15-20 jaar betrokken bij deze casus en heeft in het verleden ook contact gehad met burgers die overlast (hebben) ervaren. Door de jaren heen zijn er meerdere metingen verricht naar de uitstoot van de fabriek en de gemeente Laarbeek heeft deze laten beoordelen door de GGD/RIVM. De conclusie van deze metingen luidde de afgelopen jaren: “Er zijn verschillende stoffen (inclusief de VOC) in (zeer) lage concentraties gemeten. De gemeten concentraties zijn dusdanig laag dat het niet verwacht wordt dat deze stoffen bij de gemeten concentraties op zowel korte als lange termijn gezondheidseffecten veroorzaken. De gemelde gezondheidsklachten door omwonenden kunnen niet verklaard kunnen worden door de gemeten concentraties aan stoffen. Dit wil niet zeggen dat de gezondheidsklachten niet terecht zijn. Verwacht wordt dat de gezondheidsklachten veroorzaakt worden door de geur die mensen ruiken.”
Gezondheid Milieu en Veiligheid Postbus 3024 5003 DA Tilburg 088 - 3687800 milieu@ggdgmv.nl
Korte beschrijving Omwonenden hadden de wens om meer bij (het opstellen van) de metingen betrokken te worden om de resultaten van de metingen en de beoordeling beter te kunnen begrijpen en daarmee te vertrouwen. Daarop is besloten om samen met (een deel van de) omwonenden een meetplan op te stellen en de metingen in samenspel met de omwonenden uit te voeren. De metingen zijn in april 2024 uitgevoerd in een “worst-case”-setting (maximale productie van Artex: op alle (4) beschikbare lijnen), waarbij ook de weersomstandigheden bijdroegen aan de "worst-case". Bij deze weeromstandigheden ontstonden in het verleden de meeste klachten. Voor een beschrijving van de uitgevoerde metingen wordt verwezen naar het rapport wat de GGD beoordeeld heeft: -
Rapport Inspectie luchtemissie stalen schoorsteen mbt “VOS, ammonia, stof en geur”. Artex, Bosscheweg 79 te Aarle-Rixtel. OMWB-TMO, 30-5-2024.
Beoordeling De GGD heeft gekeken naar de concentraties op leefniveau. Deze worden ook wel immissies genoemd. De RUD Zuid-Limburg heeft hier metingen naar verricht. Deze metingen hebben als basis gediend voor een gezondheidskundige beoordeling. Goed hierbij om te beseffen is dat de metingen op leefniveau een totaal beeld geven van de aangetroffen stoffen. Andere (bedrijfs)activiteiten in de omgeving (hoewel aan een aantal bedrijven is gevraagd om hier rekening mee te houden tijdens de metingen), maar ook verkeer en activiteiten van omwonenden zelf kunnen in enige mate hebben bijdragen hebben in de resultaten van deze metingen. Concentraties aan stoffen Voor de aangetroffen stoffen is gekeken naar de aanwezigheid van het zogenaamde Maximaal Toelaatbare Risico (oftewel: MTR). Dit is de concentratie van een stof (bodem, sediment, water, lucht) waar beneden gezondheidsrisico’s nihil zijn. Een MTR is een jaargemiddelde concentratie. Dat betekent in deze casus dat de gemeten concentraties getoetst worden alsof die concentraties het hele jaar, 24/7, aanwezig zijn in de buitenlucht. Dat is een overschatting omdat de fabriek niet 24u per dag op de maximaal mogelijke productiecapaciteit draait. Voor een deel van de stoffen is geen MTR aanwezig.
Voor de stoffen waarbij geen MTR voor beschikbaar is, is gekeken of een andere advieswaarde/methode geschikt zou kunnen zijn voor een beoordeling. Voor een beperkt aantal stoffen blijkt een Tijd Gewogen Gemiddelde (TGG) als alternatief voor het MTR beschikbaar. Deze advieswaarde wordt doorgaans gebruikt om blootstelling bij werknemers (8 uur) te beoordelen. Geur De GGD heeft het aspect geur beoordeeld. Met een zogenaamde LOA (Limit of Odour Awareness) kan een beeld worden gekregen of een stof bij een bepaalde concentratie (in de omgeving) door een groot deel van de bevolking duidelijk waargenomen kan worden.
2
Hoewel deze bepaling niet waterdicht is (geurgevoelige persoon kunnen een stof vaak al veel eerder ruiken), kan het wel gebruikt worden om een beeld te krijgen wat er gemiddeld waargenomen/geroken wordt in een (woon)omgeving. Bevindingen bedrijfsbezoek Artex Op 15 oktober 2024 heeft de GGD (te weten: Judith Dijkers en Roel Selen) een bedrijfsbezoek aan Artex gebracht, op uitnodiging van Peter Bekkers van de Omgevingsdienst Brabant Zuid Oost. Huub Verhagen, manager van dhr. Bekkers, was ook bij het bedrijfsbezoek aanwezig. Bevindingen: -
Geur: buiten op de parkeerplaats van Artex is af en toe een lichte verflucht waargenomen. In de productiehal met spanramen is een licht chemische lucht waargenomen;
-
Artex heeft een verfkeuken waar de grondstoffen met elkaar gemengd worden. Deze mengverhouding kan in viscositeit iets wijzigen (soms is een dikkere vloeistof wenselijk voor meer verduistering), maar de grondstoffen blijven in de basis hetzelfde. Datgene wat gemeten is, is representatief voor de producten die zij toepassen;
-
Artex is bezig om hun gebouwen te verduurzamen, dat wil zeggen: oude (asbest)daken eraf en nieuwe, geïsoleerde daken erop. Voor de GGD brengt de aanwezigheid van een asbest dak een verwaarloosbaar risico met zich mee. Het vernieuwen van de daken zorgt ervoor dat de temperatuur beter beheersbaar wordt, met name in de zomer;
-
Ook de grondstoffen die zij toepassen worden verbeterd. Zo worden zogenaamde zeer zorgwekkende stoffen (oftewel: ZZS stoffen) en potentieel ZZS-stoffen ((p)ZZS stoffen) in de gaten gehouden; Artex wil vanwege de hoge complexiteit in receptuur en tijdsinspanning die het kost om de receptuur aan te passen al anticiperen door (p)ZZS stoffen niet te gebruiken, of de gebruikte stoffen vast uit te faseren;
-
De ODZOB geeft aan dat in hun ogen de belangrijkste oorzaak voor de geuroverlast de rook is met (letterlijk) zware componenten die relatief snel neerdalen in de directe omgeving van het bedrijf. Als mogelijke oplossing wordt door de ODZOB aangegeven om een hogere schoorsteen te gebruiken en de emissies door middel van warmte en een ventilator hoger in de lucht te brengen. Andere mogelijke oplossing: bekijken welke grondstoffen lage geurdrempels bevatten en daar geschikte alternatieven voor proberen te vinden;
-
De installatie van de nieuwe luchtwasser heeft het aantal klachten doen verminderen. De oude installatie wordt ook nog gebruikt als aanvulling;
-
De ODZOB geeft aan dat de luchtbehandelingskast mogelijk teveel lucht afzuigt in de fabriek (voor de arbeidsomstandigheden is het niet nodig om zo’n grote capaciteit aan afzuiging te hebben). Er heerst hierdoor een constante onderdruk, ook met ramen open (er ligt een afspraak dat Artex de ramen niet open mag hebben).
3
Conclusie De metingen zijn uitgevoerd tijdens een worst-case productieproces op alle 4 de spanramen. Worst case zijn de processen die in het verleden veel klachten opleverden, processen die veel worden gedraaid en waarin mogelijk gevaarlijke stoffen worden toegepast. Bovendien is er gemeten tijdens weersomstandigheden waarbij in het verleden de meeste klachten gemeld werden. Tijdens de meting sloeg de pluim neer bij de woningen. De concentraties zijn dus in een worst case scenario gemeten. De werkelijke concentraties liggen jaargemiddeld gezien lager. Hieronder vindt u de belangrijkste conclusies en adviezen. Team GMV concludeert voor de concentraties aan stoffen dat: -
Er zijn verschillende stoffen in zeer lage concentraties aangetroffen (vaak lager dan de detectiegrens). De gemeten concentraties zijn zodanig laag dat niet verwacht wordt dat deze stoffen bij de gemeten concentraties op zowel korte als lange termijn gezondheidseffecten veroorzaken. Hiervoor geldt dat: o
Alle beoordeelde stoffen, waarvoor een MTR voorhanden is, lager scoren dan het MTR;
o
Voor een aantal stoffen het MTR lager is dan de detectielimiet. Hierover kunnen geen verdere uitspraken worden gedaan;
o
Voor een beperkt aantal stoffen is een TGG aanwezig. De aangetroffen gehalten vallen allemaal (ruimschoots) lager uit dan het TGG (is primair bedoeld om risico’s voor werknemers te beoordelen);
-
Er zijn een aantal stoffen op leefniveau aangetroffen die (zeer) lage geurdrempels hebben, zoals methylmercaptaan. Deze stof is dan ook in zeer lage concentraties in de leefomgeving aangetroffen (de drempel voor het duidelijk waarnemen van de geur lag hierbij lager dan de detectiegrens). Op basis van de metingen wordt dan ook niet uitgesloten dat personen die meer geurgevoelig zijn een dergelijke stof daadwerkelijk kunnen ruiken en daarmee (tijdelijke) klachten (hinder, misselijk, hoofdpijn, braakneigingen) kunnen ondervinden. Deze klachten worden dus niet veroorzaakt door de concentraties aan stoffen, maar door de geur die mensen ruiken.
4
Advies Team GMV adviseert u het volgende: -
Laat de door de ODZOB aangedragen mogelijke oplossing (hogere schoorsteen, in combinatie met warmte en een ventilator) verder onderzoeken op haalbaarheid;
-
Bekijk of er grondstoffen in het productieproces aanwezig zijn met een lage geurdrempel en die mogelijk vervangen kunnen worden.
Als u nog vragen heeft over de bevindingen of adviezen, kunt u contact opnemen met Team GMV, telefoonnummer 088-6392808. Met vriendelijke groet, Mede namens Astrid Wientjes en Judith Dijkers,
Roel Selen Adviseur Milieu en Gezondheid Team Gezondheid, Milieu en Veiligheid, GGD’en Brabant
5