CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

4 20230126 Subsidieregeling Regulier peuterwerk en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek.pdf

Commissie Sociale & Algemene Zaken 26 januari 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen2.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Subsidieregeling regulier peuterwerk en vroeg- en voorschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023 Intitulé Subsidieregeling regulier peuterwerk en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek; gelet op artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op artikel 159 en 160 Wet op het Primair Onderwijs; gelet op de Algemene subsidieverordening gemeente Laarbeek 2021; gelet op het Beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022; gelet op het Beleidsplan regulier peuterwerk en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023. Besluit: vast te stellen Subsidieregeling regulier peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023. Artikel 1.

Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: • Algemene Subsidieverordening: De Algemene subsidieverordening gemeente Laarbeek 2021; • College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek; • Gemeente: Gemeente Laarbeek; • Houder: Degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert; • Landelijk Register Kinderopvang (LRK): Register waarin kindercentra zijn opgenomen die voldoen aan de geldende wet- en regelgeving; • Kindercentrum: Een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang en welke is ingeschreven in het LRK; • Kinderopvang: Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot 4 jaar; • Ouder(s): Ouder(s)/verzorger(s) van de peuter die woonachtig is in de gemeente Laarbeek; • Peuter: bij de gemeente Laarbeek in het Basisregistratie Personen ingeschreven kind van 2,5 tot 4 jaar; • Subsidie: Subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht, inhoudende de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten; • Kinderopvangtoeslag (KOT): Tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd aan ouders conform de regels

van de Belastingdienst, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kindercentrum; • Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE): Kortdurend aanbod in een kindercentrum voor doelgroeppeuters waarin op gestructureerde wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van doelgroeppeuters op het gebied van de 4 ontwikkelings-domeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling; de gemeente heeft een verantwoordelijkheid voor het faciliteren van Voorschoolse Educatie (VE) voor kinderen tussen 2,5 en 4 jaar, daarover gaat deze regeling; • Peutergroep: Een groep bestaande uit maximaal 16 peuters die door een combinatie van gemeentesubsidie, ouderbijdrage en KOT wordt gefinancierd. De groep bestaat uit zowel peuters met als zonder VVE-indicatie;

• • • • • •

Doelgroeppeuter: Een kind, woonachtig in de gemeente Laarbeek in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, die op VVE-indicatie van het consultatiebureau in aanmerking komt voor een doelgroeppeuterplaats; Doelgroeppeuterplaats: Kortdurend aanbod in een kindercentrum voor doelgroeppeuters van 2,5 tot 4 jaar van (maximaal) 16 uur per week verdeeld gedurende 40 weken per jaar; Reguliere peuterplaats: Kortdurend aanbod in een kindercentrum voor peuters, zonder indicatie doelgroeppeuter, van 2,5 tot 4 jaar van (maximaal) 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar; Kostendekkende uurprijs: Dit is de uurprijs die de gemeente betaalt aan de houder voor een uur regulier peuterwerk en VVE. Adviestabel VNG: Adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van de VNG voor het betreffende jaar, zoals jaarlijks gepubliceerd op de website van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten); Inkomensafhankelijke ouderbijdrage: Financiële bijdrage die de ouders moeten betalen voor de afname van een reguliere peuterplaats en doelgroeppeuterplaats conform de adviestabel VNG;

Artikel 2. Doel Het doel van deze regeling is het door subsidiëring bieden van een toegankelijk, kwaliteitsvol en dekkend aanbod van regulier peuterwerk en voorschoolse educatie in de gemeente Laarbeek zodat er binnen de gemeente gelijke en optimale ontwikkelkansen voor kinderen zijn. Artikel 3. Reikwijdte Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op subsidies die door het college worden verstrekt voor reguliere peuterplaatsen en doelgroeppeuterplaatsen. Artikel 4. Subsidieaanvrager De subsidie wordt aangevraagd door de houder van het kindercentrum die is gevestigd in de gemeente en opgenomen in het LRK als VVE-locatie. Artikel 5. Grondslag subsidie reguliere peuterplaats en doelgroeppeuterplaats 1. De hoogte van de subsidie is gebaseerd op het werkelijk aantal peuters in de volgende categorieën: 1. Peuters van ouders met recht op KOT, regulier, 2. Peuters van ouders met recht op KOT, doelgroep, 3. Peuters van ouders zonder recht op KOT, regulier, en 4. Peuters van ouders zonder recht op KOT, doelgroep. artikel 7 licht de bekostiging per categorie toe. 2. De subsidie wordt verleend voor het tijdvak van een kalenderjaar. 3. De houder geeft bij plaatsing voorrang aan doelgroeppeuters. 4. Voor een reguliere peuterplaats geldt een verplichting van deelname van 2 dagdelen per week.

Bij een doelgroeppeuterplaats geldt een verplichting van deelname van 4 dagdelen per week. Indien de peuter de reguliere peuterplaats of doelgroeppeuterplaats niet het gehele jaar bezet, wordt de subsidie naar rato verstrekt. 5. De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter, om welke reden dan ook, de voorschoolse voorziening verlaat. Artikel 6. Subsidievoorwaarden Om voor subsidie in aanmerking te komen dient de houder aan de volgende subsidievoorwaarden te voldoen: a. De houder voldoet aan de kwaliteitseisen vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse voorzieningen en aan de wettelijke eisen voor voorzieningen met een VVE aanbod; b. De houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van het jonge kind; c. Het VVE-programma is doelgericht en besteedt aandacht aan de vier ontwikkelingsdomeinen: Nederlandse taalontwikkeling, reken-/denkontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en psychomotorische ontwikkeling;

2

d. De houder maakt gebruik van een instrument/kindvolgsysteem waarmee de brede ontwikkeling van peuters wordt gevolgd. Dit kindvolgsysteem voldoet aan de eisen die hieraan worden gesteld door de Inspectie van het Onderwijs; e. De houder zet een pedagogisch beleidsmedewerker VVE (vanaf 1 januari 2022) volgens de urennorm in; f. De aanbieder zorgt voor een warme overdracht van de doelgroeppeuter VVE naar de basisschool; g. De houder neemt deel aan de werkgroep VVE op initiatief van de gemeente; h. Partijen verstrekken jaarlijks gegevens aan de gemeente voor de VVE-monitor en de uitkomsten van de resultaatafspraken ter verantwoording van dat jaar; i. De houder verstrekt 2 keer per jaar, per teldatum 1 oktober en 1 april, een overzicht van het aantal peuters dat deelneemt aan het reguliere peuterwerk en VVE. Voor het overzicht wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente beschikbaar gesteld format; j. De houder dient een registratie bij te houden. Deze registratie omvat gegevens met betrekking tot de peuter en ouders: a. een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders; b. bewijs geen recht op KOT; c. naam, geboortedatum en BSN van de peuter waarop de subsidie betrekking heeft; d. indien het gaat om een doelgroeppeuterplaats, een bewijs van indicatiestelling VVE van het consultatiebureau.

De houder kan deze gegevens indien gewenst binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente; k. De houder verleent medewerking aan een (on)aangekondigde controle van het college, Inspectie van het Onderwijs en de GGD. De controle kan gericht zijn op het toetsen van de kwaliteit van de voorschoolse voorziening als ook op de inhoud en de juistheid van de gegevens conform lid j; l. De houder komt in aanmerking voor subsidie wanneer er door de houder, op basis van de bij de aanvraag overlegde gegevens zoals bedoeld in artikel 12, derde lid, een of meer VVE-groepen, met 13 tot en met 16 peuters, waarvan 5 tot en met 8 doelgroeppeuters, gerealiseerd worden. Wanneer een VE-houder zelf de doelgroeppeuters wil verspreiden op de groepen, dan is de voorwaarde dat de VE-kwaliteit voor alle groepen wordt gegarandeerd. De bekostiging verandert hiermee niet. m. De voorwaarde zoals bedoeld in artikel 6, onder l, geldt niet indien de houder de enige VVE-aanbieder in een dorpskern is. Artikel 7. Bekostiging De gemeente subsidieert voor de volgende type peuter/ ouder per VE-groep: Type peuters/ouders

Berekening eerste 8 uur (toegang)

Berekening eerste 8 uur (kwaliteit VE)

1. Peuters van ouders met recht op KOT, regulier

n.v.t.

320 uur x €1,50*

Berekening tweede 8 uur (toegang én kwaliteit VE) n.v.t.

2. Peuters van ouders met recht op KOT, doelgroep

n.v.t.

320 uur x €1,50* OF €2,42**

320 uur x (€8,97*** + €1,50*)

3. Peuters van ouders zonder recht op KOT, regulier 4. Peuters van ouders zonder recht

320 uur x €8,97*** (minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage

320 uur x €1,50*

n.v.t.

320 uur x €8,97*** (minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage)

320 uur x €1,50 *OF €2,42**

320 uur x (€8,97***+ €1,50* OF €2,42**)

3

Toelichting

De gemeente betaalt voor kwaliteit VE voor de eerste 8 uur, want de ouders betalen zelf een inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor toegang VE. De gemeente betaalt voor de eerste 8 uur alleen voor kwaliteit VE, want ouders betalen zelf een inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor toegang VE. Voor toegang en kwaliteit VE van tweede 8 uur betaalt de gemeente alles ('gratis'). De gemeente betaalt mee aan toegang en kwaliteit VE voor de eerste 8 uur.

De gemeente betaalt mee aan toegang en kwaliteit VE voor de eerste 8 uur. Voor toegang en

op KOT, doelgroep

kwaliteit VE van tweede 8 uur betaalt de gemeente alles ('gratis').

*€1,50: dit is de gemeentelijke ‘plus’ voor een uur ‘basiskwaliteit VE’ voor doelgroeppeuters die in een VE-groep zitten met 0 tot 4 doelgroeppeuters en voor reguliere peuters. Dit bedrag geldt voor 2023 en kan jaarlijks iets afwijken. **€2,42: dit is de gemeentelijke ‘plus’ voor een uur ‘extra kwaliteit VE’ voor doelgroeppeuters die in een VE-groep zitten met 5 tot 8 doelgroeppeuters. Dit bedrag geldt voor 2023 en kan jaarlijks iets afwijken. €8,97: dit is het fiscaal maximumuurtarief voor de kinderdagopvang van de Belastingdienst in 2023, zie artikel 9.

Artikel 8. Inkomensafhankelijke ouderbijdrage en inkomensverklaring 1. Alle ouders, die geen recht hebben op KOT, betalen over het eerste en tweede dagdeel, zijnde 8 uur per week verdeeld over 2 dagdelen met een maximum van 4 uur per dagdeel, maal 40 weken per jaar, een inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform de jaarlijkse adviestabel VNG. 2. De hoogte van de ouderbijdrage wordt, voor ouders die geen recht hebben op KOT, bij de start van elk kind, door de houder vastgesteld op basis van het gezamenlijk toetsingsinkomen gezin. Hiertoe wordt door ouders een inkomensverklaring van de belastingdienst (IB60) overgelegd. 3. De ouderbijdrage wordt betaald aan de houder. 4. De houder int zelf de ouderbijdrage en is verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers. Artikel 9. Maximumuurtarief 1. De gemeente streeft ernaar dat houders een uurtarief voor VE hanteren dat niet uitkomt boven het maximum uurtarief. 2. Dit maximumuurtarief is gelijk aan het fiscaal maximumuurtarief voor de kinderopvang van de Belastingdienst. Het maximumuurtarief wordt jaarlijks door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld. Artikel 10. Kostendekkende uurprijs 1. De gemeente betaalt aan de houder een kostendekkende uurprijs voor een reguliere peuterplaats en een doelgroeppeuterplaats. 2. Het college stelt jaarlijks voor 1 oktober de kostendekkende uurprijs vast.

Deze is gebaseerd op de kosten voor verschillende kwaliteitsaspecten van VE, de maximale vergoeding van het Rijk voor KOT) en (CBS-)-indexering voor autonome prijsstijging. Artikel 11. Subsidieplafond 1. De raad stelt jaarlijks bij de begrotingsbehandeling het subsidieplafond vast. 2. Indien het totaal van de aangevraagde subsidie het vastgestelde subsidieplafond overschrijdt, wordt voorrang gegeven aan doelgroeppeuters. 3. De subsidieverlening gaat op basis van een reële inschatting van het aantal bezette reguliere peuterplaatsen en doelgroeppeuterplaatsen, verdeeld in ouders die recht hebben op KOT en ouders die geen recht hebben op KOT. De aantallen zijn gebaseerd op het voorafgaande jaar en nieuwe ontwikkelingen die invloed hebben op de aantallen. Artikel 12. Subsidieaanvraag en subsidieverlening 1. De houder dient jaarlijks schriftelijk vóór 1 september een subsidieaanvraag om subsidieverlening in bij het college. De subsidieaanvraag heeft betrekking op het nieuwe kalenderjaar. 2. Op de subsidieaanvraag is de Algemene subsidieverordening van toepassing. 3. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente beschikbaar gesteld format.

De subsidieaanvraag bevat een overzicht van een reële inschatting van het aantal bezette reguliere peuterplaatsen en doelgroeppeuterplaatsen voor het nieuwe kalenderjaar, verdeeld in ouders die recht hebben op KOT en ouders die geen recht hebben op KOT. 4. De gemeente informeert de houder vóór 31 december van hetzelfde jaar over het besluit van het college over de subsidieaanvraag.

4

Artikel 13. Subsidieverantwoording en subsidievaststelling 1. Op de subsidieverantwoording en subsidievaststelling is de Algemene subsidieverordening van toepassing. 2. De houder dient jaarlijks schriftelijk vóór 1 april een subsidieverantwoording in bij het college. De subsidieverantwoording heeft betrekking op het voorgaande kalenderjaar. Op basis van de subsidieverantwoording stelt de gemeente de subsidie vast binnen 13 weken na het indienen van de verantwoording. 3. De aanvraag tot subsidievaststelling omvat: a. Een inhoudelijk verslag met de wijze waarop de brede ontwikkeling van het kind gevolgd wordt, wijze van evaluatie van begeleiding, kwaliteit en resultaten, wijze waarop gericht ouderenbeleid wordt gevoerd, informatieoverdracht bij overgang van kindcentrum naar basisschool, en samenwerking met andere organisaties. b. Een overzicht van het werkelijke aantal bezette reguliere peuterplaatsen en doelgroeppeuterplaatsen, verdeeld in ouders die recht hebben op KOT en ouders die geen recht hebben op KOT en voorzien van uren regulier peuterwerk en VVE dat is afgenomen. Tevens wordt inzichtelijk gemaakt het totaal aan inkomsten ontvangen ouderbijdrage van ouders die geen recht hebben op KOT. Voor het overzicht wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente beschikbaar gesteld format. 4.

Indien uit de vaststelling blijkt dat er sprake is van minder bezette reguliere peuterplaatsen en doelgroeppeuterplaatsen dan waarop de subsidieverlening was gebaseerd kan het te veel aan subsidie worden teruggevorderd. Artikel 14. Bevoorschotting en betaling 1. Indien de beschikking tot subsidieverlening meer dan € 15.000,- bedraagt gaat het college over tot bevoorschotting van de subsidie. Het college bepaalt de hoogte van het voorschot en het aantal termijnen waarin dit betaalbaar wordt gesteld. Voorschotten worden verrekend bij de vaststelling van de subsidie. 2. De subsidie wordt uitbetaald aan de houder. Artikel 15. Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college besluiten een verzoek om subsidieverlening te weigeren, indien: 1. de aanvraag onvoldoende of niet in het belang dan wel in strijd is met de doelstelling van deze regeling als bedoeld in artikel 2. 2. de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden voor subsidieverlening als genoemd in deze regeling. 3. het college een handhavingsbesluit heeft genomen naar aanleiding van een constatering van een overtreding door een toezichthouder, dan wel in het geval bij het college het voornemen bestaat om handhavend op te treden. 4.

Regulier peuterwerk en voorschoolse educatie waar subsidie voor wordt aangevraagd al op een andere manier of in voldoende mate in Laarbeek georganiseerd worden. In het kader van continuïteit en kwaliteit gaan in dat geval reeds gevestigde VVE-aanbieders voor nieuwe VVE-aanbieders. 5. Indien uit de vaststelling van de subsidie blijkt dat er structureel niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6 kan de aanvraag voor het opvolgende jaar geweigerd worden, nadat houder in de gelegenheid wordt gesteld om te onderbouwen waarom er (structureel) niet aan de voorwaarde wordt voldaan. Artikel 16. Aanvullende bevoegdheid In die gevallen, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college. Artikel 17. Hardheidsclausule Het college kan artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het doel van deze subsidieregeling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 18. Inwerkingtreding en overgangsbepaling

5

1. De subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2023, met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid. 2. De bepalingen zoals bedoeld in artikel 6, onder l en m, artikel 7, artikel 8, artikel 9 en artikel 10 treden in werking vanaf 1 januari 2024, met dien verstande dat deze bepalingen geldend zijn voor subsidieaanvragen voor het kalenderjaar 2024 en verder. Artikel 18. Slotbepalingen 1. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Subsidieregeling regulier peuterwerk en vroeg- en voorschoolse educatie gemeente Laarbeek 2023’. 2. Deze verordening treedt op 1 januari 2023. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van Burgemeester en wethouders van 20 december 2022. de loco-gemeentesecretaris van Laarbeek,

de burgemeester van Laarbeek,

G.J. Obbink

F.L.J. van der Meijden

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=6b4f36c1-3a9c-4441-8541-ef5963dd7520