CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

4 20230125 RIB Plan van Aanpak N279 Bijlage 2.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 25 januari 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen17.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bereikbaarheid Geen ongewenst verkeer/verkeersaantrekkende werking van de N279 en aansluitende of parallelle wegen Bereikbaarheid van bedrijven/bedrijventerreinen Bereikbaarheid voor landbouwverkeer Bereikbaarheid voor langzaam verkeer Betrouwbare aanrijtijden hulpdiensten

Verbeteren van de bereikbaarheid Verbeteren multimodale bereikbaarheid bedrijventerreinen en (woon)kernen Herstellen/behouden van goede oeververbinding Erpsebrug Verbeteren fietsnetwerk en openbaar vervoer

| 26 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

Bereikbaarheid voor toerisme Veiligheid Geen verkeersslachtoffers

Naar nul verkeersslachtoffers Het vergroten van verkeersveiligheid op, langs en kruisingen met de N279

Overig Financieel belang (kosten/baten) Voortgang behouden Draagvlak

Kosten en baten in beeld brengen Processen parallel laten lopen Bevorderen draagvlak bij bewoners en dorpsraden Zorgvuldige procedures en onderzoeken inrichten Proces afstemmen met opgaven en gebiedsontwikkelingen in de omgeving

6.3 Ordening in clusters van opgaven De voorgaande paragraaf laat duidelijke verschillen in complexiteit zien. Ook tekent zich daarin een ruimtelijk onderscheid af tussen gebieden. We hebben hiertoe een ordening gemaakt in drie clusters van opgaven die tezamen de totale N279 Veghel-Asten beslaan zijn. Dit zijn: 1. Veghel tot en met grote rotonde Gemert (N272) 2. Tracé- en inpassingskeuzes N279 vanaf rotonde Gemert tot en met Rochadeweg (in samenhang met het herontwerp stedelijk verkeerssysteem Helmond) 3. Ten zuiden van Rochadeweg tot aansluiting A67 Asten (zie afbeelding 8).

| 27 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

Afbeelding 8: illustratie drie deeltrajecten(indicatief) Deze clustering werkt door in de werksystematiek, en die is als volgt: ● Start met een strategie voor gehele N279 / overall visie ● Vervolgens parallelle uitwerking van de drie deeltrajecten met tussentijdse integratie cq afstemming ● Korte-termijnmaatregelen in beeld per deeltraject.

6.4 Breed palet aan oplossingsrichtingen Gelet op de belangen op de verschillende schaalniveaus kan op dit moment nog geen maatregel worden uitgesloten. We gaan daarom voor de vervolgfasen uit van een breed palet aan mogelijkheden, variërend tussen: 1. geen uitbreiding van configuratie en geen aanvullende maatregelen treffen; 2. verbetering van het bestaande 1x2 tracé; 3. grotere infrastructurele maatregelen in de vorm van bijvoorbeeld het aanleggen van omleidingen of uitbreiding van configuratie door 2x2 over het gehele tracé, al dan niet in combinatie met het oplossen van één of meer specifieke opgaven. Ad. 1 Dit houdt in dat er geen wijzigingen plaatsvinden aan de configuratie van de weg. Dat kan bijvoorbeeld (in theorie) zijn, omdat uit onderzoek blijkt dat knelpunten zich oplossen door ontwikkelingen buiten het project. In deze optie zitten qua maatregel hooguit zaken als verkeersmanagement, fiets, OV, werkgeversbenadering, hubs. Ad. 2 Hierbij is sprake van verbetering van het bestaande tracé. Momenteel is sprake van een 1 x 2 trace (dwz een rijbaan met 2 rijstroken met dubbele asmarkering). Oplossingsrichtingen worden gezocht ter plaatse van het huidige tracé, bijvoorbeeld

| 28 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

met een 2x1 inrichting (d.w.z. rijbanen met elk één rijstrook en middenberm). Bij deze mogelijkheid zou je ook kunnen denken aan ongelijkvloerse aansluitingen voor voetganger, fiets of auto. Ad. 3 Hierbij worden oplossingsrichtingen beschouwd in de vorm van omleidingen (zoals de omleiding Dierdonk in de ‘oude’ plannen), maar ook de opwaardering van het gehele tracé (of grote delen hiervan) naar een 2x2 oplossing zijn mogelijk. Uit de studie kan overigens blijken dat op basis van een afweging van alle belangen een combinatie van maatregelen uit verschillende opties het meest passend is. Het is goed denkbaar dat een maatregel een oplossing biedt voor een belang op het ene schaalniveau, maar nadelig is voor een belang op het andere. Hier moet oog voor blijven. Daarbij kan een uitkomst bijvoorbeeld zijn dat een individueel lokaal belang in de afweging minder groot wordt geacht dan een algemeen regionaal belang, bijvoorbeeld als een goede oplossing voor verkeersafwikkeling raakt aan een individueel belang van een grondeigenaar. In het kader van de Brede belangenbenadering is het dan gewenst dat wel wordt gekeken naar hoe wel aan dit lokale belang tegemoet kan worden gekomen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen zijn door een maatregel ‘in het project’ op te nemen of toch andere maatregelen te treffen. In dit voorbeeld zou dat kunnen gaan om een ruil van grond of verhuizing.

Afbeelding 9: Relatie tussen maatregelen en belangen

| 29 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

H7 | Stappenplan Met het stappenplan navigeren we door het project N279. We hebben de stappen in de tijd gezet. Voor dit plan van aanpak is niet zozeer van belang hoe werkzaamheden exact worden ingedeeld per fase, maar vooral wat de stappen zijn die gezet worden om tot het resultaat te komen. Er zijn een aantal stappen die een go/no-go-beslissing vragen. In dit hoofdstuk en in hoofdstuk 8 zijn de eerstvolgende stappen uitgewerkt die in Q1 2023 zullen lopen.

7.1 Stappen in de tijd We onderscheiden hieronder de stappen die grofweg gezet moeten worden om uiteindelijk tot realisatie van maatregelen te komen (zie afbeelding 9). Daarbij is niet exact aangesloten bij gedefinieerde fasen uit bijvoorbeeld de procedure voor een PIP (na de Omgevingswet: projectbesluit). Stap

Wat

Hoe

Product(en)

heden

1. Heroriëntatie

Belangen in beeld Eerste afbakening Aanpak opstellen

Delen kennis, eerste inzicht belangen (BBB)

Plan van aanpak

Q1 2023

2. Werkplan voor de totale N279 Veghel-Asten

Uitwerken samenwerking en participatie (BBB)

Werkzaamheden beschrijven Participatie uitwerken

Participatie- en communicatieplan Aanbesteding onderzoeken

Q1-Q4 2023

3. Onderzoeken voor de totale N279 Veghel-Asten en voor de clusters en korte-termijnmaatregelen

Inzicht in opgave Inzicht in oplossingen Scope nader invullen

Onderzoek doen Participatie met stakeholders, belangen volledig krijgen (BBB)

Rapport(en) Planstudie(s)

Q4 2023

4. Belangen wegen

Clustering Keuze (richtingen) voor oplossingen N279 Uitgewerkte opties korte-termijnma atregelen

Belangen wegen, participatie (BBB)

Voorkeursoptie(s)

Q4 2023

5. Afspraken over de totale N279 Veghel-Asten inclusief clusters en korte-termijnmaatregelen

Scope Wijze van samenwerking Opdrachtgeverschap Kostenverdeling

Afspraken maken

Gebiedsakkoord of overeenkomst

| 30 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

?

6. Plan uitwerken voor de totale N279 Veghel-Asten en voor de clusters en/of korte-termijnmaatregelen

Uitwerken voorkeursoptie(s)

Ontwerp uitwerken, meekoppelkansen in beeld

Plan(nen)

?

7. Planologische procedure(s) voor N279 Veghel-Asten en/of voor de clusters en/of korte-termijnmaatregelen

Planologische toestemming verkrijgen

Procedure met wettelijke inspraak en beroepsmogelijkheden

Planologisch besluit(en)

?

8. Uitvoering

Realisatie van maatregelen

Uitvoeringsstrategie uitwerken, aanbesteding, uitvoering,

PvE Nieuwe N279

9. Nazorg

Bewaken en evalueren resultaat

Beheer en onderhoud Monitoring

Afbeelding 9: Stappen in het project We lichten hieronder de verschillende stappen toe. 1. Heroriëntatie Deze stap is het begin van de Brede belangenbenadering, die in 2022 is gestart. Dit plan van aanpak is het product van deze stap. Partijen moeten beslissen of ze hiermee verdergaan (dit is een go/no-go-moment). Deze stap eindigt met de vaststelling van het plan van aanpak door Gedeputeerde Staten, de colleges van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van het waterschap, omdat we daarmee tot uitdrukking brengen dat partijen het proces gezamenlijk willen voortzetten en we ons voor dit proces ook gezamenlijk verantwoordelijk voelen. Dit besluit houdt niet in dat (alle) partijen ook financieel, juridisch of als opdrachtgever verantwoordelijk worden voor de N279. Dergelijke afspraken volgen pas later. 2. Werkplan Deze stap ziet op het uitwerken van het plan van aanpak in een concreet werkplan met een beschrijving van de werkzaamheden. Denk daarbij aan: ● het voorbereiden van de aanbesteding van de onderzoeken, door onder meer het opstellen van een uitvraag (en dus het formuleren van de exacte onderzoeksvragen). Het verzamelen van alle relevante informatie hoort hier ook bij; ● planning; ● participatie- en communicatieplan. Aanbesteding kan maar door één partij per opdracht worden gedaan. Bepaal onderling welke partij dit (per opdracht) op zich neemt.

| 31 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

3. Onderzoeken, 4. Belangen wegen en 5. Afspraken maken Het streven is om in 2023 deze stappen af te ronden. In deze stappen is er veel ruimte voor participatie, in het kader van het gezamenlijk zoeken naar feiten en oplossingsrichtingen. Het is daarom van belang om zo snel mogelijk alle belangen in beeld te krijgen, voor zover dit nog niet het geval was. Deze stap is daarom een belangrijk onderdeel van de Brede belangenbenadering. Resultaat daarvan moet zijn dat alle betrokken belangen in beeld zijn en dat onderling inzicht is in de beweegredenen achter die belangen. De onderzoeken in 2023 lopen in een aantal sporen, waarbij op diverse punten onderlinge interactie is. De clustering van de opgaven (zie 6.3) werkt door in de opzet van de onderzoeken: 1) op het niveau van de N279, bijvoorbeeld naar de verkeersontwikkeling en landelijke kwaliteiten 2) korte-termijnmaatregelen en 3) specifieke clusters zoals Veghel en Helmond. Diverse onderzoeken kunnen direct starten. In het verkeersonderzoek wordt eerst de autonome situatie in 2030 en 2040 in beeld gebracht. Dat begint altijd met inzicht op het niveau van de N279: dit geeft aan waar knelpunten liggen. Daarop worden gevoeligheidsanalyses gedaan hoe deze autonome situatie eruit ziet met extra verstedelijkingsambities en bij extra inzet op de mobiliteitstransitie. Dit geeft al een eerste beeld van de omvang van de problematiek.

Deze eerste stap is snel te zetten. Vervolgens wordt het oplossend vermogen van aanpassing van de weg op niveau van het plangebied gemodelleerd. Denk daarbij aan een volledige of gedeeltelijke 2x2 of 2x1. Daarna wordt apart ingezoomd op de situaties in de drie deeltrajecten. Daarbij is tenminste het doel om de onderzoeksvragen voor een vervolgstudie te formuleren. De verwachting is namelijk dat sommige deeltrajecten dermate complex zijn dat het niet in een half jaar lukt om tot een volledig gedragen en te financieren pakket te komen. Mocht de oplossingsrichting wel evident blijken te zijn, kan dit uiteraard anders worden. Parallel deze eerste stap in het verkeersonderzoek zal ook in beeld worden gebracht hoe het zit met de verkeersveiligheid,sluipverkeer en de globale impact op de leefbaarheid op regionaal en lokale schaalniveau. Zo wordt direct gestart met onderzoeken die niet afhankelijk zijn van andere uitkomsten. Zoals naar de landschappelijke kwaliteit, de kansen voor natuurontwikkeling en klimaatadaptatie en meekoppelkansen. Er wordt ook direct gestart met onderzoek naar ‘korte-termijn’ maatregelen. We noemen een maatregel ‘korte-termijn’ als deze 1) past binnen iedere toekomstige dimensionering van de weg, 2) geen significante negatieve effecten heeft op de rest van de N279 en 3) qua kosten aanvaardbaar zijn, afgezet tegen de impact en het

| 32 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

projectbudget, en 4) gescheiden van de totaalaanpak van de N279 relatief snel uitvoerbaar zijn. Er is een aantal plekken langs de N279 in beeld als potentiële korte-termijnmaatregel: ● In- en uitrit Van der Broek in Veghel niet meer op N279 ontsluiten ● Eetcafé De Sluis (in- en uitrit verwijderen, mogelijk ook aansluiting Sluisweg) ● Aansluiting N279/Boerdonk verbeteren ● Aansluiting N279/Gemertseweg verbeteren ● Koude oversteek Vlierdense Bosdijk/Rijntjesdijk aanpakken ● Koude oversteek Oostappensedijk aanpakken ● Aansluiting N279 op A67 (OWN) In het onderzoek naar de korte-termijnmaatregelen wordt nog uitgegaan van verschillende opties voor de configuratie. Dit levert extra onderzoekskosten op, maar dit is aanvaardbaar in het licht van de wens om tempo te maken. Per korte-termijnmaatregel resulteert dit onderzoek in één of meer opties.

Belangen wegen De onderzoeken moeten inzicht opleveren in de opgaven en een palet aan mogelijke oplossingsrichtingen. Deze worden in het licht van de betrokken belangen gewogen. Zeker bij deze stap is het belangrijk om niet te spreken vanuit een standpunt (ik wil oplossing X), maar vanuit het belang (ik wil graag bereiken dat ...). Afspraken maken Er wordt toegewerkt naar een gezamenlijk toekomstbeeld voor de N279. Dit toekomstbeeld ziet op de functionaliteit op de korte, middellange en lange termijn. Deze afweging vindt plaats op basis van de inzichten van onderzoeken, de betrokken belangen en politieke weging. Kernvraag daarbij is welke balans tussen leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid wordt gekozen en welke configuratie daar op hoofdlijnen bij hoort (variërend tussen 1x2 en 2x2). Vervolgens valt een beslissing of en hoe het project wordt opgeknipt in verschillende onderdelen. We bepalen wat we in en wat we aan het project regelen. Deze beslissingen moeten bestendigd worden in een solide afspraak tussen de betrokken partijen. De naam van deze afspraak (gebiedsakkoord, convenant, bestuursovereenkomst, enz.) is niet zozeer van belang. Het gaat erom dat de afspraak de basis vormt voor de samenwerking na deze stap.

De afspraak bevat niet alleen het pakket aan maatregelen, maar ook de keuze voor het opdrachtgeverschap, de financiële bijdragen van de partijen en spelregels voor de vervolgstappen (denk daarbij aan de planologische procedure of het omgaan met risico’s en afhankelijkheden). Er moet dus ook een afspraak komen over de governance van de realisatie- en nazorgfase van het project. Afhankelijk van de maatregelen is het denkbaar dat de

| 33 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

realisatie van de N279 aan te pakken is als één project. Dit lijkt dan op de aanpak zoals eerder bij het PIP. Als deze maatregelen qua tijd, ligging, planologische mogelijkheden of opdrachtgever ver uit elkaar liggen, kan een programmatische aanpak meer voor de hand liggen. Dit zou het geval kunnen zijn als er korte-termijnmaatregelen’ naar voren komen. Er moeten dan al eerder afspraken gemaakt om bijvoorbeeld te waarborgen dat alle projecten uitgevoerd worden en afspraken over hoe het budget over de projecten moet worden verdeeld. 6. Plan uitwerken In deze stap wordt het pakket aan maatregelen uitgewerkt tot een of meer plannen die dat voldoende inhoud hebben om de wettelijke planologische procedure in te gaan. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het uitwerken van een ontwerp of het doen van nader onderzoek. De manier van uitwerken is sterk afhankelijk van de vorige stap. Als wordt gekozen voor een integrale aanpak zonder aparte korte-termijnmaatregelen, dan volgt één planproces waarin alle onderdelen tegelijk en op hetzelfde niveau worden uitgewerkt. Als voor een duidelijke fasering wordt gekozen, dan volgen mogelijk meerdere parallel lopende sporen. Daarbij kunnen korte-termijnmaatregelen wellicht direct naar de stap van planologische procedures, terwijl voor complexe clusters nog een planstudie gaat lopen. 7.

Planologische procedures Deze stap is gericht op het verkrijgen van de benodigde planologische en juridische toestemmingen om met voldoende zekerheid de fase van realisatie in te gaan. bijvoorbeeld dat het maatregelenpakket past binnen het bestemmingsplan/omgevingsplan (al dan niet door dit te wijzigen of daarvan af te wijken). Maatregelen aan de infrastructuur moeten passen binnen het bestemmingsplan (straks omgevingsplan). Als hiervan moet worden afgeweken, kan dit door een beslissing van de gemeente of de provincie. Als de provincie een dergelijk besluit neemt (zoals eerder het PIP), moet er een provinciaal belang zijn. Zoals eerder vermeld, heeft de N279 zowel een regionale als bovenregionale betekenis. Als wordt gekozen voor een pakket met maatregelen op het grondgebied van meerdere gemeenten en als er een significante afwijking van bestemmingsplannen (of omgevingsplannen) nodig is, ligt inzet van het planologisch instrumentarium van de provincie het meest voor de hand. Er is hier duidelijk sprake van een provinciaal belang omdat het overwegend een provinciale weg met een bovengemeentelijk belang betreft. Inzet van het provinciaal instrumentarium borgt ook dat alle maatregelen tegelijk juridisch mogelijk worden. Richting de samenleving toont dit de samenhang binnen het pakket.

| 34 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

Redenen om te kiezen voor een gemeentelijk instrument kunnen liggen in de mogelijkheid dat maatregelen eenvoudig zijn te vergunnen door middel van een reguliere procedure (dat moet dan wel voor alle maatregelen gelden), of wanneer maatregelen in de fasering heel ver uit elkaar liggen en weinig invloed op de rest van het plangebied hebben. Dan nog geldt dat de provincie de aanvrager van de vergunning kan zijn (zie hoofdstuk 8). 8. Realisatie Deze stap eindigt met de feitelijke realisatie van de maatregelen. De directe voorbereiding daarvan valt hier ook onder deze stap, maar kan in de praktijk ook los worden gezien. Dit betreft bijvoorbeeld een programma van eisen, voorafgaand aan de aanbesteding aan de partij die het werk zal uitvoeren, maar het kan ook gaan om nadere uitvoeringsovereenkomsten, bijvoorbeeld tussen de opdrachtgever en een bevoegd gezag. 9. Nazorg Na realisatie van de maatregelen moeten deze beheerd en onderhouden worden. Daarnaast is het denkbaar dat er monitoring plaatsvindt of de beoogde doelen ook worden gerealiseerd.

7.2 Stappen 2023 in procesboom De stappen voor 2023 zijn in onderstaande procesboom vertaald met daarbinnen de project-acties en keuzes.

| 35 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

| 36 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

H8 | Werkplan - Participatie Leidende principes in de aanpak zijn tempo maken, zorgvuldigheid (uitlegbaar) en lokale en regionale betrokkenheid. In het participatieplan zullen zij de rode draad vormen. ‘Er komen maatregelen aan de N279 Veghel-Asten’; de bewoners van dit Brabantse gebied horen het al zo lang. Velen zullen geen goede herinneringen hebben aan de processen en onzekerheid van de afgelopen jaren. We kiezen voor een andere aanpak, met andere doelen en een geactualiseerde navigatie.

8.1 Brede belangenbenadering uitgewerkt Schurende momenten zijn moeilijk te voorkomen. Wel zien we een aantal randvoorwaarden die een goed proces ondersteunen. In situaties waarin burgers onderling verdeeld zijn over initiatieven in hun leefomgeving zijn deze randvoorwaarden des te meer van belang. De randvoorwaarden zijn: 1. goede communicatie. Belangrijk hierbij is dat de stuurgroep, maar ook de colleges en raden een gelijkgerichte ambitie en doel moeten uitstralen. Datzelfde geldt voor een duidelijke kaderstelling: zolang mensen en organisaties niet goed weten waarover ze kunnen meedenken en welke doelen en uitgangspunten niet ter discussie staan, is participatie bijzonder ingewikkeld; 2. goede antennes voor de wensen van betrokkenen. Dit is met name van belang als er tegengestelde wensen en belangen zijn. We stellen voor om afhankelijk van het moment en de inhoud een keuze te maken in belangengroeperingen; 3. mensen niet overvragen. Er zit een grens aan de belastbaarheid van burgers en die grens is snel bereikt als de stress van onderlinge conflicten groeit. Ook zien we dat de ideeën van een participatiesamenleving niet voor iedereen haalbaar zijn, wat betekent dat er op verschillende manieren moet worden gecommuniceerd.

Bij de Brede belangenbenadering staan co-creatie, breed draagvlak, begrip voor elkaars belangen, en het nemen van gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal. Hiervoor is een helder participatieplan essentieel.

| 37 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

Afbeelding 10: Procesmatige doel-uitwerking

8.2 Participatieplan Een goed initiatief vraagt om samenwerking en afstemming met inwoners, ondernemers, overheid en andere organisaties. Door kennis, ervaringen, perspectieven, belangen en creativiteit van inwoners of andere betrokkenen bij elkaar te brengen krijgen we inzicht in de belangen en ontstaan nieuwe inzichten. Dit vormt de kern van de Brede belangenbenadering. Participatie betekent dat belanghebbenden volwaardig deelnemen, omdat dat een meerwaarde heeft. Dit betekent overigens niet dat alle partijen het met elkaar eens moeten worden of dat de meeste belangen automatisch leiden tot een gewenste oplossingsrichting. Het gaat om de weging van belangen en het met elkaar in verband brengen van die belangen, opdat weloverwogen besluitvorming kan plaatsvinden. To do: ● Wees helder over spelregels in bijeenkomsten en geef duidelijkheid over het proces, rollen en communicatie. Biedt participatiedeelnemers de gelegenheid om hun belangen en kennis te delen. ● Focus op het doel en stel gezamenlijk vast wat het doel is en wat leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid (kunnen) betekenen voor de aangrenzende gebieden (plangebied) en voor een breder gebied (onderzoeksgebied). ● Verbind en verbeter uitgangspunten en inzichten op basis van meningen van belanghebbenden. ● Hanteer de spelregel: ieders bijdrage doet ertoe en verdient het om naar geluisterd te worden.

| 38 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

●

Stel gezamenlijk een participatieplan op (tijdens de stap werkplan) en stel dit bestuurlijk vast.

Participatieladder Participatie kan op verschillende manieren: van informeren, raadplegen, adviseren tot co-produceren. De gekozen manier van participatie moet passen bij de fase, bij de N279 en bij de participanten. Het is belangrijk dat ieder die betrokken is bij een initiatief of project scherp heeft wat de verwachtingen zijn, welk niveau van participatie van toepassing is, én wat dat betekent. Helderheid en duidelijkheid vanaf de start voorkomen teleurstelling aan het eind en voorkomen discussie over het proces. Het is niet evident dat er voor het hele traject eenzelfde niveau van participatie van toepassing is. Het ophalen van de belangen (Brede belangenbenadering) is van een andere orde dan het verkennen van oplossingsrichtingen, waarna uitwerking van specifieke maatregelen aan bod komt. Doelgroepen Tijdens de heroriëntatie – waar dit plan van aanpak het resultaat van is – heeft eveneens participatie plaatsgevonden. Via een prelude is op lokaal niveau de samenleving geraadpleegd. Vanuit het collectief is een selecte groep regionale maatschappelijke organisaties geconsulteerd over zaken die van invloed zijn op het uitwerken van het plan van aanpak en daarmee op het proces van de Brede belangenbenadering. In het vervolgproces wordt ook een derde schil betrokken, namelijk die van de omgeving met bewoners en belangstellenden. Dit maakt het participatieproces complex.

Een Brede belangenbenadering zoekt immers de breedte op. Juist door de opgave van de N279 ook te verbreden van bereikbaarheidsvraagstuk naar een mobiliteits- en leefbaarheidsvraagstuk wordt de uitdaging groter. De diversiteit aan doelgroepen zal verbreden. Dit biedt enerzijds kansen voor creatieve inzichten. Anderzijds zou dit kunnen leiden tot het vergroten van de tegenstellingen. De samenhang tussen de verschillende fasen van het proces, de verschillende doelgroepen die daarbij participeren en het niveau van participatie in combinatie met een concrete kernvraag moet worden uitgedacht en uitgewerkt in het participatieplan. Uitgangspunt is dat (tenminste een aantal) deelnemende partijen van plan zijn om eigen participatietrajecten te organiseren om zo tot een lokale Brede Belangen Benadering te komen. Het voordeel van een gesprekstafel op lokaal niveau is dat er zo een breder geluid uit de deelgebieden ontstaat. Deze lokale participatietrajecten kunnen helpen om belangen te stroomlijnen maar treden nooit in de plaats van het betrekken / laten meedraaien van lokale stakeholdersgroepen in het totaalproject.

| 39 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

H9 | Onderzoeken Een belangrijk onderdeel van de Brede belangenbenadering is het gezamenlijk doen van onderzoek, zodat partijen op basis van gedeelde feiten tot een oplossing kunnen komen. Dit onderzoek is ook onderdeel van de participatie. Hierbij is het belangrijk om bij onderzoek uit te gaan van objectieve criteria. De eerste stap is altijd om een scherp beeld te krijgen van wat het probleem nu in feite is. Indachtig de Brede belangenbenadering worden daarbij de volgende spelregels gehanteerd: ● We doen zorgvuldig onderzoek. ● We staan open voor alle oplossingsrichtingen, mits deze samen een bepaalde mate van realiteitszin hebben. ● Er ligt al veel onderzoek, we kijken eerst naar wat daarvan bruikbaar is. ● We doen geen ‘onderzoek om het onderzoek’, maar nemen beslissingen als er voldoende informatie is om dit zorgvuldig te doen. ● We maken een milieueffectrapportage (MER) als dit juridisch nodig is. Dat geldt ook voor ander onderzoek dat volgt uit een wettelijke verplichting (zoals natuur- of watercompensatie). Dat betekent niet dat we geen breed onderzoek doen, maar we focussen ons op de betrokken belangen. ● Iets onderzoeken houdt niet per definitie in dat de uitkomsten ook in het pakket met uitvoeringsmaatregelen komen. Dat vraagt een weging van belangen en er zijn ook budgettaire grenzen. Er zal interactie moeten zijn tussen de verschillende onderzoeken.

Zo kan bijvoorbeeld uit de cijfers voor verkeer weer informatie komen over leefbaarheidsaspecten, of kan inzicht in de landschappelijke kwaliteit weer een rol spelen bij inpassing van een verkeerskundige oplossing. Bij het definiëren en uitzetten van de verschillende onderzoeksvragen houden we hier rekening mee, zodat we precies de balans bewaken tussen een te enge of te brede onderzoeksvraag.

9.1 Leefbaarheid We doen onderzoek naar de bredere aspecten van leefbaarheid en gezondheid, zoals in hoofdstuk 4 staat genoemd. Daarbij kan worden gedacht aan: ● kwaliteiten van landschap en natuur in beeld brengen (hier liggen al veel stukken voor, zoals ‘het Verhaal van de Aa’ en landschapsplan N279 van Pouderoyen); ● kansen voor klimaatadaptatie; ● kansen voor het verminderen van de barrièrewerking N279 voor mens en dier; ● kansen voor betere ontsluiting van recreatieve gebieden (zoals de ontsluiting van Landschapspark Kloostereind en de Berken) in het licht van een leefomgeving die gezondheid bevordert.

| 40 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

Ten aanzien van de ‘traditionele’ onderzoeken over leefbaarheid, die zien op milieufactoren als geluid, luchtkwaliteit, bodem, enz. is al veel onderzoek gedaan voor het PIP. Deze worden waar nodig geactualiseerd of opnieuw uitgevoerd. Hiervoor geldt als norm wat juridisch vereist is en vanuit een goede ruimtelijke ordening.

9.2 Bereikbaarheid Bereikbaarheid is geen doel op zich, maar faciliteert andere doelen. Het is daarom ook een onderdeel van leefbaarheid. In het onderzoek naar de bereikbaarheid wordt ook aandacht besteed aan het sluipverkeer door kernen en de bereikbaarheid van kernen die zeer afhankelijk zijn van de N279. Naar aanleiding van eerdere onderzoeken is de verwachting dat het verkeer op de N279 zal toenemen. Voor alle doelen is het nodig om inzicht te krijgen in deze toekomstige ontwikkeling van het verkeer en te bekijken welke oplossingen mogelijk zijn bij knelpunten. Dit geeft informatie over de bereikbaarheid, maar ook over de leefbaarheid (zoals hinder van verkeer) en verkeersveiligheid (zoals aantal verkeersbewegingen bij een kruising). Ook is het relevant te weten welke onderlinge relaties er qua verkeersstromen zijn tussen verschillende kernen. Verkeersonderzoek is daarmee een belangrijk onderdeel van de vervolgaanpak. De verkeerscijfers zijn ook de basis voor de onderzoeken i.r.t. leefbaarheid en verkeersveiligheid (geluid, lucht, licht, trillingen, sluipverkeer, oversteekbaarheid, enz). Spelregels voor het verkeersonderzoek zijn: ● We hanteren als basis het geactualiseerde BBMA2022-model en verifiëren de uitkomsten met andere beschikbare gegevens. Waar dit niet mogelijk is, wordt een onafhankelijk expert judgement gebruikt.

● Gegevens, uitgangspunten en aannames in het onderzoek zijn transparant, onderbouwd en samen vastgesteld. ● We accepteren dat een verkeersmodel de (toekomstige) werkelijkheid zo goed mogelijk benadert, maar nooit exact kan zijn. ● Het onderzoeksgebied volgt uit de drie gedefinieerde schaalniveaus. Op het hoogste schaalniveau zijn met name de rijkswegen A50 en A67 relevant. Een belangrijk aspect van het verkeersonderzoek is het voorspellen van toekomstige verkeersknelpunten en het bekijken welke oplossingen hiervoor mogelijk zijn. Dat gebeurt onder meer door toepassing van een verkeersmodel. Voor het PIP is een specifiek projectmodel gebruikt op basis van het provinciale BBMA-model van 2014, dat 2010 als basisjaar had. Recent is het provinciale BBMA-verkeersmodel geactualiseerd (versie model BBMA2022). Het BBMA2022 -model heeft 2019 als basisjaar en is daarom veel actueler dan het vorige BBMA2018. Vanwege de coronapandemie is een recenter basisjaar vooralsnog niet mogelijk om te modelleren, omdat er geen stabiel

| 41 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

verkeersbeeld beschikbaar is. De N279 zit ook in het model van het Rijk (LMS en NRM3 ), maar dat model kent een hoger schaalniveau en is vooral bedoeld voor rijkswegen zelf en kent geen multimodale toedeling en geen kruispuntweerstanden. De volgende stappen moeten in het verkeersonderzoek worden gezet: Start met een plausibiliteitstoets In het model zitten standaard een aantal gegevens (zie kader hieronder). Bij de start van een verkeersonderzoek moet worden getoetst of deze gegevens voor dit onderzoek nog actueel zijn. Dat kan als volgt: ● Leg gegevens uit het model naast recente verkeerstellingen aan de N279. Controleer of de gegevens in het basisjaar aansluiten bij deze verkeerstellingen en of de meest recente verkeerscijfers nog in lijn liggen met de modelresultaten tussen het basisjaar en de prognosejaren. Geef een verklaring voor eventuele verschillen. ● Vergelijk het basisjaar uit het verkeersmodel met andere beschikbare data, zoals de floating-car-data, voor een aantal representatieve herkomsten en bestemmingen en aantal plekken (in technische termen: selected links). ● Ga na of de uitgangspunten voor de prognosejaren in het model nog actueel zijn. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe harde woningbouwplannen. Deze geactualiseerde inzichten kunnen als ambitiescenario worden gemodelleerd.

Geef daarbij duidelijk aan welke plannen er gewijzigd zijn ten opzichte van de basisprognoses. Daarnaast is het mogelijk om gevoeligheidsanalyses uit te voeren met bijvoorbeeld andere beleidsuitgangspunten, waaronder een strenger parkeerbeleid of het eerder invoeren van ‘betalen naar gebruik’. Pas hier wel mee op, want deze beleidsuitgangspunten moeten dan ook waargemaakt worden in de praktijk met concrete maatregelen. Het model doet niet aan kansberekening of beleid realistisch is. Eenmaal ingevoerd is dat voor het model een feit en wordt de impact daarvan gepresenteerd als resultaat. Bereken de referentiesituatie en bepaal de varianten Als de plausibiliteitstoets is uitgevoerd, kan een berekening worden gedaan naar de ‘autonome’ situatie voor 2030 en 2040. Dit toont dus de situatie aan als niets anders gebeurt dan de ontwikkelingen die in het model zitten. Dit is dan de referentie op basis waarvan wordt gekeken naar het effect van maatregelen. In het BBMA2022 is in de basisprognose voor 2030 en 2040 verondersteld dat de infrastructuur van de N279 tussen Veghel en Asten conform het basisjaar 2019 is. Daarmee is de referentiesituatie al beschikbaar voor dit project.

Het BBMA-model is in staat om de gevolgen van infrastructurele maatregelen aan de N279 te tonen, bijvoorbeeld het effect van het toevoegen van capaciteit (meer rijstroken) en de verkeersaantrekkende werking daarvan. Daarnaast kan het model ook de invloed van ingrepen rond de N279 laten zien, bijvoorbeeld aanpassingen van een rijksweg of ‘bundelroute’ naar de N279. Het is mogelijk om effecten van de 3

Hier staat meer over het LMS en NRM.

| 42 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

mobiliteitstransitie door te rekenen. Dat kan bijvoorbeeld door generiek een verlaging van de hoeveelheid autoverkeer door te voeren of, liefst, door een specifieke ingreep door te rekenen (bijvoorbeeld een nieuwe OV-verbinding). Spreek met elkaar af welke varianten onderzocht moeten worden. Daarbij is het van belang dat de uitkomsten herleidbaar moeten zijn. Als in een variant diverse ingrepen tegelijk worden gedaan, moet nog wel duidelijk te maken zijn welke ingreep welk effect heeft. Men spreekt van een variant bij een variatie van het netwerk. Van een scenario is sprake als de ruimtelijke vulling (de SEG's zowel woningbouw en arbeidslocaties) worden gewijzigd ten opzichte van de basisprognose. Ook bij een doorrekening van varianten geldt dat moet worden gekeken naar de plausibiliteit van de uitkomst. Dat kunnen experts beoordelen. Daarnaast is een optie om een berekening te maken met het NRMzuid-model of een beschikbaar gemeentelijk verkeersmodel. Hoewel schaalniveaus en uitgangspunten in deze modellen kunnen verschillen, kan dit wel laten zien of effecten in de basis aannemelijk zijn. Lever zo specifiek mogelijke input aan Voor het benutten van het model moet aangeleverde informatie zo specifiek mogelijk zijn, dus niet: capaciteitsuitbreiding tussen kern A en B, maar precies de afstand en beginpunten.

Bij mobiliteitstransitie is dat bijvoorbeeld: geef specifiek de maatregel aan en van welk verkeer (dus van welke herkomst naar welke bestemming) dit dan afgeroomd moet worden en op welke wijze deze verplaatsingen dan wel worden gemaakt (bijvoorbeeld met de fiets), enz. Modelberekeningen kosten tijd; ga uit van enkele dagen per variant en ga er ook van uit dat de modelresultaten getoetst moeten worden op plausibiliteit voordat ze echt verder toegepast kunnen worden in een project. Het parallel draaien van varianten kan, maar heeft ook als risico dat er te optimistisch gepland wordt. Ga grofweg uit van één week per variant. Hou hier rekening mee in de planning.

Het BBMA-verkeersmodel Verkeersmodellen Een verkeersmodel geeft de huidige en toekomstige verkeers- en vervoersstromen weer. Een model maakt berekeningen op basis van gegevens over mobiliteitspatronen, een netwerk van infrastructuur en verkeerstellingen. Meestal zitten in modellen ook gegevens over woningbouwplannen, de verwachting van de economische groei en het netwerk. Met een model kunnen voorspellingen worden gedaan over waar files ontstaan, hoe verkeer reageert op veranderingen in een netwerk (zoals een wegverbreding) en wat groei van inwoners of economie betekent voor het verkeer. Daarbij moet worden gerealiseerd dat een verkeersmodel altijd een benadering is van de werkelijkheid. Het kan voorkomen dat een model een voorspelling doet die op momenten niet overeenkomt met de situatie die buiten wordt waargenomen. Dat betekent niet dat het model niet valide is. Met het model, en de interpretatie daarvan door experts, moet voldoende informatie beschikbaar komen om de effecten van maatregelen in te kunnen schatten en een beoordeling door bestuurders mogelijk te

| 43 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

maken. Er zijn verschillende typen verkeersmodellen. Diverse overheden hebben een eigen model. Zo heeft de rijksoverheid het NRM-model. Diverse provincies en gemeenten hebben ook modellen. Beschrijving van het BBMA-model Het BBMA-model is een verkeersmodel voor de provincie Noord-Brabant. Het model is een zogenaamd statisch verkeersmodel, wat inhoudt dat het resultaten geeft voor een tijdsvaste periode zoals de gemiddelde ochtendspits of avondspits. Het modelleert dus niet de dynamiek van de ‘werkelijke’ op- en afbouw van files. In het BBMA-model wordt de drukte van het verkeer op een wegvak uitgedrukt in de verhouding tussen de intensiteit en de capaciteit (de IC-waarde). Deze verhouding kan in het BBMA-model nooit boven de 1.0 uitkomen. Bij een vol belast wegvak zal verkeer genoodzaakt zijn andere bestemmingen of een andere vervoerswijze te kiezen, dan wel over een andere route de bestemming te bereiken. Het model is multimodaal, het kan dus meerdere typen vervoer in samenhang bekijken. Het vigerende verkeersmodel kent basisjaar 2015 (BBMA2018). Het basisjaar houdt in dat vanaf dit jaar wordt gerekend. Op het moment van schrijven wordt de laatste hand gelegd aan een actualisatieslag naar BBMA2022 (met basisjaar 2019). Dat betekent dat de werkelijkheid van 2019 de basis is waaruit wordt gerekend.

Daarnaast geeft het model voorspellingen voor de planjaren 2030 en 2040, waarbij één werkelijkheid wordt gepresenteerd (en niet zoals bij de landelijke modellen waar met scenario’s wordt gewerkt, te weten een laag en hoog groeiscenario). Het BBMA2022 zal op 3 november 2022 gereed zijn voor toepassingen binnen projecten. Het BBMA-model kent een regio-indeling. Als een projectgebied meerdere regio’s beslaat, kan een specifiek projectmodel op basis van het BBMA-model worden gemaakt. Totstandkoming van het model In een model moet worden gekozen voor een basisjaar. Dat is hier 2019, het laatste jaar voor de coronapandemie. Kalibratie is gedaan met verkeerstellingen uit de periode 2017 t/m 2019. In het BBMA2022 wordt dan ook gerekend met het reizigersgedrag van voor de coronapandemie, voor zowel het basisjaar als de beide prognosejaren. Voor de planjaren 2030 en 2040 zijn in het voorjaar van 2022 alle ruimtelijke en infrastructurele plannen vastgelegd met een juridische status. Deze lijst met ontwikkelingen is geïnventariseerd bij alle gemeenten en daarna vastgelegd in uitgangspuntenlijsten. In mei 2022 is een controleronde uitgevoerd door alle gemeenten binnen de provincie Noord-Brabant (ruim 1.200 opmerkingen zijn daarbij geplaatst). Medio september 2022 is een aangepaste versie (na verwerking van de opmerkingen) voorgelegd aan alle gemeenten voor een extra controle.

Het is de verantwoordelijkheid van elke gemeenten om zelf naar haar eigen beheersgebied te kijken en eventuele opmerkingen te plaatsen. In deze controleronde zijn ruim 350 opmerkingen geplaatst, maar hier zaten geen showstoppers bij. Het kernteam van het BBMA2022 (de grote gemeenten, Rijkswaterstaat, Goudappel en de provincie Noord-Brabant) hebben dan ook op 11 oktober een go gegeven op gepresenteerde modelresultaten van het BBMA2022. Technisch gezien dienen de modelruns opnieuw gedraaid te worden ter synchronisatie van alle invoer, waarbij op 3 november het BBMA2022 inzetbaar wordt. Gegevens in het model De toekomstige verkeersstromen zijn afhankelijk van diverse factoren, zoals hoeveel mensen er in een gebied wonen en werken, hoe groot de economische groei is, hoe de infrastructuurnetwerken eruitzien et cetera. Conform de vastgestelde uitgangspunten worden deze gegevens ingevoerd: ● Netwerkwijzigingen: te verwachten wijzigingen in het netwerk (bijvoorbeeld wegverbredingen), bijvoorbeeld waar MIRT-afspraken over zijn gemaakt en dus ook waar een vastgesteld

| 44 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

● ●

●

voorkeursontwerp ligt en financiën geregeld zijn. Harde plannen voor woningbouw of werklocaties: plannen die zijn opgenomen in een bestemmingsplan. Economische groei: voor het BBMA-model is een prognose gemaakt op het niveau van Noord-Brabant. Het model kent dus niet, zoals wel bij het Rijk het geval is, twee scenario’s van lage of hoge groei (bij het Rijk de WLO-scenario’s). De bovengemiddelde groei van de Brainport Eindhoven valt binnen deze prognose. Beleidsinstellingen: beleid kan invloed hebben op de verkeersstromen, bijvoorbeeld als in een gebied hoge parkeertarieven gelden. Het BBMA-model hanteert dezelfde instellingen als het landelijke model van Rijkswaterstaat. Hier staat bijvoorbeeld pas vanaf 2040 ‘betalen naar gebruik’ in, maar wel al vrachtwagenheffing in 2030 en de al ingevoerde snelheidsverlaging naar 100 km/uur. Ook zaken als de stijging dan wel daling van de brandstofkosten en/of OVtarieven is erin opgenomen.

De gegevens in het BBMA-model zijn openbaar en op te vragen bij de provincie. Er wordt ook een handleiding bij het model gepubliceerd.

Onderzoek kansen voor het stimuleren van de mobiliteitstransitie In het onderzoek kijken we eerst naar het oplossend vermogen van de mobiliteitstransitie, zoals de mogelijkheid van het accepteren van verkeersdrukte en mogelijkheden voor alternatieven zoals (H)OV, hubs, snelfietsroutes (Gemert Helmond, Laarbeek), deelmobiliteit en de werkgeversaanpak. Het landelijk beleid zit in het verkeersmodel, zodat de effecten ervan zichtbaar worden. Regionale en lokale opties kunnen desgewenst worden opgenomen in het model. Onderzoek naar ruimtebeslag en inpassing van infrastructuur Op dit moment is nog niet te voorspellen naar welke oplossingsrichtingen de voorkeur uitgaat. Naar de uiteindelijk gekozen maatregelen moet onderzoek uitwijzen welke ruimtelijke effecten zij hebben op de leefbaarheid, landschappelijke kwaliteit en diverse milieu en natuurwaarden. Mogelijk kan hierbij gebruik worden gemaakt van eerder onderzoek (bijvoorbeeld uit het PlanMER). Als een keuze gemaakt is, moet worden gezocht naar de beste inpassing binnen de mogelijkheden van de locatie en het budget. Checken van bevindingen in latere fasen Er kan geruime tijd zitten tussen het eerste verkeersonderzoek en de afgifte van de vergunning voor realisatie, waardoor het nodig is om tussentijds te verifiëren of de problematiek en het oplossend vermogen van maatregelen nog actueel zijn.

9.3 Verkeersveiligheid Het onderzoek richt zich op het doel ‘nul verkeerslachtoffers’. Onderdeel hiervan is in ieder geval te bekijken waar ongevallen hebben plaatsgevonden. Daarnaast worden

| 45 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

risico’s op en langs de infrastructuur bekeken. Bekend is bijvoorbeeld dat de positie op de weg van auto’s een belangrijk probleem is op dit deel van de N279, gezien de dodelijke, frontale ongevallen eerder. Ook zijn er veel kop-/staartbotsingen bij de diverse aansluitingen. Daarnaast is inzicht in kruisend (o.a. langzaam) verkeer ook belangrijk. Vervolgens moet onderzocht worden welke maatregelen denkbaar zijn om dit te verbeteren. Zoals het ongelijkvloers maken van kruisingen. Ook kan worden gekeken naar specifieke maatregelen die het gedrag beïnvloeden of naar handhaving.

| 46 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

H10 | Sturing en organisatie Het gaat bij de Brede belangenbenadering om het geheel en de gezamenlijkheid. Tegelijkertijd zal er bij potentiële oplossingsrichtingen en de uitwerking daarvan óók gekeken moeten worden naar de organisatie en uitvoering van beoogde maatregelen. Daarbij moet de uitvoerings- en realisatiestrategie inzicht bieden in hoe oplossingsrichtingen tot realisatie gebracht worden. In dit hoofdstuk laten we zien hoe het project N279 aangestuurd en georganiseerd wordt.

10.1 Sturing De N279 Veghel-Asten is één van de deelopgaven van SmartwayZ.NL; een programma dat verbindt op inhoud en gericht bouwt aan de mobiliteitsoplossingen van de toekomst. Dit zijn strategische opgaven en/of majeure opgaven, met betekenis op Brabantse, landsdelige of nationale schaal, die gepaard gaan met (of resulteren in) grote investeringen, en die de bestuursperiode overstijgen. De Programmaraad SmartwayZ.NL is kaderstellend opdrachtgever voor het vraagstuk N279. Voor de uitvoering wordt gewerkt met een dedicated Stuurgroep N279 die een projectgroep aanstuurt. De stuurgroep meldt de voortgang, (tussentijdse) conclusies en bevindingen aan haar opdrachtgever, de programmaraad. Het regionale PoHo Mobiliteit van de Metropoolregio Eindhoven en de portefeuillehouder van Meierijstad worden geïnformeerd over de (tussentijdse) resultaten. Dit verloopt formeel via de lijn van de voorzitter van het PoHo Mobiliteit die deelneemt aan de programmaraad en door de voorzitter van de stuurgroep wordt geïnformeerd. De rollen van opdrachtgever en bevoegd gezag hoeven niet gekoppeld te zijn. Het is mogelijk om zowel als opdrachtgever van een project een vergunning aan te vragen als tegelijk bevoegd gezag te zijn. Het is echter ook mogelijk dat de provincie (Gedeputeerde Staten) een omgevingsvergunning bij het lokale bevoegd gezag aanvraagt (B&W of DB).

We maken bij de volgende fase onderscheid tussen twee typen sturingsmechanismen (zie afbeelding 11). De eerste is een formele sturingslijn op basis van planologische en juridische procedures (volgens de Thorbecke lijn). De formele lijn volgt een rationele en veelal top-down-georganiseerde sturing en planning. Deze formele procedures zullen uiteraard ook in dit proces worden gevolgd als uitkomsten vastgelegd moeten worden in vergunningen, bestemmingsplannen of omgevingsplannen. De Brede belangenbenadering gaat uit van gezamenlijkheid, maar dat betekent niet dat de uitvoering van een maatregel om daarmee één knelpunt op te lossen vervolgens ook volledig in gezamenlijkheid opgepakt moet worden. Hierbij blijft de democratische legitimiteit en autonome vrijheid van partijen overeind. Hierbij zal een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie ontstaan tussen Stuurgroep N279 en gemeente X, waar maatregel Y wordt doorgevoerd.

| 47 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

De tweede is een informele sturingslijn, gebaseerd op samenwerking, co-creatie, kennisontwikkeling en draagvlak. De informele lijn hangt samen met een gezamenlijke verantwoordelijkheid en met inzet plegen om de veelal complexe opgaven op te lossen. Informele betrokkenheid is niet gelijk aan vrijblijvendheid en kan parallel lopen aan de formele lijn en is dan de fase waarin de plannen worden voorbereid. Voor de informele lijn zijn een samenwerkingscultuur, onderling vertrouwen, korte lijntjes (bijv. tussen ambtenaren en tussen bestuurders en tussen ambtenaren en bestuurders) en ruimte voor eigen initiatief en belang relevant. Het is een werkwijze waarbij we gezamenlijk zoeken naar een oplossing of afspraken die allemaal passen. Van belang is om het gesprek tussen partijen van verschillende schillen te organiseren, bijvoorbeeld door een grote stuurgroepvergadering te beleggen met partijen van het maatschappelijk middenveld aan tafel, zoals VNO-NCW, Staatsbosbeheer en BMR. Vaak is de informele sturingslijn nodig om gezamenlijke oplossingsrichtingen te verkennen en uit te werken. De formele sturingslijn volgt vervolgens om maatregelen daadwerkelijk met name procedureel georganiseerd te krijgen.

Afbeelding 11: Sturingsmechanismen

10.2 Organisatie Naast de Stuurgroep N279 die binnen de kaders van de programmaraad SmartwayZ.NL aanstuurt (zie 10.1), is een stevige organisatie nodig die het werk verzet, afwegingen en keuzes adresseert en toewerkt naar resultaat. De opgave is

| 48 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

complex en fors. Het zoeken naar de breedte (Brede belangenbenadering) in het begin, om daarmee het speelveld te geven, vraagt een brede betrokkenheid. Tegelijkertijd is het onwerkbaar om met z’n allen aan het roer te staan. Voor een dedicated uitvoering zetten we in op twee gremia. Kerngroep Zet de grote lijnen uit, verzamelt bouwstenen, beschouwt invalshoeken en hakt knopen door. Het is ook aan de kerngroep om informatie te aggregeren naar de stuurgroep en besluitvorming voor te bereiden. Over het algemeen zullen de leden van de kerngroep ook deelnemen aan de projectgroep. Projectgroep De projectgroep verzamelt, verbreedt, draagt aan en zorgt ervoor dat alle mogelijke bouwstenen in beeld en van een gelijkwaardig niveau zijn. Leden van de projectgroep zijn de adviseur van hun bestuurder in de stuurgroep en communiceren over deze opgave met de eigen organisatie en de eigen omgeving.

10.3 Beslismomenten en betrokkenheid bestuur en politiek Tijdens het vervolgtraject zal de stuurgroep op diverse momenten beslissingen nemen die horen bij de rol als opdrachtgever. Denk aan inkadering van onderzoeken, toekenning van projectbudget en sturing op de aanpak. De leden van de stuurgroep zorgen dat hun eigen bestuur op de hoogte blijft en stemt waar nodig voorafgaand aan overleggen in de stuurgroep af binnen het eigen bestuur. In iedere fase van het project betrekken we de (gezamenlijk en/of individueel) raden, Provinciale Staten en Algemeen Bestuur en uiteindelijk zijn het de raden en/of Staten die instemmen met eventuele planologische aanpassingen. Onafhankelijk van hun formele rol is het belangrijk dat Provinciale Staten, gemeenteraden en Algemeen Bestuur goed op de hoogte zijn en in de positie worden gebracht om tijdig en op relevante momenten hun mening naar voren te brengen.

Het proces en de beslismomenten zien er op korte termijn als volgt uit: ● De Stuurgroep stelt het plan van aanpak vast en stuurt dit ter instemming aan B&W, GS en DB ● B&W, GS en DB stemmen in met het plan van aanpak en informeren raden, Provinciale Staten en Algemeen Bestuur ● De Stuurgroep zendt het Plan van Aanpak ter kennisname naar de programmaraad SmartwayZ.NL (het PvA is binnen de kaders van de programmaraad dus vraagt geen besluit) ● Stuurgroep zet vervolg uit en stuurt de totale opgave aan en integreert de deeluitwerkingen in de totale opgave.

| 49 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

Nieuw instrumentarium: Omgevingswet Op het moment van schrijven van dit plan van aanpak zal de Omgevingswet per 1 juli 2023 in werking treden. Het is aan te nemen dat maatregelen aan de N279 pas later concreet worden en dat dus de Omgevingswet zal gelden. Het bevoegd gezag voor bijvoorbeeld een omgevingsvergunning kan zowel een minister namens het Rijk, de Gedeputeerde Staten namens een provincie, het dagelijks bestuur van een waterschap (DB) als het college van burgemeester en wethouders (B&W) van een gemeente zijn. Uitgangspunt van de Omgevingswet is het zo decentraal mogelijk neerleggen van bevoegdheden. Dat houdt concreet in dat B&W van de plaats waar de activiteit plaatsvindt doorgaans bevoegd gezag zijn voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Voor wateractiviteiten zal doorgaans het DB van het waterschap bevoegd zijn. Afhankelijk van het gekozen instrument kan ook de gemeenteraad bevoegd gezag zijn (bijvoorbeeld bij een omgevingsplan). De Omgevingswet verkort op diverse plekken de beslistermijnen. Dat is mogelijk iets om rekening mee te houden. Het instrument van het PIP vervalt met de Omgevingswet. Er komt met het projectbesluit wel een vergelijkbaar instrument voor terug. Als er een provinciaal belang aan de orde is, en dat zal bij de N279 vaak het geval zijn, kan de provincie hier gebruik van maken.

| 50 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

Bijlage 1 Hieronder staat een longlist van belangen zoals opgehaald in de heroriëntatiefase. In hoofdstuk 5 is hiervan een samenvatting gegeven. Deze lijst is niet limitatief en kan in volgende fases waar nodig worden aangevuld en uitgewerkt.

Belangen: ● doorstroming N279 ● tempo en duidelijkheid ● duurzame infrastructuur ● veiligheid op de N279 ● leefbaarheid Veghel ● leefbaarheid langs bestaande route Helmond ● minder doorgaand verkeer Deurne ● minder doorgaand verkeer Bakel ● aansluiting Bakel ● leefbaarheid kleine kernen ● geen doorsnijding van het buitengebied ● voorkomen doorsnijding recreatieve routes ● bereikbaarheid tussen bewoners onderling ● leefbaarheid Ommel/Asten door betere doorstroming op A67 ● geluidshinder omwonenden ● ruimtelijke kwaliteit ● ontsnippering natuur ● strook N279 en Goorloop ● ruimte voor waterberging ● fietsers ● Voetgangers ● Verkeersveiligheid ● Draagvlak bewoners en dorpsraden ● woon- en vestigingsklimaat Zuidoost-Brabant ● verstedelijkingsopgave Brainportregio ● geen hinder sluipverkeer (afwikkelen op robuuste rand) ● bereikbaarheid economische toplocaties ● doorstroming A50 en A67 ● mobiliteitsstransitie ● Verduurzaming (minder uitstoot broeikasgassen door verkeer) ● (H)OV Helmond - Gemert - Veghel - Den Bosch directer dan nu (via Uden) ● snelfietsroute Uden - Veghel ● ruimtelijke kwaliteit Astense Aa ● Kaderrichtlijn Water ● klimaatadaptatieve inrichting vitale infrastructuur ● knelpunt Beekse Brug (als onderdeel bundelroute) ● Volksgezondheid

| 51 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

Gezondheidszorg (aanrijtijden) Toerisme duurzaamheid verkeersveiligheid landschappelijke kwaliteit recreatieve kwaliteit agrarisch gebruik en bedrijfsvoering gebiedsontwikkelingen Veghel (zoals Rembrandtlaan) bedrijven op terreinen in Veghel oversteek/brug bij Keldonk (Vervanging RWS Erpsebrug) landschap- en natuurwaarden eigenaren langs de N279 autoluw(er) centrum Helmond ruimtelijke aanheling Dierdonk aan rest Helmond veiligheid langzaam verkeer geen sluipverkeer strook tussen N279 en Goorloop (bomenstrategie ter hoogte Zijtaart) natuurgebied De Berken nabij Ommel langzaam verkeer passage Ommel - natuurgebied De Berken Landschapspark Kloostereind (Brouwhuis) fietsnetwerk in en rondom landschapspark Kloostereind Beekse Brug geen barrierewerking inpassing weg cultuurhistorische locatie bij kasteel Eijckenlust evenemententerrein Helmond gebiedsontwikkeling rondom kern Ommel aansluitingen A50 en A67/N279 passage N279 Veghel aansluitingen bij Gemert en Beek en Donk op de N272 en N615 passage Helmond met kruising N279 - N270 en tracé bij Dierdonk aansluiting rotonde N279 - Rochadeweg hub Gemert zonnepark Laarbeek mogelijke immigrantenhuisvesting Rijntjesdijk Berkendonk evenemententerrein Onveilige oversteek bij Oostappensedijk Bedrijventerrein Bemmer Natuurnetwerk Brabant Ecologische verbindingszones Meer bossen (bossenstrategie) Ontsnippering natuur

| 52 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

| 53 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01

Colofon 8 december 2022 Classificatie

:

Versie na stuurgroep 8 december

Namen adviseurs

:

● ● ●

Projectnummer

:

PO029752

Anton Bos Charlotte Nauta Christiaan van Zanten

| 54 | Plan van aanpak N279 Veghel - Asten - 8 december 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=6b4a04bb-35b1-45e3-9d70-e775c898319e