4 20220830 Lokale Energie Strategie Laarbeek.docx
Tekst van het document
Lokale Energie Strategie Laarbeek
Voorwoord portefeuillehouder
Voor u ligt de Lokale Energie Strategie van Laarbeek, waarin de Laarbeekse route wordt beschreven naar een duurzaam en toekomstbestendig lokaal energiesysteem. Een belangrijk plan, omdat het probleem groter lijkt dan ooit. Door hittegolven en overstromingen worden steeds meer gevolgen van klimaatverandering zichtbaar. Ook spreken we tegenwoordig over een ‘energiecrisis’ als het gaat om nieuwe bedrijven die niet meer voorzien kunnen worden van stroom, of gezinnen die hun energierekening niet meer kunnen betalen. De urgentie van de energietransitie wordt ook in Laarbeek duidelijk gevoeld. Tegelijk stel ik me de vraag: is er nog wel iets mogelijk? We zien weerstand tegen technologieën zoals windmolens, ons stroomnet piept en kraakt en landelijk beleid laat aan duidelijkheid en slagkracht te wensen over. Toch ben ik enigszins positief over de toekomst. Waar we ergens nee tegen zeggen, waar we tegen problemen aanlopen zoals een tekortschietend stroomnetwerk, waar we geconfronteerd worden met de toelevering van gas als gevolg van geopolitieke factoren en belemmerende wetgeving, daar zullen we ook zoeken naar andere oplossingen. En die gaan er zeker komen, we staan op een kantelpunt. Niet alleen omdat het moet maar omdat het kán. Ik verwacht een versnelling door regionaal en landelijk beleid en ook technologische ontwikkelingen gaan razendsnel.
Er zijn al oplossingen voorhanden, die komen er steeds meer, en samen met de inwoners maken we de puzzel wat in Laarbeek het beste past. We lopen niet achter de feiten aan, maar houden regie. De energietransitie is een grote uitdaging maar daarvoor zijn we in Laarbeek niet bang. Zoals vaker gezegd: Laarbeek verandert de wereld niet. Maar als we dat allemaal zeggen en naar elkaar gaan wijzen verandert er niets. Ik kan en wil het later aan mijn kinderen en
kleinkinderen niet uitleggen dat we hebben nagelaten te handelen toen het nog kon. Wie kan of wil dat wel? Laten we aan de slag gaan en als Laarbeek op zijn mínst de ambitie hebben een bijdrage te leveren. In het besef dat de wereld als gevolg van de klimaatverandering gáát veranderen, maar dan bij voorkeur wel in een gewenste richting. Ik heb er vertrouwen in dat de gemeente dit samen met onze inwoners, organisaties en bedrijven tot een succes gaat maken. Joan Briels Wethouder duurzaamheid
Inhoudsopgave 1.
Inleiding: een Lokale Energie Strategie voor Laarbeek
2.
Duurzaam wonen en werken
3.
Duurzame warmte
4.
Duurzaam energiesysteem
5.
Conclusie: de Energietransitie Agenda
2
1. Inleiding: een Lokale Energie Strategie voor Laarbeek Laarbeek staat voor een grote uitdaging: het verduurzamen van het lokale energiesysteem. We maken onze gemeente toekomstbestendig en dragen bij aan het behalen van de regionale, landelijke en internationale klimaatdoelen. Daarvoor is beleid nodig: een lokale aanpak met keuzes voor wat we gaan doen en hoe. Deze prioriteiten en voorwaarden staan in de Lokale Energie Strategie beschreven. Deze Lokale Energie Strategie begint natuurlijk niet bij nul. Het is een verdere uitwerking van de Duurzaamheidsagenda die in 2019 werd vastgesteld, en een actualisatie van de Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie (ook uit 2019). Daarnaast is het een lokale vertaling van de Regionale Energie Strategie (2021). Ook ander lokaal, regionaal en landelijk beleid is als input meegenomen, net als recente ontwikkelingen en onderzoeken. Een overzicht is opgenomen in bijlage 1. Deze strategie brengt focus en prioritering aan in de onderwerpen waar we ons actief voor inzetten. Het benoemt beleidsstukken die daarvoor leidend zijn of ontwikkeld zullen worden, en geeft een overzicht van activiteiten die we hiervoor (gaan) uitvoeren. De strategie volgt een thematische indeling, en is een adaptieve agenda die jaarlijks kan worden bijgesteld, parallel aan de aanpak van de Duurzaamheidsagenda.
Per thema worden ambities, beleidsstukken en activiteiten genoemd, met daarbij een ruwe planning. Voor het onderdeel ‘grootschalige opwek’ worden nadere beleidsregels geschetst, ter vervanging van de Visie Grootschalige Opwek.
Doelstelling Het doel van dit beleidsstuk is het vaststellen van een integraal beleid voor de energietransitie in Laarbeek, dat de komende jaren kan dienen als leidraad en toetsingskader voor het uitvoeren van activiteiten om energie te besparen en op te wekken. Zo kunnen we ons energiesysteem verduurzamen op een manier die bij Laarbeek past. Bestaand lokaal,
Lokale
Nieuwe
Lokale Energie
regionaal en
uitgangspu
ontwikkelingen
Strategie
nationaal beleid
nten
en onderzoeken
Laarbeek
Thema’s In de RES en de Transitievisie Warmte worden vaak de thema’s besparing, warmte en duurzame opwek genoemd. De duurzaamheidsagenda onderscheidt duurzaam wonen, waaronder bijvoorbeeld besparing valt, en duurzame energie (warmte en opwek). Dit zijn belangrijke thema’s, ook voor Laarbeek. Maar beide dekken de lading niet helemaal: we doen, moeten en willen meer. Ons beleid wordt daarom verdeeld in drie brede thema’s, waar telkens een aantal onderwerpen onder vallen. 1. Duurzaam wonen en werken Samen besparen we energie, wekken we warmte en stroom op voor eigen verbruik, verduurzamen we onze bedrijven en mobiliteit en gaan we energiearmoede tegen. Zo wordt onze gebouwde omgeving voorbereid op het veranderende klimaat.
2. Duurzame warmte We werken met een wijkgerichte aanpak toe naar een aardgasvrije gemeente door een combinatie van warmtebesparing, collectieve duurzame warmte, en individuele oplossingen per gebouw.
3. Energiesysteem
3
We richten het lokale systeem van grootschalige opwek, energietransport en opslag in op een manier die bij Laarbeek past.
Uitgangspunten Los van de themakeuze hanteren we een aantal vaste uitgangspunten waar de lokale energiestrategie aan moet voldoen. Deze zijn onder andere overgenomen uit het coalitieakkoord ‘Samen aan zet!’, de duurzaamheidsagenda en de Transitievisie Warmte. Ze hebben vooral betrekking op onze manier van werken. Deze uitgangspunten zijn: 1. Participatief en lokaal Draagvlak is essentieel. Dus beslissen over grotere projecten, zoals grootschalige opwek of een wijkaanpak voor warmte, doen we zoveel mogelijk samen met inwoners en andere lokale partijen. Ook de uitvoering gebeurt waar mogelijk met lokale partijen, zo houden we de voordelen in Laarbeek. Er is ruimte voor participatie in het hele proces, en alle belangen en stemmen worden meegenomen. Over activiteiten wordt actief en duidelijk gecommuniceerd. 2. Financieel haalbaar en inclusief Alle inwoners moeten mee kunnen doen en er worden voldoende middelen toegekend om de doelen te laten slagen. Er is extra aandacht voor mensen die minder te besteden hebben. 3. Betrouwbaar en veilig Er is ruimte voor innovatie, want technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Dit moet wel betrouwbaar en veilig zijn: de kwaliteit van de (woon)omgeving staat centraal. Ook is de gemeente betrouwbaar als partner. Communicatie is cruciaal: we geven goede en tijdige informatie, komen afspraken na en zijn bereikbaar voor vragen. 4.
In balans met andere opgaven en thema’s De energietransitie staat niet op zichzelf, maar is verweven met maatschappelijke thema’s zoals de transitie van het buitengebied, de woonopgave, natuur en landschap, klimaat en biodiversiteit, en economische ontwikkeling. De inspanningen voor de energietransitie zijn in balans met deze andere functies en doelen, en sluiten aan op ander Laarbeeks en bovenlokaal beleid. 5. Zorgvuldig en reëel Als kleine gemeente kunnen en willen we niet alles tegelijk. Daarom maken we keuzes met welke projecten en doelen we starten, zodat we zorgvuldig kunnen werken. Inwoners hebben de activiteiten goed in beeld en doen zoveel mogelijk mee. Er is ruimte om te leren van eerdere ervaringen van onszelf en anderen en bij te sturen als dat nodig is. 6. Creatief en praktisch Soms staan wettelijke bepalingen een gewenste ontwikkeling in de weg, zoals bij het lokaal leveren van elektriciteit binnen een bedrijventerrein. In zo’n situatie kijken we praktisch mee met initiatiefnemers, denken wij in kansen en durven we gecalculeerde risico’s te nemen.
De Lokale Energie Strategie in de praktijk De Lokale Energie Strategie wordt als onderdeel van de Duurzaamheidsagenda vormgegeven en uitgevoerd door het ambtelijke team duurzaamheid, in samenwerking met interne collega’s van bijvoorbeeld communicatie, gebouwenbeheer, sociaal domein, openbare ruimte en economie. Ook wordt er veel samengewerkt in de regio. De ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op, van Rijksuitkeringen voor energiearmoede tot schaarste op het elektriciteitsnet. Daarom is het belangrijk om flexibel op ontwikkelingen in te spelen en prioriteiten te verleggen als dat nodig is. Dat doen we via het model uit de duurzaamheidsagenda. We rapporteren regelmatig aan de gemeenteraad over de voortgang en eventuele verschuivingen. Ook is er jaarlijks een ‘terugkoppelmoment’ met de raad, waarin de stand van zaken wordt doorgesproken en prioriteiten kunnen worden bijgesteld. Naar
4
aanleiding van die discussie wordt dan een nieuw overzicht gemaakt met geplande activiteiten voor het komende jaar. Deze strategie zelf hoeft niet jaarlijks te worden bijgesteld: het brede kader van drie thema’s, huidige en voorgenomen beleidsstukken en de uitgangspunten bij de uitvoering blijft relevant.
2. Duurzaam wonen en werken Samen besparen we energie, wekken we warmte en stroom op voor eigen verbruik, verduurzamen we onze bedrijven en mobiliteit en gaan we energiearmoede tegen.
Inleiding In energiebeleid is besparing meestal het vertrekpunt, en terecht: alles wat je bespaart hoef je immers niet op te wekken en te transporteren. Maar duurzaam wonen voor onze inwoners is meer dan besparen: ook het zelf opwekken van warmte of stroom voor eigen gebruik moedigen we aan. Ook is de gebouwde omgeving breder dan alleen woningen. Daarnaast zijn er binnen duurzaam wonen en werken speciale doelgroepen die extra aandacht verdienen. Bijvoorbeeld inwoners met energiearmoede: mensen die in slecht geïsoleerde huizen wonen, een laag inkomen hebben en daardoor moeite hebben om de energierekening te betalen. Door een aanpak voor energie-armoede helpen we onze inwoners die minder te besteden hebben. En ook voor huurwoningen, kantoorpanden en andere bedrijven geldt dat maatwerk belangrijk is. Daarom maken we daar apart beleid voor. Andere onderwerpen die binnen dit thema vallen parkeren we juist, omdat ze nu geen prioriteit hebben of omdat we er als gemeente maar weinig invloed op hebben.
Waar staan we nu Hoeveel energie verbruiken we? Laarbeek heeft een energieverbruik van zo’n 3130 TJ1. Dat is vrij gemiddeld in de MRE-regio, als we het omrekenen per inwoner. Het is logisch om eerst te kijken waar we energie voor gebruiken, en hoe we dat zouden kunnen besparen. Woningen gebruiken 19% van deze energie (zie tabel). Ons beleid voor besparing richtte zich tot nu toe nog vooral op woningen, maar ook in de andere sectoren moeten grote stappen gezet worden. Daar hebben we als gemeente echter soms minder invloed op. 1086 TJ
industrie en bedrijven
35%
670 TJ
vervoer
21%
600 TJ
agrarische sector
19%
580 TJ
woningen
19%
waarvan warmte 455 TJ (79%) waarvan stroom 107 TJ (18%) waarvan zonnestroom achter de meter 18 TJ (3%) 217 TJ
overige gebouwen
7%
49 TJ
overig
1%
Bron van de cijfers in deze paragraaf: Klimaatmonitor (2022). De Monitor gebruikt cijfers van 2019 – 2021, dit zijn de meest recente gegevens die beschikbaar zijn. 1
5
Welke activiteiten voeren we uit? De
afgelopen
jaren
is
duurzaam
wonen
een
van
de
speerpunten
geweest
van
het
duurzaamheidsbeleid. We hebben verschillende activiteiten gedaan zoals deelname aan de Groene Zone voor het aanschaffen van zonnepanelen; duurzaamheidsleningen, de Groene Bon voor huiseigenaren en huurders, opstarten van het regionale energieloket Energiehuis Slim Wonen, samenwerking met Duurzaam Wonen Laarbeek en acties zoals de Duurzame Huizen Route. Met dit soort activiteiten gaan we de komende jaren door. Daarnaast komen er ook activiteiten die zich richten op vervoer, bedrijven en bijvoorbeeld ons eigen maatschappelijk vastgoed (dit valt onder ‘overige gebouwen’).
Ambities 1. Energiebesparing: we volgen de bespaardoelen van de Europese Richtlijn Energie Efficiëntie en het Nationale Energieakkoord, namelijk 1.5% per jaar besparen van ons energieverbruik. 2. Duurzame woningvoorraad:
onze
woningvoorraad
is
goed
geïsoleerd
(ten
minste
energielabel C) in 2030, en aardgasvrij in 2050. Dit geldt ook voor kantoorpanden, waarvoor we de verplichting van ten minste energielabel C stimuleren en handhaven. 3. Duurzame nieuwbouw: nieuwbouwwoningen zijn ten minste bijna energieneutraal (BENG), en zoveel mogelijk volledig energieneutraal. 4. Energiearmoede: duurzame energie en comfortabel wonen is voor al onze inwoners betaalbaar. 5. Duurzaam maatschappelijk vastgoed: ons maatschappelijk vastgoed is goed geïsoleerd (ten minste energielabel C) en wekt waar mogelijk eigen duurzame stroom en warmte op. We volgen de EU doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030, ten opzichte van 1990.
Beleidsontwikkeling Voor sommige doelen is de gecoördineerde inzet van meerdere activiteiten nodig, die bijvoorbeeld gericht zijn op een kwetsbare doelgroep. We ontwikkelen beleid op de volgende onderwerpen: •
Routekaart verduurzamen gemeentelijk maatschappelijk vastgoed In 2020 heeft de VNG een sectorale routekaart gemeentelijk maatschappelijk vastgoed opgesteld, en gemeenten opgeroepen om deze lokaal te vertalen. Laarbeek heeft inmiddels een eigen routekaart ontwikkeld om tot de 55% CO2 -reductie te komen, die financieel wordt ingevuld en in de begroting 2023 zal worden meegenomen. Zo plannen we hoe we onze vastgoedportefeuille toekomstbestendig maken.
•
Plan van aanpak energiearmoede Energiearmoede is in 2021 en 2022 als thema gaan leven, als gevolg van de stijgende energieprijzen. Het Rijk stelt een specifieke uitkering (SPUK) beschikbaar voor gemeenten om energiearmoede tegen te gaan. Ook is er een eenmalige toeslag voor minima en wordt een nationaal isolatieprogramma ontwikkeld. De lokale inzet van deze middelen wordt beschreven in een plan van aanpak energiearmoede, dat eind 2022 aan de raad wordt gepresenteerd. Het plan bevat ook een schets van hoe dit thema de komende jaren wordt opgepakt.
•
Plan van aanpak verduurzaming huurwoningen Een groot deel van de groep mensen met energiearmoede woont in huurwoningen, en heeft daarmee minder te zeggen over bijvoorbeeld isolatiemaatregelen. Daarom komt er een plan met de woningcorporaties over het verduurzamen van huurwoningen. Duurzaamheid zal bijvoorbeeld worden opgenomen in de prestatieafspraken.
6
Activiteiten Jaarlijks wordt in de duurzaamheidsagenda een lijst met activiteiten opgenomen om dit thema vorm te geven. Een overzicht van lopende activiteiten en activiteiten die gepland zijn, is te vinden in de agenda (pagina 11). De komende jaren richten we ons op een verbreding van activiteiten, zodat we ons niet alleen op duurzaam wonen richten maar ook op duurzaam werken.
Lange termijn Onderwerpen die op dit moment nog weinig invulling kennen, zijn het verduurzamen van bedrijventerreinen, mobiliteit en de agrarische sector. Voor duurzame bedrijventerreinen wordt in de MRE een coalitie ontwikkeld waarin onder andere Helmond een prominente rol speelt. Laarbeek kiest ervoor om de ontwikkeling van deze coalitie te volgen en best practices ook in Laarbeek uit te voeren. Voor mobiliteit geldt dat de gemeente hier een beperkte invloed op heeft, terwijl er landelijk veel wordt ontwikkeld. Denk aan de verplichting voor elektrische auto’s vanaf 2035, de voorgenomen kilometerheffing vanaf 2030, en impulsen voor het gebruik van het openbaar vervoer. Laarbeek volgt deze ontwikkelingen. Lokaal zetten we in op onder andere de ontwikkeling van snelfietspaden. In de agrarische sector zien we grote verschuivingen plaatsvinden, zoals vermindering van het aantal boerenbedrijven, modernisering en meer biologische en natuur-inclusieve landbouw. Dit laatste wordt veelal ingegeven door strengere landelijke milieu-eisen. De MRE ontwikkelt een Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant, waarin ook het thema transitie landelijk gebied wordt meegenomen. Daarin is aandacht voor de veranderingen in de agrarische sector en voor duurzaamheid.
Ten slotte ontwikkelt het Rijk een Nationaal Isolatieprogramma, er is nu nog onvoldoende zicht op welke activiteiten en budgetten daarvoor beschikbaar komen. We volgen dit en maken uiteraard gebruik van de regelingen die beschikbaar komen.
3. Duurzame warmte We werken met een wijkgerichte aanpak toe naar een aardgasvrije gemeente door een combinatie van warmtebesparing, collectieve duurzame warmte, en individuele oplossingen per gebouw.
Inleiding Laarbeek heeft met de Transitievisie Warmte (vastgesteld in januari 2022) de aanpak geschetst voor het verduurzamen van de warmtevoorziening. Er is gekozen voor een wijkaanpak, waarin we per wijk de mogelijkheden onderzoeken voor duurzame warmte en samen met de bewoners een plan maken om aardgasvrij te worden, inclusief financieel plan en tijdsplanning. De drie onderwerpen waarop binnen de warmtetransitie wordt ingezet zijn warmtebesparing, het onderzoeken van de mogelijkheden voor een collectieve wijkaanpak, en het onderzoeken van individuele oplossingen per woning.
Waar staan we nu De aanpak per wijk (het zogenaamde wijkuitvoeringsplan) moet in samenwerking met de inwoners worden vormgegeven. Daarvoor zijn soms eerst technische onderzoeken nodig, zodat er besproken kan worden wat er wel en niet mogelijk is. Op dit moment loopt een technisch onderzoek in samenwerking met de gemeente Helmond en waterschap Aa en Maas, over de potentie van restwarmte van de rioolwaterzuivering in Aarle-Rixtel. Als die resultaten bekend zijn, gaan we met bewoners in gesprek. Voor Mariahout zijn in 2021 al technische onderzoeken uitgevoerd naar de potentie van zonthermie in combinatie met een warmtenet. Deze informatie wordt gebruikt voor een bewonerstraject dat van start gaat. Ook gaat een technisch onderzoek van start naar de potentie van
7
aquathermie van het Wilhelminakanaal, in samenwerking met andere gemeenten aan het kanaal. Regionaal gaan onderzoeken lopen naar de mogelijkheden van diepe geothermie. Op dit moment wordt zo’n 9% van de gebruikte warmte in Laarbeekse woningen duurzaam opgewekt. Het gaat om 38 TJ opwek door houtkachels, die juist controversieel worden door de uitstoot van fijnstof. Ook wordt 2 TJ opgewekt door warmtepompen, op een totaalverbruik van 455 TJ. Ook zonder actief beleid zal dit percentage licht gaan stijgen, vanwege het verbod op aardgas bij nieuwbouwwoningen en omdat steeds meer inwoners bij renovatie kiezen voor een warmtepomp.
Ambities 1. Aardgasvrij wonen in 2050: we volgen de ambitie uit het Klimaatakkoord en zetten erop in dat alle woningen in Laarbeek aardgasvrij zijn in 2050. Deze ambitie is de basis van de Transitievisie Warmte. 2. Onderweg naar aardgasvrij in 2030: in 2023 zijn de wijkuitvoeringsplannen voor Mariahout en Aarle-Rixtel gereed en wordt met de uitvoering begonnen. In 2030 zijn deze kernen wellicht nog niet helemaal aardgasvrij, maar wel onderweg. 3. Aanpak bedrijventerreinen en buitengebied: in 2030 is een uitvoeringsplan gereed voor aardgasvrije bedrijventerreinen en verspreide woningen in het buitengebied, waarna de uitvoering direct start.
Beleidsontwikkeling De komende jaren wordt gewerkt aan beleid per kern. Omdat het niet mogelijk is om in alle kernen tegelijk zo’n omvangrijk traject op te starten, wordt gestart met de twee meest kansrijke kernen. Dit zijn Mariahout en Aarle-Rixtel. Dit leidt tot de volgende beleidsstukken: • Wijkuitvoeringsplan Mariahout • Wijkuitvoeringsplan Aarle-Rixtel
Activiteiten De uitvoeringsplannen voor bedrijventerreinen en het buitengebied zijn gepland voor 2030, maar in de tussentijd worden losse activiteiten gepland om ook deze doelgroepen te stimuleren om aardgasvrij te worden. Het gaat bijvoorbeeld om voorlichting en het verstrekken van leningen voor particulieren. Voor de wijken (kernen) die prioriteit hebben, zijn de belangrijkste activiteiten het uitvoeren van technische studies en het uitvoeren van bewonerstrajecten. Daarnaast participeert Laarbeek in de RES-regio voor kennisuitwisseling rondom de warmtetransitie. Ten slotte werkt de gemeente ook graag mee aan lokale initiatieven van (groepen) bewoners of bedrijven.
Lange termijn De wijkuitvoeringsplannen voor Beek en Donk en Lieshout worden pas ontwikkeld na 2030. Er wordt wel eerder gestart met de uitvoeringsplannen voor het buitengebied en voor bedrijventerreinen. Hiervoor volgen we de ontwikkelingen in de RES-regio, bijvoorbeeld in de coalitie ‘verduurzamen bedrijventerreinen’ waarin Helmond een trekkersrol heeft. We verwachten daarnaast dat het Rijk de warmtetransitie zal ondersteunen door middel van het beschikbaar maken van kennis, landelijke acties en subsidies, waar Laarbeek uiteraard graag gebruik van maakt.
4. Duurzaam energiesysteem We richten het lokale systeem van grootschalige opwek, energietransport en opslag in op een manier die bij Laarbeek past.
Inleiding Energiebeleid begon in Laarbeek enkele jaren geleden met grootschalige opwek. De discussie was toen nog relatief eenvoudig: willen we grootschalige opwek zoals zonne- of windparken, zo ja waar en
8
onder welke voorwaarden? Inmiddels is de discussie verbreed. We hebben te maken met technologische ontwikkelingen voor opwek maar ook voor grootschalige batterij-opslag. Tegelijk geeft het elektriciteitsnet problemen, zowel voor het leveren van stroom aan het net, als voor het grootverbruik van stroom. Ook op deze thema’s zal de gemeente meer regie moeten nemen en beleid moeten ontwikkelen.
Waar staan we nu Hoeveel energie wekken we op? Alle geregistreerde zonnepanelen in Laarbeek wekken samen zo’n 77 TJ op. Het gaat om 12.169 panelen op woningen, en 14.553 panelen op niet-woningen, zoals agrarische daken en andere bedrijfsdaken. Zon op land is in deze cijfers nog niet meegenomen, omdat de eerste zonneparken wel vergund zijn, maar nog niet operationeel zijn. Per inwoner scoren we daarmee onder het gemiddelde van de MRE-regio. Onze bijdrage aan duurzame warmte is nog veel kleiner: met houtkachels wordt 38 TJ opgewekt en met warmtepompen 2 TJ. In totaal wekken we 117 TJ duurzaam op: ongeveer 3.7% van ons huidige verbruik. Wat staat er op de planning? In de pilot grootschalige opwek zijn vijf zonnepark-initiatieven geselecteerd. Drie parken hebben inmiddels een onherroepelijke vergunning. In een geval loopt nog een juridische procedure en voor het vijfde park is de vergunning nog niet definitief afgegeven. Mochten al deze parken worden gerealiseerd, dan gaat het om een verwachte jaaropbrengst van zo’n 163 TJ. Dit is dus nog eens ongeveer 5,2% van ons huidige verbruik. Het totaal van duurzame opwek komt dan op bijna 9% van ons huidige verbruik dat duurzaam wordt opgewekt. Wat zijn belangrijke ontwikkelingen? Voor grootschalige opwek is een belangrijke ontwikkeling de vaststelling van de RES 1.0 en de vorderingen in Laarbeek om de beide zoekgebieden vorm te geven.
Er is een omgevingsdialoog gehouden om onder andere de mogelijkheden voor windenergie te bespreken, en er zijn lessen getrokken uit de evaluatie van de Visie uit 2019. Op basis daarvan is een beleidsactualisatie opgesteld, die tegelijk met deze strategie wordt aangeboden. Voor energietransport geldt dat recent transportschaarste (fase 1A) is afgekondigd. Dit betekent onder andere dat grootschalige opwek niet meer kan worden aangesloten op het net, omdat de opgewekte stroom niet getransporteerd kan worden. Dit leidt tot concurrentie om de spaarzame ruimte die nog beschikbaar is, waardoor bijvoorbeeld zonneparken verhinderen dat grote zon-op-dak installaties aangesloten worden. Er wordt provinciaal en landelijk gekeken naar het wijzigen van de wet dat aanvragen voor aansluitingen (voor zowel teruglevering op het net als afname) op volgorde van binnenkomst worden behandeld. Hierdoor kan de zonneladder zoals vastgesteld in de RES in de praktijk meer tot uiting komen. Naar verwachting gaat het ten minste tot 2030 duren voordat de problemen structureel zijn opgelost, hoewel in de tussentijd wel zicht is op tijdelijke maatregelen die wat capaciteit vrijspelen. Te verwachten is dat door de schaarste een toenemende vraag zal zijn naar opslag, zowel op kleine schaal (particulier en bedrijven) als op grotere schaal (rondom grootschalige opwek en rondom elektriciteitsstations).
Voor opslag geldt daarnaast dat de eerste projecten die zich uitsluitend richten op opslag, in Nederland verschijnen en rendabel lijken. Ook wordt opslag vaker gerealiseerd bij energie-intensieve bedrijven, zoals glastuinbouw. Laarbeek kan in de toekomst meer van dit soort aanvragen verwachten. De actualisatie van het beleid grootschalige opwek laat hier ruimte voor.
9
Ambities 1. Lokale duurzame opwek: Laarbeek wekt in 2030 ten minste 25% van haar energievraag lokaal op, door een combinatie van groot- en kleinschalige opwek en het verlagen van de energievraag. 2. Lokale opslag en transport: in 2035 is transportschaarste in Laarbeek geen belemmering meer voor opwekinstallaties en grootverbruikers, doordat het netwerk is versterkt en energie lokaal opgeslagen en gebruikt wordt.
Beleidsontwikkeling Grootschalige opwek, opslag en transport zijn thema’s die in de toekomst om beleidsontwikkeling zullen blijven vragen, omdat het bovengemeentelijke beleid vaak verandert en de fysieke omstandigheden (zoals netcapaciteit) ook. Drie beleidsstukken zijn op korte termijn te voorzien: •
•
•
Actualisatie visie grootschalige opwek Een van de aanleidingen van deze Lokale Energie Strategie was de noodzakelijke evaluatie en actualisatie van het beleid grootschalige opwek. Tegelijk met deze strategie wordt deze evaluatie gepresenteerd, met daarbij een beleidsherziening van de visie, met nieuwe spelregels voor grootschalige opwek, transport en opslag van duurzame warmte en stroom. Omgevingsfonds duurzaamheid Nu de realisatie van de eerste zonneparken in zicht komt, moet een Omgevingsfonds Duurzaamheid worden ingesteld met daarin spelregels voor de besteding van de jaarlijkse afdrachten van de zonneparken. Samenwerkingsplan energietransitie Peelgemeenten Sinds enkele jaren werken de Peelgemeenten inclusief Helmond intensief samen om invulling en uitvoering te geven aan de RES. Het voornemen bestaat om beleid binnen deze gemeenten te harmoniseren en gezamenlijk projecten uit te voeren. Hiertoe zal een gezamenlijk plan van aanpak worden geschreven.
Activiteiten Om het thema Energiesysteem verder invulling te geven, participeert Laarbeek op meerdere manieren in het RES-traject van de MRE. Daarnaast worden de laatste stappen gezet in het vergunnen en begeleiden van de zonneparken uit de pilot. We volgen de ontwikkelingen rondom netschaarste en nemen deel aan de regionale lobby voor het versterken van het elektriciteitsnetwerk in en rondom Laarbeek. Ook richten we ons op kleinere activiteiten die grootschalige opwek kunnen bevorderen, zoals grootschalige zon-op-dak projecten. Hiervoor wordt onder andere samengewerkt met Laarbeek Energie. Ten slotte wordt gestart met het uitgeven van subsidies uit het Omgevingsfonds Duurzaamheid, waaruit kleine projecten voor allerlei duurzame thema’s worden gefinancierd.
Lange termijn Het versterken van het netwerk en het stimuleren van lokale opslag is een kwestie van lange adem, dit kost jaren om te realiseren. Hetzelfde geldt voor beleid om verschillende netaansluitingen, zowel voor teruglevering als voor afname, te prioriteren. Laarbeek volgt deze discussies en is voornemens hierin ook de lijn van de provincie te volgen, die in deze lobby het voortouw neemt.
10
5. Conclusie Samenvattend zet Laarbeek zich de komende jaren in voor de lokale energietransitie. Beleid wordt ingedeeld in drie thema’s: duurzaam wonen en werken; duurzame warmte; en duurzaam energiesysteem. Steeds staan daarbij algemene principes voorop die de ervoor zorgen dat de energietransitie vorm krijgt op een manier die bij Laarbeek en haar inwoners past. Concreet is onze doelstelling vertaald in ambities, die meestal in minder dan tien jaar gehaald kunnen worden. Zo wordt de abstracte ‘stip op de horizon’ van energieneutraliteit behapbaar en te overzien. Voor deze ambities zijn prioriteiten gesteld, zowel in het maken van noodzakelijke en ondersteunende beleidsstukken, als in de keuze voor concrete activiteiten die de ambities dichterbij brengen. Dit betekent ook dat sommige thema’s pas op langere termijn, wellicht over enkele jaren, meer aandacht zullen krijgen. Al blijven we natuurlijk altijd flexibel inspelen op mogelijkheden die voorbij komen zoals
subsidies
of
goede
voorbeelden
van
buurgemeenten;
en
op
technologische
en
beleidsontwikkelingen. Een overzicht van onze aanpak is op de volgende pagina in kaart gebracht als Energietransitie Agenda, in lijn met de Duurzaamheidsagenda die wij sinds 2019 in de gemeente hanteren. Deze agenda kan regelmatig worden vernieuwd door activiteiten en beleidsdoelen toe te voegen, van lange naar korte termijn te verplaatsen of andersom, en natuurlijk door succesvol afgeronde zaken van de agenda te halen. Zo blijven we actueel en actief, om samen met inwoners en andere betrokken partijen ons lokale energiesysteem stap voor stap te verduurzamen.
11
Energietransitie Agenda
Duurzaam wonen en werken
Duurzame warmte
Samen besparen we energie, wekken we
Duurzaam energiesysteem
We werken toe naar een aardgasvrije
We richten het lokale systeem van
warmte en stroom op voor eigen verbruik,
gemeente door een combinatie van
verduurzamen we onze bedrijven en
grootschalige opwek,
warmtebesparing, collectieve duurzame
mobiliteit en gaan we energiearmoede
energietransport en opslag in op
warmte, en individuele oplossingen per
tegen.
een manier die bij Laarbeek past.
gebouw.
Beleid
Planning
Beleid
Planning
Beleid
Planning
Routekaart verduurzamen gemeentelijk
2022
Transitievisie Warmte
vastgesteld
Evaluatie en actualisatie beleid
2022
maatschappelijk vastgoed
grootschalige opwek
Plan van aanpak energiearmoede
2022
Wijkuitvoeringsplan Mariahout
2023
Vaststellen Omgevingsfonds
2022
Plan van aanpak verduurzaming
2023
Wijkuitvoeringsplan Aarle-Rixtel
2023
samenwerkingsplan energietransitie
2023
huurwoningen i.s.m. woningcorporaties
Peelgemeenten
Activiteiten
Activiteiten
Activiteiten
Duurzaamheidslening
Actief
Bewonerstraject Mariahout
Start Q3 2022
Participatie RES traject MRE
actief
Uitvoeren routekaart verduurzamen
Actief
Technisch onderzoek restwarmte
Actief
Vergunnen en begeleiden
Actief
maatschappelijk vastgoed
RWZI t.b.v. Aarle-Rixtel
zonneparken pilot
Energielabel C aanpak kantoorpanden
Start Q4 2022
Technisch onderzoek aquathermie
Groene Zone 2.0 isoleren met MRE regio
Start 2023
Wilhelminakanaal
Informatievoorziening o.a. via Energiehuis
Actief
Deelname werkgroep warmte MRE
Actief
Samenwerking Laarbeek Energie
Actief
Thuis Energie Besparen Doe Je Zo
Actief
Duurzaamheidslening
Actief
Start uitvoering Omgevingsfonds
2023
samenwerking Duurzaam Wonen Laarbeek en
Actief
Start Q3 2022
Volgen ontwikkelingen netschaarste,
Actief
deelname regionale lobby
Slim Wonen en eigen bijeenkomsten
Stichting Platform Duurzaam Laarbeek Uitkering eenmalige toeslag energiearmoede
Actief
Deelname Duurzame Huizen Route
Actief
Regeling Reductie Energieverbruik Woningen
Actief
Thema’s lange termijn
Thema’s lange termijn
Thema’s lange termijn
verduurzamen bedrijventerreinen
Wijkuitvoeringsplan Beek en Donk
Energietransport
verduurzamen mobiliteit
Wijkuitvoeringsplan Lieshout
Prioritering aansluitingen bij
verduurzamen agrarische sector
Uitvoeringsplan buitengebied
netschaarste
Activiteiten Nationaal Isolatieprogramma
Uitvoeringsplan bedrijventerreinen
Beleidsregels energieopslag
Bijlage 1. Overzicht geraadpleegde stukken. Als vertrekpunt voor dit beleid zijn de volgende stukken genomen: LOKAAL 1.
Duurzaamheidsagenda Laarbeek (2019) De duurzaamheidsagenda werd vastgesteld in 2019 en wordt sindsdien jaarlijks geactualiseerd met nieuwe activiteiten. De agenda bevat zes thema’s, waarvan er twee (deels) gaan over de energietransitie: duurzaam wonen en duurzame energie. De Lokale Energie Strategie kan gezien worden als een verdere uitwerking van deze thema’s.
2.
De Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie in Laarbeek (2019) In 2019 stelde de Laarbeekse gemeenteraad dit beleid op als eerste stap om grootschalige opwek in de gemeente vorm te geven. Er werd een pilot gestart waarin maximaal vijf zonneparken werden vergund en de mogelijkheden voor windenergie werden onderzocht. De Visie is geëvalueerd en toe aan een herziening.
3.
Omgevingsvisie Buitengebied (2021) In 2021 stelde de Laarbeekse gemeenteraad de Omgevingsvisie Buitengebied vast. Daarin staan waardevolle vertrekpunten voor de Lokale Energie Strategie zoals een gebiedsgerichte benadering per landschapstype en een thematische benadering zonne- en windenergie.
4.
Participatiebeleid Omgevingswet Laarbeek (2021) In oktober 2021 stelde de Laarbeekse gemeenteraad het Participatiebeleid Omgevingswet vast, vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet (naar verwachting in 2023). Hierin staan kaders voor het vormgeven van participatie.
5.
De Transitievisie Warmte (2022) In januari 2022 stelde de Laarbeekse gemeenteraad de Transitievisie Warmte vast. Hierin wordt geschetst hoe we aan de slag gaan met het aardgasvrij maken van de gemeente. Het beleid geeft een volgorde weer waarin er voor en met wijken een plan wordt gemaakt, de zogenaamde wijkuitvoeringsplannen. En het geeft belangrijke uitgangspunten aan waaraan het beleid moet voldoen.
6.
Bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ (2022) In het bestuursakkoord geeft het Laarbeekse college de speerpunten aan voor de periode 2022-2026.
Hierin
zijn
ook
speerpunten,
doelen
en
activiteiten
opgenomen
over
duurzaamheid en energie, die in de Lokale Energie Strategie een vertaling krijgen. REGIONAAL EN LANDELIJK 1.
Klimaatakkoord en Klimaatwet (2019) In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 de CO2-uitstoot met 49% moet verminderen ten opzichte van 1990, en in 2050 zelfs met 95%. Er staat niet in hoe dat moet, daarover zijn afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord staat bijvoorbeeld de verplichting om een RES te maken met regionale afspraken over de energietransitie.
2.
De Regionale Energie Strategie RES 1.0 (2021) Sinds 2018 werken 21 gemeenten, de provincie en twee waterschappen in de MRE samen aan de Regionale Energie Strategie. Deze werd vastgesteld in 2021 en schetst regionale kaders, prioriteiten en afspraken over de energietransitie in de regio.
3.
Ontwikkelingen Energiearmoede (2021-2022)
In 2021 zijn de gas- en stroomprijzen onverwacht hard gestegen, met als gevolg dat armere huishoudens niet altijd meer hun energierekening kunnen betalen. Het Rijk heeft geld vrijgemaakt om energiearmoede te kunnen bestrijden, zowel op de korte als op de langere termijn. Ook geeft het Rijk ‘spelregels’ mee voor een lokaal beleid voor energiearmoede. De landelijke aanpak wordt lokaal vertaald in het onderdeel energie-armoede van dit beleid. 4.
Landelijk Beleidsprogramma Verduurzaming Gebouwde Omgeving (2022) In 2022 publiceerde Minister De Jonge dit beleidsprogramma, waarin een aanpak wordt geschetst voor het verduurzamen van woningen en utiliteitsbouw. De lokale aanpak voor duurzaam wonen en werken is hierop gebaseerd.
ONDERZOEKEN EN ONTWIKKELINGEN 1.
Landschapsdialoog Lieshoutse Heide (2022) In 2021-2022 werd een landschapsdialoog gevoerd met de bewoners van het gebied Lieshoutse Heide. Hierin werd vooral gesproken over de wenselijkheid van windmolens in het gebied. De conclusies van deze dialoog worden in dit nieuwe beleid meegenomen.
2.
Onderzoek radarverstoring gemeente Meierijstad (2022) In mei 2022 verscheen een onderzoek van TNO / Pondera, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Meierijstad. Hierin wordt een aantal fictieve opstellingen van windmolens getoetst op radarverstoring. De conclusies van dit onderzoek worden in het hoofdstuk over windenergie van dit beleid meegenomen.
3.
Ontwikkelingen netschaarste (2022) In juni 2022 werd door TenneT en Enexis netschaarste fase 1A afgekondigd voor de gehele provincies Noord-Brabant en Limburg. Dit betekent dat er problemen zijn met zowel levering van elektriciteit (door bijvoorbeeld grootschalige opwek) als met afname van elektriciteit (bijvoorbeeld voor het aanleggen van een collectief warmtenet). Deze aankondiging heeft impact op de haalbaarheid van energie- en warmte-oplossingen voor de komende jaren.
14