4 20210114 RIB Plan Ouder worden in Laarbeek Bijlage.pdf
Tekst van het document
Ouder worden in Laarbeek? Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen
December 2020
Inhoud 1. Inleiding
3
2. Wat is vergrijzing?
4
2.1 Bewustwording; wat betekent vergrijzing voor mij? 2.2 De rol van de gemeente Laarbeek 2.3 De rol van de inwoners 3. Gebiedsvisie
5
6
6 7
3.1 Inzet op vergrijzing en zorg 8 3.2 Het faciliteren van verenigingen en voorzieningen voor jeugd en jongvolwassenen 8 3.3 Het vergroten van het woningaanbod en doorstroming vanuit huurwoningen
8
3.4 Het aanpakken van ouder en eenzijdig woningbezit9 4. Algemene resultaten enquête onder inwoners 9 5. Wonen
9
5.1 Wat doen inwoners nu al? 5.2 Waar zetten we op in? 6. Zorgen voor elkaar
10
10 11
6.1 Wat doen onze inwoners nu al? 6.2 Waar zetten we op in? 7. Gezondheid
11
12 13
7.1 Wat doen onze inwoners nu al? 7.2 Waar zetten we op in?
13
8. Inkomen en ouder worden
14
13
8.1 Wat doen onze inwoners al? 14 8.2 Waar zetten we op in?
14
9. Samenvatting
14
10. Financiële doorkijk
17
2
1. Inleiding Iedereen wil graag zo lang mogelijk zelfstandig blijven in zijn of haar eigen leefomgeving. Dit is niet alleen een wens van de inwoners, maar ook de landelijke beleidslijn. Het is ons doel, als overheid, om onze inwoners zo lang mogelijk, zo thuis mogelijk, te laten wonen en leven. Alleen thuis wonen is natuurlijk niet voldoende. Ons beleidsplan Sociaal Domein gaat uit van inclusie, integraliteit en maatwerk. Iedereen doet, op zijn of haar eigen manier, mee aan onze samenleving. Hierin heeft iedereen een rol (integraal). Om iedereen mee te kunnen laten doen op zijn manier, is soms maatwerk nodig. Specifiek doelgroepenbeleid past eigenlijk niet zo goed in beleid om zaken integraal op te pakken en waarin we van geen enkele vorm van anders zijn een reden maken om niet mee te hoeven doen. Toch willen we vergrijzing apart thematiseren. De vergrijzing heeft een grote impact op onze bevolkingssamenstelling. Daarnaast verwachten we stijgende zorgkosten en een grotere druk op de zorg naarmate er meer ouderen zijn. Middels dit plan kan dit dreigend zorginfarct niet teniet worden gedaan, maar het brengt wel een stukje bewustwording en we stippen aan hoe je bepaalde zaken misschien anders kunt organiseren. Samenwerking is hierbij erg belangrijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor ons Sociaal Domein met het Ruimtelijk Domein.
Wanneer je praat over bijvoorbeeld wonen, is het belangrijk dat er vanuit beide domeinen naar het vraagstuk wordt gekeken. Ook inwoners zelf hebben hier een belangrijke rol in, wat hebben zij nodig om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen? Hoe kunnen wij, als gemeente, bijdragen aan het versterken van gemeenschapszin en welk basisniveau van voorzieningen is er nodig om onze inwoners van een fijne woon- en leefplek te voorzien. Dit plan geeft een eerste aanzet tot bewustwording. Iedereen, zowel professionals, vrijwilligers als onze inwoners zelf hebben een rol. Samen zullen we er voor moeten zorgen dat iedereen mee doet en kan blijven doen. Dit plan bepaalt de richting. Waar gaan we naartoe en hoe kunnen we gezamenlijk de Laarbeekse gemeenschap versterken? Het is vooral een stuk om samen de schouders eronder te zetten en aan te stippen welke onderwerpen op welke manier zullen worden aangepakt. Wij geven aan hoe we omgaan met de vergrijzing en hoe we onze inwoners zoveel mogelijk in hun eigen kracht zetten als het gaat om ‘ouder worden’.
3
2. Wat is vergrijzing? Vergrijzing is een thema waar wij als inwoners en gemeente mee te maken hebben. Vergrijzing moet niet als een probleem worden gezien. Vergrijzing biedt ook kansen om samen met elkaar ervoor te zorgen dat we zo lang mogelijk zelfstandig blijven en bijvoorbeeld zelfstandig kunnen wonen. De vergrijzende doelgroep heeft veel kennis en is vaak ook nog erg vitaal. Hier kunnen we kracht uit putten. Vergrijzing betekent kort weg dat het percentage ‘ouderen’ ten opzichte van de jongere bevolking toeneemt. De bevolkingspiramide, hieronder weergegeven, schuift op van een hoger percentage jongeren t/m dertigers, naar een meer gelijkmatige verdeling waarbij de 60+ers oververtegenwoordigd zijn in vergelijking met de jongeren/tieners (zie figuur 1). Figuur 1: bevolkingspiramide gemeente Laarbeek (Bron: GGD volksgezondheid toekomstverkenning 2017)
In 2017 heeft de provincie Noord-Brabant een onderzoek gedaan naar de bevolkingsprognose. Op dat moment was ongeveer 19% van de bevolking in de provincie Noord-Brabant 65 jaar of ouder. De komende decennia, wanneer de naoorlogse geboortegolf gaandeweg deze leeftijd gaat bereiken, zal het percentage 65+ers sterk oplopen. Hierbij speelt ook de (verder) oplopende levensverwachting een rol. Rond 2040 bereikt de vergrijzing haar hoogtepunt. Dan behoort naar verwachting zo’n 27,5% van de bevolking tot de 65+ers. De hoogste leeftijdsgroepen groeien het sterkst. Rond 2050 zullen er ruim 450.000 75+ers zijn, tegen bijna 200.000 in 2016; meer dan een verdubbeling dus. In 2050 zal ongeveer tweederde van het totaal aantal 65+ers ouder zijn dan 75 jaar. Hier tekent zich de dubbele vergrijzing af: er komen, gelet op de leeftijdsopbouw van vandaag de dag, niet alleen meer ouderen bij. Zij leven gemiddeld ook steeds langer. Het percentage 75+ers loopt dan ook sterk op; van 8% in 2016 naar iets meer dan 17% in 2050.
4
Uit bovengenoemd onderzoek van de provincie blijkt dat de vergrijzing sterker toeneemt in landelijke gebieden, in vergelijking met het stedelijk gebied. In de gemeente Laarbeek is deze trend dan ook zichtbaar (zie figuur 1). Het percentage 65+ers (ongeveer 20% in 2030) verschilt daarmee niet van de andere Peelgemeenten. In de omliggende steden in Brabant, maar ook elders in Nederland ligt dit percentage lager. Als gevolg van vergrijzing neemt de druk op de zorg toe. Dit blijkt ook uit het document: Oud en Zelfstandig in 2030; een reisadvies. Hierin worden verschillende aanbevelingen belicht. Niet allemaal zijn ze bedoeld voor gemeenten. Er zijn bijvoorbeeld ook aandachtspunten voor zorgverzekeraars of zorginstellingen. Door zorg anders en efficiënter te organiseren kunnen we hier beter mee omgaan. Vanuit zorgoogpunt wordt er bijvoorbeeld geïnvesteerd in digitalisering. Hierdoor kan efficiënter worden gewerkt, beeldbellen is hier een voorbeeld van. Vanuit de gemeente zoeken we bewust de samenwerking op met andere partijen die een rol hebben rondom vergrijzing. Door samenwerking kunnen we de kansen rondom vergrijzing beter benutten. 2.1 Bewustwording; wat betekent vergrijzing voor mij? Vanaf het moment dat jongeren/starters beginnen aan het kopen van bijvoorbeeld woningen dienen zij zich bewust te zijn van het feit dat ook zij op enig moment ‘ouder’ worden.
Hier valt te denken aan, wil ik hier blijven wonen? En zo ja, wat is daar dan voor nodig en zo nee, hoe zou de toekomst er dan voor mij uit moeten zien? Deze bewustwording is de eerste belangrijke stap naar vitaal en vooral zelfredzaam ouder worden. Aan de andere kant is kostenbeheersing in het sociaal domein een belangrijk aandachtspunt. Het moge duidelijk zijn dat bijvoorbeeld de Wet Maatschappelijke Ondersteuning als vangnet dient. De ondersteuning moet binnen bereik blijven voor diegene die zorg en ondersteuning nodig hebben. Er wordt daarom verwacht dat iedereen eerst binnen zijn eigen mogelijkheden en netwerk kijkt naar hoe zij bepaalde zaken kunnen oplossen. Gemeenschapsgeld kan maar 1 keer uitgegeven worden, we moeten gezamenlijk zorgen dat de zorg en ondersteuning betaalbaar blijft. Het ‘normaliseren’ van bepaalde beperkingen die men logischerwijs ervaart als je ouder wordt is erg belangrijk. In de enquête ‘Ouder worden in Laarbeek’ is inwoners gevraagd of zij zich bewust zijn van het feit dat overheidsgeld uit bijvoorbeeld de Wmo, om gemeenschapsgeld gaat. En dat wij hier dus allemaal aan bijdragen. 48% van de respondenten is zich hiervan bewust, 30% is neutraal en 20% is het niet eens met deze stelling of weet het niet. Inwoners die het niet eens waren met deze stelling geven vooral aan dat het niet steeds duurder moet worden.
Ook wordt aangegeven dat men ondersteuning moet krijgen waar men ‘recht op’ heeft. Natuurlijk kunnen we de Wmo niet afschaffen. Wel moeten we er met z’n allen voor zorgen dat de zorg en ondersteuning betaalbaar blijft. Dit kan alleen als men aanspraak maakt op voorzieningen als er echt geen andere oplossing meer is. Hiermee zorgen we ook dat zorg beschikbaar blijft voor diegenen die het echt nodig hebben.
5
We denken daarom ook na over het voorkomen of uitstellen van zorgbehoefte. Gezondheid is daarbij een belangrijk thema. Niet alleen de afwezigheid van ziekte, maar ook juist het aanpassingsvermogen om zo goed mogelijk te blijven meedoen aan de samenleving. Het is belangrijk om na te denken op welke manier inwoners zelf denken fit en vitaal te kunnen blijven. Het is belangrijk dat iedereen zelf meedenkt over hoe zij hier zelf richting aan willen geven en dat begint bij bewustwording. 2.2 De rol van de gemeente Laarbeek Vergrijzing is een feit en om daar zo goed mogelijk mee om te gaan is het belangrijk dat wij aansluiten bij de wensen en behoeften van inwoners (Beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022). Wel moet dan duidelijk ingekaderd worden wat wel kan en wat niet kan. Het beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022 gaat uit van 3 uitgangspunten. Inclusie, maatwerk en integraliteit. Specifiek doelgroepenbeleid past eigenlijk niet zo goed in bovenstaande uitgangspunten. Vergrijzing heeft echter een grote impact op onze bevolkingssamenstelling, waardoor het van belang is om hier specifieke aandachtspunten op te formuleren. Daarnaast geeft de gemeente Laarbeek vanaf 2020 breed aandacht aan het onderwerp normaliseren. Voor heel veel zaken van ondersteuning heeft men tegenwoordig een stempel nodig. Bijvoorbeeld mantelzorgers. Voorheen zorgde men voor elkaar en werd dat normaal gevonden.
Tegenwoordig ben je mantelzorger en is er ondersteuningsaanbod gericht op deze specifieke doelgroep. Dit aanbod is natuurlijk niet verkeerd, maar door te focussen op kleine dingen die je voor elkaar kunt doen (en dit weer ‘normaal’ gaan vinden), kan escalatie en specialistisch aanbod in een later stadium voorkomen worden. Normalisatie betekent ook dat je je realiseert dat je ouder wordt en dat je, als gevolg daarvan, mogelijk minder mobiel wordt. Dit betekent ook dat je daarom al vroeg moet nadenken hoe je hierop in kan spelen. Deze boodschap is niet alleen van ons, als gemeente. We willen ervoor zorgen dat alle partijen die in het veld acteren, deze boodschap begrijpen en kunnen uitdragen. Hiervoor is samenwerking met bijvoorbeeld LEVgroep, maar ook zorginstanties van groot belang. De gemeente Laarbeek heeft een faciliterende rol. Hoe zorgen we ervoor dat het voorzieningenniveau op peil is en blijft? Hoe versterken we de rol van het voorliggend veld? En hoe zorgen we ervoor dat onze inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven? Dit kunnen wij niet alleen. Input vanuit onze inwoners is dan ook erg belangrijk. Daardoor kunnen wij inzetten op de juiste dingen. Ook zoeken we de samenwerking met andere partijen, bijvoorbeeld zorgverzekeraars of zorginstellingen.
Zij hebben bijvoorbeeld invloed op de digitalisering van zorg, waardoor inwoners efficiënter geholpen kunnen worden en de druk op zorg zo lang mogelijk beheersbaar blijft. 2.3 De rol van de inwoners Vanzelfsprekend hebben onze inwoners dan ook een belangrijke rol. Om goed te weten hoe we met vergrijzing omgaan en waar behoefte aan is, is het belangrijk dat inwoners deze behoefte kenbaar maken.
6
Om hier een aanzet voor te geven zijn er 2 bijeenkomsten georganiseerd in augustus en november 2019. Aan deze bijeenkomsten namen dorpsraden, seniorenverenigingen, maar ook zorgaanbieders deel. Deze bijeenkomsten hebben geleid tot definiëring van een aantal belangrijke thema’s als het gaat om vergrijzing. Onderwerpen die genoemd zijn in de eerste twee bijeenkomsten betreffende vergrijzing richten zich op wonen en zorg aan de ene kant en preventie aan de andere kant. Het is algemeen bekend dat bijvoorbeeld beweging bijdraagt aan het langer fit en vitaal blijven, waardoor dit een belangrijke pijler is op het gebied van preventie. Daarnaast is genoemd dat we de gemeenschapskracht moeten versterken. Mensen moeten het ‘normaal’ vinden om elkaar te helpen. Dat is natuurlijk al zo, met name in de kleinere kernen, maar daarin kunnen we elkaar nog meer versterken. Met deze 3 thema’s: wonen, gezondheid (preventie) en zorgen voor elkaar is een enquête ontwikkeld. Deze enquête is uitgezet via Tip Laarbeek en de Social Media kanalen. De enquête was bedoeld voor iedere inwoner. Het doel was aan de ene kant bewustwording van het feit dat iedereen vroeg of laat ‘ouder’ wordt. Aan de andere kant wilde we graag ophalen hoe wij als gemeente kunnen ondersteunen om de zelfredzaamheid van inwoners te stimuleren. Uit deze enquête bleek de grote betrokkenheid van onze inwoners.
Uit het grote aantal deelnemers kan zeker worden vastgesteld dat het thema leeft en dat er een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt gevoeld. Met de uitkomsten van de enquête gaan we, samen met kleine groepjes inwoners verder praten. Vanuit deze ‘werkgroepen’ kunnen inwonerinitiatieven ontstaan om ervoor te zorgen dat Laarbeek een fijne woon- en leefplek blijft, ook als je steeds ouder wordt. De gemeente heeft hierbij een faciliterende rol. Deze werkgroepen zorgen voor de uitvoering van de visie op ouder worden. 3. Gebiedsvisie In 2019 is er al een gebiedsvisie opgesteld voor Beek en Donk. Deze gebiedsvisie is tot stand gekomen in samenwerking met Wocom, de dorpsraad Beek en Donk, ViERBINDEN (nu LEVLaarbeek), Tot uw Dienst en de bewonersraad Laarbeek. Deze gebiedsvisie is niet opgesteld voor de andere kernen. De aandachtspunten zijn echter vrij algemeen, waardoor ze ook kunnen worden toegepast op de andere kernen. In deze visie zijn een aantal verbeterpunten benoemd. Niet allemaal zijn ze relevant voor het ‘ouder worden in Laarbeek’. De relevante verbeterpunten worden hieronder genoemd. Deze gebiedsvisie is ter informatie bijgevoegd, omdat het aangeeft waar we vandaan komen als het gaat om aandachtspunten met betrekking tot vergrijzing. Uit deze gebiedsvisie hebben we daarop aandachtspunten geformuleerd voor het voorliggend plan ‘Ouder worden in Laarbeek’.
Hieronder wordt, vanuit de al bestaande gebiedsvisie, een link gelegd met het voorliggende plan.
7
3.1 Inzet op vergrijzing en zorg Tekst uit gebiedsvisie 2019: er wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om zorg efficiënter te organiseren. Bijvoorbeeld door inwoners uit 1 wooncomplex voor dezelfde zorgaanbieder te laten kiezen. Dit kan echter niet worden afgedwongen, omdat inwoners vrije keuze in zorg hebben. Daarnaast wordt door Tot uw dienst geprobeerd om verbindingen te leggen met de welzijnsorganisatie om welzijn en zorg meer met elkaar te integreren. Waar zijn we nu mee bezig: Wij zijn bezig met het onderzoeken en eventueel faciliteren van nieuwe woonvormen. Zonnetij is hier een mooi voorbeeld van. In Zonnetij creëren we een vorm van community wonen, waarbij inwoners elkaar gaan helpen zo zelfstandig mogelijk te kunnen blijven. Ook wordt hier een welzijnsaanbod gecreëerd, niet alleen voor bewoners van Zonnetij, maar ook voor de bewoners uit de omliggende wijk. Ook wordt bij nieuwe initiatieven continue onderzocht of de manier van wonen bijdraagt aan deze community gedachte en het versterken van de gemeenschapskracht. Bijvoorbeeld door te kijken wat inwoners (bewoners) zelf gaan doen binnen zo’n concept en hoe verbindingen tot stand komen. 3.2 Het faciliteren van verenigingen en voorzieningen voor jeugd en jongvolwassenen Tekst uit gebiedsvisie 2019: dit verbeterpunt heeft betrekking op het thema versterken van de gemeenschapskracht.
Laarbeek kent een rijk verenigingsleven wat we natuurlijk graag willen stimuleren. Verenigingen zijn de basis voor onze gezonde samenleving. Het laagdrempelig aanbod voor jongeren is nog niet op het gewenste niveau. Samen met LEV-Laarbeek wordt gekeken waar we op in moeten zetten. Waar zijn we nu mee bezig: met het subsidieprogramma 2021-2023 zetten we sterk in om het realiseren van verbindingen tussen verenigingen en andere vrijwilligersorganisaties. Door samenwerking kunnen zij het voorzieningenniveau op peil houden. Tevens hebben zij een vroegsignalerende rol, bijvoorbeeld als het gaat om armoede. Het is belangrijk dat verenigingen de weg weten in het sociaal domein, zodat signalen snel op de juiste plek terecht komen. Ook voor ‘ouderen’ is het van belang om in te zetten op het faciliteren van verenigingen en voorzieningen. Ontmoeting is een onderdeel om zo lang mogelijk fit en vitaal te blijven. In het lokale sportakkoord is bijvoorbeeld afgesproken om meer beweegaanbod te creëren voor ouderen. Zo blijven onze inwoners in beweging en is er tevens sprake van een ontmoetingsfunctie. 3.3 Het vergroten van het woningaanbod en doorstroming vanuit huurwoningen Tekst uit gebiedsvisie 2019: Op dit moment lopen wachtlijsten voor een huurwoning op. Bij nieuwbouw wordt al rekening gehouden met de verwachte vraag (doelgroep specifiek).
Er wordt door Wocom onderzocht aan welke knoppen je kunt draaien om de doorstroming te bevorderen. Daarnaast is er een Laarbeek geen urgentieregeling. Er wordt onderzocht of aangesloten kan worden bij de urgentiecommissie van het stedelijk gebied Eindhoven. Waar zijn we nu mee bezig: de enquête die is afgenomen onder onze inwoners blijkt dat er veel ideeën zijn voor ‘nieuwe’ woonvormen. Samen met de inwoners gaan we, in een bijeenkomst,
8
de richting bepalen. Welke woonvormen zien we als extra kansrijk? Om deze richting te bepalen is de samenwerking tussen het sociaal domein en het ruimtelijk domein van groot belang. Het gaat hier natuurlijk niet alleen om huurwoningen. Ook eigendomswoningen en particuliere initiatieven buiten Wocom zijn van belang om doorstroming te kunnen genereren. 3.4 Het aanpakken van ouder en eenzijdig woningbezit Tekst uit gebiedsvisie 2019: het woningbezit in Beek en Donk is over het algemeen al wat ouder en eenzijdig. Dit betekent dat er veel van dezelfde soort woningen staan. Dit aanbod past niet per se bij de behoefte die er leeft onder de inwoners. Wocom benut daarom herontwikkelkansen. Ook stelt de gemeente een transformatiebeleid op, zodat duidelijk wordt welke panden eventueel herontwikkeld kunnen worden. 4. Algemene resultaten enquête onder inwoners De enquête ‘Ouder worden in Laarbeek’ is uitgezet door Toponderzoek bij het Tip Laarbeek panel. Daarnaast is de enquête verspreid via Social Media. De enquête is door 468 inwoners ingevuld. Niet iedere inwoner heeft iedere vraag gekregen. Als zij bijvoorbeeld aangaven zeer bewust met gezondheid bezig te zijn, kregen ze hier extra vragen over. De enquête bestond daarom uit ongeveer 17 vragen. Iets meer vrouwen dan mannen hebben de vragenlijst ingevuld (53% t.o.v. 47%).
De meeste deelnemers waren 40 tot 65 jaar oud (56%), 15% was jonger dan 40 en 28% 65 jaar of ouder. Op basis van populatiegegevens is de groep 40 tot 65 jaar oververtegenwoordigd en de groep onder 40 ondervertegenwoordigd. Hieruit lijkt de conclusie te kunnen worden getrokken dat inwoners onder de 40 nog niet echt bezig zijn met ‘ouder worden’. Met de enquête hoopte we de groep 40-65 te bereiken, dit is zeker gelukt. Door bewustwording te stimuleren bij deze groep, maak je vandaag al stappen. Door op deze leeftijd na te denken over later, kun je je op tijd voorbereiden op ‘ouder worden’. Alle 4 de kernen zijn vertegenwoordigd in de enquête, Beek en Donk is iets oververtegenwoordigd en Aarle-Rixtel iets ondervertegenwoordigd. 5. Wonen Wonen is meestal het eerste thema wat inwoners noemen als het gaat over vergrijzing. Aanpassingen aan de woning, of de beschikbaarheid van 0-tredenwoningen is hierbij een belangrijk punt. Samen met Wocom wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de vraag naar 0-tredenwoningen. Het is belangrijk om een goede doorstroming te creëren. In de prestatieafspraken tussen de gemeente en Wocom wordt hier op ingespeeld. Een belangrijke rol ligt bij de inwoners zelf. Door vroeg na te denken wat je later met je woning wil, kun je hierop voorbereiden.
Bijvoorbeeld door te sparen voor een woningaanpassing of alvast in te schrijven om straks wat sneller voor een huurwoning in aanmerking te komen. Ook een andere, geschikte, woning kopen hoort tot de mogelijkheden.
9
5.1 Wat doen inwoners nu al? 57% van de respondenten is bewust bezig met het thema wonen als het gaat om ‘ouder worden’. De inwoners zijn hier op verschillende manieren bewust mee bezig. Bijvoorbeeld door na te denken over welke mogelijkheden er zijn om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, de woning aan te gaan passen, of juist verhuizen naar een geschikte woning. 42% geeft aan dat ze nu al een bewuste keuze hebben gemaakt voor de plek waar ze zijn gaan wonen (in de kern). Deze vraag is opgesplitst in: ik woon in de kern, of ik woon in het buitengebied. Slechts 12% heeft bewust voor het buitengebied gekozen. Inwoners geven verder aan behoorlijk tevreden te zijn. Wel wordt meerdere malen benoemd dat het lastig is om aan een geschikte woning te komen, als er beperkingen ontstaan. Inwoners geven aan dat de woningvoorraad nog onvoldoende is op dit gebied. 5.2 Waar zetten we op in? 36% van de respondenten geeft aan dat er nog veranderingen moeten worden doorgevoerd op het gebied van wonen. Inwoners geven aan dat ze graag willen onderzoeken wat er voor nodig is om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen (57%). Ook wordt aangegeven dat ze de huidige woning te zijner tijd willen aanpassen (32%) of levensloopbestendig willen wonen (35%). 37% geeft aan later te besluiten wat ze met de woning wil doen.
Doorstroming en andere woonvormen We zetten in op het bevorderen van doorstroming. Dit doen we door prestatieafspraken te maken met Wocom over de type woningen die er gebouwd worden. Ook in de particuliere initiatieven wordt aangesloten bij de behoefte die er leeft. Dit biedt niet alleen kansen voor ouderen. Door in te zetten op doorstroming krijgen ook jongeren een kans op de woningmarkt. Daarnaast is het van belang dat inwoners, met bijvoorbeeld een eigen woning, al vroeg nadenken over de toekomst. Wil ik hier blijven wonen en hoe moet ik dan mijn woning aanpassen? Er is een aanvullende enquête verzonden om de behoefte naar een specifieke woonvorm te peilen (bijvoorbeeld Knarrenhof en mantelzorgwoningen). Met de uitkomsten van de enquête gaan we aan de slag om de woningvoorraad (nieuw te bouwen woningen) aan gaat sluiten op deze behoefte. Ook wordt aangegeven dat de bejaardenhuizen terug moeten komen. Als gemeente vinden we het erg belangrijk om initiatieven op dit gebied te ondersteunen. We onderzoeken de mogelijkheden om geclusterd wonen mogelijk te maken, bijvoorbeeld een ‘knarrenhof’ of een vorm van communitywonen zoals op Zonnetij de bedoeling is. Ieder wooninitiatief vanuit de samenleving zal met zorg worden bekeken, in samenwerking tussen het sociaal domein en het ruimtelijk domein. Woonintiatieven worden getoetst aan de hand van het beleidsplan sociaal domein.
Dat betekent dat initiatieven moeten bijdragen aan inclusie, hoe ga je ervoor zorgen dat iedereen (integraal) een bijdrage kan leveren aan het concept? Ook moet maatwerk mogelijk blijven als dit bijdraagt aan de inclusie en integraliteit. Als een inwoner iets extra’s nodig heeft om deel te kunnen nemen aan de samenleving, moeten we dit zeker niet laten. Daarnaast speelt het ruimtelijk domein een belangrijke rol als het gaat over nieuwe woonvormen. Iets moet natuurlijk ook mogelijk zijn in de beschikbare ruimte. Behoefte aan
10
bepaalde manieren van wonen moet hierbij wel leidend zijn. Zie hiervoor ook de woonvisie van de gemeente Laarbeek. Mantelzorgwoningen We zetten in op het mogelijk maken van mantelzorgwoningen. Geen ingewikkelde vergunningsprocedures, maar meedenkkracht! In de enquête wordt ook aangegeven dat het gemakkelijk moet zijn om een mantelzorgwoning te plaatsen. Mantelzorgwoningen zorgen er voor dat de druk op de zorg minder snel toeneemt, doordat zorg door familieleden overgenomen wordt. Inwoners zijn een belangrijke speler In de enquête konden inwoners aangeven of ze mee wilden praten op dit onderwerp. 56 inwoners willen hier graag over meedenken. Deze inwoners worden betrokken bij het bepalen van de richtingen rondom het woningaanbod. Hiervoor is een enquête uitgezet en worden in de toekomst bijeenkomsten gepland. Er zijn een aantal mogelijkheden. We kunnen bijvoorbeeld ons richten op thuis blijven wonen, het creëren van een ‘knarrenhof’ (meergeneratiewonen) of een begijnhof (geclusterd wonen), ook het versoepelen van mantelzorgwoningen plaatsen is een optie. Onze inwoners gaan bepalen waar we ons op gaan richten. We zetten ook in op bewustwording bij onze inwoners. Inwoners moeten op tijd aan de slag met hun wensen voor later. Het is goed om je te realiseren dat er mogelijk beperkingen ontstaan als je ouder wordt en daar zelf op inspeelt.
We gaan aan de slag met een communicatieplan rondom normaliseren waar bovengenoemde ook onderdeel van uit gaat maken. 6. Zorgen voor elkaar Vergrijzing is geen probleem dat je op kunt lossen. Sterker nog, het is helemaal geen probleem. Het betekent simpelweg dat het percentage 65+ers steeds groter wordt, ten opzichte van de rest van de samenleving. Dit biedt natuurlijk ook kansen. Deze groep inwoners heeft veel levenservaring en kennis opgedaan. Vaak zijn zij ook nog hartstikke fit en vitaal (onze inwoners geven met een meerderheid aan dat ze zich jonger voelen dan ze zijn). Wij zullen er samen met elkaar voor moeten zorgen dat vergrijzing geen probleem is. Daarvoor zullen we elkaar moeten helpen en ondersteunen waar dat mogelijk is. In Laarbeek is een cultuur aanwezig waarin zorgen voor elkaar belangrijk is, maar soms verliezen we elkaar een beetje uit het oog. Wanneer heb jij bijvoorbeeld laatst de buren ergens mee geholpen? Wat is er nodig om de gemeenschapskracht op dit punt verder te versterken? Uit de enquête blijkt dat 56% van de respondenten bewust bezig is met het thema zorgen voor elkaar.
6.1 Wat doen onze inwoners nu al? Uit de enquête blijkt dat de meeste respondenten proberen iemand anders te helpen, bijvoorbeeld door boodschappen te doen, een sociaal netwerk om zich heen te bouwen of eerst naar andere mogelijkheden te zoeken voordat zij bij een instantie om hulp vragen. De inwoners geven ook aan dat ze in de toekomst best andere zouden willen gaan helpen (36%). Maar ook
11
45% geeft aan dat ze graag hulp zouden willen krijgen als ze bepaalde dingen (bv. Boodschappen, huishouden) niet meer zouden kunnen doen. 6.2 Waar zetten we op in? Er zijn veel verschillende tips gegeven door onze inwoners op dit gebied. Hoe kunnen we de gemeenschapskracht versterken? Hierboven wordt al genoemd dat inwoners graag hulp zouden ontvangen en andere inwoners graag hulp willen bieden. Door middel van de Zorg voor Later kaart kun je het netwerk van een inwoner in beeld brengen. De netwerkcoaches van LEVgroep ondersteunen hierbij. Vaak is er toch sprake van een vorm van vraagverlegenheid. Hoe nemen we drempels weg? Door middel van een nieuwe impuls in communicatie voor Zorg voor Later blazen we dit onderwerp nieuw leven in. Inwoners geven als tip aan elkaar om elkaar vooral te accepteren, om burenhulp in te zetten (bijvoorbeeld in de vorm van een app) en vooral naar elkaar te blijven luisteren. Inwoners geven aan dat ze ‘gewoon’ meer naar elkaar moeten omkijken en elkaar helpen waar kan. Aan de gemeente Laarbeek wordt vervolgens meegegeven dat we ontmoetingsruimtes moeten faciliteren, blijven luisteren naar de inwoners en hulp bieden aan hen die het echt nodig hebben. Er wordt gevraagd om ruimte voor de inwoners om met eigen initiatieven te komen en niet te veel dicht te regelen met beleid.
Ook wordt aangegeven dat de gemeenschapskracht echt aanwezig is in Laarbeek, maar soms gefaciliteerd en aangewakkerd moet worden. De bereidheid om elkaar te helpen is groot. Ontmoeting faciliteren We zetten in op het faciliteren van ontmoeting, door het creëren van huiskamers in iedere kern. Het is nu niet altijd zo dat iedereen zijn of haar buurtbewoners kent. Elkaar kennen zorgt ervoor dat we ook meer genegen zijn om elkaar te helpen. In samenwerking met Stichting Dorpshuizen Laarbeek, de LEVgroep en de Bibliotheek wordt er in de verschillende dorpshuizen een huiskamer gecreëerd. In deze huiskamer is ruimte voor ontmoeting en het organiseren van laagdrempelige activiteiten. Ook in het Wooncomplex Zonnetij in Aarle-Rixtel zijn we bezig met het ontwikkelen van een compleet, maar laagdrempelig, welzijnsaanbod. Iedere inwoner kan binnen lopen en meedoen aan de georganiseerde activiteiten. Of natuurlijk gewoon voor een kopje koffie. Door het faciliteren van ontmoeting creëer je een community, een gevoel van saamhorigheid, in een wijk of kern. Dit draagt bij aan de gemeenschapskracht. Mantelzorgers en vrijwilligers In de gemeente Laarbeek zijn er veel mantelzorgers en vrijwilligers. Wij moeten er voor zorgen dat zij de zorg en ondersteuning vol kunnen houden. Via de LEVgroep is aanbod beschikbaar om mantelzorgers te ondersteunen.
In een wereld waarin dementie op weg is om volksziekte nummer 1 te worden is het ook goed om aanbod te ontwikkelen voor die vrijwilligers en mantelzorgers die met deze doelgroep te maken krijgen.
12
Inwoners zijn een belangrijke speler In de enquête konden inwoners aangeven of ze mee wilden praten op dit onderwerp. Ongeveer 50 inwoners willen hier graag over meedenken. We zetten in op het opstarten van werkgroepen per kern. In deze werkgroepen mogen ideeën en initiatieven ontstaan (en uitgevoerd worden) om de gemeenschapskracht te versterken. Dit kan bijvoorbeeld gericht zijn op een bepaalde wijk of straat (evt. in overleg met de dorpsraad of met de LEVgroep) of collectief voor heel Laarbeek of een kern van Laarbeek. Iedere kern en de bijbehorende werkgroep krijgt de opdracht om initiatieven te stimuleren die de gemeenschapskracht versterken. Er wordt een budget beschikbaar gesteld van €500,- per kern (voor de totale werkgroepen). Grotere ideeën worden in overleg met de gemeente bekeken. Ook kan de dorpsraad hier eventueel een rol in spelen. 7. Gezondheid Gezondheid is een groot goed. Het gaat hier niet alleen om de afwezigheid van ziekte, maar juist om het vermogen je aan te passen aan een bepaalde situatie en daarin zo goed mogelijk mee te kunnen doen aan de maatschappij. Daarnaast weten we dat een gezonde leefstijl, wonen in een gezonde leefomgeving en voldoende bewegen bijdragen aan het welbevinden van mensen en dat er een verband is met langer fit en vitaal blijven. Daarom vinden we het belangrijk om de gezondheid van onze inwoners te stimuleren.
Niet door continue aanbod te creëren, maar door te luisteren waar de behoefte ligt en inwoners zelf invulling te laten geven aan deze behoefte. Vanzelfsprekend wordt hierbij aangesloten bij de eerder geformuleerde ambities in het sportakkoord. Ook wordt er in 2021 een preventieakkoord gesloten waar de aansluiting met dit uitvoeringsplan en het sportakkoord zal worden gezocht. 7.1 Wat doen onze inwoners nu al? 68% van de respondenten is bewust bezig met het thema gezondheid. Zij geven vervolgens aan dat ze veel wandelen, voldoende groente en fruit eten en in een gezonde leefomgeving wonen. Ook wordt vaak genoemd dat men veel fietst. 7.2 Waar zetten we op in? We zetten in op het vooruitkijken richting de toekomst. Wat als je gezondheid straks minder goed is Inwoners geven aan dat ze, gericht op de toekomst, graag een plan zouden maken voor het geval hun gezondheid minder goed wordt. Daarnaast geeft een groep inwoners aan graag meer te willen gaan wandelen. Inwoners zijn een belangrijke speler We stimuleren wandelen en bewegen in het algemeen door het aanleggen van beweegtuinen en beweegroutes. Ook zijn er verschillende wandelroutes door Laarbeek om deze vorm van beweging te stimuleren. Onze inwoners weten goed hoe ze willen werken aan hun gezondheid. Daarom worden per kern werkgroepen opgericht.
Deze werkgroepen krijgen tot doel om gezondheidsinitiatieven te stimuleren aan de hand van de behoefte. Zijn er bijvoorbeeld vrijwilligers die beweegclubjes op willen zetten of ontstaat er een initiatief om gezond eten te stimuleren? Ook hier kan de samenwerking worden gezocht met LEVgroep en met de dorpsraden. Ook willen inwoners een plan maken voor het geval de gezondheid achteruit gaat.
13
Hoe moet zo’n plan voor als je gezondheid achteruit gaat eruit zien, wat is daarvoor nodig? Kunnen we een basis opstellen? Hier gaan de werkgroepen mee aan de slag. Er wordt een budget beschikbaar gesteld van €500,- per kern. Grotere ideeën worden in overleg met de gemeente bekeken. 8. Inkomen en ouder worden Het is goed om je bewust te zijn van je financiële situatie als je ouder wordt. We weten dat veel mensen terug vallen in inkomen als ze stoppen met werken of als er bijvoorbeeld een partner overlijdt. Een goede voorbereiding is het halve werk. 8.1 Wat doen onze inwoners al? Je kunt bijvoorbeeld sparen voor je pensioen. Ook lossen veel van onze inwoners hun woning af, waardoor de woonlasten omlaag gaan als men ouder wordt. We vinden het belangrijk dat iedereen zoveel mogelijk financieel onafhankelijk is en zich bewust is van eventuele risico’s als je afhankelijk bent van bijvoorbeeld een partner. 8.2 Waar zetten we op in? Wij willen ervoor zorgen dat onze inwoners zo goed mogelijk voorbereid bent op ‘ouder worden’. Dit betekent dat we ervoor zorgen dat er voldoende informatie beschikbaar is. Zo ontwikkelen we een folder waaruit blijkt wat er op je af komt als je stopt met werken, welke inkomensondersteunende maatregelen er zijn en wat je zelf nog kan doen. Ook zetten we in op de signalerende rol van onze partners in het sociaal domein.
Er is nog altijd sprake van verborgen armoede en er rust een taboe op het bespreekbaar maken van dit onderwerp. De vrijwilligers van het activerend huisbezoek gaan in gesprek met inwoners over inkomensondersteunend maatregelen. Echter, is de doelgroep van het activerend huisbezoek veelal 75+. Samen met LEV onderzoeken we hoe we de doelgroep onder de 65 bewuster kunnen maken van dit onderwerp. Aan welke informatie hebben zij behoefte? 9. Samenvatting Concreet hebben we enkele actiepunten opgenomen voor het beleid rondom ‘ouder worden in Laarbeek’. Samengevat zijn deze punten hieronder opgenomen. Thema
Wat gaan we doen?
Met wie?
Wanneer?
Wonen
Het bevorderen van
Wocom, onze inwoners
Dit onderwerp
doorstroming door aan te
(zij leveren de behoefte),
zal altijd
sluiten op de behoefte aan
particuliere
onderwerp van
bepaalde typen woningen.
initiatiefnemers,
gesprek blijven.
Bijvoorbeeld door middel
samenwerking tussen
Woningvoorraad
van prestatieafspraken of
Sociaal en Ruimtelijk
wordt altijd
afspraken met particulieren
Domein binnen de
aangepast op
over de bouw van bepaalde
gemeente
de behoefte,
woonvormen
ook als we straks over de
14
vergrijzingspiek heen zijn Wonen
Meer aandacht voor beleid
Communicatie rondom
rondom
mantelzorgwoningen en
mantelzorgwoningen. Niet
de regels en richtlijnen is
voor iedereen is duidelijk
hierbij van belang
Q1 en Q2 2021
hoe de regels hieromtrent zijn. Wonen
Communicatieplan om
We sluiten hierbij aan bij
Doorlopend
meer bewustwording op
wat we afgesproken
2021
gang te brengen rondom
hebben rondom
wonen. Inwoners moeten
normaliseren aangezien
op tijd aan de slag met hun
de
wensen voor later. Het is
bewustwordingsboodschap
goed om je te realiseren
daar ook een onderdeel
dat er mogelijk
van is.
beperkingen ontstaan als je ouder wordt en daar zelf op inspeelt. Zorgen voor elkaar
Aanbod voor
Samen met LEVgroep en
1e helft van
mantelzorgondersteuning
Alzheimer café kunnen we
2021
aanvullen, bijv. met
dit punt binnen de
aanbod omgaan met
stuurgroep
dementie
dementievriendelijk Laarbeek oppakken
Zorgen voor elkaar
Zorg voor Later is een
Samen met LEV en
Dit wordt een
mooi project waarmee je
communicatie gaan we
aandachtspunt
het netwerk in kaart kan
hier een nieuwe impuls
voor heel 2021,
brengen en ook nieuwe
aan geven
op bepaalde
verbindingen kan leggen
momenten in het jaar zal hier extra aandacht aan worden besteed
Zorgen voor elkaar
Ontmoeting faciliteren door
Stichting Dorpshuizen
het opstarten van
Laarbeek, LEVgroep, De
huiskamers in iedere kern.
bibliotheek, Zorgboog
Hierdoor leren mensen
(Zonnetij), Sociaal Team
elkaar kennen, waardoor
Laarbeek. Iedereen in het
ze meer genegen zijn
Sociaal Domein heeft
elkaar te helpen
straks een eigen rol in de
Q1 2021
huiskamer. De specifieke verdelingen van rollen en taken wordt omschreven
15
in een apart projectplan Zorgen voor elkaar
We starten werkgroepen
Eventueel kunnen hier
Afhankelijk van
op per kern, die zelf
mooie samenwerkingen
situatie met
verantwoordelijk zijn voor
ontstaan tussen de
coronavirus
het versterken van de
dorpsraden, LEVgroep en
worden
gemeenschapskracht. De
de betreffende
werkgroepen
inwoners weet per slot van
werkgroepen. De
zsm opgestart
rekening het beste wat er
werkgroepen zijn, voor
nodig is.
zover mogelijk, een afspiegeling van de samenleving.
Gezondheid
Bewegen en wandelen
Samen met de inwoners
Dit blijft
willen we stimuleren. We
en eventuele andere
onderwerp van
zetten in op beweegtuinen
betrokkenen wordt aan de
gesprek.
en routes in iedere kern
hand van behoefte
Behoeftes
bepaald waar welke
kunnen met de
beweegmogelijkheid
tijd veranderen.
wordt verzorgd
Er moet continue aansluiting worden gezocht
Gezondheid
Een plan maken voor als
Inwoners kunnen hierin
Afhankelijk van
de gezondheid minder
een beroep doen op
situatie met
wordt. Inwoners kunnen
bijvoorbeeld de GGD (in
coronavirus
elkaar hierbij helpen in de
overleg met de gemeente)
worden
werkgroepen die per kern
of op huisartsen,
werkgroepen
gaan ontstaan. Kan er een
fysiotherapeuten.
zsm opgestart
Gezondheidsinitiatieven in
Zoek ook hier de
Afhankelijk van
de breedste zin van het
samenwerking op met
situatie met
woord worden ontwikkeld
andere partners in het
coronavirus
in de werkgroepen per
Sociaal Domein.
worden
kern
Initiatieven ontstaan
werkgroepen
vanuit de inwoners. De
zsm opgestart
basisidee voor zo’n plan ontstaan Gezondheid
werkgroepen zijn, voor zover mogelijk, een afspiegeling van de samenleving. Inkomen
Informatievoorziening: wat
Er zijn verschillende
komt er op je af als je
folders hierover
ouder wordt
beschikbaar. Verschillende
Q2 2021
partners in het sociaal domein hebben een rol
16
Inkomen
Signalerende rol in het
De medewerkers van
Doorlopend
voorliggend veld
Stichting Dorpshuizen
2021
versterken om bijv.
Laarbeek worden
verborgen armoede op te
bijvoorbeeld getraind om
sporen. We zetten in op
signalen te herkennen, dit
deskundigheidsbevordering
kunnen we verder
van de verschillende
uitbreiden over
professionals
bijvoorbeeld verenigingen
10. Financiële doorkijk De uit te zetten acties die hierboven benoemd worden zullen plaatsvinden binnen het huidige financiële kader. Zo worden werkgroepen in de kernen gefinancierd uit de posten voor buurtideeën en de kosten voor informatievoorziening en communicatie uit de middelen die al voor de betreffende projecten beschikbaar zijn.
17