CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

3 20230928 Bijlage Zienswijzenota Definitief evenementenbeleid gemeente Laarbeek 2023

Commissie Sociale & Algemene Zaken 28 september 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen4.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

Zienswijzennota Het concept evenementenbeleid heeft ter inzage gelegen van 24 mei tot en met 5 juli Zienwijze 1 1. Vragen over paragraaf 5.4.5 o

Betekent de laatste volzin van paragraaf 5.4.5 dat de beoordeling en het afgeven van de ‘’raamvergunning’’ in de toekomst plaatsvindt op dezelfde wijze als tot nu toe gebruikelijk is? Of is voorzien dat hierin iets verandert?

o

Het Openluchttheater Mariahout (hierna: OLTM) is uitgezonderd van het maximum aantal van 6 evenementen per jaar. Wij gaan er vanuit dat er - net als in het verleden - dan ook geen maximum is.

2. Ruimte voor afwijken uitzonderingspositie OLTM Is er binnen de nieuwe vastgestelde beleidsregels in de toekomst eventueel ruimte en plaats om van de uitzonderingspositie (de uitzondering van de regel van maximaal zes B2 evenementen per jaar) af te wijken door bijvoorbeeld lagere besluitvorming? Is er binnen het nieuwe beleid ruimte om bijvoorbeeld in het kader van beoordeling en afgifte van een vergunning door de burgemeester (al dan niet samen met wethouders) dan wel door gedelegeerde ambtenaren af te wijken/bij te sturen als het gaat om de uitzonderingspositie voor het openluchttheater om maximum van zes evenementen? Voor het OLTM is het van groot belang dat er niet wordt gesleuteld aan de uitzondering ten aanzien van de maximaal aantal evenementen per jaar. Om meer garanties te hebben, wordt voorgesteld om een extra B3 categorie op te nemen voor het OLTM, zodat er geen uitzonderingspositie hoeft te worden gecreëerd. Reactie op zienswijze 1 1. Vragen over paragraaf 5.4.5 o

Er zijn geen veranderingen voor het aanvragen van de raamvergunning. Wel zijn de uitgangspunten zoals die gelden voor een raamvergunning uitgewerkt en aanvullend opgenomen in het definitieve evenementenbeleid. Dit leidt niet tot wijzigingen in het aantal evenementen dat er gehouden mag worden.

o

Het maximum van 6 B2 evenementen per locatie per jaar geldt inderdaad niet voor het OLTM.

2. Er is in het nieuwe evenementenbeleid geen ruimte om van de uitzonderingspositie van het OLTM af te wijken. Wel wordt in het kader van het verlenen van de raamvergunning een belangenafweging gemaakt, zoals dat bij elke evenementenvergunning gebruikelijk is. Zo blijft het afgeven van een evenementenvergunning altijd maatwerk binnen de randvoorwaarden die in het evenementenbeleid gesteld worden. Maar de mogelijkheid om in afwijking van het evenementenbeleid door de burgemeester, wethouders of ambtenaren in algemene zin wél een maximum aan het aantal B2 evenementen te stellen is er niet.

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

Wij zien geen meerwaarde in het opnemen van een extra B3 categorie voor het OLTM. De uitzonderingspositie ten aanzien van het maximum aantal B2 evenementen is voldoende geborgd. Wel is in het definitieve evenementenbeleid in paragraaf 5.4.5 een aanvulling opgenomen, waarin de volgende zaken ten aanzien van de raamvergunning verscherpt zijn: o

welke eindtijden er gelden

o

welke evenementen er vergund worden en de classificatie tussen A, B1 en B2 evenementen.

o

dat de algemene weigeringsgronden ook voor het OLTM gelden, net als voor elke andere evenementenvergunning.

Zienswijze 2 1. Aanbrengen reclame In het beleid (5.3.1.) wordt het beschikbaar stellen van reclame borden en het verbod van plakken van affiches op gemeente-eigendommen of eigendommen van anderen beschreven. Het ophangen van spandoeken mist, hetgeen regelmatig gebeurt. Met name het gebruiken van de lokale kiosk voor acties, evenementen en festiviteiten is wat mij betreft ongewenst, ook al zijn de meeste acties inhoudelijk te steunen en toe te juichen. De kiosk is een (rijks)monument en geen reclamezuil. Het ophangen van spandoeken zou opgenomen moeten worden in het beleid en in de APV. Ook moet hier aandacht voor zijn bij Handhaving. 2. Gevelbelasting omwonenden In een eerdere bezwaarzaak is erop gewezen dat er overtredingen met betrekking tot het geluidniveau hebben plaatsgevonden en dat er niet zorgvuldig is gehandeld bij het tot stand komen van de vergunning. Dit is van belang voor toekomstige vergunningen. In het concept beleid staat dat de toegestane reguliere geluidsniveaus over het algemeen tot 23.00 uur niet zijn gewijzigd en dat na 23.00 de norm met 5 tot 10 dB is verlaagd. Wat niet terug te vinden is, is wat dit betekent voor de gevelbelasting voor omwonenden. Die belasting is wel beschreven in uw nota evenementenbeleid 2005. Daarin is sprake van 70-80 dB maximale gevelbelasting. 3.

Oude huizen Met name als de omgeving van een evenement hoofdzakelijk bestaat uit oudere huizen (die over het algemeen een minder goede geluidsisolatie hebben dan nieuwbouwhuizen), zal bij de huidige normering voor geluidshinder de belasting voor die woningen hoger zijn dan als wenselijk omschreven. Ook mist de invloed van lagere (bas) tonen, die voor meer hinder zorgen, op oudere huizen. Met de fysieke verschillen tussen oude en nieuwe huizen wordt te weinig rekening gehouden, waardoor de goede bedoelingen die er zijn deels teniet worden gedaan.

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

4. Controle op geluidsnormen In hoofdstuk 6 wordt de controle op geluidsnormen beschreven. Die controle is met name reactief. Er moeten overtredingen in het verleden plaatsgevonden hebben voordat er, mogelijk, geluidscontroles plaats gaan vinden. Dat is voor omwonenden te laat. Men moet de overlast eerst ervaren voordat er ingegrepen wordt. Ook is de manier van controleren in het beleid niet duidelijk. Er wordt niet meer over gevelbelasting gesproken. In de eerdere bezwaarzaak is ervaren dat er niet gecontroleerd wordt/werd op lage bastonen. Het blijven controleren op het voldoen aan de geluidsnormen voor omwonenden is van belang voor omwonenden. Reactie zienswijze 2 1. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 22 juni 2021 nieuwe beleidsregels vastgesteld over reclame in de openbare ruimte. In artikel 4.2.1. Gemeentelijke evenementenborden van het Reclamebeleid 2021 staat omschreven dat uitsluitend Laarbeekse verenigingen hun evenementen kunnen aankondigen op één of meer van de 10 gemeentelijke aankondigingsbroden. Daarnaast kunnen Laarbeekse verenigingen hun evenementen aankondigen op diverse aangewezen flespalen (artikel 4.2.2. Reclamebeleid 2021). Tot slot kunnen Laarbeekse verenigingen hun evenementen aankondigen op zogenaamde sandwich- en driehoeksborden. Op basis van voorgaande artikelen uit ons reclamebeleid kunnen reclameborden m.b.t.

evenementen beschikbaar worden gesteld Op basis van artikel 4.1 vallen reclame-uitingen die op of aan een pand zijn aangebracht niet onder het reclamebeleid, indien deze reclame-uitingen betrekking hebben op een beroep of bedrijf dat wordt uitgeoefend in het desbetreffende pand. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de criteria uit de 'Herziene welstandsnota gemeente Laarbeek'. Het is inderdaad niet toegestaan om spandoeken op te hangen op of aan de lokale kiosk voor acties en evenementen volgens ons reclamebeleid. Echter, het handhaven van dergelijke spandoeken op of aan de lokale kiosk valt onder de verantwoordelijkheid van onze handhavingsafdeling. Uw bevindingen zullen worden doorgegeven aan de afdeling Toetsing en Handhaving van de gemeente Laarbeek. Op grond van artikel 4.2.8, 'Reclame op spandoeken', van ons reclamebeleid is het in de gemeente Laarbeek niet toegestaan om spandoeken aan of boven de weg te plaatsen vanwege de mogelijke afleiding van weggebruikers. Traditioneel maakt Laarbeek echter een uitzondering voor de aankondiging van de 'collecteweek Laarbeek' en de jaarlijkse collecteweken ten behoeve van goede doelen, zoals de Hartstichting, Brandwondenstichting, Nierstichting en het Kankerbestrijdingsfonds.

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

Daarnaast staat in artikel 4:15, lid 1, van de APV gemeente Laarbeek 2023 vermeld dat het verboden is om op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren middels een opschrift, aankondiging of afbeelding die het verkeer in gevaar brengt of ernstige hinder veroorzaakt voor de omgeving. Op basis van artikel 4:15 van de APV gemeente Laarbeek 2023 is het dus ook niet toegestaan om spandoeken op te hangen voor evenementen of acties op of aan de lokale kiosk (onroerend goed). Het is niet noodzakelijk om een extra bepaling in ons evenementenbeleid of de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV) met betrekking tot het ophangen van spandoeken op te nemen, aangezien een dergelijke bepaling al is opgenomen in ons reclamebeleid. Samenvattend leidt bovenstaande tot de conclusie dat er voldoende waarborgen zijn opgenomen in zowel het reclamebeleid als de Algemene Plaatselijke Verordening, hetgeen voldoende handvaten geeft om handhavend op te treden. Wij zien geen noodzaak of meerwaarde om een extra bepaling hieromtrent op te nemen in het evenementenbeleid. 2. In de zienswijze wordt terecht opgemerkt dat er geen toelichting wordt gegeven op de maximale geluidsnormen in relatie tot de gevelbelasting. Geluidsmetingen buiten het evenemententerrein moeten uitgevoerd worden conform de methoden die zijn omschreven in de ‘Handleiding meten en rekenen Industrielawaai’.

De geluidswaarden worden uitgedrukt in het ‘equivalent geluidsniveau (Leq T)’. Deze term (Leq T) wordt gebruikt voor het gemiddelde geluidsniveau over een tijdsinterval. Het gaat om het geluid op een gevel van een geluidsgevoelig object, zoals een woning in de directe omgeving van het evenement. Zijn er geen woningen of andere geluidsgevoelige objecten in de directe omgeving? Dan wordt gemeten op 100 meter afstand van het evenement. Bovenstaande toelichting is in het definitieve beleid opgenomen in paragraaf 5.4.2. 3. Er wordt uitgegaan van een standaardgevelwering van tenminste 20 dB(A). Het Bouwbesluit stelt namelijk ook die eis. Die eis geldt niet voor oudere woningen, voordat het Bouwbesluit van kracht was. Bij een bepaalde gevelbelasting kan het dan zijn dat het geluid in oude woningen beter hoorbaar is dan in nieuwe woningen. In de praktijk zijn oudere woningen ondertussen vaak verbouwd of energiezuinig gemaakt (oa dubbelglas), zodat die gevelwering van 20 dB(A) praktisch goed haalbaar is. In de Nota Limburg wordt ook uitgegaan van de standaardeis van het Bouwbesluit, die in de praktijk vaak wel gehaald worden, ook bij verbouwde oudere woningen. Wij volgen de systematiek van de Nota Limburg en sluiten ook aan bij de eisen vanuit het Bouwbesluit. 4. Jaarlijks stelt het college het uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving vast.

Onderdeel van dit programma is de inzet van capaciteit en

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

prioritering van onze gemeentelijke taken waaronder toezicht op evenementen. In het evenementenbeleid staan een enkele indicatoren beschreven wanneer wij in elk geval besluiten om geluidscontroles door de ODZOB in te zetten. Dit is niet uitputtend bedoeld. Er is echter geen capaciteit beschikbaar om bij elk evenementen proactief geluidscontroles uit te voeren. Wij zetten onze capaciteit daarom risicogericht in, waarbij de opsomming in paragraaf 6.1.2. in elk geval voorbeelden zijn wanneer er een verhoogd risico op overtredingen van de geluidsnormen en toezicht op de geluidsnormen ingezet moet worden. In het concept evenementenbeleid mist inderdaad de uitleg over de gevelbelasting in relatie tot de maximum geluidsnormen. Zie hiervoor de toelichting onder punt 2. Het is onjuist dat wij tijdens geluidscontroles niet meten op lagere bastonen. Deze worden weergegeven in dB(C). De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) neemt deze tonen standaard mee in hun geluidsmetingen. In de bezwaarzaak van 2016 is inderdaad niet op de db(C) tonen gecontroleerd. Dit komt omdat de geluidsnormen ten aanzien van db(C) pas sinds 2017 in het evenementenbeleid zijn opgenomen. Zienswijze 3 1. Geluidsnormen na 23.00 uur De omschrijving van wat is toegestaan in het OLTM onder artikel 5.4.5 is heel summier en geeft de grenzen waaraan voldaan moet worden niet duidelijk aan.

ln het OLTM komen zowel A als B1 en B2 evenementen voor. Eigenlijk zijn de geluidsnormen van tabel 5.4.2 voor alle drie deze categorieën hetzelfde met uitzondering van categorie B2 waar na 23.00 uur geen lagere geluidsnorm geldt. Omdat bijna alle evenementen voor 23.00 uur zijn beëindigd zou na deze tijd de geluidsnorm flink omlaag kunnen. Vooral in het verleden werd bij de afterparty het geluid flink omhoog geschroefd wat heel storend en vervelend was voor naaste omwonenden, bovendien is het OLTM een theater en geen party- organisatie. 2. Max 6 B2 geldt niet voor OLTM Waarom geldt het maximum van zes B2-evenementen niet voor het OLTM en voor andere locaties wel? Nu is het verschil van B1 en B2 ook weer niet zo groot alleen dat de geluidsnorm na 23.00uur niet omlaag hoeft en ook nog eens langer mag duren. Eigenlijk zou de geluidsnorm zoals onder punt 1 al best flink omlaag kunnen en dat zou voor de omwonenden heel veel overlast verminderen' 3. Dagperiode en maximaliseren duurtijd De dag periode loopt van 8.00 tot 23.00 uur en de nacht periode vanaf 23.00 uur. Dit kan betekenen dat – kijken naar de geluidsnormen van de dag periode – dat er 15 uur aan één stuk geluid geproduceerd mag worden. Voor omwonenden is met het geluid tijdens een voorstelling van bijvoorbeeld 20.00 – 23.00 uur te leven, maar dat

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

er ook nog een halve dag ingespeeld wordt, dat zou voor de omwonenden wel gemaximaliseerd mogen worden. 4. Eigen feestjes Als omwonenden houden we rekening met het programma van het OLTM als wij zelf feestjes plannen. Als er dan tussendoor toch onaangekondigde commerciële feesten plaatsvinden met geluidsoverlast, dan valt ons feestje in duigen. 5. Overlast Onder artikel 5.4.5 Openluchttheater, staat genoemd dat "Bij de behandeling van de vergunningsaanvraag wordt aan de hand van de programmering een belangenafweging gemaakt waarbij overlast ook een factor is waar rekening mee wordt gehouden". Het is niet duidelijk wat onder overlast verstaan wordt, waardoor we ook niet weten of we voldoende beschermd worden tegen die overlast. Ook weten we niet wanneer we een klacht kunnen indienen. 6. Betrokkenheid Mariahout bij het OLTM. De laatste 10 jaar loopt de inbreng van de Mariahoutenaar steeds verder terug. De bezetting wordt steeds vaker buiten het dorp gevonden. Ook de programmering wordt steeds professioneler, waardoor er veel bezoekers van buiten Mariahout komen. Hierdoor ervaren we als omwonenden steeds meer overlast (plus minus 30 keer tijdens het theaterseizoen). De buiten dorpse bestuurders en vrijwilligers hebben hier geen last van. Meer overleg en zorg voor de directe omgeving is dringend gewenst! Reactie op zienswijze 3 1.

Het is correct dat de geluidsnormen voor alle 3 de type evenementen hetzelfde zijn, met uitzondering van de geluidsnormen na 23.00 uur voor B2 evenementen. In de zienswijze wordt geschetst dat bijna alle evenementen bij het OLTM voor 23.00 uur beëindigd zijn, waardoor de geluidsnormen na 23.00 uur flink omlaag zouden kunnen. Dit ter voorkoming van onder andere afterparty’s met harde muziek. Allereerst dient opgemerkt te worden dat de eindtijden uit de tabel in paragraaf 5.4.2 maximale eindtijden betreffen. Het is niet zo dat het OLTM standaard (vanaf het begin van de dagperiode) tot de maximale eindtijd de maximale geluidsnormen mag produceren. In de raamvergunning wordt toestemming verleend voor het houden van evenementen die zijn opgenomen in de programmering. In die programmering staat aangegeven tot welke tijd het evenement duurt. Voor een evenement dat dus om 23.00 uur volgens de vergunning is afgelopen, is dus ook enkel toestemming voor het produceren van de geluidsnormen zoals bedoeld in de tabel in paragraaf 5.4.2. tot de eindtijd dat de vergunning verleend is. Verder dient opgemerkt te worden dat in de raamvergunning ook zal moeten worden aangegeven hoe de evenementen die vermeld staan in de programmering geclassificeerd zijn (A, B1 of B2) en daarmee dus welke (maximale) geluidsnormen er gehanteerd mogen worden. 2.

Het OLTM kent een aparte status en is niet te vergelijken met een willekeurig andere locatie binnen de dorpskernen waar een evenement georganiseerd kan worden. Het is voor het OLTM, in tegenstelling tot andere evenementen, niet mogelijk om een andere

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

locatie voor haar evenementen te zoeken en dit is ook in het kader van het voortbestaan van het OLTM niet wenselijk. Het is dan ook niet te rechtvaardigden dat een maximum van 6 B2 evenement ook voor het OLTM zou gelden. Dit betekent echter niet dat er een vrijbrief is. In het kader van het verlenen van de raamvergunning wordt een belangenafweging gemaakt, zoals dat bij elke evenementenvergunning gebruikelijk is. Zo blijft het afgeven van een evenementenvergunning altijd maatwerk binnen de randvoorwaarden die in het evenementenbeleid gesteld worden. 3. Het is onjuist om te stellen dat er 15 uur aan één stuk geluid geproduceerd mag worden. Zoals onder punt 1 uiteengezet, zijn de tijden uit de raamvergunning leidend. De tijden uit de tabel in paragraaf 5.4.2. geven de maximale eindtijden weer, waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen de dagperiode en de nachtperiode. Dit houdt echter niet in dat hiermee ook toestemming is om gedurende deze hele periode (maximaal) geluid te produceren. Hiervoor gelden de tijden uit de vergunning. Dit geldt in elk geval voor de evenementen die het OLTM houdt en die opgenomen zijn in de programmering als onderdeel van de raamvergunning. Voor activiteiten die binnen de reguliere exploitatievergunning van het OLTM vallen, gelden de tijden uit de exploitatievergunning. 4.

Voor het grootste gedeelte is de programmering al bekend bij het verlenen van de raamvergunning. Het kan incidenteel voorkomen dat er nog een evenement wordt toegevoegd aan deze programmering. Wij streven er naar om de (aanvulling op de) vergunning minimaal 6 weken voor het evenement te verlenen, zodat belanghebbenden eventueel bezwaar kunnen indienen. Het kan voorkomen dat een aanvraag voor een vergunning (of in dit geval een aanvulling op de raamvergunning) te laat wordt ingediend. We kijken dan op grond van ons beleid altijd of een zorgvuldige behandeling en voorbereiding van het besluit nog mogelijk is. Zo niet, dan kan de burgemeester besluiten om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Zie hiervoor paragraaf 4.5.1. Ook bestaat op grond van het evenementenbeleid de plicht om omwonenden te informeren over evenementen (zie paragraaf 5.3), in elk geval vier weken voorafgaand aan het evenement. 5. Voor het verlenen van een evenementenvergunning, zoals de jaarlijkse raamvergunning, gelden onder andere de algemene weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening. Dit staat ook omschreven in paragraaf 4.8.1. Een evenement kan geweigerd worden in het belang van de bescherming van: -

de openbare orde

-

de openbare veiligheid

-

het milieu

-

de volksgezondheid

Onder de bescherming van het milieu wordt in elk geval de bescherming van de woon- en leefomgeving verstaan. Overlast is een component voor het beoordelen van de bescherming van de woon- en leefomgeving. In het kader van de

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

vergunningverlening wordt dus een afweging gemaakt tussen het belang van het evenement en het belang van de bescherming van de woon- en leefomgeving. Indien de burgemeester van mening is dat door het houden van het evenement de woon- en leefomgeving onevenredig geschaad wordt, kan hij besluiten de vergunning, of een onderdeel daarvan, te weigeren. Hier komt de burgemeester beleidsvrijheid toe, hetgeen inhoudt dat hij in het kader van de vergunningverlening deze belangenafweging maakt. Het is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het evenement waar deze belangenafweging uit bestaat, waardoor het niet mogelijk is om standaard aan te geven waar overlast uit bestaat en hoe dit ten aanzien van het evenement gewogen wordt. Dit blijft altijd maatwerk. Klachten over onder andere geluid kunnen ingediend worden bij de Provinciale Milieuklachtencentrale. Zij zijn 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar: https://www.laarbeek.nl/milieuwetgeving-handhaving Het indienen van een klacht of melding over onder andere geluid kan ook via het klachtensysteem S@MEN, via: https://odzob.nl/contact/milieuklacht 6. De gemeente onderstreept het lokale belang van en bij het OLTM en de betrokkenheid van Mariahoutenaren hierbij.

Het is echter binnen het stelsel van de Algemene Plaatselijke Verordening Laarbeek (APV) en het evenementenbeleid niet mogelijk om een onderscheid te maken tussen lokale en bovenlokale programmering. Dit valt buiten het juridische toetsingskader. Wel is overlast onderdeel van de belangenafweging, zoals onder punt 5 geschetst. In het evenementenbeleid zijn waarborgen voor het betrekken van de directe omgeving bij het organiseren van evenementen, zoals het tijdig informeren (zie paragraaf 5.3). Zienswijze 4 In de alinea over het openluchttheater in Mariahout (OLTM) staat dat de restrictie tot een max van 6 B2 evenementen niet geldt, maar dat er een raamvergunning wordt verleend. Klopt het dat voor evenementen in het OLTM de andere B2 richtlijnen wel gelden, zoal de sluiting om 01:30 uur? Of wordt er in de raamvergunning ook een aanpassing gedaan? Reactie op zienswijze 4 Het klopt dat de andere B2 richtlijnen voor het OLTM wel gelden, zoals de eindtijden. Opgemerkt dient te worden dat de tijden uit tabel 5.4.2. maximale tijden betreffen. In de raamvergunning wordt een onderscheid gemaakt tussen de A, B1 en B2 evenementen en wordt per evenement op de programmering aangegeven wat de eindtijden zijn. Deze mogen echter nooit later zijn dan de maximale eindtijden die gelden voor het type evenement.

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

Zienswijze 5 1. Algemeen Gedurende de zomer vindt er circa 30 keer een optreden plaats. Ook zijn er vaste oefenavonden voor de theatergroep. Tijdens de zomer wordt dus gemiddeld 4 keer per week het OLTM gebruikt, hetgeen voor de nodige (geluid) overlast zorgt. Het evenementenbeleid dient hier rekening mee te houden. 2. Paragraaf 5.4.5 status OLTM o

Het is praktisch dat aan het OLTM een aparte status met één raamvergunning wordt verleend. Nergens wordt echter aangegeven hoeveel het maximaal aantal evenementen tijdens de zomermaanden acceptabel is, gezien de drukke bezetting en mogelijke overlast voor omwonenden.

o

Toekennen van status B2 aan OLTM zorgt voor onduidelijkheid; door de hoge geluidsterkte en late eindtijden is er geen eenduidigheid over de sluitingstijd en kan leiden tot blijvende irritatie bij omwonenden.

3. Er wordt gewezen op de verschillen tussen B1 en B2 evenementen met betrekking tot de eindtijden en geluidsnormen. Het is niet nodig om de hele dag de maximale geluidssterkte produceren, dit leidt tot onevenredige overlast. Het wordt geadviseerd om voor het OLTM een fasering in geluidsnormen in te voeren, kort gezegd inhoudende dat de hogere geluidsnormen alleen gelden tijdens de hoofdfase van de voorstelling of het evenement en maximaal voor de duur van één uur voorafgaand aan het evenement ten behoeve van de soundcheck. Buiten deze fase en de soundcheck zouden de lagere geluidsnormen moeten gelden. 4. De latere eindtijden bij B2 evenementen leiden tot verwarring en overlast. Gezien de aparte status van het OLTM binnen het beleid, wordt het voorstel gedaan om één eindtijd (van 01.00 uur) aan te houden voor alle activiteiten. 5. Er zijn een aantal vragen en opmerkingen over de raamvergunning: o

Op welk moment wordt de raamvergunning jaarlijks beoordeeld en verleend?

o

Wat is het maximaal aanvaardbare aantal voorstellingen in de zomer tijdens het hoogseizoen?

o

Het later toevoegen van evenementen of voorstellingen moet alleen mogelijk zijn wanneer zij een meerwaarde bieden voor de Mariahoutenaar. Er moet kritisch worden omgegaan met het later toevoegen van besloten evenementen of commerciële evenementen.

o

Er vinden binnen het OLTM in de avond nooit B2 evenementen plaats. De optredens vallen allemaal onder categorie B1. Voor een eenmalig evenement die onder B2 zou vallen is een oplossing dat er een aparte vergunning aangevraagd moet worden. Door categorie B1 te hanteren voor alle activiteiten wordt geluidsoverlast voorkomen en zorgt voor eenduidigheid.

6. Concluderend wordt gevraagd of de gemeente nog eens kritisch wilt kijken naar de status van het OLTM voordat er een ‘vrije’ raamvergunning wordt afgegeven. Het OLTM is geen evenemententerrein, maar een culturele accommodatie. Hierdoor wordt gevraagd om bovenstaande aanbevelingen en adviezen over te nemen:

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

o

Een max aantal voorstellingen/ optredens voor de zomerperiode in de categorie B1

o

Alleen hogere geluidsnorm (75/90) tijdens de werkelijke voorstelling of het optreden en voor de soundcheck voorafgaand met tijdsduur van één uur. Voor alle overige activiteiten geldt de lagere norm.

o

Eenduidige eindtijd van 01.00 uur in het weekend.

Reactie op zienswijze 5 1. Er is een onderscheid tussen optredens die zijn aangemerkt als evenement en oefenavonden die plaatsvinden binnen de reguliere bedrijfsvoering van het OLTM. Het evenementenbeleid gaat enkel over de evenementen (optredens) die in het kader van de raamvergunning vergund worden. Het evenementenbeleid kan derhalve geen rekening houden met de reguliere oefenavonden in het kader van de exploitatievergunning. 2. Het maximum van 6 B2 evenementen geldt niet voor het OLTM. Dit betekent echter niet dat er ongelimiteerd evenementen mogelijk zijn. De raamvergunning wordt verleend voor de evenementen die vermeld staan op de programmering (onderdeel van de raamvergunning). Hierdoor is het op voorhand duidelijk hoeveel evenementen er plaatsvinden en wanneer deze zijn. In het kader van de raamvergunning wordt een belangenafweging gemaakt aan de hand van de programmering. Het is op voorhand niet te stellen hoeveel evenementen ‘acceptabel’ zijn in het kader van de woon- en leefomgeving. Dit is afhankelijk van de aard en omvang van de evenementen op de programmering en de samenhang daartussen. Het is onjuist dat er geen eenduidigheid is over de sluitingstijden. De tijden uit de raamvergunning zijn geldend.

In de raamvergunning zal worden aangegeven aan de hand van de programmering hoe de evenementen geclassificeerd worden (A, B1 of B2) en welke tijden gelden, waarbij de tijden uit tabel 5.4.2 fungeren als maximale eindtijden. De uiteindelijk in de raamvergunning verleende tijden zijn geldend. 3. Bij de behandeling van zienswijze 3 wordt onder punt 1 en 3 uitgebreid ingegaan op de stellingname dat het OLTM de hele dag op de hoogste geluidsnormen mag produceren. Dit is namelijk onjuist. De tijden uit de raamvergunning zijn leidend. Ook wordt in de raamvergunning aangegeven hoe de evenementen uit de programmering geclassificeerd zijn (A, B1 of B2) en daarmee dus welke (maximale) geluidsnormen er gehanteerd mogen worden binnen welke tijden. 4. Wij zien geen meerwaarde om één eindtijd te stellen voor het OLTM. In de raamvergunning wordt op een heldere manier duidelijk gemaakt welke tijden er gelden, waarbij de maximale eindtijden uit tabel 5.4.2. als kaders voor de vergunningverlening gelden. 5. Reactie op een aantal vragen en opmerkingen over de raamvergunning

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

o

De raamvergunning wordt jaarlijks in het eerste kwartaal verleend. Dit wordt ook gepubliceerd in de Mooi Laarbeekkrant.

o

Voor het verlenen (of weigeren) van een evenementenvergunning gelden de (algemene) weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening Laarbeek 2023. Het is niet mogelijk om een evenement te weigeren omdat zij commercieel van aard zijn of van buiten Mariahout komen.

o

Het is onjuist dat er geen B2 evenementen in het OLTM plaatsvinden. Evenementen zoals de Edwin Evers band kunnen geclassificeerd worden als B2 evenementen. Zoals reeds aangegeven wordt in de toekomstige raamvergunning aangegeven onder welke classificatie een evenement valt (A, B1 of B2) en daarmee kan dus afgeleid worden welke geluidsnormen maximaal gelden. Ook wordt in de raamvergunning aangegeven welke eindtijden er gelden. Wij zien geen noodzaak of meerwaarde in het voor B2 evenementen apart verlenen van een evenementenvergunning. De randvoorwaarden blijven namelijk hetzelfde. Er is dan enkel minder overzicht, doordat er naast de raamvergunning losse evenementen vergund zullen worden. Deze aanbeveling nemen wij dan ook niet over.

6. Hieronder wordt ingegaan op een aantal adviezen en aanbevelingen: o

Wij zien geen reden om op voorhand een maximum aantal voorstellingen/ optredens voor de zomer in de categorie B1 vast te stellen. Hiervoor verwijzen wij naar hetgeen onder punt 1 uiteengezet is.

o

De (hogere) geluidsnormen gelden alleen tijdens de evenementen die vergund zijn. Het is onjuist dat de (hogere) geluidsnormen de hele dag gelden. Deze gelden alleen voor de tijden die vergund zijn in de raamvergunning, waarbij de maximale eindtijden als kaders dienen. Gezien de tijden uit de raamvergunning geldend zijn, zien we geen noodzaak in het opnemen van een extra regel met betrekking tot een soundcheck.

o

Voor de behandeling van het advies om één eindtijd te hanteren verwijzen wij naar hetgeen uiteengezet is onder punt 4.

Zienswijze 6 1. In paragraaf 5.4.5 wordt niet duidelijk aan welke voorwaarden (de raamvergunning van) het OLTM moet voldoen: o

Welke type evenementen vallen onder de raamvergunning? Of worden er aparte richtlijnen (zoals eindtijden en geluidsnormering) opgesteld?

o

Doordat het maximum van 6 B2 evenementen niet geldt voor het OLTM wordt gesuggereerd dat er meer ruimte is dan het huidige beleid van het OLTM (qua tijdsperiode van maximaal geluid en eindtijd). Is dat de bedoeling?

o

Door de onduidelijkheid is er geen referentiekader waaraan mensen hun zorgen kunnen spiegelen. Door enkele omwonenden van het OLTM zijn zienswijzen ingediend met voorstellen voor richtlijnen. Er wordt gevraagd om deze serieus in overweging te nemen.

Zaaknummer:

22577-2023

Documentnummer:

22577-2023:430350

Reactie op zienswijze 6 1. Hieronder wordt aan de hand van de vragen uit de zienswijze aangegeven aan welke voorwaarden de raamvergunning moet voldoen: o

In de raamvergunning wordt aangegeven hoe de evenementen uit de programmering geclassificeerd zijn (A, B1 of B2). Hieruit kan afgeleid worden welke geluidsnormen er maximaal gelden. Ook worden de (eind)tijden per evenement op de programmering aangegeven, waarbij de eindtijden uit de tabel in paragraaf 5.4.2 als maximaal gelden.

o

Nee, deze stelling is onjuist. Dit komt doordat in de verschillende zienswijzen op grond van het concept beleid de aanname is gedaan dat de maximale tijden (en normen) uit de tabel in paragraaf 5.4.2. voor elk evenement gelden. Met andere woorden: dat er tijdens de dagen dat er evenementen plaatsvinden de hele dag maximaal geluid geproduceerd mag worden. Dit is onjuist. De tijden uit de raamvergunning zijn de tijden die verleend zijn. Er is dus niet meer ruimte dan voorheen.

o

Met de beantwoording van de zienswijzen zijn de onjuiste aannames met betrekking tot de tijdsperiode van maximaal geluid en eindtijden opgehelderd. Tevens wordt dit aangescherpt in het definitieve beleid. Het referentiekader is daarmee niet langer onduidelijk. Bij de behandeling van zienswijze 2, 3 en 5 is terug te vinden hoe we omgaan met de (overige) adviezen en voorstellen van de indieners van zienswijzen.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek. In de vergadering van: 18 juli 2023 Het college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris

burgemeester

J.W.M. van de Ven

F.L.J. van der Meijden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=b5c15549-1f0a-44d9-b444-836040ef0eb2