CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

28 20231221 Groenbeheerplan 2023

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot vaststelling van het Groenbeheerplan Laarbeek 20234.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GROENBEHEERPLAN GEMEENTE LAARBEEK 2023 INCLUSIEF BELEIDSWIJZIGINGEN N.A.V. HERZIENING GROEN- EN BOMENBEHEER

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING

3

2.

AANLEIDING

4

Bestuursakkoord ‘Samen aan Zet’

4

2.1 2.2

Concretisering afspraken

4

BELEIDSWIJZIGINGEN OPENBAAR GROEN

6

3.1

Voorgestelde beleidswijzigingen

6

3.2

Nieuwe indeling in groentypen en onderhoudsniveaus

7

3.

3.3

Aanpak omvormingen

8

ONDERHOUD OPENBAAR GROEN

9

4.1

Beheergroepen

9

4.2

Groenonderhoud

10

4.

5.

BELEIDSWIJZIGINGEN BOMEN

11

5.1

Voorgestelde beleidswijzigingen

11

5.2

Boomklassen

12

UITVOERING EN VERVOLG

13

6.1

Uitvoering groenonderhoud

13

6.2

Uitvoeringsaspecten m.b.t. bomen

13

6.

BIJLAGE 1:

DEELGEBIEDEN VOOR OMVORMINGEN

BIJLAGE 2:

BEELDMAATLATTEN

2

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

1

INLEIDING

De huidige beleidsplannen op het gebied van openbaar groen en bomen werden opgesteld in 2011 en 2013. Thema’s als klimaatverandering, duurzaamheid, bevorderen van biodiversiteit en burgerparticipatie speelden toen nog nauwelijks. Anno 2023 zijn deze aspecten belangrijke uitgangspunten voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte in Laarbeek. Ook de nieuwe Omgevingswet vraagt om een andere benadering waarbij deze aspecten eveneens een belangrijke rol spelen. Juist om goed om te kunnen gaan met de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie) en de biodiversiteit te verhogen speelt groen een belangrijke rol. Groen is niet alleen meer een middel om een prettige leefomgeving te creëren, maar het is ook een belangrijk middel om doelen op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit te realiseren. Deze bredere benadering vraagt om een verankering in het groen- en bomenbeleid en om aanpassingen in het beheer. Wanneer we beide vigerende beleidsplannen tegen het licht houden, zijn er echter ook nog steeds veel zaken die prima passen bij de huidige tijd en die geen aanpassing behoeven. Zo voldoet bijvoorbeeld de onderverdeling in hoofdgroenstructuur, wijkgroen en overig groen nog prima. Alleen de groenstructuurkaarten moeten geactualiseerd worden waarbij nieuwe uitbreidingsgebieden worden toegevoegd.

Het ligt echter meer voor de hand om dit integraal mee te nemen in de voor de kernen op te stellen omgevingsvisie. We kiezen er daarom niet voor om een volledig nieuw groen- en bomenbeleid te schrijven. Wat voldoet, houden we zo. Waar verfijning of aanpassing nodig is, werken we dat verder uit. Voor wat betreft het groenbeheer treffen we op dit moment veel situaties aan die niet in overeenstemming zijn met de nieuwe uitgangspunten of ideeën. Ook kunnen we nog onvoldoende inspelen op de toenemende onvoorspelbaarheid van het weer (te nat, te droog, te heet). We willen graag meer groen en minder verharding. Onze beplantingen zijn op veel plaatsen nog monotoon en weinig biodivers. De gazons worden grotendeels nog strak gemaaid. Door aanpassingen te doen is hier zeker winst te behalen als het gaat om biodiversiteit en klimaatadaptatie. Daarvoor zijn omvormingen en aangepast beheer nodig. Bij vaststelling van de begroting 2023 heeft de gemeenteraad er voor gekozen om extra middelen voor omvormingen en groenbeheer beschikbaar te stellen om 75% van het groenareaal klimaatadaptiever en biodiverser in te richten. In dit groenbeheerplan wordt dit nader uitgewerkt.

3

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

2

AANLEIDING

2.1 Bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ In het bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ zijn door de gemeenteraad voor de bestuursperiode 2022-2026 een aantal ontwikkelingen en ambities omschreven die vragen om aanpassing van het groenbeleid en -beheer. Deze ontwikkelingen en ambities zijn in het bestuursakkoord vertaald in een aantal afspraken. In dit groenbeheerplan worden die verder geconcretiseerd. Ontwikkelingen en ambitie De gemeente Laarbeek heeft stevige ambities in het programma ‘Woon- en leefklimaat’. Er ligt een woningbouwopgave, maar dat levert spanning op met klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. In dit ‘gevecht om de schaarse ruimte’ moet de openbare ruimte groener worden. Daarom wordt terughoudend omgegaan met het bebouwen van open plekken. Er moet in de dorpen een goede balans worden gezocht tussen woningbouw, groenbehoud, groenbeleving, speelvoorzieningen en klimaatadaptatie (waaronder het vasthouden van water). We blijven daarom investeren in de ombouw naar en het onderhoud van een toekomstbestendige openbare ruimte. De nieuwe uitgangspunten dwingen ons om het onderhoudsniveau van het openbaar groen kritisch tegen het licht te houden en zo nodig te herzien. Vanuit het programma ‘Burger en Bestuur’ geldt de ambitie om bewoners te betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijke plannen waarbij we open staan voor initiatieven uit de samenleving.

Relevante afspraken De ontwikkelingen en ambities zijn in het bestuursakkoord vervolgens vertaald in afspraken. De voor de herziening van het groenbeleid en -beheer meest relevante zijn: •

Er wordt voor 1 januari 2025 een Omgevingsvisie voor de kernen opgesteld. Het centrale thema hierin is meer integrale aandacht voor wonen, klimaat, water en groen binnen de bebouwde kom.

•

Bij het streven om meer groen in de nabijheid van woningen te handhaven of te realiseren,

•

Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen wordt natuur-inclusiviteit van bebouwing en openbare

geldt de 3-30-300 regel als denkrichting. ruimte als norm gehanteerd. •

Er worden onderhoudsplannen opgesteld voor het openbaar groen, waarbij groenbeleving,

•

Initiatieven uit de samenleving worden – waar nodig en mogelijk – door de gemeente on-

biodiversiteit en klimaatadaptatie leidende principes zijn. dersteund en gefaciliteerd. 2.2 Concretisering afspraken De in het bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ gemaakte afspraken vragen om een verdere concretisering om te komen tot concrete beleidsaanpassingen. Deze concretisering heeft tot de volgende uitgangspunten geleid: M.b.t. een duurzame openbare ruimte: •

Alleen verharden waar dat nodig en functioneel is.

4

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

•

Meer ruimte voor wateropvang in het groen (niet persé in de vorm van vijvers of waterbergingen, maar ook in de vorm van verlagingen en/of wadi’s).

•

Er komt meer groen en minder verharding.

•

Aanplant en behoud van bomen wordt belangrijker. Daar hoort een duurzame (bovengrondse én ondergrondse) groeiruimte bij. Boomspiegels worden waar mogelijk vergroot.

•

De groeninrichting wordt aangepast waardoor er meer variatie ontstaat en de biodiversiteit verhoogd wordt.

M.b.t. participatie in de openbare ruimte: •

We betrekken onze inwoners bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Daarbij stellen we vooraf wel duidelijke kaders zodat onze doelstellingen m.b.t. klimaatadaptatie en biodiversiteit overeind blijven én voor inwoners duidelijk is waar beïnvloedingsruimte zit. Niet alles is onderhandelbaar.

•

Met zelfbeheer door inwoners bespaart de gemeente onderhoudskosten. Dat betekent dat er

•

Vaak is in de bestaande openbare ruimte een ideale situatie niet te realiseren. We accepte-

in de inrichting meer mogelijk is. Uiteraard binnen de algemene doelstellingen/kaders. ren daarom compromissen en benoemen die.

5

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

3

BELEIDSWIJZIGINGEN OPENBAAR GROEN

Het Laarbeekse groenbeleid is omschreven in het Groenbeleids- en -structuurplan uit 2011. Op hoofdlijnen is dit beleid nog steeds passend. Slechts op een aantal aspecten zijn er aanpassingen nodig om beter invulling te kunnen geven aan de afspraken uit het bestuursakkoord ‘Samen aan zet’. 3.1 Voorgestelde beleidswijzigingen De aanpassingen die voortvloeien uit het bestuursakkoord zijn vertaald in de volgende beleidswijzigingen die na vaststelling van dit groenbeheerplan integraal onderdeel uitmaken van het Groenbeleids- en -structuurplan uit 2011: •

We handhaven de bestaande indeling in hoofdgroenstructuur, wijkgroen en overig groen waarbij m.b.t. de kaarten een actualisatieslag gemaakt wordt in het kader van de omgevingsvisie voor de kernen.

•

Meer variatie in het groen (en dus meer biodiversiteit) wordt de norm, ook in de hoofdgroenstructuur. We verlaten daarmee het uitgangspunt ‘eenduidigheid en herkenbaarheid’ binnen de hoofdgroenstructuur en het wijkgroen. De feitelijke keuze van de toe te passen soorten wordt overgelaten aan de kennis en kunde van de groenbeheerder en/of groenontwerper. De juiste plant op de juiste plaats blijft daarbij uitgangspunt.

•

In plaats van de huidige functiegebieden en onderhoudsniveaus, komt er een nieuwe indeling in groentypen met bijbehorende onderhoudsniveaus die beter aansluit bij de ambities op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid.

•

Er wordt weer geïnvesteerd in omvorming van groen en aanpassing van het groenonderhoud. Omvormingen zijn niet langer gericht op het realiseren van een besparing op de beheerkosten, maar hebben primair tot doel bij te dragen aan een verhoging van de biodiversiteit en leefbaarheid en het klimaatadaptiever maken van de openbare ruimte. Daarvoor wordt in 15 jaar tijd 75% van het areaal openbaar groen omgevormd.

•

Het beleid m.b.t. verkoop/verhuur van groenstroken wordt herzien. De aspecten klimaatadaptatie en biodiversiteit worden voortaan meegewogen bij de beoordeling van verzoeken. Groenstroken gelegen in ‘overig groen’ komen op grond van de huidige criteria snel in aanmerking voor verkoop/verhuur. Daarmee worden deze stroken onttrokken aan de openbare ruimte. Dit cumuleert en in praktijk worden steeds meer stukjes openbare ruimte vervreemd waardoor onze toch al beperkte speelruimte om te vergroenen nog verder beperkt wordt. Bovendien wordt een deel van de verkochte of verhuurde stroken groen in de praktijk verhard of van grind voorzien. Dit is onwenselijk en in strijd met ons beleid. Door klimaatadaptatie en biodiversiteit nadrukkelijker mee te wegen, kan dit in de hand gehouden worden.

•

Onkruidbestrijding op verhardingen wordt niet meer chemisch uitgevoerd. Dit doen we al enkele jaren zo, maar was nog niet in het groenbeleid verankerd.

•

Het speelbeleid is inmiddels geactualiseerd en herzien. Daarmee is de omschrijving in het Groenbeleids- en structuurplan achterhaald en vervallen.

6

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

3.2 Nieuwe indeling in groentypen en onderhoudsniveaus We kiezen voor een nieuwe indeling om groentypen en het bijbehorende het onderhoudsniveau te categoriseren. Daarbij maken we niet langer gebruik van de huidige onderhoudsniveaus ‘intensief’, ‘standaard’ en ‘extensief’. De nieuwe indeling bevat vier groentypen, waarmee we bepalen hoe het groen er uitziet en hoe het onderhouden wordt: •

Belevingsgroen

•

Biodivers groen

•

Basisgroen

•

Natuurlijk groen

Belevingsgroen ‘Belevingsgroen’ bevat hoofdzakelijk groenvoorzieningen in de hoofdgroenstructuur, centrumgebieden en dorpsentrees die op dit moment intensief onderhouden worden. Het hoge onderhoudsniveau blijft in de nieuwe opzet gelijk. Biodivers groen ‘Biodivers groen’ is een nieuwe categorie voor inrichting en onderhoud van groenvoorzieningen, hoofdzakelijk binnen woonwijken. Het vervangt een aanzienlijk deel van het groen dat volgens de huidige werkwijze op standaard-niveau wordt ingericht en onderhouden. Biodivers groen kent ten opzichte van de huidige inrichting een aanzienlijk grotere variatie door het toepassen van meer beheergroepen/plantensoorten in kleinere aaneengesloten oppervlakken. Basisgroen ‘Basisgroen’ is een nieuwe benaming voor inrichting en onderhoud van groenvoorzieningen hoofdzakelijk binnen woonwijken - die niet omgevormd worden tot biodivers groen. De categorie basisgroen komt vrijwel overeen met het huidige ‘standaard’ onderhoudsniveau. Natuurlijk groen ‘Natuurlijk groen’ komt vooral voor in de grotere aaneengesloten groengebieden en bosplantsoenstroken in de randgebieden. Deze categorie komt nagenoeg overeen met het huidige onderhoudsniveau ‘extensief’. In de nieuwe situatie verandert er weinig voor het nieuwe belevingsgroen (was ‘intensief’ groen) en het nieuwe natuurlijk groen (was ‘extensief’ groen). Inrichting en onderhoud blijven vergelijkbaar.

Maar uiteraard zal bij toekomstige nieuwe aanleg of vervanging van plantmateriaal wel rekening gehouden worden met de algemene uitgangspunten als ‘variatie’ en ‘de juiste plant op de juiste plaats’. De verschillen tussen het huidige ‘standaard’ groen en het nieuwe basisgroen zijn eveneens zeer beperkt. De grootste verandering vindt plaats daar waar het huidige ‘standaard’ groen omgevormd wordt naar het nieuwe biodivers groen. Vooral daar zal ook het beeld veranderen. Deels zal dat gewaardeerd worden (bijvoorbeeld de toepassing van meer vaste planten), maar deels zal het ook op onbegrip stuiten en er ‘minder verzorgd uitzien’ (bijvoorbeeld gazon minder maaien). Het is

7

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

belangrijk om uit te blijven leggen waarom we deze keuzes maken, maar het is net zo belangrijk om bij weerstand of negatieve geluiden de rug wel recht te houden. 3.3 Aanpak omvormingen Bij vaststelling van de begroting 2023 heeft de gemeenteraad besloten in 15 jaar tijd 75% van het areaal openbaar groen meer biodivers in te richten. Daarvoor is gedurende deze 15 jaar een jaarlijks omvormingsbudget van € 300.000 in de begroting opgenomen. De praktische werkwijze met betrekking tot de omvormingen zal zijn dat dit projectmatig en gebiedsgericht zal worden opgepakt. De gemeente is verdeeld in 58 deelgebieden. Deze onderverdeling in deelgebieden is opgenomen in bijlage 1. Jaarlijks zullen omvormingsplannen gemaakt worden voor enkele deelgebieden. Hoeveel dat er per jaar zijn, is naast het beschikbare budget onder andere ook afhankelijk van de grootte van de deelgebieden en de beschikbare ambtelijke capaciteit. Uiteraard zal qua planning ook aangesloten worden op eventuele andere voorziene werkzaamheden zoals rioolrenovaties, herstraatwerkzaamheden, bomenvervangingen, werkzaamheden aan NUTS-voorzieningen en in de toekomst mogelijk de aanleg van een warmtenet. Waar mogelijk pakken we werkzaamheden integraal op, maar er zullen ook projecten zijn waar enkel de groenomvorming aan de orde is.

Tenslotte ontwikkelen we een meetinstrument waarmee we bijhouden waar we staan in het 15 jaar durende omvormingstraject. Zo blijft inzichtelijk of we ‘op schema liggen’. Een groenomvormingsproject zal altijd starten met een inventarisatie. Hoe ziet het groen er uit? Waar liggen kansen voor verbetering van biodiversiteit? Als bestaande beplanting voldoet en een goede biodiversiteitswaarde heeft, zal geen vervanging plaatsvinden. Wel wordt dan gekeken naar optimalisatie. Ook zijn er beplantingstypen waarbij de biodiveriteitswaarde verhoogd kan worden door enkel het beheer aan te passen. Een goed voorbeeld hiervan is de omvorming van gazon naar bloemrijk gras waarbij veelal alleen de maaifrequentie naar beneden gebracht hoeft te worden. In- of bijzaaien van bloemenmengsels en het toevoegen van bloembollen kan ook de biodiversiteit verhogen. Als laatste blijft over de omvorming waarbij bestaande beplanting wordt verwijderd en wordt vervangen door nieuwe beplanting. In elk deelgebied zal altijd sprake zijn van een combinatie van de hiervoor genoemde omvormingsmogelijkheden. Elk plan is dus maatwerk waarbij ook de inbreng van bewoners wordt meegenomen.

Deze participatie vindt echter wel plaats binnen vooraf bepaalde kaders waarbij het komen tot een daadwerkelijke biodiversiteitsverbetering in de openbare ruimte (algemeen belang en uitvoering beleid) altijd boven individuele wensen of belangen gaat.

8

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

4

ONDERHOUD OPENBAAR GROEN

Als gevolg van de beleidswijzigingen zullen er ook veranderingen in het onderhoud van het openbaar groen worden doorgevoerd. De omvorming naar meer biodivers groen heeft een verhoging van de onderhoudskosten tot gevolg omdat er ten opzichte van de huidige inrichting een grotere variatie komt door het toepassen van meer beheergroepen/plantensoorten in kleinere aaneengesloten oppervlakken. Omdat de omvormingen over een periode van 15 jaar worden doorgevoerd stijgen de onderhoudskosten de komende 15 jaar ook jaarlijks. Het budget voor regulier onderhoud openbaar groen wordt daarom gedurende 15 jaar jaarlijks met € 20.000 verhoogd. Eén en ander is reeds verwerkt in de begroting vanaf 2023. 4.1 Beheergroepen Het openbaar groen is onderverdeeld in diverse beheergroepen. Dit zijn beplantingstypen waarop een zelfde onderhoudsprogramma van toepassing is. Voorbeelden zijn ‘heesters’, ‘hagen’, ‘vaste planten’ en ‘gras’. Het beeld van de groenvoorziening in een straat wordt hoofdzakelijk bepaald door de aanwezige beheergroep(en), de variatie hierin en de grootte van de aaneengesloten oppervlakken. Om de biodiversiteitswaarde van het openbaar groen te verhogen is variatie het toverwoord. Variatie in soorten beplanting, in hoog-laag, nat-droog, zon-schaduw, enzovoort. Om het openbaar groen biodiverser te maken, vinden er verschuivingen in beheergroepen plaats.

Zo wordt het aandeel intensief onderhouden gras (gazons) fors minder. Een strak gemaaid gazon heeft een lage biodiversiteitswaarde en vormt (zeker in grote oppervlakten) vaak ook een hitte-eiland. Hiervoor komt een veel groter aandeel bloem- en/of kruidenrijk gras terug. Daarnaast wordt het areaal van andere beheergroepen zoals vaste planten en heesters ook vergroot en worden kleinere aaneengesloten oppervlaktes toegepast. Hierdoor ontstaat er meer variatie en daarmee een gunstigere situatie voor de biodiversiteit. In onderstaande tabel 1 staan de beheergroepen die in Laarbeek gehanteerd worden. In de kolommen is met een groene kleur aangegeven in welke groentypen ze voorkomen. Beheergroep

Mogelijke toepassing in groentype Belevingsgroen

Biodivers groen

Basisgroen

(A-kwaliteit)

(B-kwaliteit)

(B-kwaliteit)

Bosplantsoen extensief Bosplantsoen basis Heesters basis Heesters intensief Bodembedekkers extensief Bodembedekkers basis Bodembedekkers intensief Heesterrozen basis Heesterrozen intensief

9

Natuurlijk groen

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

Hagen basis Hagen intensief Blokhagen basis Blokhagen intensief Hagen in gras/bermen Vaste planten Bloembollen in gras Gazon / gras intensief (25x maaien) Gras basis (15 x maaien) Gras extensief (6x maaien) Gras in grasbetonsteen (6x maaien) Bloemrijk gras intensief (Heem) Kruidenrijk gras extensief (2x maaien) Ruigtevegetatie (1x maaien) Tabel 1: Overzicht beheergroepen in relatie tot groentypen 4.2 Groenonderhoud Onderhoud van openbaar groen kan plaatsvinden op basis van beeldkwaliteit of op basis van frequentie van de onderhoudsactiviteit. Beide vormen worden in Laarbeek toegepast. Bij onderhoud op basis van frequentie wordt met de uitvoerende aannemer afgesproken hoe vaak hij een bepaalde onderhoudshandeling in een bepaald tijdsbestek uitvoert. In Laarbeek wordt alle snoeiwerk op basis van frequentie uitgevoerd. Voor bosplantsoen is dat 1x per 5 jaar, voor heesters en bodembedekkers 1x per 3 jaar en voor heesterrozen 1x per jaar. Hagen en blokhagen worden 2x per jaar geknipt. Ook het onderhoud (maaien) van gazon/gras gebeurt op basis van frequentie (zie tabel 1). Bij onderhoud op basis van beeldkwaliteit wordt met de uitvoerende aannemer een afspraak gemaakt over hoe het beeld van het openbaar groen op elk moment minimaal moet zijn. Aan de hand van een omschrijving en foto’s wordt de vereiste beeldkwaliteit vastgelegd in een zogenaamde beeldmaatlat.

Daarbij wordt onderscheid gemaakt in vijf kwaliteiten (A+, A, B, C en D). In Laarbeek worden de beeldkwaliteiten A en B gehanteerd. Hier is ook het beschikbare onderhoudsbudget op gebaseerd. Wanneer een hogere beeldkwaliteit gewenst is, stijgen de onderhoudskosten, wanneer een lagere beeldkwaliteit geaccepteerd wordt, dalen de onderhoudskosten. Aan de nieuwe groentypen zijn in principe de volgende beeldkwaliteiten gekoppeld: -

Belevingsgroen --> beeldkwaliteit A

-

Biodivers groen --> beeldkwaliteit B

-

Standaard groen --> beeldkwaliteit B

-

Natuurlijk groen --> geen beeldkwaliteit, onderhoud op frequentie

In bijlage 2 zijn de beeldmaatlatten opgenomen die de gemeente Laarbeek hanteert.

10

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

5

BELEIDSWIJZIGINGEN BOMEN

Het Laarbeekse bomenbeleid is omschreven in het Bomenbeleidsplan uit 2013. Op hoofdlijnen is dit beleid nog steeds passend. Op een aantal aspecten zijn er aanpassingen nodig om beter invulling te kunnen geven aan de afspraken uit het bestuursakkoord ‘Samen aan zet’. Het Laarbeekse bomenbeleid sluit aan op de onderverdeling in hoofdgroenstructuur, wijkgroen en overig groen uit het groenbeleids- en -structuurplan. Voor het bomenbeschermingsbeleid is de Groene Kaart van toepassing waarop de waardevolle bomen en groenstructuren zijn aangegeven. De Bomenverordening regelt het juridisch kader. 5.1 Voorgestelde beleidswijzigingen De aanpassingen die voortvloeien uit het bestuursakkoord zijn vertaald in de volgende beleidswijzigingen die na vaststelling van dit groenbeheerplan integraal onderdeel uitmaken van het Bomenbeleidsplan uit 2013: •

We kiezen voor meer variatie in boomsoorten en minder monotone bomenrijen, ook in hoofdgroenstructuren. Dit levert meer biodiversiteit op en is klimaat-robuuster. Het draagt bovendien bij aan een betere natuurlijke balans om ziekten en plagen zoals eikenprocessierups beter in de hand te houden. Het principe ‘de juiste boom op de juiste plaats’ houden we daarbij in ere.

•

Er komt een nieuwe indeling in boomklassen die niet alleen op groenstructuren is gebaseerd, maar ook meer op de waarde van bomen voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid.

•

Om duurzaamheidsdoelstellingen (CO2-reductie, voorkomen hittestress, verhoging biodiversiteit) te behalen is (toekomstig) kroonvolume van bomen belangrijker dan aantallen bomen. Bomen vervullen pas na circa 30 jaar optimaal hun functie. Eén oude boom is dus veel waardevoller dan meerdere jonge bomen. Vervanging door een jonge boom kan dus nooit de waarde van een oudere boom compenseren. Terughoudendheid bij het kappen van oudere bomen is dus meer dan ooit geboden. Hierbij ontstaat ook meteen een nieuw dilemma. Grote bomen kunnen de opbrengst van zonnepanelen verminderen door een grotere schaduwwerking. Deze dilemma’s zijn niet altijd op te lossen. Het is immers geen keuze voor duurzaamheid door zonnepanelen óf duurzaamheid door bomen. We moeten beide doen en soms dus in een suboptimale combinatie. Weghalen van bomen voor zonnepanelen is net zomin aan de orde als geen zonnepanelen leggen omdat de opbrengst niet maximaal kan zijn.

•

Als denkrichting geldt conform het bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ de 3-30-300 regel. Dat wil zeggen: vanaf elke woon-, werk- of schoollocatie zicht op minimaal 3 bomen, 30% van de ruimte is bedekt met boomkronen en binnen 300 meter vanaf elke woon-, werk- of schoollocatie is een groengebied of parkje bereikbaar. We realiseren ons dat dit (zeker in bestaande woonwijken) niet altijd haalbaar is, maar we handelen wel naar de geest van deze regel en voorkomen zoveel mogelijk dat de situatie verslechtert.

•

Grote bomen die al op redelijk duurzame plaatsen staan, laten we daar staan.

•

We herzien het uitgangspunt dat we ‘…alleen bomen planten waar ze oud kunnen worden…’. We hebben met heel veel bestaande situaties te maken waar volgens dat uitgangspunt geen

11

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

bomen meer geplant kunnen worden. De consequentie zou zijn dat er steeds minder bomen in onze dorpen komen. Daarom accepteren we suboptimale groeiplaatssituaties. De consequentie is dat deze bomen niet écht oud kunnen worden en voortijdig vervangen moeten worden. We houden hier op voorhand rekening mee en passen het bomenvervangingsplan daar waar nodig op aan. 5.2 Boomklassen Niet iedere boom is even belangrijk en draagt evenveel bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en groenbeleving (leefbaarheid). In ons huidige bomenbeleid hebben, via de Groene Kaart, vooral waardevolle solitaire bomen en straatbomen langs wegen in de hoofdgroenstructuur een hogere status. Hierbij is geen rekening gehouden met de waarde van bomen voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. Juist op buurtniveau (dus buiten de hoofdgroenstructuur) zijn bomen hiervoor van groot belang (conform uitgangspunt 3-30-300 regel). Dit pleit er dus voor om breder te kijken naar de status van de bomen in Laarbeek, juist ook buiten de reeds benoemde groenstructuren. We kiezen daarom voor een nieuwe indeling in boomklassen die hier beter op aansluit en ook makkelijker te implementeren is in een toekomstig omgevingsplan. De volgende indeling in boomklassen wordt voorgesteld: •

Klasse 1: (potentieel) Waardevolle boom (1e en 2e grootte)

•

Klasse 2: Structuurboom (1e en 2e grootte)

•

Klasse 3: Reguliere boom (1e, 2e en 3e grootte)

•

Klasse 4: Boom met verkorte omlooptijd (2e en 3e grootte)

•

Klasse 5: Vormboom

De bomen in klasse 1 en 2 zijn te kwalificeren als toekomstbomen. Ze hebben een lange beoogde levensduur (> 60 jaar) op een duurzame standplaats. We investeren in een goede inrichting van de groeiplaats en een maximaal te bereiken kroonvolume. De bomen hebben een hoge biodiversiteitswaarde en leveren een flinke bijdrage aan klimaatadaptatie en leefbaarheid. De bomen in klasse 3, 4 en 5 zijn te kwalificeren als sfeerbomen. Ze hebben een kortere beoogde levensduur (25 tot 30 jaar) omdat de beschikbare groeiruimte te beperkt is. Niettemin zijn de bomen wel waardevol voor de aankleding en het leefbaar houden van een buurt/straat. De waarde voor klimaatadaptatie en biodiversiteit is er wel, maar is beperkt. Omdat er sprake is van een verkorte omlooptijd worden de investeringen in de groeiplaats ook beperkt en afgestemd op de levensduur van 25 tot 30 jaar.

12

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

6

UITVOERING EN VERVOLG

In dit Groenbeheerplan zijn de ambities uit het bestuursakkoord ‘Samen aan Zet’ vertaald naar concrete beleidswijzigingen ten opzichte van de vigerende beleidsplannen die er zijn voor openbaar groen en bomen. Ook zijn de uitgangspunten voor beheer en onderhoud vastgelegd. Daarbij is het accent gelegd op de gewenste (beeld)kwaliteit en de daarvoor beschikbare middelen. Via de begroting zijn de bedragen voor zowel de omvormingen als toenemende onderhoudskosten voor het openbaar groen gewaarborgd. 6.1 Uitvoering groenonderhoud Dit groenbeheerplan gaat niet in op de concrete uitvoering en de partijen die daarbij betrokken zijn. Dat is een bewuste keuze omdat de keuze en discussie over de gewenste onderhoudskwaliteit los moet staan van de partij(en) die het uitvoeren. Na vaststelling van dit groenbeheerplan door de gemeenteraad is het aan het college om de uitvoering verder ter hand te nemen. In het onderhoud van het openbaar groen heeft het werkbedrijf Senzer in Laarbeek een belangrijke rol. Vanuit sociaal oogpunt is dat ook belangrijk. Tegelijkertijd moet, met de gevraagde onderhoudskwaliteit als randvoorwaarde, ook realistisch gekeken worden wat Senzer wel en niet kan leveren. 6.2 Uitvoeringsaspecten m.b.t. bomen Bij het bomenbeheer is geen sprake van verschillende onderhoudsniveaus zoals bij openbaar groen.

Om de veiligheid van bomen te waarborgen, heeft de gemeente een zorgplicht. Alle gemeentebomen worden daarom periodiek gecontroleerd. Het noodzakelijke onderhoud volgt uit deze boomveiligheidscontroles. Eventuele beleidskeuzes zijn daarom altijd aan een ondergrens gebonden: bomen moeten te allen tijde veilig zijn en goed onderhouden worden. Voor de planmatige vervanging van bomen is in 2020 het Bomenvervangingsplan vastgesteld. Het bomenvervangingsplan gaat uit van het huidige bomenbeleid en maakt dus geen onderscheid tussen toekomstbomen en sfeerbomen. Daarnaast gaat het bomenvervangingsplan alleen uit van vervanging van bomen waarbij dat (boomtechnisch gezien) noodzakelijk is. Met aanvullende wensen of extra vervangingen, is geen rekening gehouden. Het bijbehorende budget is daar ook op gebaseerd. Globaal kan gesteld worden dat voor de noodzakelijke vervanging van sfeerbomen voldoende budget uit het bomenvervangingsplan beschikbaar is. Investeren in toekomstbomen (mét bijvoorbeeld een optimale groeiplaatsinrichting) vraagt waarschijnlijk om extra budget. Het aanwijzen van toekomstbomen moet zorgvuldig gebeuren. Dat vraagt het nodige voorbereidende werk en het is nu nog niet te zeggen hoeveel bomen daadwerkelijk als toekomstboom aangewezen kunnen worden (of waar ze nieuw geplant kunnen worden).

Zodra dat in beeld is, kan ook de bestuurlijke/politieke discussie gevoerd worden over het ambitieniveau en hoeveel toekomstbomen de gemeente Laarbeek daadwerkelijk aan wil wijzen. Vanzelfsprekend hangt dat samen met de vraag hoeveel of hoe weinig extra investeringen je in toekomstbomen wilt doen.

13

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

BIJLAGE 1:

DEELGEBIEDEN VOOR OMVORMINGEN

14

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

BEEK

1.1

De Groene Long

1.2

Muziektuin

1.3

Koppelstraat-Piet van Thielplein (loopt door in Donk)

1.4

Vogelbuurt

1.5

Omgeving Smalleweg-Nieuwstraat

1.6

Omgeving Brandstraat-Kerkstraat

1.7

Heuvelplein-Pater Becanusstraat

1.8

De Regt

1.9

Laarsche Velden noord

1.10 Laarsche Velden zuid 1.11 Bloemenbuurt 1.12 Kerkakkers 1.13 Omgeving Leliestaat 1.14 Beekerheide 1.15 Oranjelaan 1.16 De Beekse Akkers

15

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

DONK

1.3

Koppelstraat-Piet van Thielplein (loopt door in Beek)

2.1

Voorzieningencluster

2.2

Omgeving Burgemeester Van der Weidenlaan

2.3

Schildersbuurt

2.4

Omgeving Schoolstraat

2.5

Kapelstraat

2.6

De Voorbeemd west

2.7

De Voorbeemd oost

2.8

Bosscheweg

2.9

Monseigneur Verhagenstraat-Tuinstraat

2.10 Bedrijventerrein Bemmer I-II-III 2.11 Bedrijventerrein Bemmer IV

16

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

AARLE-RIXTEL

3.1

Dorpsstraat

3.2

Omgeving Hagelkruisweg-Torenakker

3.3

Opstal

3.4

Omgeving Kerkstraat-Terlingenplein

3.5

Omgeving Phaffstraat-Goossensstraat

3.6

Omgeving Koudemaas-Julianastraat

3.7

Helmondseweg

3.8

Omgeving De Malthezer-Duivenakker

3.9

Omgeving Mariastraat

3.10 Bosscheweg 3.11 Broekeling 3.12 Rode en Blauwe Schutplein 3.13 Strijp

17

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

LIESHOUT

4.1

Dorpsstraat

4.2

Omgeving Lankelaar-Schutsstraat

4.3

Omgeving Balduinstraat-Hertog Hendriklaan

4.4

Omgeving Burgemeester Mostermanslaan-Floreffestraat

4.5

Vogelenzang

4.6

Nieuwenhof

4.7

Molenstraat

4.8

Omgeving Ribbiusstraat-Papenhoef

4.9

Centrum-De Heuvel

4.10 Omgeving Nieuwstraat-Baverdestraat 4.11 Omgeving Ruitjensakker-Hemelrijk 4.12 Omgeving Wolwever-Revershof 4.13 Bedrijventerrein De Stater-Bavaria

18

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

MARIAHOUT

5.1

Mariastraat-Oranjeplein

5.2

Bernadettestraat

5.3

Vogelbuurt

5.4

Omgeving Julianastraat-Tuindersweg

5.5

D’n Hoge Suute

19

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

BIJLAGE 2:

BEELDMAATLATTEN

Meetinstructie: Onkruid Toepassingsgebied: Heesters, rozen, bodembedekkende heesters, hagen, vaste planten en heesterrozen

Meetinstructie: Zwerfafval grof Toepassingsgebied: Alle beplantingen

20

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

Meetinstructie: Natuurlijk afval Toepassingsgebied: Alle beplantingen

Meetinstructie: Overgroei beplanting (randen) Toepassingsgebied: Alle beplantingen

21

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

Meetinstructie: Onkruid Toepassingsgebied: Verhardingen

Meetinstructie: Onkruid Toepassingsgebied: Halfverhardingen

22

GROENBEHEERPLAN LAARBEEK 2023

Meetinstructie: Onkruid rondom obstakels Toepassingsgebied: Verhardingen

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=2f9df540-2fd9-4a7b-bcf1-1f47b188d215