20240208 RIB VTH-beleidsplan 2024-2027 en uitvoeringsprogramma VTH 2024 Bijlage 2
Tekst van het document
Uitvoeringsstrategie VTH 2024-2027 - Bijlage A Beleidsplan VTH -
Gemeente Laarbeek
Titel: Team: Vastgesteld door college op:
Uitvoeringsstrategie VTH Toetsing en Handhaving
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Preventie
5
3
Vergunningen
7
4
Toezicht
22
5
Sanctioneren en gedogen
30
6
Kwaliteitsborging
30
BIJLAGE: Toezicht en toetsingsprotocol bouwen BIJLAGE: Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht
Beleidsplan VTH
2
1 Inleiding 1.1
Functie
In deze uitvoeringsstrategie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) leggen we onze werkwijze vast. Onze uitvoeringsstrategie sluit aan op de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO, versie oktober 2022) die we onderschrijven (zie bijlage) en die is aangevuld met onze werkwijze. Het vaststellen van een uitvoeringsstrategie is verplicht. In de artikelen 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit is vastgelegd dat het bevoegd gezag een uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststelt met: § De doelen die worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en de werkzaamheden die met het oog op die doelen worden verricht. § Afstemming van de handhavingsstrategie met instanties die zijn belast met strafrechtelijke handhaving. § Een analyse van problemen die zich kunnen voeren bij naleving van de wet. § Prioriteitstelling voor het verrichten van werkzaamheden en inzicht in de methode om te bepalen of de doelen worden bereikt. § Criteria voor het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen. § De werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen. § Afspraken tussen bestuursorganen onderling en met instanties die zijn belast met strafrechtelijke handhaving over samenwerking en afstemming. § De wijze waarop toezicht worden gehouden op de naleving van de wet.
§ De wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over naleving van de wet. § De wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen worden gehanteerd. § De wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen door een bestuursorgaan of een door de overheid behorende instantie.
1.2
Afbakening
Deze uitvoeringsstrategie gaat over de gemeentelijke VTH-taken die onder de Omgevingswet vallen, inclusief onderdelen van lokale verordeningen die deel gaan uitmaken van het omgevingsplan. Concreet gaat het om vergunningverlening, toezicht en handhaving voor onder meer: omgevingsplan, evenementen, milieu, bouw, sloop, brandveiligheid, bouwveiligheid, monumenten, reclame, rooien van bomen, natuurbescherming, in- en uitritten, openbare ruimte en fysieke veiligheid. Verder gaat de uitvoeringsstrategie in op VTH-taken in de fysieke omgeving die gericht zijn op veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en de openbare orde. Deze strategie heeft twee functies. Ten eerste kan deze als motivering dienen voor besluiten. Ten tweede wordt vastgelegd hoe er met bevoegdheden wordt omgegaan. Met deze strategie legt de gemeente zichzelf verplichtingen op. De gemeente is in beginsel verplicht te handelen volgens haar eigen beleidsregels.
Beleidsplan VTH
3
Deze uitvoeringsstrategie en het ‘Beleidsplan VTH’, vertalen we door in ons jaarlijks uitvoeringsprogramma. Daarin leggen we elk jaar vast welke instrumenten we inzetten, met welke intensiteit en met welke personele en financiële inzet.
1.3
Opbouw
De onderdelen van deze uitvoeringsstrategie zijn in onderstaand figuur gevisualiseerd.
In hoofdstuk 2 is onze preventiestrategie uitgewerkt en in hoofdstuk 3 de vergunningstrategie. De toezichtstrategie, sanctie- en gedoogstrategie staan in de hoofdstukken 4 en 5.
Beleidsplan VTH
4
2 Preventie We bieden inzicht in onze lokale regels aan burgers en bedrijven. Daarmee kunnen we overtredingen voorkomen die goedwillende en onbewuste overtreders kunnen maken. Het doel is om burgers en bedrijven van de juiste informatie en kennis te voorzien, zodat zij bij hun activiteiten op de hoogte zijn van de regels die gelden.
2.1 Voorlichting We zetten voorlichting in om te voorkomen dat overtredingen ontstaan uit een gebrek aan informatie en kennis. Burgers en bedrijven infomeren we door: § Informatieverstrekking over beleid, wetgeving, regels en indieningsvereisten via onze gemeentelijke website, telefonisch, aan de balie en in gemeentelijke publicaties. Het Klant Contact Centrum (KCC) beantwoord algemene vragen en zet door naar inhoudelijk behandelaars. § Benutten en vullen van het landelijk Digitale Stelsel Omgevingswet waar aanvragers een vergunningcheck, vergunningaanvraag of melding kunnen doen en waar de regels voor een locatie of gebied worden getoond. § Omgevingsoverleg (telefonisch, gesprek) over indieningsvereisten, globaal inzicht in kansrijkheid van initiatieven en informatie over de mogelijkheden voor indiening van aanvragen op basis van een eerste schets van een initiatief (conceptaanvraag). § Terugkoppeling van (beoordelings)resultaten na het omgevingsoverleg § Kennisgevingen via sociale media voor (geplande) aanvragen of activiteiten.
2.2 Conceptverzoek Een initiatiefnemer kan een conceptverzoek doen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Onze werkwijze met betrekking tot het conceptverzoek en het omgevingsoverleg leggen we vast in werkprocessen en onze VTH-applicatie. Onder de Omgevingswet gebeurt de beoordeling van conceptverzoeken via een intaketafel, waarbij we adviezen inwinnen bij de vakspecialisten. Door de kortere besluitvormingstermijn voor aanvragen onder de Omgevingswet wordt het overleg vóór indiening van de aanvraag gevoerd. Indien nodig worden ketenpartners en andere overheden betrokken bij de complexere en omvangrijke initiatieven (omgevingstafel). Het eindresultaat van het conceptverzoek betreft een indicatie van de haalbaarheid van een initiatief op verschillende beleidsterreinen. De aanvrager kan het initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken ten behoeve van het formele indieningstraject.
2.3 Participatie Onze gemeenteraad stelt vast voor welke vergunningprocedures participatie verplicht is. Verder stimuleren we initiatiefnemers om een participatieproces te doorlopen. Dit doen we aan de hand van het gemeentelijk participatiebeleid. De initiatiefnemer kan met participatie zorgdragen voor voldoende bekendheid van het
Beleidsplan VTH
5
initiatief bij belanghebbenden en inbreng verkrijgen van die belanghebbenden. Dit kunnen wij als gemeente meenemen bij onze beoordeling van de vergunningaanvraag voor het initiatief. Wij kiezen voor een neutrale rol in het participatieproces; we stimuleren de initiatiefnemer tot een participatieproces en stellen op verzoek feitelijke kennis en informatie beschikbaar aan alle partijen. Voor evenementen stimuleren we – naast het publiceren van de vergunning/melding dat de organisator(en) de direct betrokken inwoners informeert.
2.4 Actieve openbaarmaking Bij actieve openbaarmaking van besluiten volgen we de Omgevingswet (artikel 10.2, 16.5 en16.6), de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:41, 3:44 en 3:45), de Wet open overheid en de Wet elektronische publicaties: § Bekendmaken van de vergunningaanvraag in een elektronische publicatie met een zakelijke weergave van de inhoud en de dag van ontvangst van de aanvraag § Bekendmaken van het besluit op een vergunningaanvraag aan de aanvrager en de vergunninghouder § Mededeling van het besluit aan degenen die zienswijzen hebben ingebracht en aan de adviseur als het besluit afwijkt van het advies § Kennisgeving en ter inzagelegging in een door onze gemeente uitgegeven publicatie § Kennisgeving van een melding Bal in een elektronische publicatie
2.5 Samenwerking bij preventie Bij veranderende wetgeving of ontwikkelingen werken we samen met partners zoals het waterschap, veiligheidsregio, politie, ODZOB bij het verstrekken van kennis en informatie. Dit doen we met die partners door informatie op te nemen op websites, het organiseren van bijeenkomsten of het gericht uitdoen van mailings. .
Beleidsplan VTH
6
3 Vergunningen We verstaan onder de procedure van vergunningverlening: § verlenen, weigeren, revisie, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een vergunning of ontheffing; § behandelen van een melding1; § besluiten over maatwerk en/of gelijkwaardigheid; § afgeven van (bindende) adviezen bij buitenplanse afwijkingen; § besluit nemen over het al dan niet vereisen van een MER (m.e.r.-beoordeling).
3.1 Basiswerkwijze De Omgevingswet leidt tot veranderingen in het vergunningenproces. De reguliere procedure met een termijn van 8 weken is standaard. Ook vervalt de vergunning van rechtswege als de termijn is verstreken. De gemeente neemt een besluit op de vergunningaanvraag. Bij het overschrijden van de termijn kan de initiatiefnemer gebruik maken van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Uitgangspunten bij vergunningverlening en het behandelen van meldingen zijn: § Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor het indienen van goede en volledige aanvragen en meldingen conform landelijke en lokale indieningsvereisten. § We houden ons bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: zorgvuldigheid, rechtszekerheid, gelijkheid; § Vergunningen zijn afgestemd op wet- en regelgeving (landelijk, provinciaal en lokaal) en op lokaal en provinciaal beleid; § Vergunningen zijn zo begrijpelijk mogelijk geformuleerd en beoordeeld op handhaafbaarheid; § Algemene inzichten vanuit de bezwaarschriftencommissie worden gedeeld met de vergunningverleners om de kwaliteit, inhoud en de motivatie van de vergunningen te verbeteren § Besluiten op vergunningaanvragen worden tijdig genomen, conform de wettelijke termijnen of eigen streeftermijnen; § Er is afstemming met andere bestuurs- of adviesorganen indien een instemmings- of adviesplicht van kracht is.
We hebben de taak om de belangen vanuit verschillende disciplines te coördineren. Bij aanvragen omgevingsvergunning kennen we de rol van zaakbehandelaar; het merendeel van de aanvragen omgevingsvergunning komt binnen bij de Odzob en zij starten de behandeling. Bij een aanvraag waarvoor meerdere disciplines betrokken zijn wordt de zaakbehandelaar betrokken. De aanvrager en belanghebbenden hebben een vast aanspreekpunt. De zaakbehandelaar krijgt vanuit de betrokken disciplines adviezen aangereikt en ziet toe op het integrale karakter van de vergunning.
1
Zoals voor milieu, brandveilig gebruik, sloop en het lozen buiten inrichtingen. Bij de inwerkingtreding van de
Omgevingswet wordt het Activiteitenbesluit vervangen door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Beleidsplan VTH
7
Ons hoofdproces voor het beslissen op een vergunningaanvraag en het beoordelen van een melding volgt onderstaande stappen. Daarbij volgen wij voor vergunningaanvragen de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Awb en de Omgevingswet. Hoofdproces: 1. Inboeken, registreren en digitaliseren van de aanvraag; 2. Sturen ontvangstbevestiging; 3. Vergunningverlener omgevingsvergunning beoordeelt: a. Bevoegd gezag; b. Uitgebreide of reguliere procedure; c. Meervoudige of enkelvoudige aanvraag; d. Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen; e. Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang. 4. De vergunningverlener is verantwoordelijk voor afhandelen van de aanvraag: a. Toets volledigheid en ontvankelijkheid op basis van indieningsvereisten en samenloop met andere vergunningen/meldingen; b. (Vak)inhoudelijke toets aan alle relevante beoordelingskaders; c. Uitzetten bij interne- en externe adviseurs; d. Beoordelen of een Bibob-onderzoek van toepassing is; e. Bewaken van de termijn; f. Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; g. Opstellen (concept)beschikking; h. Maken legesberekening ter voorbereiding op de legesfactuur (facturering door Financiën); i. Registratie (behandelstappen en documenten). 5. Archiveren beschikkingen (digitaal).
Een afschrift van de beschikking/melding, wordt verstuurd aan alle adviserende externe adviseurs die toezicht en handhaving op die beschikking uitvoeren. 6. Mogelijk zienswijze, bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening. Vergunningaanvragen worden digitaal behandeld. We sturen op digitale indiening. Aanvragen die op papier worden ingediend, worden door ons gedigitaliseerd. De werkprocessen en werkafspraken zijn vastgelegd in onze VTH-applicatie, waarbij de processtappen worden doorlopen en wordt aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. De meest voorkomende correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften is gestandaardiseerd. Bij ontvangst van meldingen - zoals brandveilig gebruik en onder de Wet kwaliteitsborging bouwen voor bouwactiviteiten - vindt een beoordeling plaats of de melding compleet is. Er volgt op een melding geen besluit. Indien nodig, wordt het toezichtproces gestart. Indien een concretere uitwerking van voorschriften nodig is voor het voorkomen van risico’s en/of voor een betere handhaafbaarheid, worden maatwerkvoorschriften opgelegd of een gelijkwaardigheidsbesluit genomen.
Beleidsplan VTH
8
3.2 Ontvankelijkheid De korte afhandelingstermijn voor (bijna alle) vergunningaanvragen maakt het noodzakelijk om aandacht te geven aan de toets op ontvankelijkheid. Een complete beoordeling van aanvragen is mogelijk als de vereiste stukken aanwezig zijn. De marges voor het toestaan van uitzonderingen zijn gering. Het consequent toetsen van een aanvraag op ontvankelijkheid op basis van de wettelijke vereisten voorkomt dat in het vervolg van het proces de toetsing niet (geheel) kan worden uitgevoerd. We voeren een ontvankelijkheidstoets uit bij aanvragen omgevingsvergunning. We beoordelen aanvragen binnen drie welen na ontvangt op volledigheid op de standaard indieningsvereisten en beoordelen binnen een redelijke termijn op ontvankelijkheid. Een aanvrager krijgt een redelijke termijn om ontbrekende gegevens aan te leveren. Als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Dit wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt dat zijn aanvraag om een omgevingsvergunning buiten behandeling blijft, waartegen bezwaar kan worden ingediend. Indien voor het verlenen van een vergunning een toestemming van een ander bestuursorgaan nodig is om een bepaalde activiteit uit te voeren en deze niet of onvolledig is ingediend, kan de aanvraag om een omgevingsvergunning niet in behandeling worden genomen.
Daarbij wordt gelegenheid gegeven om de aanvraag aan te vullen. In het kader van de Wet samenhangende besluiten bekijken wij, of voor het realiseren van de aangevraagde activiteit ook overige vergunningen of meldingen nodig zijn en informeren we de aanvrager.
3.3 Bibob-toets We voeren een Bibob-toets uit conform onze gemeentelijke beleidsregels voor toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). We hebben beleidsregels vastgelegd voor de toepassing van een Bibob-toets voor de horeca- en prostitutiebranche en voor de omgevingsvergunning activiteit bouwen. In de beleidsregel is vastgelegd bij welke aanvragen een Bibobtoets wordt toegepast. Daarnaast kan bij signalen een Bibob-toets worden toegepast bij een aanvraag. Indien een Bibob-advies wordt gevraagd conform de Wet Bibob dan wordt de wettelijke behandeltermijn opgeschort. Bij de horeca- of prostitutiebranche wordt een toets uitgevoerd bij: § Vergunning voor uitoefening van het horecabedrijf (exclusief paracommercie); § Vergunning voor uitoefening van het slijtersbedrijf; § Exploitatievergunning voor een openbare inrichting (exclusief paracommercie); § Vergunning voor seksinrichting of escortbedrijf.
Beleidsplan VTH
9
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning activiteit bouwen wordt een toets uitgevoerd bij: § Een vergunningaanvraag waarbij de normkosten hoger zijn dan € 500.000,§ Een vergunningaanvraag met normkosten tussen € 50.000 en € 500.000 en waarbij in de beleidsregel benoemde risicocategorieën van toepassing zijn § Een vergunningaanvraag waarbij de normkosten hoger zijn dan € 50.000,en de locatie is gelegen in een aangewezen risicogebied § Een vergunningplichtig bouwwerk waarvan de realisatie is gestart zonder vereiste vergunning
3.4 Inwerkingtreding vergunning In de Omgevingswet is vastgelegd dat bij een reguliere procedure de omgevingsvergunning van kracht is na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. De Omgevingswet geeft een mogelijkheid om gevallen aan te wijzen waarbij sprake is van uitgestelde inwerkingtreding. Binnen onze gemeente geldt uitgestelde inwerkingtreding met een redelijke termijn bij activiteiten die kunnen leiden tot een wijziging van een bestaande toestand die niet kan worden hersteld (onomkeerbaarheid). Het betreft: 1. Kappen 2. Slopen in beschermd stadsgezicht en op grond van ruimtelijke regels 3. Wijzigingen aan (gemeentelijke-, provinciale- en Rijks)monumenten 4. Aanleg
3.5 Intrekken vergunning Verleende vergunningen kunnen worden ingetrokken. Bijvoorbeeld voor vergunningen voor werken die niet zijn gestart of langer stilliggen. Daarmee wordt voorkomen dat activiteiten gerealiseerd worden volgens verouderde normen in wetgeving, dat werken voor langere tijd onnodig blootstaan aan de elementen en omdat belanghebbenden na lange tijd geen mogelijkheden meer hebben om tegen een onherroepelijk vergunning de gebruikelijke rechtsmiddelen aan te wenden. De Omgevingswet kent een termijn van minimaal een jaar waarna de gemeente de vergunning kan intrekken. In de volgende gevallen zal aan de vergunninghouder een nadere termijn worden gegund waarbinnen met de werkzaamheden een aanvang moet zijn gemaakt: a. de vergunninghouder de intentie tot realisatie kan aantonen (opdracht aan bedrijf, facturen); b. de vergunninghouder persoonlijke omstandigheden opvoert die tot uitstel leiden.
Beleidsplan VTH
10
3.6 Rechtsbescherming De Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op besluiten en vergunningen onder de Omgevingswet. Voor belanghebbenden staan de mogelijkheden voor rechtsmiddelen open2: Besluit Omgevingsvergunning regulier Omgevingsvergunning uitgebreid Maatwerkvoorschrift Handhavingsbesluit
Zienswijze
Bezwaar X
X X (voornemen)
X X
Beroep rechtbank X X X X
Beroep RvS X X X X
Bij een handhavingsbesluit en bij een afwijzing van een vergunningaanvraag wordt een voornemen verzonden waarop zienswijzen kunnen worden ingediend. De zienswijzen worden meegenomen in de belangenafweging voor het definitieve besluit.
3.7 Beoordelingskader Omgevingsplanactiviteit Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat onze lokale regels voor de fysieke omgeving. Op de datum van inwerkingtreding beschikken we over een omgevingsplan van rechtswege: ons tijdelijke omgevingsplan. Vervolgens is er een transitieperiode tot 2032 om ons omgevingsplan voor het grondgebied vast te stellen waarin alle regels zijn opgenomen voor de fysieke omgeving. De Omgevingswet kent geen actualisatieplicht. Wel is er de verplichting om de gemeentelijke omgevingsvisie, landelijk en provinciale instructieregels, beleid voor de fysieke omgeving en verleende vergunningen te vertalen naar en op te nemen in het omgevingsplan.
In combinatie met de landelijke regels blijkt: § welke activiteiten in de fysieke omgeving zonder meer mogelijk zijn; § voor welke activiteiten een informatieplicht of meldingsplicht geldt; § welke activiteiten zijn toegestaan op basis van een vergunning; § welke activiteiten niet zijn toegestaan; er kan een vergunningaanvraag worden gedaan voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een aanvraag voor wijziging omgevingsplan. Vergunningaanvragen worden getoetst aan het omgevingsplan. Dit gebeurt op een grondige manier. Voor activiteiten wordt beoordeeld op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, welstandseisen en technische aspecten waarvoor de gemeente 2
met enkele specifieke uitzonderingen die zijn vastgelegd in de Awb
Beleidsplan VTH
11
verantwoordelijk is en regels zijn opgenomen in het omgevingsplan. Als blijkt dat een activiteit niet voldoet dan beoordelen we of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of wijziging omgevingsplan voor die activiteit mogelijk is (zie onder ‘Afwijkingen’). Afwijkingen Initiatieven die niet zijn toegestaan volgens de regels in het omgevingsplan kunnen gebruik maken van de vergunningprocedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor sommige ontwikkelingen is de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan beter passend of noodzakelijk. De gemeenteraad neemt het besluit over een wijziging van het omgevingsplan en heeft de mogelijkheid om dit te delegeren naar het college. Voor de vergunningprocedure is het college bevoegd. De gemeenteraad wijst gevallen aan waarvoor zij adviesrecht heeft en bindend advies geeft aan het college voordat een besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen.
3.8 Beoordelingskader bouwtechnische activiteit Voor bouwen is de preventieve toets een ‘aannemelijkheidstoets’: een vergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. Hiermee stelt de wetgever dat de gemeente bij het toetsen van de bouwaanvraag niet de verantwoordelijkheid overneemt van de vergunninghouder of bouwer. De toetsingsstrategie voor (bouw)aanvragen heeft tot doel te komen tot een uniforme manier van toetsen door een kwaliteitsniveau vast te leggen. Ongeacht de behandelend medewerker vindt een eenduidige toetsing plaats. Tevens wordt aan de hand van de toetsingsstrategie gekomen tot een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet van de beschikbare middelen. Bouwtechnische toetsing De bouwtechnische regels zijn opgenomen in het landelijk Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De bouwtechnische toetsing die de gemeente uitvoert is voor bouwwerken die niet onder gevolgklasse 1 van de Wkb vallen. Het is praktisch onmogelijk om alle voorschriften uitputtend te toetsen. Hiervoor ontbreken middelen en capaciteit. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om deze toetsing. Voor de technische toetsing van aanvragen omgevingsvergunning bouwen is het noodzakelijk tot een lokaal, verantwoord kader te komen waarin we aannemelijk maken of aan de regelgeving wordt voldaan.
Toetsingsniveaus De toetsing van een aanvraag met een bouwactiviteit baseren we op de landelijke toetsingsmatrix. Deze werkt met vier niveaus van toetsing. Per type bouwwerk is afhankelijk van het risico bepaald op welk niveau getoetst wordt. De toetsingsniveaus beschrijven de diepgang van de beoordeling. Bij de keuze en omschrijving van de toetsingsniveaus is aangesloten bij definities uit het landelijk project Collectieve Kwaliteitsnorming Bouwvergunningen (CKB). Doel is om de
Beleidsplan VTH
12
toetsingskwaliteit van aanvragen te waarborgen: vastleggen van een toetsingsniveau waaraan wordt getoetst. Er zijn vier toetsingsniveaus waarbij de diepgang oploopt van 1 naar 4. Er is voor gekozen om de toetsingsniveaus algemeen te beschrijven en niet voor elk voorschrift te definiëren wat onder het toetsingsniveau moet worden verstaan. Cat 1
Werkniveau Sneltoets
2
Globaal
3
Representati ef
4
Grondig
Toetsniveau Toetsen op de compleetheid van de (technische) informatie: § aanwezigheid tekeningen/berekeningen; § vereiste voorzieningen op tekening aangegeven en globale inschatting dat aan eisen worden voldaan Toetsen of uitgangspunten conform norm zijn: § controle door na te gaan of uitgangspunten uit tekeningen/berekeningen zijn te halen door bijvoorbeeld: - maten of meten - controle andere specificaties (bv. certificaat) - controle rekenmethode Toetsen of berekeningen correct zijn weergegeven: § controle door aantal representatieve onderdelen (vooral de constructieve- en brandveiligheid) op tekening en/of in berekening rekenkundig te controleren. Toetsen op alle onderdelen § voorschrift integraal controleren; § berekeningen narekenen; § zo nodig complexe berekeningen (laten) beoordelen.
Toetsingsmatrix Het toetsingsprotocol is een matrix. Horizontaal, in de rijen, zijn de thema’s/aspecten aangegeven en verticaal de gebruiksfuncties. De matrix is opgenomen in bijlage 1. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Bij inwerkingtreding van de Wkb per 1 Welke bouwwerken zijn Gevolgklasse 1? januari 2024 vervalt de toetsing en het § Grondgebonden woningen en nevenfuncties (garage, toezicht op hoofdstuk 2 t/m 6 van het kantoor aan huis) § Woonboten huidige Bouwbesluit. Deze § Vakantiewoningen werkzaamheden worden uitgevoerd door § Bedrijfspanden van maximaal 2 bouwlagen, klein onafhankelijke kwaliteitsborgers. De Wkb kantoor / kantine gaat op 1 januari 2024 in voor nieuwbouw § Aanbouwen van maximaal 2 bouwlagen § Fiets- en voetgangersbruggen (niet over rijks- of en op 1 januari 2025 voor verbouw. In dit provinciale wegen), maximaal 20 meter overspanning document gaan we uit van de situatie dat § Bouwwerken geen gebouw zijnde tot 20 meter hoog de Wkb voor alle bouwwerken in (masten, antennes) gevolgklasse 1 in werking is.
Onze toetsings- en toezichtstrategie geldt voor de bouwwerken die niet vallen onder gevolgklasse 1 (GK1) van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Bouwwerken die vallen onder GK1 worden door ons niet meer bouwtechnisch
Beleidsplan VTH
13
getoetst; wel blijft bij deze bouwwerken de toetsing aan ons omgevingsplan via de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit. Wat valt weg
• Bouwtechnische inhoudelijke beoordeling aanvraag • Toezicht op bouwtechnische uitvoering
Wat blijft onveranderd
Wat komt erbij
• Toetsing monumenten, welstand, omgevingsveiligheid, bouwverordening, bestemmingsplan • Toezicht en handhaving op gebruikersfase • Handhaving Bouwbesluit
• Check op toepassing juist kwaliteitsborgingsinstrument • Check op aanwezigheid juiste kwaliteitsborger • Check op verklaring bouwwerk conform Bouwbesluit • Check bevoegd gezag dossier
Het proces onder de Wkb is als volgt:
Initiatiefnemer / kwaliteitsborger q Risicobeoordeling q Borgingsplan q Instrument q Kwaliteitsborger Aanvraag omgevingsplanactiviteit
Melding bouwactiviteit
8
4
wkn
Beoordelen aan omgevingsplan, welstand, omgevingsveiligheid
Gemeente
wkn
DSOLV LEEF Appli catie
Registreren Beoordelen van risicoanalyse, borgingsplan en beoordelen van instrument en kwaliteitsborger
q Dossier bevoegd gezag q Verklaring
Uitvoering borgingsplan door de kwaliteitsborger Mededeling start bouw
2 dgn
Mededeling bouw gereed
DSOLV LEEF Appli catie
Registreren Bewaken samenloop met gemeentelijk toezicht
-
DSOLV LEEF Appli catie
Registreren Bewaken samenloop met gemeentelijk toezicht
Gereedmelding bouw
10 dgn
DSOLV LEEF Appli catie
Ingebruik name
Registreren Beoordelen dossier en verklaring Goedkeuring tot ingebruikname
Handhavende rol bij constateringen door kwaliteitsborger
Aanvraag Omgevingsplanactiviteit (indien van toepassing): Er wordt een aanvraag ingediend bij een vergunningplicht volgens het omgevingsplan of als de activiteit niet past binnen de regels van het omgevingsplan. De gemeentelijke toetsing aan omgevingsplan, welstand en omgevingsveiligheid blijft onveranderd. De aanvraag en beoordeling van de omgevingsplanactiviteit valt buiten de werking van de Wkb. Melding bouwactiviteit: Vier weken voor start bouw ontvangt de gemeente de “Melding Bouwactiviteit” met: § De risicobeoordeling van het bouwwerk; § Het borgingsplan; § De toe te passen borgingsinstrumenten; § Gegevens over de kwaliteitsborger. Mededeling start bouw: De gemeente ontvangt de mededeling 2 dagen voor de bouw start.
Beleidsplan VTH
14
Realisatie bouwwerk - uitvoering borgingsplan: Tijdens realisatie van het bouwwerk houdt de kwaliteitsborger toezicht conform het borgingsplan. De kwaliteitsborger treedt niet handhavend op; dit blijft bij de gemeente. Dit betekent dat de gemeente een signaal krijgt van de kwaliteitsborger als deze overtredingen constateert die de initiatiefnemer niet oplost. Mededeling bouw gereed: De gemeente ontvangt de mededeling. Gereedmelding bouw: De gemeente ontvangt de “Gereedmelding bouw” met het dossier bevoegd gezag en een verklaring of het bouwwerk voldoet. Indien er geen gereedmelding wordt gedaan of indien het dossier niet op orde is dan kan de gemeente de ingebruikname tegenhouden. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk om de gemeentelijke rol in te vullen onder de Wkb. De verschillen zitten in de mate waarin de gemeente de meldingen van de kwaliteitsborger beoordeelt en de mate waarin wordt ingegaan op signalen van de kwaliteitsborger tijdens de realisatie van de bouw. De scenario’s zijn onderstaand geduid, waarbij voorlopig het tweede scenario wordt gevolgd.
De casemanager benut de contacten met een initiatiefnemer – vanuit conceptverzoek, overleg, aanvraag omgevingsplanactiviteit – om te beoordelen of deze invulling geeft aan het inschakelen van een kwaliteitsborger als het gaat om een bouwwerk in gevolgklasse I. De gemeente zet de meldingen en kennisgevingen door naar de ODZOB. Die beoordeelt de melding start bouw op volledigheid: is er een borgingsplan met risicobeoordeling aangeleverd en is aangegeven wie de kwaliteitsborger is en welk instrument de kwaliteitsborger hanteert. Wanneer blijkt dat de melding onvolledig is, dan stuurt de ODZOB de melder een bericht met hierin aangegeven welke stukken er ontbreken en wordt de melding niet verder in behandeling genomen Tevens beoordeelt de ODZOB of de lokale risico’s afdoende door de kwaliteitsborger zijn verwerkt in het borgingsplan en geeft eventuele aanvullende voorwaarden door aan de kwaliteitsborger. Dit is met name het geval bij bouwwerken met een hoger risicoprofiel.
Beleidsplan VTH
15
Er is sprake van een hogere risicoprofiel als: § Er specifieke lokale risico’s zijn onderkend bij de aanvraag en behandeling van een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit. § Het een initiatief betreft waarvoor een adviesrecht van de gemeenteraad van toepassing is. § Het initiatief bestuurlijk gevoelig is. Indien er sprake is van een hoger risicoprofiel en aanvullende voorwaarden aan de kwaliteitsborger kenbaar zijn gemaakt dan neemt de casemanager of de ODZOB contact op met de kwaliteitsborger om gedurende het bouwproces gezamenlijk (kwaliteitsborger en ODZOB) toezicht uit te oefenen op de aanvullende voorwaarden. Er kan een bouwmelding worden ingediend zonder gelijkwaardige oplossing, terwijl tijdens de bouw afwijkend wordt gebouwd met een gelijkwaardige oplossing. Dit kan tot gevolg hebben dat niet langer sprake is van een gevolgklasse 1 bouwwerk en er onterecht een melding is ingediend, terwijl een vergunning is vereist. Wanneer dit gebeurt zal de kwaliteitsborger contact op dienen te nemen met de gemeente. Wij dienen te beoordelen welke vervolgstappen nodig zijn en de uitkomst terugkoppelen aan de kwaliteitsborger. Stillegging van de bouwwerkzaamheden is daarbij een van de mogelijkheden.
3.9 Beoordelingskader sloop Voor slopen geldt bij karakteristieke panden (vastgelegd in omgevingsplan), monumenten en panden gelegen in een stads- en dorpsgezicht een vergunningplicht. Voor overige panden geldt een meldingsplicht. De sloopvergunning wordt beoordeeld op ontvankelijkheid en inhoudelijk beoordeeld op basis omgevingsplan en Bbl, met bijzondere aandacht voor monumentale waarden en asbest.
3.10 Beoordelingskader brandveiligheid Het toetsen van meldingen voor alle typen gebouwen in relatie tot brandveiligheid gebeurt op basis van een 100% toets aan wettelijke regelgeving op volledigheid als inhoud. In alle gevallen (wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een gelijkwaardigheid of als het gaat om bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid) wordt advies gevraagd aan de VRBZO. Voor niet-bouwwerken (tenten, podia, kermissen) wordt gewerkt volgens het “Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen” en het gemeentelijk beleid voor evenementen.
3.11 Beoordelingskader monumenten en archeologie Het omgevingsplan legt de beschermingsgraad vast van erfgoed. Rijksmonumenten zijn aangewezen (en beschermd) op grond van de Erfgoedwet.
Beleidsplan VTH
16
De omgevingsvergunning voor monumenten en archeologie voorkomt onomkeerbare schade aan het erfgoed. Naast de beoordeling van de aanvraag voor monumenten over bouwhistorische onderdelen via de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit wordt bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning voor monumenten aangesloten bij het beoordelingskader bouwen. Als ingrijpende wijzigingen, reconstructies, herbestemming en sloop plaatsvindt aan rijksmonumenten dan wordt advies aangevraagd bij Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Voor archeologie wordt advies gevraagd.
3.12 Beoordelingskader milieu De taken voor het behandelen van vergunningen of meldingen voor milieubelastende activiteiten zijn opgedragen aan de ODZOB. De ODZOB draagt zorg voor behandeling van vergunningaanvragen, meldingen en ook het toezicht. De ODZOB heeft regionaal uitvoeringsbeleid opgesteld voor de (basis)taken die zijn opgedragen; daar gaan we in deze strategie niet op in. Met de bruidsschat komt de bevoegdheid van honderden rijksregels over naar gemeenten. Deze regels komen in het omgevingsplan en leidt tot de keuze om de regels ongewijzigd te laten, aan te passen of te schrappen. Er zitten milieuregels in de bruidsschat. Dat kan betekenen dat milieuregels deel gaan uitmaken van onze beoordeling van initiatieven met een omgevingsplan activiteit. Advies Bij een omgevingsvergunning komen milieu-aspecten aanbod. Bij een groot gedeelte van de aanvragen wordt een advies vanuit milieu gevraagd. De meest voorkomende aspecten zijn: § Bodem (bodemonderzoek nodig en beoordelen): ODZOB § Wet geluidhinder (akoestisch onderzoek): ODZOB § Externe veiligheid: ODZOB § Milieuzonering: ODZOB § Wet natuurbescherming: provincie Noord-Brabant § Aerius berekening stikstof: Indien blijkt dat een natuurvergunning nodig is, dan wordt de berekening voorgelegd aan de provincie
Na het advies over de milieuaspecten die van toepassing zijn volgt het beoordelen van de aangeleverde onderzoeken en rapporten. Bodem, geluid, geur, externe veiligheid Naast de adviezen komen er vragen binnen van burgers, bedrijven en andere organisaties. Deze vragen hebben betrekking op bodem, geluid, geur, externe veiligheid en andere aspecten die vallen onder het milieubeleid. Dit varieert van vragen over het bestaande beleid, advies vragen hoe ze zaken het beste kunnen aanpakken/oplossen tot informatie vanuit ons archief. Dit ligt bij de gemeente met waar nodig een aanvullende rol van de ODZOB.
Beleidsplan VTH
17
Stookontheffingen In de APV is een verbod opgenomen voor het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen, waarvoor ontheffing kan worden verleend. Aanvragen voor een ontheffing worden getoetst op het effect op flora en fauna.
3.13 Beoordelingskader weg, uitweg, kap en reclame Onze Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bevat bepalingen en regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving en is de grondslag voor onze toetsing en beoordeling. De bepalingen uit de APV op het fysieke domein gaan – op termijn – over naar het omgevingsplan. Aanleg, beschadigen en veranderen van een weg In de APV is een verbod opgenomen om zonder vergunning een weg aan te leggen, te verharden of op te breken of anderszins veranderingen aan te brengen. Uitweg In de APV is een verbod opgenomen om zonder vergunning een uitweg te maken of een verandering aan te brengen in een bestaande uitweg naar een weg. We beoordelen een aanvraag op het veilige gebruik van de weg en de bescherming van het uiterlijk van de omgeving en groenvoorzieningen. In de vergunning nemen we de inrichtingseisen en de toegestane breedte van de uitweg op. Een tweede (of meerdere) uitweg bij een woning beoordelen we op verkeersveiligheid, parkeersituatie en bescherming van het uiterlijk aanzien en de groenvoorzieningen Kap In het bomenbeleid en de bomenverordening is opgenomen in welke gevallen voor het kappen van bomen een vergunning nodig is en zijn voorwaarden opgenomen over herplant. In aanvulling hierop zijn ook karakteristieke landschapselementen (waaronder bomen) in ons omgevingsplan aangewezen.
Reclame Op basis van de beleidsregels over reclame in de openbare ruimte zijn reclameuitingen in bermen of weilanden langs doorgaande wegen niet toegestaan. Het doel van het reclamebeleid is om de kwaliteit van het landschap, de verkeersveiligheid en de ruimtelijke kwaliteit te beschermen. Een voorwaarde voor het plaatsen van een reclameobject in de openbare ruimte is dat er een verband is tussen de reclame-uiting en de activiteiten die in het pand of op het perceel plaatsvinden. Indien sprake is van een bouwwerk of een constructie aan een bouwwerk dan wordt getoetst aan bouwkundige eisen.
3.14 Beoordelingskader evenementen In de APV is een verbod opgenomen om zonder vergunning een evenement te organiseren. Er kan worden volstaan met een melding indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan (zoals minder dan 100 bezoekers, tussen 08 en 24 uur, geen versterkte muziek, geen inzet van hulpdiensten).
Beleidsplan VTH
18
Er vinden enkele grote (zoals Wish Outdoor) en talrijke kleiner evenementen plaats. De evenementen vragen ieder om een eigen aanpak. Op basis van de aanvraag wordt een risicoscan gedaan om het evenement in te delen in een risicoklasse. De klassen zijn gebaseerd op de behandelclassificatie veiligheidsregio op basis van het activiteiten-, publieks- en ruimtelijk profiel: § O: zonder risico en impact, valt niet onder de definitie van evenement in de APV § A: evenement met geringe impact en zeer laag risico; er is geen evenementenvergunning nodig als aan de voorwaarden is voldaan en dan is een melding voldoende § B1: evenement met enig risico of aandacht en waarvoor een vergunning is benodigd § B2: identiek B1, met andere voorwaarden en maximum aantal in dorpskernen § C: risicovol evenement Op basis van de indeling wordt bepaald of de hulpdiensten, zoals brandweer, politie en de GHOR/GGD om advies worden gevraag en op welke manier de verschillende diensten in het proces van vergunningverlening met elkaar samenwerken. Bij een B-evenement wordt advies gevraag bij de hulpdiensten, in aanvulling op de standaardvoorschriften in de vergunning. Bij een C-evenement (zoals Wish Outdoor) worden de hulpdiensten integraal betrokken bij de voorbereiding, afstemming, advisering en beoordeling van het evenement. De circussen en kermissen zijn als bijzondere evenementen benoemd.
Er worden maximaal 2 vergunningen per jaar verstrekt voor een circus. In elke dorpskern kan een jaarlijkse kermis worden georganiseerd. Binnen de gemeente werken verschillende medewerkers samen aan het verlenen van evenementenvergunningen en ontheffingen van de Alcoholwet. Er is een structureel evenementenoverleg met de hulpdiensten.
3.15 Beoordelingskader bodem, bouwstoffen en grond Alle meldingen en vergunningen in het kader van bodem, bouwstoffen en grondstromen worden beoordeeld door de ODZOB conform het regionale beleid.
3.16 Beoordelingskader natuurbescherming en flora & fauna We vragen instemming aan het bevoegd gezag (ministerie of provincie) indien een vergunningaanvraag de activiteit handelen in een natuurbeschermingsgebied bevat, of de activiteit nadelige gevolgen kan veroorzaken voor de flora en fauna. De inhoudelijke toetsing vindt plaats door deze overheden.
3.17 Alcoholwet en terrassen In onze APV is opgenomen dat er een exploitatievergunning is vereist voor het exploiteren van een openbare inrichting. Op basis van de Alcoholwet dient de
Beleidsplan VTH
19
exploitant een alcoholvergunning aan te vragen om een horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Dergelijke aanvragen toetsen we aan de bepalingen in onze APV en de Alcoholwet. In het terrassenbeleid is de vergunningplicht voor terrassen uit de APV nader uitgewerkt. De vergunning voor een terras is gekoppeld aan de exploitatievergunning voor wat betreft drankverstrekking.
3.18 Beoordelingskader kansspelen In onze APV is opgenomen dat kansspelautomaten niet zijn toegestaan in laagdrempelige inrichtingen en dat er maximaal twee zijn toegestaan in een hoogdrempelige inrichting. Het is niet mogelijk om een ontheffing aan te vragen.
3.19 Beoordelingskader huisvesting arbeidsmigranten In onze APV is opgenomen dat er een vergunning is vereist voor het exploiteren van een voorziening voor huisvesting van arbeidsmigranten die geen gezamenlijk huishouden vormen. In de vergunning nemen we voorwaarden op voor het aantal slaapplaatsen en kunnen we nadere regels opleggen voor de bescherming van de woon- en leefomgeving. De nadere regels staan in het arbeidsmigrantenbeleid gemeente Laarbeek.
3.20 Beoordelingskader woonoverlast Per 1 juli 2017 is de ‘Wet aanpak woonoverlast’ in werking met de bevoegdheid van de burgemeester tot het toepassen van bestuursdwang in de vorm van een gedragsaanwijzing bij ernstige woonoverlast, veroorzaakt door overlastgever(s) in de nabije woonomgeving. Er is een beleidsregel vastgesteld op basis waarvan een last onder dwangsom kan worden opgelegd bij geconstateerde overtredingen.
3.21 Verhuurderschap Per 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. Via de site van de gemeente Laarbeek kan een melding worden doorgegeven.
3.22 Digitaal Opkoorregister Ten behoeve van de aanpak van de handel in goederen afkomstig van een misdrijf (heling) heeft het college in december 2023 in de APV opgenomen dat handelaren verplicht zijn op een gewaarmerkt verkoopregister bij te houden voor de in- en verkoop van gebruikte of ongeregelde goederen. De gemeente kan bestuurlijk maatregelen nemen als er overtredingen worden geconstateerd.
3.23 Samenwerking bij vergunningverlening In ons werkproces zijn de contactmomenten met externe en interne adviseurs benoemd. De samenwerking bij vergunningverlening is onder ander met:
Beleidsplan VTH
20
§ § § §
§
ODZOB: Uitvoering van de taken voor milieubelastende activiteiten en taken bodem, geluid, energie, asbest, bouwen VRBZO: Beoordelen van meldingen en geven van advies op brandveiligheid voor alle activiteiten Provincie of waterschap voor beoordeling/toetsing op onderdelen die nodig zijn voor afhandeling van een aanvraag Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit: beoordeelt aanvragen aan de eisen van welstand en voor monumenten, beschermde dorpsgezichten en karakteristieke panden Hulpdiensten: Betrokken bij vergunningaanvragen voor risicovolle evenementen
.
Beleidsplan VTH
21
4 Toezicht Onze toezichtstrategie is gericht op het op eenzelfde wijze uitvoeren van toezicht in overeenkomstige gevallen. De doelen zijn: § professionaliteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor diegenen waarop het toezicht zich richt. § effectiviteit om maatschappelijke effecten te bereiken.
4.1 Vormen van toezicht Toezicht vindt plaats naar aanleiding van: § het uitvoeringsprogramma waarin prioriteiten voor het toezicht zijn verwerkt; § verleende vergunningen en ontvangen meldingen; § thema’s of projecten; § klachten, meldingen, handhavingsverzoeken en ongewone voorvallen; § waarnemingen in het vrije veld: oog en oor. Het uitvoeren van toezicht is gericht op bescherming van de leefomgeving, veiligheid, gezondheid en leefbaarheid. Daarnaast is het toezicht van belang voor onze bedrijfsvoering doordat we de registratie actualiseren in de Basisregistratie Personen (BRP) en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) waar onder andere de Waardering van onroerende zaken (WOZ) gebruik van maakt. Vormen van toezicht zijn: § administratief toezicht (bijvoorbeeld certificaten bij keuringen); § routinematige controles: periodiek toezicht op vergunningen en meldingen; § thematische controles:; § gebiedsgerichte controles, bijvoorbeeld in het landelijk gebied of wijktoezicht; § hercontroles: vinden plaats aan de hand van een geconstateerde overtreding. Bij het uitvoeren van toezicht gaan we zorgvuldig om met de belangen van de rechthebbende(n). In beginsel worden de toezichtbevoegdheden uitgeoefend met medewerking ofwel toestemming van inwoner of bedrijf.
Als toestemming wordt geweigerd wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheden van toezichthouders volgens de Algemene wet bestuursrecht en/of Algemene wet op het binnentreden als dit nodig is. Op basis van een analyse van de situatie vooraf, wordt bepaald of de controle aangekondigd of onaangekondigd plaatsvindt.
4.2 Omgevingsplan Het toezicht op de regels in het omgevingsplan vindt plaats naar aanleiding van een verleende vergunning of ingediende melding, op basis van meldingen of klachten en door algemeen gebiedstoezicht. Verder houden we toezicht op bepalingen in ons omgevingsplan indien die zijn opgenomen als voorwaarden in de vergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
Beleidsplan VTH
22
4.3 Bouwactiviteiten Net als bij het beoordelen van vergunningaanvragen bouwen geldt dat tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes moeten worden gemaakt wat we controleren en hoe dit wordt gecontroleerd. Voor deze fase hebben we het toezichtprotocol uitgewerkt. Het toezicht op bouwen verandert door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Vergunningsvrije bouwwerken We controleren niet actief op de bouw van vergunningsvrije bouwwerken, wel reactief op basis van klachten of meldingen. De collega’s van BAG en Belastingen houden inzicht in de realisatie van bouwwerken die vergunningsvrij zijn ten behoeve van de basisregistraties door vergelijking van luchtfoto’s en kaarten. Bouwwerken onder GK1 (meldingsplichtige bouwwerken) Bij het onderdeel vergunningverlening is de werking van de Wkb toegelicht en onze werkwijze ten aanzien van de meldingen die de kwaliteitsborger doet. Er is ook aangegeven dat we (Odzob) voor bouwwerken met een hoger risicoprofiel samen met de kwaliteitsborger toezicht kunnen uitvoeren.
De kwaliteitsborger voert het toezicht uit gedurende de realisatie van bouwwerken die onder gevolgklasse I van de Wkb vallen. De kwaliteitsborger heeft geen handhavende bevoegdheid. Als de kwaliteitsborger strijdigheden constateert gedurende de realisatie van het bouwwerk of bij de oplevering waardoor de kwaliteitsborger geen verklaring kan afgeven dat het bouwwerk voldoet aan de eisen, dan is de kwaliteitsborger verplicht de gemeente hierover te informeren. De gemeente zal deze signalen beoordelen en handelen. Dit kan zijn dat er kennis wordt genomen van de strijdigheid, dat er eigen toezicht plaatsvindt op de bouw om waarnemingen te doen of dat er handhavende maatregelen worden genomen voor herstel van de strijdigheid. De gemeente zal met name op constructieve veiligheid, bandveiligheid, duurzaamheid en gezondheid overgaan tot eigen toezicht of handhaving. Het kan voorkomen dat er wordt gestart met bouwwerkzaamheden zonder dat er een private kwaliteitsborger is ingeschakeld. In dergelijke gevallen moeten we formeel bezien de bouw stilleggen. Dat betekent dat we een termijn stellen waarbinnen de initiatiefnemer een kwaliteitsborger moet inschakelen.
Bouwwerken GK2/3; vergunningplichtige bouwwerken Bij werken die niet onder GK1 van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vallen, moeten tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes gemaakt worden over de intensiteit van ons toezicht. Voor deze fase hebben we het toezichtprotocol uitgewerkt. Het landelijke toezichtprotocol heeft als basis gediend.
Het toezichtprotocol is een matrix waarin per bouwfase en gebruiksfunctie is aangegeven hoe we controleren. Deze is opgenomen in de bijlage.
Beleidsplan VTH
23
Daarbij onderscheiden we: S: Steekproefsgewijze controle 1: Visuele controle 2: Beoordeling van hoofdlijnen en hoofdaspecten 3: Beoordeling van hoofdlijnen en enkele kenmerkende details 4: Integrale controle van alle onderdelen Uit de matrix blijkt dat het om verschillende fasen in het bouwproces gaat en dat op de onderdelen is aangegeven met welke diepgang de controle plaatsvindt. Het verder uitwerken van het exacte controleniveau kan door middel van checklisten. Daarin kan gedetailleerder worden benoemd waarop gecontroleerd dient te worden en per inspectie kan de inspecteur vastleggen waarop is gecontroleerd. Bij het toezicht ondervinden we in toenemende mate dat we aandacht moeten geven aan het inspecteren van bestaande panden op landelijke aandachtspunten. De afgelopen jaren zagen we onder meer landelijke eisen om te inspecteren op energielabel, breedplaatvloeren en brandveiligheid van gevels. Dergelijke landelijke eisen nemen we op in ons jaarlijks uitvoeringsprogramma.
4.4 Sloopactiviteiten Het toezicht op de sloopvergunning voor karakteristieke panden, monumenten en panden in stads- of dorpsgezicht vindt plaats aan de hand van verleende vergunningen met betrekking tot monumentale of beschermde aspecten. Dit toezicht ligt net zoals dat op de sloopmeldingen bij de ODZOB. Het toezicht op de bedrijfsmatige sloop met asbesthoudend materiaal ligt bij de ODZOB (basistaak). De ODZOB heeft zelf handhavingsbevoegdheid.
4.5 Brandveiligheid Het toezicht op bestaande bouwwerken en meldingen voor brandveilig gebruik ligt bij de VRZOB. De verantwoordelijkheid voor het realiseren en behouden van een brandveilige situatie ligt bij de gebruikers/eigenaren. De brandweer bevestigt dit uitgangspunt zoveel mogelijk. Hierbij ligt de nadruk op risicogerichte aanpak. De belangrijkste thema’s zijn alarmering, veilig vluchten, rook- en brandbeheersing en veilige inzet van de repressieve dienst. De middelen die voor de VRBZO beschikbaar zijn worden volgens de door de VRBZO opgestelde systematiek verdeeld. De VRBZO levert jaarlijks een uitvoeringsplan. De VRBZO heeft geen handhavingsbevoegdheid, overtredingen gaan naar de gemeente voor afhandeling.
4.6 Monumenten en archeologie Nadat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouw en monumenten (rijksmonumentenactiviteit dan wel gemeentelijke omgevingsplan activiteit) is afgegeven of een aanpassing aan een monument vergunningsvrij plaatsvindt, neemt de ODZOB de monument specifieke en cultuurhistorische aspecten mee in de bouwinspecties.
Beleidsplan VTH
24
De eigenaar is verantwoordelijk voor het voldoen aan de onderhoudsverplichtingen voor monumenten of beschermde panden. We reageren op meldingen uit ons algemene vrije veld toezicht als dat aan de orde is. Bij bouwwerken in archeologisch waardevol gebied wordt toezicht gehouden door de ODZOB (archeoloog) op basis van de vergunningvoorschriften.
4.7 Milieu Het toezicht op milieubelastende activiteiten ligt bij ODZOB voor vergunningen en meldingsplichtige activiteiten. Voor deze taken heeft de ODZOB uitvoeringsbeleid vastgesteld. De ODZOB is 24/7 bereikbaar en beschikbaar voor de afhandeling van milieu-incidenten en calamiteiten. De ODZOB verzorgt de planning voor de controlebezoeken, met inachtneming van het beschikbare budget (vastgelegd in het werkplan). Tevens pakt de ODZOB een deel van de juridische handhaving omtrent milieu overtredingen op zich. Voor de uitvoering van milieutoezicht en -handhaving en vergunningverlening heeft de ODZOB het ROK Milieutoezicht en het ROK Vergunningverlening opgesteld. Het toezicht op (de ontheffingen voor) het stoken van afval ligt bij de BOA.
4.8 Aanleg weg Het toezicht bij de aanleg van een weg bij de betreffende wegbeheerder.
4.9 Uitweg Het toezicht op het aanleggen of veranderen van een uitweg is via gebiedstoezicht en toezicht op afgegeven vergunningen. Dit ligt bij beheer openbare ruimte.
4.10 Kap Het toezicht op het kappen van bomen is op basis van een afgegeven vergunning waarbij een eventuele herplantplicht wordt gecontroleerd. Verder signaleren we bomenkap via gebiedstoezicht (groene BOA, groenonderhoud beheer openbare ruimte) en op basis van meldingen.
4.11 Reclame Toezicht op de beleidsregels op reclame in de openbare ruimte is via actief gebiedstoezicht in de openbare ruimte en op basis van meldingen. Het aanbrengen van reclame aan een bouwwerk of een constructie aan een bouwwerk is een bouwactiviteit en wordt gecontroleerd in het kader van de vergunning.
Beleidsplan VTH
25
4.12 Evenementen Op basis van het in het vergunningen- of meldingenproces bepaalde risicoprofiel van een evenement wordt de intensiteit en diepgang van de controles en onderlinge rolverdeling met politie, brandweer, ODZOB (geluidsmetingen), toezichthouders en BOA’s voorafgaand aan het evenement bepaald. Voor het merendeel van B evenementen en voor alle C evenementen is er een schouw voorafgaand aan het evenement. Het toezicht richt zich met name op: § Brandveiligheid § Alcoholwet (leeftijdgrens) § Openbare orde § Geluidproductie § Inzet gecertificeerde beveiligers door organisatoren § Bouw- en constructieve veiligheid van tijdelijke constructies (podia, tribune, tenten, attracties) § Verkeersstromen § Parkeren Bij kleinschalige, reguliere en weinig risicovolle evenementen vindt toezicht in eerste instantie plaats op basis van meldingen.
4.13 Bodem, bouwstoffen en grond Dit toezicht is opgedragen aan de ODZOB en wordt uitgevoerd op basis van het regionale beleid.
4.14 Natuurbescherming Het toezicht op de bescherming van natuur, flora en fauna vindt plaats naar aanleiding van klachten en meldingen die we doorzetten naar de provincie als bevoegd gezag.
4.15 Horeca Het toezicht op horeca-activiteiten ligt bij de gemeente (alcoholverstrekking waaronder leeftijdgrens, sluitingstijden), ODZOB (milieu, waaronder geluid), VRBZO (brandveiligheid) en de politie op de openbare orde, ook na sluitingstijden. Bij paracommerciële instellingen is het gemeentelijk toezicht gericht op het voldoen aan de voorwaarden voor alcoholverstrekking.
Beleidsplan VTH
26
4.16 Overig APV Diverse overige bepalingen in de APV (zoals standplaatsen, terrassen, voorwerpen op of aan de weg) controleren we op basis van eventuele klachten/meldingen of als we zaken tegenkomen tijdens ons gebiedstoezicht.
4.17 Digitaal Opkoopregister Ten behoeve van de aanpak van de handel in goederen afkomstig van een misdrijf (heling) is in de APV opgenomen dat handelaren verplicht zijn om een gewaarmerkt verkoopregister bij te houden. Het toezicht wordt ingericht. Het DOR is inmiddels aangewezen als doorlopend en gewaarmerkt register.
4.18 Toezicht op ondermijning (`Damocles’) Het toezicht en de juridische handhaving op basis van het Damoclesbeleid is gericht op het voorkomen van overlast en ondermijning. Dit betreft de opvolging van meldingen, opvolging rapportages van de politie, opvolging van klachten en het daadwerkelijk sluiten van panden, houden van toezicht en overgaan tot bestuurlijke handhaving. Bij reguliere controles (milieu, bouwen, ruimtelijke ordening, BRP, BAG), klachten en meldingen worden signalen voor ondermijnende activiteiten besproken. Bij het constateren van productie of opslag van drugs in een pand is de burgemeester bevoegd om het pand te sluiten. In dat geval gaan we over tot sluiting door het pand te verzegelen. Door controle van het pand gaan we na of de verzegeling wordt nageleefd. Het toezicht op ondermijnende activiteiten vindt met name plaats door onze opsporende partners (politie, FIOD, Openbaar Ministerie). Samen met deze partners voeren we projectmatige flexcontroles uit. Dit bestaat uit vooronderzoek, fysieke controles en de (juridische) opvolging bij constateringen.
4.19 Huisvesting arbeidsmigranten Het toezicht op de huisvesting van arbeidsmigranten is op basis van de vergunning conform het omgevingsplan, reguliere controles van panden op brandveiligheid, inschrijvingen in de BRP, het digitaal nachtregister en signalen uit de Landelijke Stuurgroep Interventieteams. Daarnaast fungeert de toezichthouders als oog- en oorfunctie in geval van misbruik, uitbuiting, sociaal welzijn en ondermijning.
4.20 Meldingen en handhavingsverzoeken Meldingen van burgers of bedrijven kunnen per telefoon, schriftelijk, e-mail /app of via de website van de gemeente binnenkomen. Allereerst wordt beoordeeld of er sprake is van een publiekrechtelijk grondslag en of de gemeente bevoegd is. Indien het privaatrechtelijk is dan zal er in principe geen behandeling plaatsvinden.
Beleidsplan VTH
27
Bij een melding van een burger of bedrijf wordt contact opgenomen. Vervolgens wordt bepaald wat de aanleiding en het doel van de melding is en wat verwacht wordt van de gemeente. De melding wordt na binnenkomst beoordeeld op prioriteit en afhankelijk daarvan al dan niet met spoed opgepakt. Dit kan betekenen dat een locatiebezoek plaatsvindt om inzicht te krijgen in de oorzaak van de melding. Bij anonieme meldingen wordt de impact ingeschat. Afhankelijk van deze inschatting wordt eventueel verdere actie ondernomen. Bij een anonieme melding is het logischerwijs niet mogelijk om te communiceren met de melder. Een handhavingsverzoek heeft een wettelijke beslistermijn. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht wordt een afhandeltermijn van 8 weken als redelijk beschouwd. De termijn is afhankelijk van eventuele constateringen bij de behandeling en bij het aantreffen van overtredingen met acties voor opvolging kan een langere termijn gelden. In beginsel wordt dezelfde werkwijze als bij een melding gehanteerd. Op een verzoek om handhaving wordt een besluit genomen dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Anonieme verzoeken om handhaving worden afhankelijk van het verzoek al dan niet (ambtshalve) opgepakt. Verzoeken om handhaving die zijn ingediend door iemand die geen belanghebbende is worden niet-ontvankelijk verklaard.
Milieuklachten en verzoeken om handhaving milieu worden behandeld door de ODZOB, ook in spoedeisende gevallen. De gemeente heeft een 24-uurs bereikbaarheidsregeling met een piketdienst voor calamiteiten via een aangewezen officier van dienst en via de buitendienst. De afhandeling van meldingen van burgers en bedrijven is volgens deze uitgangspunten: § Geen behandeling bij een privaatrechtelijke grondslag § Spoedig en met een locatiebezoek behandelen van urgente meldingen met directe risico’s op constructieve veiligheid, openbare orde, brandveiligheid, gezondheid. § Bij niet-urgente meldingen wordt besproken wat het belang en doel van het verzoek is en op basis daarvan besloten over de behandeling. § Geen behandeling op meldingen die niet te verifiëren zijn
4.21 Gebiedscontroles De gebiedscontrole (of surveillance) vindt plaats op specifieke thema’s of gebieden door onze toezichthouders en BOA’s. Het zijn observerende controles om een beeld te vormen of wordt voldaan aan de regels en voorwaarden vanuit ruimtelijk gebruik, bouwen, (brand)veiligheid, bijzondere wetten en openbare orde. Verder is er een provinciebrede aanpak en samenwerking SSIB (Samen Sterk in Brabant) waarbij gemeenten, provincie, politie, waterschappen en meer partijen zich inzetten om het Brabantse buitengebied vrij te houden van onder andere illegale afvalstortingen, stroperij en wild-crossen.
Beleidsplan VTH
28
4.22 Samenwerking bij het toezicht Er is overleg in het kader van projecten of casussen met instanties zoals politie, VRZOB, ODZOB, Openbaar Ministerie, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (arbeidsinspectie), Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, de Algemene Inspectiedienst en het Waterschap, Peelland Interventie Team en het RIEC. Er vindt georganiseerd en structureel overleg plaats met politie, ODZOB (milieu) en de regionale brandweer (brandveiligheid). Toezichtprogramma’s worden afgestemd om te voorkomen dat bedrijven in een beperkte periode voor zowel milieu als brandveiligheid bezocht worden. Periodieke controles (milieu, bouw, brandveiligheid) tijdens de gebruiksfase worden in beperkte mate integraal uitgevoerd met andere partners. Het toezicht wordt steeds meer projectmatig uitgevoerd in samenwerking met of geïnitieerd door onze partners. Bijvoorbeeld rondom het thema ondermijning, huisvesting arbeidsmigranten, overlast in de woonomgeving of afsteken van vuurwerk.
Beleidsplan VTH
29
5 Sanctioneren en gedogen We volgen de sanctiestrategie die we in dit hoofdstuk beschrijven als een we een overtreding constateren. Daarbij onderschrijven we de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO). Het doel van de sanctiestrategie is om uitvoering te geven aan: § beginselplicht tot handhaven; § passend interveniëren bij iedere bevinding; § in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken; § interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen. De essentiële onderdelen van de LHSO zijn in onderstaande alinea’s uitgewerkt en aangevuld met eigen overwegingen. We zoeken contact met een overtreder. Dit kan ertoe leiden dat een handhavingsprocedure niet hoeft plaats te vinden. In het contact moet vertrouwen ontstaan dat de overtreding wordt opgeheven. Hiervoor wordt een termijn afgesproken. Er zijn uitzonderingen waarbij een sanctie wordt opgelegd. Bijvoorbeeld wanneer een overtreding om onmiddellijke actie vraagt. Voor een bestuursorgaan – zoals de gemeente - is de beginselplicht tot handhaving de basis.