CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

20230510 RIB Beleid huishoudelijke ondersteuning.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 12 juli 2023, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen1.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

14496-2023

Documentnummer:

14496-2023:579867

Raadsinformatiebrief

Onderwerp RIB beleid huishoudelijke ondersteuning (HO) Datum 9 mei 2023 Toelichting Inleiding Sinds de Centrale Raad van Beroep zich in september 2022 kritisch uitliet over resultaatgericht beschikken van Huishoudelijke ondersteuning (HO) binnen de Peelgemeenten, zijn er voorbereidingen getroffen voor een wijziging in de wijze van toekenning van HO. Met deze brief informeren we u over deze wijziging. Huidige werkwijze Sinds 2015 krijgen inwoners van de Peelgemeenten, die in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) HO nodig hebben, een toekenning op basis van het resultaat schoon en leefbaar. Aan de hand van een formeel beoordelingskader verankerd in de verordening wordt schoon en leefbaar geobjectiveerd. In het beoordelingskader staan de verschillende elementen die in huis schoongemaakt moeten worden plus het vereiste schoonmaakniveau beschreven. Optische controles Via optische controles, uitgevoerd door een onafhankelijk bureau, wordt er gecontroleerd of er voldaan wordt aan het vereiste schoonmaakniveau en of de inwoner tevreden is over de ontvangen ondersteuning. Jaarlijks worden blinde steekproeven uitgevoerd onder 10% van de huishoudens die HO ontvangen in de Peelgemeenten. Vorig jaar zijn er gedurende de periode 1 januari t/m 31 december 208 controles uitgevoerd. De kwaliteit van de geleverde HO werd beoordeeld met een 7,8 (op een schaal van 4-8).

De beleving van de inwoner aangaande HO werd beoordeeld met een 7,4 (op een schaal van 0-10). Net als in voorgaande jaren wordt met deze uitkomst aangetoond dat de kwaliteit van de geleverde HO goed is en dat inwoners die deze ondersteuning krijgen tevreden zijn. Uitspraak Centrale Raad van Beroep (CrvB) geeft aanleiding tot een beleidswijziging In september 2022 heeft de Centrale Raad van Beroep (hoogste rechter inzake sociale zekerheid) naar aanleiding van twee beroepsprocedures een uitspraak gedaan over ons HO beleid. Gesteld is dat onze werkwijze in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, want een inwoner moet kunnen nagaan (in de beschikking of in het beleid) op hoeveel huishoudelijke ondersteuning aanspraak bestaat. De rechter noemt onze kwaliteitsborging via het beoordelingskader en de optische controles lovenswaardig, maar dit maakt de situatie niet anders. Landelijke ontwikkelingen omtrent resultaatgericht beschikken Er liep een wetstraject om resultaatgericht beschikken mogelijk te maken. Februari jl. heeft staatssecretaris Van Ooijen echter laten weten voornemens te zijn het wetsvoorstel resultaatgericht beschikken niet in te dienen bij de Tweede Kamer. En dat betekent dat er geen wettelijke basis komt voor resultaatgericht beschikken. Vanuit gesprekken van de VNG en het ministerie van VWS met gemeenten en aanbieders worden nog verschillende opties

verkend voor ‘een wel passende invulling van de ideeën achter resultaatgericht werken’. Op basis van de verkenning wordt rond de zomer van 2023 een onderbouwd advies voor gemeenten en aanbieders opgeleverd. Aanpassing beleid HO Gezien de uitspraak van de CRvB zijn we genoodzaakt ons HO beleid aan te passen. We doen dit door het huidige resultaatgerichte beleid te handhaven, met de toevoeging van de optie van een beschikking in uren. Concreet betekent dit dat een beschikking in uren mogelijk gemaakt wordt als een cliënt aangeeft (bij een eerste melding dan wel bij een herindicatie) prijs te stellen op een beschikking in uren. Dat vraagt om nadere informatie over de door ons te nemen wijzigingen, waarmee we wel voldoen aan de wet. Over onder meer de beoogde beleidsaanpassing heeft op 31 januari jl. reeds een informerende bijeenkomst plaatsgevonden voor raadsleden en de leden van de Wmo-adviesraden. Waarom is samengevat voor dit scenario gekozen? Via het resultaatgerichte beleid wordt de focus gelegd op het resultaat voor de inwoner en niet op de inzet van de aanbieder (uren/tijd). Keer op keer blijken inwoners waarbij een optische controle heeft plaatsgevonden tevreden te zijn met de HO die ze ontvangen. We willen inwoners die tevreden zijn niet belasten met een verandering waarop ze mogelijk niet staan te wachten en ook niet bij gebaat zijn.

Aan de andere kant willen we recht doen aan inwoners die prijs stellen op meer rechtszekerheid. Via ons aangepaste beleid houden we dus de inwoners die tevreden zijn met het resultaat schoon en leefbaar in ere en houden we tevens rekening met cliënten die prijs stellen op meer rechtszekerheid. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van HO stijgt, en HO aanbieders kampen met een toenemend personeelstekort. Dit is een landelijke trend die al in veel gemeenten leidt tot wachtlijsten voor ondersteuning. Een groot deel van de HO aanbieders kan vanwege het gebrek aan personeel op dit moment geen nieuwe inwoners met een indicatie HO aannemen. Bij ziekte, vakantie of vertrek van een poetshulp heeft een aantal HO aanbieders moeite om de afgesproken ondersteuning te bieden aan inwoners die reeds een indicatie HO hebben. De verwachting is dat bij indicaties in uren de gemiddelde ureninzet toeneemt. Op basis van een berekening van gemeente Helmond zou deze toename ongeveer 10 minuten per indicatie behelzen. De cijfers van HO aanbieder Tzorg (landelijk omstreeks 60.000 cliënten) geven aan dat de inzet van personeel bij urenindicaties gemiddeld 15% hoger is. Gezien het toenemend personeelstekort maken we ons nu al ernstige zorgen om het kunnen (blijven) voorzien van de noodzakelijke ondersteuning aan inwoners met een indicatie HO.

Als er een toename van de HO inzet komt via urenindicaties dan wordt het risico dat de noodzakelijke ondersteuning niet verleend kan worden nog groter. Het resultaatgerichte beleid biedt ons inziens de beste manier om de steeds schaarser wordende inzet efficiënt te verdelen. De aanpassing van het beleid betekent concreet dat een landelijk geaccepteerde urennormering (Normenkader huishoudelijke ondersteuning 2019) wordt opgenomen in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning. De gewijzigde nadere regels worden van kracht per juli 2023. Financiën Aangezien we niet weten hoe groot de groep gaat zijn die om een indicatie in uren gaat vragen is het moeilijk in te schatten wat dit financieel betekent. Er moet in ieder geval onderscheid gemaakt worden in zorgkosten en uitvoeringskosten. Zorgkosten

Om de gemiddelde kostprijs per cliënt bij een urenindicatie te kunnen bepalen is een drietal factoren van belang: Het uurtarief. Ons huidige uurtarief HO (n.a.v. bezwaar en beroep) is € 33,29. De gemiddelde ureninzet per cliënt. Zoals gezegd is het aannemelijk dat het urengemiddelde bij indicaties in uren hoger is dan de ureninzet bij resultaatgerichte indicaties. Wat het urengemiddelde zal zijn is moeilijk in te schatten. De resultaatgerichte indicaties zijn gebaseerd op 2 uur bij HO basis en 2,3 uur HO Plus. Het gemiddeld aantal uren bij een persoonsgebonden budget is 2,7 uur. Daarnaast hebben we een aantal gemeenten in onze regio naar hun urengemiddelde gevraagd. Dit loopt nogal uiteen (2,13 – 2,36 uur). Wij horen echter ook dat er in de praktijk op verschillende manieren omgegaan wordt met het normenkader. En dat de ‘mate van striktheid in de toepassing van een normenkader’ het gemiddelde aantal uren beïnvloedt. De verzilveringsgraad. Bij urenindicaties worden uitsluitend de daadwerkelijk ingezette uren in rekening gebracht bij de gemeente. De ervaring leert dat er altijd sprake is van niet- verzilverde uren vanwege bijvoorbeeld ziekte en/of vakantie. Net als bij de gemiddelde ureninzet zien we dat de verzilveringsgraad ook per gemeente varieert.

Aangezien we niet weten wat ons gemiddelde ureninzet en verzilveringsgraad zal zijn is het momenteel onvoorspelbaar wat de gemiddelde kostprijs per cliënt zal zijn bij een urenindicatie. Daarom zullen we dit aankomende tijd nauwgezet monitoren en -zodra er een beter beeld is- u hierover informeren. Uitvoeringskosten Het indiceren in uren kost naar verwachting meer tijd dan het resultaatgericht indiceren, omdat de Wmo consulent gedetailleerd de ureninzet in beeld moet brengen. Indien een inwoner die reeds een indicatie HO heeft om een indicatie in uren verzoekt zal er een heronderzoek plaats moeten vinden. We verwachten dat een dergelijk heronderzoek circa 3 uur in beslag neemt. Daarnaast moet iedere wijziging gedurende de looptijd van een HO urenindicatie opnieuw beoordeeld worden door de Wmo consulent. Dit in tegenstelling tot een resultaatgerichte indicatie die meer flexibiliteit biedt en bij een vraag voor een wijziging de aanbieder in eerste instantie het aanspreekpunt voor cliënten is. Een urenindicatie draagt dus bij aan een verhoging van de bureaucratie door de toename van het aantal heronderzoeken en de bijbehorende administratieve werkzaamheden. Een toename van werkzaamheden betekent een toename in de uitvoeringskosten, terwijl dit verder geen impact heeft op de kwaliteit van de ondersteuning.

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris

burgemeester

J.W.M. van de Ven

F.L.J. van der Meijden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=97e4601c-f084-4383-90ad-ed3a44c20104