20220914 RIB Actualisatie retailbeleid Bijlage 1 Analyse.pdf
Tekst van het document
Conclusies ten aanzien van plannen en beleid Op alle niveaus wordt ingezet op compacte centra en per saldo een stabilisatie dan wel krimp van het aantal meters. Met name in het dagelijkse aanbod is er echter wel sprake van enige planvorming.
2.4 Trends en ontwikkelingen In het rapport van 2015 is een overzicht gemaakt van trends en ontwikkelingen. Deze tekenen zich nog steeds af in de winkelbranche. De coronacrisis heeft deze beweging op veel punten versterkt. In algemene zin neemt de omzet in de detailhandel sinds 2014 weer gestaag toe (zie figuur 2). De omzetstijging in de dagelijkse sector neemt hierbij forser toe dan de niet-dagelijkse sector. De coronacrisis zorgde voor een tijdelijke dip in de meeste niet-dagelijkse uitgaven. Maar corona versterkte de toename van uitgaves aan dagelijkse boodschappen. Het CBS meldde bijvoorbeeld dat winkels in voedingsmiddelen in april 2021 ongeveer 9% meer omzet draaiden dan in april 2019. De toekomstige omzetontwikkeling is als gevolg van corona op dit moment nog lastig te voorspellen. Een deel van de stijging zal echter tijdelijk zijn, als gevolg van hamstergedrag en verschuivingen van horecabestedingen naar winkels met dagelijks aanbod. Onderstaand zijn de voornaamste trends en ontwikkelingen uiteengezet Online bestedingen zetten de fysieke winkelmarkt onder druk Het aantal online bestedingen neemt nog steeds sterk toe (zie figuur 3). De grootste groei is zichtbaar in de categorieën levensmiddelen, cosmetica, schoonmaak, huishoudelijke goederen en apparaten. Absoluut gezien kopen de meeste Nederlanders kleding en
5
Bron: inventarisatie winkelplannen 2021 Provincie Noord-Brabant
25
sportartikelen online6. Ook het koopstromenonderzoek uit 2021 laat een grote afvloeiing naar online winkels zien: 3% voor dagelijkse aankopen, 36% voor recreatieve aankopen waaronder mode en 20% voor doelgerichte aankopen. Dit zet de fysieke winkelmarkt blijvend onder druk met name de niet-dagelijkse winkels. Corona heeft deze trend enorm versterkt. De internetomzet van de detailhandel was in het vierde kwartaal van 2020 55,6 procent hoger dan een jaar eerder. Dit is de sterkste groei sinds het begin van de publicatie van de onlineverkopen in 2014 door het CBS. De meeste bestedingen zijn echter nog steeds in fysieke winkels. Online en offline bestedingen raken wel steeds meer met elkaar verweven (multi-channel). De toekomstige omzetontwikkeling online is als gevolg van corona op dit moment nog lastig te voorspellen. Horeca De omzet in de horeca neemt sinds 2010 fors toe. De impact van corona is echter enorm en heeft geleid tot een ongekende omzetdaling sindsdien (zie figuur 4). In het tweede kwartaal van 2021 lag de omzet van de horeca 52,6 procent hoger dan dezelfde periode het jaar ervoor volgens de meest recente cijfers van het CBS. Maar ten opzichte van het tweede kwartaal van 2019 was de omzet nog ruim 35% lager. De toekomstige omzetontwikkeling in de horeca is als gevolg van corona op dit moment nog lastig te voorspellen.
Het voortbestaan van veel horecazaken is echter onzeker door een vaak ongezonde financiële basis. Supermarkten De gemiddelde omvang van supermarkten neemt toe. Met name het aantal supermarkten met een omvang tussen 1.000 en 1.500 m2 wvo is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dit wordt gezien als een maat die aansluit bij de wens van de moderne consument. Deze heeft behoefte aan supermarkten met een uitgebreid assortiment (keuze en gemak) en een ruime opzet (comfort). Supermarkten zijn een belangrijke trekker voor elk centrum. Supermarkten zelf vestigen zich echter graag op zichtbare, bereikbare locaties waar voldoende parkeergelegenheid te realiseren is. Dat zijn niet altijd centrumlocaties.
6
Bron CBS 2020
26
Figuur 2: Omzetontwikkeling fysieke detailhandel
Figuur 3: omzetontwikkeling online detailhandel
27
Figuur 4: omzetontwikkeling horeca
Consumentengedrag - De opkomst van het internet heeft geleid tot een structureel gewijzigd koopgedrag door consumenten. De consument kan 24 uur per dag online winkelen. De consument blijft fysieke winkels bezoeken, maar beleving, gemak en service zijn daarbij erg belangrijk. De klant is koning. Ook wordt offline winkelen gecombineerd met online (multi-channeling), soms zelfs met een smartphone in de fysieke winkel. Ook spelen aanbieders hierop in met digitale bereikbaarheid en digitale services en abonnementen (ook bijvoorbeeld op kleding). Dat betekent dat er minder besteedbaar inkomen overblijft om in de fysieke winkel uit te geven, maar hier liggen ook kansen voor ondernemers. Voor het fysieke winkelbezoek kiest de consument hoofdzakelijk voor functioneel winkelen en funshoppen in grote stadscentra en perifere detailhandelslocatie. Voor kleine stadsdeelcentra en buurt- en wijkcentra is daarom een compleet dagelijks aanbod van levensbelang. Voor de grote stadscentra bepaalt beleving de aantrekkingskracht. Vooral middelgrote centra hebben sterk te lijden onder deze ontwikkelingen . - De mobiliteit van de consument is vergoot. Men is bereid langere afstanden af te leggen voor recreatief winkelen. - De dagelijkse aankopen koopt de consument hoofdzakelijk in fysieke winkels. Maar toenemend wordt er ook hiervoor online geshopt. Enkele grote supermarktformules bieden deze dienst.
Ook nieuwe onlinespelers zijn in opmars zoals Picnic, maaltijdbox-aanbieders en online versspeciaalzaken. - De Nederlander eet (m.u.v. corona-effecten) steeds meer buiten de deur en haalt meer maaltijden af. De toename aan omzet in de horeca stijgt dan ook fors en het aantal horecazaken neemt toe. Dit biedt kansen voor centrumgebieden, ook in kleine landelijke kernen. Sterke horeca (en andere leisure) kan een enorme versterking betekenen voor een gebied. Ook supermarkten proberen een deel van de horecabehoefte te vervullen door restaurant en ‘take-away’ functies aan te bieden.
28
Vergrijzing De vergrijzingstrend zet door en heeft een belangrijke invloed op de winkelbehoefte. Ouderen geven logischerwijs meer uit aan zorg, maar bijvoorbeeld ook aan reizen. Ze besteden significant minder aan eten, kleding en schoenen. De vergrijzing heeft ook gevolgen voor de leegstand. Het ondernemersbestand vergrijst immers ook. Kleine kernen en verspreide winkels met relatief veel zelfstandige ondernemers zullen hierdoor sneller te maken hebben met ondernemers zonder bedrijfsopvolging. Huishoudenssamenstelling Het aantal eenpersoonshuishoudens blijft groeien. Gemiddeld genomen hebben deze huishoudens minder tijd en een lager besteedbaar inkomen. De groei van het aantal eenpersoonshuishoudens biedt ook kansen, huishoudelijke apparaten, meubels, keukens worden doorgaans per huishouden aangeschaft. Functieverlies centra Dienstverlening en sociaal maatschappelijke functies zijn een belangrijke toevoeging en trekker in centra, maar een aantal van deze sluiten of digitaliseren baliefuncties. Dit leidt tot verminderd bezoek aan het centrum en gemiste combinatiebezoeken. Branchevervaging: Met name op perifere detailhandelslocaties is sprake van branchevervaging. Tuincentra die ook artikelen verkopen voor woninginrichting en bouwmarkten die bijvoorbeeld huishoudelijke artikelen aanbieden.
De grens tussen perifere verkoop en reguliere verkoop vervaagt hiermee met alle risico’s van dien. Maar ook in de centrumgebieden zie je branchevervaging bijvoorbeeld tussen horeca en detailhandel. Een koffiezaak die ook meubilair verkoopt en verpakte koffiebonen. Dat levert soms problemen op met de geldende bestemming.
Corona-effecten Door corona zijn de dagelijkse bestedingen (en de bestedingen in woonboulevards) enorm gegroeid. Hier blijken vooral de solitaire supermarkten van te hebben geprofiteerd. Centrale en ondersteunende winkelgebieden hebben gemiddeld genomen omzet verloren. Gedacht werd dat corona de loyaliteit om lokaal te kopen had vergoot maar dat blijkt niet altijd het geval. In de dagelijkse sector was men meer lokaal gericht, maar bezoekmotieven bleken meer te maken te hebben met gemak dan loyaliteit. Voor doelgerichte aankopen, bijvoorbeeld voor huis en tuin, werden juist meer kilometers afgelegd. Dat heeft winnaars opgeleverd, met name solitaire supermarkten en online aanbieders, maar ook verliezers, met name de centrale en ondersteunende winkelgebieden. Een deel van deze ontwikkelingen zou echter ook zonder corona als gevolg van algemeen veranderd consumentengedrag en andere trends zichtbaar zijn geweest.
29
Hoewel de effecten van corona op de toename van winkelsluitingen en leegstand beperkt lijken tot nu toe ligt het wel in de verwachting dat leegstand met name op slechte plekken verder zal toenemen, de online oriëntatie verder stijgt en de oriëntatie op middelgrote centra of centra met weinig onderscheidend vermogen afneemt. Verwachtingen over lokale binding lopen uiteen. Door corona lijkt lokaal kopen in opkomst, maar onderzoek geeft hier geen eenduidig antwoord op. In de dagelijkse sector wordt weliswaar een groter deel van de toonbankbestedingen lokaal gedaan, naar de groei hiervan is lager dan de groei van online in deze sector.
Gevolgen voor het detailhandelslandschap
Door de druk op de fysieke winkelmarkt en andere trends en ontwikkelingen gingen meerdere winkelketens failliet in de afgelopen jaren en zaten anderen in zwaar weer. De verwachting is dat het aantal faillissementen en bedrijfsbeëindigingen de komende tijd sterk zal toenemen, mede als gevolg van de coronacrisis. Dit is niet altijd terug te vinden in leegstandscijfers. Vaak transformeert leegstaand winkelaanbod naar bijvoorbeeld horeca of woningen. Waar de opmars van internetwinkelen stopt valt op dit moment niet te voorspellen, dat fysieke winkels in het niet-dagelijkse segment in behoefte afnemen is echter zeker. De supermarkt wordt hierdoor steeds meer de drager van het buurt- en wijkcentrum. Er moeten keuzes gemaakt worden om de levensvatbare en perspectiefrijke centra te versterken. Sterke moderne supermarken zijn belangrijk voor een goede toekomst van buurt- en wijkcentra. Als er daar winkels verdwijnen heeft dat de grootste gevolgen voor de winkelstructuur. En er moet gekeken worden waar transformatie naar andere functies het meest kansrijk is. Alleen op die manier kan de leefbaarheid bewaakt worden. Daarbij is het belangrijk te kijken naar wat de Laarbeekse detailhandel en de Laarbeekse centra sterk maakt en wat ze verzwakt en waar kansen en bedreigingen liggen.
2.5 Sterkte-zwakteanalyse In het rapport van 2015 is een overzicht gemaakt van sterke en zwakke punten in de gemeente Laarbeek en kansen en bedreigingen (SWOT-analyse). In samenspraak met stakeholders betrokken bij de totstandkoming van dit rapport is deze SWOT-analyse geactualiseerd. Het KSO2021 bood respondenten met een open vraag de gelegenheid verbeterpunten aan te geven. In paragraaf 2.5.1 zijn deze opgesomd en waar relevant meegenomen in de SWOTanalyse.
30
2.5.1 Verbeterpunten volgens inwoners In het KSO2021 werd respondenten gevraagd om tips of adviezen aan de gemeente om het centrum in de woonplaats van de respondent te verbeteren. Hier volgt per kern een samenvatting: Beek en Donk Het KSO2021 geeft voor Beek en Donk uitgebreidere gegevens en ook een waardering aan. Consumenten waarderen het Heuvelplein met 7,4 en het Piet van Thielplein met een 7,5 (vergelijkbaar met soortgelijke gemeenten in de benchmark). Vooral de bereikbaarheid per fiets en auto en parkeermogelijkheden scoren hoog. Faciliteiten zoals toilet, wifi, afhaalpunt en bankjes scoren laag, maar ook vergelijkbare gemeenten scoren hierop laag. Op het Heuvelplein scoort de aanwezigheid van groen en horeca beduidend hoger dan in vergelijkbare gemeenten en de bereikbaarheid via OV beduidend lager. Op het Piet van Thielplein scoren sfeer, uitstraling en veiligheid wat lager dan gemiddeld. Van de ruim 160 tips voor Beek en Donk was het niet altijd duidelijk of deze tips voor het Piet van Thielplein waren of het Heuvelplein. Wel werd algemeen een sterk pleidooi gedaan voor meer winkels, horeca en terrassen en een beperking van ‘te veel van hetzelfde’. Ook werd veelvuldig gevraagd om meer activiteiten en evenementen om zo levendigheid te bevorderen.
Daarnaast kwam de herinrichting van het Piet van Thielplein veelvuldig aan bod, waarbij een betere verdeling tussen parkeren, groen en bijvoorbeeld zitelementen werden gewenst. Tenslotte waren er een flink aantal opmerkingen over verkeersveiligheid die helaas niet toe te kennen zijn aan 1 van beide pleinen. Aarle-Rixtel Circa 30 respondenten uiten zorgen over verkeer. Meer en veiligere parkeerplaatsen, het verminderen van auto’s en zwaar verkeer en snelheidsbeperking werden hierbij veelvuldig genoemd om de hoofdstraat veiliger te maken voor fietsers en prettiger voor bezoekers. Ook wees een aantal respondenten op de onlangs geplaatste hekken die in hun ogen averechts werken als het gaat om veiligheid. Tweede aandachtspunt volgens ongeveer 25 respondenten uit Aarle-Rixtel is het winkelaanbod. Velen zien graag meer aanbod van betere kwaliteit. Een enkeling vindt dat behoud van het huidige aanbod al een goede zaak zou zijn. Daarna worden groenvoorzieningen en openbare ruimte het meest aangehaald. Men wil meer groen en een gezellige, sfeervolle inrichting van de Dorpsstraat. Ook wordt een aantal keren gepleit voor minder bureaucratisering, minder regelgeving en een snelle vergunning afhandeling om zo ondernemers optimaal te ondersteunen.
Lieshout
31
Van de circa 75 respondenten uit Lieshout hebben velen de open vraag gebruikt om te pleiten voor het uitbreiden va de supermarkt op een andere locatie dan de Heuvel. Circa 25 personen noemen dit expliciet in hun antwoord. Circa 5 respondenten steunen de gedachte alles te concentreren rondom de Heuvel. Ook voor dit centrum wordt veelvuldig gevraagd om meer en gevarieerd aanbod. Een aantal respondenten wil simpelweg dat het gezelliger wordt zonder specifiek aan te geven hoe dit het beste zou kunnen.
Mariahout De ongeveer 40 respondenten uit Mariahout hebben een gedeelde zorg, het behoud van de supermarkt en horeca in hun dorpskern.
2.5.2 SWOT-analyse gemeente Laarbeek Sterke punten 1. Goed voorzieningenniveau, passend bij grootte van kleine kernen/wijkcentra. Leefbaarheid lijkt op moment redelijk gewaarborgd (m.u.v. Mariahout, zie zwakke punten) 2. Dagelijks aanbod functioneert evenwichtig. Goede koopkrachtbinding dagelijkse sector. 3. Enkele verrassende winkels, specialistisch en/of ambachtelijk aanbod in Beek en Donk, Lieshout en Aarle-Rixtel. 4. Leegstand in de perspectiefrijke kernen vrij stabiel, weinig plekken waar aaneengesloten langdurige leegstand is in de plint. 5. Gratis parkeren. 6. Overleg, betrokkenheid en organisatievermogen op collectief niveau. Het ondernemersfonds maakt collectieve investeringen voor ondernemersactiviteiten en projecten mogelijk en het overleg op collectief niveau en met de gemeente is versterkt. Ook vindt er per winkelkern/deelgebied overleg plaats, al hoewel de betrokkenheid niet in elke kern even groot lijkt (zie zwakte) per deelgebied. 7. Regiomarketing ‘Land van de Peel’ met profilering Laarbeek als ‘Waterpoort van de Peel’, aantal sterke evenementen met bovenlokale aantrekkingskracht en de passantenhaven zetten in op recreatieve bezoeker. Stichting Toeristisch Laarbeek stimuleert samenwerking tussen recreatieve en toeristische ondernemers.
Zwakke punten 1. Structuur. Geen compacte kern in Aarle-Rixtel en Lieshout en verspreide bewinkeling in heel Laarbeek, waardoor synergie-effecten gemist worden. Met name door de solitaire ligging van de supermarkt in Lieshout en Aldi in Aarle-Rixtel. Verdeeld aanbod in Beek en Donk op Van Thielplein en Heuvelplein. 2. Dalende koopkrachtbinding in de recreatieve en doelgerichte sector. De koopkrachtbinding is ook lager dan bij vergelijkbare gemeenten. 32
3. Supermarkten. Vertrek supermarkt in Mariahout, relatief weinig m2 supermarkt per inwoner in Lieshout en aantal supermarkten onder ‘moderne maat’. 4. Veel verspreide bewinkelingen en oplopende leegstand in verspreide bewinkeling. 5. Grotendeels conservatief traditioneel aanbod, weinig vernieuwende concepten. Veel van hetzelfde en op een enkel plein veel afhaal/fastfood. 6. Slagkracht. Er zijn ondernemersverenigingen, maar de betrokkenheid is niet in elke kern groot. Ook staan de neuzen niet altijd dezelfde kant op. Daarnaast ontbreekt een duidelijk actieplan zowel op collectief niveau als per winkelkern/ 7. Geen grote publiekstrekker in Laarbeek. 8. Sfeer uitstraling winkelpleinen, weinig beleving, volgens inwoners weinig terrassen. Ingezette visie Heuvelplein als beleefplein weinig van terecht gekomen, ontwikkeling Piet van Thielplein stagneert. Kansen 1. Nieuwe omgevingswet biedt kans om gewenste flexibiliteit en/of transformatie vorm te geven. 2. Trekkersfunctie supermarkten en horeca benutten. Omliggende winkels en voorzieningen optimaal laten profiteren door combinatiebezoek. Versterking toevloeiing en binding door versterken supermarkt Lieshout/dagelijks aanbod. 3. Lokaal kopen lijkt trend, al komt dit niet overal in de omzet tot uitdrukking. Dit kan kansen bieden voor dagelijks aanbod in Laarbeek. Versterken aanbod en consument vasthouden en synergie met evenementen.
Beleving, gemak en service zijn daarbij erg belangrijk. 4. Draagvlak te vergroten door toevoegen van andere publieksgerichte functies, zoals ambachtelijke dienstverlening. Versterkt perspectief voor centra. 5. Inrichtingsplannen centrumgebieden, inzetten op verblijfskwaliteit en ontmoeting en verkeersveiligheid vergoten. 6. Versterkte profilering Laarbeek via regiomarketing 'Land van de Peel' en profilering Laarbeek als ‘Waterpoort van de Peel’ en de passantenhaven. 7. Groei internetshoppen brengt ook kansen, showrooms in bestaande winkelgebieden, afhaalpunten genereren traffic.
Bedreigingen 1. Per saldo koopkrachtafvloeiing. 2. Druk op fysieke winkel. Winkelvoorzieningen, met name niet-dagelijkse, krijgen het zwaar. Duidelijk is dat het perspectief voor niet-dagelijks aanbod in de vorm van recreatieve winkels en bepaalde doelgericht bezochte winkels afneemt (o.a. kleding, mode, schoenen, sport, speelgoed en elektronica). 3. Geen distributieve ruimte voor grote kwantitatieve uitbreidingen. 4. Minder sturingsmogelijkheden door strikte Europese dienstenrichtlijn. Loslaten van vestigingsbeperkingen buiten de centrumgebieden brengt echter grote risico’s voor aantrekkelijkheid en leefbaarheid centrumgebieden met zich mee. 33
5. Ruimtelijke effecten van internetwinkels, showrooms en afhaalpunten. 6. Veel leegstaande bewinkeling buiten kern winkelgebieden waar panden door lagere huren aantrekkelijk zijn voor starters die ook een kernwinkelgebied hadden kunnen versterken. 7. Vergrijzing verandert vraag en aanbod (i.v.m. mogelijke bedrijfsbeëindiging). 8. Leefbaarheid onder druk in Mariahout door ontbreken dagelijkse voorzieningen en horeca. 9. Verdeeldheid onder inwoners over juiste koers voor detailhandelsontwikkelingen.
34