20220630 Beantwoording technische vragen Jaarrekening 2021 en Kadernota 2023.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragenronde Jaarrekening 2021 Laarbeek
Vragen Fractie ABL Vraag 1 Programma 1 (pag 15) Riolering – verschil baten -€ 309.000,Vraag: Als hier de voordelen worden genoemd als voordeel bij lasten van 164k, zou dan het bedrag nadelig van de onttrekking hier niet gelijk aan moeten zijn? Of zit dit voordeel nog in andere regels? Antwoord:
Het klopt dat het taakveld riolering budgetneutraal verloopt via de voorziening egalisatie rioolheffing, met als uitzondering de overheadskosten en fictieve btw. De begrote overheadskosten worden conform begroting in de werkelijkheid hetzelfde verantwoord maar de fictieve btw wordt werkelijk berekend. Deze twee posten veroorzaken dus zowel begrotingstechnisch als rekeningtechnisch een verschil op het begrotings- en rekeningsaldo. In de begroting hebben we € 237.000 verrekend met de voorziening egalisatie rioolheffing aan fictieve btw maar de werkelijk berekende fictieve btw bedraagt € 173.000. Hierdoor hebben we € 64.000 minder verrekend met de voorziening egalisatie rioolheffing wat voor hetzelfde bedrag een nadeel verklaart. Het overige nadeel van € 82.000 wordt verklaard door een begrotingswijziging betreffende een actualisering van de kapitaallasten is doorgevoerd maar geen “egalisatie” heeft plaats gevonden met de voorziening egalisatie rioolheffing. Uiteraard is dit in de werkelijk wel zo verwerkt. Vraag 2: Programma 2 (pag 24) Indicatoren ‘diefstallen uit woningen’. Vraag: Het valt op dat het aantal diefstallen gemiddeld voor gemeenten <25000 inwoners fors lager is dan de afgelopen jaren (meestal ca 2,0). Dit steekt nu behoorlijk af bij het cijfer van Laarbeek. Is er een verklaring voor deze afname? Antwoord:
Uit een recent gepubliceerde trendanalyse van de Politie Oost-Brabant is naar voren gekomen dat de meer traditionele vormen van criminaliteit een sterk dalende lijn laten zien. Dit is enerzijds te verklaren door de opkomst van nieuwe vormen van criminaliteit zoals horizontale fraude (cybercrime) maar ook de corona-pandemie heeft gezorgd voor deze tendens (minder fysieke verplaatsingen/meer thuisblijvers). Deze dalende trend is ook waar te nemen in Laarbeek. Vraag 3 Programma 3 (pag 6 en 42). Meer kosten ODZOB door meer agrarische vergunningen en extra kosten handhavingszaken. Vraag: Kan hier worden toegelicht hoe de verhouding is tussen hetgeen gedekt is uit legesopbrengsten en de daadwerkelijke kosten?
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
1
Antwoord:
Voor de agrarische vergunningverlening mogen geen leges worden geheven. Tegenover handhavingszaken staan in principe ook geen inkomsten, tenzij er dwangsommen worden verbeurd en deze kunnen worden geïnd. Op dit moment lopen er diverse invorderingstrajecten om eerder verbeurde dwangsommen te kunnen innen. Betreft in totaal een bedrag van ongeveer € 300 k. Vraag 4 Programma 3 (pag 43/44) Leges bouwvergunningen. Vraag: Onduidelijk is wat wordt bedoeld met de tekst over de geraamde leges en de zinsnede over het niet kunnen verklaren van het verschil. Er wordt gesteld dat de geraamde leges bijna gehaald zijn. Betekent dit dat het verschil tussen geraamd en behaald die -50k betreft of wordt juist bedoeld dat ondanks het bijna behalen van de legesopbrengsten een nog onverklaarbaar verschil rest van -50k? Antwoord:
Er is 780 k aan bouwleges geprognosticeerd. Uiteindelijk is er 730 k aan bouwleges ontvangen. Voor de inkomsten bouwleges zijn we afhankelijk van het aantal en de aard van de bouwaanvragen dat wordt ingediend. Op voorhand is het lastig om daar een exacte raming op te maken. Vraag 5 Programma 4 (pag 64) Mutaties reserves – Reserve grondexploitatie. Vraag: Kan de opbouw van de bedragen -834k en +155k kort opgesomd worden? Deze is niet goed te herleiden met de getallen uit de tekstuele toelichting. Antwoord:
-
Geen vennootschapsbelasting in 2022 Vrijval/onttrekking i.v.m. maximum reserve grondexploitatie Planschade ontvangen Vrijval maximum reserve grondexploitatie naar Algemene reserve Meer winst gestort in reserve grondexploitatie dan begroot Minder verlies grondexploitatie terug gestort in reserve grondexploitatie TOTAAL
-120.000 270.581 4.040 270.581 519.482 -43.829 -679.271
Vraag 6 Programma 5 (pag 74) Beleidsindicatoren – Banen en Netto arbeidsparticipatie. Vraag: Is het juist dat als we de getallen van ‘banen’ (lager tov gemiddeld) en ‘Netto arbeidsparticipatie’ (klein beetje hoger dan gemiddeld) met elkaar vergelijken, je kan concluderen dat er getalsmatig meer mensen buiten onze gemeente werken dan het aantal beschikbare banen? Antwoord:
Er zijn in Laarbeek relatief gezien veel mensen van 15-64 jaar die werkzaam zijn. Het aantal banen in Laarbeek is relatief gezien laag. Hieruit lijk je te kunnen concluderen dat een aantal mensen uit Laarbeek tussen 15-64 jaar noodzakelijkerwijs buiten Laarbeek werkzaam zijn. Dit kan ook te maken hebben met de match die niet gemaakt kan worden tussen vraag en aanbod (van personeel).
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
2
Vraag 7 Programma 5 (pag 77) Sporthal d’n Ekker, Beek en Donk. Vraag: Hier wordt specifiek sporthal d’n Ekker genoemd. Betekent dit dat andere sportaccommodaties hier geen nadelen hebben? Antwoord:
In deze analyse worden alleen afwijkingen met een ondergrens van € 25.000,toegelicht. Eventuele afwijkingen voor andere accommodaties blijven onder dit bedrag. Vraag 8 Programma 5 (pag 7 en 79/80 ) Vooral door toename in het aantal voorzieningen behandeling en verblijf meerkosten mbt jeugdzorg. Vraag: Kan specifiek worden aangegeven hoe de aantallen zich hier ontwikkeld hebben van 2019 tm 2021? Antwoord:
Uit jaarrapportage GR Peelgemeenten: - Aantal unieke cliënten met behandeling op 31-12-2019: 197, 31-12-2020: 176 en 31-12-2021: 191 (eind november 2021 was er het hoogste aantal unieke cliënten in 2021: 202). - Aantal unieke cliënten met verblijf op 31-12-2019: 29, 31-12-2020: 34 en 31-122021: 43 (eind oktober 2021 was er het hoogste aantal cliënten in 2021: 50) Vraag 9 Programma 6 (pag 86) Algemene lasten en baten – Onderzoekskosten BTW - Vraag: In de tekstuele toelichting staat 36k genoemd voor onderzoek met als uitkomst 32k aan terugvordering. Als we het goed interpreteren heeft het onderzoek dan meer gekost dan opgeleverd. Als de terugvordering echter een structureel karakter heeft, dan verdiend deze investering zich terug. Kan dit worden toegelicht? Antwoord:
De onderzoekskosten zijn inderdaad hoger geweest dan de terugvordering. Het in 2021 eigen geïnitieerd BTW-onderzoek heeft plaatsgevonden met terugwerkende kracht over de jaren 2016 t/m 2019 betreffende de inrichting en gevolgen hiervan met betrekking tot de door ons in het financieel systeem gehanteerde BTW-tabel. Dit heeft naast correcties richting de Belastingdienst tevens geleid tot een geactualiseerde BTW-tabel. Deze heeft zich al financieel vertaald in de huidige exploitatie waardoor een verwacht aanvullend financieel effect niet meer aan de orde zal zijn. Vraag 10 a Lokale heffingen en belastingen - Pag 94; afvalstoffenheffing Vraag: Is het juist om te concluderen dat de opbrengsten vd afvalstoffenheffing per saldo hoger waren dan de daadwerkelijke kosten (dekkingspercentage van 115%)? Vraag: Zo ja, welk deel van deze overdekking heeft een structureel karakter? Antwoord:
Constatering is juist. Analyse van de voornaamste verschillen zijn terug te vinden op pag. 16. Daar is aangegeven dat het incidentele verschillen betreft.
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
3
Bij het opstellen van de begroting 2023 gaan we uit van de actuele informatie vanuit Blink om te komen tot een afvalbegroting die niet meer dan 100% kostendekkend is. Vraag 10 b Pag 95; leges Vraag: Het dekkingspercentage ligt met 60% lager dan de begrootte 65%. Kan per categorie worden aangegeven wat het dekkingspercentage is? Antwoord:
De tarieventabel bij de Legesverordening bestaat uit drie titels: Titel 1 “Algemene dienstverlening” Titel 2 “Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning” Titel 3 “Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2” Het dekkingspercentage van titel 1, 2 en 3 in de jaarrekening 2021 is respectievelijk 56%, 77% en 1%. Vraag 10 c Vraag: Kan er worden aangegeven wat het dekkingspercentage is in de overige Peelgemeenten en andere omliggende gemeenten? Antwoord:
Uit de beschikbare (concept) jaarstukken 2021 van omliggende gemeenten zijn de onderstaande dekkingspercentages afgeleid. Titel 1 Titel 2 Titel 3 Boekel 68 % 90 % 3% Deurne 98 % 77 % 51 % Gemert-Bakel 100 % (geen onderverdeling) Helmond 88 % 172 % 37 % Laarbeek 56 % 77 % 1% Meierijstad 34 % 113 % NB Nuenen 43 % 63 % 31 % Son en Breugel 34 % 97 % 6%
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
4
Vragen Fractie CDA Vraag 1 a Bij alle programma’s staan beleidsindicatoren vermeldt, hiertoe enkele vragen: Alle wettelijk verplichte beleidsindicatoren zijn opgenomen. Op blz. 13 zijn niet wettelijke beleidsindicatoren opgenomen, waarom zijn deze opgenomen als ze niet gemeten worden en/of vergeleken kunnen worden? Antwoord:
Deze niet verplichte indicatoren worden al geruime tijd gepresenteerd omdat het aanvullende informatie kan bieden over onze dienstverlening aan de inwoners. Dit ondanks dat geen direct vergelijk kan worden gemaakt met een landelijke indicator. De niet verplichte beleidsindicator “klantcontactmomenten bouwen en wonen” kan niet langer worden gemeten en zal daarom niet meer worden gepresenteerd in komende P&C documenten. Vraag 1 b Is er een overzicht te maken van de opgenomen indicator eenheid per jaar, bijvoorbeeld over de afgelopen 5 jaar, Antwoord:
De voornaamste gegevensbron voor de beleidsindicatoren is waarstaatjegemeente.nl, een platform van VNG. Via deze website is het mogelijk om de gevraagde vergelijking in beeld te brengen. In verband met de leesbaarheid wordt hier als antwoord niet de tabel getoond, maar wordt wel verwezen naar de specifieke tabel: https://www.waarstaatjegemeente.nl/jive?workspace_guid=acb6e59b-d487-4219bbcc-95feb7a112a1 Vraag 1 c De (wettelijk verplichte) indicatoren van Laarbeek zijn vergeleken met Nederland (NL) (gemiddelde gemeente <25.000 inwoners) graag zouden wij ook een vergelijk zien tot: NoordBrabant, Helmond en de overige vier peelgemeenten (Asten, Deurne, Gemert-Bakel en Someren). Antwoord:
De voornaamste gegevensbron voor de beleidsindicatoren is waarstaatjegemeente.nl, een platform van VNG. Via deze website is het mogelijk om de gevraagde vergelijking in beeld te brengen. In verband met de leesbaarheid wordt hier als antwoord niet de tabel getoond, maar wordt wel verwezen naar de specifieke tabel: https://www.waarstaatjegemeente.nl/jive?workspace_guid=221c4127-ffe3-41a6-b0b7b7f24a880dca Vraag 2 Blz. 16: Milieustraat analyse: verschil in lasten door minder bezoekers aan milieustraat (met name t.o.v. 2020 piek Corona) graag een overzicht van de bezoekersaantallen van de afgelopen 5 jaar. Antwoord:
Bezoekersaantallen: 2016: 20.503 (3.855 gratis; 16.648 betalende bezoekers). Registratie o.b.v. bonnen.
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
5
2017: 20.820 (3.897 gratis; 16.923 betalende bezoekers). Registratie o.b.v. extrapolatie aantal bonnen. 2018: geen registratie i.v.m. overgang op ander systeem 2019: 21.499 2020: 19.700 (Coronapiek v.w.b. tonnages en lasten) 2021: 20.187 Verantwoording is niet helemaal juist geformuleerd. Hoewel het aantal bezoeken in 2021 minder was dan verwacht en nagenoeg gelijk is geweest t.o.v. 2020, zijn de aangeleverde tonnen en de lasten in 2021 fors minder. In 2020 was er een flinke overschrijding van de tonnages en lasten in 2020. Vraag 3 Blz. 25 Bijzondere wetten Structureel budget is niet meer noodzakelijk voor de invulling van een BOA. Budget kan worden opgeheven. Via welk ander budget/andere weg is dit nu geregeld? Antwoord:
Er is structureel formatieruimte voor 2 BOA’s. Eerder is via inhuur een van de BOA’s bekostigd. Na indiensttreding bij Laarbeek was financiering via het inhuurbudget niet meer nodig. Dit is abusievelijk blijven staan. Vraag 4 Blz. 35 3.09.01 en 3.09.02 de uitvoering is vertraagd door onder andere een intensieve regionale en provinciale afstemming? Graag meer duidelijkheid hierover; hoe en waardoor, welke factoren deze vertraging geven. Antwoord:
De provincie en de MRE hebben een ondersteunende rol voor gemeenten in het opstellen van de routekaart voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed. Laarbeek heeft geïnvesteerd in dit overleg en deze ondersteuning, zodat we als pilot twee projecten hebben kunnen inbrengen. Ook is de uitkomst van deze regionale en provinciale afstemming dat een externe partij begeleiding en ondersteuning heeft geboden bij het opstellen van de routekaart. Op basis hiervan kunnen keuzen gemaakt worden voor de komende jaren. Dus enige vertraging in het voortraject, met als resultaat een kortere doorlooptijd in de projectuitvoering van de twee pilotprojecten en het opstellen van de routekaart. Ten opzichte van andere gemeenten zijn wij al relatief vergevorderd. Vraag 5 Blz. 63 Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen er is door meer inwoners om kwijtschelding gemeentelijke belastingen aangevraagd en toegekend. wat is de verhouding in aanvraag: burgers en bedrijven In welke verhouding zijn deze aanvragen ingediend rechtstreeks aan de gemeente of via no cure no pay bureautjes?
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
6
Antwoord: Voor onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing is in de verordeningen vastgelegd dat kwijtschelding enkel aan natuurlijke personen wordt verleend. De verleende kwijtschelding heeft dus volledig betrekking op burgers. De aanvragen voor kwijtschelding verlopen allemaal rechtstreeks via de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB). De No Cure No Pay bureaus richten zich uitsluitend op bezwaarschriften en niet op kwijtschelding. Een algemene indicatie: Van de tot nu toe bij BSOB ingediende bezwaarschriften in 2022 is 50,7 % ingediend via een No Cure No Pay bureau. Vraag 6 Blz. 75: Hernieuwbare elektriciteit Wat wordt hier mee bedoeld, wat wordt gemeten? Antwoord:
Deze term staat als indicator in het lijstje van verplichte beleidsindicatoren. Hiermee wordt lokaal duurzaam opgewekte energie bedoeld (ook wel hernieuwbare energie). De indicator geeft aan welk % van de elektriciteit die we in de gemeente verbruiken lokaal duurzaam opgewekt wordt. In het geval van Laarbeek gaat het om opwek met zonnepanelen. Vraag 7 Blz. 78: Jeugdwerk budget jeugdwerk in 2021 dubbel besteed, deze dienen op een transparante manier worden opgelost. Voor het totale budget zijn de diensten geleverd conform raadsbesluiten. Welke dienst(en) kunnen mogelijk in 2022 niet worden uitgevoerd met het “normale budget”, graag meer verheldering welke taakstellingen mogelijk gevaar lopen. Antwoord:
Voor 2022 is de structurele formatie-uitbreiding jongerenwerk op de juiste wijze verwerkt in de gemeentelijke begroting. Er is in 2022 dan ook voldoende budget beschikbaar om alle gesubsidieerde activiteiten, zoals opgenomen in de structurele subsidie aanvraag 2022 van de LEVgroep, uit te voeren. Er zijn dus geen taakstellingen die gevaar lopen. Vraag 8 Blz. 79: PGB WMO in 2021 zijn de clientaantallen gedaald en ook de zorgkosten zijn gedaald t.o.v. 2020. Echter valt de gemiddelde kostprijs per client hoger uit dan begroot, waardoor de gemaakte kosten incidenteel hoger uitvallen. Wat ligt ten grondslag aan hogere kostprijs? Graag meer verduidelijking. Antwoord:
In 2020 is dezelfde stijging zichtbaar, doordat de ingezette zorg ‘duurder’ is per cliënt. Vooralsnog is uitgegaan van een incidentele stijging. In begroting 2023 wordt bezien of deze stijging een structurele vertaling moet krijgen in de begroting. Vraag 9 Blz. 79: 6.82 Geëscaleerde zorg 18- /jeugdzorg tweede half jaar een grotere groei van het aantal cliënten plaats gevonden. Zijn de opname stops van de Jeugdzorginstellingen hier ook debet aan? Naast mogelijk corona gerelateerde effecten?
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
7
Antwoord:
Dit is deels te wijten aan de opname stop, met name die van de Gecertificeerde Instellingen (Jeugdbescherming en Jeugdreclassering). Daardoor bleven cliënten langer onder intensievere begeleiding van de gezins- en jongerencoaches. De werkdruk bij de gezins- en jongerencoaches werd daardoor hoger. Om daar verlichting in te brengen, werd er eerder een beschikking afgegeven voor jeugdhulp. Vraag 10 Blz. 100 berekening van de onbenutte belastingcapaciteit In hoeverre is de onbenutte capaciteit OZB bij eigenaar woningen van invloed op de uitkering van het gemeentefonds? Antwoord:
De hoogte van de onbenutte belastingcapaciteit heeft géén invloed op de korting op het gemeentefonds; deze korting wordt namelijk beïnvloed door de landelijke marktontwikkeling van de WOZ-waarden. Een kleinere onbenutte belastingcapaciteit leidt dus niet tot minder korting op de hoogte van het gemeentefonds en dus ook niet tot meer inkomsten. Het genereren van extra inkomsten door een verdere verhoging van de ozb-opbrengst (lees: hogere ozb-tarieven) heeft dus tot gevolg: een verlaging van de onbenutte belastingcapaciteit; een verlaging van de beschikbare weerstandscapaciteit; géén hogere uitkering uit het gemeentefonds (oftewel: géén lagere korting op de uitkering door de inkomstenmaatstaf); wél een directe lastenverzwaring voor burgers en bedrijven. Vraag 11 Blz. 107 belastingcapaciteit in de toelichting staat beschreven dat de uitkomst van de berekening van dit kengetal is verbeterd ten opzichte van 2020 en ten opzichte van de begroting. Deze berekening is gemaakt op basis van de woonlasten meerpersoonshuishoudens t.o.v. landelijk gemiddelde. Graag ontvangen wij het kengetal voor deze op basis van Eigenaar niet-woningen en Gebruikers Niet-woningen. Antwoord:
Deze cijfers voor eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen zijn helaas niet voorhanden. Landelijk gemiddelde cijfers zijn beschikbaar voor eigenaar woningen en gebruikers (huurders) woningen. De landelijke vergelijkingscijfers plus de cijfers per gemeente zijn terug te lezen op: https://www.coelo.nl/images/rapporten/Coelo_Atlas_van_de_lokale_lasten_2021.pdf Vraag 12: Blz. 190 Reserve Bereikbaarheidsagenda Deze reserve wordt opgebouwd om uitvoering te geven aan de bereikbaarheidsagenda ZuidOost-Brabant. De uit te voeren opgaven uit deze agenda dienen te gebeuren op basis van cofinanciering en in samenspraak/goedkeuring van deelgemeenten van deze opgaven. Hiertoe is in het verleden vanuit het Haagse een budget van +/- 57 miljoen beschikbaar gesteld voor de bereikbaarheidsagenda. Gemeente Helmond is hiertoe aangesteld als beheerder van dit budget. vraag: Wat is momenteel nog beschikbaar van het toenmalig ingestelde bedrag van 57 miljoen en/of welke toekomstige projecten hebben al middelen gereserveerd? Welk aandeel heeft Laarbeek hiertoe reeds ontvangen/gereserveerd?
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
8
Antwoord: Van de provincie Noord Brabant heeft de regio (21 gemeenten Zuidoost Brabant) een subsidie van € 55,75 miljoen ontvangen voor de uitvoering van de Bereikbaarheidsagenda 2017-2030. De € 55,75 miljoen is verdeeld in € 17,2 miljoen tbv regiobrede projecten, waarbij alle 21 gemeenten eenzelfde bedrag aan cofinanciering betalen, naar ratio van het aantal inwoners. Deze projecten hebben betrekking op een slimmer gebruik van het bestaande vervoersnetwerk in de hele regio door middel van slimme mobiliteitsoplossingen. Daarnaast is € 38,55 miljoen bestemd voor zgn. routegebonden projecten. Dit zijn de projecten die betrekking hebben op het realiseren van fysieke ingrepen in het vervoersnetwerk, op basis van gebiedsgerichte programma's. Daarvoor dient de aanvragende gemeente zelf de cofinanciering van 75% te regelen. Uit het jaarverslag 2021 “Zo Slim Bereikbaar” blijkt dat de volgende subsidiebedragen nog niet zijn verstrekt: Regiobrede projecten: € 11,9 miljoen Routegebonden projecten: € 32,75 miljoen Toegekende subsidies aan Laarbeek, allen routegebonden projecten: - Geluidsmaatregelen Lieshoutseweg N615, € 10.107 - Fietsroute Beek en Donk – Helmond, gedeelte Aarle-Rixtel, € 8.722 - Bestedingsplan 2022: Bushalte N615 rotonde Bavaria Lieshout, € 104.938 Op zoslimbereikbaar.nl wordt het jaarverslag gepubliceerd en zijn diverse projecten nader in beeld gebracht.
Vraag 13 Onze buurgemeente Gemert-Bakel wordt gezien als voordeel gemeente, wat wordt hiermee bedoeld? Dit zou namelijk een positief effect hebben op de uitkeringen vanuit het gemeentefonds? Antwoord:
Via de recent verschenen meicirculaire 2022 gemeentefonds vindt per 1-1-2023 de financiële vertaling plaats van de herijking van het gemeentefonds. Dit leidt tot herverdeeleffecten omdat het uitgangspunt is budgettaire neutraliteit. De ingroei van het uiteindelijke voor- of nadeel vindt stapsgewijs plaats op basis van maximale bedragen per inwoner; 1e jaar € 7,50 per inwoner in 2023, oplopend naar 2e jaar € 22,50 per inwoner in 2024 tot in het 3e jaar maximaal € 37,50 per inwoner in 2025 e.v.. Laarbeek heeft in de Begroting 2022 met ingang van 2023 rekening gehouden met een op dat moment laatst bekend structureel nadeel van € 15,- per inwoner (nadeel € 343.000). Dit financieel effect is voor Laarbeek nu uiteindelijk bepaald op een nadeel van € 1,85 per inwoner (nadeel € 42.000). Als gevolg hiervan is een budgettair voordeel ontstaan van ongeveer € 300.000. Het herverdeeleffect voor de gemeente Gemert-Bakel is in de meicirculaire becijferd op een voordeel van € 37,50 per inwoner. Vraag 14 Wat is het actuele EMU saldo na implantatie van de jaarstukken? Antwoord:
Het berekend EMU-saldo vanuit de Jaarrekening 2021 welke is gerapporteerd aan het CBS bedraagt € 9,4 miljoen. Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
9
Vragen Fractie De Werkgroep Vraag 1 blz. 15: Na het vertrek van weth. Buter is de formatie wethouders teruggegaan van 3,05 naar 3,0. Dit zou K€ 63 lagere kosten met zich meebrengen, en dat voor slechts 0,05 fte. Zijn dit alleen salariskosten of zijn daarin ook nog andere kosten meegenomen? Antwoord:
Een wijziging van 0,05 fte qua formatie leidt tot lagere kosten van circa € 3.000 op jaarbasis, zoals eerder ook in het raadsvoorstel is aangegeven. Het terugbrengen van het aantal wethouders van 4 naar 3 personen leidt ook tot lagere kosten qua studiekosten, onkostenvergoedingen, verzekeringspremies etc. Daar is een deel van dit voordeel van € 63.000 aan toe te schrijven, naast een aantal andere afwijkingen binnen de begrotingspost van het college. Vraag 2 blz. 17: Meerdere geplande investeringen m.b.t. onderhoud c.q. vervanging van riolering staan al jarenlang in de planning (zelfs al vanaf 2012/2013). Hoe realistisch en overzichtelijk is het die investeringen zolang ‘on hold’ te laten staan? Antwoord:
Als gevolg van werk met werk combineren, complexe planvorming, grondverwerving en andere factoren is het soms niet mogelijk om direct tot de uitvoering van projecten over te gaan en moeten deze in de tijd vooruit worden geschoven. We trachten de planning continu up to date te houden, zoals op pagina 18 en 19 is weergegeven. Vraag 3 blz. 31: De gebiedsontwikkeling Heindertweg, Aarle-Rixtel zou nog wachten op de ondertekening van een anterieure overeenkomst. Wat is de actuele stand van zaken? Antwoord:
Deze is inmiddels ondertekend en het bestemmingsplan ligt al ter inzage tot en met 246-2022. Vraag 4 blz. 33: Bij de afspraken m.b.t. projecten 3.05.01 en 3.05.03 is nog sprake van afspraken uit 2020; s.v.p. checken Antwoord:
Eind 2020 is het bomenvervangingsplan pas vastgesteld door de raad. Op dat moment was het niet meer realistisch om nog 600 bomen te vervangen. De planning is daarop aangepast en vervolgens zijn de eerste bomen vervangen in 2021 aan het Knapersven in Mariahout, de Rogier Monicxlaan en Orchideestraat in Beek en Donk en Valkendijk in Aarle-Rixtel. Hetzelfde geldt voor de uitvoering van het Waterbeheerplan, waar het baggeren onderdeel van uitmaakt. Hiervoor is ook de eerder opgestelde planning bijgesteld en vindt de uitvoering plaats in 2022.
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
10
Vraag 5 blz. 35: De verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed (MJOP en routekaart) zou vertraagd zijn door ‘intensieve regionale en provinciale afstemming’. Wat is de rol/verantwoordelijkheid van regio en provincie op dit terrein dan? Antwoord:
De provincie en de MRE hebben een ondersteunende rol voor gemeenten in het opstellen van de routekaart voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed. Laarbeek heeft geïnvesteerd in dit overleg en deze ondersteuning, zodat we als pilot twee projecten hebben kunnen inbrengen. Ook is de uitkomst van deze regionale en provinciale afstemming dat een externe partij begeleiding en ondersteuning heeft geboden bij het opstellen van de routekaart. Op basis hiervan kunnen keuzen gemaakt worden voor de komende jaren. Dus enige vertraging in het voortraject, met als resultaat een kortere doorlooptijd in de projectuitvoering van de twee pilotprojecten en het opstellen van de routekaart. Ten opzichte van andere gemeenten zijn wij al relatief vergevorderd. Vraag 6 bl. 35 project waterberging en groen Oranjelaan zou in 2019 uitgevoerd worden, maar zou nog binnen planning lopen. Moet dit niet ‘buiten planning’ zijn? Antwoord:
De eerder opgestelde planning bleek niet realiseerbaar en daarop is de planning aangepast. Het traject loopt nog in de pas met de bijgestelde planning. Vraag 7 blz. 41 en 45 (openbare verlichting): Wat wordt verstaan onder ‘groepsremplace’? Hoe is de voortgang en de verdere planning van de vervanging van de openbare verlichting door LED? Valt dat onder proj. 72105071 t/m 72105073 (en is dus afgerond) of onder projecten 72105075 en 72105077 (en loopt nog c.q. moet nog starten)? Antwoord:
Groepsremplace is het preventief, planmatig vervangen van lampen per straat of wijk, vóór het moment dat ze uitvallen. Groepsremplace is kostenbesparend, omdat het voorkomt dat binnen korte tijd een storingsmonteur met afzonderlijke opdrachten naar alle lampen in een wijk of straat wordt gestuurd (=correctief onderhoud). In november 2018 besloot de gemeenteraad dat in een periode van 12 jaar alle aanwezige openbare verlichting moest worden omgebouwd naar LED. Daarmee diende dit te gebeuren in een tempo van 8,3% per jaar. Als we de nieuwbouwwijken sinds 2018 én de bouwwegverlichting buiten beschouwing laten, beschikt de gemeente Laarbeek over 5720 lichtmasten die ver-led moeten worden. Uitvoeringsprogramma’s 2018 t/m 2020 zijn gerealiseerd, het programma 2021 is op dit moment in uitvoering. Daarna zijn 2014 masten omgebouwd naar LED (=35,2 % van het aantal om te bouwen masten). Dit is iets meer dan het streefpercentage op basis van 4 uitvoeringsjaren (4x8,3% = 33,2%). Kredieten 72105071 t/m 72105073 betroffen uitvoeringsprogramma’s 2018-2019, die zijn afgerond.
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
11
Krediet 72105075 betrof uitvoeringsprogramma 2020, dat is afgerond, maar dat in 2022 nog financieel moest worden afgerond. Krediet 72105077 betreft het uitvoeringsprogramma 2021, dat op dit moment wordt uitgevoerd. Vraag 8 blz. 45 (uitvoering startersregeling): volgens het investeringsoverzicht zou t/m 2021 pas K€ 614 zijn uitgegeven. Zijn dat alle uitgaven of is het gesaldeerd met de terugbetaalde leningen? Antwoord:
De lasten van € 614.000 zoals opgenomen in de jaarrekening 2021 zijn het resultaat van het totaal aan verstrekkingen, verminderd met de ontvangen aflossingen. Totaal verstrekt vanaf 2006 € 1.750.734 Totaal ontvangen aflossingen vanaf 2006 € 1.137.220 -/€ 613.514 = boekwaarde per 31-12-2021 Vraag 9 blz. 78 (jeugdwerk): als we de toelichting goed begrijpen, is er voor deze activiteit door een menselijke fout 2x een budget vastgesteld. Moet dat dan niet een positief effect op de jaarrekening hebben? Antwoord:
Het budget ‘Jeugdwerk’ in Begroting 2021 (november 2020 vastgesteld) is onderdeel van de algehele subsidie LEV-groep. Daarnaast is (eveneens november 2020) besloten tot een uitbreiding van formatie van het jongerenwerk, met als dekkingsvoorstel het budget ‘Jeugdwerk’. Het bedrag wat onder ‘Jeugdwerk’ opgenomen stond in de begroting is hiermee onterecht een tweede maal besteed. Voor 2022 is de uitbreiding onderdeel van de algehele subsidie LEV-groep en op een juiste manier opgenomen in Begroting 2022. Vraag 10 blz. 79 (geëscaleerde zorg 18-): mede door de toelichting is het ons onduidelijk of de kosten 2021 van K€ 4.252 betrekking hebben op GR Peelgemeenten of alleen op Laarbeek. Antwoord:
In de jaarrekening van de gemeente Laarbeek worden alleen de kosten voor Laarbeek opgenomen. Het gaat hier om de zorgkosten, gemaakt voor jeugdigen uit Laarbeek. Vraag 11 blz. 83: Waarom zijn de beleidsindicatoren ‘gemiddelde gemeente <25.000 inw.’ niet bekend (desnoods gegevens vanuit 2020), terwijl het toch verplichte indicatoren zijn? Juist vanwege de in het verleden in de raad gevoerde discussies is het goed om die vergelijking wel te kunnen maken. Antwoord: Voor het merendeel van alle verplichte beleidsindicatoren maken gemeenten gebruik van www.waarstaatjegemeente.nl van VNG, via het dashboard “Besluit Begroting en Verantwoording”. Voor de beleidsindicatoren op pagina 83 is echter geen landelijke bron beschikbaar waardoor vergelijking niet mogelijk is.
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
12
Beantwoording technische vragenronde Kadernota 2023 Laarbeek Vragen PvdA Vraag 1 Blz. 6. Dekkingsplan 2023-2026. Verhoging OZB-opbrengst 2023 t/m 2025 is 1.5% inclusief inflatie. De inflatie voor 2022 gaat veel hoger uitvallen (geschat tussen 7% en 8%). Hoe groot gaat dit gat worden? En hoe denkt de gemeente dit gat op te gaan vullen? Antwoord:
De Kadernota 2023 is opgesteld als vertaling van het nieuwe Bestuursakkoord gemeente Laarbeek 2022-2026 ‘Samen aan zet!’. Verder is het financieel een uiteenzetting van de vastgestelde begroting 2022 tot en met de 1e tussenrapportage 2022. Daarbij heeft nog geen verdere financiële vertaling plaatsgevonden van de gewenste gevolgen van bestaand en nieuw beleid als ook een bijpassend dekkingsplan. In het proces richting de samenstelling van de Begroting 2023 zal een integrale afweging van alle beleidskeuzen inclusief dekkingsplan worden gemaakt. Daarbij zal ook de inflatie en de ontwikkeling van de ozb-opbrengst betrokken worden. Vraag 2 Blz 9. Ambitie A. Inwoners dragen op basis van wederkerigheid mede verantwoordelijkheid voor een veilige samenleving. Wat vragen we van de inwoners hiermee? Antwoord:
Hiermee wordt beoogd om het thema veiligheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid te laten zijn van zowel burger als overheid; dit begint met het creëren van awareness bij de inwoners (ben bewust van de aanwezige risico’s), het bieden van een handelingskader (wat te doen bij een x-scenario) maar ook hoe bepaalde risico’s op voorhand te kunnen verminderen (preventie). Deze wederkerigheid wordt beoogd op zowel het gebied van criminaliteit maar ook bij rampen; op zowel landelijk, regionaal en lokaal niveau wordt getracht om de zelfredzaamheid van de burger te vergroten en de overheid alleen een rol te laten vervullen op onderwerpen waar dit noodzakelijk is. Vraag 3 Blz 10. Afspraak 2.01. We staan zij aan zij in de aanpak van ondermijning. Hoe zorgen we ervoor dat de kwetsbare mensen in onze samenleving niet gebruikt worden voor criminele doeleinden? Antwoord:
Zoals ook benoemd in dit kader, is er voor de gemeente een belangrijke rol weggelegd in de preventieve fase. Het creëren van bewustwording is hiervan een belangrijk onderdeel. Actueel onderwerp is de aanpak van ondermijning in het buitengebied van Laarbeek; in samenwerking met onder meer politie en het PIT wordt nu geïnvesteerd op het versterken van het netwerk in het buitengebied door bijvoorbeeld het voeren van ‘keukentafelgesprekken met voormalig agrarisch ondernemers. Ook wordt de
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
13
mogelijkheid onderzocht voor het aanstellen van een groene BOA teneinde de informatiepositie en handhavingscapaciteit te versterken in het buitengebied van Laarbeek. Vraag 4 Blz 11. Woningbouw. Welke plannen worden wel en niet uitgevoerd en in hoeverre passen deze binnen de uitwerking van de woonvisie? Op basis van welke criteria worden de prioriteiten gesteld? Aan welke criteria moeten de uit te voeren plannen voldoen? Is er een mogelijkheid voor een tussentijdse evaluatie van de doelen van de woonvisie? Bijvoorbeeld jaarlijks? Antwoord:
Veel van de plannen in uitvoering van vóór de woonvisie stroken niet met de woonvisie. Waar mogelijk proberen we aansluiting bij de woonvisie te vinden. Bij nieuwe plannen is de woonvisie het uitgangspunt. Wel zal er altijd een afweging moeten worden gemaakt tussen woningbehoeften en bijvoorbeeld financiële mogelijkheden. Vraag 5 Blz 13. 3.11 Integreren van beleid is fijn maar hoe zit het met de uitvoering van zelfbewoningsplicht? In de raadsvergadering waarin de woonvisie is vastgesteld is een motie aangenomen. College komt voor september met plan, dit kost geen geld kan meteen ingevoerd worden. Antwoord:
In de motie is het college gevraagd de gemeenteraad uiterlijk september 2022 te informeren op welke wijze uitvoering aan de motie is gegeven. Die afspraak komen we na. Vraag 6 Blz. 14. Wat wordt er bedoeld met behoud door ontwikkeling? 3.19 Erfgoed. Antwoord:
Behoud door ontwikkeling betekent dat er wordt gezocht naar ontwikkelingen / economische dragers zodat de instandhouding van het erfgoed wordt geborgd. Vraag 7 Blz. 18 -21 Programma 5. Zijn er voor het breder uitrollen en verder uitbouwen van verschillende onderdelen van het sociaal domein extra mensen nodig? Antwoord:
De benodigde formatie is afhankelijk van het ambitieniveau. Integrale afweging van het ambitieniveau vindt plaats bij Begroting 2023. Vraag 8 Blz. 20 Afspraak 5.01: Wat is de stand van zaken van het nieuwe beleidsplan Sociaal Domein? Wanneer is het beleidsplan Sociaal Domein af? Antwoord:
Het plan van aanpak Beleidsplan 2023-2026 is ter advisering voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad Participatiewet. Het zal eind juni door
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
14
het college worden vastgesteld. Momenteel zijn we met de voorbereidingen bezig door samen met de portefeuillehouders, (maatschappelijke) partners die actief zijn in Laarbeek en de inwoners van Laarbeek invulling te geven aan de thema’s en speerpunten waar we ons de komende 4 jaar op gaan richten. Naar verwachting wordt het beleidsplan in september 2023 ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Vraag 9 Blz. 22 Gezien het belang dat gehecht wordt aan strategisch personeelsmanagement vragen wij hoe snel in de komende jaren de plannen hiervoor uitgewerkt zijn. Antwoord:
Dit is onderdeel van onze organisatieontwikkeling en aan het onderdeel ‘Boeien en Binden’ wordt een hoge prioriteit gegeven als continu proces. We anticiperen dit jaar al proactief op het (aanstaand) pensioen van diverse collega’s en gaan het volgend jaar nog strategischer en planmatig aanpakken. Vraag 10 Blz 23 Waarom wordt in deze kadernota de invoering van de verblijfsbelasting nog een jaar uitgesteld? Vennootschapsbelasting waar gaat die naar toe? Antwoord:
Vorig jaar is door de raad in de begroting 2022 besloten om inkomsten uit de verblijfbelasting een jaar later te begroten dan in een eerdere begroting was aangegeven. In het bestuursakkoord is de wens uitgesproken om deze belasting versneld per 2024 in te voeren. Bij de totstandkoming van de begroting 2023 zal bekeken worden of dit ook tot een bijstelling van de raming vraagt. Vraag 11 Blz. 25 Punt 2. In de vastgestelde begroting 2022 is in het meerjarenperspectief 2024-2026 uitgegaan van een constant loon- en prijspeil in zowel uitgaven als inkomsten. Is dat wel verstandig gezien de recente prijsstijgingen in personeel en in materieel? Antwoord:
De gemeente Laarbeek (als ook vele andere gemeenten) hanteert een systematiek van begroten waarbij het basisjaar tegen lopende prijzen (=inclusief indexering) wordt begroot en de overige jaren worden geraamd tegen constante prijzen (dus geen verdere indexering). Als voorbeeld de nu op te stellen Begroting 2023: deze zal voor het basisjaar 2023 worden geraamd tegen lopende prijzen (dus inclusief indexering) en voor de overige jaren van het meerjarenperspectief 2024 t/m 2026 tegen constante prijzen (dus geen verdere indexering). Dit wordt toegepast onder de voorwaarde dat ook de berekening van het gemeentefonds onder dezelfde condities plaatsvindt (berekening op basis van constante prijzen met betrekking tot het meerjarenperspectief). De groei van het gemeentefonds voor 2024 en verder als gevolg van indexering (compensatie voor loon- en prijsstijgingen) kan hierdoor dus later jaarlijks ter dekking voor worden ingezet.
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
15
Vraag 12 Blz. 25 Prognose aantal inwoners is precies hetzelfde als kadernota 2019. Is deze schatting reëel gezien die schatting er 500 inwoners naast zat in de vorige periode? Antwoord:
De opgenomen ontwikkeling van het aantal inwoners is een inschatting van de gemiddelde jaarlijkse groei. Deze kan het ene jaar te laag zijn en het andere jaar te hoog; de opgenomen ontwikkeling kan worden gezien als een gemiddelde ingeschatte trendlijn. Vraag 13 Blz. 26 Punt 17 en 18. Het budget voor structureel én incidenteel nieuw beleid is voorlopig geraamd op 0. Betekent dit dat het college enkel op de winkel gaat passen? Antwoord:
De interpretatie dat het college alleen maar op de winkel past, is niet juist. De nu voorliggende Kadernota is qua inhoud beleidsarm. De nog te maken beleidskeuzes zullen worden meegenomen bij de samenstelling van de Begroting 2023. Wat betreft de systematiek van het opvoeren van een apart budget voor zowel structureel als incidenteel nieuw beleid, deze wordt niet meer gehanteerd in de huidige presentatie van de begroting. Hiervoor in de plaats wordt via de labelling ‘nieuw beleid’ en ‘bestaand beleid’ de directe financiële vertaalslag gemaakt van alle voorgestelde gewenste meerjarige beleidsontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben zich in de nu voorliggende Kadernota nog niet vertaald; dit zal dus richting de samenstelling van de Begroting 2023 verder vorm worden gegeven.
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2021 en Kadernota 2023
16