CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

20220525 RIB Onderzoek radarverstoring windmolens.pdf

Raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Verslag Landschapsdialoog Lieshoutse Heide1.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

23108-2022

Documentnummer:

23108-2022:103910

Raadsinformatiebrief Onderwerp RIB onderzoek radarverstoring windmolens Datum 24 mei 2022

Toelichting Inleiding De gemeente Meierijstad is bezig met het ontwikkelen van een ‘afwegingskader wind’, in het licht van de Regionale Energie Strategie van hun regio (Noordoost-Brabant) en de eigen duurzame ambities. In de RES Noordoost-Brabant is een aantal zoekgebieden aangewezen waar windenergie wellicht mogelijk is in Meierijstad, daarbij gaat het soms ook om locaties die een gemeentegrens overschrijden. Voor al deze locaties doet Meierijstad een onderzoek naar de haalbaarheid en wenselijkheid van windenergie. Onderdeel daarvan is een zogenaamde ‘radartoets’, een onderzoek waarbij wordt bepaald of (militaire) vliegvelden hinder ondervinden van de windmolens doordat er radarverstoring optreedt. Hiervoor zijn strenge landelijke normen en als deze worden overschreden, is een windpark niet mogelijk. Meierijstad heeft het onderzoek laten uitvoeren voor een aantal fictieve opstellingen van locaties die zij kansrijk achten. Daarbij zitten drie opstellingen die gedeeltelijk op het grondgebied van Laarbeek zijn. Hieronder worden alleen de resultaten voor die drie opstellingen in meer detail besproken. In de bijlage vindt u het volledige onderzoek en de RIB die hierover naar de gemeenteraad van Meierijstad is verstuurd. Het interpreteren van de uitkomsten Het onderzoek is uitgevoerd door TNO en Pondera. Er is gewerkt met een aantal aannames: •

Er zijn locaties gekozen voor het onderzoek. Dat betekent niet dat er ook molens op precies

die

locaties

moeten

komen,

of

dat

er

bijvoorbeeld

contact

is

met

grondeigenaren. Het is puur gedaan om te kijken welk resultaat de locatie geeft. •

Er is gerekend met molens van 140m ashoogte en 160m rotor (totaal dus 220 meter). Wordt er een ander type molen gekozen, dan kan dit hele andere resultaten opleveren.

•

Er is gekeken naar de verstoring voor alleen Nederlandse radars, en er is gekeken of de dekking verbetert als ook een nieuwe Belgische radar wordt meegenomen (Luchtmachtbasis Kleine Brogel).

•

Defensie hanteert de grens van 90% radardekking als acceptabel, dit betekent dat na plaatsing van de windmolens (of andere bouwwerken) de radarontvangst minimaal 90% moet blijven. Windmolens die 90% of hoger scoren zouden dus mogelijk moeten zijn. Scoort een locatie tussen de 70% en 89% dan kan gekeken worden naar mitigerende maatregelen (maatregelen om de score te verhogen). Denk bijvoorbeeld aan een kleine verschuiving van de locatie, of een lagere bouwhoogte. Onder de 70% is een locatie ongeschikt.

Uitkomsten voor Laarbeek Er zijn drie opstellingen die gedeeltelijk in Laarbeek vallen, in het gebied ten noorden van Mariahout (Lieshoutse Heide). Deze staan hieronder op de kaart weergegeven.

Figuur 1: onderzochte opstellingen in Laarbeek. Bron: onderzoeksrapport TNO pag. 7, gemeentegrens zelf toegevoegd in blauw (zie bijlage 2). In het onderzoek is gekeken naar drie lijnopstellingen van vier molens: •

de westelijke lijnopstelling kent één molen in Laarbeek, nabij de Rooijseweg (WT19).

•

De middelste opstelling kent één molen ongeveer op de gemeentegrens, ten noorden van de Beukendreef (WT22).

•

De oostelijke opstelling kent drie molens in Laarbeek, ten noorden van het Mariahoutse bos nabij de Sparrendreef en De Hei (WT 25, WT27 en WT28).

Hieronder staan de resultaten voor deze drie opstellingen.

Figuur 2: uitkomsten onderzoek radardekking inclusief Luchtbasis Kleine Brogel. Bron: onderzoeksrapport TNO pag. 51 (zie bijlage 2). Bovenstaande kaart laat de resultaten zien van de radardekking, wanneer ook de Belgische nieuwe radar wordt meegenomen. We zien dat: •

De westelijke opstelling op alle molens onvoldoende scoort zonder de mogelijkheid om met mitigerende maatregelen wel tot een goede score te komen. Hier zijn de windmolens met de aannames uit dit onderzoek niet mogelijk.

•

De middelste opstelling geeft één molen die zeer goed scoort (100%). Deze locatie is in Meierijstad, nabij ’t Lijnt. De overige molens scoren onvoldoende zonder de mogelijkheid om die score genoeg te verbeteren.

•

De oostelijke opstelling geeft één molen die zeer goed scoort (99%), dit is ten noorden van het Mariahoutse bos nabij de Sparrendreef. De overige molens scoren onvoldoende zonder mogelijkheid om die score genoeg te verbeteren.

Conclusies Uit het rapport en bovenstaande illustratie zijn de volgende conclusies te trekken: 1. De getoetste opstellingen zijn niet mogelijk De resultaten laten zien dat de opstellingen zoals ze getoetst zijn (met deze precieze locaties en bouwhoogtes) niet zullen worden toegestaan door Defensie. 2. Er zijn wel geschikte locaties in het zoekgebied De resultaten laten zien dat er wel degelijk geschikte locaties zijn binnen dit gebied, bijvoorbeeld nabij de Sparrendreef (WT25, 99%) en ’t Lijnt (WT23, 100%). Het is dus goed mogelijk dat een net andere opstelling in het gebied wel mogelijk is: niet het hele gebied is ongeschikt. 3. Solitaire molens zijn technisch mogelijk De resultaten laten zien dat er technisch geschikte locaties zijn voor solitaire molens (een enkele windmolen in plaats van een groepje). De provincie staat dit echter in de Interim Omgevingsverordening niet toe, er wordt een minimum van drie molens in een lijnopstelling gehanteerd. 4. Scores zijn zeer locatie-specifiek We zien ook dat de scores zeer uiteen lopen. Een paar honderd meter kan al het verschil maken tussen een zware onvoldoende en een bijna perfecte score. Het is daarom niet mogelijk om algemene conclusies te trekken over het gebied, op basis van dit onderzoek. De conclusie uit de RIB van Meierijstad (bijlage 1) dat het onhaalbaar is om molens te plaatsen, is daarmee wat voorbarig.

De RIB van Meierijstad stelt daarom terecht dat de normen wellicht kunnen veranderen of de regelgeving voor solitaire molens kan veranderen, waardoor de kansen anders komen te liggen. Daaraan kan worden toegevoegd dat een keuze voor andere locaties, bouwhoogtes en dergelijke ook kan leiden tot andere onderzoeksresultaten. Vervolg De TNO onderzoeker dhr. Van Gent is uitgenodigd voor een toelichting aan de wethouder en het ambtelijk team in Laarbeek, zodat we de resultaten nog beter kunnen interpreteren en vervolgvragen kunnen stellen. In september is een evaluatie en herziening van de Laarbeekse Visie Grootschalige Opwek gepland. Daarin wordt de wenselijkheid en haalbaarheid van windenergie in Laarbeek behandeld. Er wordt ook een besluit genomen over het vervolg op de WVG, dat in ons zoekgebied is gevestigd met het oog op een mogelijk windpark. De resultaten van dit radaronderzoek en de toelichting van TNO worden daar uiteraard in meegenomen. Ook bij eventuele verzoeken tot verkoop van gronden onder de WVG worden deze uitkomsten in de overweging van het college meegenomen. Bijlagen 1. RIB uitkomsten TNO onderzoek radar afwegingskader wind (verstuurd in Meierijstad aan de gemeenteraad op 24 mei 2022) 2. Onderzoeksrapport TNO

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris

burgemeester

J.W.M. van de Ven

F.L.J. van der Meijden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=6d978a63-f55f-46df-b0ee-74f21250044b