20211124 RIB Rapportage 2e kwartaal 2021 zorgkosten GR Peelgemeenten Bijlage 1.pdf
Tekst van het document
Rapportage 2e kwartaal 2021 zorgkosten Laarbeek
Inhoud 1.
Managementsamenvatting ....................................................................................................................... 4
2.
Sociaal Domein Laarbeek Q2-2021 in beeld .............................................................................................. 5 Leeswijzer .......................................................................................................................................... 5 Statistische cijfers gemeente Laarbeek ............................................................................................. 6 (bron: waar staat je gemeente) ..................................................................................................................... 6 Aantallen Wmo Q2-2021 ................................................................................................................... 7 Aantallen Jeugd Q2- 2021.................................................................................................................. 9 Minimaregelingen, bijzondere bijstand en schulddienstverlening. Aantallen in 2021. .................. 12 Woonplaatsbeginsel ........................................................................................................................ 17
3.
Financiële rapportage .............................................................................................................................. 18 3.1
Algemene toelichting en samenvatting ........................................................................................... 18
3.2
Corona Meerkostenregeling ............................................................................................................ 19
3.3
Zorgkosten 2021 .............................................................................................................................. 20
3.4
Zorgkosten Wmo 2021 .................................................................................................................... 21
Wmo - Hulp bij huishouden ..................................................................................................................... 22 Wmo – Begeleiding .................................................................................................................................. 23 Wmo – Overige ........................................................................................................................................ 25 3.5
Zorgkosten Jeugd 2021 .................................................................................................................... 27
Jeugd – Variant A ..................................................................................................................................... 28 Variant A, zonder verblijf ......................................................................................................................... 29 Variant A, met verblijf.............................................................................................................................. 30 Landelijke producten ............................................................................................................................... 32 Jeugd – Variant B (taj-aanbieders) .......................................................................................................... 33 Jeugd – Jeugdzorgplus ............................................................................................................................. 35 Jeugd - JB/JR ............................................................................................................................................ 36 Jeugd- Overig ........................................................................................................................................... 36 3.6
Zorgkosten BMS 2021 ...................................................................................................................... 38
3.7
Prognose q2 rapportage versus prognose o.b.v. jaarrapportage 2020 .......................................... 39
Wmo ........................................................................................................................................................ 40 Wmo – Begeleiding .................................................................................................................................. 40 Wmo - Hulp bij huishouden ..................................................................................................................... 40 Wmo – Overige voorzieningen ................................................................................................................ 40 Jeugd ........................................................................................................................................................ 41 Jeugd – Variant A ..................................................................................................................................... 41 Jeugd – JB/JR............................................................................................................................................ 41
2
Jeugdzorgplus .......................................................................................................................................... 41 BMS .......................................................................................................................................................... 41 3.8
Betaalde zorgkosten 2021 Laarbeek ............................................................................................... 42
3.9
Verloop verplichtingen zorgkosten 2020 Laarbeek ......................................................................... 42
3
1.
Managementsamenvatting
In deze paragraaf wordt kort beschreven wat de belangrijkste ontwikkelingen zijn van deze kwartaalrapportage. Wmo Nadat het aantal voorzieningen wmo in 2019 fors steeg ten gevolge van de invoering van het abonnementstarief, is door Laarbeek ingezet op het terugdringen hiervan, waardoor het aantal voorzieningen daalde in 2019 en 2020. Ook in 2021 zien we nog een afname van het aantal voorzieningen, hoewel de daling wel is afgevlakt. jeugd Ook bij jeugd zien we vanaf 2018 een afname van het aantal voorzieningen. Vanaf het derde kwartaal 2020 zien we echter een stijging van het aantal voorzieningen jeugd, die stijging zet door in 2021. Deze stijging betreft met name verblijf, behandeling en jeugdbescherming/jeugdreclassering. Kosten ontwikkeling De prognose 2021 is ten opzichte van de prognose 2021 op basis van de jaarrapportage 2020 (jr20) gedaald met € 35.000. Dit wordt veroorzaakt voor lagere kosten Wmo (€ 129.000), hogere kosten jeugd (€ 19.000) en hogere kosten BMS (€ 75.000). De prognose 2021 is met € 114.000 gestegen ten opzichte van uitgaven 2020, voor de prognose 2022 wordt een stijging ten opzichte van 2021 verwacht van € 280.000, die met name veroorzaakt wordt door indexering. De financiële crisis bij de gecertificeerde instellingen, jeugdbescherming en jeugdreclassering, geleid tot een extra kostenpost jeugd i.v.m. extra indexering 8,7% en een incidentele bijdrage.
In de prognose 2022 is geen rekening gehouden met de invoering van het woonplaatsbeginsel per 1-1-22. Op dit moment is de verwachting dat de invoering budgetneutraal zal plaatsvinden. Gemeenten dienen in hun begroting een stelpost op te nemen ter hoogte van de mutatie van de inkomsten uit algemene uitkering, zodat dit in de begroting budgetneutraal wordt verwerkt. Hoewel we in 2020 een daling zagen van de zorgkosten zijn deze weer gestegen in 2021. Vanuit de koersagenda is met name de opgave normaliseren van belang om de kosten goed te kunnen blijven beheersen.
4
2.
Sociaal Domein Laarbeek Q2-2021 in beeld Leeswijzer
In deze rapportage hebben we in onderstaande tabellen de cijfers en trends van het 2e kwartaal van 2021 weergegeven voor gemeente Laarbeek. Op pagina 4 t/m 7 brengen we per wet (Wmo en Jeugdwet) in de eerste tabel het totale aantal unieke cliënten in beeld dat in Q1-2021 een actieve voorziening had. In de tweede tabel laten we de trend zien van de ontwikkeling van de unieke cliënten in het kwartaal. Daarbij moet opgemerkt worden dat in een trendlijn de instroom en uitstroom met elkaar verdisconteerd wordt. Als een unieke cliënt op enig moment uitstroomt en op (nagenoeg) hetzelfde moment stroomt een nieuwe cliënt in, dan blijft de trendlijn op dat moment ongewijzigd. In de eerste tabel tellen deze cliënten echter beiden mee. Vandaar dat er een verschil zit tussen de aantallen in de eerste tabel (aantallen) en de tweede tabel (trendgrafieken). Alle aantallen ten behoeve van deze rapportage hebben we op 1 juli 2021 vanuit ZorgNed gegenereerd. Let op: ook na deze datum zullen nog een aantal aanvragen en/of mutaties verwerkt worden die betrekking hebben op het 2e kwartaal. Ditzelfde gold ook voor eerdere kwartaalrapportages. Als u de voorgaande kwartaalrapportages naast deze rapportage legt dan zult u dus ook zien dat de aantallen per kwartaal die genoemd werden in voorgaande rapportages nu afwijken van de aantallen die genoemd staan in deze rapportage.
Dit is het gevolg van het achteraf verwerken van aanvragen en mutaties (met terugwerkende kracht). Bij het opmaken van de kwartaalrapportage wordt dus altijd de actuele stand in beeld gebracht voor elk tijdvak dat is vermeld. De aantallen voor Wmo en Jeugdwet zijn gebaseerd op de geregistreerde indicaties in ZorgNed. Voor Wmo wordt dit volledig via de gemeentelijke toegang gevuld. Bij Jeugdwet hebben we naast de gemeentelijke toegang echter ook te maken met de wettelijke verwijsroute. Met name bij gesloten Jeugdzorg zien we dat aanbieders niet altijd het verzoek om toewijzing van zorg indienen. Voor deze specifieke zorginzet worden op bovenregionaal niveau inkoopafspraken gemaakt. Daarin is weliswaar afgesproken dat deze aanbieders hun zorginzet via het berichtenverkeer moeten doorgeven aan gemeenten, maar de praktijk gebeurt dit niet altijd, waardoor aantallen onvolledig kunnen zijn. Aangezien de directe financiering van deze zorginzet via de gemeente Eindhoven verloopt en wij pas achteraf de onderliggende aantallen doorgestuurd krijgen (bij de afrekening met Eindhoven) kunnen wij dit pas achteraf signaleren. Voor JBJR geldt met ingang van 1-1-2021 dat aanbieders moeten declareren bij de verantwoordelijke gemeente (en dus geen centrale financiering meer vanuit Eindhoven).
In januari 2021 hebben we daardoor een inhaalslag van aanmeldingen vanuit de JBJR aanbieders gehad, aangezien zij anders niet kunnen declareren. Bovendien geldt met ingang van 1-1-2021 dat financiering JBJR per jeugdige plaatsvind en niet meer op basis van gezin, waardoor aantallen (fors) hoger zijn ten opzichte van 2020. Vanwege deze nieuwe werkwijze hebben we met ingang van dit jaar in de monitor een zuiver beeld van aantallen JBJR.
5
Statistische cijfers gemeente Laarbeek (bron: waar staat je gemeente)
Toelichting Om de aantallen die genoemd staan in de paragrafen 1.3 t/m 1.5 in perspectief te kunnen plaatsen is het belangrijk om ook de bevolkingssamenstelling van de gemeente te duiden. Ten opzichte van de landelijke cijfers heeft Laarbeek te maken met iets hogere groene en een fors hogere grijze druk dan het landelijke gemiddelde. • •
•
Via de groene druk wordt het aantal personen in de leeftijd 0-19 jaar afgezet tegen het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Via de grijze druk wordt het aantal personen van 65 jaar en ouder afgezet tegen het aantal personen van 20-65 jaar. In de 2e tabel de jaarlijkse stijging van de grijze druk in beeld gebracht. Groen en grijze druk samen vormen de demografische druk. Deze ligt fors boven het landelijk gemiddelde. Ook ten opzichte van de andere Peelgemeenten is de demografische druk in Laarbeek hoog (met name door de component grijze druk).
Het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering is laag (minder dan de helft van het landelijke gemiddelde). Ten opzichte van de andere Peelgemeenten is dit het laagste percentage.
6
Aantallen Wmo Q2-2021 Onderstaand het aantal unieke cliënten die in het 2e kwartaal gebruik hebben gemaakt van de Wmo. Daarbij ook het aantal voorzieningen dat actief was in dit kwartaal. Vervolgens is een uitsplitsing gemaakt op de belangrijkste categorieën binnen de Wmo. Tussen haakjes ziet u het verschil ten opzichte van de totalen in het 1e kwartaal. We zien wederom een daling van de aantallen binnen nagenoeg alle categorieën. De daling is het grootst binnen de categorieën rolstoel, collectief vervoer en begeleiding individueel.
Opmerking: Elke indicatie wordt gezien als een voorziening. Bij verlenging of mutatie wordt een nieuwe indicatie afgegeven. Deze tellen dus als 2 voorzieningen.
7
Hieronder ziet u de ontwikkeling van het aantal cliënten Wmo in 2021 (31-12-2020 t/m 30-6 2021), in totaal en per productcategorie. De meetpunten liggen op de laatste dag van de kalendermaand (startend op 31-12-2020). Waar in de vorige tabel de aantallen benoemd werden van cliënten en voorzieningen die op enig moment in het kwartaal actief waren, zien we hier duidelijk de ontwikkeling (fluctuaties als gevolg van instroom versus uitstroom van cliënten). In het eerste half jaar van 2021 zien we per saldo een stabilisatie in de categorieën hulp bij het huishouden, vervoersvoorziening, kortdurend verblijf en GPK. Er is sprake van een daling op rolstoelen, woonvoorzieningen, collectief vervoer en individuele begeleiding. Daarentegen stijgt de inzet op begeleiding groep in combinatie met vervoer naar begeleiding.
8
Aantallen Jeugd Q2- 2021 Onderstaand het aantal unieke cliënten die in het 2e kwartaal 2021 (1-4-2021 t/m 30-6-2021) gebruik hebben gemaakt van de Jeugdwet. Daarbij ook het aantal voorzieningen dat actief was in dit kwartaal. Vervolgens is een uitsplitsing gemaakt op de belangrijkste categorieën binnen de Jeugdwet. We zien dat het totale aantal unieke cliënten Jeugd met een actieve indicatie in het 2e kwartaal van 2021 is gedaald ten opzichte van het 1e kwartaal (hier kan nog een na-ijl effect optreden indien aanvragen of mutaties/verlengingen alsnog met terugwerkende kracht worden doorgevoerd). De grote daling op het aantal voorzieningen begeleiding (ten opzichte van Q1) is te wijten aan mutaties/verlengingen die in het 1e kwartaal zijn doorgevoerd en toen dubbel meetelden (zie voetnoot).
Opmerking: Elke indicatie wordt gezien als een voorziening. Bij verlenging of mutatie wordt een nieuwe indicatie afgegeven. Deze tellen dus als 2 voorzieningen. .
9
Op deze pagina wordt de ontwikkeling van het aantal unieke cliënten binnen de Jeugdwet in het in 2021 (31-12-2020 t/m 30-6-2021) in beeld gebracht. De meetpunten liggen op de laatste dag van de kalendermaand (startend op 31-12-2020). Er was sprake van een voortzetting van de dalende trend tot mei, daarna is sprake van een stijging. Binnen de verschillende categorieën zien we een daling op begeleiding, een stabilisatie op behandeling en een lichte stijging op verblijf. De inzet op JBJR daalt vanaf januari. Toen een piek omdat per 1-1-2021 sprake is van gewijzigde contractafspraken. Per 1-1-2021 is geen sprake meer van centrale financiering via 1 gemeente (Eindhoven) maar rechtstreekse financiering via gemeenten. Hierdoor is het voor aanbieders noodzakelijk dat zij de indicaties voor hun zorginzet tijdig regelen bij de verantwoordelijke gemeente om ook betaald te krijgen. Daarvoor verloopt zorgtoewijzing en declaratie per 1-1-2021 via het berichtenverkeer. Bovendien vindt de financiering plaats per jeugdige en niet meer per gezin, waardoor aantallen ook hoger zijn. Dit heeft geleid tot een piek aan indicaties per 1-1-2021. Bij ADHD zorg moet de kanttekening geplaatst worden dat hier een groot na-ijl effect in zit.
Vanwege verlaging van administratieve druk is met de ziekenhuizen de afspraak gemaakt dat zij na afsluiting van elk medicatietraject (3 maandelijks traject) alle gegevens inclusief declaratie ineens indienen.
10
In onderstaande tabel ziet u per verwijzer de trendlijn van het aantal actieve voorzieningen Jeugd gedurende het tijdvak 1-1-2020 t/m 30-6-2021. U ziet dus niet de ontwikkeling van de daadwerkelijke verwijzing, maar de ontwikkeling van de zorginzet op basis van een verwijzing. Zorginzet kan ook verricht worden op basis van een wat oudere verwijzing.
Toelichting bij dalende lijn indicaties op basis van verwijzingen huisartsen: Sinds de start pilot ‘samenwerking met de huisartsen’ is er in Laarbeek een dalende lijn te zien in het aantal verwijzingen door huisartsen naar individuele voorzieningen jeugdhulp. Door de pilot is de samenwerking tussen huisartsen en het sociaal team Laarbeek verbeterd. De huisarts verwijst inwoners eerder naar de gezins- en jongerencoaches dan rechtstreeks naar een zorgaanbieder. De GZ-psycholoog speelt daarbij een belangrijke rol. Zij beoordeelt of ze de jongere zelf met een kortdurend begeleidingstraject kan helpen of dat de huisarts zijn patiënt beter door kan verwijzen naar het sociaal team of rechtstreeks naar geïndiceerde zorg. Met haar expertise is de GZ-psycholoog goed in staat hier een goede afweging in te maken.
*in de legenda is de omschrijving voor de paarse trendlijn weggevallen. Dit betreft de verwijzer: school/EED (verwijzing voor dyslexietrajecten)
11
Minimaregelingen, bijzondere bijstand en schulddienstverlening. Aantallen in 2021.
t.o.v. totaal aantal unieke cliënten in 2020) t.o.v. totaal aantal verstrekte voorzieningen in 2020)
Toelichting: Dit betreft het aantal cliënten dat in het 1e half jaar van 2021 een voorziening in het kader van de minimaregelingen toegekend heeft gekregen. In de gemeente Laarbeek is alleen de regeling maatschappelijke participatie (“meedoen”) actief. In de tabel tussen haakjes het verschil met het totaal aantal cliënten/voorzieningen dat in het kalenderjaar 2020 gebruik heeft gemaakt van deze regeling.
12
Toelichting In de trendlijn wordt de ontwikkeling van het aantal unieke cliënten met een sociaal medische indicatie voor kinderopvang in het 1e halfjaar van 2021 (31-12-2021 t/m 30-6-2021) in beeld gebracht. De meetpunten liggen op de laatste dag van de kalendermaand (startend op 31-12-2020). In 2021 maken 3 cliënten gebruik van een sociaal medische indicatie voor kinderopvang. Er zijn in totaal 5 voorzieningen toegekend. Dat betekent dat er 2 verlengingen hebben plaatsgevonden.
13
Gemeentenaam:
LAARBEEK
Bijzondere bijstand en schulddienstverlening
Bijzondere bijstand
kw 4 2020
kw 1 2021
kw 2 2021
63 54 8 8
66 55 17 15
66 76 6 4
kw 1 2021
kw 2 2021
A. Aanmelding A. Aanmelding (gebruiken na 1 januari 2021) B. Intake B. Intake (gebruiken na 1 januari 2021) C. Advies C. Duurzame Financiële Dienstverlening C. Stabilisatie
3 6 3 0 3 1 4
2 8 0 0 3 0 2
C.1 Budgetbeheer/coaching K. Nazorg L. Einde en afwikkeling lokale gemeenten
1 1 0 22
3 1 0 19
1 5 3 0 3 10 8
0 6 7 1 2 11 4
Aantal aanvragen in het betreffende kwartaal Ontvangen aanvragen bijzondere bijstand Afgehandelde aanvragen bijzondere bijstand Ontvangen aanvragen CAV Afgehandelde aanvragen CAV
Schulddienstverlening Uitstaande trajecten lokaal
Totalen
kw 1 kw 2 kw 3 2020 2020 2020 60 43 0 3
50 57 0 0
57 52 38 34
kw 3 2021
kw 4 2021
kw 3 2021
kw4 2021
Uitstaande trajecten uitvoering Peelgemeenten D. Controle overdracht Peelgemeenten E. Kennismaking F.1 NVVK 120 dagen SB F.2 NVVK 120 dagen SK G. Hercontrole 1 H. Hercontrole 2 I. Hercontrole 3
14
L.2 Einde en afwikkeling zonder nazorg O. Dwangakkoord P. WSNP
0 0 1 31
3 0 0 34
kw 1 2021
kw 2 2021
Geen Beëindigd ivm niet voldoen inlichtingenverplichting Beëindigd ivm niet voldoen medewerkingsverplichting Beëindigd op verzoek van klant Instabiele financiële situatie Lokale doelstellingen behaald Succesvol beëindigd (schone lei)
0 4 1 7 3 0
Totalen
15
0 0 0 4 0 2 1 7
Totalen
Beëindigde trajecten lokaal
kw 3 2021
kw4 2021
Beëindigde trajecten Peelgemeenten Beëindigd ivm inzet Wsnp Beëindigd ivm niet voldoen medewerkingsverplichting Beëindigd ivm overlijden klant Beëindigd op verzoek van klant Instabiele financiële situatie Succesvol beëindigd (schone lei)
1 0 1 3
Totalen
5
0 0 0 0 0 1 1
Met ingang van het tweede kwartaal 2021 wordt de rapportage schuldhulpverlening van de lokale toegang én van de backoffice Peelgemeenten verbeterd weergegeven. Hierboven zie je de status van de in behandeling zijnde dossiers op de peildatum 1-7-2021 en de beëindigde dossiers in de periode 1-4 tot 1-7-2021. Er zijn geen bijzonderheden. Uitleg van de afkortingen: CAV = NVVK = SB =
Collectieve aanvullende (zorg)verzekering de Nederlandse vereniging voor financiële hulpverleners. De vereniging heeft een aantal normen opgesteld. Na ondertekening van de overeenkomst moet bijvoorbeeld binnen 120 dagen duidelijk worden of een schuldregeling haalbaar is. schuldbemiddeling: een schuldregeling tussen schuldenaar en schuldeiser(s) waarin wordt afgesproken dat de totale schuldenlast gedeeltelijk wordt terugbetaald, in termijnen, naar draagkracht en tegen finale kwijting.
15
SK =
Wsnp =
Saneringskrediet: Een schuldregeling waarbij een saneringskrediet door een gemeentelijke kredietbank wordt verstrekt. De schuldeisers krijgen ineens het bedrag uitgekeerd waar ze mee akkoord zijn gegaan en de schuldenaar betaalt het krediet in 36 maanden terug aan de gemeentelijke kredietbank. Wet schuldsanering natuurlijke personen: wanneer een minnelijke regeling niet slaagt, kan een beroep gedaan worden op de wettelijke schuldsanering. De beoordeling ervan ligt bij de rechter. De uitvoering wordt door de rechter opgedragen aan een Wsnp bewindvoerder.
16
Woonplaatsbeginsel Woonplaatsbeginsel Per 1-1-22 wijzigt het woonplaatsbeginsel voor jeugdigen. Feitelijk heeft de wijziging van het woonplaatsbeginsel betrekking op voogdijkinderen. De verantwoordelijke gemeente van voogdijkinderen verandert. Voor voogdij kinderen geldt tot 1-1-22 dat de gemeente waar het kind verblijft de (financieel) verantwoordelijke gemeente is. Vanaf 1-1-22 wordt gekeken welke gemeente verantwoordelijk is op het moment direct voorafgaand aan het eerste verblijf. Op dit moment hebben we in de prognose 2022 zoals opgenomen in deze kwartaalrapportage nog geen rekening gehouden met de financiële effecten van de invoering van woonplaatsbeginsel per 1-1-22. We gaan er vooralsnog van uit dat het financieel effect budgetneutraal is. Dit betekent dat de gemeente tegenover de mutatie van de inkomsten uit algemene uitkering door wijziging van het woonplaatsbeginsel een stelpost moet opnemen. Hoewel we in de prognose nog geen rekening hebben gehouden met de invoering van het woonplaatsbeginsel, zijn we wel bezig met het in beeld brengen van de mutaties t.g.v. het woonplaatsbeginsel. In het kader van de invoering van het woonplaatsbeginsel wordt bijgehouden welke kinderen een verblijfsindicatie hebben die doorloopt na 31-12-2021.
Op basis van de nieuwe definitie zal onderzocht worden welke gemeente financieel verantwoordelijk wordt voor de kinderen met een verblijfsindicatie. Niet alleen de indicaties met verblijf worden overgeheveld door wijziging van het woonplaatsbeginsel. Het gaat om alle vormen van jeugdhulp. Via een landelijke transporttool geven gemeenten door welke kinderen overgaan naar andere gemeenten. Dit is een dynamisch proces. Op dit moment hebben de helft van alle landelijke gemeenten de transporttool ingevuld. De stand van zaken per 17-8-21 voor de gemeente Laarbeek is als volgt: Woonplaatsbeginsel wijziging per 1-1-22 Gemeente bijgewerkt tm
Laarbeek 17-8-2021
Aantal kinderen met verblijf per 1-1-22 waarvan blijft bij gemeente waarvan over naar andere gemeente waarvan onderzoek nog gaande is totaal
14 2 14 30
Aantal kinderen dat van andere gemeente afkomstig is totaal
2
Toelichting Er zijn in Laarbeek 30 kinderen met een verblijfsindicatie per 31-12-2021. Daarvan blijven er 14 bij de gemeente Laarbeek, 2 gaan over naar een andere gemeenten en van 14 kinderen loopt nog een onderzoek welke gemeente per 1-1-2022 verantwoordelijk wordt. Laarbeek heeft 2 kinderen doorgekregen van andere gemeenten, waarvoor Laarbeek vanaf 1-1-22 verantwoordelijk wordt.
17
3. Financiële rapportage 3.1 Algemene toelichting en samenvatting In de financiële rapportage zijn de ontwikkelingen van de zorgkosten in beeld gebracht. De zorgkosten betreft alle individuele voorzieningen die aan de inwoners zijn beschikt. Hierin zijn dus de algemene voorzieningen niet opgenomen. De opbouw van de financiële rapportage is van grof naar fijn. Eerst worden op wetniveau de bedragen in beeld gebracht. Vervolgens wordt per wet de bedragen per onderdeel in beeld gebracht. Vervolgens wordt per onderdeel de bedragen geanalyseerd. In paragrafen 2.3 tot en met 2.6 worden de verschillen tussen prognose 2021 en realisatie 2020 toegelicht. In paragraaf 2.7 worden de verschillen tussen de prognose van de q2 rapportage (q2) en de prognose op basis van de jaarrapportage 2020 (jr20) toegelicht. Samenvatting
Zorgkosten Laarbeek in mln. euro 7,66
7,66
4,16
4,03
3,08
3,21
0,42
0,42
7,53
7,14
7,25
4,07
4,07
4,22
2,65
2,67
2,77
0,42
0,51
0,54
UITGAVEN 2018 UITGAVEN 2019 UITGAVEN 2020 PROGNOSE 2021 PROGNOSE 2022 wmo
jeugd
bms
totaal
Prognose 2021 versus kosten 2020 Ten opzichte van 2020 zijn de kosten in 2021 gestegen met € 114.000. Wel is er per onderdeel een verschil te zien. De kosten bij de Wmo zijn in 2021 € 18.000 hoger dan in 2020 en de kosten voor Jeugd zijn in 2021 ten opzichte van 2020 met € 7.000 gestegen. De kosten voor BMS zijn € 90.000 hoger. De daling van Wmo ten opzichte van 2020 wordt voor een groot deel veroorzaakt door de daling van het aantal voorzieningen begeleiding (€ 155.000) Laarbeek is in 2020 specifiek gaan sturen op het terugdringen van de uitstaande indicaties Wmo-begeleiding individueel, het effect hiervan komt tot uiting. Bij HO is een toename van € 79.000 zichtbaar. Deze stijging komt tot uiting door de indexering van de tarieven per 1-1-2021 van 9,1 %. Het aantal cliënten en voorzieningen is afgenomen. De kosten voor Wmo overige nemen in totaal met € 94.000 toe. Er is wat meer gebruik gemaakt van collectief vervoer en ook de woonvoorzieningen zijn toegenomen (dit komt met name doordat er meer trapliften zijn verstrekt). De stijging van jeugd ten opzichte van 2020 wordt met name veroorzaakt door een stijging van variant A met € 126.000 en een stijging jb/jr met € 63.000. Hiertegenover staat een daling van variant B (€ 179.000) en jeugdzorgplus (€ 4.000).
18
De kosten voor BMS zijn met € 90.000 gestegen ten opzichte van 2020. Met ingang van 2021 zijn de kosten voor SMI Kinderopvang opgenomen voor een prognosebedrag van € 30.000. Verder zijn de kosten voor bijzondere bijstand en voor de maatwerkregeling toegenomen ten opzichte van 2020. Prognose q2 rapportage (q2) versus prognose o.b.v. jaarrapportage 2020 (jr20) De prognose 2021 is ten opzichte van de prognose 2021 op basis van de jaarrapportage 2020 (jr20) gedaald met € 35.000. Dit wordt veroorzaakt voor lagere kosten Wmo (€ 129.000), hogere kosten jeugd (€ 19.000) en hogere kosten BMS (€ 75.000). De kosten in 2021 van Wmo zijn in de prognose q2 ten opzichte van de prognose jr20 met € 129.000 gedaald, bestaande uit hulp bij het huishouden (€ 14.000), Begeleiding (€ 28.000) en Overige voorzieningen (€ 87.000). Voor begeleiding en HO is de afwijking ten opzichte van de prognose minimaal, bij de overige voorzieningen is deze fors lager. We zien dat in het eerste halfjaar van 2021 weinig gebruik is gemaakt van collectief vervoer, dit werkt door in de prognose voor geheel 2021. Ook op de posten overige vervoerkosten wijkt de prognose nu minimaal af. De stijging van de prognose jeugd wordt met name veroorzaakt door Variant A (€ 38.000) en jb/jr (€20.000). Hiertegenover staan lagere kosten jeugdzorgplus (€ 39.000).
De stijging van Jeugd Variant A wordt voornamelijk veroorzaakt door behandeling (€60.000) en begeleiding (€ 25.000) door een stijging van het aantal voorzieningen in 2021. De daling van jeugdzorgplus wordt veroorzaakt doordat er in het eerste helft van 2021 geen kinderen waren met jeugdzorgplus. De kosten in 2021 van BMS zijn in prognose q2 ten opzichte van de prognose jr20 met € 75.000 gestegen. Dit komt door opname van de prognose van SMI (€ 30.000) en bijstelling van de prognose in verband met hogere uitgaven in het eerste halfjaar.
3.2 Corona Meerkostenregeling Om aan de richtlijnen van het RIVM te voldoen maken zorgaanbieders meerkosten. Dat kan variëren van aanschaf van beschermingsmiddelen tot extra inhuur van locaties. Het is nu nog niet mogelijk om bestuurlijk vast te stellen op welke wijze de meerkostenregeling voor 2021 vorm en inhoud krijgt. Het landelijk beleid wordt zoveel als mogelijk gevolgd. Maar de ruimte voor vergoeding is afhankelijk de compensatie die hiervoor vanuit het Rijk wordt verstrekt. De afspraak tussen Rijk en VNG is dat gemeenten een reële compensatie ontvangen, die wordt berekend op basis van extern onderzoek. Volgens de meicirculaire is hiervoor een bedrag van € 141 miljoen geraamd. Deze raming wordt echter nog geactualiseerd in de najaarsnota en pas bij de decembercirculaire uitgekeerd aan de gemeenten. Eerst dan is bekend welk budget elke gemeente beschikbaar heeft voor vergoeding van de meerkosten. Na het verschijnen van de decembercirculaire zal een voorstel voor vergoeding van de meerkosten aan de besturen worden voorgelegd. Daarbij is het uitgangspunt dat de te vergoeden meerkosten aan aanbieders nooit meer mag zijn dan de vergoeding die gemeenten hiervoor van het rijk ontvangen. Aanbieders kunnen voor 1 maart 2022 een aanvraag indienen en krijgen uitsluitsel voor 1 april 2022. Bovenstaand is reden om in deze rapportage geen bedrag aan meerkosten op te nemen.
19
3.3 Zorgkosten 2021
Zie voor de toelichting op dit onderdeel, paragraaf 2.1 prognose 2021 versus kosten 2020.
20
3.4 Zorgkosten Wmo 2021
In bovenstaande grafiek zijn de totale zorgkosten Wmo weergegeven. Een aanvullende toelichting op deze cijfers wordt per onderdeel gegeven.
21
Wmo - Hulp bij huishouden
De kosten zijn berekend op basis van beschikkings- en betalings-gegevens uit Zorgned. (stand per 1 juli). Voor het 2e half jaar is rekening gehouden met een verzilveringsgraad van 97% en een ontwikkeling van cliëntaantallen van 1%. Ten opzichte van 2020 stijgen de geprognotiseerde kosten van hulp bij huishouden in 2020 met €79.000. Dit wordt verklaard door de indexering van 9,1% per 1-1-2021. De cliëntaantallen en het aantal voorzieningen laten een stabiel beeld zien. Trend voorzieningen Huishoudelijke ondersteuning, inclusief pgb (1-1-2020 t/m 30-6-2021)
Op 31-12-2020 waren er 368 voorzieningen actief, waarvan 19 pgb. Op 30-6-2020 zijn er 369 voorzieningen actief (waarvan18 pgb). In de tussenliggende periode hebben wat fluctuaties in de aantallen plaatsgevonden, maar per saldo zien we in het 1e halfjaar van 2021 dus een stabilisatie in de aantallen.
22
Wmo – Begeleiding
De kosten zijn berekend op basis van beschikkings- en betalings-gegevens uit Zorgned. (stand per 1 juli). Voor het 2e half jaar is rekening gehouden met een verzilveringsgraad van 96% en géén groei van het aantal cliënten. Ten opzichte van 2020 dalen de kosten van begeleiding in 2021 met € 155.000. Dit wordt verklaard door de ontwikkeling van cliëntaantallen en voorzieningen. In 2021 zijn de tarieven begeleiding geïndexeerd met 2,99%. De daling van het aantal voorzieningen en cliënten in de tweede helft van 2020 heeft vooral financieel effect in 2021. (Een beschikking die per 1 november 2020 eindigt leidt in 2020 tot 10 maanden kosten, in 2021 zijn de kosten nihil). Trend voorzieningen Begeleiding, inclusief vervoer en pgb (1-1-2020 t/m 30-6-2021)
Laarbeek stuurt al 2 jaar specifiek op het terugdringen van de uitstaande indicaties Wmo-begeleiding individueel. Dit door in te zetten op de samenwerking met het (voorliggende) maatschappelijk werk, als onderdeel van het Sociaal Team Laarbeek en te sturen op: 1. Bij urgente nieuwe vragen met een crisiskarakter (veelal hoge indicaties) start eerst de casusregisseur, in samenwerking met de overige professionals van het Sociaal Team Laarbeek. Door 23
het opstellen van een plan wordt gepoogd de crisis te bezweren en een concretere opdracht (lagere indicatie) neer te leggen bij de specialistische gecontracteerde aanbieders. 2. Bij de waakvlamconstructie wordt gestuurd op overdracht naar het lokale Sociaal Team Laarbeek, waar een specifieke opdracht ligt bij de algemeen maatschappelijk werkers om in te zetten op het tot stand brengen van een netwerk en/of het netwerk dermate in te zetten voor de waakvlamconstructie. Daarnaast is ook gespecialiseerde thuisbegeleiding (via subsidie) toegevoegd aan het Sociaal Team Laarbeek. Een deel van de hulpvragen Wmo en Jeugd vangen zij af door eigen inzet. Bovendien vervullen zij vanuit hun professionaliteit een klankbordfunctie bij complexe casussen, waardoor te zware indicaties voorkomen worden. Deze aanpak zien we duidelijk terug in de trendlijn en uit zich in een significante daling van gecontracteerde Wmo-begeleiding ten opzichte van het jaar 2020. De dalende lijn op begeleiding stabiliseert in het 1e halfjaar van 2021. Het aantal voorzieningen (incl PGB) op 31-12-2020 is exact gelijk aan het aantal op 30-6-2021 (156). Als we verder inzoomen zien we wel een verschil in dit 1e halfjaar van 2021. Er is nog steeds sprake van een daling op begeleiding individueel. Op begeleiding groep (dagbesteding) zien we een stijging, maar wel voornamelijk in de lichtste categorie.
Zorgzwaarte (alleen zorg in natura (ZIN) Zowel voor begeleiding groep als begeleiding individueel hebben we een zorgzwaarte-analyse uitgevoerd. In onderstaande tabellen is dat uitgewerkt voor de gecontracteerde zorg (ZIN). Voor PGB is dit helaas niet mogelijk. Begeleiding groep (BGG) inzet op zorgzwaarte
Begeleiding individueel (BGI) op zorgzwaarte
Begeleiding groep licht middel zwaar Totaal
Begeleiding individueel licht middel zwaar Totaal
31-122020 25 3 2 30
30-62021 32 4 2 38
aanwas
27%
31-122020 56 25 12 93
30-62021 55 19 9 83
aanwas
-11%
24
Wmo – Overige
Onder de post overige voorzieningen Wmo vallen o.a. woonvoorzieningen, collectief vervoer, overige vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen zoals rolstoelen. In deze rapportage lijken de kosten voor collectief vervoer in 2021 te zijn toegenomen ten opzichte van 2020. Dit is echter niet het geval omdat Laarbeek in 2020 de vergoeding aan de vervoerder voor collectief vervoer ter hoogte van € 93.748 zelf heeft betaald. De kosten zijn berekend op basis van beschikkings- en betalings-gegevens uit Zorgned. (stand per 1 juli). Voor het 2e half jaar is rekening gehouden met een verzilveringsgraad van 100% en een ontwikkeling van cliëntaantallen (van 1% voor rolstoelen, 0% voor vervoersvoorzieningen en 10% voor woonkosten). We zien een toename in de prognose 2021 op de uitgaven van de woonvoorzieningen. In het 1e halfjaar van 2021 zijn 7 trapliften verstrekt, terwijl dit er in het volledige jaar 2020 in totaal 6 waren. In de extrapolatie naar een volledig jaar werkt dit direct door.
25
Trendlijn hulpmiddelen Medipoint (1-1-2020 t/m 30-6-2021)
De afname van het aantal hulpmiddelen zet ook in het 1e halfjaar van 2021 door. Op 31-12-2020 waren er 345 uitstaande hulpmiddelen. Op 30-6-2021 waren dit er nog 335. De daling zit voornamelijk in de categorie rolstoelen (-10).
26
3.5 Zorgkosten Jeugd 2021
De prognose 2021 is € 7.000 hoger dan de uitgaven 2020, tegenover hogere uitgaven variant A en jb/jr staan lagere uitgaven variant B.
27
Jeugd – Variant A
De kosten zijn berekend op basis van beschikkings- en betalings-gegevens uit Zorgned. Onderstaand wordt per onderdeel jeugd, variant A een toelichting gegeven op de prognose 2021.
28
Variant A, zonder verblijf
Begeleiding De prognose van begeleiding is op basis van de declaraties tot en met mei, vertaald naar een heel jaar (verzilvering 73%), zonder rekening te houden met instroom / uitstroom in de periode juni tot en met december. De stijging ten opzichte van 2020 wordt voornamelijk verklaard door indexering van de tarieven. Trend voorzieningen Variant A, begeleiding ZIN (1-1-2020 t/m 30-6-2021)
De aantallen begeleiding fluctueren behoorlijk in het afgelopen halfjaar. Opvallend is dat de zware begeleiding fors is gedaald in 2020 en vervolgens stabiliseert. De middelzware begeleiding is daarentegen gestegen, vervolgens gedaald en lijkt nu redelijk stabiel in 2021. Ten opzichte van het 1e halfjaar 2020 liggen de aantallen in het 1e halfjaar 2021 wat hoger.
29
Behandeling De prognose van behandeling is op basis van de declaraties tot en met mei, vertaald naar een heel jaar (verzilvering 78%), zonder rekening te houden met instroom / uitstroom in de periode juni tot en met december. De stijging ten opzichte van 2020 wordt voornamelijk verklaard door indexering van de tarieven. Trend voorzieningen Variant A, behandeling ZIN (1-1-2020 t/m 30-6-2021)
De inzet van behandeling via A-variant aanbieders is in het voorjaar van 2020 fors gedaald en in het najaar vervolgens weer wat gestegen. Met wat fluctuaties blijft het vervolgens redelijk stabiel. Als we inzoomen op de zorgzwaarte zien we in 2021 een toename op lichte behandeltrajecten (m.n. trajecten dyslexie, diagnose en vaktherapie), dit zijn relatief wat goedkopere voorzieningen. Zware trajecten werden in het 1e halfjaar 2020 niet ingezet en in 2021 bij enkele cliënten. De inzet op overige zorgzwaartes is redelijk stabiel.
Variant A, met verblijf
30
verblijf De prognose van verblijf is op basis van de declaraties tot en met mei, vertaald naar een heel jaar (verzilvering 100%), zonder rekening te houden met instroom / uitstroom in de periode juni tot en met december. Ten opzichte van 2020 dalen de kosten van verblijf (met name verblijf in behandelsetting en gezinshuis), wat veroorzaakt wordt doordat begin 2020 1 cliënt een dure verblijfsindicatie had, die in de loop van 2020 uit zorg is gegaan. Pleegzorg en logeren De prognose van pleegzorg en logeren is op basis van de declaraties tot en met mei, vertaald naar een heel jaar (verzilvering 85%), zonder rekening te houden met instroom / uitstroom in de periode juni tot en met december. De stijging ten opzichte van 2020 wordt verklaard door stijging van het aantal voorzieningen en indexering van de tarieven per 1-1-21. Trend voorzieningen variant A met verblijf (1-1-2020 t/m 30-6-2021)
De inzet op verblijf bij A-variant aanbieder is beperkt. Merendeel van de inzet betreft logeren (licht verblijf). Dit betreft respijtzorg. Daar zien we ook een groei ten opzichte van 2020. De inzet op middelzwaar verblijf (o.a. gezinshuis) en zwaar verblijf (met behandelsetting) is zeer laag. Dit beeld zagen we ook al in 2020.
31
Landelijke producten
Namens gemeenten heeft de VNG afspraken gemaakt over de landelijke inkoop jeugdzorg met landelijke aanbieders met een specialistische functie (Jeugdzorg). Deze gespecialiseerde zorg wordt alleen ingezet indien er dusdanige specifieke problematiek speelt bij kinderen, waarbij zorg noodzakelijk is die niet lokaal of regionaal kan worden verleend. Het gaat vaak om kinderen met ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische problematiek al dan niet gecombineerd met een licht verstandelijke beperking. Soms betreft het problematiek, wat om zeer specifieke en zeer weinig voorkomende specialistische inzet vraagt, die niet per definitie heel duur hoeft te zijn, maar dus wel heel schaars. De kosten per kind zijn door deze gespecialiseerde zorg en door de zwaarte van de zorg in veel gevallen erg hoog. Dit zijn, naast de kosten voor jeugdzorgplus en verblijf, de duurste vormen van jeugdhulp. Gelukkig is het aantal kinderen dat deze zorg nodig heeft beperkt. De prognose 2021 is gebaseerd op de declaraties tot en met mei, vertaald naar een heel jaar. Vervolgens wordt er rekening gehouden met instroom van 1 cliënt gemiddeld over een half jaar. Aantal unieke clienten per jaar Landelijk ingekochte zorg
32
Jeugd – Variant B (taj-aanbieders)
Met 9 aanbieders jeugd zijn vanaf 2016 afwijkende contractafspraken gemaakt, de zgn. variant B contracten (of Taj aanbieders). Deze afspraken zijn meerdere jaren verlengd en omvatten voor 2021 een zuivere lump sum financiering voor 7 “segment 1” aanbieders. In tegenstelling tot 2020 wordt in 2021 dus niet gewerkt met een maximumbandbreedte waarboven bijbetaling plaats moest vinden op het moment dat dit maximum overschreden werd. De prognose 2022 is gebaseerd op de lumpsumafspraken voor segment 1 en 4. Daarnaast is hier opgenomen het bedrag pxq voor de overige segmenten. In de q3 rapportage zullen we de prognose 2022 van de overige segmenten opnemen bij de betreffende producten (begeleiding, behandeling, verblijf) onder de A variant op basis van de bekende voorzieningen. Trend voorzieningen systeemaanbieders – behandeling (1-1-2020 t/m 30-6-2021)
De inzet op behandeling vertoont veel fluctuaties. Als we de totale inzet van het 1e halfjaar 2021 vergelijken met 2020 dan zien we dat de aantallen zijn gestegen. Als we inzoomen op de zorgzwaarte dan wordt de stijging met name zichtbaar in de categorie zware behandeling, terwijl de middelzware 33
behandeling is gedaald.. Dit is ook passend bij de zorginzet die de systeemaanbieders bieden (hoog specialistische behandeling). Trend voorzieningen systeemaanbieders – Verblijf (1-1-2020 t/m 30-6-2021)
In 2021 zien we een stijging van verblijf bij de systeemaanbieders. Dit is voornamelijk terug te voeren op een stijging van het aantal kinderen in pleegzorg (licht verblijf). Het aantal kinderen die verblijf met een behandelsetting hebben is beperkt en is in juni zelfs gedaald tot 1.
34
Jeugd – Jeugdzorgplus
Jeugdzorgplus is een vorm van gesloten jeugdhulp die wordt geboden aan kinderen en jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening. Zonder behandeling vormen zij een risico voor zichzelf of hun omgeving. Een verzoek tot Jeugdzorgplus kan worden ingediend door een gemeente, de Raad voor de Kinderbescherming, een gecertificeerde instelling of de Officier van Justitie. De kinderrechter beslist of een jongere Jeugdzorgplus nodig heeft. Als dat zo is, legt de rechter een civiele maatregel op en spreekt de ‘machtiging gesloten jeugdhulp’ uit. Een kinderrechter kan ook een ‘voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp’ verlenen waarin voorwaarden staan. Als de jongere zich aan de voorwaarden houdt, hoeft hij of zij niet (terug) naar de Jeugdzorgplus instelling. De prognose 2021 is gebaseerd op het aantal zorgdagen maal het dagtarief 2021 van € 474,03. Het dagtarief 2020 was slechts € 416,72. De verhoging van het dagtarief betreft huisvestingscomponent van € 43,84 en indexering €13,47. De gemeenten zijn via de algemene uitkering gecompenseerd voor het huisvestingscomponent. Het aantal zorgdagen in 2020 bedroeg 89. Tot en met juni 2021 waren er geen kinderen in jeugdzorgplus, daarom is in de prognose 2021 uitgegaan van de helft van het gemiddeld aantal zorgdagen over de periode 2016-2020 (69).
Hierdoor er dus ruimte om instroom van kinderen in de tweede helft van 2021 op te kunnen vangen.
35
Jeugd - JB/JR
De prognose 2021 is ten opzichte van 2020, gestegen met € 63.000, welke voornamelijk veroorzaakt wordt doordat er vanaf 2021 een nieuw contract afgesloten met betrekking tot jb/jr, waardoor de kosten van een maatregel zijn gestegen (€ 44.000). Daarnaast zijn de aantallen gestegen (€19.000). In het nieuwe contract is een reguliere indexering opgenomen van 3,24%, daarnaast zijn de tarieven 2021 extra verhoogd met 8,7% en wordt er een incidentele bijdrage verstrekt aan GI vanwege financiële problemen. De prognose van Jeugdbescherming en jeugdreclassering is gebaseerd op de betalingen tot en met mei, vertaald naar een heel jaar, zonder rekening te houden met aanwas/groei van het aantal cliënten. In de prognose is wel rekening gehouden met de extra tariefsverhoging van 8,7% en de incidentele bijdrage die wordt verstrekt aan één GI.
Jeugd- Overig
36
De kosten van Veilig thuis en Spoedeisende zorg zijn gebaseerd op de afgesproken verdeling van de middelen 2021. Met ingang van 2020 is het bedrag uitvoeringskosten nihil omdat deze kosten zijn overgeheveld naar de uitvoeringskosten van GR Peelgemeenten (2e begrotingswijziging 2020).
37
3.6 Zorgkosten BMS 2021
Met ingang van 2021 loopt SMI Kinderopvang via Peelgemeenten. In dit overzicht is deze post nu dan ook als nieuwe kostenpost toegevoegd. Op basis van de realisatiecijfers over het 1e halfjaar 2021 is de prognose voor geheel 2021 berekend. Wat opvalt, is dat er aan kosten SMI in het 1e halfjaar al ruim € 15.000 is uitgegeven, waardoor de jaarprognose nu uitkomt op € 30.000. Verder is zichtbaar dat de kosten voor bijzondere bijstand en de kosten voor de maatwerkregeling zijn gestegen ten opzichte van 2020. Mogelijk speelt de coronacrisis hierin een rol.
38
3.7 Prognose q2 rapportage versus prognose o.b.v. jaarrapportage 2020
In de q2 rapportage wordt zowel een prognose voor 2021 afgegeven, als een prognose 2022. Uit bovenstaand overzicht wordt duidelijk wat de mutaties zijn van de prognose bij de q2 rapportage ten opzichte van de prognose die is opgesteld op basis van de definitieve jaarrapportage 2020. We korten in het vervolg de prognose bij de q2 rapportage af naar prognose q2. De prognose op basis van de jaarrapportage 2020 korten we af naar prognose jr20. Ten opzichte van de prognose jr20 is de prognose q2 € 35.000 lager in 2021, wat wordt veroorzaakt door een daling van de prognose Wmo (€ 129.000). Hiertegenover staan hogere prognoses voor jeugd (€ 19.000)en BMS (€ 75.000). Allereerst presenteren we een overzicht waarin de aannames zijn opgenomen. prognose obv q2 rapportage 2021 2022 Uitgangspunten prognose 2021 / 2022
indexering
gemiddelde gemiddelde groei indexering groei kosten kosten
Wmo Hulp bij het huishouden 9,10% Wmo Begeleiding 2,99% Wmo medische advies/eigen bijdrage2,99%
2,00% 0,00% 0,00%
2,68% 2,68% 2,68%
1,00% 0,00% 0,00%
Wmo Overige voorzieningen collectief vervoer
2,80%
0,00%
2,80%
0,00%
2,60%
1,00%
2,60%
1,00%
2,60%
0,00%
2,60%
0,00%
2,60%
10,00%
2,60%
10,00%
2,99% 11,94% 2,99% 2,99% 2,99%
0,00%
2,68% 2,68% 2,68% 2,68% 2,68%
0,00%
Wmo Overige voorzieningen rolstoelen Wmo Overige voorzieningen vervoer Wmo Overige voorzieningen woonvoorzieningen Jeugd jb/jr* Veilig Thuis (AMK) Spoed4Jeugd (SEZ) jeugdzorgplus systeemaanbieders/segment 1 Bms
2,99% 0,00%
2,68% 0,00%
0,00%
0,00%
* In 2021 is er een nieuw contract afgesproken voor jb/jr. In het contract is in eerste instantie een indexering van 3,24% toegepast. Naar aanleiding van de financiële crisis van de Gecertificeerde Instellingen is daarnaast een indexering van 8,7 toegepast en wordt een eenmalige bijdrage verstrekt aan één GI. Vervolgens zullen we per onderdeel op hoofdlijnen inzichtelijk maken wat de oorzaak is van de verschillen in de prognose 2021, naast bovengenoemde wijzigingen op de aannames. De basis voor de prognose 2022 wordt gevormd door de prognose 2021. Een wijziging van de prognose 2021 heeft dus in principe direct effect voor de prognose 2022. In onderstaande uitwerking
39
zullen wij de afwijking van prognose 2022 slechts toelichten indien er andere oorzaken zijn van de afwijking. Ook als de prognose 2021 geen basis vormt voor de prognose 2022 wordt dit toegelicht.
Wmo
De kosten in 2021 van Wmo zijn in de prognose q2 ten opzichte van de prognose jr20 met € 129.000 gedaald. Deze daling is te zien op alle Wmo onderdelen.
Wmo – Begeleiding De kosten van Wmo begeleiding zijn in prognose q2 ten opzichte van de prognose jr20 met € 28.000 gedaald. Deze afwijking is minimaal en wordt veroorzaakt doordat het aantal voorzieningen en cliënten in het 1e halfjaar van 2021 licht is afgenomen. Dit werkt door in de prognose voor geheel 2021. De prognose 2022 (q2) is berekend op basis van de aangepaste prognose 2021, vermeerderd met de verwachte kostenontwikkeling vanwege groei van aantal voorzieningen en vermeerderd met de verwachte indexatie 2022. Ten opzichte van prognose jr19 is de indexering 2021 bijgesteld van 2,99% naar 2,68% op basis van de inmiddels gepubliceerde OVA prijsindexcijfer.
Wmo - Hulp bij huishouden De kosten van hulp bij het huishouden 2021 zijn in prognose q2 ten opzichte van de prognose jr20 met € 14.000 gedaald. In het eerste half jaar is het aantal voorzieningen hulp bij het huishouden echter niet gestegen maar stabiel gebleven. Voor de tweede helft van 2021 verwachten we dat de kosten van het tweede half jaar zeer bepekt stijgen met 1%, door een stijging van het aantal voorzieningen. De prognose 2022 is berekend op basis van de aangepaste prognose 2021, vermeerderd met de verwachte kostenontwikkeling vanwege groei van aantal voorzieningen en vermeerderd met de verwachte indexatie 2022. Ten opzichte van prognose jr20 is de indexering 2021 bijgesteld van 9,1% naar 2,68% op basis van de te verwachten prijsontwikkeling voor hulp bij het huishouden.
Wmo – Overige voorzieningen De kosten van Wmo Overige voorzieningen zijn in prognose q2 ten opzichte van de prognose jr20 met € 87.000 gedaald. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat in het 1e halfjaar van 2021 minder gebruik is gemaakt van collectief vervoer. Dit werkt door in de prognose voor geheel 2021. De prognose 2022 is berekend op basis van de aangepaste prognose 2021, vermeerderd met de verwachte kostenontwikkeling vanwege groei van aantal voorzieningen en vermeerderd met de verwachte indexatie 2022.
40
Jeugd
De prognose 2021 is ten opzichte van de prognose jr20 € 19.000 hoger. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de Variant A en jb/jr. Hiertegenover staat een daling bij jeugdzorgplus.
Jeugd – Variant A De prognose is ten opzichte van de prognose jr20 met €38.000 gestegen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door behandeling (€60.000) en begeleiding (€ 25.000). Hiertegenover staan lagere uitgaven verblijf (€31.000) door een daling van het aantal voorzieningen in 2021.
Jeugd – JB/JR De prognose 2021 is hoger doordat er een extra indexering van 8,7% en een eenmalige uitbetaling plaatsvindt ten gevolge van een financiële crisis bij de Gecertificeerde Instellingen.
Jeugdzorgplus De daling wordt veroorzaakt doordat er in de eerste helft van 2021 geen kinderen met jeugdzorgplus waren. In de prognose jr202 was rekening gehouden met de gemiddelde zorgdagen over de periode 2016-2020.
BMS
De kosten in 2021 van BMS zijn in prognose q2 ten opzichte van de prognose jr20 met € 75.000 gestegen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van de kosten van bijzondere bijstand en maatwerkvoorzieningen in het 1e halfjaar van 2021, en er is een prognose voor SMI Kinderopvang opgenomen in de cijfers.
41
3.8 Betaalde zorgkosten 2021 Laarbeek Betalingen zorgkosten in 2021 gemeente Laarbeek Wmo Jeugd BMS Totaal Zorgkosten
Betalingen Betalingen 2021 2021 zorgperiode zorgperiode 2021 2020
Betalingen 2021 totaal
1.137.387 1.328.012 256.561
201.986 216.146 0
1.339.373 1.544.158 256.561
2.721.960
418.132
3.140.092
Bovenstaande tabel geeft weer welke zorgkosten zijn betaald tot en met het tweede kwartaal en sluit aan bij de reeds verstuurde afrekening(en) naar de gemeente.
3.9 Verloop verplichtingen zorgkosten 2020 Laarbeek Afloopcontrole Verplichting Betalingen Kosten verplichtingen 2020 in 2021 over verplichting 2020 verplichting 2020 Laarbeek 2020 Wmo Jeugd BMS Totaal
196.732 741.257 0 937.989
201.986 216.146 0 418.132
Resultaat verplichting 2020
215.345 752.363 0 967.708
-18.613 -11.106 0 -29.719
Toelichting Verplichting 2020 In 2020 zijn in totaal voor € 937.989 aan verplichtingen opgenomen, bestaande uit € 196.732 verplichtingen voor Wmo en € 747.257 aan verplichtingen voor Jeugd. Betalingen in 2021 In 2021 is in totaal € 418.000 betaald over de verplichtingen 2020. Kosten verplichtingen 2020 De verplichtingen zijn geanalyseerd en op basis daarvan zijn de kosten ingeschat. Resultaat verplichtingen 2020 Resultaat verplichtingen Wmo -/- € 18.613 De zorgkosten Wmo over 2020 zijn € 18.613 hoger, wat met name veroorzaakt wordt doordat in 2021 een nabetaling heeft plaats gevonden met betrekking tot de corona compensatie collectief vervoer over de periode tot oktober 2020 (€ 18.748) Resultaat verplichtingen Jeugd -/- € 11.106 Het resultaat op jeugd betreft met name de kosten van een maatregel voor jeugdzorgplus, waarmee geen rekening was gehouden bij de bepaling van de verplichting (€ 7.000). Daarnaast was de afrekening van een jeugdinstelling over 2018 en 2019 € 4.000 nadelig.
42