20210308 RIB Spoorboekje implementie Omgevingswet.pdf
Tekst van het document
Zaaknummer:
40728-2020
Documentnummer:
40728-2020:198576
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Raadsinformatiebrief spoorboekje implementatie Omgevingswet Datum 16 februari 2021
Onderwerp Spoorboekje implementatie Omgevingswet Datum 16 februari 2021 1.1.
Inleiding
De Omgevingswet bundelt alle wetgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving. Er zijn minder regels nodig en de wetgeving wordt duidelijker en overzichtelijker. Ook biedt de Omgevingswet meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Om de in de wet opgenomen maatschappelijke doelen te behalen heeft de wetgever vier verbeterdoelen benoemd:
De Omgevingswet verandert het proces van vergunningverlening en de dienstverlening ingrijpend. Voor alle aanvragen omgevingsvergunning geldt in beginsel de reguliere procedure van 8 weken. Ook de wijze waarop initiatieven getoetst worden verandert. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’. Een ‘ja, mits’- houding, in plaats van een ‘nee, tenzij’. De Omgevingswet heeft grote gevolgen voor de wijze waarop wij als gemeente werken. Er zijn nieuwe ruimtelijke instrumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De digitale voorzieningen moeten zodanig worden ingericht dat we kunnen aansluiten op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) van het rijk. Het werkveld van de fysieke leefomgeving verandert ingrijpend, dit heeft ook invloed op de cultuur binnen de organisatie. We moeten anders gaan denken en doen om straks te kunnen werken in de geest van de Omgevingswet. Dit vraagt om een andere rol van medewerkers en een andere manier van samenwerken met de samenleving.
1.1.
Aanleiding
De implementatie van de Omgevingswet vraagt om een stevige voorbereiding en planning. Bij de raadswerkgroep Omgevingswet en het college bestond behoefte aan een overzicht. Wat is de huidige stand van zaken en wat moet er nog gebeuren om op de datum van inwerkingtreding met de Omgevingswet te kunnen werken? Dit vormt de aanleiding voor het opstellen van een ‘spoorboekje implementatie Omgevingswet’. Dit spoorboekje is tevens gepresenteerd in de commissie Ruimtelijk Domein van 13 januari 2021. Tijdens de bijeenkomst met de raadswerkgroep Omgevingswet van 3 februari 2022 is toegezegd dit spoorboekje en een toelichting ook te delen middels een raadsinformatiebrief. Hierin is tevens aandacht voor de keuzen van de raad onder de Omgevingswet.
1.2
Uitgangspunten spoorboekje
Het spoorboekje bevat de verfijning van het implementatieplan, dat door uw raad is vastgesteld op 28 januari 2020, in concrete acties en mijlpalen uitgezet richting de beoogde datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022. Een verandering van cultuur is niet van de ene op de andere dag te maken. We richten ons daarom eerst op de minimale eisen die vereist zijn om met de Omgevingswet te kunnen werken. De VNG heeft een overzicht ‘Minimale acties Omgevingswet’ 1 opgesteld ter ondersteuning van de implementatie van de Omgevingswet. Deze minimale acties vormen de basis voor het spoorboekje en richten zich met name op het inregelen van de technische, digitale voorzieningen en het doorvoeren van de wijzigingen in de vergunningverlening en het toezicht. Op dit laatste onderdeel werken we samen met de Omgevingsdienst en de ketenpartners. Voor enkele ingrijpende wijzigingen op het gebied van beleid en regelgeving geeft de Omgevingswet ons meer tijd om dit in overeenstemming te brengen. Zo moet de omgevingsvisie uiterlijk op 1 januari 2025 zijn vastgesteld en geldt voor het omgevingsplan een overgangsfase tot 1 januari 2030. In de fase naar de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan we zoveel mogelijk uit van een beleidsneutrale overgang, waarbij het huidige niveau van dienstverlening wordt gehandhaafd.
1.3
Leeswijzer spoorboekje
Het spoorboekje start met een algemeen spoor, waarin enkele algemene processen zijn vastgelegd. Naast dit algemene spoor worden nog drie sporen onderscheiden: de wet, het digitaal stelsel en het ‘anders werken’ onder de Omgevingswet. Hieronder vindt u in het kort een uitleg van de sporen.
1
Minimale acties VNG: https://vng.nl/publicaties/minimale-acties-omgevingswet
Wet
Digitaal Stelsel
Anders werken
Instrumenten om de
Eén digitaal stelsel waarin
Samenwerken, participatie en
fysieke leefomgeving en de
iedereen snel kan zien wat
integraal werken zijn de
activiteiten daarin te
mogelijk is en wat niet met
belangrijkste pijlers onder
reguleren, zoals de
de Omgevingswet
het anders werken
omgevingsvisie en het omgevingsplan In het spoorboekje zijn aan de hand van deze sporen de verschillende acties in de tijd uitgezet. De kleuren in de tabel geven de verschillende acties en mijlpalen weer. Naast de tweede kolom is een kolom opgenomen met de naam ‘nummer in tekst’. Deze nummers corresponderen met de toelichting die in de bijlage gegeven wordt.
Zaaknummer:
40728-2020
Documentnummer:
40728-2020:198576
Voorbereiding/ uitvoering Plan van aanpak (afgestemd met college/raad*) Mijlpaal/ beslismoment Besluitvorming* Onderdeel regionale samenwerking *wa t va n toepa s s i ng i s
Q4 2020
Algemeen
Spoor Acties Implementatieplan/ spoorboekje Raadsbesluiten leges en mandaat Verordening kwaliteitscriteria VTH Regionale Samenwerking Omgevingswet Financiële effecten Omgevingswet Thema Omgevingsvisie - Vaststellen omgevingsvisie buitengebied - PvA omgevingsvisie kernen Thema Omgevingsplan
Wet
- PvA gericht op transitiefase * Verplichte participatie bij buitenplanse OPA (raadsbesluit) * Verzwaard adviesrecht bij buitenplanse OPA (raadsbesluit) * Delegatie omgevingsplan college (raadsbesluit) - Omgaan met de bruidsschat (eventueel raadsbesluit) Participatiebeleid Nota grondbeleid: kostenverhaal, voorkeursrecht, onteigening
Anders Werken
DSO
Verordening Nadeelcompensatie (raadsbesluiten) Implementatie VTH software Plansoftware Toepasbare regels (software) Werkprocessen regionale samenwerking (college besluit)
Numm er in tekst
1 2 3 4 5 6 6 6 7 7 8 9 10 11 12 13 13 14 15 16 17
Werkprocessen intern * Gemeentelijke adviescommissie (raadsbesluit) * Omgevingstafel * Toepasbare regels (dienstverlening) Opleiding en communicatie
18 19 20 21
Dec
Q1 Jan
Feb
Q2 Maart
April
Mei
Q3 Juni
Juli
A ugus tus
Q4 September
Oktober
November
December
Zaaknummer:
40728-2020
Documentnummer:
40728-2020:198576
Afsluiting Voor verdere vragen over de implementatie van de Omgevingswet, kunt u contact opnemen met Kim van Meegdenburg, Bijlagen Toelichting spoorboekje VNG minimale acties Regionaal werkprogramma 2021
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris van Laarbeek,
de burgemeester van Laarbeek,
J.W.M. van de Ven
F.L.J. van der Meijden
Bijlage Toelichting spoorboekje Spoor Algemeen 1. Implementatieplan/ spoorboekje Het spoorboekje is geënt op de structuur voorbereiding – afstemmen plan van aanpak – uitvoering - mijlpaal/ beslismoment – besluitvorming (raad/ college). Dit zijn formele momenten die gebruikt worden, maar in de praktijk worden ook de ambtelijke overleggen en POHO’s gebruikt om afstemming en een goede voorbereiding en uitvoering te borgen. De planning biedt een houvast, maar is ook flexibel. Periodiek wordt de voortgang gemonitord. Hiervan wordt verslag gedaan aan het MT en het college. 2. Raadsbesluiten leges en mandaat De raadsbesluiten met betrekking tot leges en mandaat zijn opgenomen onder het algemene spoor en betreffen reguliere procedures die jaarlijks doorlopen worden en tijdens de laatste raadsvergadering worden vastgesteld. Extra toelichting leges Provincies en gemeenten krijgen onder de Omgevingswet de mogelijkheid om leges te heffen op de milieubelastende activiteit uit de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Gemeenten bepalen zelf óf ze leges heffen, welke grondslag ze hanteren en hoe ze de kosten berekenen. Binnen de peelgemeenten is besloten om samen op te trekken. Er is door de gemeente Helmond een werkgroep opgericht, waarin ook de andere peelgemeenten vertegenwoordigd zijn.
De planning is om voor de zomer een concept legesverordening ‘Omgevingswet proof’ op te leveren en af te stemmen binnen de interne organisatie en met de raad. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet treedt ook de wet kwaliteitsborging bouwen (wkb) in werking. Dit heeft ook invloed op de leges voor de activiteit bouwen uit de aanvraag voor een omgevingsvergunning. De technische toets voor een categorie bouwwerken wordt namelijk geprivatiseerd en komt bij een zogenoemde kwaliteitsborger te liggen. Dit zal gelijktijdig worden meegenomen. 3. Verordening kwaliteitscriteria VTH Op 11 januari 2020 heeft uw raad de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Laarbeek vastgesteld, gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Deze modelverordening wordt in 2021 door de VNG aangepast aan de Omgevingswet. Gemeenten dienen dit in het beleid te verwerken. Deze aanpassing zal tezamen met het uitvoeringsprogramma 2022 worden voorbereid. Vaststelling is beoogd op januari 2022. 4. Regionale Samenwerking Omgevingswet Zuidoost-Brabant Begin 2020 hebben de 21 gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten, de directeuren van de verbonden partijen, de provincie en de waterschappen afgesproken samen op te trekken in de implementatie van de Omgevingswet.
Binnen deze ‘Regionale Samenwerking Zuidoost Brabant’ zijn in 2020 een aantal projecten gestart:
3.1 Project Regionale Samenwerkingsafspraken Omgevingswet. Onder de Omgevingswet wordt de reguliere procedure van 8 weken in beginsel het uitgangspunt. Het is van groot belang dat de processen en samenwerkingsafspraken goed afgestemd en efficiënt ingeregeld zijn. In 2020 is daarom gestart met het project Regionale Samenwerkingsafspraken Vergunning- en voorfase Omgevingswet. Het doel van het project is om afspraken te maken tussen de bevoegde gezagen en de ketenpartners over de processen en levertermijnen voor 1) verkennen en begeleiden van een initiatief (inclusief omgevingstafel), 2) reguliere en 3) uitgebreide vergunningprocedure en 4) de melding. Op 14 januari 2021 heeft de projectgroep het complete pakket aan afspraken opgeleverd als eind concept. In de eerste helft van 2021 zal gestart worden met het oefenen en inregelen van de samenwerkingsafspraken, waarna de definitieve oplevering en bestuurlijke vaststelling kan plaatsvinden in het najaar van 2021. 3.2 Project Bruidsschat Met de Omgevingswet worden zo’n 600 regels gedecentraliseerd van het rijk naar gemeenten en waterschappen. Om te voorkomen dat er een rechtsvacuüm ontstaat, is er de bruidsschat. De regels uit de bruidsschat voor gemeenten zijn automatisch opgenomen in het omgevingsplan tijdelijk deel (zie ook paragraaf 7).
Tot 2030 heeft de gemeente de tijd om te bezien of zij deze regels wilt overnemen, aanpassen of wilt schrappen in het omgevingsplan. Er kunnen 4 rechtsgebieden onderscheiden worden die zijn geregeld in de bruidsschat: -
Regels over milieubelastende activiteiten, waaronder horeca, retail en detailhandel;
-
Regels over lozingen;
-
Regels over de gevolgen van emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven;
-
Regels op gebied van bouwen.
In 2020 heeft de ODZOB een QuickScan van de bruidsschat opgeleverd. Hierin heeft de ODZOB samen met de ketenpartners per artikel een advies opgesteld of de regel kan worden geschrapt, aangepast of behouden moet worden. 3.3. Producten- en Diensten Catalogus (PDC) Eind 2021 wordt aan elk AB van de GGD BZO, VRBZO en ODZOB een digitale interactieve PDC ter vaststelling voorgelegd. 3.4 Inventarisatie Leer- en Ontwikkeltraject (voorheen Opleiding & Training) Momenteel wordt gekeken of er behoefte en draagvlak is voor het gezamenlijk ‘leren en ontwikkelen’ in de regio. 3.5 Regionaal programma 2021 Momenteel wordt er door de ODZOB gewerkt aan het benoemen van de benodigde acties en projecten in 2021 om in 2022 in de regio volledig klaar te zijn voor de uitvoering van de Omgevingswet. In het werkprogramma is in elk geval aandacht voor: 1) vervolg op de bruidsschat 2) oefenen werkprocessen en inregelen regionale samenwerkingsafspraken 3) financiële effecten van de Omgevingswet (regio specifiek)
4) leer en ontwikkeltraject (vervolg 2020) 5) ketenproces voor toezicht & handhaving 6) werkende ketens; risicomanagement. In bijlage 2 is het (concept) werkprogramma zoals deze, naar verwachting, zal worden vastgesteld door de kopgroep op 24 februari. 5. Financiële effecten Omgevingswet Binnen de Regionale Samenwerking worden de financiële effecten van de Omgevingswet voor de regio Zuidoost Brabant in kaart gebracht, in aanvulling op de landelijke onderzoeken. Spoor Wet 6. Thema Omgevingsvisie Op 12 januari 2021 is de omgevingsvisie voor het buitengebied aan u gepresenteerd. De omgevingsvisie is in procedure en wordt naar verwachting op 20 mei 2021 door de raad vastgesteld. Gemeenten hebben tot 1 januari 2025 om een omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast te stellen. Gezien de vele acties die de implementatie van de Omgevingswet met zich mee brengt en de capaciteit die dit vraagt van betrokken medewerkers, is besloten om met het opstellen van de omgevingsvisie voor de kernen te wachten tot na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In het vierde kwartaal 2021 zal eventueel wel gestart worden met een plan van aanpak. 7. Thema Omgevingsplan Elke gemeente heeft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege een omgevingsplan. Dit noemen we het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Het tijdelijke deel bestaat uit alle bestemmingsplannen, een aantal verordeningen en besluiten2 en de bruidsschat. Lokale verordeningen, zoals de APV, zijn nog geen onderdeel van het omgevingsplan. Onderstaand figuur maakt overzichtelijk waar het omgevingsplan uit bestaat.
Op 1 januari 2030 moet elke gemeente een omgevingsplan (nieuwe stijl) voor het hele grondgebied hebben. Van 2022 tot 2030 is er een overgangsfase. In deze overgangsfase kan een gemeente de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan intrekken en omzetten beheersverordening, wijzigingsplannen, inpassingsplannen, exploitatieplannen, voorbereidingsbesluiten, archeologieverordeningen, geurverordening en verordening afvoer regen- en grondwater 2
naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Ook moeten alle regels uit lokale verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving een plaats krijgen in het Omgevingsplan. In de overgangsfase wordt het omgevingsplan dus stap voor stap opgebouwd. In 2020 is gestart met een bestuursopdracht voor een pilot omgevingsplan in de kern van Aarle-Rixtel. Directe aanleiding vormde de leegstand van voormalige winkelpanden en de wens van initiatiefnemers om dit om te vormen tot woningen. Door het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet naar 1 januari 2022, was het noodzakelijk om een tussenstap te maken; het transformatiebeleid. Er lagen concrete initiatieven die niet tot 1 januari 2022 konden blijven liggen. Uw raad heeft daar op 15 januari 2021 een raadsinformatiebrief over ontvangen. Met het transformatiebeleid hebben we al een goede stap gezet naar het werken volgens de geest van de Omgevingswet. Een gebiedsgerichte benadering, waarbij we kijken naar wat er wél mogelijk is. In 2021 richten we ons op de fase naar de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet: de fase tot 1 januari 2022. Deze fase richt zich onder andere op: -
het kunnen werken met het omgevingsplan tijdelijke deel
-
inventariseren en eventueel opschonen van de planvoorraad en lokale verordeningen
-
inventariseren en bepalen hoe we omgaan met lopende ruimtelijke initiatieven tot aan het moment van inwerkingtreding en daarna.
Achtergrond raadsbesluiten Er kunnen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet door de raad een aantal belangrijke keuzen gemaakt worden die bepalen hoe er onder de Omgevingswet gewerkt gaat worden. Het gaat om: - het verplicht stellen van participatie voor bepaalde gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; -
het bindend adviesrecht van de raad voor bepaalde gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten;
-
delegatie van het vaststellen van delen van het omgevingsplan aan het college.
8. Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarvoor participatie 3 verplicht is om af te kunnen wijken van het omgevingsplan. In die gevallen is participatie verplicht en geldt het als indieningsvereiste. Kan de initiatiefnemer niet aantonen dat er aan participatie is gedaan, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Voor alle andere gevallen is participatie niet verplicht en geldt een aanvraagvereiste. In de aanvraag voor een omgevingsvergunning geeft de initiatiefnemer aan of er participatie heeft plaatsgevonden en zo ja, op welke wijze en wat hij met de resultaten heeft gedaan. Het is 3
Onder participatie verstaat de Omgevingswet het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden
(…) in het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden
echter geen zelfstandige grond om de aanvraag om vergunning te weigeren of niet in behandeling te nemen. Het is wel onderdeel van de integrale belangenafweging om tot een besluit te komen. 9. Adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het omgevingsplan. Dit is een bevoegdheid van het college. De raad kan echter gevallen aanwijzen waarvoor een bindend advies van de raad nodig is om af te wijken van het omgevingsplan. Onder het huidige wabo- regime kon de gemeenteraad een lijst opstellen met daarin de gevallen waarin geen verklaring van bedenkingen hoeft afgegeven te worden. In alle andere gevallen geeft de raad een verklaring van geen bedenkingen af. Onder de Omgevingswet geldt het omgekeerde principe: de gemeenteraad wijst de gevallen aan waarin zij advies geeft. Wijst zij deze gevallen niet aan? Dan vervalt daarmee het adviesrecht van de raad. Relatie participatieverplichting en adviesrecht De participatieverplichting bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en het adviesrecht van de raad hebben raakvlakken met elkaar. Het gaat om onderwerpen die aanzienlijke gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving en waar naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.
De komende periode wordt gebruikt om binnen de ambtelijke organisatie te inventariseren voor welke initiatieven uit de praktijk dit van toepassing kan zijn. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan activiteiten waarvoor de raad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. 10. Delegatie wijzigen omgevingsplan aan college Het wijzigen en vaststellen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad, zoals dat nu ook bij bestemmingsplannen het geval is. Er zijn echter een aantal situaties te bedenken waarbij het uit praktisch oogpunt en efficiëntie wenselijk kan zijn om de bevoegdheid voor het wijzigen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij: -
Technische wijzigingen
-
Wijzigingen in verband met hogere wet- en regelgeving
-
Verwerken omgevingsvergunningen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Onder de Omgevingswet bestaat de plicht om verleende omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten binnen vijf jaar in het omgevingsplan (nieuwe deel) te verwerken. Het verlenen van deze omgevingsvergunningen is een bevoegdheid van het college. Delegatie van dit type wijzigingen van het omgevingsplan ziet dan ook met name toe op de administratieve verwerking.
11. Omgaan met de bruidsschat
Voor uitleg over de bruidsschat, zie paragraaf 3.2. In het bestuurlijk overleg Omgevingswet in de peelregio van 23 september 2020 is afgesproken om– in aanvulling op het regionaal programma – gezamenlijk op te trekken in het kader van de bruidsschat. Hiertoe is het eerst van belang dat we inzichtelijk hebben welke (en hoeveel) normen lokaal maatwerk behoeven. Voor enkele regels die grensoverschrijdend van aard zijn (denk aan geur) is het van belang om gezamenlijk op te trekken, omdat dit niet ophoudt bij de gemeentegrenzen. Het aanpassen of wijzigen van regels uit de bruidsschat leidt tot een wijziging in het omgevingsplan nieuwe deel. Dit is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Indien uit de inventarisaties blijkt dat aanpassingen in de bruidsschat wenselijk zijn voor de datum van inwerkingtreding, dan zal dit met de raad worden afgestemd en in procedure worden gebracht. 12. Participatiebeleid en inspraakverordening In het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling staan de regels om participatie door het bevoegde gezag te waarborgen. Bij de verschillende instrumenten heeft de gemeente verplichtingen op het gebied van participatie, als volgt:
1. Kennisgeving voornemen: in de kennisgeving van het voornemen tot het vaststellen van (bijvoorbeeld) een omgevingsplan geeft het bevoegd gezag aan hoe de participatie wordt vormgegeven. 2. Kennisgeving participatie: bij het projectbesluit geldt dat het bevoegd gezag uiterlijk bij de start van de verkenning voor een projectbesluit een ‘kennisgeving participatie’ geeft. In deze kennisgeving staat wie worden betrokken, waarover en wanneer; wat de rol is van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer en waar meer informatie beschikbaar komt.
3. Motiveringsplicht: het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Participatiebeleid Door een motie van lid Nooren C.S.4 geldt dat gemeenten, waterschappen en provincies verplicht zijn om participatiebeleid op te stellen, waarin vastgelegd wordt hoe participatie wordt vormgegeven. Het is voor inwoners en initiatiefnemers van belang om te weten welke eisen lokale overheden stellen aan participatie. Het vaststellen van het participatiebeleid is een bevoegdheid van de raad. Relatie met Inspraakverordening Artikel 150 van de Gemeentewet regelt de inspraak van inwoners en belanghebbenden op de beleidscyclus; de huidige Inspraakverordening (In Laarbeek vastgesteld in 2003). In de Inspraakverordening is geregeld hoe ingezetenen en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid, volgens de regels van de uniforme, openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb). Het wetsvoorstel ‘versterking participatie op decentraal niveau’ vergroot de reikwijdte van de inspraakverordening van de voorbereiding van beleid naar ook de uitvoering en evaluatie van beleid. Naar verwachting treedt de wetswijziging op 1 juli 2021 in werking. De inspraakverordening zal daarmee veranderen in een participatieverordening. 13.
Verordening Nadeelcompensatie en kostenverhaal De regels rondom planschade en kostenverhaal gaat met de inwerkingtreding van Omgevingswet op de schop. Nadeelcompensatie wordt de overkoepelende term voor schade die rechtmatig door de overheid wordt veroorzaakt. Inhoudelijk gaat het systeem van planschade veranderen. Een voorbeeld is dat schade niet meer wordt bepaald aan de hand van een vergelijking tussen de maximale mogelijkheden van het oude en het nieuwe planologische regime, maar op de feitelijke situatie. De huidige procedureverordening planschade moet geactualiseerd worden en krijgt een nieuwe naam: verordening nadeelcompensatie. Meer informatie over dit onderwerp leest u op: https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/planschade-onder-de-omgevingswet/ In de aanvullingswet grondeigendom zijn de regels rondom kostenverhaal opgenomen. Dit brengt aanzienlijke wijzigingen met zich mee. Zo wordt kostenverhaal gekoppeld aan nieuwe instrumenten en veranderen de grondslagen, de kostensoortentabel en de procedurele vereisten en termijnen. Ook veranderen de kosten die de gemeente kan verhalen. Zo is onder de Omgevingswet bijvoorbeeld ook kostenverhaal voor organische gebiedsontwikkeling mogelijk. De nieuwe regels moeten worden toegepast vanaf 1 januari 2022; de gemeente moet zich daarop in 2021 voorbereiden.
4
https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20200128/gewijzigde_motie_van_het_lid_2/document3/f=/vl5pgtntf kyo_opgemaakt.pdf
Meer informatie over dit onderwerp leest u op: https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/thema/ruimtelijke-ontwikkelingen/kostenverhaalgebiedsontwikkeling/kostenverhaal-verandert/ Spoor Digitaal Stelsel Omgevingswet Nieuwe omgevingsloket In het nieuwe omgevingsloket zien burgers in één oogopslag waar zij een vergunningcheck kunnen doen, een aanvraag of melding kunnen indienen en zien zij welke (juridische) regels en welke maatregelen (op maat) er gelden op een locatie. Met de komst van het nieuwe omgevingsloket komt www.olo.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl te vervallen.
Het nieuwe omgevingsloket wordt gevoed door de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De lokale softwaresystemen moeten aansluiten en samenwerken met het DSO. Dit bestaat uit drie componenten: 1. Het kunnen ontvangen van vergunningaanvragen (VTH-component). 2. Het kunnen toevoegen en wijzigen van regels (regel- software): het kunnen maken van vragenbomen voor vergunningchecks en aanvraagformulieren voor de regels waar de gemeenten (regel) bevoegd zijn. 3. Het kunnen toevoegen en wijzigen van omgevingswetdocumenten (zoals omgevingsvisie en omgevingsplan) (plansoftware). Onderstaand plaatje geeft weer hoe de lokale softwaresystemen (blauwe vlakken) samenwerken met de landelijke voorziening van het DSO (groene vlakken).
14. VTH Software In 2020 is met bijna alle deelnemers van de Regionale Samenwerking Omgevingswet Zuidoost Brabant een VTH applicatie aanbesteed; Powerbrowers van Genetics. Met deze VTH applicatie zijn we als bevoegd gezag aangesloten op het DSO en kunnen we bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanvragen voor vergunningen en meldingen ontvangen. Dit is een van de minimale acties die is vereist om op de datum van inwerkingtreding onder de Omgevingswet te kunnen werken. 15. Plansoftware Alle omgevingswetbesluiten – zoals (wijzigingen in) het omgevingsplan en de omgevingsvisie – moeten worden gepubliceerd op de landelijke voorziening van het DSO. Dit gebeurt middels plansoftware. Aan de hand van de gepubliceerde omgevingswetbesluiten worden de juridische regels in het nieuwe omgevingsloket gevoed. Zo kan de burger straks met een druk op de knop zien welke (juridische) regels er van toepassing zijn op een locatie. 16. Regelsoftware Voor het maken van toepasbare regels (zie paragraaf 20) is software benodigd. Gezien deze software nog in ontwikkeling is en men nog niet veel ervaring heeft, is binnen de gemeenten Laarbeek en Gemert-Bakel gestart met een pilot. Aan de hand van de uitkomsten van de pilot zijn de gemeenten in staat om een opdracht te formuleren aan de markt en de software aan te schaffen.
Spoor ‘Anders werken’ 17. Werkprocessen regionale samenwerking In paragraaf 3 is uiteengezet welke werkprocessen gaan veranderen en hoe dit in de regio is uitgezet. Na het oefenen en inregelen, zullen de definitieve processen ook bekrachtigd worden. 18. Gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit De huidige welstands- en monumentencommissie houdt van rechtswege op te bestaan met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Alle gemeenten met rijksmonumenten zijn verplicht om een adviescommissie in te stellen die minimaal over de rijksmonumenten
adviseert (met uitzondering van archeologische monumenten). De Omgevingswet voorziet in overgangsrecht voor de leden die nu zitting hebben in de welstands- en monumentencommissie. De Omgevingswet biedt het bestuur meer ruimte om een eigen afweging van belangen te maken. Hierbij kan een onafhankelijk en deskundig advies behulpzaam zijn. De Omgevingswet vergroot ook de keuzen van gemeenten voor de inrichting van het adviesstelsel. De gemeenteraad moet vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet besluiten welke bevoegdheden deze commissie krijgt; alleen de wettelijke bevoegdheden rondom rijksmonumenten of bredere bevoegdheden. De commissie kan onder de Omgevingswet ook advies uitbrengen over de aanvraag omgevingsvergunning voor een andere activiteit, in door de raad aangewezen gevallen of wanneer het college daartoe aanleiding ziet. Het moet dan wel gaan om het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Daarnaast kan het college op eigen initiatief bijvoorbeeld ook advies vragen over het beleid gericht op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving of over het formuleren van een planopgave in een gebied. Deze verschillende keuzen worden uitgewerkt en gebundeld in de verordening gemeentelijke adviescommissie. 19. Omgevingstafel De Omgevingswet verandert het proces van vergunningverlening en de dienstverlening.
Alle aanvragen moeten in principe via de reguliere procedure binnen 8 weken worden afgehandeld. Dit vraagt om een goede voorbereiding van zowel de initiatiefnemer als van de gemeente en de ketenpartners. Hiervoor is de omgevingstafel in het leven geroepen: een ‘omgevingswet proof’ vooroverleg, gebaseerd op een dialoogmodel, volgens de volgende principes5: -
Aan de tafel komen (in een of meerdere sessies) de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar.
-
Het initiatief wordt besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken.
-
Dit levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen.
-
Daarna kan de vergunning in acht weken worden afgehandeld.
In het project oefenen en inregelen – als onderdeel van de regionale samenwerking – is aandacht voor het oefenen met de omgevingstafel. 20. Toepasbare regels Toepasbare regels zijn de vertaling van juridische regels (uit het omgevingsplan) naar begrijpelijke vragenbomen voor initiatiefnemers. Voorbeelden van toepasbare regels zijn vergunningenchecks en aanvraagformulieren. Het maken van toepasbare regels is een nieuwe taak voor gemeenten, waterschappen en provincies. Het rijk ondersteunt hierin. Zo worden alle vergunningchecks en aanvraagformulieren voor de bruidsschat door het Rijk gemaakt en in het DSO geladen.
5
Bron: https://vng.nl/artikelen/omgevingstafel
Om het huidige diensterleningsniveau te behouden, moeten gemeente aanvullend nog enkele acties uitvoeren op het gebied van toepasbare regels: 1) voor de huidige activiteiten uit het OLO waar de gemeente regelbevoegd voor is (zoals bijvoorbeeld voor het kappen van een boom en het aanleggen van uitwegen) 2) aanpassingen in de bruidsschat in het omgevingsplan moeten ook doorgevoerd worden in de toepasbare regels voor deze activiteiten 3) voor enkele activiteiten waarvoor het Rijk geen checks en formulieren maakt. De VNG komt met voorbeeld regels. Binnen de Regionale Samenwerking is aandacht voor het gezamenlijk optrekken bij het opstellen van toepasbare regels. Met name op gebied van milieuregels heeft de Omgevingsdienst de deskundigheid hiervoor in huis. 21. Opleiding en communicatie In het eerste kwartaal 2021 is gestart met het opstellen van een communicatieplan. Dit betreft zowel interne als externe communicatie. Bij de interne communicatie staat bewustwording bij medewerkers centraal. Op verschillende wijzen wordt de Omgevingswet onder de aandacht gebracht. In de externe communicatie zal gestart worden met een webpagina Omgevingswet op de gemeentelijke website waar inwoners kunnen lezen wat de Omgevingswet voor hen betekent. Op deze pagina zal ook gedeeld worden wanneer er bijvoorbeeld nieuw beleid is vastgesteld of besluiten zijn genomen.
Later in het jaar zal gestart worden met een bredere campagne. De VNG en het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ komen hiervoor met tools. In het eerste kwartaal wordt het gemeente- brede opleidingsplan vastgesteld. De Omgevingswet is hier onderdeel van. Er wordt gedacht aan een modulair opleidingsprogramma, waarbij er aandacht is voor alle doelgroepen (van medewerkers bij het KCC tot aan de specialistische medewerkers).