20201223 Bijlage Laarbeek rapportage Q3-2020.pdf
Tekst van het document
Rapportage 3e kwartaal 2020 zorgkosten Laarbeek
Inhoud 1.
Sociaal Domein Laarbeek Q3-2020 in beeld .............................................................................................. 4 Leeswijzer .......................................................................................................................................... 4 Aantallen Wmo Q3-2020 ................................................................................................................... 5 Aantallen Jeugd Q3- 2020.................................................................................................................. 7 Aantallen Q3-2020 minimaregelingen, bijzondere bijstand en schulddienstverlening. ................. 10
2.
Financiële rapportage .............................................................................................................................. 12 2.1
Algemene toelichting en samenvatting ........................................................................................... 12
2.2
Corona ............................................................................................................................................. 13
2.3
Zorgkosten 2020 .............................................................................................................................. 15
2.4
Zorgkosten Wmo 2020 .................................................................................................................... 16
Wmo - Hulp bij huishouden ..................................................................................................................... 16 Wmo – Begeleiding .................................................................................................................................. 18 Wmo – Overigen ...................................................................................................................................... 21 2.5
Zorgkosten Jeugd 2020 .................................................................................................................... 23
Jeugd – Variant A ..................................................................................................................................... 24 Variant A, zonder verblijf ......................................................................................................................... 24 Variant A, met verblijf.............................................................................................................................. 26 Landelijke producten ............................................................................................................................... 28 Jeugd – Variant B (taj-aanbieders) .......................................................................................................... 29 Jeugd – Jeugdzorgplus ............................................................................................................................. 31 Jeugd - JB/JR ............................................................................................................................................ 32 Jeugd- Overig ........................................................................................................................................... 32 2.6
Zorgkosten BMS 2020 ...................................................................................................................... 34
2.7
Prognose q3 rapportage versus prognose o.b.v. jaarrapportage 2019 .......................................... 35
Wmo ........................................................................................................................................................ 36 Wmo - Hulp bij huishouden ..................................................................................................................... 36 Wmo – Begeleiding .................................................................................................................................. 36 Wmo – Overige voorzieningen ................................................................................................................ 36 Jeugd ........................................................................................................................................................ 37 Jeugd – Variant A ..................................................................................................................................... 37 Jeugd – Variant B ..................................................................................................................................... 37 Jeugd – Jeugdzorgplus ............................................................................................................................. 37 Jeugd – JB/JR............................................................................................................................................
37 Jeugd – Overig ......................................................................................................................................... 37 BMS .......................................................................................................................................................... 37
2
2.8
Betaalde zorgkosten 2020 Laarbeek ............................................................................................... 38
2.9
Verloop verplichtingen zorgkosten 2019 Laarbeek ......................................................................... 38
3
1. Sociaal Domein Laarbeek Q3-2020 in beeld Leeswijzer In deze kwartaalrapportage hebben we in onderstaande tabellen de cijfers en trends van het 3e kwartaal van 2020 weergegeven. In voorgaande kwartaalrapportages brachten we voor Wmo en Jeugdwet altijd de stand in beeld van het aantal unieke cliënten en het aantal actieve voorzieningen op de laatste dag van het kalenderkwartaal. Op basis van vergelijking van deze ijkpunten per kalenderkwartaal konden vervolgens ontwikkelingen geconstateerd worden ten opzichte van de voorgaande kwartaalrapportage. Inmiddels zijn we in staat om deze ontwikkelingen middels trendgrafieken in beeld te brengen. Op verzoek vanuit gemeenten hebben we met ingang van de jaarrapportage 2019 de cijfers en trends van de volledige periode in beeld gebracht. Daarmee geven we een meer gedetailleerde weergave van het verloop van de daadwerkelijke zorginzet. Op pagina 4 t/m 7 brengen we per wet (Wmo en Jeugdwet) in de eerste tabel het totale aantal unieke cliënten in beeld dat in het 3e kwartaal een actieve voorziening had. In de tweede tabel laten we de trend zien van de ontwikkeling van de unieke cliënten in 2020 (1e t/m 3e kwartaal van 2020). Daarbij moet opgemerkt worden dat in een trendlijn de instroom en uitstroom met elkaar verdisconteerd wordt.
Als een unieke cliënt op enig moment uitstroomt en op (nagenoeg) hetzelfde moment stroomt een nieuwe cliënt in, dan blijft de trendlijn op dat moment ongewijzigd. In de eerste tabel tellen deze cliënten echter beiden mee. Vandaar dat er een verschil zit tussen de aantallen in de eerste tabel (aantallen) en de tweede tabel (trendgrafieken). Alle aantallen ten behoeve van de Q3 rapportage hebben we op 1 oktober vanuit ZorgNed gegenereerd. Let op: ook na deze datum zullen nog een aantal aanvragen en/of mutaties verwerkt worden die betrekking hebben op het 3e kwartaal. De aantallen voor Wmo en Jeugdwet zijn gebaseerd op de geregistreerde indicaties in ZorgNed. Registratie vind deels ook achteraf plaats (denk aan mutaties a.g.v. overlijden of verhuizing). Ook aanvragen worden soms met terugwerkende kracht geboekt, met name als er achterstanden in de werkvoorraad zijn. Hierdoor zijn aantallen niet stabiel. Wmo-gegevens worden volledig via de gemeentelijke toegang gevuld. Bij Jeugdwet hebben we naast de gemeentelijke toegang echter ook te maken met de wettelijke verwijsroute. Met name bij gesloten Jeugdzorg en JB/JR zien we dat aanbieders niet altijd het verzoek om toewijzing van zorg indienen. Voor deze specifieke zorginzet worden op bovenregionaal niveau inkoopafspraken gemaakt.
Daarin is weliswaar afgesproken dat deze aanbieders hun zorginzet via het berichtenverkeer moeten doorgeven aan gemeenten, maar de praktijk gebeurt dit niet altijd, waardoor aantallen onvolledig kunnen zijn. Aangezien de directe financiering van deze zorginzet via de gemeente Eindhoven verloopt en wij pas achteraf de onderliggende aantallen doorgestuurd krijgen (bij de afrekening met Eindhoven) kunnen wij dit pas achteraf signaleren. Betreffende aanbieders worden via het bovenregionale contractmanagement opgeroepen om hun zorginzet tijdig aan te leveren via het berichtenverkeer.
4
Aantallen Wmo Q3-2020 Onderstaand het aantal unieke cliënten die in het 3e kwartaal gebruik hebben gemaakt van de Wmo. Daarbij ook het aantal voorzieningen dat actief was in dit kwartaal. Vervolgens is een uitsplitsing gemaakt op de belangrijkste categorieën binnen de Wmo. Tussen haakjes ziet u het verschil ten opzichte van de totalen in het 2e kwartaal 2020. We zien een daling van de aantallen binnen nagenoeg alle categorieën, alleen binnen begeleiding groep is sprake van een lichte stijging (nieuwe instroom en enkele verlengingen).
Opmerking: Elke indicatie wordt gezien als een voorziening. Bij verlenging of mutatie wordt een nieuwe indicatie afgegeven. Deze tellen dus als 2 voorzieningen.
5
Hieronder ziet u de ontwikkeling van het aantal cliënten Wmo in 2020 (31-12-2019 t/m 30-9-2020), in totaal en per productcategorie. De meetpunten liggen op de laatste dag van de kalendermaand (startend op 31-12-2019). We zien in alle categorieën dat de daling in het 3e kwartaal heeft doorgezet. Ook in de categorie begeleiding groep zien we in de trend een daling. Dit lijkt haaks te staan op de stijging die we in voorgaande tabel zagen. Verklaring hiervoor ligt in de uitstroom versus instroom. De dalende trendlijn duidt op een hogere uitstroom dan instroom. In de absolute aantallen (vorige tabel) tellen zowel de uitgestroomde als de ingestroomde cliënten mee.
6
Aantallen Jeugd Q3- 2020 Onderstaand het aantal unieke cliënten die in het 3e kwartaal 2020 (1-7-2020 t/m 30-9-2020) gebruik hebben gemaakt van de Jeugdwet. Daarbij ook het aantal voorzieningen dat actief was in dit kwartaal. Vervolgens is een uitsplitsing gemaakt op de belangrijkste categorieën binnen de Jeugdwet. We zien dat het totale aantal unieke cliënten Jeugd met een actieve indicatie in het 3e kwartaal van 2020 wederom fors is gedaald ten opzichte van het voorgaande kwartaal (hier kan nog een na-ijl effect optreden indien aanvragen of mutaties/verlengingen alsnog met terugwerkende kracht worden doorgevoerd).
Opmerking: Elke indicatie wordt gezien als een voorziening. Indien sprake is van een verlenging (of mutatie) die leiden tot een nieuwe indicatie tellen dan telt dit dus als 2 voorzieningen.
7
Op deze pagina wordt de ontwikkeling van het aantal unieke cliënten binnen de Jeugdwet in het in 2020 (31-12-2019 t/m 30-9-2020) in beeld gebracht. De meetpunten liggen op de laatste dag van de kalendermaand (startend op 31-12-2019). Er is sprake van een voortzetting van de dalende trend, met een zeer lichte stijging aan het einde van het 3e kwartaal. Deze lichte stijging zien we terug in de categorieën behandeling en verblijf. Bij ADHD zorg moet de kanttekening geplaatst worden dat hier een groot na-ijl effect in zit. Vanwege verlaging van administratieve druk is met de ziekenhuizen de afspraak gemaakt dat zij na afsluiting van elk medicatietraject (3 maandelijks traject) alle gegevens inclusief declaratie ineens indienen.
8
In onderstaande tabel ziet u per verwijzer de trendlijn van het aantal actieve voorzieningen Jeugd gedurende het eerste kwartaal (1-1-2020 t/m 30-9-2020). De inzet zorg via de gemeentelijke toegang is in het 3e kwartaal licht gedaald, maar stijgt aan het einde van het kwartaal weer. Dit zien we ook bij de inzet op basis van verwijzing huisarts.
Toelichting bij dalende lijn indicaties op basis van verwijzingen huisartsen: Sinds de start pilot ‘samenwerking met de huisartsen’ is er in Laarbeek een dalende lijn te zien in het aantal verwijzingen door huisartsen naar individuele voorzieningen jeugdhulp. Door de pilot is de samenwerking tussen huisartsen en het sociaal team Laarbeek verbeterd. De huisarts verwijst inwoners eerder naar de gezins- en jongerencoaches dan rechtstreeks naar een zorgaanbieder. De GZ-psycholoog speelt daarbij een belangrijke rol. Zij beoordeelt of ze de jongere zelf met een kortdurend traject kan helpen of dat de huisarts zijn patiënt beter door kan verwijzen naar het sociaal team of rechtstreeks naar geïndiceerde zorg. Met haar expertise is de GZ-psycholoog goed in staat hier een goede afweging in te maken. *in de legenda is de omschrijving voor de paarse trendlijn weggevallen. Dit betreft de verwijzer: school/EED (verwijzing voor dyslexietrajecten)
9
Aantallen Q3-2020 minimaregelingen, bijzondere bijstand en schulddienstverlening. Onderstaand het aantal klanten die in 2020 gebruik hebben gemaakt van de minimaregelingen (stand t/m 3e kwartaal 2020). In Laarbeek is alleen de regeling maatschappelijke participatie actief.
10
Gemeentenaam:
Laarbeek
Bijzondere bijstand en schulddienstverlening
Bijzondere bijstand, aantal aanvragen in het betreffende kwartaal
kw 1
kw 2
kw 3
kw 4
kw 1
kw 2
kw 3
2019
2019
2019
2019
2020
2020
2020
61 79 17 22
57 41 10 18
58 43 1 2
46 63 1 0
60 43 0 3
50 57 0 0
57 52 38 34
Schulddienstverlening, dossiers in behandeling per fase per einde kwartaal
kw 1 2019
kw 2 2019
kw 3 2019
kw 4 2019
kw 1 2020
kw 2 2020
kw 3 2020
Fase I: Aanmelding (lokaal) Fase I: Eénmalig advies Fase I: Intake Fase I: Stabilisatie (bovenlokaal) Bemiddeling geslaagd Fase II: Schuldregeling Fase II: Hercontrole 1 Fase II: Hercontrole 2 Fase II: Hercontrole 3 Controle overdracht naar lokaal Dwangakkoord WSNP verklaring in behandeling bij Helmond, Fase II: Hercontrole 3
1 1 9 5
2 1 2 8
4 1 1 7
3 1 2 3
8 3
8 5 8
6 8 8 4
1 1 1 5 2 4 6 8 4
2
5 7 6
1 1 3 5 1 7 5 9 3
1
2 0
Ontvangen aanvragen bijzondere bijstand Afgehandelde aanvragen bijzondere bijstand Ontvangen aanvragen CAV Afgehandelde aanvragen CAV
1 7
5
nb
1
3 3 5 7 7 1 3 1 0
De bijzondere bijstand wordt uitgevoerd door Senzer. Voor aanvullende toelichting verwijzen wij naar de rapportage van Senzer die separaat is toegezonden. De trajecten schuldhulpverlening worden uitgevoerd door Peelgemeenten. De toegang en de backoffice schuldhulpverlening werken sinds het derde kwartaal 2020 in één applicatie: Onview. In Gemert-Bakel wordt Fase 1 lokaal uitgevoerd; dit is in de tabellen (omschrijving Fase 1) aangegeven. Deze kwartaalrapportage presenteren we nog op basis van de indeling van de processen in EOS. Vanaf het 4e kwartaal hebben de overzichten de indeling op grond van de verwerking in Onview. 11
2. Financiële rapportage 2.1 Algemene toelichting en samenvatting In de financiële rapportage zijn de ontwikkelingen van de zorgkosten in beeld gebracht. De zorgkosten betreft alle individuele voorzieningen die aan de inwoners zijn beschikt. Hierin zijn dus de algemene voorzieningen niet opgenomen. De opbouw van de financiële rapportage is van grof naar fijn. Eerst worden op wetniveau de bedragen in beeld gebracht. Vervolgens wordt per wet de bedragen per onderdeel in beeld gebracht. Vervolgens wordt per onderdeel de bedragen geanalyseerd. In paragrafen 2.3 tot en met 2.6 worden de verschillen tussen prognose 2020 en realisatie 2019 toegelicht. In paragraaf 2.7 worden de verschillen tussen de prognose van de q3 rapportage en de prognose op basis van de q2 rapportage toegelicht. De zorgkosten worden gesplitst naar zorgkosten zorgperiode 2020 en zorgkosten 2019 en eerder. In de paragrafen 2.3 tot en met 2.7 wordt de prognose zorgperiode 2020 toegelicht. In paragraaf 2.9 wordt het resultaat op zorgkosten 2019 en eerder toegelicht. Samenvatting Prognose 2020 versus kosten 2019 Ten opzichte van 2019 zijn de kosten in 2020 gedaald met € 529.000. Wel is er per onderdeel een verschil te zien. De kosten bij de Wmo zijn in 2020 € 621.000 lager dan in 2019 en de kosten voor Jeugd zijn in 2020 ten opzichte van 2019 met € 93.000 gestegen. De kosten voor BMS zijn € 1.000 lager.
De daling van Wmo ten opzichte van 2019 wordt veroorzaakt door de daling van het aantal voorzieningen begeleiding. N.a.v de bespreking van de prognose jaarcijfers voorjaar 2019 is Laarbeek specifiek gaan sturen op het terugdringen van de uitstaande indicaties Wmo-begeleiding individueel. De stijging van jeugd ten opzichte van 2019 wordt met name veroorzaakt door een stijging van variant B met € 171.000 en een stijging jeugdzorgplus met € 79.000. Prognose q3 versus prognose q2 Ten opzichte van de prognose op basis van de q2 rapportage zijn de kosten 2020 met € 131.000 gedaald. De daling van kosten wordt veroorzaakt door lagere kosten Wmo (€ 135.000), lagere kosten jeugd (€ 26.000) en hogere kosten BMS (€ 30.000). De kostendaling van Wmo wordt veroorzaakt door hulp bij huishouden (€ 24.000) en overige voorzieningen (€ 122.000). Bij deze onderdelen is de aanwas in het derde kwartaal 2020 lager dan ingeschat in de q2 rapportage. Hiertegenover staat een kostenstijging op begeleiding (€ 11.000). De kostendaling van Jeugd wordt met name veroorzaakt door het onderdeel Variant A (€ 83.000). De daling van Jeugd Variant A wordt voornamelijk veroorzaakt door begeleiding (€ 83.000) en behandeling (€55.000). Met ingang van 2020 worden deze producten op basis van uren per beschikking geïndiceerd.
Na analyse van de beschikkingen versus betalingen tot en met 1 juli constateren we dat er verzilveringspercentages zijn van 80% voor begeleiding en 70% voor behandeling. Dat was in de q2 rapportage nog niet geconstateerd waardoor er een te hoge prognose was opgenomen in de q2 rapportage. De kosten van BMS zijn gestegen ten opzichte van q2, door hogere kosten bijzondere bijstand en individuele inkomens toeslag.
12
2.2 Corona Peelgemeenten heeft, gezamenlijk met de gemeente Helmond, Dommelvallei+ en Bizob de landelijke coronamaatregelen vertaald richting de zorgaanbieders. Hierbij stond de continuïteit van zorg en dienstverlening aan de inwoners voorop. De financiële effecten van de coronamaatregelen betreffen compensatie van collectief vraagafhankelijk vervoer, de omzetgarantieregeling en de meerkostenregeling. Collectief vraag afhankelijk vervoer De vaststelling en uitbetaling van de vergoeding van vervoerders van collectief vraagafhankelijk vervoer heeft door Laarbeek lokaal plaatsgevonden, waarbij de betalingen buiten Peelgemeenten om zijn verricht over de maanden maart tot en met juni 2020. Over maart tot en met juni 2020 gaat het om een betaling van € 93.748 welke niet in de prognose is opgenomen omdat deze vergoeding lokaal is betaald. Omzetgarantieregeling Laarbeek
omzetgarantie
aangevraagd per omzetgarantie maand totaal
declaratie regulier
kosten omzetgarantie
wmo begeleiding wmo ho jeugdwet
34.600 48.000 51.800
138.400 192.000 207.200
116.400 182.000 171.200
22.000 10.000 36.000
totaal
134.400
537.600
469.600
68.000
In totaal hebben 20 aanbieders aangegeven gebruik te willen maken van de omzetgarantieregeling. Dit vertegenwoordigt voor Laarbeek een maandwaarde van € 134.400. De omzetgarantieregeling geldt voor de periode van maart tot en met juni 2020, waardoor de maximale omzetgarantie voor Laarbeek € 537.600 bedraagt. De omzetgarantie betreft het maximaal te declareren bedrag voor een aanbieder. Hierop wordt in mindering gebracht hetgeen de aanbieder reeds via het berichtenverkeer heeft gedeclareerd voor reguliere en/of alternatieve zorginzet (€ 469.600). Per saldo zijn de kosten van de omzetgarantieregeling voor Laarbeek € 68.000. Dit is het bedrag dat gedeclareerd is als omzetgarantie, en betreft de vergoeding aan aanbieders voor door corona gederfde omzet om hiermee de continuïteit van zorg te waarborgen. De kosten van de omzetgarantie zijn opgenomen in de prognose zorgkosten 2020. Meerkostenregeling Om aan de richtlijnen van het RIVM te voldoen maken zorgaanbieders meerkosten. Dat kan variëren van aanschaf van beschermingsmiddelen tot extra inhuur van locaties. Landelijk zijn er over de vergoeding van meerkosten afspraken gemaakt, waarbij is afgesproken dat de meerkosten worden vergoed tot en met 31 december 2020. Gemeenten moeten hier invulling aan geven.
De compensatie vanuit het Rijk aan gemeenten vindt plaats op macroniveau via het verdeelmodel algemene uitkering, waarbij de omvang op landelijk niveau wordt bepaald. Inmiddels is voor onze gemeenten besloten om het financieel kader leidend te laten zijn. Dit kan betekenen dat meerkosten niet volledig vergoed worden. De aanpak is als volgt: •
•
•
We vragen aanbieders om de meerkosten in te dienen via het hiervoor bestemde registratieformulier dat als een landelijke format is ontwikkeld. De aanbieders zullen de kosten daarbij moeten uitsplitsen per gemeente (gerelateerd aan de omzet per gemeente). De aanbieders kunnen het registratieformulier indienen tot 1 december 2020, en daarbij de hoogte van eventuele kosten over december 2020 schatten. We vragen de aanbieders nadrukkelijke om rekening te houden met eventuele minderkosten. Voorbeeld: in het tijdvak dat de dagbesteding was gesloten maakten aanbieders dagbesteding geen/zeer beperkte kosten voor het organiseren van activiteiten. In december is er daarmee overzicht op de aard en omvang van de kosten waarvan vergoeding wordt gevraagd. Vervolgens zal ambtelijk worden beoordeeld welke kosten als noodzakelijke meerkosten worden aangemerkt en voor vergoeding in aanmerking komen. De uiteindelijke 13
•
•
vergoeding zal afhankelijk zijn van de daarvoor beschikbaar gestelde middelen vanuit het Rijk. Indien de compensatie niet toereikend is, dan zal de beschikbaar gestelde compensatie evenredig worden verdeeld (elke aanbieder krijgt een gelijk percentage van de gedeclareerde noodzakelijke kosten). Bij de beoordeling van aard en omvang van kosten zal de regio uitgaan van de landelijke uitwerking en zich daarnaast (juridisch) laten adviseren door inkoopbureau Bizob over welke kosten wel en niet noodzakelijk zijn. Bizob heeft daarbij zicht op de wijze waarop ook veel andere gemeenten omgaan met de vergoeding van meerkosten. In december 2020 communiceren wij met de aanbieders welk gedeelte van de meerkosten zij aan ons kunnen factureren. Als het te declareren bedrag afwijkt van de geregistreerde meerkosten, dan ontvangt de betreffende aanbieder hierop een toelichting. Vervolgens vindt er in januari 2021 uitbetaling plaats van de gefactureerde meerkosten. De uitbetalingen worden nog toegerekend aan het boekjaar 2020.
Het is nog niet bekend hoe de definitieve uitwerking van de compensatie van het Rijk eruitziet. Met de gekozen aanpak wordt geborgd dat de compensatie vanuit het Rijk toereikend is om de meerkosten geheel of gedeeltelijk te vergoeden. Op dit moment zijn er nog maar een zeer beperkt aantal verzoeken van aanbieders ontvangen voor meerkosten.
14
2.3 Zorgkosten 2020
Zorgkosten Laarbeek 4.500.000 4.000.000 3.500.000 3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0 Wmo
Jeugd
uitgaven 2017
uitgaven 2018
prognose 2020
prognose 2021
BMS uitgaven 2019
Zorgkosten 2020 gemeente Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
Wmo Jeugd BMS Totaal Laarbeek
2.813.000 3.967.000 350.000 7.130.000
3.081.000 4.160.000 422.000 7.663.000
3.207.000 4.032.000 419.000 7.658.000
prognose begroting resultaat uitgaven 2020 2020 zorg2020 periode vs 2019 2020 2.586.000 3.320.000 734.000 621.000 4.125.000 4.500.000 375.000 -93.000 418.000 372.000 -46.000 1.000 7.129.000 8.192.000 1.063.000 529.000
prognose 2021
3.106.000 4.211.000 418.000 7.735.000
Ten opzichte van 2019 zijn de kosten in 2020 gedaald met € 529.000. Daarbij moet opgemerkt worden dat, zoals beschreven in paragraaf 2.2 de vergoeding aan de vervoerder voor collectief vervoer in verband met corona niet heeft plaatsgevonden via Peelgemeenten, maar rechtstreeks door Laarbeek zelf betaald is. Het gaat om een bedrag van € 93.748. De afwijking op de zorgkosten 2020 ten opzichte van 2019 betreft dus eigenlijk een bedrag van € 435.000 (in plaats van€ 529.000). De begrotingsbedragen 2020 zijn gebaseerd op de concept begrotingswijziging 2020, die nog definitief moet worden vastgesteld in de raadsvergadering van Laarbeek van 5 november 2020 via vaststelling 2e tussenrapportage 2020. De kosten bij de Wmo zijn in 2020 € 621.000 lager dan in 2019 en de kosten voor Jeugd zijn in 2020 ten opzichte van 2019 met € 93.000 gestegen. De kosten voor BMS zijn € 1.000 lager. De daling van Wmo ten opzichte van 2019 wordt veroorzaakt door de daling van het aantal voorzieningen begeleiding én doordat in 2020 de corona uitbetaling aan vervoerders van collectief vervoer lokaal heeft plaatsgevonden en dus niet in de cijfers 2020 is opgenomen. De daling van voorzieningen begeleiding is ontstaat doordat Laarbeek vanaf het voorjaar 2019 specifiek is gaan sturen op het terugdringen van de uitstaande indicaties Wmo-begeleiding individueel.
De vaststelling en uitbetaling van de “corona”vergoeding van vervoerders van collectief vraagafhankelijk vervoer heeft door Laarbeek lokaal plaatsgevonden, waarbij de betalingen buiten Peelgemeenten om zijn verricht over de maanden maart tot en met juni 2020. Over maart tot en met juni 2020 gaat het om een betaling van € 93.748 welke niet in de prognose is opgenomen omdat deze vergoeding lokaal is betaald. De stijging van jeugd ten opzichte van 2019 wordt met name veroorzaakt door een stijging van variant B met € 171.000 en een stijging jeugdzorgplus met € 79.000.
15
2.4 Zorgkosten Wmo 2020
Zorgkosten Wmo Laarbeek 1.600.000
1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0
Hulp bij het huishouden
Begeleiding
uitgaven 2017
uitgaven 2018
prognose 2020
prognose 2021
Overige voorzieningen uitgaven 2019
Wmo gemeente Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
prognose begroting resultaat uitgaven 2020 2020 zorg2020 periode vs 2019 2020
prognose 2021
Hulp bij het huishouden Begeleiding Overige voorzieningen Totaal Wmo
881.000 1.367.000 565.000 2.813.000
863.000 1.481.000 737.000 3.081.000
1.045.000 1.318.000 844.000 3.207.000
1.043.000 1.113.000 978.000 1.365.000 565.000 842.000 2.586.000 3.320.000
1.175.000 1.138.000 793.000 3.106.000
70.000 387.000 277.000 734.000
2.000 340.000 279.000 621.000
Wmo - Hulp bij huishouden De kosten zijn berekend op basis van beschikkings- en betalings-gegevens uit Zorgned. (stand per 1 oktober). Voor het 4e kwartaal is rekening gehouden met een verzilveringsgraad van 96% en een ontwikkeling van cliëntaantallen van 4% (vertaald in een financiële groei van 2%). Ten opzichte van 2019 dalen de kosten van hulp bij huishouden in 2020 met € 2.000, ondanks het feit dat er een indexering van 2,54% is toegepast per 1 januari 2020. Dit wordt verklaard door de daling van de cliëntaantallen T/m het 3 kwartaal zijn € 9.682 aan kosten betaald in het kader van de omzetgarantieregeling met betrekking tot corona voor Huishoudelijke ondersteuning. e
16
Trend voorzieningen Huishoudelijke ondersteuning (1-1-2019 t/m 30-9-2020) Huishoudelijke ondersteuning ZIN en PGB
Huishoudelijke ondersteuning ZIN (gespecificeerd)
In de linker tabel zien we de totale inzet op huishoudelijke ondersteuning. In de rechter tabel is een specificatie voor de inzet zorg in natura (ZIN) weergegeven. Zorg in natura is de verzamelnaam voor gecontracteerde zorginzet. De tegenhanger van ZIN is het PGB. Het is helaas niet mogelijk om de PGB inzet te specificeren op zorgzwaarte. Vanaf het 3e kwartaal 2019 is een stabiliserende en licht dalende lijn zichtbaar in het aantal actieve indicaties huishoudelijke ondersteuning. In Laarbeek zetten we sterk in op de eigen kracht van onze inwoners. Dit doen wij bijvoorbeeld door ze te wijzen op hun eigen mogelijkheden. We doen een beroep op het moreel besef van de inwoner. Het is hierbij dus belangrijk om de inwoner aan te spreken op zijn eigen verantwoordelijkheid. Door hier aan de voorkant stevig op in te zetten, leidt dit tot minder aanvragen. Door deze werkwijze in combinatie met het corona-effect is de oorspronkelijke stijging, als gevolg van het abonnementstarief volledig teniet gedaan en zijn de aantallen weer op het niveau van voor de invoering van het abonnementstarief. In de Q2 rapportage hebben we rekening gehouden met een verwachte groei vanwege uitgestelde vraag door corona.
In de meerjaren-prognose die we hebben opgesteld vóór de intreding van corona, hebben we rekening gehouden met een groei in aantallen van 4% over het volledige jaar 2020 (resulterend in een gemiddelde financiële groei van 2%). Op dit moment is er echter nog geen sprake van groei in 2020, maar is nog steeds sprake van een daling. Zorgzwaarte Binnen huishoudelijke ondersteuning onderscheiden we 4 categorieën: - HO basis: schoonmaakwerkzaamheden - HO plus: schoonmaakwerkzaamheden - overname regie en/of wasverzorging - HO extra: schoonmaakwerkzaamheden in situaties met extra vervuiling en/of speciale problematiek - HO uren: indicaties die zijn terug gezet naar uren n.a.v. bezwaar/beroep
Zorgzwaarte (stand per 30-9-2020) HO-basis HO-plus HO-extra HO-uren (nav bezwaar/beroep)
Laarbeek 80% 20% nihil nihil
Peel 68% 30% 2% nihil
17
Wmo – Begeleiding
Zorgkosten Wmo Begeleiding Laarbeek 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000
400.000 200.000 0
Begeleiding uitgaven 2017
uitgaven 2018
prognose 2020
prognose 2021
uitgaven 2019
Wmo gemeente Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
Begeleiding
1.367.000
1.481.000
1.318.000
prognose begroting resultaat uitgaven 2020 2020 zorg2020 periode vs 2019 2020 978.000 1.365.000
387.000
prognose 2021
340.000
1.138.000
De kosten zijn berekend op basis van beschikkings- en betalings-gegevens uit Zorgned. (stand per 1 oktober). Voor het 4e kwartaal is rekening gehouden met een verzilveringsgraad van 92% en een ontwikkeling van cliëntaantallen van 5% (vertaald in een financiële groei van 2,5%). Ten opzichte van 2019 dalen de kosten van begeleiding in 2020 met € 340.000. Dit wordt verklaard door de ontwikkeling van cliëntaantallen en indexering. In 2020 zijn de tarieven begeleiding geïndexeerd met 2,54%. De daling van het aantal voorzieningen in de tweede helft van 2019 heeft vooral financieel effect in 2020. (Een beschikking die per 1 november 2019 eindigt leidt in 2019 tot 10 maanden kosten, in 2020 zijn de kosten nihil). T/m het 3 kwartaal zijn € 22.029 aan kosten betaald in het kader van de omzetgarantieregeling met betrekking tot corona voor Wmo begeleiding. e
18
Trend voorzieningen Begeleiding (1-1-2019 t/m 30-9-2020)
N.a.v de bespreking van de prognose jaarcijfers voorjaar 2019 is Laarbeek specifiek gaan sturen op het terugdringen van de uitstaande indicaties Wmo-begeleiding individueel. Dit door in te zetten op de samenwerking met het (voorliggende) maatschappelijk werk als onderdeel van het Sociaal Team Laarbeek en te sturen op: 1. Bij urgente nieuwe vragen met een crisiskarakter (veelal hoge indicaties) start eerst de casusregisseur, in samenwerking met de overige professionals van het Sociaal Team Laarbeek. Door het opstellen van een plan wordt gepoogd de crisis te bezweren en een concretere opdracht (lagere indicatie) neer te leggen bij de specialistische aanbieders. 2. Bij de waakvlamconstructie wordt gestuurd op overdracht naar het lokale Sociaal Team Laarbeek, waar een specifieke opdracht ligt bij de algemeen maatschappelijk werkers om in te zetten op het tot stand brengen van een netwerk en/of het netwerk dermate in te zetten voor de waakvlamconstructie. Daarnaast is ook gespecialiseerde thuisbegeleiding (via subsidie) toegevoegd aan het Sociaal Team Laarbeek. Een deel van de hulpvragen Wmo en Jeugd vangen zij af door eigen inzet. Bovendien vervullen zij vanuit hun professionaliteit een klankbordfunctie bij complexe casussen, waardoor te zware indicaties voorkomen worden. De dalende lijn op begeleiding zet ook door in het 3e kwartaal van 2020.
De verwachte inhaalslag op dagbesteding heeft zich niet voorgedaan. Omdat na de coronamaatregelen, vanaf 1 juli de dagbesteding weer richting het oude peil ging hadden we daar een inhaalslag van aanvragen voorzien tijdens en na de zomervakantie. Deze verwachting is echter niet uitgekomen.
19
Zorgzwaarte Zowel voor begeleiding groep als begeleiding individueel hebben we een zorgzwaarte-analyse uitgevoerd. In onderstaande tabellen is dat uitgewerkt voor de gecontracteerde zorg (ZIN). Voor PGB is dit helaas niet mogelijk. Begeleiding groep (BGG) inzet op zorgzwaarte
Gemiddelde inzet BGG op zorgzwaarte (30-9) licht middel zwaar
Laarbeek Peel 79% 12% 9%
72% 22% 6%
Begeleiding individueel (BGI) op zorgzwaarte
Gemiddelde Inzet BGI op zorgzwaarte (30-9) licht middel zwaar
Laarbeek Peel 58% 25% 17%
50% 37% 13%
20
Wmo – Overigen
Zorgkosten Wmo Overigen Laarbeek 900.000 800.000 700.000 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0
Overige voorzieningen uitgaven 2017
uitgaven 2018
prognose 2020
prognose 2021
uitgaven 2019
Wmo gemeente Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
Overige voorzieningen
565.000
737.000
844.000
prognose begroting resultaat uitgaven 2020 2020 zorg2020 periode vs 2019 2020 565.000
842.000
277.000
279.000
prognose 2021
793.000
Onder de post overige voorzieningen Wmo vallen o.a. woonvoorzieningen, collectief vervoer, overige vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen zoals rolstoelen. De kosten zijn berekend op basis van beschikkings- en betalings-gegevens uit Zorgned. (stand per 1 oktober). Voor het 4e kwartaal is rekening gehouden met een verzilveringsgraad van 100% en een ontwikkeling van cliëntaantallen (van 1% voor rolstoelen, 0% voor vervoersvoorzieningen en 10% voor woonkosten). Ten opzichte van 2019 dalen de kosten van overige voorzieningen in 2020 met € 279.000. Dit is voor een deel te wijten aan Corona. In verband met de corona is minder gebruik gemaakt van het collectief vervoer. Aan de vervoerder (van Helvoort), is conform de landelijke regeling 80% uitbetaald van de reguliere omzet. De uitbetaling heeft echter niet plaatsgevonden via Peelgemeenten, maar is rechtstreeks door Laarbeek zelf betaald. Volgens onze informatie gaat dit om een bedrag van € 93.748. De afwijking op de overige voorzieningen 2020 ten opzichte van 2019 betreft dus eigenlijk een bedrag van € 185.252 (in plaats van € 279.000). Dit bedrag is voor een groot deel te verklaren doordat er in 2019 opvallend meer trapliften geplaatst zijn. In 2020 zien we een opvallende daling van het aantal geplaatste trapliften. In 2019 zijn er 19 trapliften geplaatst, een enorme toename ten opzichte van voorgaande jaren.
In 2020 nog maar 2 (t/m het 3e kwartaal), dit resulteert in circa € 50.000 minder uitgaven.
21
Trendlijn hulpmiddelen Medipoint (1-1-2019 t/m 30-9-2020)
De afname van het aantal hulpmiddelen in Q1 heeft zich voortgezet in het 3e kwartaal. Op de totale lijn lijkt nu een lichte stabilisatie op te treden. In het totaalplaatje zien we in 2020 dus nog steeds een daling van het aantal uitstaande hulpmiddelen ten opzichte van 31-12-2019. De grootste afname zit in de categorie rolstoelen, gevolgd door de categorie vervoersvoorzieningen.
22
2.5 Zorgkosten Jeugd 2020
Zorgkosten Jeugd Laarbeek 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000
500.000 0
Variant A
Variant B
Jeugdzorgplus
uitgaven 2017
uitgaven 2018
prognose 2020
prognose 2021
Jb/JR
Overig
uitgaven 2019
Zorgkosten Jeugd Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
Variant A Variant B Jeugdzorgplus Jb/JR Overig Totaal jeugd
2.127.000 1.231.000 235.000 308.000 66.000 3.967.000
2.142.000 1.468.000 141.000 282.000 127.000 4.160.000
2.162.000 1.438.000 18.000 272.000 142.000 4.032.000
prognose begroting resultaat uitgaven 2020 2020 zorg2020 periode vs 2019 2020 2.005.000 2.347.000 342.000 157.000 1.609.000 1.680.000 71.000 -171.000 97.000 48.000 -49.000 -79.000 260.000 291.000 31.000 12.000 154.000 134.000 -20.000 -12.000 4.125.000 4.500.000 375.000 -93.000
prognose 2021
2.027.000 1.657.000 100.000 268.000 159.000 4.211.000
De stijging van de kosten van jeugd in 2020 ten opzichte van 2019 wordt met name veroorzaakt door variant B en jeugdzorgplus.
23
Jeugd – Variant A
Zorgkosten Variant A Laarbeek 2.000.000 1.500.000 1.000.000
500.000 0
Zonder verblijf
Met verblijf
uitgaven 2017
uitgaven 2018
prognose 2020
prognose 2021
Landelijke producten uitgaven 2019
Jeugd, variant A Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
Zonder verblijf Met verblijf Landelijke producten Crisis Kindergeneeskunde Totaal Variant A
1.649.000 369.000 109.000 0 0 2.127.000
1.847.000 262.000 33.000 0 0 2.142.000
1.700.000 365.000 93.000 4.000 0 2.162.000
prognose begroting resultaat uitgaven 2020 2020 zorg2020 periode vs 2019 2020 1.559.000 1.962.000 403.000 141.000 271.000 379.000 108.000 94.000 172.000 1.000 -171.000 -79.000 3.000 5.000 2.000 1.000 0 0 0 0 2.005.000 2.347.000 342.000 157.000
prognose 2021
1.568.000 279.000 177.000 3.000 0 2.027.000
De prognose is berekend op basis van beschikkings- en betalings-gegevens uit Zorgned, per 1-10-20, rekening houdend met onderstaande aannames. Bij Jeugd hebben we in 2020 te maken met een nieuwe PDC voor begeleiding en behandeling. Dit betekent dat de indicaties worden afgegeven tegen uren en dagdelen. We zien dat er bij de omzetting van oude naar nieuwe producten de maximale norm is aangevraagd en/of toegewezen. Hierdoor constateren we een lager verzilveringspercentage, zeker in het eerste half jaar van 2020. Daartegenover constateren we dat er veel verlengingen zijn, mede vanwege het niet tijdig uitnutten van de afgegeven indicatie. Dit alles maakt dat we de verzilveringspercentages hebben aangepast in de prognose. Voor de begeleidingsproducten die vanaf 2020 met aantal uren per beschikkingen geïndiceerd worden, gaan we uit van een verzilveringsgraad van 80%. Voor de behandelingsproducten die vanaf 2020 met een aantal uren per beschikking geïndiceerd worden, gaan we uit van een verzilveringsgraad van 70%. Voor de overige producten jeugd wordt uitgegaan van een verzilveringsgraad van 100%. Voor het laatste kwartaal van 2020 wordt rekening gehouden met een kostenontwikkeling ten gevolge van nieuwe jeugdbeschikkingen in de loop van 2020 van 5%. Onderstaand wordt per onderdeel jeugd, variant A een toelichting gegeven op de kosten 2020.
Door uit te gaan van bovenstaande aannames is de prognose opgesteld aan de voorzichtige kant, waardoor we risico’s van verlengingen én nieuwe aanvragen ten gevolge van ontwikkelingen rondom corona kunnen opvangen.
24
Variant A, zonder verblijf
Zorgkosten Variant A Zonder verblijf Laarbeek 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000
0 Begeleiding
Behandeling ambulant
uitgaven 2017
uitgaven 2018
prognose 2020
prognose 2021
Vervoer
uitgaven 2019
Variant A, zonder verblijf gemeente Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
Begeleiding Behandeling ambulant Vervoer Totaal Zonder verblijf
1.620.000 29.000 0 1.649.000
1.201.000 640.000 6.000 1.847.000
946.000 730.000 24.000 1.700.000
prognose begroting resultaat uitgaven 2020 2020 zorg2020 periode vs 2019 2020 961.000 1.063.000 102.000 -15.000 575.000 872.000 297.000 155.000 23.000 27.000 4.000 1.000 1.559.000 1.962.000 403.000 141.000
prognose 2021
952.000 592.000 24.000 1.568.000
De kosten van behandeling dalen door een daling van het aantal voorzieningen, zie onderstaande trendgrafiek. Trend Variant A – begeleiding en behandeling (1-1-2019 t/m 30-9-2020)
We zien in het 3e kwartaal 2020 een opvallende tendens. Het aantal voorzieningen begeleiding is hoger dan het aantal voorzieningen behandeling. Dit zien wij in geen van de andere Peelgemeenten. Met name de daling op behandeling is fors. Voor een klein deel is er sprake van verschuiving naar de B-variant (daar is sprake van een zeer lichte stijging). De verklaring ligt echter meer in de werkwijze van het sociaal team. Het sociaal team Laarbeek zet in op het juist toepassen van de PDC: behandeling wanneer het ook echt behandeling moet zijn, anders begeleiding. De inzet van de GZ-psycholoog vangt ook veel 25
gespecialiseerde behandeling en andere vormen van geïndiceerde jeugdzorg af. Effect hiervan is dat de daling op behandeling variant A nog steeds fors doorzet, terwijl begeleiding binnen variant A licht toeneemt. Zorgzwaarte (zorg in natura) Begeleiding Variant A (1-1-2019 t/m 30-9-2020) Behandeling Variant A (1-1-2019 t/m 30-9-2020)
De grootste inzet behandeling valt in de lichte trajecten (o.a. vaktherapie, diagnose, dyslexie-trajecten). Binnen de ambulant specialistische behandeling zien we een forse daling op de middelzware zorg en een relatief stabiele lijn op de lichte en zware behandeling.
Binnen begeleiding vind de meeste inzet plaats op de middelste zorgzwaarte. Deze vertoont in 2020 een stijgende lijn, terwijl de zware inzet afneemt.
Variant A, met verblijf
Variant A, met verblijf gemeente Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
prognose 2020
begroting 2020
Met verblijf ZIN Pleegzorg en logeren Totaal Met verblijf
350.000 19.000 369.000
247.000 15.000 262.000
294.000 71.000 365.000
135.000 136.000 271.000
271.000 108.000 379.000
resultaat uitgaven zorg2020 periode vs 2019 2020 136.000 159.000 -28.000 -65.000 108.000 94.000
prognose 2021
139.000 140.000 279.000
Ten opzichte van 2019 dalen de kosten van verblijf (met name verblijf in behandelsetting en gezinshuis) met € 159.000, en stijgen de kosten van pleegzorg en logeren (€ 65.000). Dit zien we ook terug in onderstaande trendlijn. 26
Trend voorzieningen variant A met verblijf (1-1-2019 t/m 30-9-2020) Verblijf variant A (totaal ZIN en PGB)
Verblijf variant A (alleen ZIN) op zorgzwaarte
Na de forse daling in het 1e kwartaal zien we een stijging van verblijf binnen variant A in het 2e en 3e kwartaal van 2020. Het betreft hier met name een stijging op lichte zorginzet (logeren/pleegzorg).
27
Landelijke producten
Jeugd, variant A Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
Landelijke producten
109.000
33.000
93.000
prognose begroting resultaat uitgaven 2020 2020 zorg2020 periode vs 2019 2020 172.000 1.000 -171.000 -79.000
prognose 2021
177.000
Namens gemeenten heeft de VNG afspraken gemaakt over de landelijke inkoop jeugdzorg met landelijke aanbieders met een specialistische functie (Jeugdzorg). Deze gespecialiseerde zorg wordt alleen ingezet indien er dusdanige specifieke problematiek speelt bij kinderen, waarbij zorg noodzakelijk is die niet lokaal of regionaal kan worden verleend. Het gaat vaak om kinderen met ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische problematiek al dan niet gecombineerd met een licht verstandelijke beperking. Soms betreft het problematiek, wat om zeer specifieke en zeer weinig voorkomende specialistische inzet vraagt, die niet per definitie heel duur hoeft te zijn, maar dus wel heel schaars. De kosten per kind zijn door deze gespecialiseerde zorg en door de zwaarte van de zorg in veel gevallen erg hoog. Dit zijn, naast de kosten voor jeugdzorgplus en verblijf, de duurste vormen van jeugdhulp. Gelukkig is het aantal kinderen dat deze zorg nodig heeft beperkt. Trend Landelijke producten (1-1-2019 t/m 30-9-2020)
28
Jeugd – Variant B (taj-aanbieders)
Zorgkosten Jeugd Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
prognose 2020
begroting 2020
Variant B
1.231.000
1.468.000
1.438.000
1.609.000
1.680.000
resultaat uitgaven zorg2020 periode vs 2019 2020 71.000 -171.000
prognose 2021
1.657.000
Met 9 aanbieders jeugd zijn vanaf 2016 afwijkende contractafspraken gemaakt, de zgn. variant B contracten (of Taj aanbieders). Voor 2019 is besloten om de B-variant met een jaar te verlengen zodat er ‘tijd gekocht’ werd voor het uitwerken van een nieuwe inkoopstrategie en daarop volgend nieuwe contracten voor verblijf en hoogspecialistische behandeling. Dit is inmiddels met een jaar verlengd tot 1 januari 2021. De prognose 2020 is gebaseerd op de bevoorschotting 2020 plus eventuele bijbetaling indien de maximum bandbreedte wordt overschreden. De kosten 2020 kunnen uiteindelijk hoger uitvallen door instroom, waardoor de bandbreedte mogelijk worden overschreden, waardoor de gemeente nog moet bijbetalen over 2020. Er is nog geen rekening gehouden met inkomsten doordat andere regiogemeenten de bandbreedte hebben overschreden, omdat deze informatie niet regiobreed in beeld is. Trend voorzieningen variant B (alleen ZIN) – behandeling en verblijf (1-1-2019 t/m 30-9-2020)
In de trendlijn B-variant hebben we de 2 belangrijkste zorgproducten opgenomen namelijk behandeling en verblijf.
29
Zorgzwaarte binnen B-variant (alleen ZIN) Behandeling B-variant (1-1-2019 t/m 30-9-2020)
Verblijf B-variant (1-1-2019 t/m 30-9-2020)
In de loop van 2019 en 2020 zien we bij behandeling een daling van zware en middelzware behandelproducten. In het derde kwartaal 2020 stijgen de zware producten en dalen de middelzware producten.
In de loop van 2019 en 2020 zien we bij verblijf een stijging van de lichte producten en een daling van de zware producten. In het derde kwartaal 2020 stijgen de zware producten en dalen de lichte verblijfsproducten (pleegzorg).
In bovenstaande grafiek brengen we voor de twee belangrijkste producten binnen variant B de trend in beeld. Opvallend is de daling van het aantal voorzieningen behandeling in de loop van 2019. Op blz. 8 is een toelichting op de dalende lijn van verwijzingen door huisartsen beschreven, waarbij de pilot “samenwerking met de huisartsen” wordt toegelicht. In 2019 is het effect van de pilot goed zichtbaar. Naast dat het aantal behandeltrajecten bij de Bvariantaanbieders een sterk dalende lijn laat zien, zien we eveneens een dalende lijn van de huisarts als verwijzer naar geïndiceerde zorg. Dit heeft twee verklaringen: 1. de GZ-psycholoog vangt veel gespecialiseerde behandeling en andere vormen van ge-indiceerde jeugdzorg af; 2. de samenwerking tussen de huisartsen, de GZ-psycholoog en het Sociaal Team Laarbeek (team Jeugd) is enorm verbeterd. Inwoners worden door de huisarts sneller doorverwezen naar het Sociaal Team in plaats van naar geïndiceerde aanbieders.
30
Jeugd – Jeugdzorgplus
Zorgkosten Jeugd Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
prognose 2020
begroting 2020
Jeugdzorgplus
235.000
141.000
18.000
97.000
48.000
resultaat uitgaven zorg2020 periode vs 2019 2020 -49.000 -79.000
prognose 2021
100.000
Jeugdzorgplus is een vorm van gesloten jeugdhulp die wordt geboden aan kinderen en jongeren die niet bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening. Zonder behandeling vormen zij een risico voor zichzelf of hun omgeving. Een verzoek tot Jeugdzorgplus kan worden ingediend door een gemeente, de Raad voor de Kinderbescherming, een gecertificeerde instelling of de Officier van Justitie. De kinderrechter beslist of een jongere Jeugdzorgplus nodig heeft. Als dat zo is, legt de rechter een civiele maatregel op en spreekt de ‘machtiging gesloten jeugdhulp’ uit. Een kinderrechter kan ook een ‘voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp’ verlenen waarin voorwaarden staan. Als de jongere zich aan de voorwaarden houdt, hoeft hij of zij niet (terug) naar de Jeugdzorgplus instelling. De kosten 2020 zijn gebaseerd op het aantal zorgdagen (bron: management informatie van de regio) maal het dagtarief van € 411,29. Daarnaast draagt de gemeente bij aan de beschikbaarheidsfinanciering van het aantal bedden en voor voogdijplaatsingen. Er is in 2020 één kind in zorg bij Jeugdzorgplus.
31
Jeugd - JB/JR
Zorgkosten Jeugd Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
prognose 2020
begroting 2020
Jb/JR
308.000
282.000
272.000
260.000
291.000
resultaat uitgaven zorg2020 periode vs 2019 2020 31.000 12.000
prognose 2021
268.000
De kosten van Jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn gebaseerd op het aantal kinderen met een maatregel in 2019 maal het tarief 2020. Daarnaast zijn de kosten 2020 opgenomen van JB/JR van niet gecontracteerde GI’s 2020.
Jeugd- Overig
Zorgkosten Jeugd overig Laarbeek 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0 Variant A
Variant B
uitgaven 2017
uitgaven 2018
prognose 2020
prognose 2021
Jeugd - Overig Laarbeek
Veilig Thuis (AMK) Spoed4Jeugd (SEZ) Regionale inkoop jeugd Totaal Overig
Overig uitgaven 2019
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
prognose 2020
begroting 2020
43.000 10.000 13.000 66.000
107.000 10.000 10.000 127.000
111.000 10.000 21.000 142.000
123.000 10.000 21.000 154.000
115.000 10.000 9.000 134.000
resultaat uitgaven zorg2020 periode vs 2019 2020 -8.000 -12.000 0 0 -12.000 0 -20.000 -12.000
prognose 2021
127.000 10.000 22.000 159.000
De kosten van Veilig thuis en Spoedeisende zorg zijn gebaseerd op de afgesproken verdeling van de middelen 2020. De regionale inkoop jeugd betreft zowel in regioverband met de 21 gemeenten (Eindhoven) als in regioverband 10 voor de jeugd (Helmond, Peelgemeenten en Dommelvallei+). In de 2e begrotingswijziging 20 van de GR Peelgemeenten wordt voorgesteld om de regionale inkoopkosten Jeugd over te hevelen naar de uitvoeringskosten van de GR. Het betreft immers geen zorgkosten, maar 32
uitvoeringskosten. Deze wijziging ligt nog ter zienswijze voor aan de gemeenteraad, waarna deze na verwerking van de zienswijzen door het DB, in het AB van november 2020 kan worden vastgesteld. Zodra de begrotingswijziging definitief is, zullen de kosten worden overgeheveld vanuit zorgkosten naar uitvoeringskosten, en wordt dit verrekend met de gemeente. Mocht een gemeente (een deel van) deze kosten lokaal hebben gemaakt, wordt dit verrekend met de bijdrage in de uitvoeringskosten, zodat een gemeente deze inkoopkosten slechts één keer hoeft te betalen.
33
2.6 Zorgkosten BMS 2020
Zorgkosten BMS Laarbeek 200.000 150.000
100.000 50.000
0 Bijzondere bijstand
Individuele Maatschappelijke Maatwerkregeling Inkomens Toeslag participatie
uitgaven 2017
uitgaven 2018
prognose 2020
prognose 2021
uitgaven 2019
BMS gemeente Laarbeek
uitgaven 2017
uitgaven 2018
uitgaven 2019
Bijzondere bijstand Individuele Inkomens Toeslag kosten buiten invordering Maatschappelijke participatie Maatwerkregeling Kosten SDV Stelpost BMS Totaal BMS
168.000
176.000
168.000
42.000
54.000
56.000
55.000
57.000
2.000
1.000
55.000
11.000
25.000
0
-25.000
-14.000
25.000
50.000 132.000 2.000 0 419.000
50.000 145.000 4.000 0 418.000
51.000 137.000 0 0 372.000
1.000 -8.000 -4.000 0 -46.000
0 -13.000 -2.000 0 1.000
50.000 145.000 4.000 0 418.000
48.000 91.000 1.000 0 350.000
65.000 125.000 2.000 0 422.000
prognose begroting resultaat uitgaven 2020 2020 zorg2020 periode vs 2019 2020 139.000 127.000 -12.000 29.000
prognose 2021
139.000
34
2.7 Prognose q3 rapportage versus prognose o.b.v. jaarrapportage 2019 Zorgkosten 2020 gemeente Laarbeek
prognose prognose 2020 2021 Q3 Q3
prognose prognose 2020 2021 Q2 Q2
Wmo Jeugd BMS Totaal Laarbeek
2.586.000 4.125.000 418.000 7.129.000
2.721.000 4.151.000 388.000 7.260.000
3.106.000 4.211.000 418.000 7.735.000
prognose prognose 2020 2021 jaarrap2019 jaarrap2019
3.107.000 4.225.000 388.000 7.720.000
3.433.000 4.268.000 419.000 8.120.000
3.764.000 4.375.000 419.000 8.558.000
prognose prognose 2020 2021 verschil verschil Q3 tov Q2 Q3 tov Q2 135.000 1.000 26.000 14.000 -30.000 -30.000 131.000 -15.000
In de q3 rapportage wordt zowel een prognose voor 2020 afgegeven, als een prognose 2021. Uit bovenstaand overzicht wordt duidelijk wat de mutaties zijn van de prognose bij de q3 rapportage ten opzichte van de prognose die is opgesteld op basis van de jaarrapportage 2019. We korten in het vervolg de prognose bij de q3 rapportage af naar prognose q3. De prognose op basis van de jaarrapportage 2019 korten we af naar prognose jr19. Ten opzichte van de prognose in q2, is de prognose q3 € 131.000 lager in 2020. De uitgaven in 2021 stijgen met € 15.000. We zien dus voor Laarbeek een aanzienlijke daling van de kosten. Wij proberen in het vervolg van deze paragraaf te duiden hoe deze verschillen verklaard kunnen worden. Allereerst presenteren we een overzicht waarin de aannames zijn opgenomen. Een donkere kleuring van het veld geeft aan dat deze gewijzigd is in de q2 rapportage. Ten opzichte van de q2 rapportage zijn de indexcijfers voor begeleiding aangepast van 3,25% naar 2,99%. prognose obv q3 rapportage 2020 2021 Uitgangspunten prognose 2020 / 2021 Laarbeek
Wmo Hulp bij het huishouden Wmo Begeleiding Wmo Overige voorzieningen - collectief vervoer Wmo Overige voorzieningen - rolstoelen Wmo Overige voorzieningen - vervoer Wmo Overige voorzieningen - woonvoorzieningen Jeugd Bms
indexering
prognose obv q2 rapportage 2020 2021
gemiddelde gemidde gemiddelde indexerin groei indexering lde groei groei kosten g kosten kosten
prognose obv jaarrapportage 2020 2021
indexerin g
indexering
gemiddelde groei kosten
indexering
gemiddelde groei kosten
2,54% 2,54%
2,00% 5,00%
9,10% 2,99%
2,00% 10,00%
2,54% 2,54%
2,00% 0,00%
9,10% 3,24%
2,54% 2,54%
2,00% 2,50%
10,00% 2,54%
2,00% 2,50%
6,70%
0,00%
2,80%
0,00%
6,70%
0,00%
2,80%
6,70%
0,00%
2,80%
0,00%
2,60%
1,00%
2,60%
1,00%
2,60%
1,00%
2,60%
2,60%
1,00%
2,60%
1,00%
2,60%
0,00%
2,60%
0,00%
2,60%
0,00%
2,60%
2,60%
0,00%
2,60%
0,00%
2,60%
10,00%
2,60%
10,00%
2,60%
10,00%
2,60%
2,60%
10,00%
2,60%
10,00%
2,54% 0,00%
* 0,00%
2,99% 0,00%
0,00% 0,00%
2,54% 0,00%
* 0,00%
3,24% 0,00%
2,54% 0,00%
0,00% 0,00%
2,54% 0,00%
0,00% 0,00%
Vervolgens zullen we per onderdeel op hoofdlijnen inzichtelijk maken wat de oorzaak is van de verschillen in de prognose 2020, naast bovengenoemde wijzigingen op de aannames. De basis voor de prognose 2021 wordt gevormd door de prognose 2020. Een wijziging van de prognose 2020 heeft dus in principe direct effect voor de prognose 2021. In onderstaande uitwerking zullen wij de afwijking van prognose 2021 slechts toeIichten indien er andere oorzaken zijn van de afwijking. Ook als de prognose 2020 geen basis vormt voor de prognose 2021 wordt dit toegelicht.
35
Wmo Wmo gemeente Laarbeek
prognose prognose 2020 2021 Q3 Q3
prognose prognose 2020 2021 Q2 Q2
Hulp bij het huishouden Begeleiding Overige voorzieningen Totaal Wmo
1.043.000 978.000 565.000 2.586.000
1.067.000 967.000 687.000 2.721.000
1.175.000 1.138.000 793.000 3.106.000
1.198.000 1.109.000 800.000 3.107.000
prognose prognose 2020 2021 jaarrap2019 jaarrap2019 1.173.000 1.386.000 874.000 3.433.000
1.341.000 1.492.000 931.000 3.764.000
prognose prognose 2020 2021 verschil verschil Q3 tov Q2 Q3 tov Q2 24.000 -11.000 122.000 135.000
23.000 -29.000 7.000 1.000
De kosten in 2020 van Wmo zijn in de prognose q3 ten opzichte van de prognose q2 € 135.000 gedaald. Deze daling is te zien bij hulp bij het huishouden en de overige voorzieningen. Bij begeleiding is een lichte stijging zichtbaar.
Wmo - Hulp bij huishouden De kosten van hulp bij het huishouden 2020 zijn in prognose q2 ten opzichte van de prognose q3 met € 24.000 gedaald. Dit wordt veroorzaakt door een trendbreuk in de lijn van de groei van aantallen ho die al inzet in het laatste kwartaal van 2019 en die doorzet in 2020 vanwege corona. We zien de trendbreuk vanaf 2020 niet alleen bij Laarbeek, maar ook bij alle andere Peelgemeenten. We hadden in 2020 een kosten ontwikkeling vanwege autonome groei verwacht van 2%. Op basis van de realisatie t/m het 3e kwartaal is de verwachting dat het aantal voorzieningen hulp bij het huishouden echter niet zal stijgen maar stabiel blijft. In de berekening voor het laatste kwartaal van 2020 is overigens rekening gehouden met een kostenstijging van 2%. Omdat de aantallen gedaald zijn komt dit effect hiervan niet tot uiting in verhoging van de kosten. De prognose 2021 is berekend op basis van de aangepaste prognose 2020, vermeerderd met de verwachte kostenontwikkeling vanwege groei van aantal voorzieningen en vermeerderd met de verwachte indexatie 2021. Ten opzichte van prognose jr19 is de indexering 2021 bijgesteld van 10% naar 9,1% op basis van de te verwachten prijsontwikkeling voor hulp bij het huishouden.
Wmo – Begeleiding De kosten van Wmo begeleiding zijn in prognose q3 ten opzichte van de prognose q3 met € 11.000 gestegen. Dit is een lichte stijging ten opzichte van het vorig kwartaal en is gelegen in het feit dat de verzilveringspercentages de afgelopen maanden weer iets meer op niveau zijn gekomen. In de eerdere prognose over jr19 was ten onrechte geen rekening gehouden met de daling van het aantal voorzieningen begeleiding in de tweede helft van 2019. We hebben voor de prognose jr19 gerekend op basis van kosten 2019 plus indexering. Aangezien er in 2019 een sterke daling van het aantal voorzieningen heeft plaatsgevonden, is het uitgangspunt kosten 2019 niet terecht geweest. De daling van het aantal voorzieningen in de tweede helft van 2019 heeft vooral financieel effect in 2020. (Een beschikking die per 1 november 2019 eindigt leidt in 2019 tot 10 maanden kosten, in 2020 zijn de kosten nihil). De prognose q2 2020 is gebaseerd op de in 2020 actieve indicaties en is hierdoor lager dan de prognose jr19. De prognose 2021 (q3) is berekend op basis van de aangepaste prognose 2020, vermeerderd met de verwachte kostenontwikkeling vanwege groei van aantal voorzieningen en vermeerderd met de verwachte indexatie 2021. Ten opzichte van prognose jr19 is de indexering 2021 bijgesteld van 2,54% naar 3,24% op basis van de inmiddels gepubliceerde ova prijsindexcijfer voor 2021.
Wmo – Overige voorzieningen De kosten van Wmo Overige voorzieningen zijn in prognose q3 ten opzichte van de prognose q2 met € 122.000 gestegen. Dit effect is minimaal op zowel rolstoelen en woonvoorzieningen. Het effect is zichtbaar op collectief vervoer. De corona uitbetaling van collectief vervoer is niet door Peelgemeenten maar door Laarbeek zelf betaald en is dus niet in de prognose 2020 is opgenomen. Door corona is er in 2020 wat minder gebruik gemaakt van de overige voorzieningen.
36
De prognose 2021 is berekend op basis van de aangepaste prognose 2020, vermeerderd met de verwachte kostenontwikkeling vanwege groei van aantal voorzieningen en vermeerderd met de verwachte indexatie 2021.
Jeugd Zorgkosten Jeugd Laarbeek
prognose prognose 2020 2021 Q3 Q3
prognose prognose 2020 2021 Q2 Q2
Variant A Variant B Jeugdzorgplus Jb/JR Overig Totaal jeugd
2.005.000 1.609.000 97.000 260.000 154.000 4.125.000
2.088.000 1.554.000 96.000 259.000 154.000 4.151.000
2.027.000 1.657.000 100.000 268.000 159.000 4.211.000
2.095.000 1.604.000 99.000 267.000 160.000 4.225.000
prognose prognose 2020 2021 jaarrap2019 jaarrap2019 2.217.000 1.470.000 137.000 279.000 165.000 4.268.000
2.273.000 1.507.000 140.000 286.000 169.000 4.375.000
prognose prognose 2020 2021 verschil verschil Q3 tov Q2 Q3 tov Q2 83.000 68.000 -55.000 -53.000 -1.000 -1.000 -1.000 -1.000 0 1.000 26.000 14.000
De kosten in 2020 van Jeugd zijn ten opzichte van prognose q2 met € 26.000 gedaald. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de Variant A. Hiertegenover staat een stijging op Variant B.
Jeugd – Variant A De kosten in 2020 van Jeugd Variant A zijn in q3 gedaald door lagere kosten begeleiding en behandeling (€83.000). Met ingang van 2020 worden deze producten op basis van uren per beschikking geïndiceerd. Na analyse van de beschikkingen versus betalingen tot en met 1 juli constateren we dat er verzilveringspercentages zijn van 80% voor begeleiding en 70% voor behandeling. Dat was in de q2 rapportage nog niet geconstateerd waardoor er een te hoge prognose was opgenomen in de q2 rapportage.
Jeugd – Variant B De kosten in 2020 zijn ten opzichte van de prognose Q2 met € 55.000 gestegen. Dit wordt veroorzaakt door overschrijding van de maximum bandbreedte bij aanbieders. Tot en met het derde kwartaal wordt de bandbreedte bij drie aanbieders overschreden, waardoor € 139.000 bijbetaald moet worden.
Jeugd – Jeugdzorgplus De kosten zijn nagenoeg gelijk aan Q2.
Jeugd – JB/JR De kosten zijn nagenoeg gelijk aan Q2.
Jeugd – Overig De kosten zijn gelijk aan Q2.
BMS BMS gemeente Laarbeek
Bijzondere bijstand Individuele Inkomens Toeslag kosten buiten invordering Maatschappelijke participatie Maatwerkregeling Kosten SDV Totaal BMS
prognose 2020 Q3
prognose 2021 Q3
prognose 2020 Q2
prognose 2021 Q2
prognose 2020 jaarrap2019
prognose 2021 jaarrap2019 168.000
prognose 2020 verschil Q3 tov Q2 10.000
prognose 2021 verschil Q3 tov Q2 10.000
139.000
139.000
149.000
149.000
168.000
55.000 25.000
55.000 25.000
49.000 12.000
49.000 12.000
56.000 11.000
56.000 11.000
-6.000 -13.000
-6.000 -13.000
50.000 145.000 4.000 418.000
50.000 145.000 4.000 418.000
41.000 133.000 4.000 388.000
41.000 133.000 4.000 388.000
50.000 132.000 2.000 419.000
50.000 132.000 2.000 419.000
-9.000 -12.000 0 -30.000
-9.000 -12.000 0 -30.000
De kosten in 2020 van BMS zijn in prognose q3 ten opzichte van de prognose q2 met € 30.000 gestegen. Deze stijging wordt veroorzaakt door een beperkte stijging op diverse posten. De post bijzondere bijstand laat daarentegen in het 3e kwartaal een daling zien.