18 20220127 RIB Bijlage Arbeidsmigrantenbeleidversie2.pdf
Tekst van het document
De initiatiefnemer dient rekening te houden met de wettelijke kosten voor gemeentelijke medewerking/ dienstverlening welke worden doorberekend in geval van planologische besluitvorming, zoals een wijziging van het bestemmingsplan of een aanvraag van een omgevingsvergunning. 11. Vergunningen worden verstrekt voor 10 jaar met een verlengingsmogelijkheid van telkens 5 jaar. 12. Er mogen geen aanvullende dagelijkse voorzieningen zoals een winkel of horeca bij de locatie worden gerealiseerd. 13. Het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten in de groenblauwe mantel1 is uitgesloten. 14. Er mogen maximaal 150 slaapplaatsen op één locatie gerealiseerd worden, passend bij het dorpse karakter van Laarbeek. Als maatwerk kunnen slaapplaatsen worden toegevoegd indien een locatie gedurende 2 jaar goed functioneert. Dit tot een maximum van 300 slaapplaatsen per locatie en enkel als op dat moment er nog kwantitatieve uitbreiding noodzakelijk is. § 2 Specifieke eisen t.a.v. locaties
1
Interim Omgevingsverordening Groenblauwe mantel, Provincie Noord-Brabant 2021
1. Binnen stedelijk2 gebied mag huisvesting alleen plaatsvinden: • op bedrijventerreinen waar wonen al wordt toegestaan, ‘Bemmer IV’ en ‘De Stater’ zijn uitgesloten. • Op locaties die in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant aangeduid zijn als “Verstedelijking afweegbaar”. Voorwaarde voor de locaties binnen stedelijk gebied is dat voorzieningen zoals een supermarkt op acceptabele loopafstand liggen (maximaal 1500 meter). Als voorzieningen op meer dan 1500 meter afstand liggen moet de initiatiefnemer een werkbare oplossing hebben om de bewoners in de dagelijkse behoefte te voorzien, bijvoorbeeld door te werken met bezorging of vervoer. 2. Buiten de bebouwde kom mag huisvesting plaatsvinden: • in bestaande bedrijfsbestemmingen (waaronder agrarische bestemmingen) op het terrein van de werkgever waar de arbeidsmigrant werkzaam is of aanpalende terreinen. Ook vrijkomende agrarische bebouwing (VAB-locaties) en bedrijfswoningen mogen hiervoor worden gebruikt. De huisvesting dient binnen het bestemmingsvlak te worden gecreëerd. Samenwerking tussen werkgevers en/of werkgevers en huisvesters is daarbij mogelijk. Zo kunnen ze bijvoorbeeld ook huisvesting bieden aan collega-ondernemers. 3. Maatwerk is mogelijk: a.
Binnen stedelijk gebied in leegstaande bedrijfswoningen, bedrijfsgebouwen en andere nietwoningen op locaties waar wonen niet de dominante functie is en waar niet ingezet wordt op behoud van de publiek aantrekkende centrumfunctie3. Kamerbewoning4 in bestaande gebouwen die voor reguliere bewoning bestemd zijn is niet toegestaan. b. In het buitengebied in VAB-locaties, in bedrijfswoningen, bedrijfsgebouwen en andere nietwoningen los van de werklocatie, mits voorzieningen zoals een supermarkt op acceptabele loopafstand liggen (maximaal 1500 meter). De huisvesting dient binnen het bestemmingsvlak te worden gecreëerd. c. Onder voorbehoud van instemming door de Provincie Noord-Brabant op locaties in de groenblauwe mantel indien er aantoonbaar geen geschikte locatie buiten de groenblauwe mantel is. Voorwaarde voor de maatwerklocaties is dat voorzieningen zoals een supermarkt op acceptabele loopafstand liggen (maximaal 1500 meter). Als voorzieningen op meer dan 1500 meter afstand liggen moet de initiatiefnemer een werkbare oplossing hebben om de bewoners in de dagelijkse behoefte te voorzien, bijvoorbeeld door te werken met bezorging of vervoer.
§ 3 Specifieke eisen t.a.v. beheer en omgeving 1. De initiatiefnemer/eigenaar is verantwoordelijk voor het beheer. Hij/zij dient een beheerplan op te stellen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe hij of zij de huisvestingslocaties adequaat denkt te kunnen beheren en onderhouden. Hiertoe dient te worden voorzien in een bewonershandboek en/of huisvestingsreglement, uitleg van wijze van informatievoorziening aan bewoners en werkwijze bij beëindiging van dienstverband van huurder. 2. Bij huisvestingslocaties met meer dan 10 slaapplekken dient er toezicht te zijn door middel van een conciërge/beheerder die binnen 10 minuten op de locatie aanwezig kan zijn. Bewoners en 2
Woongebieden en bedrijventerreinen binnen de bebouwde kom, niet zijnde buitengebied. Zie Afwegingskader woningsplitsing en transformatie in kernen, Gemeente Laarbeek 2021. 4 Kamerverhuur is de verhuur van onzelfstandige woonruimte. Onzelfstandige woonruimte is een woonruimte die geen eigen toegang heeft (geen eigen voordeur) of die niet op zichzelf kan functioneren als woning. 3
3.
4. 5.
6.
omwonenden moeten bij calamiteiten bij geclusterde voorzieningen 24/7 beroep kunnen doen op een beheerder. Ook dient te worden aangegeven op welke wijze de toezichthouder bereikbaar is voor bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden. Bij huisvestingslocaties met meer dan 60 slaapplekken dient er toezicht te zijn door middel van een conciërge/beheerder die permanent aanwezig is op de locatie. Ook dient te worden aangegeven op welke wijze de toezichthouder bereikbaar is voor bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden. Het college dient in te stemmen met de wijze waarop het beheer wordt geregeld. Voorafgaand aan de realisatie van geclusterde huisvesting moet een omgevingsdialoog worden uitgevoerd, waarin de initiatiefnemer uitlegt hoe op de huisvestingslocatie de belangen van omwonenden gewaarborgd blijven en de woonvoorziening en het beheerplan worden toegelicht. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor deze omgevingsdialoog. De initiatiefnemer dient omwonenden en andere belanghebbenden te informeren over het initiatief en uit te nodigen voor een dialoog. Van deze bijeenkomst dient een verslag te worden gemaakt. Dit verslag dient bij de aanvraag te worden toegevoegd. De uitslag hiervan kan worden meegewogen in de gemeentelijke besluitvorming.
De beheerder dient een actueel locatieregister dan wel nachtregister bij te houden, conform de Algemene Plaatselijke Verordening artikel 2.38 en de SNF-norm. Bij verblijf langer dan 3 maanden dient de beheerder de bewoner te wijzen op de plicht zich te registeren in het BRP. Indien de gemeente Laarbeek overgaat tot het innen van verblijfsbelasting zal huisvester verblijfsbelasting moeten afdragen voor de arbeidsmigranten die niet ingeschreven staan in het BRP.
§ 4 Specifieke eisen t.a.v. kwaliteit woonvoorzieningen Alle huisvesting voor arbeidsmigranten dient minimaal te voldoen aan de kwaliteitsnorm Stichting Normering Flexwonen (SNF) dan wel een nieuwe landelijke vastgestelde normering ter vervanging van de SNF-norm. 1. De huisvesting moet voldoen aan eisen uit het Bouwbesluit 2012 (onder meer brandveilig gebruik). 2. Huisvesting van arbeidsmigranten mag niet plaatsvinden in caravans of andere tijdelijke mobiele huisvestingsvoorzieningen. Units/modulaire bouw zijn onder voorwaarde van een degelijke kwalitatieve uitstraling wel toegestaan. Het college beoordeelt de kwalitatieve uitstraling. 3. Slaapplaatsen mogen niet per etmaal aan twee verschillende huurders worden verhuurd (dag- en nachtploeg). 4. Alle nieuwe huisvesting voor arbeidsmigranten kennen een ondergrens van 15m2 gebruiksoppervlak5 per persoon met minimaal 3,5 m2 vloeroppervlakte in het slaapvertrek per persoon en voldoen aan de norm van maximaal 2 personen per slaapkamer. Er dient enige vorm van privacy te zijn rondom elk bed. Het streven is 1 persoon per slaapkamer. 5. Per 8 personen dient er minimaal één toilet en douche te zijn. 6. Parkeren moet worden opgelost op eigen terrein conform de geldende parkeernormen.
Als parkeren op eigen terrein niet mogelijk is, moet in overleg met de gemeente binnen de geldende regelgeving (bestemmingsplan) worden gekeken of er een andere oplossing kan worden gevonden voor parkeren. Daarover kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt. 7. De locatie moet stedenbouwkundig en landschappelijk kwalitatief ingepast zijn in de omgeving. De uitstraling dient hoogwaardig te zijn, de bouwlagen (bij nieuwbouw) niet in afwijking van de omgeving. Naar gelang de verhouding tussen het aantal inwoners in de directe omgeving en het aantal slaapplaatsen dient de projectlocatie fysiek afgescheiden te zijn van de omliggende percelen. 5
Het gebruiksoppervlak is de oppervlakte waarvoor wordt ingeschat dat deze nuttig gebruikt kan worden. De beleidsregel volgt de definitie en meetwijze van SNF.
§ 5 Afwijkingsbevoegdheid college/ hardheidsclausule Het college kan afwijken van dit beleidskader, als strikte toepassing hiervan tot onevenredige benadeling leidt van degene die huisvesting van arbeidsmigranten aanvraagt. Hierbij moeten de belangen van omwonenden en omliggende bedrijven in ieder geval in voldoende mate gewaarborgd worden. Hierbij moet ook worden voldaan aan de voorwaarden t.a.v. beheer en omgeving en kwaliteitseisen aan de woonvoorzieningen die in dit beleidskader zijn gesteld. Indien het maatwerkmogelijkheden met betrekking tot het aantal slaapplekken of de locatie betreft, zoals beschreven in paragraaf 1 en 2, zal het college dit ter besluitvorming voorleggen aan de gemeenteraad. Initiatieven met meer dan 30 slaapplaatsen per locatie worden altijd voorgelegd aan de gemeenteraad ter besluitvorming. § 6 Slotbepalingen 1 Inwerkingtreding en intrekking oude beleidsregel Het ‘Beleidskader Huisvesting Arbeidsmigranten 2022’ treedt in werking daags na de bekendmaking. 2 Overgangsbepalingen Voor aanvragen omgevingsvergunningen die (mede) betrekking hebben op het huisvesten van arbeidsmigranten, die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van het ‘Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten 2022’ en waar nog niet op is beslist worden op voorhand getoetst aan dit beleidskader (ex nunc).
3 Citeertitel Dit beleid wordt aangehaald als het ‘Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Laarbeek 2022’.