1620251002 Raadsvoorstel Kaders Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost
Tekst van het document
Zaaknummer:
23331-2025
Documentnummer:
23331-2025:981814
Raadsvergadering d.d. 2 oktober 2025
Aan de raad, Onderwerp Kaders Regionaal bedrijventerrein Brainport Oost Portefeuillehouder R.A.G. van den Berkmortel Beslispunten 1.
De in dit voorstel geformuleerde kaders ten behoeve van de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost vast te stellen.
2.
Het college van B&W de opdracht te geven om aan deze kaders in regionaal verband invulling te geven en de gemeenteraad periodiek te informeren en daartoe de benodigde raadsinformatiebrieven en eventuele raadsbesluiten aan te dragen.
Samenvatting Tegelijkertijd met het aanbieden van de ontwerp gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’ worden de kaders voor de ontwikkeling van het Regionale Bedrijventerrein Brainport-Oost (RBT BO) besproken. De kaders geven richting aan de realisatie van het RBT BO. Het RBT BO wordt een toekomstbestendig bedrijventerrein. Dit houdt onder andere in dat het terrein een bijdrage moet leveren aan de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid van de regio. Tevens moet het terrein een bijdrage leveren aan de energietransitie en klimaat adaptief zijn. Het moet een gezonde en groene werkomgeving bieden en inzetten op duurzame mobiliteit. Een hoge organisatiegraad (collectiviteit) is belangrijk. Uw raad wordt gevraagd om kaders vast te stellen voor deze regionale ontwikkeling. Met deze kaders kunnen de colleges en raden van de toekomstige deelnemers aan de GR een goed besluit nemen over deelname aan de GR. Aanleiding De gemeenten binnen de regio’s De Peel en het Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) hebben al jaren geleden geconstateerd dat er behoefte is aan een uitbreidingslocatie voor economische groei binnen de Brainportregio. Deze ambitie komt voort uit de noodzaak om ruimte te bieden voor innovatieve bedrijven en hoogwaardige werkgelegenheid in de regio.
De uitbreidingslocatie moet vestigingsruimte geven aan Brainport gerelateerde bedrijven en bedrijven die passen bij de economische structuur van De Peel. Eind vorig jaar is de Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven (MRE) door de raden vastgesteld. Hierin is nadrukkelijk aangegeven dat de MRE een krachtige regio is die nationaal én internationaal bekendstaat om haar voorlopers rol op het gebied van technologische innovaties. Duidelijk is dat er te weinig ruimte is om alle bedrijvigheid die zich in de regio wil vestigen een plek te bieden en tegelijkertijd bestaande bedrijvigheid te laten groeien. De regio zet dan
Zaaknummer:
23331-2025
Documentnummer:
23331-2025:981814
ook in op selectieve groei. Door een economisch profiel te kiezen worden bestaande, succesvolle ecosystemen benut en wordt synergie tussen bedrijven in de regio bevorderd. Het RBT BO richt zich op het huisvesten van bedrijven vallend binnen het werkmilieu grootschalige productie (groter dan 1 hectare en milieucategorie 2 t/m 4) met aanvullend ruimte voor het werkmilieu grootschalige logistiek (groter dan 3 hectare). Duidelijk is wel dat sprake moet zijn van Brainport gerelateerde bedrijven. De basis van het profiel bestaat uit de reeds aanwezige bedrijven in de directe omgeving in Zuidoost-Brabant die willen uitbreiden en verplaatsen. Dit sluit aan op het ‘makersdistrict’ van Zuidoost-Brabant wat de Peel is: een gebied met een omvangrijk en gevarieerd cluster aan praktisch ingestelde maakbedrijven, met bijzondere accenten op foodtech en automotive. Het gros van deze bedrijven is direct of indirect verbonden aan het hightech ecosysteem van de Brainport en daarmee ook essentieel voor haar economisch succes. Deze vraag komt van reeds in de regio gevestigde bedrijven (o.a. automotive, agro- en food sector), maar nadrukkelijk ook van bedrijven van buiten de regio die van meerwaarde zijn voor het Brainport ecosysteem, zoals beschreven in de door de raden vastgestelde Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven.
Wat er al gedaan is Voor het RBT BO zijn een stuurgroep, een projectorganisatie en een tijdelijke financiering opgezet. Ook is er een locatiestudie uitgevoerd met een longlist en een shortlist. Voor de voorkeurslocatie is op basis van een voorlopige ruimtelijke verkenning en principeschetsen (bijlage 1) een financiële haalbaarheidsberekening gemaakt. Eind 2023 vestigden de gemeenten Helmond en Someren het voorkeursrecht. Op 23 mei 2024 ondertekenden de gemeenten Helmond, Someren, Deurne, Asten, Gemert-Bakel en Laarbeek het “Convenant Bedrijventerrein Brainport-Oost, Peelgemeenten”. In dit convenant spraken de partners af om samen een regionaal bedrijventerrein te ontwikkelen en de financiële risico's te delen bij de aan- en verkoop koop van gronden in het kader van het voorkeursrecht. Uw college besloot op 25 februari 2025, samen met de colleges van de convenantpartners om de uitgangspunten vast te stellen en de intentie tot deelname aan de op te richten Gemeenschappelijke Regeling RBT Brainport-Oost te bevestigen. Uw raad werd hierover geïnformeerd per raadsinformatiebrief. Op basis hiervan is een Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling (GR) ontwikkeld. Dit ontwerp wordt voor wensen en bedenkingen gelijktijdig aangeboden in een separaat voorstel.
Beoogd effect Het doel van de besluitvorming is: - Inzicht geven in de tot nog toe gezette stappen, onderzoeken en besluiten; - De betrokken raden, vanuit hun kader stellende verantwoordelijkheid, dezelfde kaders te laten vaststellen voor de daadwerkelijke realisatie van het Regionale Bedrijventerrein Brainport-Oost; - Inzichtelijk maken wie voor welke stappen in het proces verantwoordelijk is, en in het bijzonder welke positie gemeenteraden hierin hebben. Met de vaststelling van de kaders zetten de raden van de beoogde deelnemers aan de GR een gezamenlijke koers en opdracht uit waaraan de projectorganisatie uitwerking zal geven in de te produceren documenten: •
Het ruimtelijk programma van eisen;
•
Het stedenbouwkundig ontwerp;
Zaaknummer:
23331-2025
Documentnummer:
23331-2025:981814
•
Het uitgifteproces;
•
De geactualiseerde grondexploitatieberekening.
Concepten van deze documenten delen we bij het definitieve GR-besluit (begin 2026). Zo kan er een beter onderbouwd en weloverwogen besluit genomen worden over deelname aan de GR RBT BO. Kaders 1. Financieel – een neutrale of positieve grondexploitatie; Het doel en daarmee ook het kader is dat de grondexploitatie van het bedrijventerrein op eindwaarde een neutraal of positief resultaat heeft. Meerdere aspecten die nog uitwerking vragen zijn van invloed op het uiteindelijke eindresultaat. Er wordt nadrukkelijk steun gezocht bij overige overheden, zoals het rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Eindhoven. Zo is er de inzet van de provincie om mee te doen aan het verkleinen van de financiële risico’s en de mogelijke onrendabele top van het RBT BO. Hiervoor wordt mogelijk de immunisatieportefeuille1 aangewend. 2. Ruimtelijk programma a. Type bedrijvigheid passend bij zowel De Peel als bij de SGE Het RBT BO is primair gericht op het huisvesten van grootschalige productiebedrijven (> 1 ha en milieucategorie 2 t/m 4) die Brainport gerelateerd zijn en die aansluiten bij de economische structuur en dynamiek van de regio’s SGE en De Peel. Daarnaast wordt, op basis van de door de raad vastgestelde Regionale visie werklocaties, gekeken of op het RBT BO ook ruimte geboden kan worden aan grootschalige logistieke bedrijven (> 3 ha) die nadrukkelijk Brainport gerelateerd moeten zijn.
Het gaat om het bieden van ruimte om aan de vraag te voldoen. Deze vraag komt van reeds in de regio gevestigde bedrijven (o.a. automotive, agro- en food sector), maar ook van bedrijven van buiten de regio die van meerwaarde zijn voor het Brainport ecosysteem, zoals beschreven in de door uw raad vastgestelde Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven. Met de komst van de Omgevingswet komen de tot nu toe gehanteerde milieu categorieën te vervallen. De in de nieuwe Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024 van de VNG beschreven nieuwe systematiek voor milieuzonering werkt niet meer met zones gekoppeld aan milieucategorieën en een Lijst van activiteiten met afstanden per activiteit. In plaats daarvan wordt gewerkt met zones met milieuwaarden die de gebruiksruimte per activiteit begrenzen, zónder een Lijst van activiteiten. Uitgangspunt blijft functiescheiding waar dat nodig is en het toepassen van inwaartse zonering binnen bedrijventerreinen en andere werkterreinen. Uitgangspunt voor de ontwikkeling van het RBT BO is inwaartse zonering. Bij inwaartse zonering worden afstanden bepaald vanaf woningen naar bedrijven. Het vertrekpunt van de afstandsbepaling zijn de woningen, en niet het bedrijventerrein zelf. Hoe hoger de milieucategorie van een bedrijf, hoe groter de afstand tot woningen moet zijn.
Dit zorgt ervoor dat de meest milieubelastende bedrijven verder van woningen gevestigd zijn, en zo de leefkwaliteit van de omgeving behouden wordt. b. Streven naar een Toekomstbestendig bedrijventerrein In de immunisatieportefeuille van de provincie Noord Brabant zitten de financiële middelen die de provincie heeft ontvangen bij de verkoop van Essent in 2009. Die middelen en/of rendement hiervan zet de provincie in om maatschappelijk te investeren. 1
Zaaknummer:
23331-2025
Documentnummer:
23331-2025:981814
Het RBT BO wordt een Toekomstbestendig Bedrijventerrein. Bij de concretisering hiervan sluiten we aan bij de Brainport Principes zoals beschreven in de Uitvoeringsagenda, zijnde een uitwerking van de reeds genoemde Visie Werklocaties: •
Passende beeldkwaliteit – we stellen eisen aan de kwaliteit van de op te richten bedrijfsgebouwen en omliggende ruimtes.
•
Duurzame werklocaties – werklocaties in de MRE lopen voorop op de thema’s duurzaam, gezond, bereikbaar en klimaat adaptief. Concreet betekent dit dat nieuwe terreinen zoveel mogelijk energieneutraal of energiepositief moeten zijn, dat ze indien mogelijk bijdragen aan de circulaire economie, voldoende groen en water herbergen, en op alle terreinen maatregelen zijn toegepast die de biodiversiteit bevorderen. Daarnaast dient de ov-potentie maximaal te worden benut op nieuwe locaties.
•
Georganiseerde werklocaties – bij nieuw te ontwikkelen locaties stellen we voorwaarden aan collectiviteit bijvoorbeeld in de vorm van verplicht parkmanagement.
c.
Robuuste landschap ecologische en cultuurhistorische inpassing
Een samenhangende structuur die landschappelijk en stedelijk gebied landschappelijk en cultuurhistorische verbindt is een belangrijk uitgangspunt. Bij het uiteindelijke ontwerp van het bedrijventerrein wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de waterbergingseisen, de huidige landschappelijke en ecologische kwaliteiten en een robuuste inpassing in de omgeving. Het groen en natuur wordt dan ook geschikt gemaakt voor extensief recreatief medegebruik, bijvoorbeeld voor het pauze-ommetje. d. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (acceptabele woon- en leefklimaat) rondom om het plangebied. We streven naar een goed woon- en werkklimaat. Dit vraagt om een goede landschappelijke inpassing van het terrein, van een goede verkeersafwikkeling die vooral sluipverkeer tegen gaat, maar ook dat we met de invulling van het terrein rekening houden met het voorkomen van hinder en overlast voor de omgeving. Dit laatste aspect heeft een directe relatie met het type bedrijven dat we wel en niet toestaan op het bedrijventerrein. Onder andere via zogenoemde inwaartse milieuzonering wordt daarnaast voorkomen dat omliggende woonwijken overlast gaan ondervinden van het bedrijventerrein c.q. van individuele bedrijven. e.
Ruimte voor huisvesting van arbeidsmigranten; Recentelijk bent u middels een RIB (15 april 2025) op de hoogte gesteld van het Regionale Afsprakenkader Arbeidsmigranten Regio De Peel dat door de colleges is vastgesteld. Hierin wordt duidelijk aangegeven dat er een directe relatie bestaat tussen de groei van bedrijvigheid in de regio en de aanwezigheid van arbeidsmigranten. Het is van belang om deze relatie mee te nemen in de ontwikkeling van het bedrijventerrein, om zo te waarborgen dat er voldoende huisvesting aanwezig is voor arbeidsmigranten. Op deze wijze zorgen we ervoor dat deze groep op een goede en kwalitatieve manier gehuisvest wordt, die ook passend is bij de vraag van deze doelgroep. Het faciliteren van huisvesting voor arbeidsmigranten, zowel binnen als buiten het plangebied, is daarmee een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het regionale bedrijventerrein. f.
Goede verkeersafwikkeling
Zaaknummer:
23331-2025
Documentnummer:
23331-2025:981814
Het beoogde bedrijventerrein is gelegen op korte afstand van de A67 en de kern Lierop. Bij de ontwikkeling van dit bedrijventerrein wordt aangesloten op het hoofdwegennet. De afwikkeling van verkeers- en vervoersstromen van en naar het RBT BO mag geen negatieve effecten hebben op de omliggende weginfrastructuur. Belangrijk is dan ook dat aangesloten wordt op de lopende studie Zuidelijke ontsluiting Helmond (Oostelijke Randweg), dat rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van het bedrijventerrein Varenschut-Noord in Helmond, dat ingrepen gepleegd worden om sluipverkeer, in en rond Lierop, te voorkomen en dat ingezet wordt op het stimuleren van andere vormen van vervoer zoals het OV en fietsverbindingen. 3. Samenhangende structuur met Varenschut Noord Ook dit te realiseren bedrijventerrein richt zich op het werkmilieu Grootschalige productie. Belangrijk is dat rekening gehouden wordt met stedenbouwkundige- en landschappelijke structuren, verkeers- en vervoerseffecten, milieueffecten en milieuzonering van dit nieuwe bedrijventerrein, dat aansluit op het gedeelte Varenschut behorend tot het RBT BO. 4. Een slanke, efficiënte en slagvaardige governance Voor de GR wordt een efficiënte en slagvaardige governance ingericht met een Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en projectorganisatie.
De gemeenteraden worden in positie gehouden door halfjaarlijkse rapportages (begroting, jaarrekening en grondexploitatie). De hybride projectorganisatie werkt voor alle GR-deelnemers en kan met medewerkers worden ingericht die voor de deelnemende gemeenten werken of extern worden ingehuurd. Daarnaast is er onderscheid tussen de reguliere organisatie, de ambtelijke begeleiding en specifieke thema’s. Hierbij wordt opgemerkt dat ook de interne uren vanuit de GR gefinancierd zullen worden. Dit leidt tot een projectorganisatie die bestaat uit:
•
Een directeur;
•
Een ambtelijk secretaris;
•
Een omgevingsmanager;
•
Ambtelijke ondersteuning (o.a. secretariaat, administratie);
•
Ambtelijke begeleidingsgroep, ingevuld met economie en of financiële medewerkers van de deelnemende gemeenten;
•
Een (ambtelijke) schil met RO-juristen, communicatie, omgevingsjuristen, planeconomie;
•
Projectschil uitvoering: civiel techniek, groen, water, directievoerder, toezichthouder;
•
Specifieke thema’s: Energie, Omgevingsrecht/milieu (stikstof, type bedrijvigheid, brandveiligheid), Beeldkwaliteit, Parkmanagement, Arbeidsmigranten. 5. Betrekken van gemeenteraden.
-
Controlerende taak: halfjaarlijks worden voor alle gemeenteraden tezamen (digitale) bijeenkomsten georganiseerd waarbij geïnformeerd/ gerapporteerd wordt over de voortgang, in het bijzonder over de hierboven geschetste kaders. Dat biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om zich goed te informeren en om hierna in de eigen gemeenteraad haar controlerende taak uit te voeren.
-
Besluitvormende taak: het zijn de gemeenteraden van Helmond en Someren die de omgevingsplannen vaststellen. De overige, deelnemende gemeenten worden in de gelegenheid gesteld eventuele zienswijzen kenbaar te maken.
Zaaknummer:
23331-2025
Documentnummer:
23331-2025:981814
6. Een transparante communicatie naar de omgeving toe. -
Voor de communicatie met stakeholders en omgeving (waaronder kern Lierop) wordt een communicatie-/ participatiestrategie opgesteld en uitgevoerd.
Beoogd effect en/of resultaat Doel van de besluitvorming is: -
Inzicht geven in de tot nog toe gezette stappen, onderzoeken en besluiten;
-
De betrokken raden, vanuit hun kader stellende verantwoordelijkheid, dezelfde kaders te laten vaststellen;
-
Inzichtelijk maken wie voor welke stappen in het proces verantwoordelijk is, en in het bijzonder welke positie gemeenteraden hierin hebben.
Met de vaststelling van de kaders zetten de raden van de beoogde deelnemers aan de GR een gezamenlijke koers en opdracht uit waaraan de projectorganisatie uitwerking zal geven in de te produceren documenten: •
Het ruimtelijk programma van eisen;
•
Het stedenbouwkundig ontwerp;
•
Het uitgifteproces;
•
De geactualiseerde grondexploitatieberekening.
Argumenten 1.1 Met het vaststellen van de kaders laat de raad actief hun invloed op de koers/ hoofdlijn voor het RBT BO gelden. De gestelde kaders worden door colleges en projectorganisatie opgevat als opdracht en randvoorwaarden waarbinnen het RBT BO moet worden uitgewerkt en uitgevoerd. De kaders bakenen het speelveld af en stelt de raad in staat om de vinger aan de pols te houden over het tempo en de wijze waarop het beoogde RBT BO wordt gerealiseerd. Goede kaders maken het voor de raad ook mogelijk politieke verantwoording af te leggen aan de samenleving over belangrijke politieke keuzes en prioriteiten. Kanttekeningen o.a. financiële, juridische, communicatieve en veiligheidsaspecten 1.1 Breed draagvlak gevraagd voor regionale ontwikkeling De kaders worden vastgesteld in de raden van de beoogde deelnemers en vormen daarmee een breed gezamenlijk draagvlak voor de verdere ontwikkeling van het RBT BO. Dit voorstel om de kaders voor het RBT BO vast te laten stellen door de raad geschiedt tegelijktijdig met een samenhangend voorstel om de ontwerp Gemeenschappelijke Regeling RBT BO aan te bieden aan de raad. Het is van belang dat alle zes beoogde deelnemers aan de GR positief besluiten op beide voorstellen. Is dit niet het geval, dan treedt er vertraging op in de oprichting van de GR.
1.2 Netcongestie vormt een uitdaging Bij de realisatie van het RBT BO zijn we ons bewust van netcongestie en transportschaarste en dat uitbreiding van het energienetwerk nog jaren zal duren. Bij het ontwerp van het RBT BO houden we rekening met de uitgangspunten voor netbewust bouwen die de netbeheerders hebben opgesteld. Een slimme
Zaaknummer:
23331-2025
Documentnummer:
23331-2025:981814
energievoorziening (lokale opwek, opslag en energiemanagement), slimme (dynamische) contracten met de netbeheerder en nieuwe samenwerkingsvormen (vermogen delen tussen bedrijven/ optimalisatie van verbruik over het terrein) zijn noodzakelijk. Met de te vestigen bedrijven wordt gekeken naar samenwerkingskansen (Energy Hub) en de kansen van gezamenlijke oplossingen en clustering. Tevens zal er proactief gefaciliteerd worden ten aanzien van individuele bedrijven, die op basis van bovenstaande tot vestiging willen overgaan. Financiële consequenties Door het stellen van genoemde kaders ondervindt het project financiële gevolgen. Deze gevolgen zijn nu nog niet te kwantificeren en zullen in een volgende versie van de grondexploitatie herkenbaar duidelijk worden, rekening houdende met het kader van een neutraal resultaat op eindwaarde. Bij de besluitvorming over de finale toetreden tot de GR (begin 2026) wordt ook een geactualiseerde grondexploitatie toegevoegd. Tot het moment van oprichting van de GR zijn de beschikbaar gestelde middelen voldoende. Wanneer na oprichting van de GR RBT BO de eerste begroting van de GR (inclusief GREX) is vastgesteld door het algemeen bestuur, wordt deze voor zienswijze aangeboden aan de deelnemers van de GR. Zij kunnen de financiële gevolgen van deze begroting dan verwerken in de eigen reguliere P&C-documenten (kadernota, begroting, jaarrekening).
Dit betreft zowel de verwerking van het resultaat op eindwaarde als een voorziening voor de garantstelling op de financiering. Zie het voorstel over de ontwerp gemeenschappelijke regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost voor een uitgebreidere toelichting op de financiële consequenties. Juridische consequenties Kaders geven richting aan de navolgende besluiten over de uitwerkingsdocumenten: •
Het ruimtelijk programma van eisen;
•
Het stedenbouwkundig ontwerp;
•
Het uitgifteproces;
•
De geactualiseerde grondexploitatieberekening
Vervolgstappen Het ruimtelijk proces, waarin de vast te stellen ‘kaders’ uitwerking krijgen, is opgestart met een Quick Scan milieubelemmeringen, lopende milieuonderzoeken en beleidsinbreng van vakspecialisten. Voorts loopt in samenwerking met vakspecialisten een ontwerpend onderzoek naar een goede landschappelijke inpassing en goede verkeersafwikkeling. De op te stellen concept producten (o.a. ruimtelijk programma van eisen, stedenbouwkundig ontwerp, geactualiseerde grondexploitatieberekening, uitgifteproces) worden gebundeld aangeboden aan de raden bij definitieve besluitvorming over de Gemeenschappelijke Regeling. Hiermee verkrijgen colleges en raden een zo goed mogelijke voorstelling van de ontwikkeling van het RBT BO. Denk hierbij aan milieu- en omgevingsaspecten, financiële consequenties en grondverwerving- en ontwikkelstrategie. De concept producten bieden tevens een basis voor het wijzigen van de omgevingsplannen en het doorlopen van een eventuele MER-procedure door de grondgebiedgemeenten Someren en Helmond.
Zaaknummer:
23331-2025
Documentnummer:
23331-2025:981814
De raden van de grondgebied gemeenten Someren en Helmond stellen uiteindelijk de wijziging van het Omgevingsplan vast en bewaken de ruimtelijke kwaliteiten en kaders mede op basis van de principes van een goede ruimtelijke ordening, gemeentelijk beleid met betrekking tot water, inrichting boven- en ondergrondse infrastructuur en groen. Hierin is ook een rol weggelegd voor het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van de nog op te richten Gemeenschappelijke Regeling. In deze besturen zijn alle deelnemende gemeenten betrokken. Via halfjaarlijkse updates, zoals raadsinformatiebrieven en bijeenkomsten worden colleges en raden van de beoogde deelnemers aan de GR op de hoogte gehouden van de voortgang en de inhoud. Een volgende raadsbijeenkomst wordt nog ingepland. Als bijlage aan deze besluitvorming worden ook enkele eerdere collegebesluiten (inclusief bijlagen) toegevoegd. Deze besluiten zijn genomen in 2021 en 2023 en gaan over de longlist en shortlist in het proces van de locatiekeuze. Dit om hier zo transparant mogelijk over te communiceren. Het risico van grondspeculatie, reden van eerdere geheimhouding, is geweken door de oplegging van voorkeursrecht. Bijlagen 1. Ruimtelijke verkenning en principeschetsen, Regionaal Bedrijventerrein BrainportOost (RHDHV 4 april 2024) 2. Collegebesluiten en bijlagen in zake besluit voorkeurslocatie RBT BO: a.
‘Longlist Regionaal Bedrijventerrein De Peel’ (23 maart 2021) i. Bijlage 1: Eindrapport ruimtelijke locatiestudie bedrijventerreinen, d.d.3 maart 2021 b. ‘Shortlist Regionaal Bedrijventerrein De Peel’ (29 juni 2021) c.
‘Fase II project Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’ (16 mei 2023) i. Bijlage: 1. De brief namens de stuurgroep en ondertekend door de bestuurlijke kartrekkers, wethouders Swinkels en Biemans, aan de colleges van B&W van de Peelgemeenten d.d. 24 april 2023; ii. Bijlage 2. De Quickscan Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost d.d. 3 november 2022; iii. Bijlage 3. De concept RIB naar aanleiding van dit voorstel aan college; iv. Bijlage 4. De brief van de toenmalige bestuurlijke kartrekkers, wethouders Swinkels en Claassen, aan de colleges van B&W van de Peelgemeenten d.d. 14 september 2021
Het college van burgemeester en wethouders, de loco-gemeentesecretaris
de burgemeester
B. Brouwers
L.A.G.P. van der Aa