14 20251218 Beantwoording Technische vragen CDA 14-12-25 - Ontwikkelrichting Beek en Donk Oost
Tekst van het document
Beantwoording verhelderende/technische vragen Vragen gesteld: email
d.d.: 14-12-2025
Vragensteller: T. van de Ven
Partij: CDA
Portefeuillehouder: R. van den Berkmortel Onderwerp: Technische vragen Ontwikkelrichting Beek en Donk- Oost Vraag 1:
Uit navraag bij bewoners en bedrijven blijkt dat zij verrast zijn door de laatste wijzigingen in de stukken behorend bij Ontwikkelrichting Beek en Donk Oost. De vraag is of deze latere wijzigingen in de ontwikkelrichting niet beter kenbaar gemaakt moeten worden. Is dit gebeurd volgens het College en zoja hoe? Antwoord 1:
Er is een uitgebreid participatietraject doorlopen. Ook de raadsstukken zijn gedeeld met de bewoners en bedrijven in het gebied. Vraag 2:
Indien je als omwonende 2 van de drie bijeenkomsten hebt bijgewoond, en pas in de laatste versie zijn wijzigingen mogelijk wel aangegeven, had je dan als betrokkenen steeds aanwezig moeten zijn bij alle bijeenkomsten om niet verrast te worden? Kunt u dit nader toelichten? Antwoord 2:
Indien iemand niet bij een bijeenkomst is kan die inderdaad informatie missen. We hebben daarom ook de stukken gedeeld. Vraag 3:
Is het College van mening dat de bewoners en bedrijven in dit gebied voldoende geinformeerd zijn over de ontwikkelrichting? Wat had hierin de communicatie beter gekund? Antwoord 3:
Dit is geen technische vraag. Vraag 4:
Wat zijn de gevolgen van de bewoners en bedrijven binnen dit gebied als de ontwikkelrichting wordt vastgesteld? Zijn de (negatieve) gevolgen voor betreffende bewoners en bedrijven voldoende met hen gecommuniceerd? Antwoord 4:
De Ontwikkelrichting heeft geen planologische consequenties.
Vraag 5:
Hebben de bewoners of bedrijven op enige wijze nadeel bij de vaststelling van de Ontwikkelrichting? Antwoord 5:
Zie antwoord op vraag 4. Vraag 6:
Hebben zij recht op nadeelcompensatie, zo nee, waarom niet? Antwoord 6: Nee, een ontwikkelrichting is geen grondslag voor nadeelcompensatie. Zie ook antwoord op vragen 4 en 9. Vraag 7:
Is op de ontwikkelrichting bezwaar en beroep mogelijk? Zo nee, waarom niet? Antwoord 7:
Nee, omdat het geen besluit is in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Zie ook antwoord op vraag 4. Vraag 8:
De mogelijkheid wordt geboden om middels een planprocedure de in de ontwikkelrichting aangegeven wenselijke ontwikkelingen te realiseren. Dit initiatief wordt bij de bewoners en bedrijven binnen het gebied gelaten. Klopt deze uitleg? Graag een toelichting hierop. Antwoord 8:
Dat klopt, de gemeente is geen initiatiefnemer. Vraag 9:
Komt er eventuele nadeelcompensatie pas bij een planprocedure aan de orde? Antwoord 9:
Nadeelcompensatie is geregeld in artikel 15.1 van de Omgevingswet. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij het wijzigen van het omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning. Vraag 10:
Wordt er bij vaststelling voorzienigheid gecreeerd waarbij later bij de planontwikkeling geen of minder nadeelcompensatie mogelijk is voor bewoners en bedrijven? Antwoord 10:
Een ontwikkelrichting creëert inderdaad voorzienbaarheid, net als een omgevingsvisie of gebiedsvisie. Vraag 11:
Wat zijn de gevolgen voor de waarde van de gronden, nu verschillende groenstructuren worden aangegeven? Antwoord 11:
Zie antwoord op vraag 4. Vraag 12:
Wat zijn de gevolgen voor de (ontwikkel)mogelijkheden van bedrijven, mede omdat in de ontwikkelrichting niet alle bedrijven meer als bedrijf zijn aangemerkt, Neem Lekerstraat 41, en omdat van verschillende bedrijven niet alle activiteiten worden benoemd, bijv. geen akkerbouwactiviteiten. Kunt u hier per geval een toelichting op geven? Antwoord 12:
Zie antwoord op vraag 4. De aanduiding van het bedrijf op Lekerstraat 41 is hersteld n.a.v. opmerkingen die gemaakt zijn tijdens de commissievergadering. Vraag 13:
Tijdens de commissievergadering is ook aangegeven dat een alternatieve oversteek middels de sluis niet mogelijk is. Waarom niet? Antwoord 13:
Zoals toegelicht tijdens de commissievergadering vindt Rijkswaterstaat dit niet wenselijk vanwege de veiligheid. Een kans om de oversteek van het kanaal te combineren met sluis VI is voorgelegd aan Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat gaf aan dat het onwenselijk is om voetgangers met de sluisdeuren het kanaal over te laten steken aangezien de deuren op afstand worden bediend en hier maar beperkt toezicht op is. Zodoende worden deze ook zoveel mogelijk omheind en is de toegang beperkt. Vraag 14:
Is bij Rijkswaterstaat navraag gedaan over verschillende activiteiten die in de ontwikkelrichting Oost worden genoemd? Namelijk Rijkswaterstaat staat niet genoemd als overlegpartner. Graag een toelichting. Antwoord 14:
Wij hebben ons te houden aan de randvoorwaarden van Rijkswaterstaat. Indien ze betrokken moeten worden bij een (deel)project zijn ze gesprekspartner, zoals ze dat ook al zijn rondom de Beekse Brug. Vraag 15:
De volgende activiteiten worden benoemd; * Een brug over het kanaal met eventueel ecologische oversteek, * De ecologische zone langs het kanaal tussen het kanaal en de aangepaste Bosscheweg, * De voetgangers- en fietsbrug naast de Beekse brug. Uit navraag blijkt dat deze aanpassingen nooit zonder vergunning kunnen worden gerealiseerd. Klopt dat? Antwoord 15:
Indien bij de uitvoering van (deel)projecten vergunningen nodig zijn zullen die te zijner tijd moeten worden aangevraagd.
Vraag 16:
Rijkswaterstaat heeft als eerste prioriteit; het garanderen van de scheepvaart, zijn bovengenoemde activiteiten als uitvoerbaar beschouwd door Rijkswaterstaat. Graag een nadere toelichting. Antwoord 16:
Zie antwoord op vragen 14 en 15. Vraag 17:
Indien over bovengenoemde activiteiten contact is geweest met Rijkswaterstaat, ontvangen wij graag de correspondentie hieromtrent. Ook de correspondentie waaruit blijkt dat de overgang bij de sluis niet mogelijk is. Is dat mogelijk, zo nee, waarom niet? Antwoord 17:
Er zijn goede contacten met Rijkswaterstaat in het kader van de Beekse Brug en de snelfietsroute Gemert-Eindhoven. In deze gesprekken heeft TAUW ook namens ons de vraag gesteld m.b.t. de oversteek bij de sluis. Vraag 18:
Op blz. van bijlage 1, de ontwikkelrichting staat een afbeelding opgenomen met de titel; Kaart dorpse enclave Beek. Later in het document wordt verwezen naar deze kaart als een mogelijke inrichting tav verbeteren van verkeersveiligheid en doorstroming Beekse Brug. Een aantal vragen hierover; • Door wie is dit kaartje opgesteld? Is dit kaartje in een eerder traject/project gedeeld met Provincie N-B als mogelijke oplossing? Zo ja, wanneer en in welke context? Zo nee, hoe is dit kaartje tot stand gekomen? • Is dit kaartje/oplossing eerder al als oplossingsrichting gedeeld met de Raad? Zoja, wanneer en in welke context? Zo nee, waarom wordt er expliciet naar verwezen? Antwoord 18:
Dit kaartje is opgesteld door Verhoeven de Ruiter, dit is afgestemd met de provincie. De basis voor de verkeerskundige oplossing op dit kaartje komt uit een inventarisatie uit het project snelfietsroute Gemert-Eindhoven. De toelichting over de brug staat op pagina 37, het kaartje op 31. Daarom wordt er naar verwezen.
Datum beantwoording: 18 december 2025