CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

14 20251002 Raadsvoorstel Zienswijze Bovenregionale samenwerking MRE

Raadsvergadering 2 oktober 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling van Zienswijze Bovenregionale samenwerking MRE1.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

24845-2025

Documentnummer:

24845-2025:746289

Raadsvergadering d.d. 2 oktober 2025

Aan de raad, Onderwerp Voorstel tot zienswijze op bovenregionale samenwerking MRE Portefeuillehouder L.A.G.P. van der Aa en R.A.G. van den Berkmortel

Beslispunten 1. De zienswijze ‘Bovenregionale samenwerking Meierijstad, Weert en Venlo’ vast te stellen. Samenvatting De (economische) groei legt in de hele Brainportregio druk op wonen, werklocaties, voorzieningen, talent en bereikbaarheid. Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) heeft zich daarom op 3 juli 2024 positief uitgesproken over het verkennen van en zo mogelijk komen tot “bovenregionale samenwerkingen” met Meierijstad, Venlo en/of Weert met als doel om de druk te verlichten. De gesprekken tussen MRE en Meierijstad, Venlo en Weert hebben geleid tot een set van samenwerkingsafspraken die zijn vervat in drie “gemeenschappelijke regelingen zonder meer” en drie samenwerkingsagenda’s. De stukken worden zowel bij de 21 gemeenten van de Brainportregio als bij de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert ter besluitvorming voorgelegd in een parallel proces. Aanleiding Op 3 juli 2024 heeft het AB MRE zich positief uitgesproken over het aangaan van bovenregionale samenwerkingen met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert om de doelen uit het Samenwerkingsakkoord en de Brainport Agenda te realiseren. Het AB MRE heeft ingestemd met de volgende kaderstellende uitgangspunten: -

Samenwerking moet passen binnen de doelen van het samenwerkingsakkoord MRE en/of Brainport Agenda.

-

Een samenwerking mag niet ten koste gaan van de bestaande afspraken van gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven (binnen het samenwerkingsakkoord) en met het Rijk en de provincie. Daarom zijn portefeuillehouderoverleggen betrokken als het hun thema betreft.

-

Een samenwerking is een wederzijdse afspraak en werkt alleen als het voor beide partijen voordelen oplevert. Uitgangspunt is dat de beoogde partners ook zelf inzet en/of middelen leveren ten behoeve van het specifieke samenwerkingsprogramma met die partner(s).

-

Bij een samenwerking moet de inhoud leidend zijn waarbij governance/organisatie volgend en ondersteunend is.

Zaaknummer:

24845-2025

Documentnummer:

24845-2025:746289

-

Gezien het voorgaande uitgangspunt is het uitbreiden van de MRE met een 22e of 23e gemeente, of het aangaan van een gemeenschappelijke regeling, niet opportuun.

Het AB MRE heeft aan het DB MRE opdracht gegeven om de samenwerking uit te werken met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert, rekening houdend met de uitgangspunten. In de tussentijd hebben er in maart en juni 2025 schriftelijke rondes plaatsgevonden waar in de portefeuillehoudersoverleggen ‘Economie’, ‘Mobiliteit’ en ‘Ruimte en Wonen’ hebben gereageerd op de concepten van de mogelijke inhoudelijke samenwerkingsagenda’s met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert. Hierbij hebben we als Peelgemeenten ambtelijk en bestuurlijk gezamenlijk opgetrokken en een gezamenlijke reactie gestuurd. Het Dagelijks Bestuur van de MRE (DB-MRE) heeft de drie concept gemeenschappelijke regelingen en daaraan gekoppelde samenwerkingsagenda’s tussen DB-MRE en de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert toegestuurd aan de 21 gemeenten uit de Brainportregio. Er wordt gevraagd om uiterlijk 31 oktober 2025 een zienswijze kenbaar te maken. De zienswijze wordt betrokken bij de formele besluitvorming over de samenwerkingsagenda’s die in het Algemeen Bestuur van 17 december 2025 is voorzien en de formele besluitvorming over de regelingen in het Dagelijks Bestuur op 8 december 2025.

Beoogd effect en/of resultaat Met de drie gemeenschappelijke regelingen en gekoppelde samenwerkingsagenda’s worden de ruimtelijke en sociale opgaven, op het gebied van woningbouw, werklocaties en bereikbaarheid, gedeeld met deze drie gemeenten en daarmee de druk op de regio verlicht. Argumenten 1.1 De samenwerkingsagenda’s dragen bij aan vermindering van de druk op de Brainportregio Het economisch succes zorgt binnen de hele Brainportregio voor druk op wonen, werklocaties en op bereikbaarheid. De afspraken die de 21 gemeenten in MREverband hierover hebben gemaakt leiden op korte termijn nog niet tot vermindering van deze druk. Een druk die inmiddels ook voelbaar is buiten de grenzen van onze eigen regio. De gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert hebben alle drie groeiambities waarin (extra) woningen zijn voorzien. Zij kunnen de druk op onze regio verlichten. Door samenwerking bij de allocatie van werklocaties kunnen zoekvragen van bedrijven in een breder perspectief worden bekeken en kunnen (MKB-)bedrijven via herhuisvesting gemakkelijker voor de bredere regio behouden blijven en kan aan meer (internationale) bedrijven een passend aanbod worden gedaan. In de praktijk werken MRE (soms in subregionaal verband) en eerdergenoemde drie gemeenten al samen op mobiliteitsdossiers zonder dat daar expliciete samenwerkingsafspraken onder liggen.

Dat is vanaf nu wel het geval waardoor we als MRE effectiever met deze drie gemeenten samen kunnen werken met de provincie en het Rijk om tot passende en snelle(re) oplossingen te komen. Het is nadrukkelijk niet zo dat hierdoor het aantal gemeenten binnen de MRE-samenwerking wordt uitgebreid. Deze blijft bestaan uit 21 gemeenten. Meierijstad, Venlo en Weert gaan géén onderdeel uitmaken van de MRE-samenwerking en krijgen dus geen zitting in het AB, DB of de MRE-Portefeuillehoudersoverleggen

Zaaknummer:

24845-2025

Documentnummer:

24845-2025:746289

1.2 De samenwerkingsagenda’s sluiten aan op de al zichtbare impact van Brainport in deze drie gemeenten Enerzijds zien we (structurele) files op de snelwegen tussen de Brainportregio en deze drie gemeenten. Anderzijds zijn de afstanden en reistijden, zeker naar internationale maatstaven, kort te noemen. Zowel Meierijstad, Venlo als Weert geven bijvoorbeeld aan te merken dat woningzoekenden in de Brainportregio hun zoekgebied hebben verruimd. Voor Weert en Venlo geldt dat zij beschikken over een intercitystation met in de directe nabijheid restcapaciteit voor woningbouw. Beide locaties maken onderdeel uit van “Limburg Centraal” (provincie Limburg + 6 steden). De reistijd van Weert naar Eindhoven Centraal bedraagt 16 minuten, die met Venlo momenteel 39 minuten, wat bijvoorbeeld kansen biedt voor studentenhuisvesting. 1.3 De opgebouwde expertise en analysemethodieken met betrekking tot talent en voorzieningen vergroot de potentie voor synergie Binnen de MRE-samenwerking hebben we een verkenning uitgevoerd naar basis-, regionale en topvoorzieningen. Op basis daarvan werken we binnen de MREsamenwerking aan een voorzieningenstrategie/-aanpak. Weert en Meierijstad gaan een soortgelijke verkenning uitvoeren. Als (samenwerkende) gemeenten hebben we maar een beperkte formele taak op het thema talent.

Wel kunnen we met Meierijstad, Venlo en Weert de dialoog met de voor een gemeente relevante kennisinstellingen faciliteren. We doen dit met behulp van Brainport Development. Door een complementaire benadering van talent/onderwijs, waarbij meer dan voorheen in deze gemeenten ook het bedrijfsleven (stageplaatsen) wordt betrokken, zetten we in op vergroting van het arbeidsmarkpotentieel voor de Brainportregio. 1.4 De juridische grondslag “regeling zonder meer” onder de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) sluit het beste aan op de drie concept samenwerkingsagenda’s Geen van de drie voorliggende concept-samenwerkingsagenda’s bevat afspraken die vragen om overdracht van taken of het oprichten van een bedrijfsvoering organisatie of een gemeenschappelijke orgaan. De publiekrechtelijke samenwerkingsvorm die hier op aansluit is de zogenaamde “regeling zonder meer” onder de Wgr. Dit is het lichtste instrument uit deze wet. De ontwerpregelingen voor de samenwerking tussen MRE en Meierijstad, respectievelijk Venlo, en Weert, bevatten de minimale bepalingen zoals voorgeschreven door de Wgr, en verder de spelregels om de samenwerking te laten functioneren. De ontwerpregelingen bevatten geen inhoudelijke afspraken, deze staan in de Samenwerkingsagenda’s.

Het DB MRE is op grond van art 5, eerste lid, onder d van de GR MRE bevoegd een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam MRE en andere openbare lichamen (zoals gemeenten) vast te stellen, voor zover het collegebevoegdheden betreft. Daarvan is hier in alle drie de gevallen sprake. 1.5 Gemeenteraden van de MRE-gemeenten worden gevraagd om zienswijze te geven bij de samenwerkingsagenda’s en de regelingen. De Raadstafel21 heeft het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur gedurende het

Zaaknummer:

24845-2025

Documentnummer:

24845-2025:746289

proces geadviseerd om de raden te betrekken in het proces en een zienswijzenprocedure in te lassen op het moment dat er formele besluiten komen. Het Dagelijks Bestuur heeft op 16 juni 2025 besloten om de samenwerkingsagenda’s en de regelingen voor een zienswijzenprocedure voor te leggen aan de raden. Daarmee wordt invulling gegeven aan art 25.3 GR MRE, om voor “andere dossiers” deze zogenaamde “voorhangprocedure” te volgen. Ook is in artikel 17, eerste lid onder e bepaald dat het DB in elk geval belast is met het vrijgeven van ontwerpbesluiten voor zienswijzen, wensen en bedenkingen door de raden in geval het bestuur dat nodig acht. Het geven van een zienswijze op het aangaan van een gemeenschappelijke regeling door het DB-MRE is eigenlijk in dit geval formeel enkel een collegebevoegdheid. Dat is opgenomen in artikel 26.2 van de GR MRE. Maar, vanwege de samenhang tussen regeling en samenwerkingsagenda worden de raden ook in de gelegenheid gesteld aspecten in te brengen die zij voor de besluitvorming door het Dagelijks Bestuur over de regelingen en door het Algemeen Bestuur over de samenwerkingsagenda’s van belang achten. Kanttekeningen o.a. financiële, juridische, communicatieve en veiligheidsaspecten 1.1 MRE heeft beperkte capaciteit Het geven van opvolging aan de bovenregionale samenwerkingsafspraken ligt bij de MRE-werkorganisatie.

De primaire taak van de MRE-werkorganisatie is en blijft het faciliteren van de samenwerking tussen de 21 gemeenten. Dat betekent dat de capaciteitsinzet vanuit MRE voor deze bovenregionale samenwerkingen lean & mean is. De MRE-directeur stuurt hierop. Dat geldt ook voor de capaciteitsinzet van de MRE-gemeenten. Voor het merendeel zal deze beperkt zijn. De meest belanghebbende ‘buurgemeenten’ uit het MRE-gebied zullen door de MRE-werkorganisatie het meest intensief worden betrokken, maar ook hiervoor zullen zoveel mogelijk bestaande overlegmomenten worden benut. Meierijstad, Venlo en Weert staan zelf aan de lat voor de realisatie van hun groeiambities en hun aandeel in de realisatie van de samenwerkingsagenda’s. Hiervoor wordt vanuit de MRE geen ambtelijke capaciteit beschikbaar gesteld. Bij de uitvoering en verdere concretisering van de drie Samenwerkingsagenda’s wordt waar mogelijk gebruik gemaakt worden van bestaande overlegmomenten en -tafels. Denk bijvoorbeeld aan de NOVEX-tafels Stedelijk Brabant en De Peel, of aan het al bestaande mobiliteitsoverleg van gemeenten aan de A2-Zuid, inclusief Weert (en Nederweert).

Mochten er in de loop van de tijd aan MRE-zijde onverhoopt toch capaciteitsknelpunten ontstaan dan wordt via de onlangs ingestelde “regiegroep uitvoeringskracht” met daarin deelname vanuit de MRE-organisatie én gemeenten gestuurd op de inzet van ambtelijke capaciteit. 1.2 De samenwerkingsagenda’s zijn nog algemeen en/of procesmatig van karakter De afspraken over woningen en werklocaties zijn deels procesmatig. Waar mogelijk worden er aantallen en hectares genoemd, maar er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt over welke segmenten op welke termijn in de respectievelijke gemeenten zullen worden gerealiseerd. Het is dus zaak om op basis van de nu voorliggende samenwerkingsagenda’s zo snel mogelijk tot nadere uitwerking te komen over segmenten (type woningen, type

Zaaknummer:

24845-2025

Documentnummer:

24845-2025:746289

bedrijventerreinen) en fasering, zodat we gericht druk op onze regio kunnen verminderen. Voor de volledigheid, dergelijke afspraken met Meierijstad, Venlo en Weert hebben geen invloed op de afspraken die de 21 gemeenten in MRE-verband hierover al met elkaar hebben gemaakt. Vervolgstappen Voor eind oktober 2025 dienen alle zienswijzen binnen te bij de bij MRE. Die worden verwerkt en nog besproken in de portefeuillehoudersoverleggen ‘Economie’, ‘Mobiliteit’ en ‘Ruimte en Wonen’. Daarna volgt de formele besluitvorming over de samenwerkingsagenda’s in het Algemeen Bestuur van 17 december 2025 en de formele besluitvorming over de regelingen in het Dagelijks Bestuur op 8 december 2025. Een tekenmoment en publicatie staan gepland op 18/19 december 2025. De verantwoording over de voortgang vindt binnen de MRE-samenwerking plaats via de bestuursrapportages en jaarverslagen van de MRE. De samenwerkingsagenda’s hebben een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029. Uiterlijk in 2028 worden de bovenregionale samenwerkingen tussen MRE en Meierijstad, Venlo en Weert geëvalueerd. Bijlagen 1. Zienswijze ‘Bovenregionale samenwerking Meierijstad, Weert en Venlo’’ 2. Concept regeling MRE-Meierijstad 3. Concept regeling MRE-Venlo 4. Concept regeling MRE-Weert 5. Concept samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad 6. Concept samenwerkingsagenda MRE-Venlo 7.

Concept samenwerkingsagenda MRE-Weert

Het college van burgemeester en wethouders, [ < > Ondertekenaar 1.Functie ]

[ < > Ondertekenaar 2.Functie ]

[ < > Ondertekenaar 1.Ondertekening ]

[ < > Ondertekenaar 2.Ondertekening ]

[ < > Ondertekenaar 1.Voorletters ] [ < >

[ < > Ondertekenaar 2.Voorletters ] [ < >

Ondertekenaar 1.Volledige achternaam ]

Ondertekenaar 2.Volledige achternaam ]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=6d56eed4-2c78-4619-8e97-1399d9c69cb1