14 20240613 Beantwoording verhelderende technische vragen PvdA Sonseweg 22-05-2024
Tekst van het document
Beantwoording verhelderende/technische vragen Vragen gesteld: Via email/commissie/raad d.d.: 15-05-2024 Vragensteller: L. Engels-Strijbosch
Partij: PvdA
Portefeuillehouder: R.A.G. van den Berkmortel Onderwerp: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Sonseweg 13 Lieshout
Vraag: 1.Wat heeft voorliggende uitbreiding voor invloed op ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouw) in het omliggende gebied? 2. Hoe moeten we deze ontwikkeling zien in relatie met de gemeentelijke visie buitengebied? 3. Aanleiding van exploitant is een verdere doorontwikkeling en verduurzaming van het bedrijf om het op termijn een rendabel bedrijf te houden. Als er met dit voorstel ingestemd wordt, verwachten we in de toekomst meer bedrijven die met dezelfde reden willen uitbreiden? 4.Voordat daadwerkelijk uitbreiding van het aantal dieren kan plaatsvinden, moet er nog een beoordeling plaatsvinden in het kader van de natuurvergunning. Wie is bevoegd gezag, provincie of gemeente? 5. Op dit moment kan bij een aantal emissiearme systemen niet met zekerheid gesteld kan worden dat die emissiefactor in de praktijk wordt behaald. Wat zijn daarvan de verwachte consequenties voor omwonenden als blijkt dat de systemen toch niet voldoen in de toekomst en wie is verantwoordelijk? 6. Is er voldoende stikstofruimte aanwezig na uitbreiding, of moet de uitstoot gecompenseerd worden? 7. Bij de vorige commissievergadering waren er een aantal omwonenden die wilden inspreken. Zijn de bezwaren en zorgen van omwonenden nu weg, na aanpassing van het voorstel over de mestverwerking?
Antwoord: 1. Wat precies wordt bedoeld met ‘ontwikkelingen in het omliggende gebied’ is uit de vraagstelling helaas niet af te leiden. Op het moment zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen (woningbouw)ontwikkelingen voorzien. Mocht daar sprake van zijn in de toekomst, moet met de planologische (ontwikkel)rechten van de veehouderij rekening worden gehouden, aangezien de veehouderij dan reeds bestaat, en de (woningbouw)ontwikkeling nieuw is. Echter, uit de berekeningen en de toelichting blijkt dat de invloed op de omgeving vanuit dit nieuwe plan niet wezenlijk verschilt met de bestaande situatie. De invloed op mogelijke ontwikkelingen in de omgeving is daarmee, voor zover nu in te schatten, niet wezenlijk groter dan voorheen. 2. Dit staat beschreven in de toelichting op het bestemmingsplan, paragraaf 3.3.2. Aanvullend: het betreft een bestaand agrarisch bedrijf in het buitengebied. Op grond van de Omgevingsvisie Buitengebied is de locatie gelegen in het Lintenlandschap. Het initiatief maakt geen inbreuk op de landschappelijke kwaliteiten die in de visie benoemd staan voor dit gebied.
Verder wordt gesteld: Grootschalige landbouw is binnen het Lintenlandschap overweegbaar indien uit advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen en/of de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) blijkt dat uitbreiding noodzakelijk is en met respect voor mens, natuur, milieu en dier kan worden uitgevoerd. Ook is er ruimte voor duurzame landbouw. Aangezien er positief is geadviseerd door de AAB en er goed is gescoord op de BZV (stukken maken onderdeel uit van de bijlagen bij de toelichting op het bestemmingsplan) luidt de conclusie dat het initiatief passend is binnen de Omgevingsvisie Buitengebied gemeente Laarbeek en de gebiedsspecifieke ambities die daarin zijn opgenomen. 3. Dat zou kunnen. Het is echter aan de agrariërs zelf om invulling te geven aan de verduurzaming en toekomstbestendigheid van hun bedrijf. Er zijn ons geen signalen bekend dat er nu een veelvoud aan vergelijkbare initiatieven in aantocht zou zijn. 4. Bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit (omgevingsvergunning natuur) is de provincie. 5. Vragen als deze, met een hypothetische grondslag, zijn lastig te beantwoorden op casusniveau. Hoofdlijn is doorgaans dat emissiearme stalsystemen emissie van geur en ammoniak (stikstof) aanzienlijk verminderen.
Mocht blijken dat het systeem niet doet wat het beloofd, heeft dit doorgaans gevolgen voor de boer: privaatrechtelijk zal de boer de koop van het systeem ongedaan moeten maken, omdat het product niet doet wat hij ervan mocht verwachten. Aan de andere kan bestaat bestuursrechtelijk de kans dat de rechtbank een streep zet door de natuurvergunning, mochten omwonenden er succesvol tegen in verweer komen. Dat kan de doorontwikkeling van het bedrijf blokkeren. Als blijkt dat er landelijk langdurig fundamentele fouten zijn gemaakt bij het certificeren en vergunnen van emissiearme stalsystemen die in praktijk niet doen wat ze beloven, is dat een probleem waarvoor men primair landelijk en secundair provinciaal aan de lat
staat. Wat omwonenden daarvan merken, is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval. 6. Het uitgangspunt is dat initiatiefnemer binnen de bestaande natuurvergunning voldoende stikstofruimte heeft om de geplande uitbreiding te realiseren, zoals in de toelichting op het bestemmingsplan o.a. staat beschreven in paragraaf 4.2. 7. Voor zover momenteel door initiatiefnemer kan worden ingeschat, zijn met het schrappen van de mogelijkheden tot mestverwerking, ook de grootste bezwaren van omwonenden weggenomen. Dit neemt niet weg dat omwonenden nog altijd de ruimte hebben om in te spreken op andere onderdelen van het plan. Op moment van schrijven is daar echter niets over bekend.
Datum beantwoording: 16 mei 2024