14 20221103 Advies Adviesraad op concept verordening.docx
Tekst van het document
Advies Adviesraad op concept-verordening adviesraden Sociaal Domein gemeente Laarbeek – juli 2022 Schriftelijke opmerkingen voor vergadering Het voorblad Prima om één verordening te maken voor de beide raden. Het is bekend dat het voeren van integraal beleid uitgangspunt is bij de gemeente. ASD onderschrijft dat, maar het is geen argument om de beide raden op termijn samen te voegen. Hierover is nog niet zo lang geleden een intensieve discussie gevoerd met een heldere uitkomst. Geen samenvoeging van de Raden, wel overleg met name tussen de voorzitters m.b.t. afstemming en eventueel gezamenlijk advies. De argumentatie ga ik hier nu niet herhalen, maar is boven water te halen. Het vertegenwoordigen van het sociaal domein betekent integraliteit, dus de verordening om samen met elkaar op te trekken ondersteun ik. De verordening Altijd een klus, het maken van zo`n verordening en de maker verdient een compliment voor deze serieuze eerste versie. Ik beperk me hier tot kanttekeningen vanuit de optiek van de ASD, die vanuit de CR PW zullen soms anders zijn omdat het daar gaat om vertegenwoordiging van cliënten. Bij de ASD is dat niet geval; ‘Verordening adviesraden sociaal domein gemeente Laarbeek 2022’: vreemd om in de titel een van de twee raden terug te laten komen en de andere niet. Waarom niet bijvoorbeeld: Verordening sociaal domein en participatie, of zoiets.
Of gewoon: Verordening sociaal domein? Artikel 1 De leden van de ASD zijn geen vertegenwoordigers van de burgers omdat zij niet door die burgers ter verantwoording kunnen worden geroepen. Dat betekent niet dat zij zich niet door inwoners laten aanspreken. Maar dus hier “vertegenwoordigers” weglaten Artikel 1, a: waarom niet overnemen van de definitie in de Wmo. En dan gewoon: participatie, burgerparticipatie is een woord dat in geen van de drie wetten voorkomt. Artikel 1, d, a: Adviesraad consequent met een hoofdletter schrijven. idem voor Cliëntenraad. De adviesrange van de ASD is breder dan de WMO en JW en breder dan het door de gemeente voorgenomen beleid. Alles wat de ASD van belang vindt in relatie tot het sociaal domein kan onderwerp zijn van advies. Artikel 1, d: de artikelnummers (van de wetten) zouden hier wegmoeten. Zoals het er nu staat, adviseert een raad alleen maar over de participatie zelf, maar een raad adviseert toch over het hele beleid? Beter zou zijn ‘over de uitvoering van de wet’ en ‘over de uitvoering van de Participatiewet’. Artikel 1, e: ‘Raden/raad’: zoals het er nu staat, zou het alleen moeten zijn ‘Raden’ Artikel 1, 1: woordje ‘de’ ontbreekt. Beter zou zijn trouwens: ‘ambtenaar van de gemeente’.
Artikel 1, k en verder in de tekst, over verstrengeling: waarom zo prominent in deze verordening? In de andere verordeningen voor adviesraden staat het niet, en ook niet bij regels voor de gemeenteraad? Is het gevaar van belangenverstrengeling bij deze raden dan groter? Mijn voorstel: iets over belangen verwerken in de toelichting op artikel Belangenverstrengeling wordt elders in de verordening ( art 2.7) prima behandeld; niet twee keer tenzij het echt om andere aspecten gaat. Hier weglaten denk ik . Net als art 2.8; kan ook weg. Opvallend is dat de verstrengeling alleen laakbaar is als het gaat om iets of iemand die je dierbaar is; weglaten! Artikel 2 Artikel 2.1: de Raad heeft niet tot taak om het college te informeren! Dat kan wel onderdeel zijn van het adviestraject. Ook hier weer moet de scope breder worden geformuleerd dan het beleid en de uitvoering van de WMO en JW De doelstelling van de Raad is niet het realiseren van volwaardig burgerschap maar het adviseren erover. Dat staat er uiteindelijk wel, maar kan simpeler geformuleerd worden door gewoon te beginnen met de adviestaak. Niet zo ingewikkeld maken. Wat wordt hier bedoeld met “zelforganisatie”? Ik vraag me af of hier “volwaardig burgerschap”moet worden vermeld, ik denk het niet. Zeker omdat dit niet goed aansluit bij de JW. Het bijdragen aan de verordeningen is maar een klein deel van de taak van de Raad.
Artikel 2, 1, a: veel te uitgebreid én onjuist: niet het realiseren van (…) is de taak, maar het adviseren over het beleid en het doen van voorstellen. Bovendien: het doel staat ook al in artikel 1.
-
Artikel 2, 1, b: idem: niet belangen behartigen (trouwens: hoe moet je dan belangenverstrengeling voorkomen?), maar adviseren. Bij beide raden dus beter aansluiten bij wat er in de wetten staan. En niet te groot maken, allemaal. Art 2 Lid 3; de termijn van vier weken is veel te kort; tenminste zes weken! Art 2 Lid 4;Ik vind het niet passen dat de Raad moet gaan onderzoeken wanneer BenW over een item spreken; dat is aan ambtenaren om dat te bewaken Art 2 Lid 6 Snap ik niet; hoezo via voorzitter en waarom kennelijk wel bij ongevraagde adviezen en dus niet bij gevraagde?? Ik denk dat formeel gesproken het altijd de voorzitter is die namens de Raad de adviezen uitbrengt. Moet dat apart vermeld worden; van mij niet. Art 2 Lid 8; kan weg, is in lid 7 adequaat geregeld. Artikel 2, 3 en 4: de termijnen die hier staan, zijn in combinatie waarschijnlijk niet werkbaar. Nog eens naar kijken, dus. Overigens: beter spreken over 14 dagen of, nog beter, twee weken dan 10 werkdagen. Artikel 2, 5: twee keer ‘individueel’. Het eerste kan weg. Artikel 2, 6: in plaats van ‘de raden’ beter ‘een raad’. Nu kan het lijken dat dit artikel alleen gaat over gezamenlijke adviezen. Artikel 2, 7: ‘persoonlijke betrokkenheid’: en de leden die op voordracht van een dorpsraad lid worden, dan? Ik zou het laatste deel gewoon schrappen. Artikel 2, 8: zie boven. Dit is gewoon een heel slecht artikel, zo.
Artikel 3 Vermelden op wiens voordracht het college (her)benoemt; kennelijk is dat de Raad zelf. Artikel 3, 2: nog bepalen, in een overgangsregeling of in de toelichting, vanaf welk fictief moment de huidige leden en voorzitters dan zitting hebben. Anders weet ik niet wanneer de termijn van een lid of van de leden afloopt. Artikel 3, 3, a: als het college benoemt, kun je moeilijk stellen dat de Adviesraad zorgt voor deze afspiegeling. Wel dat hij deze, bijvoorbeeld door het doen van voordrachten, zoveel mogelijk bevordert. Art 3 lid 2: Leden van de ASD kunnen door het college kennelijk steeds worden herbenoemd, de voorzitter kan een keer (lid6) worden herbenoemd. Waarom dit onderscheid? Artikel 4 Art 4 lid 1; Voorzitter en secretaris zijn geen lid van de raad;wel hier vermelden omdat ook voor hen a t/m f geldt. geen lid. Art 4 lid 2 en 3; opzeggen lidmaatschap door B en W cq de Raad; redenen moeten limitatief worden opgesomd en moeten stevig worden gemotiveerd; zegt de Alg Wet Bestuursrecht hier niks over? Artikel 4, 1, a en f: dubbel. Wat is het verschil tussen b en f? Artikel 4, 2 en 3: kunnen college én raad het lidmaatschap opzeggen? Het lijkt me alleen voor het college en dan beter spreken over ‘beëindigen’. Bij 3. kan beter staan: ‘het vertrouwen in een lid’. En: ‘alle leden van de raad’ betekent 1. dat alle leden aanwezig moeten zijn en 2.
dat het lid zelf ook kan stemmen (en zijn stem dan meetelt). Artikel 5 Art 5 lid; wat zijn “gelijke onderwerpen”?? Artikel 6 Artikel 6, 3: in plaats van ‘en’: ‘en/of’? Nu moeten ze steeds allebei erbij zijn. Artikel 6, 4: de laatste zin: waarom ‘op verzoek van burgers’? Als je echt de regels van de Gemeentewet etc. volgt, is deze zin niet nodig. Artikel 6 li4; laatste regel toevoegen; ”om dat niet te doen” Artikel 6 lid 5; laatste volzin weglaten; elders is immers al bepaald dat we niet spreken over individuele casussen en dus ook niet over individuele inwoners. Artikel 7 Artikel 7: nummer 1 is niet nodig, want er is maar één lid. De teksten onder f. en g. zou ik naar boven halen. Artikel 8 - lid 1 ; vergaderreglement niet verplicht voorschrijven, wel mogelijkheid bieden om er een te maken. Artikel 9
-
Artikel 9, 1: daar kan niet zomaar ‘raden’ staan, zie de definities. Beter: ‘de adviesraden en cliëntenraden’ ‘en organisaties’ moet waarschijnlijk zijn ‘en met organisaties’. Of helemaal weg. Artikel 9, 2: ‘hen’ moet zijn: ‘hem’. ‘lokale raad’ moet zijn ‘Cliëntenraad’. Artikel 10 lid 3; ik voel er niks voor om een jaarverslag te gaan maken; het college kan en moet oordelen over de Raad aan de hand van de adviezen, hun inhoud, hun aantal, hun verscheidenheid en – kan het zijn- hun wijsheid.
De toelichting Artikel 3: kan grotendeels weg. Tot aan het deel ‘Dit betekent …’. Artikel 4: sluit niet aan bij de tekst. Dit ‘waarnemen’ zou daar ook moeten staan. Artikel 6: zegt niets (nieuws). Weg ermee. Artikel 8: ook zoiets. Niet nodig? Weg dan maar Opmerkingen tijdens vergadering (notulen) De voorzitter meldt dat er vanuit de Adviesraad detailopmerkingen naar de gemeente zijn gegaan. De belangrijkste verandering in dit voorstel is de wens om te komen tot één adviesraad. De wethouder licht de opzet toe: er zijn steeds meer veranderingen die leiden tot ontschotten. Als je adviseert over het beleid, moet je je ook buigen over de gevolgen. Ook de Cliëntenraad buigt zich steeds meer over het beleid. Dat ontschotten wil de gemeente ook terugzien bij de Adviesraad/Cliëntenraad. Samenwerking kan ook heel goede effecten hebben en een versterkende werking. In de komende tijd kunnen we dan zien hoe het samengaan gaat plaatsvinden, het kan eventueel een pilot zijn. Vanuit de Adviesraad komen verder de volgende opmerkingen: • twee jaar geleden was er al een forse discussie hierover. Toen was de reactie vanuit de raden: niet doen. In de Adviesraad zitten geen cliënten, in de Cliëntenraad wel. De conclusie was: naast elkaar laten bestaan, in voorkomende gevallen leidt dit ook tot gezamenlijke adviezen.
• beide raden gaan vaak over dezelfde dingen, maar samengaan zal heel erg wennen zijn; • samengaan zal aan de voorkant meer voorbereiding vragen; als er geen overlap is, • de onderwerpen moeten bij elkaar passen en mogelijk ook verschillende overlegvormen krijgen; • de secretaris vindt het pijnlijk om het punt belangenverstrengeling zo uitdrukkelijk in de verordening geregeld te zien; • waarom het verschil in benoemingstermijn tussen voorzitter en leden? Conclusie van de voorzitter: niemand van de aanwezige leden is tegen samenvoeging van de beide raden en ook akkoord met openbaarheid. J. Gerritsma vraagt intern nog na wat de regels zijn voor het openbaar maken van de vergaderstukken. Zij laat de secretaris weten hoe zij de opmerkingen vanuit de Adviesraad verwerkt en hij kijkt dan of de verordening nog een keer ter beoordeling moet terugkomen.