CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

14 20211209 PNLvragenOmgevingsvisieBuitengebied(september2021)-beantwoording.pdf

Raadsvergadering 9 december 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie (Buitengebied)3.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording verhelderende/technische vragen Vragen gesteld: Via email

d.d.: 14 september 2021

Vragensteller: R. Tijssen

Partij: PNL

Portefeuillehouder: J. Briels/T. Meulensteen Onderwerp: Omgevingsvisie buitengebied.

Vraag: In een poging te voorkomen dat er op een later moment een hele stroom van vragen over de ontwerp-omgevingsvisie buitengebied Laarbeek komt, hebben wij nu al start gemaakt en een aantal vragen opgesteld die wij graag beantwoord zien. Hoofdstuk 1 pagina 11 De omgevingsvisie buitengebied en de nog op te stellen 4 omgevingsvisies voor de 4 kernen worden

samengevoegd

tot

een

omgevingsvisie

Laarbeek.

Hoe

wordt

de

leesbaarheid,

duidelijkheid en daardoor de begrijpbaarheid gegarandeerd? Wanneer wij nu met burgers praten over de toekomstige omgevingsvisie dan blijken veel mensen niet of nauwelijks te weten waar het om gaat. Allereerst,

het

is

niet

de

bedoeling

om

voor

elke

kern

een

afzonderlijke

omgevingsvisie op te stellen. Het gaat om één omgevingsvisie voor het buitengebied en één omgevingsvisie voor de vier kernen. Beiden vormen later tezamen de omgevingsvisie voor Laarbeek. Om de inhoud van de Ontwerp-Omgevingsvisie leesbaar en behapbaar te maken is een samenvatting toegevoegd aan de visie. Deze samenvatting is tevens afzonderlijk op de website

geplaatst

(www.laarbeek.nl/omgevingsvisie).

Tevens

is

veel

energie

gestoken in een animatiefilmpje dat - zo is de algemene reactie - goed is ontvangen. Ook voor degene die niet bereid is om de volledige visie te lezen, zijn er dus mogelijkheden om de hoofdlijnen tot zich te nemen. Maar, eerlijk is eerlijk, het blijft allereerst een kwestie van interesse. Mede dankzij een goed bezochte informatie-avond op 8 september 2021 zijn tijdens de (verlengde) tervisieligging in totaal 35 zienswijzen ontvangen. Dit getuigt wat ons betreft van een gezonde betrokkenheid bij en belangstelling voor de visie. De huidige raad kan in onze ogen nu niet de uitgangspunten vastleggen voor de komende jaren. Er zijn te veel cruciale zaken waarover de inwoners ook via de verkiezing 2022 hun mening

kunnen doorgeven via de politieke partijen. Is het mede daarom niet verstandig de vaststelling van de omgevingsvisie uit te stellen tot na de verkiezing 2022? Nee, dit is niet verstandig. De raad heeft zelf de noodklok geluid in verband met de uitdagingen het buitengebied. Dat was de reden waarom voorrang moest worden verleend aan een visie voor het buitengebied. Het proces van totstandkoming is zorgvuldig geweest met vele participanten. Dit neemt niet weg dat het resultaat nooit voor iedereen bevredigend zal zijn (nu niet, maar ook niet na de verkiezingen). Bovendien schrijft de Omgevingswet voor dat gemeenten uiterlijk op 31 december 2024 een omgevingsvisie vastgesteld moeten hebben voor het gehele grondgebied. Met andere woorden: verder uitstel van vaststelling van de omgevingsvisie voor het buitengebied

betekent

dat

minder

tijd

resteert

voor

het

opstellen

van

de

omgevingsvisie voor de kernen. De ambtelijke capaciteit laat het immers niet toe om de ene visie nog af te ronden (en mogelijk aan te passen) en gelijktijdig al te starten met de andere. Pagina 12 Wat wordt bedoeld met ‘zelfbindend’ karakter? De omgevingsvisie is 'zelfbindend' voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld, in casu de gemeente Laarbeek. Zelfbindend betekent dat het opgestelde document (de omgevingsvisie) alleen verplichtingen schept voor degene die het document heeft gemaakt. De omgevingsvisies van het Rijk en van de provincies werken dus niet rechtstreeks

door

in

de

omgevingsvisie

van

de

gemeente.

Deze

visies

zijn

richtinggevend, maar niet dwingend. De gemeente heeft de gebiedskennis om op lokaal niveau de juiste ruimtelijke afwegingen te maken. Hoofdstuk 2 pagina 15 Wat wordt bedoeld met ‘een minimaal effect’? Zeker in relatie tot de grote klimaatproblemen is minimaal toch wel een beperkt uitgangspunt. Er is in dit hoofdstuk letterlijk geciteerd uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De gemeente is dus niet verantwoordelijk voor de woordkeuze. Hier wordt waarschijnlijk bedoeld dat ‘een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een zo minimaal mogelijk negatief effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water’ Pagina 16 Valt onder combinaties van functies ook wonen en werken? Ook hier is sprake van een citaat en een woordkeuze uit de NOVI waarvoor de gemeente Laarbeek geen verantwoordelijkheid draagt. De nationale overheid is inderdaad van mening dat in het verleden scheiding van functies vaak te rigide is gehanteerd. En dit geldt ook voor de scheiding van wonen en werken.

2

Kringlooplandbouw

is

ook

noodzakelijk

voor

het

verbeteren

van

de

biodiversiteit

en

natuurherstel. Zoals het er staat is kringlooplandbouw alleen belangrijk voor biodiversiteit en natuurverschijnsel. Klopt dit? Kan het een ook niet zonder het ander (natuurherstel kan ook zonder kringlooplandbouw en andersom)? De nationale overheid wil met deze passage in de NOVI verduidelijken dat brede toepassing van kringlooplandbouw een belangrijke voorwaarde is voor de verbetering van biodiversiteit en natuurherstel. Pagina 18 Wijken we als Laarbeek af van de landelijke (nationale) provinciale en regionale visies? Zo ja, waar en op welk gebied(onderdeel)? De gemeentelijke omgevingsvisie voor het buitengebied wijkt niet af van de nationale, provinciale en regionale visies. Hierbij dient te worden aangetekend dat deze visies op een ander schaalniveau en abstractieniveau zijn geschreven. De gemeentelijke omgevingsvisie belangrijkste

biedt

veel

meer

overeenkomsten

concreetheid

hebben

en

betrekking

lokale

diepgang.

Maar

de

op

aandacht

voor

de

de

toekomstbestendigheid van het landelijk gebied, klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit, kringlooplandbouw, gezondheid en landschapskwaliteit. Onze keuze voor

een

gebiedsgerichte

beleidsuitwerking

-

waarbij

unieke

landschappelijke

kwaliteiten worden versterkt en beschermd - past in zowel de landelijke, provinciale als regionale beleidscontext. Hoofdstuk 3 Pagina 21 Laarbeek biedt rust in de nabijheid van de stad. Hoe is het onder dit punt gesteld met de fysieke bereikbaarheid van Laarbeek? Door de peri-urbane ligging profiteert Laarbeek van het ‘beste van twee werelden’. Een goede regionale ontsluiting is daarbij van groot belang. De noodzakelijke acties om de regio bereikbaar te houden zijn vervat in de u bekende Bereikbaarheidsagenda van de MRE, verdeeld in infra-projecten en regio-brede projecten. Aan de oostzijde van Beek en Donk (de Beekse Brug) is wél sprake van een knelpunt. Zoals u weet, wordt onderzoek verricht naar dit uitdagend knooppunt. Pagina 24 “Inwoners van Laarbeek zijn trots op hun groene gemeente”, staat er geschreven. Waaruit blijkt dat een flink deel van de inwoners bereid is om haar of zijn bijdrage aan het behoud en ontwikkeling bij te dragen? De door Laarbeek veroverde titel van ‘Groenste gemeente’ is met name te danken aan de wijze waarop het beheer en onderhoud met de lokale gemeenschap en met vrijwilligers van Laarbeeks Landschap en IVN Laarbeek is georganiseerd. Telkens blijkt dat bij deze acties een grote schare aan toegewijde vrijwilligers op de been kan worden gebracht.

3

Hoofdstuk 5 Pagina 31 Er is een afname van het aantal agrarische bedrijven te zien. Loopt de afname van het aantal m2 land- en tuinbouw alsmede de dierenhandel hiermee gelijk op? Indien niet, hoe verhoudt zich dit (met andere woorden: is het gebruik van grond en het houden van dieren ook met 86,5% afgenomen)? De landelijke en provinciale trend is dat nagenoeg hetzelfde aantal dieren wordt gehouden op minder bedrijven. Met andere woorden, de afname van het aantal bedrijven gaat gepaard met schaalvergroting (en gelijktijdige schaalverkleining). Alleen het aantal varkens nam ten gevolge van de stoppersregeling af. In Laarbeek zien we dan ook dat tussen 2004 en 2018 zowel de ammoniakemissie als de blootstelling aan geur aanzienlijk is afgenomen. De ammoniakemissie is in deze periode afgenomen van ongeveer 350.000 kg/jaar tot 265.000 kg/jaar. Uiteraard speelt de omvorming naar emissie-arme stalsystemen hierbij ook een rol. De genoemde 86,5 % heeft overigens betrekking op de afname van het aantal agrarische bedrijven in Nederland tussen 1950 en 2016. Actueler is de ruime halvering van het aantal bedrijven in Laarbeek tussen 2004 en 2018. In hoeverre de veestapel in Laarbeek in dezelfde verhouding is afgenomen, is niet bekend. Zoals gezegd, de trend is dat - behoudens varkens - hetzelfde aantal dieren wordt gehouden op minder bedrijven.

Hoofdstuk 6 Pagina 37 Wat wordt bedoeld met ‘onder zo min mogelijke voorwaarden’? Dit is een vage omschrijving en kan leiden tot willekeur. Hoe wordt dit voorkomen? Welke rol heeft de gemeenteraad hierin? Waarom

ontbreken

bij

resultaten

de

thema’s:

duurzaamheid,

biodiversiteit,

gezonde

leefomgeving en veiligheid? Het Laarbeeks idee van een brede plattelandsbestemming dient samen met de provincie Noord-Brabant te worden uitgewerkt. De gemeente heeft uit oogpunt van de beoogde deregulering de intentie om de brede plattelandsbestemming gepaard te laten gaan met zo min mogelijk voorwaarden. De omzetting in het buitengebied van de ene naar de andere functie dient immers te worden vereenvoudigd. Dit is geen vage omschrijving, maar een wensbeeld. Uiteindelijk zal de brede plattelandsbestemming juridisch vertaald moeten worden in het omgevingsplan (opvolger van het bestemmingsplan). Vandaar ook het belang van deelname

van

de

provincie

bij

de

uitwerking.

De

gemeenteraad

stelt

het

omgevingsplan al of niet vast. In deze hoedanigheid heeft de gemeenteraad alle touwtjes in handen. Op pagina 37 is een opsomming gegeven van het beoogde sociaal-maatschappelijk resultaat

van

de

invoering

van

de

brede

plattelandsbestemming.

De

brede

4

plattelandsbestemming is wenselijk om de gevolgen van de afname van het aantal agrarische bedrijven te beperken. De afname heeft op zichzelf al positieve effecten op biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. Pagina 39 Stikstof emissie reduceren of moet het zijn terugbrengen tot nul? Het

terugbrengen

van

de

stikstofemissie

(door

de

verbranding

van

fossiele

brandstoffen, bijvoorbeeld in het verkeer en de industrie) tot nul is voorlopig een utopie. In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is de doelstelling opgenomen om de stikstofemissie in 2035 te halveren. Hoofdstuk 7 Pagina 41 ‘Aan de ene kant van de weg kan iets wel en aan de andere kant van dezelfde weg kan iets niet.’ Dit vanwege gebiedsscheiding. Is dit niet in strijd met het leveren van maatwerk zoals feitelijk de omgevingswet bedoeld? Met de strakke gebiedsindeling, de visiekaart en het verkeerslichtmodel beogen we meer voorspelbaarheid voor wat betreft de gemeentelijke reactie op aanvragen voor een ruimtelijke ontwikkeling. De aanvrager krijgt in een vroeg stadium een beeld waar

de

gemeente

per

deelgebied

voor

staat.

Het

strak

hanteren

van

de

gebiedsindeling zal voor de één een vloek zijn en voor de ander een zegen. Maar het is wél noodzakelijk om te voorkomen dat we op een glibberig bestuurlijk pad terechtkomen. Het losjes hanteren van de grenzen leidt al snel tot onherstelbare precedenten die het doel van de gebiedsindeling (verschijningsvorm en karakter van het landschap bepalen het beleid) ontkrachten. De visie zal juridisch vertaald moeten worden in een omgevingsplan. In uitzonderlijke gevallen biedt de Omgevingswet (zoals nu ook in de Wet ruimtelijke ordening) altijd de mogelijkheid om van het omgevingsplan af te wijken. In jargon is dit de ‘omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ waarover de gemeenteraad in het kader van de implementatie van de Omgevingswet afzonderlijk wordt geïnformeerd. Pagina 43 “Niet als je maar goed onderbouwd laat zien dat er afgeweken kan worden.” Is dit niet een tegenstrijdigheid met hetgeen op pagina 41 staat? Het is lastig om deze vraag te doorgronden, maar we doen een poging. Op pagina 43 is aangegeven dat binnen het pionierslandschap initiatieven met wringende belangen (bijvoorbeeld

bed

ontwikkelgebied’)

&

breakfast

mogelijk

ten

kunnen

opzichte zijn,

van

mits

‘toekomstbestendig door

de

agrarisch

initiatiefnemer

een

aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden aangetoond. Op pagina 41 wordt een pleidooi gehouden om niet van de strikte gebiedsindeling af te wijken. Het ene staat los van het andere.

5

Hoe gaat de gemeente de volkstuin entameren in Mariahout? En waarom is er voor Lieshout niets opgenomen? In hoofdstuk 9.1.1 (gezondheidsbevordering; pagina 65) is duidelijk verwoord dat zowel in Mariahout als in Lieshout een volkstuin ontbreekt. In het verkeerslichtmodel is

daarom

zowel

in

het

pionierslandschap,

het

mozaïeklandschap

als

het

lintenlandschap de aanleg van een volkstuin ‘in groen’ (toelaatbaar) opgenomen. Daarmee zowel de kernrand van Lieshout als Mariahout beogende. Overigens, het realiseren van een volkstuin is geen doel op zich, maar staat in het teken van het ‘bevorderen van ontmoeting’. Hoofdstuk 9 Pagina 65 Bestaat het voornemen om richtlijnen op te stellen voor zorgboerderijen? Dit voornemen bestaat (nog) niet. Tijdens de debatavond met de gemeenteraad d.d. 21 januari 2021 is dit onderwerp ook al aangesneden. Het valt echter buiten de scope van een ruimtelijk planfiguur als de omgevingsvisie om ten aanzien van zorgkwaliteit richtlijnen op te nemen of deze indirect voor te schrijven. Zorgboerderijen worden betaald uit het persoonsgebonden budget en staan in die hoedanigheid dus in principe onder toezicht van de zorgkantoren. Wél zou in de vertaling van de omgevingsvisie naar het omgevingsplan eventueel de omvang van de bedrijven vastgelegd kunnen worden, bijvoorbeeld om ongewenste schaalvergroting te kunnen voorkomen. Pagina 67 Mogen gemeenten geen hogere extra regels stellen ten aanzien van waarden voor veehouderij? Gemeenten kunnen voor geluid, geur, trilling en bodem omgevingswaarden kiezen die strenger of minder streng zijn dan de landelijke standaardwaarden, binnen een bepaalde bandbreedte.

Wat is dan de bandbreedte? Bij luchtkwaliteit en extra veiligheid mogen alleen strengere omgevingswaarden worden toegestaan dan de landelijke standaardwaarden. Nu wordt ervoor gekozen dit niet te doen vanwege de eigen monitoring. Echter indien het probleem groot is dan mag eigen monitoring niet in de weg staan. Dan zou je als overheid (lees gemeenten of regio gebonden) zelf de waarden moeten bepalen met alle consequenties. Het aantal agrarische bedrijven in de gemeente Laarbeek is relatief beperk, zeker afgezet tegen de uitgesproken agrarische gemeenten in de regio (zoals Deurne). De agrarische dominantie vertaalt zich direct naar het aantal knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit en geur. In Laarbeek doen zich in het buitengebied dan ook geen ernstig overbelaste situaties voor (zie ook paragraaf 9.1.2 in de visie). Eigen monitoring - anders dan via het regionale meetnetwerk AiREAS - is daarom niet noodzakelijk.

Ook

zouden

indien

gewenst

op

enig

moment

mobiele

AiREAS-

meetstations geplaatst kunnen worden. Wat wordt bedoeld met buigzame gemeentelijke geurverordening? De

geldende

gemeentelijke

geurverordening

is

generiek,

Laarbeekbreed

geformuleerd. Binnen de nieuwe gebiedsgerichte benadering zou het wenselijk kunnen zijn om ook de gemeentelijke geurverordening aan de hand van deze

6

gebiedstypes aan te passen. Zodat geurruimte ontstaat waar nodig of juist geurruimte wordt ontnomen ter bescherming van de beoogde functie. Mocht de geurverordening worden aangepast, dan verloopt vaststelling uiteraard via de gemeenteraad. Hoe kan een inwoner weten welke geurnorm er geldt en wanneer voor hem/haar iets gevaarlijk is en wanneer niet (odeur = geur)? En hoe kan een inwoner weten/meten wanneer er sprake is van overschrijding? De

geurnorm

is

verwoord

in

de

gemeentelijke

geurverordening

van

2008

(‘Verordening geurhinder en veehouderij’). Een inwoner kan zich inderdaad geen voorstelling

maken

van

de

bijbehorende

odeur-units

en

of

sprake

is

van

overschrijding. Bovendien is er een verschil tussen objectieve normoverschrijding en subjectief ervaren geuroverlast. Dit blijft een lastige discussie. Bepalend blijven de verzoeken tot handhaving. Op dat moment zal de gemeente een onderzoek instellen en de resultaten afzetten tegen de gangbare normen in de geurverordening. Zoals eerder gezegd, gelukkig doen zich in Laarbeek in de kernrand slechts enkele situaties voor met een matige tot slechte geurbelasting. Pagina 77 Wat zijn de consequenties van het intrekken van de huidige ‘gebiedsvisie‘? Graag een overzicht van zaken die veranderen/verschillen (indien mogelijk). De gebiedsvisie bebouwingsconcentraties bepaalt op basis van zichtlijnen naar het omliggende landschap waar wel en niet een extra woning mag worden toegevoegd. De onderbouwing hiervan is echter flinterdun en niet houdbaar in een juridische procedure. Bovendien maakt de gebiedsvisie geen onderscheid tussen historische en niet-historische bebouwingsconcentraties, een onderscheid dat in de omgevingsvisie met redenen nadrukkelijk wél wordt gemaakt. Daarnaast biedt de gebiedsvisie bebouwingsconcentraties de mogelijkheid om ook historische bebouwingsconcentraties verder te verdichten en te verstenen.

In het geschetste toekomstbeeld van het buitengebied van Laarbeek (hoofdstuk 6.1 in de Omgevingsvisie) is versterking van een authentiek en gewaardeerd boerenlandschap o.a. om toeristisch-recreatieve redenen - opgenomen. Naar onze mening past het verdichten en verstenen van historische bebouwingsconcentraties niet in deze profielschets. Pagina 78 Hoe gaat de gemeente het bouwtoezicht op ‘panden’ met beeldkwaliteit verstevigen? De

enige

oplossing

Rijksmonumenten,

is

het

uitbreiden

gemeentelijke

van

handhaving

monumenten

en

en

bouwtoezicht

beeldbepalende

panden.

op Dit

geschiedt nu door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. Deze actie is als F7 opgenomen in de omgevingsagenda (hoofdstuk 10 van de visie). We mogen in dit verband

niet

vergeten

vergunningverlening.

dat

Onder

sturing de

nu

nog

min

of

Omgevingswet

zal

bij

meer meer

plaatsvindt

via

situaties

een

omgevingsvergunning niet meer nodig zijn en worden vervangen door algemene

7

regels

in

het

Besluit

bouwwerken

leefomgeving

(Bbl).

Ook

het

reguliere

vergunningtoezicht komt dan dientengevolge meer en meer te vervallen. Regulier toezicht is dus niet meer vanzelfsprekend. Pagina 83 Om landschapsinvestering goed te benutten wordt een beeldend handboek kwaliteitsverbetering opgesteld. Wie gaat dit opstellen en wie wordt hierbij betrokken? Wordt hierdoor de creativiteit niet beperkt? Dit handboek zal door een externe partij worden opgesteld, uiteraard onder toezicht en verantwoordelijkheid van de gemeente. Of en zo ja, hoe het participatieproces zal worden vormgegeven is nu nog niet bekend. Of de creativiteit wordt beperkt is helemaal afhankelijk van de vraag hoe het rapport wordt ingericht. Mogelijk beperkt het rapport zich enkel tot de hoofdlijnen en inspirerende beelden per deelgebied. De uitgangspunten zijn nog niet uitgewerkt. Er staat dat teeltondersteunende voorzieningen bijdragen aan duurzame landbouw. Er hoeft dan immers minder gebruik te worden gemaakt van bestrijdingsmiddelen. Is dit aangetoond? En zo ja, waar blijkt dit uit? Eén van de voordelen van teeltondersteunende voorzieningen is nu juist dat meer geconditioneerde omstandigheden kunnen worden gecreëerd voor de groei van het gewas. Ze beschermen de gewassen tegen weersinvloeden, ziekte en onkruid. De logica

zegt

dan

dat

minder

gebruik

zal

worden

gemaakt

van

gewasbeschermingsmiddelen. De gemeente heeft hiervan echter geen cijfers of bewijzen beschikbaar. Feit is wel dat ook de consument meer en meer vraagt om ‘gecontroleerde productiewijzen’ die voldoen aan de certificeringsvereisten. Het achterwege laten van gewasbeschermingsmiddelen past dus ook in de hedendaagse gezondheidstrend. achterwege

laten

En

vanuit

van

deze

trend

zal

voor

agrarisch

gewasbeschermingsmiddelen

op

ondernemers

enig

moment

het ook

onontkoombaar worden. Pagina 85 Eén van de speerpunten welke Laarbeek de komende jaren hanteert is het aanpassen van het Bed & Breakfastbeleid voor het buitengebied. Wat wordt hiermee beoogt? Wat voor soort wijzigingen moet aan gedacht worden? Heeft dit gevolgen voor bestaande Bed & Breakfast ondernemingen? De aanpassing van het B&B-beleid heeft geen gevolgen voor bestaande B&Bondernemingen. Het aanpassen van het B&B-beleid richt zich vooral op het uitbreiden van de vestigingsmogelijkheden voor B&B’s. Zo is Woonbos Molenheide bijvoorbeeld nu de enige locatie in het buitengebied waar geen B&B’s zijn toegestaan. Daarnaast worden de voorwaarden voor vestiging herbekeken in het kader van De brede plattelandsbestemming en de verschillende landschappen waarin Laarbeek is verdeeld in de omgevingsvisie. Er zijn geen plannen om het toegestane aantal kamers of personen te verhogen.

8

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=d438f12a-c09f-47ba-8e9f-76ca52be7d06